HOW THE WEST WAS DONE...

September 1993. Nadat we in vervoering waren geraakt door al het mooie en leuke dat we gezien en meegemaakt hadden op onze rondreis door het westelijke deel van de Verenigde Staten, spraken we af dat we onze kinderen graag wilden laten zien wat ze hadden moeten missen; Ze waren niet meegekomen vanwege hun leeftijd. Nu, bijna 10 jaar later, was het dan eindelijk zover. De kindertjes van toen waren inmiddels bijna pubers geworden zodat Sander van (nog net geen) 14 en Michelle van (net) 11 met eigen ogen konden zien waarover ze ons al zo vaak hadden gehoord.

Aan deze reis was een tamelijk degelijke voorbereiding vooraf gegaan. Niet alleen hadden we al zo’n anderhalf jaar geleden onze, destijds bewaarde, folders etc. tevoorschijn gehaald, maar ook waren we begonnen het internet zo’n beetje uit ons hoofd te leren. Zonder overdrijven kunnen we zeggen dat we precies wisten waar we heen wilden en waarom. Daarover een korte opmerking. Met de komst van internet is het boeken via dat medium  in opkomst. Dat gaat ten koste van de verdienste van reguliere reisbureau’s. Ter compensatie zouden die hun klanten dan echt goed moeten helpen. Het tegendeel bleek waar. Gevraagd, bijvoorbeeld, naar de haalbaarheid, qua reistijd, van een bepaalde route, maakten we mee dat het meisje dat ons in een reisbureau hielp, de kilometers op een wegenkaart ging optellen. Bij een ander, in Amerika gespecialiseerd, reisbureau had men daar een computer programmaatje voor. Maar ja, de kilometers, zover waren we ook al. Het ging, zoals gezegd, om de route. Het antwoord moeten we nog krijgen. We zijn een aantal reisbureaus afgeweest voordat we er ééntje vonden waar we vertrouwen in konden hebben. Althans, dat dachten we, want ook hier werd naderhand fout op fout gestapeld, tot aan het vergeten van het boeken van vliegtickets aan toe. Die vervolgens niet meer voor die (voordelige) prijs geleverd konden worden en we weer moesten afwachten waar men vervolgens mee kwam. Het zal duidelijk zijn dat we vanaf dat moment zelf zoveel mogelijk hebben geregeld. De fouten waar wij mee geconfronteerd werden konden we tenslotte zelf ook wel maken, maar dan zonder daarvoor te hoeven betalen. Zoals in het begin werd gezegd hebben we daar het internet voor gebruikt en dat is uitstekend bevallen. Naast de site van Expedia hebben we ook een aantal overnachtingen rechtstreeks geboekt. Het bleek dat dit laatste niet altijd duurder hoeft te zijn. 1 overnachting willen we speciaal onder de aandacht brengen en dat is die in Bluff bij de Recapture Lodge. Hij wordt later nader genoemd, maar is het vermelden waard vanwege de bijzonder vriendelijke en attente behandeling van de uitbaters. Voor het zoeken naar specificaties bij hotels en motels gebruikten we allerlei boekingsites. Epinions is een site waar veel meningen over allerhande lokaties staan, opgetekend door reizigers. Om in Las Vegas te weten waar je aan toen bent, kun je gebruik maken van de site van Cheapovegas. Erg informatief, maar alleen in het Engels. Tja, en dan als laatste tip een site over Yosemite. Niet eens de meest uitgebreide, maar wel een van de leukste. Wij haalden daar een uitstekend idee vandaan voor een dagindeling. Kijk zelf maar eens.

We begonnen onze (vlieg)reis op Schiphol vanwaar uit we met Air France naar Parijs vlogen. Daar zouden we overstappen en doorvliegen naar San Francisco. Helaas vonden de Fransen het nodig om een week of 6 voor vertrek stakings akties te gaan voeren i.v.m. de pensioenen daar. Stress natuurlijk, want wat zou dat voor gevolgen gaan hebben? Informatie ingewonnen en afwachten maar. Mogelijkheden waren er wel maar zekerheid niet. Onze annuleringsverzekering zou ingeval van staking de meerkosten voor een nieuwe ticket betalen  en dat was al een hele geruststelling. Uiteindelijk besloten we, als er wel gestaakt werd, om dan maar een dag eerder te gaan. (de akties waren tot die tijd altijd op een dinsdag gehouden, uitgerekend onze vertrekdag) Het hotel in San Francisco gemailed en we konden eventueel een extra dag terecht. Over het mailen van hotels verwijzen we je graag (en met klem) nog even door naar het stukje over ons bezoek aan het AAA kantoor.

Op de vertrekdag liep alles echter gesmeerd en kwamen we zonder problemen in Parijs aan. Onderweg “genoten” we nog van een inflight snack bestaande uit een drankje en een zakje koekjes. Voor die 3 kwartier verwachten we al niets dus dit was weer een break. In Parijs wisten we goed waar we moesten zijn en besloten we de transfertijd te doden met winkeltjes kijken. We hadden toch tijd zat? We kochten iets te eten en zouden naar de andere kant van een soort wand lopen waar de gate zou zijn met het vliegtuig dat ons naar Amerika zou brengen. Ja, dat dachten we. Het bleek veel verder te zijn dan we dachten! We hadden ons, redelijk bereisd als we zijn, niet als vakantievee willen gedragen door al zo vroeg aan de gate te verschijnen en dat brak ons nu op. We begrepen al snel dat we veel verder zouden moeten lopen en inmiddels zagen we op een scherm bij ons vluchtnummer de aanduiding “boarding” al dringend knipperen. Visioenen schoten door ons hoofd van al die mensen die we altijd hadden bekritiseerd in programma’s als Airline, die dan te laat kwamen en niet meer mee konden. Zo snel als enigszins mogelijk met 2 kinderen en 20 kilo handbagage snelden we door gangen waarvan we dachten dat ze de juiste waren, geleid door elkaar tegensprekende borden. Uiteindelijk kwamen we aan bij de veiligheidscontrole waar een rij stond van een man of 100. Omdat dit forever leek te gaan duren liep Tom daaromheen en schoot een van de controle mensen aan. Na iets gebazeld te hebben over flight boarding en late (ons Frans is een beetje roestig), mochten we zowaar voordringen. Nou, die horde was genomen en we kregen meer hoop. Het laatste stukje tot aan de gate zelf was niet zo ver en vervolgens konden we aansluiten in de rij die ook daar stond. Bleek dat er 2 vluchten tegelijk aan het instappen waren maar uit niets bleek wie in welke rij stond. We begrepen nu iets meer van de Franse slag. Uiteindelijk kwamen we terecht op de stoelen waarvoor we op Schiphol al instapkaarten hadden gekregen en kon het grote avontuur echt beginnen.

De vlucht naar San Francisco duurde zo’n 10 uur en dat was voor Michelle toch echt een beetje te lang. De service aan boord was aan haar niet besteed en van de film, in het Frans, met Engelse ondertiteling, begreep ze niets. Toch wel punt van overweging, als je voor een luchtvaartmaatschappij kiest, om te letten op de gesproken taal als je met kleintjes reist.

Als je dan moe wordt, dan helpen Gameboy en boekjes ook niet meer en wil je maar één ding: Arriveren. Wij konden ons wel vermaken. Het toestel, een Boeing 747-400, had een soort barretje bij de pantry waar allerlei dranken zelf te pakken waren. Ook lagen er broodjes klaar in zulke hoeveelheden dat we ons afvroegen of dit nu de beloofde tweede maaltijd moest zijn. Deze werd echter later nog geserveerd.

 

Onderweg werden we nog getrakteerd op een fantastisch uitzicht boven Groenland waar we een heel stel foto’s maakten van gletsjers en turquoise waterpartijen. Heel mooi, temeer daar de ruiten voor de verandering eens niet vies of bevroren/beslagen waren en de foto’s achteraf goed gelukt bleken. Rond 1600 uur lokale tijd, kwamen we aan op onze bestemming, waar alles zo vlot verliep zoals we nog zelden hebben meegemaakt. Hoewel het niet echt druk was in de aankomsthal, verwachten we oponthoud bij de immigration die in Amerika paranoia streng is, zeker na 11 september. Echter, met een big smile en “welcome to America” werd ons paspoort afgestempeld en konden we door. Give that man a cigar! Met een taxi zijn we naar het centrum van de stad gegaan, toch nog snel zo’n kilometer of 20. Die taxi was overigens van een limousine service die dergelijke auto’s tussentijds als taxi inzet omdat ze stilstaand niets opleveren. We hadden vooraf op internet al gezien dat die even duur zou zijn als 4 maal de prijs voor een shuttleservice en met $42,- stonden we op de stoep van ons hotel bij Union Square. En dat 2 uur na de landing! ’s Avond nog maar een hapje gegeten en terwijl het voor ons onderhand al bijna ochtend was, konden we genieten van jetlag.

San Francisco   25 juni 2003  (Hot Town, Summer in the City)

Hotel: Union Square Plaza; Geary St. $79,- p/n.

Omdat we er rekening mee hadden gehouden dat we wel vroeg wakker zouden worden, hadden we gelijk op de eerste dag Alcatraz geboekt via internet. Dat bleek een goed besluit en zo liepen we om half 8 al door de nog rustige straten van de stad. In een coffee corner een teiltje koffie naar binnen gewerkt met thee voor de jongens die ze niet te pruimen vonden. Ook de muffin viel Sander tegen. Hij kreeg het al benauwd, want we hadden al aangekondigd die elke dag te gaan kopen. Later bleek dat achteraf wel mee te zijn gevallen. Aangezien ze ook internet hadden, nog snel even de e-mail opgehaald en verder gelopen waar onze toegangskaarten voor “the Rock” al klaarlagen. Overigens kunnen we iedereen aanraden toch vooral te reserveren: Wij waren er op woensdag, maar het was tot vrijdag al uitverkocht.

 

Alcatraz zelf vonden we erg interessant, al kon Michelle het vele Engels natuurlijk niet verstaan. Een deel konden we vertalen, maar we hadden voor haar geen audiotour geboekt en zo snel alles navertellen ging niet. We liepen ook nog met een ranger mee die een interessant verhaal had over de historie voordat het gevangenis eiland werd en wie er gewoond hadden. Hoewel het soms wordt afgeschilderd als een “tourist trap” raden we een bezoek toch aan. We hadden ’s morgens de raad om toch vooral een warme jas mee te nemen op de boot maar niet opgevolgd. De zon scheen al zo uitbundig en het leek ons wel warm genoeg. En dat werd meer waarheid dan we hadden kunnen denken. Toen we eenmaal terug waren in de stad viel ook gelijk de zeewind weg en viel het ons pas op hoe warm het eigenlijk was. De temperatuur steeg tot 100º F, oftewel 38º C !

Een nieuw record voor deze stad, dat sinds 1973, met 35º, niet gebroken was. Amerikanen die we later onderweg spraken konden het nauwelijks geloven omdat het normaal gesproken met 18 à 20 graden wel gezegd is. We werden er ook gelijk mee geconfronteerd dat ons hotel hier niet op berekend was omdat er geen air conditioning was. Met de ramen open slapen was wel wat rumoerig vanwege straatlawaai maar dat moest dan maar. (met name de brandweer heeft de sirene ontdekt en gebruikt die enthousiast). Tot overmaat van ramp bleek ook de centrale verwarming gloeiend heet aan te staan met een knop die vast zat. Gelukkig zag de receptionist in dat het hele systeem wel uit kon, al duurt het dan nog wel even voordat zo’n radiator koud is.

