September 1993. Nadat we in vervoering waren
geraakt door al het mooie en leuke dat we gezien en meegemaakt
hadden op onze rondreis door het westelijke deel van de
Verenigde Staten, spraken we af dat we onze kinderen graag
wilden laten zien wat ze hadden moeten missen; Ze waren niet
meegekomen vanwege hun leeftijd. Nu, bijna 10 jaar later, was
het dan eindelijk zover. De kindertjes van toen waren inmiddels
bijna pubers geworden zodat Sander van (nog net geen) 14 en
Michelle van (net) 11 met eigen ogen konden zien waarover ze ons
al zo vaak hadden gehoord.
Aan deze reis was een tamelijk degelijke
voorbereiding vooraf gegaan. Niet alleen hadden we al zo’n
anderhalf jaar geleden onze, destijds bewaarde, folders etc.
tevoorschijn gehaald, maar ook waren we begonnen het internet
zo’n beetje uit ons hoofd te leren. Zonder overdrijven kunnen we
zeggen dat we precies wisten waar we heen wilden en waarom.
Daarover een korte opmerking. Met de komst van internet is het
boeken via dat medium in opkomst. Dat gaat ten koste van de
verdienste van reguliere reisbureau’s. Ter compensatie zouden
die hun klanten dan echt goed moeten helpen. Het tegendeel bleek
waar. Gevraagd, bijvoorbeeld, naar de haalbaarheid, qua
reistijd, van een bepaalde route, maakten we mee dat het meisje
dat ons in een reisbureau hielp, de kilometers op een wegenkaart
ging optellen. Bij een ander, in Amerika gespecialiseerd,
reisbureau had men daar een computer programmaatje voor. Maar
ja, de kilometers, zover waren we ook al. Het ging, zoals
gezegd, om de route. Het antwoord moeten we nog krijgen. We zijn
een aantal reisbureaus afgeweest voordat we er ééntje vonden
waar we vertrouwen in konden hebben. Althans, dat dachten we,
want ook hier werd naderhand fout op fout gestapeld, tot aan het
vergeten van het boeken van vliegtickets aan toe. Die vervolgens
niet meer voor die (voordelige) prijs geleverd konden worden en
we weer moesten afwachten waar men vervolgens mee kwam. Het zal
duidelijk zijn dat we vanaf dat moment zelf zoveel mogelijk
hebben geregeld. De fouten waar wij mee geconfronteerd werden
konden we tenslotte zelf ook wel maken, maar dan zonder daarvoor
te hoeven betalen. Zoals in
het begin werd gezegd hebben we daar het internet voor gebruikt
en dat is uitstekend bevallen. Naast de site van
Expedia
hebben we ook een aantal overnachtingen rechtstreeks geboekt.
Het bleek dat dit laatste niet altijd duurder hoeft te zijn. 1
overnachting willen we speciaal onder de aandacht brengen en dat
is die in Bluff bij de
Recapture Lodge.
Hij wordt later nader genoemd, maar is het vermelden waard
vanwege de bijzonder vriendelijke en attente behandeling van de
uitbaters. Voor het zoeken naar specificaties bij hotels en
motels gebruikten we allerlei boekingsites.
Epinions
is een site waar veel meningen over allerhande lokaties staan,
opgetekend door reizigers. Om in Las Vegas te weten waar je aan
toen bent, kun je gebruik maken van de site van
Cheapovegas.
Erg informatief, maar alleen in het Engels. Tja, en dan als
laatste tip een
site over Yosemite.
Niet eens de meest uitgebreide, maar wel een van de leukste. Wij
haalden daar een uitstekend idee vandaan voor een dagindeling.
Kijk zelf maar eens.
We begonnen onze (vlieg)reis op Schiphol vanwaar
uit we met Air France naar Parijs vlogen. Daar zouden we
overstappen en doorvliegen naar San Francisco. Helaas vonden de
Fransen het nodig om een week of 6 voor vertrek stakings akties
te gaan voeren i.v.m. de pensioenen daar. Stress natuurlijk,
want wat zou dat voor gevolgen gaan hebben? Informatie
ingewonnen en afwachten maar. Mogelijkheden waren er wel maar
zekerheid niet. Onze annuleringsverzekering zou ingeval van
staking de meerkosten voor een nieuwe ticket betalen en dat was
al een hele geruststelling. Uiteindelijk besloten we, als er wel
gestaakt werd, om dan maar een dag eerder te gaan. (de akties
waren tot die tijd altijd op een dinsdag gehouden, uitgerekend
onze vertrekdag) Het hotel in San Francisco gemailed en we
konden eventueel een extra dag terecht. Over het mailen van
hotels verwijzen we je graag (en met klem) nog even door naar
het stukje over ons bezoek aan het AAA kantoor.
Op de vertrekdag liep alles echter gesmeerd en
kwamen we zonder problemen in Parijs aan. Onderweg “genoten” we
nog van een inflight snack bestaande uit een drankje en een
zakje koekjes. Voor die 3 kwartier verwachten we al niets dus
dit was weer een break. In Parijs wisten we goed waar we moesten
zijn en besloten we de transfertijd te doden met winkeltjes
kijken. We hadden toch tijd zat? We kochten iets te eten en
zouden naar de andere kant van een soort wand lopen waar de gate
zou zijn met het vliegtuig dat ons naar Amerika zou brengen. Ja,
dat dachten we. Het bleek veel verder te zijn dan we dachten! We
hadden ons, redelijk bereisd als we zijn, niet als vakantievee
willen gedragen door al zo vroeg aan de gate te verschijnen en
dat brak ons nu op. We begrepen al snel dat we veel verder
zouden moeten lopen en inmiddels zagen we op een scherm bij ons
vluchtnummer de aanduiding “boarding” al dringend knipperen.
Visioenen schoten door ons hoofd van al die mensen die we altijd
hadden bekritiseerd in programma’s als Airline, die dan te laat
kwamen en niet meer mee konden. Zo snel als enigszins mogelijk
met 2 kinderen en 20 kilo handbagage snelden we door gangen
waarvan we dachten dat ze de juiste waren, geleid door elkaar
tegensprekende borden. Uiteindelijk kwamen we aan bij de
veiligheidscontrole waar een rij stond van een man of 100. Omdat
dit forever leek te gaan duren liep Tom daaromheen en schoot een
van de controle mensen aan. Na iets gebazeld te hebben over
flight boarding en late (ons Frans is een beetje roestig),
mochten we zowaar voordringen. Nou, die horde was genomen en we
kregen meer hoop. Het laatste stukje tot aan de gate zelf was
niet zo ver en vervolgens konden we aansluiten in de rij die ook
daar stond. Bleek dat er 2 vluchten tegelijk aan het instappen
waren maar uit niets bleek wie in welke rij stond. We begrepen
nu iets meer van de Franse slag. Uiteindelijk kwamen we terecht
op de stoelen waarvoor we op Schiphol al instapkaarten hadden
gekregen en kon het grote avontuur echt beginnen.
De vlucht naar San Francisco duurde zo’n 10 uur
en dat was voor Michelle toch echt een beetje te lang. De
service aan boord was aan haar niet besteed en van de film, in
het Frans, met Engelse ondertiteling, begreep ze niets. Toch wel
punt van overweging, als je voor een luchtvaartmaatschappij
kiest, om te letten op de gesproken taal als je met kleintjes
reist.
Als
je dan moe wordt, dan helpen Gameboy en boekjes ook niet meer en
wil je maar één ding: Arriveren. Wij konden ons wel vermaken.
Het toestel, een Boeing 747-400, had een soort barretje bij de
pantry waar allerlei dranken zelf te pakken waren. Ook lagen er
broodjes klaar in zulke hoeveelheden dat we ons afvroegen of dit
nu de beloofde tweede maaltijd moest zijn. Deze werd echter
later nog geserveerd.
Onderweg werden we nog getrakteerd op een
fantastisch uitzicht boven Groenland waar we een heel stel
foto’s maakten van gletsjers en turquoise waterpartijen. Heel
mooi, temeer daar de ruiten voor de verandering eens niet vies
of bevroren/beslagen waren en de foto’s achteraf goed gelukt
bleken. Rond 1600 uur lokale tijd, kwamen we aan op onze
bestemming, waar alles zo vlot verliep zoals we nog zelden
hebben meegemaakt. Hoewel het niet echt druk was in de
aankomsthal, verwachten we oponthoud bij de immigration die in
Amerika paranoia streng is, zeker na 11 september. Echter, met
een big smile en “welcome to America” werd ons paspoort
afgestempeld en konden we door. Give that man a cigar! Met een
taxi zijn we naar het centrum van de stad gegaan, toch nog snel
zo’n kilometer of 20. Die taxi was overigens van een limousine
service die dergelijke auto’s tussentijds als taxi inzet omdat
ze stilstaand niets opleveren. We hadden vooraf op internet al
gezien dat die even duur zou zijn als 4 maal de prijs voor een
shuttleservice en met $42,- stonden we op de stoep van ons hotel
bij Union Square. En dat 2 uur na de landing! ’s Avond nog maar
een hapje gegeten en terwijl het voor ons onderhand al bijna
ochtend was, konden we genieten van jetlag.
San Francisco 25 juni 2003 (Hot
Town, Summer in the City)
Hotel: Union Square Plaza;
Geary St. $79,- p/n.
Omdat we er rekening mee hadden
gehouden dat we wel vroeg wakker zouden worden, hadden we gelijk
op de eerste dag Alcatraz geboekt via internet. Dat bleek een
goed besluit en zo liepen we om half 8 al door de nog rustige
straten van de stad. In een coffee corner een teiltje koffie
naar binnen gewerkt met thee voor de jongens die ze niet te
pruimen vonden. Ook de muffin viel Sander tegen. Hij kreeg het
al benauwd, want we hadden al aangekondigd die elke dag te gaan
kopen. Later bleek dat achteraf wel mee te zijn gevallen.
Aangezien ze ook internet hadden, nog snel even de e-mail
opgehaald en verder gelopen waar onze toegangskaarten voor “the
Rock” al klaarlagen. Overigens kunnen we iedereen aanraden toch
vooral te
reserveren:
Wij waren er op woensdag, maar het was tot vrijdag al
uitverkocht.
Alcatraz
zelf vonden we erg interessant, al kon Michelle het vele Engels
natuurlijk niet verstaan. Een deel konden we vertalen, maar we
hadden voor haar geen audiotour geboekt en zo snel alles
navertellen ging niet. We liepen ook nog met een ranger mee die
een interessant verhaal had over de historie voordat het
gevangenis eiland werd en wie er gewoond hadden. Hoewel het soms
wordt afgeschilderd als een “tourist trap” raden we een bezoek
toch aan. We hadden ’s morgens de raad om toch vooral een warme
jas mee te nemen op de boot maar niet opgevolgd. De zon scheen
al zo uitbundig en het leek ons wel warm genoeg. En dat werd
meer waarheid dan we hadden kunnen denken. Toen we eenmaal terug
waren in de stad viel ook gelijk de zeewind weg en viel het ons
pas op hoe warm het eigenlijk was. De temperatuur steeg tot 100º
F, oftewel 38º C !
Een nieuw record voor deze stad, dat sinds 1973,
met 35º, niet gebroken was. Amerikanen die we later onderweg
spraken konden het nauwelijks geloven omdat het normaal
gesproken met 18 à 20 graden wel gezegd is. We werden er ook
gelijk mee geconfronteerd dat ons hotel hier niet op berekend
was omdat er geen air conditioning was. Met de ramen open slapen
was wel wat rumoerig vanwege straatlawaai maar dat moest dan
maar. (met name de brandweer heeft de sirene ontdekt en gebruikt
die enthousiast). Tot overmaat van ramp bleek ook de centrale
verwarming gloeiend heet aan te staan met een knop die vast zat.
Gelukkig zag de receptionist in dat het hele systeem wel uit
kon, al duurt het dan nog wel even voordat zo’n radiator koud
is.
Onze tweede dag
in de stad begon met Tom die ziek was. Duizelig en hoofdpijn;
vermoedelijk door warmte bevangen, hoewel hij dat normaal geen
probleem is. Zal ook wel te maken hebben gehad met drukte die nu
wegviel. Na een rustig begin van de dag (heel vroeg, nog steeds
jetlag), een koele douche, koffie, nog meer koffie, en een
ochtendwandeling in de snel opwarmende stad, ging het gelukkig
weer beter met de patiënt. China town, ons eerste doel, viel wat
tegen. Als je het dan hebt over een tourist trap… Vrij snel
doorgelopen om vervolgens ergens in de Italiaanse wijk een
terrasje te pikken, voor zover je dat zo kunt noemen. We maakten
een plan om naar Coit Tower te lopen, op Telegraph Hill.
We
liepen echter verkeerd en kwamen onverwacht uit op een soort
heuvel waar we werden getrakteerd op een bijzonder mooi uitzicht
over de stad. Dat is weer het leuke van slenteren; je komt nog
eens ergens. Natuurlijk sloegen we Lombard street met zijn
kronkelstraatje niet over. We wilden de jongens met de Cable Car
terug laten rijden, maar dat wilden ze zelf eigenlijk niet. Ze
liepen wel lekker en we vonden dat geen probleem omdat ze zonder
uitzondering bomvol waren. Al die toeriste. We hadden voor de
rest van de reis een huurauto besteld bij Alamo. We vonden
onszelf vrij slim om die pas de laatste middag op te halen en zo
was het ook ;-) . Je hebt daar nergens een auto voor nodig en
van een parkeertarief van $25,- per nacht wordt je niet vrolijk.
Ook wij ontkwamen niet aan de standaard, zo lijkt het wel,
praktijken om huurders nog snel wat lichter te maken. Een vooraf
betaalde volle tank benzine bleek halfvol te zijn en of we dat
niet erg vonden. Natuurlijk wel! Het resultaat was restitutie
van de ontbrekende benzine, al was het bedrag nooit genoeg
geweest om hem half te vullen maar meer zat er niet in. We
kregen een briefje waarmee we thuis het teveel betaalde terug
zouden kunnen krijgen. Nou ja, dat hebben we dan maar even
aangenomen, al hadden we er eigenlijk niet zoveel vertrouwen in.
De meneer achter de balie gaf daarna al vrij snel de moed op
toen hij begon over aanvullende verzekeringen en hij ons gezicht
zag. (gaap)
’s Avonds gingen de mannen een internet cafe
zoeken om de digitale camera’s te legen die de jongens hadden
meegenomen. Het plan was om de foto’s op een CD te laten
branden. Dat kon bij Kinko’s en dat hebben we geweten: Of er
maar even afgerekend kon worden. Bijna 17 dollar voor het
opslaan van 60 foto’s op de CD-RW die we nota bene nog zelf
hadden meegenomen voor dat doel. Dat dit éénmalig was zul je
begrijpen. Het was voor Tom echter erg gezellig om met Sander ’s
avonds laat in zo’n stad te lopen. Sander kon op die manier de
stad ook op een andere manier zien, inclusief street low life,
en potentieel agressieve figuren. Samengevat hebben we erg veel
gelopen in San Francisco. Het is een heerlijke stad die bij een
volgend bezoek zeker weer op het programma zal staan. Lopen is
ook naar ons idee de enige manier om die stad “te doen”, zolang
je bijvoorbeeld niet naar Golden Gate park gaat. Het is allemaal
waar wat ze over deze stad schrijven. We hebben een deel moeten
missen maar dat geeft een goede reden om terug te gaan.
Het hotel kunnen we best aanraden is vlak bij
Union Square. Verwacht geen uitbundige luxe, maar de
koffie(automaat) staat klaar. Voor een stad waar de meeste
hotelprijzen beginnen tegen de $100,- was dit best te doen. Het
is er redelijk schoon en binnen niet gehorig, al zal dat ook van
je buren afhangen. De lobby is kleiner dan de foto wil doen
geloven (what else is new) maar het personeel vriendelijk. (You
wàlked to pier 41??? rolberoerte).
SONORA 27 juni 2003
Motel: Days Inn $75,- pn
Het was 315 km rijden naar Sonora en dat deden we
via Sacramento. Eerst waren we naar de AAA gegaan op van Ness.
We werden te woord gestaan door een allervriendelijkste vrouw
die erg ervaren was en een collega aan het inwerken was. Ze
vroeg bezorgd naar onze route en wat we wilden gaan doen. Toen
we vertelden dat we thuis vrijwel alle overnachtingen hadden
geboekt waarbij we ook Expedia hadden gebruikt, vertelde ze dat
ze daar geen goede ervaringen mee had. Er waren reizigers
geweest die, geboekt via Expedia, toch geen reservering hadden.
Pas nadat we vertelden dat we ook bevestigingsnummers hadden van
de hotels zelf had ze er vertrouwen in. De goede raad was dus
duidelijk en zoals zij het zei: “Talk to the hotel, then you’ll
be fine”. Hierna wilde ze zelf wel eens zien wat we dan hadden
voorbereid. Ze rolde van haar stoel toen we haar onze map lieten
zien. In al haar jaren bij de AAA had ze nog nooit zoiets gezien
of meegemaakt aan voorbereiding. Ze haalde er zelfs een collega
bij. Wat was namelijk het geval? We hadden ooit een tip gehad in
een nieuwsgroep van een vrouw die e.e.a. in een Excel blad
uitgewerkt. Dit idee hadden wij overgenomen en aangepast aan
onze wensen. Zo hadden we precies een overzicht van alle hotels,
adressen, prijzen enz. We hadden daarnaast nog prints gemaakt
van alle bevestigings e-mails van accommodaties, we hadden van
de Rand McNally site printen gemaakt van (stads)lokaties waar we
wat problemen verwachtten, we hadden coupons van internet
geprint en allerlei andere informatie in die map gestopt. Ook
nog een paar lossen Leitz showtassen voor bonnetjes etc. Nou,
dat maakte indruk! We wilden er niet mee pronken, maar waren
best blij met deze voorbereiding en ook met de kennelijke
bevestiging dat we het zo goed deden. Uiteindelijk zou blijken
dat we veel plezier van “de map” hadden gehad. Niet dat we alles
nodig hadden, maar zo is het net: Je hebt altijd nodig wat je
niet bij je hebt. Nadat we een stapel kaarten en tourbooks
hadden gekregen, en via een Safeway supermarkt waren gereden
voor een ice chest, kon de echte rit beginnen. Het was nog even
wennen aan zo’n grote auto.
We
hadden namelijk een Chrysler Concorde meegekregen uit de premium
klasse en met een zee aan ruimte, leren bekleding, z’n 6
cilinders samen verantwoordelijk voor 230 pk zoefde hij over de
weg. Onderweg deden we onze eerste Dennies aan en het smaakte
voortreffelijk. We hadden speciaal voor deze route gekozen omdat
we, vanaf Sacramento via hwy 16 de hwy 49 af wilden rijden. Zo
zouden we via Gold Country op onze bestemming aankomen.