Onze tweede dag in de stad begon met Tom die ziek was. Duizelig en hoofdpijn; vermoedelijk door warmte bevangen, hoewel hij dat normaal geen probleem is. Zal ook wel te maken hebben gehad met drukte die nu wegviel. Na een rustig begin van de dag (heel vroeg, nog steeds jetlag), een koele douche, koffie, nog meer koffie, en een ochtendwandeling in de snel opwarmende stad, ging het gelukkig weer beter met de patiënt. China town, ons eerste doel, viel wat tegen. Als je het dan hebt over een tourist trap… Vrij snel doorgelopen om vervolgens ergens in de Italiaanse wijk een terrasje te pikken, voor zover je dat zo kunt noemen. We maakten een plan om naar Coit Tower te lopen, op Telegraph Hill. We liepen echter verkeerd en kwamen onverwacht uit op een soort heuvel waar we werden getrakteerd op een bijzonder mooi uitzicht over de stad. Dat is weer het leuke van slenteren; je komt nog eens ergens. Natuurlijk sloegen we Lombard street met zijn kronkelstraatje niet over. We wilden de jongens met de Cable Car terug laten rijden, maar dat wilden ze zelf eigenlijk niet. Ze liepen wel lekker en we vonden dat geen probleem omdat ze zonder uitzondering bomvol waren. Al die toeriste. We hadden voor de rest van de reis een huurauto besteld bij Alamo. We vonden onszelf vrij slim om die pas de laatste middag op te halen en zo was het ook ;-) .  Je hebt  daar nergens een auto voor nodig en van een parkeertarief van $25,- per nacht wordt je niet vrolijk. Ook wij ontkwamen niet aan de standaard, zo lijkt het wel, praktijken om huurders nog snel wat lichter te maken. Een vooraf betaalde volle tank benzine bleek halfvol te zijn en of we dat niet erg vonden. Natuurlijk wel! Het resultaat was restitutie van de ontbrekende benzine, al was het bedrag nooit genoeg geweest om hem half te vullen maar meer zat er niet in. We kregen een briefje waarmee we thuis het teveel betaalde terug zouden kunnen krijgen. Nou ja, dat hebben we dan maar even aangenomen, al hadden we er eigenlijk niet zoveel vertrouwen in. De meneer achter de balie gaf daarna al vrij snel de moed op toen hij begon over aanvullende verzekeringen en hij ons gezicht zag. (gaap)

’s Avonds gingen de mannen een internet cafe zoeken om  de digitale camera’s te legen die de jongens hadden meegenomen. Het plan was om de foto’s op een CD te laten branden. Dat kon bij Kinko’s en dat hebben we geweten: Of er maar even afgerekend kon worden. Bijna 17 dollar voor het opslaan van 60 foto’s op de CD-RW die we nota bene nog zelf hadden meegenomen voor dat doel. Dat dit éénmalig was zul je begrijpen. Het was voor Tom echter erg gezellig om met Sander ’s avonds laat in zo’n stad te lopen. Sander kon op die manier de stad ook op een andere manier zien, inclusief street low life, en potentieel agressieve figuren. Samengevat hebben we erg veel gelopen in San Francisco. Het is een heerlijke stad die bij een volgend bezoek zeker weer op het programma zal staan. Lopen is ook naar ons idee de enige manier om die stad “te doen”, zolang je bijvoorbeeld niet naar Golden Gate park gaat. Het is allemaal waar wat ze over deze stad schrijven. We hebben een deel moeten missen maar dat geeft een goede reden om terug te gaan.

Het hotel kunnen we best aanraden is vlak bij Union Square. Verwacht geen uitbundige luxe, maar de koffie(automaat) staat klaar. Voor een stad waar de meeste hotelprijzen beginnen tegen de $100,- was dit best te doen. Het is er redelijk schoon en binnen niet gehorig, al zal dat ook van je buren afhangen. De lobby is kleiner dan de foto wil doen geloven (what else is new) maar het personeel vriendelijk. (You wàlked to pier 41??? rolberoerte).

SONORA       27 juni 2003

Motel: Days Inn $75,- pn

Het was 315 km rijden naar Sonora en dat deden we via Sacramento. Eerst waren we naar de AAA gegaan op van Ness. We werden te woord gestaan door een allervriendelijkste vrouw die erg ervaren was en een collega aan het inwerken was. Ze vroeg bezorgd naar onze route en wat we wilden gaan doen. Toen we vertelden dat we thuis vrijwel alle overnachtingen hadden geboekt waarbij we ook Expedia hadden gebruikt, vertelde ze dat ze daar geen goede ervaringen mee had. Er waren reizigers geweest die, geboekt via Expedia, toch geen reservering hadden. Pas nadat we vertelden dat we ook bevestigingsnummers hadden van de hotels zelf had ze er vertrouwen in. De goede raad was dus duidelijk en zoals zij het zei: “Talk to the hotel, then you’ll be fine”. Hierna wilde ze zelf wel eens zien wat we dan hadden voorbereid. Ze rolde van haar stoel toen we haar onze map lieten zien. In al haar jaren bij de AAA had ze nog nooit zoiets gezien of meegemaakt aan voorbereiding. Ze haalde er zelfs een collega bij. Wat was namelijk het geval? We hadden ooit een tip gehad in een nieuwsgroep van een vrouw die e.e.a. in een Excel blad uitgewerkt. Dit idee hadden wij overgenomen en aangepast aan onze wensen. Zo hadden we precies een overzicht van alle hotels, adressen, prijzen enz. We hadden daarnaast nog prints gemaakt van alle bevestigings e-mails van accommodaties, we hadden van de Rand McNally site printen gemaakt van (stads)lokaties waar we wat problemen verwachtten, we hadden coupons van internet geprint en allerlei andere informatie in die map gestopt. Ook nog een paar lossen Leitz showtassen voor bonnetjes etc. Nou, dat maakte indruk! We wilden er niet mee pronken, maar waren best blij met deze voorbereiding en ook met de kennelijke bevestiging dat we het zo goed deden. Uiteindelijk zou blijken dat we veel plezier van “de map” hadden gehad. Niet dat we alles nodig hadden, maar zo is het net: Je hebt altijd nodig wat je niet bij je hebt. Nadat we een stapel kaarten en tourbooks hadden gekregen, en via een Safeway supermarkt waren gereden voor een ice chest, kon de echte rit beginnen. Het was nog even wennen aan zo’n grote auto.

 

We hadden namelijk een Chrysler Concorde meegekregen uit de premium klasse en met een zee aan ruimte, leren bekleding, z’n 6 cilinders samen verantwoordelijk voor 230 pk zoefde hij over de weg. Onderweg deden we onze eerste Dennies aan en het smaakte voortreffelijk. We hadden speciaal voor deze route gekozen omdat we, vanaf Sacramento via hwy 16 de hwy 49 af wilden rijden. Zo zouden we via Gold Country op onze bestemming aankomen. Natuurlijk reden we bij Sacramento verkeerd. Na verloop van tijd vroegen we de weg en werden via een route terug naar de juiste weg geleid die we zelf nooit hadden gevonden. We zouden allang achterdochtig zijn geworden of we wel goed zaten en zouden teruggekeerd zijn. Omdat we wel vertrouwen hadden in de man die ons, ook alweer, erg behulpzaam was, reden we langs een heel aantal woonwijken met brede straten, totdat we de juiste afslag tegen kwamen. Dat was Sunset Avenue. Of was het nou Sunrise? We weten het nu niet meer maar er werd toen al wel bij gezegd die twee niet door elkaar te halen. Via die weg kwamen we uit bij hwy 16. Althans, die bleek het pas te zijn na een paar honderd meter toen we een bordje zagen die het ons bevestigde. We waren die weg ingeslagen omdat het “the Old Jackson Road” was en daar, werd ons gezegd, moesten we in. Dat moest je ook maar weten zeg. We kwamen die weg nu in vanaf de overzijde van de richting vanwaar we gepland hadden uit te komen, en waren er zeker voorbijgereden. Over de rit valt verder niet zoveel te vertellen dan dat het landschap, zoals verwacht, pas vanaf de 49 erg mooi begon te worden. Er is erg veel te bekijken langs deze weg en de hele omgeving heeft een rijke historie die gerelateerd is aan de tijd van de goudzoekers die in 1849 pas echt goed op gang kwam. Ironisch genoeg waren het in die tijd vooral de mensen die goederen of diensten leverden degenen die het meeste verdienden en niet de goudzoekers zelf. Nadat we waren aangekomen bij ons motel, namen we snel een duik in het zwembadje dat erbij hoorde. Een koel drankje en een handje Hot Tamales voor de kids erbij en we zaten goed. Die Tamales waren rode snoepjes die heet waren en naar kaneel smaakten. We zouden ze nog vaker voor de jongens kopen. Een vriendelijke Amerikaanse motelgenoot maakte een praatje en wist nog het e.e.a. uit te leggen over de cruise control van de auto. Sonora bleek een klein dorpje te zijn met een paar leuke restaurantjes. Het stelde niet zoveel voor en ademde voornamelijk rust uit. Het was echter wel een mooie springplank om de streek te verkennen.

 

De volgende dag was het de bedoeling om eens te zien hoe het nou zat met dat goud zoeken. We hadden vooraf wel gelezen dat veel dorpjes in het teken van goud stonden en we zouden eerst naar Calaveras Big Tree State Park gaan, vlakbij het plaatsje Arnold. Dat was snel genoeg gevonden. Na een koele rit door bossen en heerlijke koffie op een terrasje onderweg, kwamen we daar aan. Na entree te hebben betaald, parkeerden we en begonnen we aan een trail door het bos. We kwamen voorbij een immense stomp van een boom en een vrijwilliger-ranger wist te vertellen dat er 22 dagen voor nodig waren geweest om de boom om te zagen. Dat was net zo indrukwekkend als de stomp van de boom zelf, ongeveer 9 meter doorsnee, waar we met z’n allen op stonden. Hij was ooit omgezaagd om te kunnen dienen als toeristen attractie in San Francisco… Gelukkig had men sindsdien meer hun verstand gebruikt en had dit gebied de status van State Park gekregen en het is vandaag de dag de toeristen faciliteit die in Californië het langst (in jaren) open is. De trail ging verder het bos in. Het ademde een overweldigende rust uit doordat er niet veel andere bezoekers waren. Wat een verschil met plaatsen die we later zouden bezoeken. Na een leuke wandeling van bijna een uur (ook voor ouderen goed te doen) keerden we terug bij de auto om naar Jamestown te rijden.

Daar kwamen we rond een uur of 2 aan. Het bleek eigenlijk een beetje een misser te zijn. Van alles dat we erover hadden gelezen bleek het toch voornamelijk te bestaan uit een paar winkeltjes met zogenaamd antiek en een zaak waar je goudzoekers tochten kon boeken. Niet iets wat we nog konden doen, gezien de beschikbare tijd. Voor die zaak stond een langwerpige houten  bak met water en zand. Daar werd (nep) goud in gegooid dat je er zelf uit mocht vissen. Het is toch vreemd wat kinderen leuk vinden, maar na de vakantie zou blijken dat dit toch wel erg veel indruk had gemaakt op Michelle. Haar zelf gevonden goud (gekkengoud) heeft ze bewaard in een snel gekocht plastic kokertje en ze was apetrots. Later hoorden we van een mede toerist dat we naar Columbia hadden moeten gaan. Nou ja, volgende keer dan maar.

Het was ook erg warm geworden in de namiddag en we deden elkaar onderhand een groot plezier met een duik in het zwembad zodat we daar voor kozen.

EL PORTAL (Yosemite)      29 juni 2003

Motel: Yosemite View Lodge € 140,- p/n

Vanuit Sonora reden we naar Yosemite. Maar natuurlijk niet rechtstreeks want dat zou veel te snel geweest zijn. Nee, we hadden van tevoren al gezien dat er een oude stoomtrein in gebruik was waarmee vroeger boomstammen uit het bos werden gehaald. Nu deed hij dienst als toeristische attractie, maar dan wel een van formaat: The Logger, in dienst van de Yosemite Mountain Sugar Pine Railroad. Een hele mond vol voor een hele mooie trein.

Na een leuke rit via de westelijke kant van de Sierra Nevada over hwy 49, kwamen we, via Mariposa, aan bij Fish Camp, waar het vlak bij was. Voor de lezer die hier zelf nog eens heen wil: Kijk vooraf goed waar het is want je rijdt er zo voorbij. We waren net op tijd voor de eerste van de drie ritten die dag. Ook hier was het niet echt druk; meer bedrijvig. De trein zat nog niet halfvol zodat iedereen kon zitten waar hij wilde. De rit door het bos duurde een uur en halverwege werd er gestopt om water in te nemen. Dat gold niet alleen voor de trein! Een mooie gelegenheid om wat foto’s te maken. Er liep intussen een man om de locomotief heen met een apparaat. Gevraagd vertelde hij dat dat was om de temperatuur van de wielen en assen te meten. Dat luistert kennelijk nogal nauw, iets wat wij ons in dit tijdperk nauwelijks meer kunnen voorstellen. Nadat iedereen met een videocamera de gelegenheid had gekregen om authentieke geluiden te registreren voor thuis, (tsjoeke-tsjoeke en stoomfluit) kwamen we weer aan bij het vertrekpunt. Hier scoorden we nog een leuke souvenir: een snel op de rails gelegde quarter dollar werd door de rangerende locomotief geplet tot  een ovalen aandenken die leuker is dan de centen die op Fisherman’s Wharf uit die kinderautomaten kwamen. Bij dit gebeuren waren ook een aantal winkeltjes waarvan er één een uitstalling had van oude gebruiksvoorwerpen uit de tijd dat de lumberjacks dit gebied nog gebruikten om hun brood te verdienen. Erg interessant. Al met al een niet eens zo heel erg commercieel geheel waaruit de liefde voor het materieel sprak. Een aanrader!

Inmiddels was de middag al ruimschoots begonnen en zetten we koers naar ons volgende motel in El Portal. De rit daarheen was erg warm en het werd vechten tegen de slaap. Het personeel in de Yosemite View Lodge maakte op ons een erg zakelijke indruk. Alle vragen werden keurig beantwoord, maar met een plichtmatigheid die we nog niet tegengekomen waren. We hadden het er echter mee te doen en onze kamer maakte veel goed. Er was zelfs een kitchenette en alles wees erop dat je hier ook in de winter goed kon overnachten. Het zwembad had weer dankbare klanten aan ons. Eten deden we ’s avonds op het terrein zelf, aangezien El Portal verder niets is en heeft. We hadden naar Mariposa gemoeten voor meer keuze in restaurants en dat idee was niet erg aanlokkelijk. Het gevolg was een oneetbare pizza, hoewel die van de jongens iets beter was. De cola machine had aan hen weer goede klanten en zo kwam ook aan deze dag een einde. We waren intussen al een goed stuk op weg in deze vakantie en al doende ga je dan beseffen dat er wel degelijk een einde aan zit. Snel die gedachten verworpen; Er stond nog zoveel leuks op het programma.