Natuurlijk reden we bij Sacramento verkeerd. Na verloop van tijd
vroegen we de weg en werden via een route terug naar de juiste
weg geleid die we zelf nooit hadden gevonden. We zouden allang
achterdochtig zijn geworden of we wel goed zaten en zouden
teruggekeerd zijn. Omdat we wel vertrouwen hadden in de man die
ons, ook alweer, erg behulpzaam was, reden we langs een heel
aantal woonwijken met brede straten, totdat we de juiste afslag
tegen kwamen. Dat was Sunset Avenue. Of was het nou Sunrise? We
weten het nu niet meer maar er werd toen al wel bij gezegd die
twee niet door elkaar te halen. Via die weg kwamen we uit bij
hwy 16. Althans, die bleek het pas te zijn na een paar honderd
meter toen we een bordje zagen die het ons bevestigde. We waren
die weg ingeslagen omdat het “the Old Jackson Road” was en daar,
werd ons gezegd, moesten we in. Dat moest je ook maar weten zeg.
We kwamen die weg nu in vanaf de overzijde van de richting
vanwaar we gepland hadden uit te komen, en waren er zeker
voorbijgereden. Over de rit valt verder niet zoveel te vertellen
dan dat het landschap, zoals verwacht, pas vanaf de 49 erg mooi
begon te worden. Er is erg veel te bekijken langs deze weg en de
hele omgeving heeft een rijke historie die gerelateerd is aan de
tijd van de goudzoekers die in 1849 pas echt goed op gang kwam.
Ironisch genoeg waren het in die tijd vooral de mensen die
goederen of diensten leverden degenen die het meeste verdienden
en niet de goudzoekers zelf. Nadat we waren aangekomen bij ons
motel, namen we snel een duik in het zwembadje dat erbij hoorde.
Een koel drankje en een handje Hot Tamales voor de kids erbij en
we zaten goed. Die Tamales waren rode snoepjes die heet waren en
naar kaneel smaakten. We zouden ze nog vaker voor de jongens
kopen. Een vriendelijke Amerikaanse motelgenoot maakte een
praatje en wist nog het e.e.a. uit te leggen over de cruise
control van de auto. Sonora bleek een klein dorpje te zijn met
een paar leuke restaurantjes. Het stelde niet zoveel voor en
ademde voornamelijk rust uit. Het was echter wel een mooie
springplank om de streek te verkennen.
De
volgende dag was het de bedoeling om eens te zien hoe het nou
zat met dat goud zoeken. We hadden vooraf wel gelezen dat veel
dorpjes in het teken van goud stonden en we zouden eerst naar
Calaveras Big Tree State Park gaan, vlakbij het plaatsje Arnold.
Dat was snel genoeg gevonden. Na een koele rit door bossen en
heerlijke koffie op een terrasje onderweg, kwamen we daar aan.
Na entree te hebben betaald, parkeerden we en begonnen we aan
een trail door het bos. We kwamen voorbij een immense stomp van
een boom en een vrijwilliger-ranger wist te vertellen dat er 22
dagen voor nodig waren geweest om de boom om te zagen. Dat was
net zo indrukwekkend als de stomp van de boom zelf, ongeveer 9
meter doorsnee, waar we met z’n allen op stonden. Hij was ooit
omgezaagd om te kunnen dienen als toeristen attractie in San
Francisco… Gelukkig had men sindsdien meer hun verstand gebruikt
en had dit gebied de status van State Park gekregen en het is
vandaag de dag de toeristen faciliteit die in Californië het
langst (in jaren) open is. De trail ging verder het bos in. Het
ademde een overweldigende rust uit doordat er niet veel andere
bezoekers waren. Wat een verschil met plaatsen die we later
zouden bezoeken. Na een leuke wandeling van bijna een uur (ook
voor ouderen goed te doen) keerden we terug bij de auto om naar
Jamestown te rijden.
Daar kwamen we rond een uur of 2 aan. Het bleek
eigenlijk een beetje een misser te zijn. Van alles dat we erover
hadden gelezen bleek het toch voornamelijk te bestaan uit een
paar winkeltjes met zogenaamd antiek en een zaak waar je
goudzoekers tochten kon boeken. Niet iets wat we nog konden
doen, gezien de beschikbare tijd. Voor die zaak stond een
langwerpige houten bak met water en zand. Daar werd (nep) goud
in gegooid dat je er zelf uit mocht vissen. Het is toch vreemd
wat kinderen leuk vinden, maar na de vakantie zou blijken dat
dit toch wel erg veel indruk had gemaakt op Michelle. Haar zelf
gevonden goud (gekkengoud) heeft ze bewaard in een snel gekocht
plastic kokertje en ze was apetrots. Later hoorden we van een
mede toerist dat we naar Columbia hadden moeten gaan. Nou ja,
volgende keer dan maar.
Het was ook erg warm geworden in de namiddag en
we deden elkaar onderhand een groot plezier met een duik in het
zwembad zodat we daar voor kozen.
EL PORTAL (Yosemite) 29 juni 2003
Motel: Yosemite View Lodge €
140,- p/n
Vanuit Sonora reden we naar
Yosemite. Maar natuurlijk niet rechtstreeks want dat zou veel te
snel geweest zijn. Nee, we hadden van tevoren al gezien dat er
een oude stoomtrein in gebruik was waarmee vroeger boomstammen
uit het bos werden gehaald. Nu deed hij dienst als toeristische
attractie, maar dan wel een van formaat: The Logger, in dienst
van de
Yosemite Mountain Sugar Pine
Railroad. Een hele mond
vol voor een hele mooie trein.
Na
een leuke rit via de westelijke kant van de Sierra Nevada over
hwy 49, kwamen we, via Mariposa, aan bij Fish Camp, waar het
vlak bij was. Voor de lezer die hier zelf nog eens heen wil:
Kijk vooraf goed waar het is want je rijdt er zo voorbij. We
waren net op tijd voor de eerste van de drie ritten die dag. Ook
hier was het niet echt druk; meer bedrijvig. De trein zat nog
niet halfvol zodat iedereen kon zitten waar hij wilde. De rit
door het bos duurde een uur en halverwege werd er gestopt om
water in te nemen. Dat gold niet alleen voor de trein! Een mooie
gelegenheid om wat foto’s te maken. Er liep intussen een man om
de locomotief heen met een apparaat. Gevraagd vertelde hij dat
dat was om de temperatuur van de wielen en assen te meten. Dat
luistert kennelijk nogal nauw, iets wat wij ons in dit tijdperk
nauwelijks meer kunnen voorstellen. Nadat iedereen met een
videocamera de gelegenheid had gekregen om authentieke geluiden
te registreren voor thuis, (tsjoeke-tsjoeke en stoomfluit)
kwamen we weer aan bij het vertrekpunt. Hier scoorden we nog een
leuke souvenir: een snel op de rails gelegde quarter dollar werd
door de rangerende locomotief geplet tot een ovalen aandenken
die leuker is dan de centen die op Fisherman’s Wharf uit die
kinderautomaten kwamen. Bij dit gebeuren waren ook een aantal
winkeltjes waarvan er één een uitstalling had van oude
gebruiksvoorwerpen uit de tijd dat de lumberjacks dit gebied nog
gebruikten om hun brood te verdienen. Erg interessant. Al met al
een niet eens zo heel erg commercieel geheel waaruit de liefde
voor het materieel sprak. Een aanrader!
Inmiddels was de middag al ruimschoots begonnen
en zetten we koers naar ons volgende motel in El Portal. De rit
daarheen was erg warm en het werd vechten tegen de slaap. Het
personeel in de Yosemite View Lodge maakte op ons een erg
zakelijke indruk. Alle vragen werden keurig beantwoord, maar met
een plichtmatigheid die we nog niet tegengekomen waren. We
hadden het er echter mee te doen en onze kamer maakte veel goed.
Er was zelfs een kitchenette en alles wees erop dat je hier ook
in de winter goed kon overnachten. Het zwembad had weer dankbare
klanten aan ons. Eten deden we ’s avonds op het terrein zelf,
aangezien El Portal verder niets is en heeft. We hadden naar
Mariposa gemoeten voor meer keuze in restaurants en dat idee was
niet erg aanlokkelijk. Het gevolg was een oneetbare pizza,
hoewel die van de jongens iets beter was. De cola machine had
aan hen weer goede klanten en zo kwam ook aan deze dag een
einde. We waren intussen al een goed stuk op weg in deze
vakantie en al doende ga je dan beseffen dat er wel degelijk een
einde aan zit. Snel die gedachten verworpen; Er stond nog zoveel
leuks op het programma.
We hadden 2 verblijfsdagen gepland bij Yosemite.
We hadden nog moeten kiezen, omdat het reisbureau, door het
gedoe met tickets, de reisdagen had moeten verzetten en we onze
plannen hadden moeten omgooien. Een extra verblijfsdag was dus
hier aan vastgeplakt en niet aan de Grand Canyon, ons
alternatief. Een goed besluit. We zetten in alle vroegte met de
auto koers naar Fish Camp, wat nog bijna 2 uur rijden was.