We hadden 2 verblijfsdagen gepland bij Yosemite. We hadden nog moeten kiezen, omdat het reisbureau, door het gedoe met tickets, de reisdagen had moeten verzetten en we onze plannen hadden moeten omgooien. Een extra verblijfsdag was dus hier aan vastgeplakt en niet aan de Grand Canyon, ons alternatief. Een goed besluit. We zetten in alle vroegte met de auto koers naar Fish Camp, wat nog bijna 2 uur rijden was.

We kwamen rond half 9 aan bij Mariposa Grove waar we nog heerlijk geen “last” hadden van de andere toeristen. Die anderen zullen net zoveel “last” van ons hebben, maar je zult het wel begrijpen. Na de eerste vriendendienst aan een stelletje bij de ingang die hun foto genomen wilde hebben, parkeerden we op een vrijwel lege parkeerplaats. We hadden een verhaal gelezen van iemand die al schreef: Als je in Yosemite iets wilt, Get Up Early! De Grizzly Giant was mooi om te zien tegen de strakblauwe lucht. Het is echt een locatie om eens even op je te laten inwerken. Om je dan te bedenken dat, toen de jaartelling begon, deze boom al 700 jaar ongestoord stond te groeien. Het was niet eens het formaat, maar meer dat gegeven dat indruk maakte. De jongens vermaakten zich ook prima. Hoewel ze best aandacht hadden voor de bomen, vonden ze de eekhoorns erg interessant. Toen we nog een stel herten op hun dooie gemak voorbij zagen slenteren was het bos compleet voor ze. Iedereen beleeft het op zijn eigen manier. Heel belangrijk om rekening mee te houden, al sta je daar niet altijd bij stil. Toen we bij de auto terugkwamen zagen we waarom we graag zo vroeg wilden zijn. We kwamen teruglopend al steeds meer andere mensen tegen, maar nu was ook de parkeerplaats vol. Er reed inmiddels een pendelbus. We zijn snel vertrokken. Glacier Point was het volgende item op ons lijstje. Na een vrij lange weg kwamen we aan op een, inmiddels ook overvolle, parkeerplaats. Het uitzicht maakte echt alles goed! Fantastisch wat was dit mooi. Het is ook eigenlijk een must om hier te komen en je tijd te nemen. We zagen the Valley diep beneden ons liggen en de Half Dome torende ver boven ons uit. Yosemite Fall had nog genoeg water om een mooi gezicht op te leveren. We zagen nu ook voor het eerst onze bestemming voor de volgende dag: Vernal- en, daarboven gelegen, Nevada Fall. Als je heel goed keek kon je door een redelijke telelens zelfs de mist trail zien die naar Vernal leidde. Ook hier konden de kinderen, en niet alleen die van ons, zich weer vermaken met bedelende eekhoorns. En wij maar waarschuwen dat ze konden bijten en zo. Ja, vertel dat maar tegen kinderen die de meeste eekhoorns alleen kennen van een vage schuwe schim in een bos in ons land dat de naam, vergeleken met Yosemite, niet eens mag dragen. Ook nu dwong de tijd ons door te gaan. Next stop: Bridalveil Fall. Een bord met een opschrift dat het wel eens fris kon zijn deed ons fronsen, want de thermometer gaf intussen 33 graden C aan. Maar het zal ongetwijfeld in de winter best bar zijn in sommige delen van dit gebied. Dan wordt het echt weer wildernis, iets dat Rangers de bezoeker graag zoveel mogelijk voor ogen houden. En ze hebben nog gelijk ook want laat vooral niemand vergeten dat hij slechts gast is en volkomen op zichzelf is aangewezen zonder moderne zaken als auto, rugzak en bergschoenen. Deze waterval stroomde nog volop en de kinderen vermaakten zich op de immense keien die in de loop van de tijd naar beneden gedonderd waren. Michelle kreeg het voor elkaar om uit te glijden en drijfnat te worden. Dat betekende extra tijd om op te drogen. Echt geen straf op deze plek. Je kon goed merken dat dit gebied een stuk dichter bij the Valley lag want er waren veel toeristen. Tom werd gevraagd een foto te maken van een Oostenrijker die alleen was. Aangezien hij fotograferen als oude hobby heeft, kijkt hij altijd wel hoe iets erop komt. Hier leek het hem wel aardig om die man te fotograferen met de waterval op de achtergrond, iets dat hij echt wel waardeerde. Hij kreeg wat aanwijzingen en Tom ging zo laag mogelijk tussen een paar rotsen liggen om die man, naar boven toe, te fotograferen. Dat lukte allemaal wel, maar het leuke was de kennelijke inspiratie voor anderen: Het kreeg gelijk navolging. Grappig, zoiets.

We sloten de dag af met een “all you can eat” diner. Later zouden we ontdekken dat de Amerikaanse term daarvoor “buffet” is. Daarbij denken wij aan wegrestaurant taferelen maar dat was hier dus iets anders. Het smaakte best wel goed, maar bijzonder was het niet. Het vulde in ieder geval en dat was hard nodig ook want de middagmaaltijd was er eigenlijk een beetje bij in geschoten.

De volgende dag stonden we vroeg op om de shuttle bus naar het Happy Isles Trailhead te nemen. We zaten in alle vroegte in de bus met een stuk of 10 anderen. Zo te zien waren deze goed voorbereid en staken wij, met hobby rugzakje en maar 2 liter water, er erg schraal bij af. Maar goed, misschien waren zij dan wat meer gewend qua outdoor adventure, ze zagen er even slaperig uit als wij. Gekomen bij het beginpunt van de route stroomde de hele bus leeg; we kwamen kennelijk allemaal voor hetzelfde. We zouden namelijk naar Vernal Fall gaan lopen via de Mist Trail.

Nu werden al snel de toeristen van de die-hards gescheiden. Die liepen meteen voorop en we hebben ze niet meer gezien. Het was moeilijk voor te stellen dat hier in 1996 nog een brok rots naar beneden was komen zeilen met een gangetje van 250 km/uur. Het had 80.000 ton gewogen en had behoorlijk wat schade aangericht. We liepen in het nog schemerig aandoend park over een rotsig en zanderig pad tot we bij een houten bruggetje aankwamen. Van hier uit konden we Vernal Fall reeds horen en we liepen snel verder. Bij Clark Point gingen we links en uiteindelijk kwamen we uit aan het begin van een soort steile trap. Nu zagen we zelf waarom dit de Mist Trail genoemd werd: Het was nattig en zag er glibberig uit door mos en algen aanslag. We zeiden tegen Michelle dat ze vooral aan de rots kant moest blijven. Iets dat we nog een paar keer moesten herhalen omdat ze, zoals altijd, weer erg dartel was. Sander redde zichzelf wel, maar daarvoor was hij ook een paar jaar ouder. We hadden al helemaal een waterdichte tas meegenomen om de camera spullen in te bewaren, maar dat bleek wat overdreven. Gedurende de klim werden we goed vochtig, maar niet drijfnat. Een plastic tas was ook voldoende geweest, al zal het ook wel afhangen van de windsterkte en richting hoeveel water er over het pad geblazen wordt. Het pad wordt op een stukje begeleid door een ijzeren buis railing, die best wel stevig genoeg zal zijn, maar niet meer dan een klein houvast biedt. Meer een laatste greep als je uitglijdt, voordat je aan je definitieve afdaling begint. De klim zelf was goed te doen en is ook voor ouderen het aanraden waard, mits ze vooraf beneden voldoende rust hebben genomen en nog goed kunnen zien waar ze gaan staan. Dit vermelden we met opzet, omdat je door de fantastische aanblik van dit natuurschoon snel overmoedig zou kunnen worden en je nog terug moet ook. Nadat we ook deze “beproeving” met goed gevolg hadden doorstaan, kwamen we op een droog gedeelte uit, ongeveer een meter of 20 onder de rand van de waterval. Dit gedeelte was erg fotogeniek en werd door veel mensen aangegrepen op elkaar te fotograferen tegen een achtergrond van donderend water. Het was niet erg druk hoor, in onze onmiddellijke omgeving liepen wel wat mensen maar dat was alles. We waren voorbereid op horden toeristen die we op foto’s hadden gezien, maar we hadden kennelijk goed geschoten door vroeg te gaan. Boven ging het pad over in een breed stenen plateau. Hierover kon je helemaal tot aan de uiterste rand van de afgrond lopen. Ook hier was een railing gemaakt en dat was dan ook het enige dat je scheidde van het geweld dat het vallende water vormde. Het was een mooi schouwspel om het water in de diepte te zien storten. Halverwege waren in het steeds feller wordende zonlicht een paar regenbogen zichtbaar die verwaaiden al naar gelang het fijne opstuivende water weggeblazen werd. We konden nu ook goed zien waar we eerder gelopen hadden. Heel in de verte kwamen de volgende bezoekers al weer aan, maar het zou nog even duren voor ook zij konden bijkomen. Het zag er allemaal nog nietiger uit juist vanwege het grootse spektakel een paar meter verder. Het was ook absoluut niet meer voor te stellen dat we deze plek hadden gezien van Glacier Point, de vorige dag. We probeerden in de massieve rotswand aan de overkant van de vallei dit uitzichtspunt te onderscheiden, maar dat was lastig. We meenden het te herkennen aan de uitstekende rots aan de rechterkant. Hier hadden we foto’s van gezien met mensen, zelfs een auto, model T-Ford, erop. We hadden bedacht dat iemand toch een absolute “deathwish” zou moeten hebben om dat te doen en dat idee leek nu alleen maar sterker. Na een kort “familieberaad” besloten we door te gaan tot de hoger gelegen Nevada Fall. Tenslotte was het nog vroeg . We liepen langs Emerald Pool waarvan we hadden gelezen dat de onderstroom tamelijk sterk was. Hoe aanlokkelijk pootje baden daar ook leek, de bodem was glibberig en bood weinig houvast. Als je daar door de stroming werd meegenomen dreef je linea recta naar de rand van Vernal; een verkoeling die je dan gerust letterlijk mocht nemen. De Silver Apron was een soort rotsplateau in het water wat er in de schittering van de zon inderdaad uitzag als een glimmende vlakte. Het pad boog af, bij het water vandaan, om even het later via een brug te kruisen. Nu werden we door een koel bos gevoerd via een pad waarvan je soms moeite had om het te volgen. We hadden houvast aan voetsporen. Deze trail bleek toch wat zwaarder dan de eerste; het ging op een gegeven moment steil zigzaggend de berg op via keien en rotsen wat, als geheel, voor trap moest doorgaan. Het was goed begaanbaar, maar vereiste wel rust op zijn tijd en genoeg water.

Eindelijk kwamen we boven waar de trail uitkwam op de John Muir trail. Na een broodje en -alweer- bedelende eekhoorns, liepen we een meter of honderd door tot aan de rand van Nevada Fall. Hoewel we hier maar zo’n 600 meter boven de “Valley floor” stonden, was het uitzicht ook hier weer geweldig. Nevafa Fall is met zijn 200 meter de hoogste waterval van Amerika. Er stonden duidelijke waarschuwingsborden om toch vooral de verleiding van het zwemmen te weerstaan. De kinderen vermaakten zich een tijdje in een hoger gelegen waterpartij waar ze goud zochten en we hadden intussen alle tijd om alles eens rustig op ons te laten inwerken. Achteraf zijn we ook daar te kort gebleven want eigenlijk moet je daar een halve dag doorbrengen, al dan niet met walkman, op een stuk rots. Hier kwam nog slechts een handjevol anderen en daarvan waren de meeste, gewapend met stokken, bezig aan een tocht naar de Half Dome.

De terugweg via de John Muir Trail was eigenlijk zwaarder omdat het nu bergafwaarts ging. Het vormde een grote belasting voor je knieën om steeds weer je voeten goed neer te zetten en blessures te voorkomen. Uitwerpselen van, vermoedelijk, ezels, stonken lekker in de zon en verder maakte het tot stof vertrapte zand dat we uiteindelijk tamelijk vies uitzagen. In ieder geval vóelden we ons ook zo.

Rond half 3 kwamen we weer aan bij de busstop en konden we nog net in de shuttle springen die ons naar de parkeerplaats bij Curry Village terugbracht. Het was een vermoeiende dag geweest maar wel een die ons het gevoel heeft gegeven, in ieder geval een deel van Yosemite echt “gedaan” te hebben, hoe summier ook.

 

TONOPAH (Nevada dessert)  2 juli 2003

Motel: Ramada Inn Tonopah Station  € 47,- p/n

Vanmorgen reden we via Yosemite en de Tioga Pass naar Tonopah. We brachten nog een bezoek aan het ranger station omdat we die, voor ons gevoel, eerder in alle toeristendrukte niet goed hadden bekeken. Nu, rond half 9 ’s morgens, was het nog lekker rustig en werden we vriendelijk te woord gestaan door een van de rangers. Natuurlijk de onvermijdelijke vraag waar we vandaan kwamen. De kids werden “beloond” met een button. Nu hadden ze wel vaker spulletjes verzameld en steeds weer hielden we ze voor hoe bijzonder bepaalde dingen eigenlijk waren. Hiervan zeiden we dat je die nergens ter wereld kon kopen. Zelfs hier niet. Je kon die alleen maar krijgen van een ranger. Zodoende kreeg dat soort spul een soort “meerwaarde” voor ze. Na aanschaf van een lekkere beker koffie zetten we koers naar de oostelijke uitgang van het park. Het werd een soort anticlimax. Hoe verder we kwamen hoe kaler het eigenlijk werd, ook al omdat we steeds hoger kwamen. Het meewarige gevoel een plek achter te laten waar we zoveel van genoten hadden maakte dat we een beetje sip waren. In Tualomne Meadows nog iets eetbaars gekocht. Ook kochten we een soort sliert waarin een soort gekruid vlees zat. Jerky Beef heette het. Het bleek heel pittige salami te zijn en viel direct in de smaak bij Michelle. De Tioga Pass zelf was sneeuwvrij en dat vonden we wel vreemd omdat we bij een eerder bezoek in september nog wel sneeuw hadden zien liggen.

Doordat we even niet opletten reden we een stukje verkeerd maar dat haalden we snel weer in. Alleen deden we dat over een weg met heuveltjes die zo kort op elkaar kwamen dat je er een soort rollercoaster idee van kreeg. Wel leuk, al dacht niet iedereen daar zo over. De rit door de woestijn was nieuw. We hadden tot die tijd alleen maar grazige groene vlakten en bossen gezien. Om nu door een zanderig landschap te kruisen was wel even wennen. Er was niet veel te zien, maar dat hadden we wel verwacht. We gingen speciaal hierlangs om niet door Death Valley te hoeven gaan. Wij hadden die al een keer gezien en hadden daar geen bijzonder gevoel aan over gehouden. Tom wilde graag langs het plaatsje Rachel (daarover later meer) en daarvoor moesten we bovenlangs. Eigenlijk op dezelfde hoogte als Yosemite een eind oostwaarts blijven rijden. De bestemming Tonopah was eigenlijk alleen maar gekozen omdat verder rijden te ver zou zijn. We bleven hier ook maar 1 nacht.

Toen we de bestemming naderden maakten we de klassieke fout door te tanken bij de eerste benzinepomp die we tegenkwamen. Dom! Want die is altijd het duurste. Wisten wij veel. Het motel zelf ademde een sfeer van “vergane glorie”, net zoals het stadje zelf trouwens. Ooit had hier de mijnbouw gefloreerd, maar het vervallen geheel bestond nu uit niet meer dan een hoofdstraat met benzinepompen en een stel motels. Kennelijk was toerisme nog een lekkere bron van inkomsten. Het werd direct duidelijk dat we aangekomen waren in Nevada. Gokkasten sierden zelfs de lobby en geluiden van soortgelijke offerblokken klonken vanuit een aangrenzende ruimte. We mochten met drie dobbelstenen gooien. Drie gelijke ogen zou een gratis verblijf opleveren. Voor de vorm geprobeerd natuurlijk, maar ik had die dobbelstenen graag aan een nader onderzoek onderworpen. Waarmee ik maar wil zeggen dat we gewoon, net als iedereen, moesten betalen. Ach, maakte ook niet uit, want Visa was er weer goed voor. Met een lift die zo uit een horrorfilm gehaald kon zijn, gingen we naar onze etage. Het bedieningspaneel stond enigszins onder stroom voelden we. We hebben de lift natuurlijk een aantal keren moeten gebruiken en het kwam zelfs voor dat hij onderweg stopte, om na een korte rustpauze weer verder te gaan. Nee, die gaf geen vertrouwen. Het motel was verder best goed, al was de kamer wel wat klein. Voor die éne nacht kon het ons eigenlijk niet schelen en eerlijk gezegd was de prijs daar ook wel naar. Het voordeel was wel dat er een immense supermarkt naast stond. Waar die zijn klandizie vandaan haalde begrijpen we nog steeds niet, maar we maakten graag gebruik van die koele oase. We waren o.a. door wat voorraden fris en bier heen en konden zo goedkoop wat inslaan. Het avondeten bestond uit McDonalds, die we hier ook niet hadden verwacht. Nog een leuk gesprekje gehad met een “local” (werknemer van McDonalds), die ons vertelde dat het enige dat je hier als jongere kunt doen bestond uit scheuren met je auto, drinken en achter de meiden aanzitten. Dar konden we ons wel iets bij voorstellen omdat Tonopah voornamelijk bestond uit verschrikkelijk veel niets.

CEDAR CITY               3 juli 2003

Motel: Ramada Ltd.  € 54,- p/n

De volgende ochtend versliepen we ons een beetje en dat kwam niet zo goed uit aangezien we nog een lange rit voor de boeg hadden. Niet alleen was het nog tamelijk ver naar Utah, waar we in Cedar City zouden slapen, maar ook wilden we in de woestijn nog het e.e.a. bekijken. Althans, we? Tom had in de voorgaande jaren bij het programma X-files veel gehoord over het geheime overheids testgebied in de woestijn. Daar zou ook het buitenaardse vliegtuig (als je het zo kunt noemen) dat bij Rosswell was neergestort bewaard worden om nagebouwd te worden. Er is een hele hype over en wordt zwaar bewaakt. En zo gingen we wat later dan gepland op weg. Snel nog koffie gekocht bij McDonalds. Nou, dat snel werd zo tráág. We weten nog niet waarom het allemaal zo lang moest duren om 2 koffie in te schenken. Het leuke van het wachten was wel dat we mensen uit een auto voor ons spraken die net uit Utah vandaan kwamen en ons, als een goed mede toerist, nog van wat tips voorzagen. Zulke gesprekjes hebben we vaker gevoerd en vonden we erg leuk. Toen we eindelijk na een kwartier door konden rijden was het al tamelijk warm geworden. Airco aan en karren maar. Na een tijdje maar weer eens op de kaart gekeken en we zagen tot onze schrik dat we totaal verkeerd reden. Dat hadden we natuurlijk ook allang kunnen zien aan de stand van de zon of het niet bereiken van een dichtbijgelegen nederzetting, maar we waren die ochtend echt een beetje sullig. Met een diepe zucht gekeerd en toen we weer terug bij “af” waren, hadden we anderhalf uur voor niets gereden. Er stond nu ook geen rij meer bij de McDonalds drive thru…

Vandaar uit ging het echter voorspoedig zodat we na niet al te lange tijd hwy 375 opdraaiden. Deze heeft de bijnaam van de Extraterrestrial Highway, dat ook aangegeven staat. Dat was wel fijn, want het landschap was intussen zo verlaten geworden dat we hier echt niet wilden verdwalen. Die weg dankt zijn bijnaam aan de vele mysterieuze verschijningen in de lucht. Met name ’s nachts worden vaak vreemde lichten waargenomen in de lucht boven de woestijn die zo snel gaan dat ze eigenlijk niet van een aards luchtvaartuig kunnen zijn. Er zijn dan ook al veel mensen geweest die daar gekampeerd hebben om zelf te kunnen aanschouwen waar ze al zoveel over hebben gehoord.

Halverwege kwamen we langs het dorpje Rachel, dat de naam dorp niet eens verdiend. Het bestaat uit een aantal trailer homes die verspreid in het landschap staan opgesteld. Het etablissement waar onze interesse voornamelijk naar uitging was the little AleInn. Een woordspeling natuurlijk en een samen voeging van Aliën en Inn dat zoveel betekent als buitenaards wezen en café .

Hier stopten we om lekker iets te eten. Dat zat wel goed, al werd op dat moment de tent gerund door familie van de uitbater die zelf in het ziekenhuis lag. Het eetcafé stond vol met memorablia die vanuit de hele wereld was toegestuurd. Ongelofelijk wat veel foto’s en brieven. En niet van de minste figuren hoor. Er hingen gesigneerde foto’s van beroemdheden die op bezoek waren geweest, maar ook van ufo sightings vanuit de hele wereld. Er was verder een keur aan souvenirs met het thema ufo en buitenaardse wezens. Ook op de nabijheid van Area 51 werd handig ingespeeld. Ook wij konden de verleiding niet weerstaan en kochten een prullaria die tenslotte nergens ter wereld te koop was en zodoende toch weer authentiek werd. Na het eten, de nodige foto’s van deze bijzondere plek in the middle of nowhere en uitleg waar we Area 51 konden vinden, vertrokken we weer. Na een kilometer of wat stopte Tom voor nog een foto. Toen hij daar mee bezig was, stopte er een auto achter de onze. Aanvankelijk vertrouwden we het niet zo en bedachten dat we niet echt veel hulp konden verwachten van politie of zo, als we hier werden overvallen. Maar het bleek allemaal uiterst positief. Het was een Amerikaanse mede toerist die ons eerder had horen vragen naar Area 51 en ons wilde helpen. Hij kwam er net vandaan en gaf ons wat betere aanwijzingen. Bovendien nog een pakje papier met zelfs GPS coördinaten erop. Alles kwam van internet af en hij hoefde het nu niet meer en dacht ons er een plezier mee te doen. Nadat we hem hartelijk hadden bedankt, gingen we op zoek naar de mysterieuze “black mailbox” waar we van de weg zouden moeten. Er was wel bijgezegd dat die nu wit geschilderd was, maar aangezien hij in ufo spotters kringen tot cultstatus verheven was, bleef die naam gehandhaafd. Na 10 mijl kwamen we hem inderdaad tegen. Onze gids, die tot die tijd achter ons gereden had, toeterde in het voorbijgaan nog eens vriendelijk waaruit we opmaakten dat we hier goed zaten. Er ontvouwde zich een landschap voor ons wat niet echt uitnodigend was. We reden intussen al een tijdje over een gravelroad en vanwege het volste vertrouwen in de technische staat van onze auto durfden we het aan om door te rijden. We moesten er niet aan denken om hier pech te krijgen want we hadden niet het idee dat de AAA te hulp zou kunnen schieten. Als we die al hadden kunnen waarschuwen want zonder telefoon en totaal geen ander verkeer in de buurt was dat toch wel zeuren geworden.

Na een tocht van een mijl of wat rezen er toch wel wat twijfels. Zaten we echt niet verkeerd? Eerder waren we al een vijfsprong voorbijgereden waar Tom, als een moderne Klein Duimpje, een stuk steen had neergelegd op de weg waar we uitkwamen. Zodoende hoopten we tenminste terug te kunnen keren naar waar we vandaan kwamen. De weg werd ook steeds slechter met meer kuilen dan eerst zodat het rij snelheid omlaag moest. Onderweg keken we naar de heuveltoppen in de verte. De vriendelijke toerist had ons uitgelegd dat we wel degelijk in de gaten gehouden zouden worden met surveillance apparatuur en sterke telescoop kijkers. Niet verwonderlijk, aangezien we niet het eerste het beste militaire terrein naderden.

Om de auto niet teveel te belasten hadden we hele stukken gereden zonder airconditioning aan zodat we onderhand de auto uitdreven. We hadden alle ventilatie openingen moeten sluiten vanwege de immense stofwolk die we veroorzaakten op deze gortdroge weg. We wilden tenslotte het interieur van de auto nog een beetje leefbaar houden, maar daarbij legden we het zelf bijna af.

Eindelijk, na ongeveer 12 mijl, bereikten we een bocht in de weg. Kort hierna zagen we het ingang waarvoor we gekomen waren. We werden gewaarschuwd door borden met de tekst dat we niet verder mochten en vooral geen foto’s mochten maken. Als we deze regels niet zouden opvolgen dan was het gebruik van dodelijk geweld toegestaan. Mooi. Daar was geen woord chinees bij. We stopten en stapten uit. Ellie zag dat niet zo zitten en bleef liever in de auto wachten. Als een echte Nederlander, voor wie gezag nu eenmaal alleen geld bij een flitspaal, dacht ook Tom dat het wel zou loslopen met die waarschuwingen. Hij nam zijn fotocamera mee om de beroemde borden (zoek maar eens met Google op internet) te fotograferen. Maar toch was hij wel wat terughoudend. We hadden intussen het apparaat opgemerkt dat op een heuveltje links van ons stond. Het leek verdacht veel op een surveillance camera en de antenne erop duidde op een live uitzending. Rechts van ons stond, ook al op een heuveltje, een groene leger Hummer met mensen, vermoedelijk militairen, erin. Michelle zwaaide eens vriendelijk en er kwam zowaar een arm uit het voertuig die terugzwaaide.