We
kwamen rond half 9 aan bij Mariposa Grove waar we nog heerlijk
geen “last” hadden van de andere toeristen. Die anderen zullen
net zoveel “last” van ons hebben, maar je zult het wel
begrijpen. Na de eerste vriendendienst aan een stelletje bij de
ingang die hun foto genomen wilde hebben, parkeerden we op een
vrijwel lege parkeerplaats. We hadden een verhaal gelezen van
iemand die al schreef: Als je in Yosemite iets wilt, Get Up
Early! De Grizzly Giant was mooi om te zien tegen de strakblauwe
lucht. Het is echt een locatie om eens even op je te laten
inwerken. Om je dan te bedenken dat, toen de jaartelling begon,
deze boom al 700 jaar ongestoord stond te groeien. Het was niet
eens het formaat, maar meer dat gegeven dat indruk maakte. De
jongens vermaakten zich ook prima. Hoewel ze best aandacht
hadden voor de bomen, vonden ze de eekhoorns erg interessant.
Toen we nog een stel herten op hun dooie gemak voorbij zagen
slenteren was het bos compleet voor ze. Iedereen beleeft het op
zijn eigen manier. Heel belangrijk om rekening mee te houden, al
sta je daar niet altijd bij stil. Toen we bij de auto
terugkwamen zagen we waarom we graag zo vroeg wilden zijn. We
kwamen teruglopend al steeds meer andere mensen tegen, maar nu
was ook de parkeerplaats vol. Er reed inmiddels een pendelbus.
We zijn snel vertrokken. Glacier Point was het volgende item op
ons lijstje. Na een vrij lange weg kwamen we aan op een,
inmiddels ook overvolle, parkeerplaats. Het uitzicht maakte echt
alles goed! Fantastisch wat was dit mooi. Het is ook eigenlijk
een must om hier te komen en je tijd te nemen. We zagen the
Valley diep beneden ons liggen en de Half Dome torende ver boven
ons uit. Yosemite Fall had nog genoeg water om een mooi gezicht
op te leveren. We zagen nu ook voor het eerst onze bestemming
voor de volgende dag: Vernal- en, daarboven gelegen, Nevada Fall.
Als je heel goed keek kon je door een redelijke telelens zelfs
de mist trail zien die naar Vernal leidde. Ook hier konden de
kinderen, en niet alleen die van ons, zich weer vermaken met
bedelende eekhoorns. En wij maar waarschuwen dat ze konden
bijten en zo. Ja, vertel dat maar tegen kinderen die de meeste
eekhoorns alleen kennen van een vage schuwe schim in een bos in
ons land dat de naam, vergeleken met Yosemite, niet eens mag
dragen. Ook nu dwong de tijd ons door te gaan. Next stop:
Bridalveil Fall. Een bord met een opschrift dat het wel eens
fris kon zijn deed ons fronsen, want de thermometer gaf intussen
33 graden C aan. Maar het zal ongetwijfeld in de winter best bar
zijn in sommige delen van dit gebied. Dan wordt het echt weer
wildernis, iets dat Rangers de bezoeker graag zoveel mogelijk
voor ogen houden. En ze hebben nog gelijk ook want laat vooral
niemand vergeten dat hij slechts gast is en volkomen op zichzelf
is aangewezen zonder moderne zaken als auto, rugzak en
bergschoenen. Deze waterval stroomde nog volop en de kinderen
vermaakten zich op de immense keien die in de loop van de tijd
naar beneden gedonderd waren. Michelle kreeg het voor elkaar om
uit te glijden en drijfnat te worden. Dat betekende extra tijd
om op te drogen. Echt geen straf op deze plek. Je kon goed
merken dat dit gebied een stuk dichter bij the Valley lag want
er waren veel toeristen. Tom werd gevraagd een foto te maken van
een Oostenrijker die alleen was. Aangezien hij fotograferen als
oude hobby heeft, kijkt hij altijd wel hoe iets erop komt. Hier
leek het hem wel aardig om die man te fotograferen met de
waterval op de achtergrond, iets dat hij echt wel waardeerde.
Hij kreeg wat aanwijzingen en Tom ging zo laag mogelijk tussen
een paar rotsen liggen om die man, naar boven toe, te
fotograferen. Dat lukte allemaal wel, maar het leuke was de
kennelijke inspiratie voor anderen: Het kreeg gelijk navolging.
Grappig, zoiets.
We
sloten de dag af met een “all you can eat” diner. Later zouden
we ontdekken dat de Amerikaanse term daarvoor “buffet” is.
Daarbij denken wij aan wegrestaurant taferelen maar dat was hier
dus iets anders. Het smaakte best wel goed, maar bijzonder was
het niet. Het vulde in ieder geval en dat was hard nodig ook
want de middagmaaltijd was er eigenlijk een beetje bij in
geschoten.
De volgende dag stonden we vroeg op om de shuttle
bus naar het Happy Isles Trailhead te nemen. We zaten in alle
vroegte in de bus met een stuk of 10 anderen. Zo te zien waren
deze goed voorbereid en staken wij, met hobby rugzakje en maar 2
liter water, er erg schraal bij af. Maar goed, misschien waren
zij dan wat meer gewend qua outdoor adventure, ze zagen er even
slaperig uit als wij. Gekomen bij het beginpunt van de route
stroomde de hele bus leeg; we kwamen kennelijk allemaal voor
hetzelfde. We zouden namelijk naar Vernal Fall gaan lopen via de
Mist Trail.
Nu werden al snel de toeristen van de die-hards
gescheiden. Die liepen meteen voorop en we hebben ze niet meer
gezien. Het was moeilijk voor te stellen dat hier in 1996 nog
een brok rots naar beneden was komen zeilen met een gangetje van
250 km/uur. Het had 80.000 ton gewogen en had behoorlijk wat
schade aangericht. We liepen in het nog schemerig aandoend park
over een rotsig en zanderig pad tot we bij een houten bruggetje
aankwamen. Van hier uit konden we Vernal Fall reeds horen en we
liepen snel verder. Bij Clark Point gingen we links en
uiteindelijk kwamen we uit aan het begin van een soort steile
trap. Nu zagen we zelf waarom dit de Mist Trail genoemd werd:
Het was nattig en zag er glibberig uit door mos en algen
aanslag. We zeiden tegen Michelle dat ze vooral aan de rots kant
moest blijven. Iets dat we nog een paar keer moesten herhalen
omdat ze, zoals altijd, weer erg dartel was. Sander redde
zichzelf wel, maar daarvoor was hij ook een paar jaar ouder. We
hadden al helemaal een waterdichte tas meegenomen om de camera
spullen in te bewaren, maar dat bleek wat overdreven. Gedurende
de klim werden we goed vochtig, maar niet drijfnat. Een plastic
tas was ook voldoende geweest, al zal het ook wel afhangen van
de windsterkte en richting hoeveel water er over het pad
geblazen wordt. Het pad wordt op een stukje begeleid door een
ijzeren buis railing, die best wel stevig genoeg zal zijn, maar
niet meer dan een klein houvast biedt. Meer een laatste greep
als je uitglijdt, voordat je aan je definitieve afdaling begint.
De klim zelf was goed te doen en is ook voor ouderen het
aanraden waard, mits ze vooraf beneden voldoende rust hebben
genomen en nog goed kunnen zien waar ze gaan staan. Dit
vermelden we met opzet, omdat je door de fantastische aanblik
van dit natuurschoon snel overmoedig zou kunnen worden en je nog
terug moet ook. Nadat we ook deze “beproeving” met goed gevolg
hadden doorstaan, kwamen we op een droog gedeelte uit, ongeveer
een meter of 20 onder de rand van de waterval. Dit gedeelte was
erg fotogeniek en werd door veel mensen aangegrepen op elkaar te
fotograferen tegen een achtergrond van donderend water. Het was
niet erg druk hoor, in onze onmiddellijke omgeving liepen wel
wat mensen maar dat was alles. We waren voorbereid op horden
toeristen die we op foto’s hadden gezien, maar we hadden
kennelijk goed geschoten door vroeg te gaan. Boven ging het pad
over in een breed stenen plateau. Hierover kon je helemaal tot
aan de uiterste rand van de afgrond lopen. Ook hier was een
railing gemaakt en dat was dan ook het enige dat je scheidde van
het geweld dat het vallende water vormde. Het was een mooi
schouwspel om het water in de diepte te zien storten. Halverwege
waren in het steeds feller wordende zonlicht een paar regenbogen
zichtbaar die verwaaiden al naar gelang het fijne opstuivende
water weggeblazen werd. We konden nu ook goed zien waar we
eerder gelopen hadden. Heel in de verte kwamen de volgende
bezoekers al weer aan, maar het zou nog even duren voor ook zij
konden bijkomen. Het zag er allemaal nog nietiger uit juist
vanwege het grootse spektakel een paar meter verder. Het was ook
absoluut niet meer voor te stellen dat we deze plek hadden
gezien van Glacier Point, de vorige dag. We probeerden in de
massieve rotswand aan de overkant van de vallei dit
uitzichtspunt te onderscheiden, maar dat was lastig. We meenden
het te herkennen aan de uitstekende rots aan de rechterkant.
Hier hadden we foto’s van gezien met mensen, zelfs een auto,
model T-Ford, erop. We hadden bedacht dat iemand toch een
absolute “deathwish” zou moeten hebben om dat te doen en dat
idee leek nu alleen maar sterker. Na een kort “familieberaad”
besloten we door te gaan tot de hoger gelegen Nevada Fall.
Tenslotte was het nog vroeg . We liepen langs Emerald Pool
waarvan we hadden gelezen dat de onderstroom tamelijk sterk was.
Hoe aanlokkelijk pootje baden daar ook leek, de bodem was
glibberig en bood weinig houvast. Als je daar door de stroming
werd meegenomen dreef je linea recta naar de rand van Vernal;
een verkoeling die je dan gerust letterlijk mocht nemen. De
Silver Apron was een soort rotsplateau in het water wat er in de
schittering van de zon inderdaad uitzag als een glimmende
vlakte. Het pad boog af, bij het water vandaan, om even het
later via een brug te kruisen. Nu werden we door een koel bos
gevoerd via een pad waarvan je soms moeite had om het te volgen.