 

Op dat moment kwam er een ander voertuig aanrijden uit de richting waar wij ook vandaan gekomen waren. Het was een rode pick-up truck die naast onze auto geparkeerd werd. Er stapte een man uit en een vrouw bleef zitten. Was dat afgesproken werk of zo? Ook deze Amerikaan bleek speciaal hierheen gereden te zijn. Hij mompelde dat hij het maar “a long drive” vond voor “nothing much to see” en zo was het eigenlijk ook. Ik vroeg hem hoe hij erover dacht om hier te fotograferen. Hij vond het duidelijk jammer om zo in de gaten gehouden te worden zag hij er toch maar van af. Met de woorden “It’s all so hush-hush and all and I’m not gonna mess with these guys” vertrok hij weer, een grote stofwolk achterlatend.

Dat was duidelijk genoeg geweest. Als een Amerikaan in zijn eigen land het risico te groot vond om gearresteerd te worden, dan moesten wij, als toerist het maar voor de verandering eens niet beter willen weten. Zelfs niet als eigenwijze Nederlander en daarmee werd de fotocamera weer opgeborgen.

We reden terug en wensten dat we net zo’n terreinwagen hadden als die andere man. We hadden eerder al het advies gekregen rechtdoor te gaan in plaats van via dezelfde weg terug zodat we een stuk konden afsnijden. Uiteindelijk kwamen we weer op hwy 375 uit. We hadden in totaal zo’n 40 kilometer dirt road gehad en dat was de auto goed aan te zien. Er zat ongeveer een centimeter stof op en de originele witte kleur was verworden tot een soort grauw rood.

 

De rest van de weg naar Cedar City was niet echt interessant; meer een verbindingsstuk. We verloren ook nog een uur tijd doordat we nu in mountain time kwamen. Door wat vlotter door te rijden kwamen we uiteindelijk toch nog rond 17.00 uur aan in ons motel. We wisten eigenlijk niet meer of dit motel nu een zwembad had of niet en waren blij verrast toen dat wel het geval bleek. Vooral de jongens die er gelijk inplonsten en een kilo of wat stof van zich afspoelden.

Tom ging met de auto langs een wasstraat want dit was zelfs voor een huurauto te gek. Voordat we gingen eten, reden we nog langs een grote supermarkt, waar ook allerlei andere supplies werden verkocht. Zo verkochten ze daar ook vuurwapens die lagen uitgestald achter grote vitrines. Nu zijn we daar niet speciaal enthousiast voor, maar op zich is het toch wel apart om te zien als je uit een land komt waar zelfs een op echt gelijkend kinderpistool strafbaar bezit is. Zo kon Tom een werknemer zover krijgen dat Sander een echt pistool mocht vasthouden. Die man vertelde dat deze stad wel veilig leek, maar als je echt goed zou kijken, je toch echt wel criminaliteit zou zien. Hij reed in elk geval met zijn pistool op het dashboard van zijn auto…

We zijn hierna maar lekker naar Kentucky Fried Chicken gegaan. We hadden daar, zelfs in Nederland, nog nooit gegeten en het beviel buitengewoon goed. We bestelden een grote ton met “strips” waarvan we eerst niet eens wisten wat het was., maar het zag er wel lekker uit. Een aanrader als je van krokante kip houdt. Deze stad had overigens opvallend veel eetgelegenheden waarvan de meest fast food, zodat de keuze wel lastig is. Cedar City is een prima stadje om te kiezen als overnachtingplaats op doorreis naar verdere bestemmingen.

Een zonsondergang die de rode rotsen van Utah kleurde, luidde de dag uit en we besloten dat de dag ten einde was. Een dag in een road trip die ons inmiddels al meer dan 2000 kilometer ver had gebracht.

 

 

MOAB           4 juli 2003

Motel: Motel 6  $ 59,- p/n

Deze dag wilden we niet verdoen met treuzelen. We stonden al op tijd bij de receptie om uit te checken toen we zagen dat er een prima self service ontbijt klaarstond. Er was keuze uit allerlei broodjes en cereals. Ook fruit lag er volop en er waren verder geen andere gasten. We hadden hier niet eens op gerekend (achteraf stond het wel in de beschrijving, maar vergeten), zodat we toch nog maar even tijd namen.

De rit van Cedar City naar Moab, next stop, was ongeveer 500 kilometer lang. We zouden via de snelweg gaan. Een bewuste keuze omdat het die dag the 4th of July was en we de festiviteiten wilden meemaken. Een lange rit, maar wel goed te doen over een weg met weinig ander verkeer. Cruise control aan, die natuurlijk, we blijven Nederlanders, net even hoger ingesteld stond dan de maximumsnelheid van 75 mph. We zouden in een van de vele gesprekjes aan de zwembadrand later horen dat de politie onder de 5 mph overschrijding niets doet. De jongens sliepen al binnen 10 kilometer; daaruit bleek ons steeds vaker dat het toch nog echt kinderen zijn die echt hun slaap nodig hadden. ‘s Avonds ging het licht niet echt vroeg uit en door het drukke programma was uitslapen er deze keer echt niet bij.

Onderweg stopten we nog een keer voor koffie. Dat was altijd één van de leuke dingen, vonden wij, het ritueel met koffie in de auto. We kwamen ruim op tijd aan in de omgeving van Moab. Zo vroeg zelfs dat we de omweg namen waarvan we vooraf hadden gelezen dat die een “must” was voor mensen met de bestemming als de onze. Daarom reden we door over de hwy 70 en sloegen af bij State Route 128. Aanvankelijk leek dat een verkeerde keuze. Het beloofde mooie landschap bleef uit en een dor heuvellandschap kwam ervoor in de plaats. Pas na een kilometer of 10 zagen we waarom deze tip had gestaan in één van de vele boeken die we vooraf hadden doorgelezen. We kwamen aan bij de Colorado rivier! Vanaf dat punt reden we parallel aan de rivier en hadden we een constant uitzicht op schitterende rode rotspartijen waarvoor we geregeld stopten om een foto te maken. Een onderneming die niet zo prettig was door de vele muggen. Na een heel eind kwamen we uit bij een driesprong vanwaar het nog een kilometer was naar Moab zelf.

We reden eerst naar het plaatselijke visitor centre om ons te laten informeren over things to do and see. We zouden hier 3 nachten blijven; een rustpunt in de reis. Vervolgens checkten we ruim voor het toegestane tijdstip in. We kozen ervoor om nog even te wachten omdat we dan een kamer konden krijgen op de begane grond, om de hoek van het zwembad. De motelkamer zelf was van het type Motel 6. Iedereen die daar wel eens geslapen heeft weet nu genoeg: Standaard, niet te groot, redelijk sober, maar wel schoon, met een goede badkamer en tegen een alleszins schappelijke prijs. De temperatuur was intussen lekker opgelopen en het zwembad bracht weer verkoeling. Het was niet heel groot, maar wel in een “gezellige” niervorm met ligbedden eromheen. Er was zelfs een hot spa. Dat “hot” kon letterlijk genomen worden, want het was zo warm dat het eigenlijk niet uit te houden was en we kunnen echt goed tegen warmte. De kinderen kregen daarbij ook steeds de restrictie dat ze niet met hun hoofd onder water mochten aangezien zulke hoge temperaturen een fijne kweekvijver van bacteriën konden zijn.

De 4th of July festiviteiten vonden plaats op een groot grasveld en hadden een echt dorps karakter. Er was een band, genoeg te eten en drinken en de lokale brandweer hield een brandweerauto trek wedstrijd. Verder was er voor kinderen veel te doen zoals schminken en spelletjes. ’s Avonds was er een groot vuurwerk dat veel bekijks had.

Daarvoor hadden we lekker gegeten bij het Slickrock cafe, een begrip in Moab met zelfs een aparte afdeling merchandise. Hier was ook een mogelijkheid om lekker even e-mail te lezen. En zo kreeg Sander van zijn  opa en oma zijn cijfers door van school. Die had hij nog tegoed omdat hij de laatste schoolweek al weg was. Dat was toch wel steeds erg gemakkelijk want, hoewel de thuisblijvers wel een lijst hadden van onze route, eventuele belangrijke dingen konden zo heel gemakkelijk gevraagd of doorgegeven worden. Hierdoor hebben we ook niet één keer naar huis gebeld.

Op de eerste verblijfsdag stond Arches op het programma. Het was maar een paar kilometer rijden naar de ingang van dit Nationale Park en de toegang was al voldaan omdat we in Yosemite een Golden Eagle pas hadden gekocht. Die $50,= zouden we er dik uithalen. Het was erg warm en vrij druk. Bij de eerste stop streek een bus Japanners neer die natuurlijk alles door de zoeker van hun camera bekeken. Eén voordeel was wel weer dat Japanners nooit langer blijven dan de tijd die het kost om foto’s te maken van een attractie. We reden door het park en maakten hier geen lange wandelingen. De afstanden waren nog best groot en we waren bang dat het voor de jongens een beetje veel gevraagd zou zijn om hier lang te gaan lopen. We hadden bij de ingang een folder gekregen met de belangrijkste bezienswaardigheden.

Na een ochtend hadden we het hier wel gezien. Het was best heel mooi en bijzonder om te weten hoe dit gebied was ontstaan, maar we wilden ook nog naar Dead Horse State Park.

Toen we op die laatstgenoemde plek aankwamen, bleek maar weer eens hoe klein de wereld is. Bij het zwembad hadden we de vorige dag een gezin gesproken die in Seatlle woonde. Zij zouden vandaag terug naar huis gaan. Maar, toeval, we kwamen ze in DHSP tegen! Zij warren net zo verbaasd als wij. Grappig was dat.

Het park zelf was de moeite van het bezoeken waard. Je had een schitterend uitzicht op de Green River die 700 meter lager stroomde en een “Gooseneck” vorm had. Er liep een weg langs waarover een auto reed zodat je goed kon zien hoe hoog je zat.

Het park had deze vreemde naam gekregen omdat het vroeger gebruikt werd om paarden opgesloten te houden in een soort natuurlijke corral met een hek aan de ene kant en een afgrond aan de andere. Door een onbekende oorzaak was men eens een kudde paarden vergeten zodat die van honger en dorst omgekomen waren.

Beneden in de diepte zag je het terrein waar Butch Cassidy (jeweetwel, van the Sundance Kid?) zich had schuilgehouden. Een indicatie dat het vroeger harde tijden moesten zijn geweest. We besloten de dag met een heerlijk diner in Eddy McStiffs diner. Het moet gezegd: Dit is een aanrader en weer eens iets anders dan fastfood.

De volgende dag gingen we raften op de Colorado rivier. We hadden de dag ervoor een arrangement geboekt en werden nu met een busje en nog een aantal andere toeristen via SR128 een eind upstream van de rivier gebracht. Bij aankomst werden 2 grote rubberboten uitgeladen en een stel 2 persoons kano’s die ze “Duckies” noemden. Allemaal een zwemvest aan en, na een korte uitleg, stapten we in de boten. Gedurende de ochtend zakten we de Colorado af in de richting van Moab. Onderweg kwam we over diverse “rapids” die in de categorie 2 vielen. De grote boten werden bestuurd door elk een meisje die onze reisleiding vormde en die met roeispanen de boten in de goede richting stuurden. Tegelijkertijd gaven ze aanwijzingen aan de mensen in de Duckies welke kant van een rapid men het beste kon kiezen. Die meiden bleken werkstudenten te zijn maar wel met outdoor ervaring. Eéntje had zelfs al categorie 5 rapids gedaan en dat is dan wel heftig, zo lieten we ons vertellen. Om beurten kon je in een Duckie gaan als je dat wilde. Onderweg kreeg je diverse mooie rotspartijen aangeduid en ook de lokatie waar filmopnames en reclame opnames hadden plaatsgevonden. Hoewel je verondersteld werd voor jezelf te zorgen qua eten, kregen we wel energy bars en water uitgedeeld.

Uiteindelijk kwamen we aan bij een strandje waar de pret op was. Boten opladen, terug in de bus en retour vertrekpunt, Canyon Voyages Adventure Company in de hoofdstraat. Al met al een zeer geslaagde ochtend en zo dachten de kiddies er ook over. Het personeel was ook erg vriendelijk en behulpzaam geweest terwijl dat best wel eens moeilijk moet zijn voor ze met al die toeristen waar best wel nono’s tussen zullen zitten die niets zelf kunnen.

We besloten om de middag relaxend door te brengen bij de zwembadrand. Tenslotte was het vakantie en hadden we al zoveel aktieve dagen gehad dat we ons niet schuldig hoefden te voelen.