We hadden houvast aan voetsporen. Deze trail bleek toch wat
zwaarder dan de eerste; het ging op een gegeven moment steil
zigzaggend de berg op via keien en rotsen wat, als geheel, voor
trap moest doorgaan. Het was goed begaanbaar, maar vereiste wel
rust op zijn tijd en genoeg water.
Eindelijk kwamen we boven waar de trail uitkwam
op de John Muir trail. Na een broodje en -alweer- bedelende
eekhoorns, liepen we een meter of honderd door tot aan de rand
van Nevada Fall. Hoewel we hier maar zo’n 600 meter boven de
“Valley floor” stonden, was het uitzicht ook hier weer geweldig.
Nevafa Fall is met zijn 200 meter de hoogste waterval van
Amerika. Er stonden duidelijke waarschuwingsborden om toch
vooral de verleiding van het zwemmen te weerstaan. De kinderen
vermaakten zich een tijdje in een hoger gelegen waterpartij waar
ze goud zochten en we hadden intussen alle tijd om alles eens
rustig op ons te laten inwerken. Achteraf zijn we ook daar te
kort gebleven want eigenlijk moet je daar een halve dag
doorbrengen, al dan niet met walkman, op een stuk rots. Hier
kwam nog slechts een handjevol anderen en daarvan waren de
meeste, gewapend met stokken, bezig aan een tocht naar de Half
Dome.
De
terugweg via de John Muir Trail was eigenlijk zwaarder omdat het
nu bergafwaarts ging. Het vormde een grote belasting voor je
knieën om steeds weer je voeten goed neer te zetten en blessures
te voorkomen. Uitwerpselen van, vermoedelijk, ezels, stonken
lekker in de zon en verder maakte het tot stof vertrapte zand
dat we uiteindelijk tamelijk vies uitzagen. In ieder geval
vóelden we ons ook zo.
Rond half 3 kwamen we weer aan bij de busstop en
konden we nog net in de shuttle springen die ons naar de
parkeerplaats bij Curry Village terugbracht. Het was een
vermoeiende dag geweest maar wel een die ons het gevoel heeft
gegeven, in ieder geval een deel van Yosemite echt “gedaan” te
hebben, hoe summier ook.
TONOPAH
(Nevada dessert) 2 juli 2003
Motel: Ramada Inn Tonopah
Station € 47,- p/n
Vanmorgen reden we via Yosemite en de Tioga Pass
naar Tonopah. We brachten nog een bezoek aan het ranger station
omdat we die, voor ons gevoel, eerder in alle toeristendrukte
niet goed hadden bekeken. Nu, rond half 9 ’s morgens, was het
nog lekker rustig en werden we vriendelijk te woord gestaan door
een van de rangers. Natuurlijk de onvermijdelijke vraag waar we
vandaan kwamen. De kids werden “beloond” met een button. Nu
hadden ze wel vaker spulletjes verzameld en steeds weer hielden
we ze voor hoe bijzonder bepaalde dingen eigenlijk waren.
Hiervan zeiden we dat je die nergens ter wereld kon kopen. Zelfs
hier niet. Je kon die alleen maar krijgen van een ranger.
Zodoende kreeg dat soort spul een soort “meerwaarde” voor ze. Na
aanschaf van een lekkere beker koffie zetten we koers naar de
oostelijke uitgang van het park. Het werd een soort anticlimax.
Hoe verder we kwamen hoe kaler het eigenlijk werd, ook al omdat
we steeds hoger kwamen. Het meewarige gevoel een plek achter te
laten waar we zoveel van genoten hadden maakte dat we een beetje
sip waren. In Tualomne Meadows nog iets eetbaars gekocht. Ook
kochten we een soort sliert waarin een soort gekruid vlees zat.
Jerky Beef heette het. Het bleek heel pittige salami te zijn en
viel direct in de smaak bij Michelle. De Tioga Pass zelf was
sneeuwvrij en dat vonden we wel vreemd omdat we bij een eerder
bezoek in september nog wel sneeuw hadden zien liggen.
Doordat we even niet opletten reden we een stukje
verkeerd maar dat haalden we snel weer in. Alleen deden we dat
over een weg met heuveltjes die zo kort op elkaar kwamen dat je
er een soort rollercoaster idee van kreeg. Wel leuk, al dacht
niet iedereen daar zo over. De rit door de woestijn was nieuw.
We hadden tot die tijd alleen maar grazige groene vlakten en
bossen gezien. Om nu door een zanderig landschap te kruisen was
wel even wennen. Er was niet veel te zien, maar dat hadden we
wel verwacht. We gingen speciaal hierlangs om niet door Death
Valley te hoeven gaan. Wij hadden die al een keer gezien en
hadden daar geen bijzonder gevoel aan over gehouden. Tom wilde
graag langs het plaatsje Rachel (daarover later meer) en
daarvoor moesten we bovenlangs. Eigenlijk op dezelfde hoogte als
Yosemite een eind oostwaarts blijven rijden. De bestemming
Tonopah was eigenlijk alleen maar gekozen omdat verder rijden te
ver zou zijn. We bleven hier ook maar 1 nacht.
Toen we de bestemming naderden maakten we de
klassieke fout door te tanken bij de eerste benzinepomp die we
tegenkwamen. Dom! Want die is altijd het duurste. Wisten wij
veel. Het motel zelf ademde een sfeer van “vergane glorie”, net
zoals het stadje zelf trouwens. Ooit had hier de mijnbouw
gefloreerd, maar het vervallen geheel bestond nu uit niet meer
dan een hoofdstraat met benzinepompen en een stel motels.
Kennelijk was toerisme nog een lekkere bron van inkomsten. Het
werd direct duidelijk dat we aangekomen waren in Nevada.
Gokkasten sierden zelfs de lobby en geluiden van soortgelijke
offerblokken klonken vanuit een aangrenzende ruimte. We mochten
met drie dobbelstenen gooien. Drie gelijke ogen zou een gratis
verblijf opleveren. Voor de vorm geprobeerd natuurlijk, maar ik
had die dobbelstenen graag aan een nader onderzoek onderworpen.
Waarmee ik maar wil zeggen dat we gewoon, net als iedereen,
moesten betalen. Ach, maakte ook niet uit, want Visa was er weer
goed voor. Met een lift die zo uit een horrorfilm gehaald kon
zijn, gingen we naar onze etage. Het bedieningspaneel stond
enigszins onder stroom voelden we. We hebben de lift natuurlijk
een aantal keren moeten gebruiken en het kwam zelfs voor dat hij
onderweg stopte, om na een korte rustpauze weer verder te gaan.
Nee, die gaf geen vertrouwen. Het motel was verder best goed, al
was de kamer wel wat klein. Voor die éne nacht kon het ons
eigenlijk niet schelen en eerlijk gezegd was de prijs daar ook
wel naar. Het voordeel was wel dat er een immense supermarkt
naast stond. Waar die zijn klandizie vandaan haalde begrijpen we
nog steeds niet, maar we maakten graag gebruik van die koele
oase. We waren o.a. door wat voorraden fris en bier heen en
konden zo goedkoop wat inslaan. Het avondeten bestond uit
McDonalds, die we hier ook niet hadden verwacht. Nog een leuk
gesprekje gehad met een “local” (werknemer van McDonalds), die
ons vertelde dat het enige dat je hier als jongere kunt doen
bestond uit scheuren met je auto, drinken en achter de meiden
aanzitten. Dar konden we ons wel iets bij voorstellen omdat
Tonopah voornamelijk bestond uit verschrikkelijk veel niets.
CEDAR CITY
3 juli 2003
Motel: Ramada Ltd. € 54,- p/n
De volgende ochtend versliepen we ons een beetje
en dat kwam niet zo goed uit aangezien we nog een lange rit voor
de boeg hadden. Niet alleen was het nog tamelijk ver naar Utah,
waar we in Cedar City zouden slapen, maar ook wilden we in de
woestijn nog het e.e.a. bekijken. Althans, we? Tom had in de
voorgaande jaren bij het programma X-files veel gehoord over het
geheime overheids testgebied in de woestijn. Daar zou ook het
buitenaardse vliegtuig (als je het zo kunt noemen) dat bij
Rosswell was neergestort bewaard worden om nagebouwd te worden.
Er is een hele hype over en wordt zwaar bewaakt. En zo gingen we
wat later dan gepland op weg. Snel nog koffie gekocht bij
McDonalds. Nou, dat snel werd zo tráág. We weten nog niet waarom
het allemaal zo lang moest duren om 2 koffie in te schenken. Het
leuke van het wachten was wel dat we mensen uit een auto voor
ons spraken die net uit Utah vandaan kwamen en ons, als een goed
mede toerist, nog van wat tips voorzagen. Zulke gesprekjes
hebben we vaker gevoerd en vonden we erg leuk. Toen we eindelijk
na een kwartier door konden rijden was het al tamelijk warm
geworden. Airco aan en karren maar. Na een tijdje maar weer eens
op de kaart gekeken en we zagen tot onze schrik dat we totaal
verkeerd reden. Dat hadden we natuurlijk ook allang kunnen zien
aan de stand van de zon of het niet bereiken van een
dichtbijgelegen nederzetting, maar we waren die ochtend echt een
beetje sullig. Met een diepe zucht gekeerd en toen we weer terug
bij “af” waren, hadden we anderhalf uur voor niets gereden. Er
stond nu ook geen rij meer bij de McDonalds drive thru…
Vandaar
uit ging het echter voorspoedig zodat we na niet al te lange
tijd hwy 375 opdraaiden. Deze heeft de bijnaam van de
Extraterrestrial Highway, dat ook aangegeven staat. Dat was wel
fijn, want het landschap was intussen zo verlaten geworden dat
we hier echt niet wilden verdwalen. Die weg dankt zijn bijnaam
aan de vele mysterieuze verschijningen in de lucht. Met name ’s
nachts worden vaak vreemde lichten waargenomen in de lucht boven
de woestijn die zo snel gaan dat ze eigenlijk niet van een aards
luchtvaartuig kunnen zijn. Er zijn dan ook al veel mensen
geweest die daar gekampeerd hebben om zelf te kunnen aanschouwen
waar ze al zoveel over hebben gehoord.