Na het avondeten gingen we nog naar de Moab Micro Brewery waar bier werd gemaakt dat nergens anders te koop is dan buiten die plaats en de directe omgeving. Er werden een paar flesjes ingeslagen die de reis overleefden en waarvan de helft aan een goede vriend van Tom werd gegeven die zelf ook altijd zo attent is. Ook gingen we nog naar de T-shirt shop waar zo ontzettend veel T-shirts en stickers verkocht worden dat het je duizelt. En vrijwel alles wordt in eigen beheer gemaakt. Ook ontwerpt men alles zelf. Michelle, die tot die tijd eigenlijk nog niet zo goed bedeeld was, kreeg een leuk T-shirt. We reden terug naar het motel en het viel ons op dat de buitentemperatuur, zo rond 10 uur ’s avonds, nog 39 graden was, volgens de thermometer in de auto. Heerlijk zwoel en de warme trui die we voor de zekerheid maar hadden meegenomen gaf ons kippenvel bij de gedachte alleen al. Een opvallend detail van Moab vonden we wel dat de Outfitters, de zaken die kano’s, fietsen en allerlei ander outdoor spul verhuurden, tamelijk prijzig waren. Wij hadden $110,- betaald voor een ochtendje raften met z’n vieren, maar daarmee zaten we echt aan de onderkant van de prijscurve. Wat wel weer goed gemaakt werd in de talrijke winkeltjes was het grote aanbod aan merchandise. Er was voor iedereen wel wat te koop geweest.

En toen was het Moab adventure alweer ten einde. We hadden vooraf een bewuste keuze gemaakt om in deze plaats een paar nachten te blijven en die keus bleek uitstekend geweest te zijn. Zo bleek ons weer eens een keer de onschatbare waarde van internet waar we hadden gelezen wat hier te doen en zien was. We besloten dat we deze plaats bij een volgende reis nog een keer wilden aandoen. Al was het alleen maar om alsnog te gaan kijken bij de power dam (take a left at Eddy’s Corner Shop) (this is where the locals hang out, zo werd verteld tijdens een gesprekje dat Tom had in de lobby van het motel, met de receptioniste en haar vriendin)

BLUFF               7 juli 2003

Motel: the Recapture Lodge  $ 62,- p/n

Vanmorgen hadden we tijd genoeg en toch ook weer niet. Dat zat zo: We zouden naar Bluff rijden en dat was niet zo ver. Juist omdat dat niet zo ver was, dachten we dat het wel te doen zou zijn om via de staat Colorado naar Mesa Verde te rijden. Het was qua kilometers inderdaad wel te doen. Waar we ons op verkeken hadden was dat je, eenmaal in dat park, nog een heel eind moest rijden om te komen bij de bezienswaardigheden waar het om bekend staat.

We zijn er inderdaad heengereden, maar we hebben eigenlijk weinig gezien. Hadden we dat wel gedaan dan hadden we alsnog weer moeten haasten. We zijn daarom in de middag afgezakt naar Bluff om daar toch niet te laat aan te komen. Eerder die ochtend bezochten we nog een welcome centre die we tegenkwamen. We spraken er een paar mensen die het ook alweer tamelijk bijzonder vonden ons Nederlanders te ontmoeten. Dit vormde toch ook weer een van die leuke kleine gesprekjes.

Onderweg stopten we nog voor een paar echte bisons die in gevangenschap gehouden werden. Ze lagen als een paar harige koeien in het zand en deden in niets denken aan de plaatjes die we van zulke beesten hadden gezien, rennend over een prairie. Nu wil je wel rennen met een horde indianen achter je, maar toch. We hebben Colorado achteraf maar beschouwd als een soort zoveel landen punt: Je kunt zeggen dat je er geweest bent. Overigens was daar vlak in de buurt inderdaad het 4 corner point; de enige plek in Amerika waar je in 4 staten tegelijk kunt staan. En daar gingen we nou juist met opzet níet heen. We reden het laatste stuk door een landschap dat weer erg woestijnig werd. Bij een driesprong zonder wegwijzers gokten we links. We hadden Bluff onderhand toch al eens moeten tegenkomen? Het bleek een goede gok en we reden na een paar honderd meter het dorpje binnen. Hoewel, dorpje? Als je dat nog een keer zei, reed je er alweer uit.

Het inchecken hadden we nog even spannend gevonden omdat dit het enige motel was waarvan we geen bevestigingsnummer hadden. Dat hadden we nog wel gevraagd over de mail, maar we kregen een antwoord dat zo’n beetje klonk als “no problem, we’re the only hotel in this street. Just ask because we’re a local landmark”.

En toch hadden we er wel vertrouwen in gehad dat we verwacht werden en zo bleek het ook te zijn. We werden op een heel hartelijke manier onthaald en het hele etablisement ademde een heerlijke rust uit, ondanks het feit dat het vol zat. Er was een zwembad. Niet groot, maar toch groot genoeg om verkoeling te bieden en het stof van je af te spoelen. De jongens vermaakten zich en wij konden lekker even bijkomen met een drankje. Air conditioning was

hier centraal geregeld, maar afdoende ondanks het feit dat hij niet constant aanstond. Het was er brandschoon en we kunnen het met een gerust hart aanbevelen. Er worden zelfs in de avond dia voorstellingen gehouden voor wie daar zin in heeft. Verder is er van alles te koop of te gebruiken en deed men niet moeilijk over een schep ijs extra in de koelbox.

De TV bood weinig vertier en dat moest ook eigenlijk zo zijn op een verlaten plek als deze. Daar mag het aan zulke luxe ontbreken. We konden voortreffelijk eten in een van de drie (!) restaurantjes en geloofden eigenlijk de rekening na afloop niet. Niet dat we klaagden, maar we verwachtten veel meer kwijt te zijn. Snel nog even de mail gelezen en naar de kamer terug. De jongens gingen verder aan hun dagboek en wij zaten lekker op de veranda te genieten van de rust. Helaas was het nodig dat verderop een vrachtwagen bleek draaien

(accu? lucht?) zodat de heerlijke stilte uitgerekend nu verstoord werd door geluid dat daar niet thuishoorde. We besloten dat die vrachtwagen niet bestond.

’s Morgens stond het ontbijt, weliswaar tegen betaling, klaar. Er werd een beroep gedaan op je eerlijkheid doordat je zelf mocht afrekenen wat je had gebruikt. Buiten hing een waterding waar een heel stel kolibries uit dronken en ze vlogen af en aan.

GRAND CANYON   8 juli 2003

Motel: the Maswick Lodge  $ 76,- p/n

Na de uiterst vriendelijke behandeling viel het tegen dat de naastgelegen benzinepomp werd gerund door een chagrijnige indiaan. Het kon geen toeval meer zijn dat we de vorige reis ook alleen maar indianen waren tegengekomen die onvriendelijk waren. We maakten de inmiddels weer afgrijselijk smerige voorruit schoon en met achterlating van een kilo vliegenkadavers zetten we koers naar Monument Valley. We probeerden onderweg nog een leuk stukje mee te pikken door een zijweggetje te kiezen waar het er wel leuk uitzag. Dat hadden we wel vaker gedaan en vonden we nu juist het leuke van een huurauto en dus eigen baas zijn. We stopten bij een bord om een stukje te filmen, toen er een motorrijder naast ons stopte. Een jongen met meisje achterop zijn Harley (wat anders…) vertelde ons dat we de ingeslagen weg echt moesten vervolgen om een fantastisch uitzicht te krijgen. Hij ging ook door. We bedankten hem hartelijk voor zijn raad en waren weer verbaasd over deze spontaniteit en genoten van het geluid dat zijn motor maakte en dat maar langzaam uitstierf over de uitgestrekte weg voor hem. We kozen inderdaad voor zijn raad en kwamen terecht op een gravelpad dat sterk hellend een berg opvoerde. Nu had Tom wel voor wat moeilijker begaanbare weggetjes gestaan, maar nu voelde hij er toch weinig voor om dit pad, wat het eigenlijk alleen maar was, te blijven volgen. De gedachte om hier pech te krijgen was genoeg om ervan af te zien want voor hier ooit hulp zou komen? Dit was nog desolater dan de woestijn in Nevada bij Area 51.

We keerden om nu we nog kónden keren en reden richting van Goosenecks State Park. We stopten bij Muley Point Overlook. We zagen Monument Valley in de verre verte al liggen en beneden ons stroomde de Colorado. We spraken een man die er een tijdje zonder zijn vrouw op uit was getrokken. Hij had hier altijd al graag eens willen kijken en zij had er geen zin in gehad. Omdat hij een matige wegenkaart had konden we hem de juiste weg wijzen op onze kaarten. Hij was verbaasd dat we uit Nederland kwamen; hij had dat nog niet gehoord aan ons praten. Hij vertelde de jongens te genieten van deze vakantie. Hij zei dat ze pas veel later zouden beseffen hoeveel geluk ze hadden om dit te doen. En zo was het ook.

We reden het doodlopende uitzichtpunt af en verbaasden ons over het “stop”bord dat daar stond. Alsof er ooit meer dan 1 auto tegelijk zou rijden. Het was een uiting van het Amerikaanse dat toch een beetje betuttelend is. Bordjes als “please use railing” naast een leuning en andere totaal voor de hand liggende dingen met dan tóch een bordje ernaast hadden we al vaker gezien.

We reden uiteindelijk door Monument Valley en kwamen binnen via hwy 163 die in zoveel reisgidsen te zien is. Een mooie weg die goed de weidsheid van het gebied illustreerde, maar waarvan we betere voorbeelden hadden gezien. Het uitzicht op de rode rotsen was hier natuurlijk wel mooier. Je kon ook goed zien tot welk punt vroeger de zee had gestaan. We kwam voorbij de ingang naar de Valley zelf. Dit was Navajo gebied en dat was goed te zien aan de vele kraampjes indianen koopwaar. Er werd entree geheven en we hadden allemaal eigenlijk geen zin om de vallei zelf door te rijden. We wilden graag naar de Grand Canyon, ons einddoel van die dag. We reden door Mexican Hat en waren blij dat we in Bluff hadden overnacht. Dat was niet veel, maar tenminste nog mooi gelegen. Dit was echt niet aantrekkelijk en kunnen we niemand aanraden.

We reden Grand Canyon National Park binnen via de south rim en de oostelijke ingang. Onze Golden Eagle pas werd hier scherp gecontroleerd aan de hand van rijbewijs en handtekening. Bang dat we hem hadden overgekocht van een eerdere toerist? Dat zouden wij nooit doen. (nee, wij verkochten hem zèlf door!)

Eerste stop was bij Desert View waar we naar de uitzichttoren liepen. Hier zagen de jongens voor het eerst met eigen ogen de Canyon waar ze al zoveel over gehoord hadden.

Het was er een stuk drukker dan in Yosemite, dat toch ook de naam heeft een trekpleister te zijn. Bussen vol mensen en we moesten echt wel weer even door deze “cultuurschok” heen. Later in GC village werd dat nog erger.

We reden via de zuidelijke toegangsweg verder naar het dorp zelf. Het was nog een heel stuk, maar we kwamen mooi op tijd aan. De wachttijd in de receptie voor ons motel viel mee en we werden keurig verwacht in the Maswick Lodge. Leve internet! Snel uitgeladen en de koelbox met een paar bakjes ijs gevuld. Er was geen airconditioning en dat wisten we vooraf. Het was wel weer even wennen omdat het hier nu ook niet bepaald winter was. We hielden ons rustig en stapten in de auto op weg naar Tusayan wat nog best een stukje rijden was. Het lijkt zo dichtbij op de kaart maar voor je het park zelf uit bent duurt ook even.

We hadden vooraf kortingbonnen voor het Imax theater geprint en meegenomen en bezochten de film die over de Grand Canyon ging. Hoewel het natuurlijk allemaal in het Engels was, voor Michelle wat moeilijk, was het fantastisch. We raden ook iedereen aan om, liefst vooraf, die film te gaan zien. Het geeft een beeld van de geschiedenis van de Canyon en laat zien dat hij niet doods is, zoals hij van boven lijkt. Dieper in de Canyon is veel leven en groen. Het geheel is, de naam zei het al, gefilmd in het Imax formaat en wordt vertoond op een immens scherm. Een belevenis!

We reden naar het vliegveldje vanwaar de talrijke helicopters vertrokken voor een sight seeing boven de Canyon. We vonden het erg duur en hadden geen €450,- over voor een half uurtje, temeer daar er 300 meter bóven de rand gevlogen werd en niet in de Canyon zelf.

Tja, keuzes. Het budget was maar zo groot en daarna op. We genoten wel weer van de pizza die we voor avondeten hadden. En de jongens maar cola tappen. We bereidden ze maar vast voor dat het, terug in Nederland, afgelopen zou zijn met de pret van gratis refills, óók in de koelkast thuis dus.

We hadden een lange dag gehad, ook al omdat we uur tijd wonnen doordat de indianen niet meededen aan zomertijd. Het was nu toch echt op en, eenmaal terug, gingen de jongens verder aan hun dagboek en genoten wij van de dennengeur op de veranda van ons motel met een drankje.