Halverwege kwamen we langs het dorpje Rachel, dat
de naam dorp niet eens verdiend. Het bestaat uit een aantal
trailer homes die verspreid in het landschap staan opgesteld.
Het etablissement waar onze interesse voornamelijk naar uitging
was the little AleInn. Een woordspeling natuurlijk en een samen
voeging van Aliën en Inn dat zoveel betekent als buitenaards
wezen en café .
Hier
stopten we om lekker iets te eten. Dat zat wel goed, al werd op
dat moment de tent gerund door familie van de uitbater die zelf
in het ziekenhuis lag. Het eetcafé stond vol met memorablia die
vanuit de hele wereld was toegestuurd. Ongelofelijk wat veel
foto’s en brieven. En niet van de minste figuren hoor. Er hingen
gesigneerde foto’s van beroemdheden die op bezoek waren geweest,
maar ook van ufo sightings vanuit de hele wereld. Er was verder
een keur aan souvenirs met het thema ufo en buitenaardse wezens.
Ook op de nabijheid van Area 51 werd handig ingespeeld. Ook wij
konden de verleiding niet weerstaan en kochten een prullaria die
tenslotte nergens ter wereld te koop was en zodoende toch weer
authentiek werd. Na het eten, de nodige foto’s van deze
bijzondere plek in the middle of nowhere en uitleg waar we Area
51 konden vinden, vertrokken we weer. Na een kilometer of wat
stopte Tom voor nog een foto. Toen hij daar mee bezig was,
stopte er een auto achter de onze. Aanvankelijk vertrouwden we
het niet zo en bedachten dat we niet echt veel hulp konden
verwachten van politie of zo, als we hier werden overvallen.
Maar het bleek allemaal uiterst positief. Het was een
Amerikaanse mede toerist die ons eerder had horen vragen naar
Area 51 en ons wilde helpen. Hij kwam er net vandaan en gaf ons
wat betere aanwijzingen. Bovendien nog een pakje papier met
zelfs GPS coördinaten erop. Alles kwam van internet af en hij
hoefde het nu niet meer en dacht ons er een plezier mee te doen.
Nadat we hem hartelijk hadden bedankt, gingen we op zoek naar de
mysterieuze “black mailbox” waar we van de weg zouden moeten. Er
was wel bijgezegd dat die nu wit geschilderd was, maar aangezien
hij in ufo spotters kringen tot cultstatus verheven was, bleef
die naam gehandhaafd. Na 10 mijl kwamen we hem inderdaad tegen.
Onze gids, die tot die tijd achter ons gereden had, toeterde in
het voorbijgaan nog eens vriendelijk waaruit we opmaakten dat we
hier goed zaten. Er ontvouwde zich een landschap voor ons wat
niet echt uitnodigend was. We reden intussen al een tijdje over
een gravelroad en vanwege het volste vertrouwen in de technische
staat van onze auto durfden we het aan om door te rijden. We
moesten er niet aan denken om hier pech te krijgen want we
hadden niet het idee dat de AAA te hulp zou kunnen schieten. Als
we die al hadden kunnen waarschuwen want zonder telefoon en
totaal geen ander verkeer in de buurt was dat toch wel zeuren
geworden.
Na een tocht van een mijl of wat rezen er toch
wel wat twijfels. Zaten we echt niet verkeerd? Eerder waren we
al een vijfsprong voorbijgereden waar Tom, als een moderne Klein
Duimpje, een stuk steen had neergelegd op de weg waar we
uitkwamen. Zodoende hoopten we tenminste terug te kunnen keren
naar waar we vandaan kwamen. De weg werd ook steeds slechter met
meer kuilen dan eerst zodat het rij snelheid omlaag moest.
Onderweg keken we naar de heuveltoppen in de verte. De
vriendelijke toerist had ons uitgelegd dat we wel degelijk in de
gaten gehouden zouden worden met surveillance apparatuur en
sterke telescoop kijkers. Niet verwonderlijk, aangezien we niet
het eerste het beste militaire terrein naderden.
Om de auto niet teveel te belasten hadden we hele
stukken gereden zonder airconditioning aan zodat we onderhand de
auto uitdreven. We hadden alle ventilatie openingen moeten
sluiten vanwege de immense stofwolk die we veroorzaakten op deze
gortdroge weg. We wilden tenslotte het interieur van de auto nog
een beetje leefbaar houden, maar daarbij legden we het zelf
bijna af.
Eindelijk,
na ongeveer 12 mijl, bereikten we een bocht in de weg. Kort
hierna zagen we het ingang waarvoor we gekomen waren. We werden
gewaarschuwd door borden met de tekst dat we niet verder mochten
en vooral geen foto’s mochten maken. Als we deze regels niet
zouden opvolgen dan was het gebruik van dodelijk geweld
toegestaan. Mooi. Daar was geen woord chinees bij. We stopten en
stapten uit. Ellie zag dat niet zo zitten en bleef liever in de
auto wachten. Als een echte Nederlander, voor wie gezag nu
eenmaal alleen geld bij een flitspaal, dacht ook Tom dat het wel
zou loslopen met die waarschuwingen. Hij nam zijn fotocamera mee
om de beroemde borden (zoek maar eens met Google op internet) te
fotograferen. Maar toch was hij wel wat terughoudend. We hadden
intussen het apparaat opgemerkt dat op een heuveltje links van
ons stond. Het leek verdacht veel op een surveillance camera en
de antenne erop duidde op een live uitzending. Rechts van ons
stond, ook al op een heuveltje, een groene leger Hummer met
mensen, vermoedelijk militairen, erin. Michelle zwaaide eens
vriendelijk en er kwam zowaar een arm uit het voertuig die
terugzwaaide.
Op dat moment kwam er een ander voertuig
aanrijden uit de richting waar wij ook vandaan gekomen waren.
Het was een rode pick-up truck die naast onze auto geparkeerd
werd. Er stapte een man uit en een vrouw bleef zitten. Was dat
afgesproken werk of zo? Ook deze Amerikaan bleek speciaal
hierheen gereden te zijn. Hij mompelde dat hij het maar “a long
drive” vond voor “nothing much to see” en zo was het eigenlijk
ook. Ik vroeg hem hoe hij erover dacht om hier te fotograferen.
Hij vond het duidelijk jammer om zo in de gaten gehouden te
worden zag hij er toch maar van af. Met de woorden “It’s all so
hush-hush and all and I’m not gonna mess with these guys”
vertrok hij weer, een grote stofwolk achterlatend.
Dat was duidelijk genoeg geweest. Als een
Amerikaan in zijn eigen land het risico te groot vond om
gearresteerd te worden, dan moesten wij, als toerist het maar
voor de verandering eens niet beter willen weten. Zelfs niet als
eigenwijze Nederlander en daarmee werd de fotocamera weer
opgeborgen.
We reden terug en wensten dat we net zo’n
terreinwagen hadden als die andere man. We hadden eerder al het
advies gekregen rechtdoor te gaan in plaats van via dezelfde weg
terug zodat we een stuk konden afsnijden. Uiteindelijk kwamen we
weer op hwy 375 uit. We hadden in totaal zo’n 40 kilometer dirt
road gehad en dat was de auto goed aan te zien. Er zat ongeveer
een centimeter stof op en de originele witte kleur was verworden
tot een soort grauw rood.
De
rest van de weg naar Cedar City was niet echt interessant; meer
een verbindingsstuk. We verloren ook nog een uur tijd doordat we
nu in mountain time kwamen. Door wat vlotter door te rijden
kwamen we uiteindelijk toch nog rond 17.00 uur aan in ons motel.
We wisten eigenlijk niet meer of dit motel nu een zwembad had of
niet en waren blij verrast toen dat wel het geval bleek. Vooral
de jongens die er gelijk inplonsten en een kilo of wat stof van
zich afspoelden.
Tom ging met de auto langs een wasstraat want dit
was zelfs voor een huurauto te gek. Voordat we gingen eten,
reden we nog langs een grote supermarkt, waar ook allerlei
andere supplies werden verkocht. Zo verkochten ze daar ook
vuurwapens die lagen uitgestald achter grote vitrines. Nu zijn
we daar niet speciaal enthousiast voor, maar op zich is het toch
wel apart om te zien als je uit een land komt waar zelfs een op
echt gelijkend kinderpistool strafbaar bezit is. Zo kon Tom een
werknemer zover krijgen dat Sander een echt pistool mocht
vasthouden. Die man vertelde dat deze stad wel veilig leek, maar
als je echt goed zou kijken, je toch echt wel criminaliteit zou
zien. Hij reed in elk geval met zijn pistool op het dashboard
van zijn auto…
We zijn hierna maar lekker naar Kentucky Fried
Chicken gegaan. We hadden daar, zelfs in Nederland, nog nooit
gegeten en het beviel buitengewoon goed. We bestelden een grote
ton met “strips” waarvan we eerst niet eens wisten wat het was.,
maar het zag er wel lekker uit. Een aanrader als je van krokante
kip houdt. Deze stad had overigens opvallend veel
eetgelegenheden waarvan de meest fast food, zodat de keuze wel
lastig is. Cedar City is een prima stadje om te kiezen als
overnachtingplaats op doorreis naar verdere bestemmingen.