 

Een verblijfsdag in de GC. Zoals eerder al werd gezegd, hadden we hier maar 1 dag gepland om zodoende wat meer tijd te hebben in Yosemite. Die dag wilden dan natuurlijk wel goed gebruiken en daarom stonden we niet zo laat op. Nu was dat de hele reis al niet het geval geweest, maar toch. We ontbeten in het cafetaria dat bij Maswick hoorde. Het ontbijt was best stevig te noemen, wat ook van de prijs gezegd kan worden. Pannenkoeken met syrup. Niet echt ieders favoriet, maar nog enigszins weg te krijgen vergeleken met de andere gerechten. Ook was het iets dat stond in de maag want op toast alleen konden we de beproeving die ons te wachten stond niet volbrengen. Michelle ontdekte dat er gratis potloodjes lagen waarmee een enquête ingevuld kon worden. Die voldeden echter ook prima als cadeautje voor haar vriendinnen thuis omdat er “Grand Canyon” op stond. En zo verdwenen er een aantal in de tas. Die tas. Ja dat was ook zoiets want we hadden natuurlijk altijd het probleem waar de spullen te laten zoals paspoorten en tickets. Op goed geluk in de motelkamer laten zagen we niet zo zitten. We hadden vooraf een tas gekocht die eigenlijk bedoeld was om een een notebook computer in te vervoeren. Doordat hij zoveel vakjes  had voldeed hij echter ook prima om onze spulletjes mee te nemen. Ook de reservesleutel van de auto en natuurlijk een klein voorraadje snoep kreeg zijn plaats. Het bleef de hele reis door wel wat sjouwen, maar dat was dan maar de prijs van diefstal preventie.

 

We gingen hierna vol goede moed naar het Bright Angel trailhead, vlakbij de gelijknamige logde. Onderweg kwamen we een infobord tegen met een thermometer die inmiddels, half 10 ’s morgens, 40 graden C° aanwees. We hadden zo’n 2½  liter water bij ons en zouden een iend deze trail gaan volgen. We hadden er eigenlijk niet zo’n idee van hoever we zouden lopen, maar bedachten dat dit zover zou zijn als we zin (en water) zouden hebben. Het pad naar beneden was stoffig maar goed begaanbaar. Binnen de kortste keren zagen we er tot knie hoogte uit alsof we ons al een week niet hadden gewassen maar dat was niet afwijkend van de andere wandelaars. Het was er bedrijvig, niet heel druk. Mensen die je tegenkwam groetten je vriendelijk. Soms ontstond er een kort praatje met een paar Amerikanen. Nadat we een uurtje naar beneden gelopen hadden  - we zaten inmiddels ongeveer 600 meter beneden de rim – kwamen we een ranger tegen die ons vroeg hoever we dachten te gaan lopen. We vertelden hem ons plan. Hij fronste wat en begon uit te leggen waarom we eigenlijk beter terug konden gaan. “The view isn’t gonna get much better than here and it will be another hours hike before the next water”. Hier was inderdaad water te tappen uit een kraan. We moesten er verder rekening mee houden, zo ging hij door, dat het voor elk uur naar beneden, 2 uur omhoog lopen zou zijn. Zeker als we geen eten bij ons hadden dat extra energie zou opleveren, radde hij ons af om verder te gaan. Wij lieten hem onze energy bars zien waarop hij, waarschijnlijk voor de zoveelste keer, uitlegde dat die hier van weinig waarde waren. Hij at zelf een soort pepita mix uit een zakje en merkte op dat je vooral zoute dingen moest eten. Je kon nog zoveel water meenemen, maar op een gegeven moment nam je lichaam het niet meer op, spoelde het zo door. Daarvoor moest je dus eten. Een verhaal waar bezorgdheid uit sprak, maar wel met een soort “ik heb het je gezegd, doe wat je wilt” ondertoon. Hij richtte zich tot de volgende groep en wij liepen naar de kraan, even verderop, waar heerlijk koel water uit kwam. We besloten de raad van deze ranger op te volgen. De jongens hadden gedurende de afgelopen weken ook al zoveel gedaan, dat we voor hen niet verder wilden lopen alleen om het lopen en het idee dat gedaan te hebben. We hadden goed geluisterd naar zijn verhaal. Elke dag moest de ranger helikopter 5 maal uitrukken om mensen uit de Canyon te halen die echt niet meer verder konden. De kosten daarvan beloopt duizenden dollars en worden gewoon teruggevorderd. We begonnen de weg terug en ondervonden dat hij niet had overdreven. Het was inderdaad veel pittiger dan de afdaling en dat hadden we niet zo verwacht. We hadden in ieder geval genoeg tijd om het andere verhaal te overdenken dat de ranger vertelde: De afgelopen avond waren er toeristen geweest die kleine steentjes naar beneden hadden gegooid vanaf het uitzichtspunt achter de Bright Angel Lodge. Eén van die steentjes had een hiker aan haar hoofd geraakt. Omdat zo’n steentje natuurlijk snel in valsnelheid toeneemt, werd het een projectiel die die vrouw zodanig verwondde dat ze met hulp uit de Canyon gehaald moest worden. De verantwoordelijke toeristen waren gearresteerd en voorgeleid aan de Sheriff in Flagstaff waar hen een flinke boete te wachten stond. Weer een voorbeeld om waarschuwingen serieus te nemen (overal staan borden dit dus niet te doen) en een blijk van voortvarend optreden van de rangers die politiebevoegdheden hebben.

We droegen bij toerbeurt het water en de beurt was aan Sander. Hij voelde zich echt verantwoordelijk en was vastbesloten om ons niet zonder water te komen laten zitten. Hij was hier echter zo vasthoudend in dat hij geen water wilde geven toen Michelle, en wij eigenlijk ook, daar toch echt wel behoefte aan hadden. En zo kwamen we met de halve voorraad boven aan. We waren echt wel even moe en dronken het fonteintje zo ongeveer leeg.

We namen hierna de bus naar Hermit’s Rest. Onderweg reed de bus langs de rim en hadden we op veel punten een mooi uitzicht. Bij Hermit’s Rest was het stampvol. Er had ooit iemand echt gewoond en probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken met zo’n uitzicht voor je deur. Wat moet dat geweldig zijn geweest. Met al die andere mensen om je heen was het echter moeilijk concentreren op zoiets waarvoor je eigenlijk, van alles afgesloten, op een stuk rots moest gaan zitten en de omgeving in je opzuigen. Ongetwijfeld zullen veel anderen ook dezelfde gedachte hebben gehad, hoewel er ook veel gezinnen waren met kinderen die slechts oog hadden voor de souvenirs en de ijstent.

 

We hadden nog getwijfeld of we een deel terug zouden lopen om dan onderweg de bus weer te pakken bij een van de oppikpunten. We kozen echter voor de hele rit om vervolgens een shuttlebus naar het visitor info center te nemen. We waren, daar aangekomen, helaas te laat om de jongens nog te kunnen laten deelnemen aan een “junior ranger program”. We bezochten de tegenovergelegen giftshop waar zo’n beetje hetzelfde werd verkocht als elders in het park.

De shuttlebus terug had al net zo’n karakteristieke driver als heengaand. Bijna dwangmatig als het ging om het verbod om in de deuropening of het trappetje te gaan staan, werd steeds omgeroepen dat er niet vertrokken zou worden als men daarop betrapt zou worden. Dat werd dus proppen. Leuk was wel dat één van de chauffeurs die we hadden (de andere was overigens een vrouw die zo weggelopen zou kunnen zijn uit zo’n Amerikaanse serie) steeds riep “doors are closing” met een southern accent. We hebben het nog een hele tijd tegen elkaar gezegd maar die imitaties haalden het nooit bij het origineel. Weer één van die kleine dingetjes die je vakantie maken.

We hadden een indruk gekregen van de Grand Canyon, meer ook niet. Het werd wel duidelijk dat je erin moet afdalen als je hem echt wil zien en ervaren. Daarvoor moet je dan niet met (kleine) kinderen reizen, een goede gezondheid hebben en vooral de tijd. Voor nu hadden we ons “subdoel” bereikt en dat was om de jongens mee te nemen naar deze plaats op aarde die door velen wordt beschouwd als een natuurwonder.

LAS VEGAS   10 juli 2003

Hotel: the Flamingo $ 55,- / $110,- p/n

We hadden de reis zo gepland dat de volgende stop zou zijn in Las Vegas, een bestemming die natuurlijk niet mag ontbreken! We reden voor de laatste keer GC national park uit en zetten koers naar Williams. Daar zouden we van de gebruikelijke route afwijken om een eind de originele “Route 66” te nemen. Bij Seligman begon die en gelijk waren daar al een heel stel souvenirwinkeltjes. We onderwierpen die aan een minutieus onderzoek maar het werd al heel snel duidelijk dat men goed op de hoogte was van de populariteit van het product “route 66”. De prijzen voor sommige dingen waren belachelijk hoog (12 dollar voor een verkreukelde en gebruikte kentekenplaat bijvoorbeeld) maar ook voor kleinere snuisterijen mocht de knip ver open. Nu kunnen wij ons gelukkig over het algemeen vrij goed beheersen, dus bleef de inkoopwoede beperkt tot een enkel artikel. Zelfs Tom, die toch graag een t-shirt met een leuke print mag kopen, kon zich hier beheersen. Kon het zijn dat hij de hete adem in zijn nek voelde van commentaar, aangezien hij al een tas vol had…? We gebruikten een brunch in de diner wat nog best goed smaakte. De rest van de route kunnen we echter iedereen afraden. Het stuk van Seligman tot aan Kingman is een saaie, meest rechte, weg met weinig te zien. Op de spoorlijn, die een stuk even wijdig loopt, rijdt met regelmaat de Santa Fé express en wagonnetjes tellen vormt dan de grootste attractie. Voor de jongens won de gameboy het van het uitzicht. Bij Hackberry  

kwamen we een laatste souvenirtent tegen waar men, tegen beter weten in, trachtte de nostalgische sfeer van weleer vast te houden. Het zag er best leuk uit en men had echt nog wel zijn best gedaan door wat artifacts neer te zetten, zoals een oldtimer auto, een werkplaats voor auto’s en een benzinepomp. Het kon echter niet compenseren voor de chagrijnige behandeling als je er niets kocht en alleen maar kwam kijken. We waren er dan ook net lang genoeg om even de benen te strekken en enkele andere toeristen te spreken.

Verder ging het, naar Kingman waar we hwy 93 opdraaiden richting de Hoover dam. Het werd nu steeds warmer. Op een gegeven moment wees de thermometer in de auto 50°C aan. De airconditioning gaf een welkome afkoeling. Nabij de Hoover Dam was een checkpoint ingericht waar bepaalde voertuigen aan een nader onderzoek werden onderworpen. Dit was hier ingericht sinds 11 september 2001. Het zou natuurlijk een uitstekend doelwit voor terroristen zijn. We verwachtten de kofferbak open te moeten maken maar kennelijk zagen we er niet terroristisch genoeg uit en mochten we doorrijden. We naderden de dam van een hoger gelegen punt en stopten een paar keer op een plek die men had aangelegd om foto’s te kunnen maken. Kennelijk was men er zich van bewust geweest dat toeristen tòch wel zouden stoppen voor hun foto’s dus dan maar de boel goed geregeld.

 

Over de dam zelf reden we de parkeergarage in ($5,-) en liepen we naar de dam zelf waar we probeerden een indruk te krijgen van de immensheid van dit projekt. We lazen dat hij beneden zo’n 200 meter dik was en dat er genoeg beton in zat om een tweebaans snelweg naar New York aan te leggen, toch nog gauw een kilometer of 5000 verderop. Het visitorcentre was stampvol, evenals de giftshop. We waren al wat aan de late kant zodat we besloten niet in de dam zelf te gaan. We waren ook allemaal een beetje leeg door de warmte. We waren intussen echt wel iets gewend maar hier was het extreem warm. Dan maar door naar Las Vegas. We kwamen langs een parkeerplaats in de richting van Henderson. Omdat er een bord stond met een zeer aantrekkelijk aanbod voor een helikoptervlucht ($29,-) ging Tom eens even horen wat je daarvoor kreeg. Maar helaas: Het was te warm voor de heli om te vliegen zodat we onverrichterzake verder reden. Het welcome center van Nevada verschafte ons nog een aantal kaarten en folders. Het werd hier ook snel drukker met verkeer en voor we het goed en wel wisten reden we op een meerbaans snelweg en alle banen waren goed gevuld. De nadering van de stad gaf een mooie aanblik. Stratosphere tower torende letterlijk boven alles uit. We hadden geen moeite om ons hotel te vinden, maar dat was wel dankzij de grondige voorbereiding thuis. Hoewel we er uiteindelijk natuurlijk toch wel waren gekomen, wilden we niet verkeerd rijden in de heksenketel van drukte die behoorlijk op ons afkwam. Waren we dan toch “mellow” geworden door de leegte die we zovaak hadden gekend?

 

We draaiden de driveway op die ons naar de hoofdingang voerde van het Flamingo.

Het zag er uit als een soort overdekte rotonde en aan alle kanten stonden porters met van die mooie jasjes met bungelende kwastjes aan. Omdat we geen gebruik wensten te maken van deze service en ook geen vallet parking wilden, werden we subiet weggestuurd. Het gevoel welkom te zijn werd kennelijk slechts gegeven aan diegenen die daarvoor wensten te betalen. Wij, vakantievee, wij mochten onze bepaald niet kleine en goedkope (maar nog steeds gehuurde) auto achter het hotel parkeren in een garage op 3 hoog. We vonden inderdaad een plaatsje en op hoop van zegen dat hij heel bleef, plaatsten we hem strak naast een andere auto. We laadden hem voor de zoveelste keer uit, alleen mochten we nu een heel stuk lopen met armen vol spullen en stel koffers.