Een zonsondergang die de rode rotsen van Utah
kleurde, luidde de dag uit en we besloten dat de dag ten einde
was. Een dag in een road trip die ons inmiddels al meer dan 2000
kilometer ver had gebracht.
MOAB
4 juli 2003
Motel: Motel 6 $ 59,- p/n
Deze dag wilden we niet verdoen met treuzelen. We
stonden al op tijd bij de receptie om uit te checken toen we
zagen dat er een prima self service ontbijt klaarstond. Er was
keuze uit allerlei broodjes en cereals. Ook fruit lag er volop
en er waren verder geen andere gasten. We hadden hier niet eens
op gerekend (achteraf stond het wel in de beschrijving, maar
vergeten), zodat we toch nog maar even tijd namen.
De rit van Cedar City naar Moab, next stop, was
ongeveer 500 kilometer lang. We zouden via de snelweg gaan. Een
bewuste keuze omdat het die dag the 4th of July was en we de
festiviteiten wilden meemaken. Een lange rit, maar wel goed te
doen over een weg met weinig ander verkeer. Cruise control aan,
die natuurlijk, we blijven Nederlanders, net even hoger
ingesteld stond dan de maximumsnelheid van 75 mph. We zouden in
een van de vele gesprekjes aan de zwembadrand later horen dat de
politie onder de 5 mph overschrijding niets doet. De jongens
sliepen al binnen 10 kilometer; daaruit bleek ons steeds vaker
dat het toch nog echt kinderen zijn die echt hun slaap nodig
hadden. ‘s Avonds ging het licht niet echt vroeg uit en door het
drukke programma was uitslapen er deze keer echt niet bij.
Onderweg stopten we nog een keer voor koffie. Dat
was altijd één van de leuke dingen, vonden wij, het ritueel met
koffie in de auto. We kwamen ruim op tijd aan in de omgeving van
Moab. Zo vroeg zelfs dat we de omweg namen waarvan we vooraf
hadden gelezen dat die een “must” was voor mensen met de
bestemming als de onze. Daarom reden we door over de hwy 70 en
sloegen af bij State Route 128. Aanvankelijk leek dat een
verkeerde keuze. Het beloofde mooie landschap bleef uit en een
dor heuvellandschap kwam ervoor in de plaats. Pas na een
kilometer of 10 zagen we waarom deze tip had gestaan in één van
de vele boeken die we vooraf hadden doorgelezen. We kwamen aan
bij de Colorado rivier! Vanaf dat punt reden we parallel aan de
rivier en hadden we een constant uitzicht op schitterende rode
rotspartijen waarvoor we geregeld stopten om een foto te maken.
Een onderneming die niet zo prettig was door de vele muggen. Na
een heel eind kwamen we uit bij een driesprong vanwaar het nog
een kilometer was naar Moab zelf.
We reden eerst naar het plaatselijke visitor
centre om ons te laten informeren over things to do and see. We
zouden hier 3 nachten blijven; een rustpunt in de reis.
Vervolgens checkten we ruim voor het toegestane tijdstip in. We
kozen ervoor om nog even te wachten omdat we dan een kamer
konden krijgen op de begane grond, om de hoek van het zwembad.
De motelkamer zelf was van het type Motel 6. Iedereen die daar
wel eens geslapen heeft weet nu genoeg: Standaard, niet te
groot, redelijk sober, maar wel schoon, met een goede badkamer
en tegen een alleszins schappelijke prijs. De temperatuur was
intussen lekker opgelopen en het zwembad bracht weer verkoeling.
Het was niet heel groot, maar wel in een “gezellige” niervorm
met ligbedden eromheen. Er was zelfs een hot spa. Dat “hot” kon
letterlijk genomen worden, want het was zo warm dat het
eigenlijk niet uit te houden was en we kunnen echt goed tegen
warmte. De kinderen kregen daarbij ook steeds de restrictie dat
ze niet met hun hoofd onder water mochten aangezien zulke hoge
temperaturen een fijne kweekvijver van bacteriën konden zijn.
De
4th of July festiviteiten vonden plaats op een groot grasveld en
hadden een echt dorps karakter. Er was een band, genoeg te eten
en drinken en de lokale brandweer hield een brandweerauto trek
wedstrijd. Verder was er voor kinderen veel te doen zoals
schminken en spelletjes. ’s Avonds was er een groot vuurwerk dat
veel bekijks had.
Daarvoor hadden we lekker gegeten bij het
Slickrock cafe, een begrip in Moab met zelfs een aparte afdeling
merchandise. Hier was ook een mogelijkheid om lekker even e-mail
te lezen. En zo kreeg Sander van zijn opa en oma zijn cijfers
door van school. Die had hij nog tegoed omdat hij de laatste
schoolweek al weg was. Dat was toch wel steeds erg gemakkelijk
want, hoewel de thuisblijvers wel een lijst hadden van onze
route, eventuele belangrijke dingen konden zo heel gemakkelijk
gevraagd of doorgegeven worden. Hierdoor hebben we ook niet één
keer naar huis gebeld.
Op de eerste verblijfsdag stond Arches op het
programma. Het was maar een paar kilometer rijden naar de ingang
van dit Nationale Park en de toegang was al voldaan omdat we in
Yosemite een Golden Eagle pas hadden gekocht. Die $50,= zouden
we er dik uithalen. Het was erg warm en vrij druk. Bij de eerste
stop streek een bus Japanners neer die natuurlijk alles door de
zoeker van hun camera bekeken. Eén voordeel was wel weer dat
Japanners nooit langer blijven dan de tijd die het kost om
foto’s te maken van een attractie. We reden door het park en
maakten hier geen lange wandelingen. De afstanden waren nog best
groot en we waren bang dat het voor de jongens een beetje veel
gevraagd zou zijn om hier lang te gaan lopen. We hadden bij de
ingang een folder gekregen met de belangrijkste
bezienswaardigheden.
Na een ochtend hadden we het hier wel gezien. Het
was best heel mooi en bijzonder om te weten hoe dit gebied was
ontstaan, maar we wilden ook nog naar Dead Horse State Park.
Toen we op die laatstgenoemde plek aankwamen,
bleek maar weer eens hoe klein de wereld is. Bij het zwembad
hadden we de vorige dag een gezin gesproken die in Seatlle
woonde. Zij zouden vandaag terug naar huis gaan. Maar, toeval,
we kwamen ze in DHSP tegen! Zij warren net zo verbaasd als wij.
Grappig was dat.
Het park zelf was de moeite van het bezoeken
waard. Je had een schitterend uitzicht op de Green River die 700
meter lager stroomde en een “Gooseneck” vorm had. Er liep een
weg langs waarover een auto reed zodat je goed kon zien hoe hoog
je zat.
Het park had deze vreemde naam gekregen omdat het
vroeger gebruikt werd om paarden opgesloten te houden in een
soort natuurlijke corral met een hek aan de ene kant en een
afgrond aan de andere. Door een onbekende oorzaak was men eens
een kudde paarden vergeten zodat die van honger en dorst
omgekomen waren.
Beneden in de diepte zag je het terrein waar
Butch Cassidy (jeweetwel, van the Sundance Kid?) zich had
schuilgehouden. Een indicatie dat het vroeger harde tijden
moesten zijn geweest. We besloten de dag met een heerlijk diner
in Eddy McStiffs diner. Het moet gezegd: Dit is een aanrader en
weer eens iets anders dan fastfood.
De
volgende dag gingen we raften op de Colorado rivier. We hadden
de dag ervoor een arrangement geboekt en werden nu met een busje
en nog een aantal andere toeristen via SR128 een eind upstream
van de rivier gebracht. Bij aankomst werden 2 grote rubberboten
uitgeladen en een stel 2 persoons kano’s die ze “Duckies”
noemden. Allemaal een zwemvest aan en, na een korte uitleg,
stapten we in de boten. Gedurende de ochtend zakten we de
Colorado af in de richting van Moab. Onderweg kwam we over
diverse “rapids” die in de categorie 2 vielen. De grote boten
werden bestuurd door elk een meisje die onze reisleiding vormde
en die met roeispanen de boten in de goede richting stuurden.
Tegelijkertijd gaven ze aanwijzingen aan de mensen in de Duckies
welke kant van een rapid men het beste kon kiezen. Die meiden
bleken werkstudenten te zijn maar wel met outdoor ervaring.
Eéntje had zelfs al categorie 5 rapids gedaan en dat is dan wel
heftig, zo lieten we ons vertellen. Om beurten kon je in een
Duckie gaan als je dat wilde. Onderweg kreeg je diverse mooie
rotspartijen aangeduid en ook de lokatie waar filmopnames en
reclame opnames hadden plaatsgevonden. Hoewel je verondersteld
werd voor jezelf te zorgen qua eten, kregen we wel energy bars
en water uitgedeeld.
Uiteindelijk kwamen we aan bij een strandje waar
de pret op was. Boten opladen, terug in de bus en retour
vertrekpunt, Canyon Voyages Adventure Company in de hoofdstraat.