Het inchecken bewees weer eens dat je altijd, waar ook ter wereld, in de verkeerde rij staat. Ook als je wisselt naar een rij die sneller gaat. We kregen een mooie kamer, dat moet gezegd. Het uitzicht op het binnenterrein, het groen en het fantastische zwembadcomplex was fenomenaal. We hadden hier de meeste ruimte van alle kamers. Er stonden flessen water in de badkamer die je kon gebruiken. $2,50 per fles, dat wel. Verder was het gewoon een uitstekende kamer met een prima badkamer en een ijsmachine om de hoek. Ok, die was stuk, maar verderop stond er nog eentje.

Nadat we ons ontdaan hadden van overtollig stof en zweet, genoten we van het zwembad. Een aanrader, zeker voor gezinnen met (niet te kleine) kinderen. Er waren verschillende grote en kleine baden, onregelmatig gevormd en omringd door ligstoelen. Er waren een paar glijbanen met beperkte openingstijden; door de Amerikaanse rechtszaak paranoia moest er bij elke glijbaan een medewerker staan en die stonden er natuurlijk niet de hele dag. Het grootste bad had aan één kant een waterval en aan veel palmbomen die in het hele complex stonden, hingen waterverstuivers waar je wat afkoeling kon krijgen zonder het water in te duiken. Er waren veel jetset achtige tafereeltjes van jongens en meisjes die met een drankje in de hand in het water aan de rand hingen. De gemiddelde leeftijd lag zo rond de 21. Dat gemiddelde kwam wel voor een belangrijk deel tot stand door de “gevoelsleeftijd” van veel badgasten. Badkleding en gedrag van die groep wannabee’s deed een verlangen vermoeden naar voor hen lang vervlogen jaren.

Er was een stand waar je badhanddoeken kon krijgen en verderop kreeg je van de rokende barbecue acuut lekkere trek. “Put another shrimp on the barbie mate!” Het thema was Australië en daarom werd vanuit een palmtakkenhut Foster’s bier verkocht. Voor echte Australiërs niet te zuipen, zo werd eens verteld, maar wel synoniem met dit land. Er was zelfs een happy hour waarbij je niet één, maar wel twee blikjes bier kreeg voor je $7,50 . Het geheel ademde een relaxte sfeer uit en een band verzorgde live muziek dat nog niet eens zo slecht klonk.

Nieuwsgierigheid naar wat er nog meer te zien en te doen was, lokte ons van onze rug. Met de lift naar de 17e verdieping terug en snel omgekleed. Hoe sjiek alles er ook uitzag, de echte stijl werd toch weer bepaald door de Amerikanen en hun casual kleding. Zo kon je zonder bezwaar in badkleding het hotel door en met de lift naar boven wat wel gemakkelijk was. Fris gedoucht liepen we het hotel uit om weer tegen een muur van warmte aan te lopen.

45° C in de schaduw om 7 uur ’s avonds! Voor de hoofdingang was een kleine bar en daar waren een aantal grote ventilatoren geplaatst met waterverstuivers in een ringleiding eraan vast. Door de wind werden de wolken water tegen je aangeblazen. Fantastisch! Het water was zo dun verneveld dat je er in het begin niet eens nat van werd. We liepen een eindje en besloten maar eens een hapje te gaan eten. Alleen waar? Ja, eetgelegenheden zat natuurlijk, maar we wisten door de grote keus eigenlijk niet meer wat we wilden. Uiteindelijk kwamen we terecht in het Riviera hotel, wat nog best een eindje verderop lag. We kozen voor het “all you can eat” buffet. Het woord buffet betekende automatisch dat je mocht opscheppen wat je wilde, maar dat begrepen we later pas. Voor zo’n $15,- per persoon (en geen kinderkorting) mochten we met een roltrap naar de eerste verdieping waar we een overvloed aan eten troffen. Er was werkelijk van alles. Niet alleen hoofd- bij- en nagerechten, maar ook genoeg keuze. We hebben ons hier echt niet typisch Nederlands gedragen, maar zagen dat het kennelijk ook niet meer Nederlands is om je bord 30 centimeter hoog vol te scheppen. We proefden van alles wat en er was zelfs echte melk! En toen ontdekte Tom het sinaasappelijs. Tja. Daar heeft ie lekker van geproefd. Een paar keer welteverstaan. We kwamen buiten en dat was een prestatie op zich. We zegen neer bij de bushalte voor de deur. Tom kon echt niet meer lopen van het eten. Toch een beetje teveel geweest. Het duurde wel een kwartiertje voordat we weer verder konden en dan alleen nog maar omdat het anders zonden van de tijd was. We strompelden in de richting van het Sahara waar een rollercoaster was en Sander even dringend naar de wc moest.

We zagen Stratosphere van dichtbij maar om naar boven te gaan moest je betalen. Dat gaf dan wel gelijk toegang tot de rollercoaster die daar op 300 meter hoogte reed. Dat was ons echter een beetje te gortig. We liepen via de overkant van de straat terug. We hoopten nog een voorstelling mee te kunnen maken bij Treasure Island. Tom ging voor de zekerheid maar eens binnen vragen hoe laat we het spektakel konden verwachten. Toen we hier 10 jaar geleden waren waren we net 2 maanden voor de opening geweest en nu zouden we het dan eindelijk zelf kunnen zien. Helaas, het mocht niet zo zijn: afgelopen maandag was net de laatste voorstelling geweest en men stopte nu tot oktober om een nieuwe show voor te bereiden. Zucht… We zullen er dus nog een keer heen moeten ;-)

Inmiddels was het al na middernacht en besloten we dat het mooi geweest was. Teruglopen ging intussen alweer wat gemakkelijker dan heen. Het voordeel van Las Vegas, althans van de Strip dan, was dat verdwalen onmogelijk was. Het nadeel dat je je echt wel verkijkt op de afstand. We hadden bij elkaar die avond zo’n 5 kilometer gelopen. Terug in het hotel ging iedereen uitgeput zijn bed in. Behalve Tom dan natuurlijk weer die nog even in het casino ging kijken. Hij raakte nog aan de praat met een Canadees en volgde verder de verrichtingen bij een paar roulette tafels.

De volgende dag hoefden we lekker niet zo te haasten. We wilden wel wat zien van de strip bij daglicht maar maakten niet de fout dit op een lege maag te doen. Bij een dichtbij gelegen McDonalds sloegen we een ontbijt achterover en vervolgens liepen we richting het zuiden.

We liepen langs Paris en zagen winkels die gewijd waren aan één thema. Zo had je een M&M’s winkel en een Coca Cola store. Leuk om te zien wat je allemaal kan krijgen met een merkje erop. Bij een soort supermarkt kochten we een windbestendige aansteker voor onze buurman die voor de planten zorgde. Ook vond Michelle nog een jurkje dat haar aanstond. Via een walkway gingen we naar de overkant van de straat waar we Excalibur binnenliepen. Het maakte niet veel indruk. Het naastgelegen New York des ter meer. Met name de immense achtbaan aan de buitenkant was een geweldig gezicht. We liepen naar de sectie in dat hotel waar de kinderspelletjes waren en waar je in de achtbaan kon stappen. Omdat behalve Tom niemand in de achtbaan wilde, ging hij ook maar niet. Een besluit waar hij nog steeds spijt van heeft en waardoor we (ook hiervoor) nog een keer terug zullen moeten.

We hadden een probleem om de uitgang terug te vinden wat natuurlijk ook de bedoeling is op plek die volledig is gewijd aan het leegschudden van klanten.

En verder ging het. We zagen een demonstratie van een goochelaar die een geweldige truc had door een speelkaart door de lucht te laten zweven alsof hij los zat. Hij liet hem om zijn lichaam zweven en het publiek mocht zelf zien dat er geen touwtje of wat dan ook aan vast zat. Hij haalde hetzelfde uit met elk willekeurig voorwerp dat hem aangereikt werd. Filmen werd echter niet op prijs gesteld. Als je de truc kocht ($20-) dan werd hij uitgelegd en aangeleerd. Eerst eens even kijken bij de uitleg alvorens het te kopen werd ook niet gewaardeerd. Ook wel te begrijpen natuurlijk, maar wel jammer. We wisten nog steeds niet hoe het werkte en zouden daar ook niet achter komen. Vooral Sander was erop gebrand zijn geld hieraan uit te geven, maar werd hiervan weerhouden door zijn vader. Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak en magie mag best magisch blijven om het leuk te houden. We kochten een ijsje en liepen langs het Bellagio. De fonteinen zouden we ’s avonds zien spuiten, toen we er nog een keer speciaal voor terugliepen.

We hadden afgesproken dat we de middag zouden doorbrengen bij het zwembad. Tenslotte was het nog steeds vakantie zodat we geen schuldgevoel hoefden over te houden aan luiheid tijdens een actieve reis.

Ook nu was het zwembad terras weer druk en zonovergoten. Er liep een meisje rond die posters uitdeelde van Foster’s waarop ze een handtekening zette. Ze maakte deel uit van een soort promotieteam dat ook spelletjes organiseerde voor de kinderen zoals hoelahoepen en zo. Michelle deed ook nog een keer mee, ondanks dat ze eigenlijk een beetje te verlegen was. Ze won niets, maar mocht later evengoed een paar sleutelhangers pakken. Toen Tom even naar het casino wilde, moest hij zijn voornaam opgeven aan een man die bij de ingang zat en een beetje in de gaten hield wie er binnen kwam. Het was namelijk hotel guests only. Toen Tom later terugkwam werd hij luid onthaald met “Hi Tom, were you been? I was waiting for you to get back here!” Erg grappig. Het casino uitstapje was trouwens nogal lucratief geweest met een winst van ruim $50,- bij de roulette tafel. s Avonds maakten we niet de fout van de avond ervoor door nu wel sneller en dichterbij te gaan eten. We kozen voor Panda Express. Voor ons totaal onbekend maar we aten er uitstekend. Het was een soort chinees fastfood met, al naar gelang de prijs, keuze uit meer of minder soorten gerechten op 1 bord. We liepen naar the Venetian waar we ons vergaapten aan alle pracht en praal. Eerder die avond hadden we ook al Ceasar’s Palace gezien waar de jongens op de foto mochten met een paar stoere gladiatoren. Tesamen vormden deze hotels oude en nieuwe glorie dat niet gemist mag worden bij een bezoek aan deze stad.

Maar ook aan Las Vegas kwam een eind en moesten we een eind maken aan weer een lange avond. Het uitchecken de volgende ochtend ging een stuk vlotter dan de aankomst. We hadden ons ingesteld op weer een partij sjouwen naar de auto, maar iedereen hielp een handje mee zodat we eigenlijk in no time onderweg waren. Was ook nodig omdat we een heel eind voor de boeg hadden naar Palm Springs. We tankten de auto vol en Sander pakte uit een koelvitrine van de benzinepomp alvast een sixpack bier voor zijn vader. Dat leverde commentaar op en dat hadden we kunnen weten natuurlijk. Je mag nu eenmaal geen alcohol kopen onder de 21 en kinderen van zijn leeftijd werden niet eens verondersteld in de buurt te komen van dergelijke alcoholische koopwaar. Voor ons Nederlanders is het dan wel weer apart om te zien hoe krampachtig men hier met alcohol omgaat. Niet dat wij de maatstaf moeten vormen, maar Nederland en Amerika zijn wat dit betreft wel uitersten. Toch was ook dit kleine incident wel leuk. We kregen deze uitleg van de pompbediende en we vertelden hem hoe het er in Nederland aan toe ging. Hij wist al dat het bij ons vrij liberaal was en wilde er zo wel heen. Hij pakte het sixpack in een bruine papieren zak en toen kon Sander het wat hem betreft naar de auto dragen. We reden de stad uit onder een bewolkte hemel die geen ruimte had voor zon. We hadden twee geweldige avonden gehad en het weer had wederom meegezeten, zoals het de hele reis al was geweest.

PALM SPRINGS       12 juli 2003

Hotel: the Vagabond Inn $ 68,- p/n

De weg naar Palm Springs was tamelijk saai. Het weer hielp niet mee om dat anders te zien. Hadden we de afgelopen tijd eigenlijk alleen maar ontzettend mooi en warm weer gekend, nu was het zwaar bewolkt. Ok, de temperatuur was prima, maar daar was het meeste mee gezegd. Ook was het een beetje een anticlimax om van het uitbundige Las Vegas koers te zetten naar een plek waar niet zoveel te doen zou zijn. We troostten ons met de gedachte dat we voor de jongens nog het e.e.a. in petto hadden. We hadden bedacht dat we via een backroad naar Palm Springs wilden rijden. Daarvoor sloegen we na een tijdje van de snelweg af en belandden wederom in een gebied waar indianen nog steeds de scepter zwaaiden. Het was wederom een plek waar je geen mens tegenkwam en je goed moest kij