Al met al een zeer geslaagde ochtend en zo dachten de kiddies er
ook over. Het personeel was ook erg vriendelijk en behulpzaam
geweest terwijl dat best wel eens moeilijk moet zijn voor ze met
al die toeristen waar best wel nono’s tussen zullen zitten die
niets zelf kunnen.
We besloten om de middag relaxend door te brengen
bij de zwembadrand. Tenslotte was het vakantie en hadden we al
zoveel aktieve dagen gehad dat we ons niet schuldig hoefden te
voelen.
Na het avondeten gingen we nog naar de Moab Micro
Brewery waar bier werd gemaakt dat nergens anders te koop is dan
buiten die plaats en de directe omgeving. Er werden een paar
flesjes ingeslagen die de reis overleefden en waarvan de helft
aan een goede vriend van Tom werd gegeven die zelf ook altijd zo
attent is. Ook gingen we nog naar de T-shirt shop waar zo
ontzettend veel T-shirts en stickers verkocht worden dat het je
duizelt. En vrijwel alles wordt in eigen beheer gemaakt. Ook
ontwerpt men alles zelf. Michelle, die tot die tijd eigenlijk
nog niet zo goed bedeeld was, kreeg een leuk T-shirt. We reden
terug naar het motel en het viel ons op dat de
buitentemperatuur, zo rond 10 uur ’s avonds, nog 39 graden was,
volgens de thermometer in de auto. Heerlijk zwoel en de warme
trui die we voor de zekerheid maar hadden meegenomen gaf ons
kippenvel bij de gedachte alleen al. Een opvallend detail van
Moab vonden we wel dat de Outfitters, de zaken die kano’s,
fietsen en allerlei ander outdoor spul verhuurden, tamelijk
prijzig waren. Wij hadden $110,- betaald voor een ochtendje
raften met z’n vieren, maar daarmee zaten we echt aan de
onderkant van de prijscurve. Wat wel weer goed gemaakt werd in
de talrijke winkeltjes was het grote aanbod aan merchandise. Er
was voor iedereen wel wat te koop geweest.
En toen was het Moab adventure alweer ten einde.
We hadden vooraf een bewuste keuze gemaakt om in deze plaats een
paar nachten te blijven en die keus bleek uitstekend geweest te
zijn. Zo bleek ons weer eens een keer de onschatbare waarde van
internet waar we hadden gelezen wat hier te doen en zien was. We
besloten dat we deze plaats bij een volgende reis nog een keer
wilden aandoen. Al was het alleen maar om alsnog te gaan kijken
bij de power dam (take a left at Eddy’s Corner Shop) (this is
where the locals hang out, zo werd verteld tijdens een gesprekje
dat Tom had in de lobby van het motel, met de receptioniste en
haar vriendin)
BLUFF
7 juli 2003
Motel: the Recapture Lodge $
62,- p/n
Vanmorgen hadden we tijd genoeg en toch ook weer
niet. Dat zat zo: We zouden naar Bluff rijden en dat was niet zo
ver. Juist omdat dat niet zo ver was, dachten we dat het wel te
doen zou zijn om via de staat Colorado naar Mesa Verde te
rijden. Het was qua kilometers inderdaad wel te doen. Waar we
ons op verkeken hadden was dat je, eenmaal in dat park, nog een
heel eind moest rijden om te komen bij de bezienswaardigheden
waar het om bekend staat.
We zijn er inderdaad heengereden, maar we hebben
eigenlijk weinig gezien. Hadden we dat wel gedaan dan hadden we
alsnog weer moeten haasten. We zijn daarom in de middag afgezakt
naar Bluff om daar toch niet te laat aan te komen. Eerder die
ochtend bezochten we nog een welcome centre die we tegenkwamen.
We spraken er een paar mensen die het ook alweer tamelijk
bijzonder vonden ons Nederlanders te ontmoeten. Dit vormde toch
ook weer een van die leuke kleine gesprekjes.
Onderweg stopten we nog voor een paar echte
bisons die in gevangenschap gehouden werden. Ze lagen als een
paar harige koeien in het zand en deden in niets denken aan de
plaatjes die we van zulke beesten hadden gezien, rennend over
een prairie. Nu wil je wel rennen met een horde indianen achter
je, maar toch. We hebben Colorado achteraf maar beschouwd als
een soort zoveel landen punt: Je kunt zeggen dat je er geweest
bent. Overigens was daar vlak in de buurt inderdaad het 4 corner
point; de enige plek in Amerika waar je in 4 staten tegelijk
kunt staan. En daar gingen we nou juist met opzet níet heen. We
reden het laatste stuk door een landschap dat weer erg
woestijnig werd. Bij een driesprong zonder wegwijzers gokten we
links. We hadden Bluff onderhand toch al eens moeten tegenkomen?
Het bleek een goede gok en we reden na een paar honderd meter
het dorpje binnen. Hoewel, dorpje? Als je dat nog een keer zei,
reed je er alweer uit.
Het inchecken hadden we nog even spannend
gevonden omdat dit het enige motel was waarvan we geen
bevestigingsnummer hadden. Dat hadden we nog wel gevraagd over
de mail, maar we kregen een antwoord dat zo’n beetje klonk als
“no problem, we’re the only hotel in this street. Just ask
because we’re a local landmark”.
En toch hadden we er wel vertrouwen in gehad dat
we verwacht werden en zo bleek het ook te zijn. We werden op een
heel hartelijke manier onthaald en het hele etablisement ademde
een heerlijke rust uit, ondanks het feit dat het vol zat. Er was
een zwembad. Niet groot, maar toch groot genoeg om verkoeling te
bieden en het stof van je af te spoelen. De jongens vermaakten
zich en wij konden lekker even bijkomen met een drankje. Air
conditioning was
hier
centraal geregeld, maar afdoende ondanks het feit dat hij niet
constant aanstond. Het was er brandschoon en we kunnen het met
een gerust hart aanbevelen. Er worden zelfs in de avond dia
voorstellingen gehouden voor wie daar zin in heeft. Verder is er
van alles te koop of te gebruiken en deed men niet moeilijk over
een schep ijs extra in de koelbox.
De TV bood weinig vertier en dat moest ook
eigenlijk zo zijn op een verlaten plek als deze. Daar mag het
aan zulke luxe ontbreken. We konden voortreffelijk eten in een
van de drie (!) restaurantjes en geloofden eigenlijk de rekening
na afloop niet. Niet dat we klaagden, maar we verwachtten veel
meer kwijt te zijn. Snel nog even de mail gelezen en naar de
kamer terug. De jongens gingen verder aan hun dagboek en wij
zaten lekker op de veranda te genieten van de rust. Helaas was
het nodig dat verderop een vrachtwagen bleek draaien
(accu? lucht?) zodat de heerlijke stilte
uitgerekend nu verstoord werd door geluid dat daar niet
thuishoorde. We besloten dat die vrachtwagen niet bestond.
’s Morgens stond het ontbijt, weliswaar tegen
betaling, klaar. Er werd een beroep gedaan op je eerlijkheid
doordat je zelf mocht afrekenen wat je had gebruikt. Buiten hing
een waterding waar een heel stel kolibries uit dronken en ze
vlogen af en aan.
GRAND CANYON
8 juli 2003
Motel: the Maswick Lodge $
76,- p/n
Na de uiterst vriendelijke behandeling viel het
tegen dat de naastgelegen benzinepomp werd gerund door een
chagrijnige indiaan. Het kon geen toeval meer zijn dat we de
vorige reis ook alleen maar indianen waren tegengekomen die
onvriendelijk waren. We maakten de inmiddels weer afgrijselijk
smerige voorruit schoon en met achterlating van een kilo
vliegenkadavers zetten we koers naar Monument Valley. We
probeerden onderweg nog een leuk stukje mee te pikken door een
zijweggetje te kiezen waar het er wel leuk uitzag. Dat hadden we
wel vaker gedaan en vonden we nu juist het leuke van een
huurauto en dus eigen baas zijn. We stopten bij een bord om een
stukje te filmen, toen er een motorrijder naast ons stopte. Een
jongen met meisje achterop zijn Harley (wat anders…) vertelde
ons dat we de ingeslagen weg echt moesten vervolgen om een
fantastisch uitzicht te krijgen. Hij ging ook door. We bedankten
hem hartelijk voor zijn raad en waren weer verbaasd over deze
spontaniteit en genoten van het geluid dat zijn motor maakte en
dat maar langzaam uitstierf over de uitgestrekte weg voor hem.
We kozen inderdaad voor zijn raad en kwamen terecht op een
gravelpad dat sterk hellend een berg opvoerde. Nu had Tom wel
voor wat moeilijker begaanbare weggetjes gestaan, maar nu voelde
hij er toch weinig voor om dit pad, wat het eigenlijk alleen
maar was, te blijven volgen. De gedachte om hier pech te krijgen
was genoeg om ervan af te zien want voor hier ooit hulp zou
komen? Dit was nog desolater dan de woestijn in Nevada bij Area
51.
We keerden om nu we nog kónden keren en reden
richting van Goosenecks State Park. We stopten bij Muley Point
Overlook. We zagen Monument Valley in de verre verte al liggen
en beneden ons stroomde de Colorado. We spraken een man die er
een tijdje zonder zijn vrouw op uit was getrokken. Hij had hier
altijd al graag eens willen kijken en zij had er geen zin in
gehad. Omdat hij een matige wegenkaart had konden we hem de
juiste weg wijzen op onze kaarten. Hij was verbaasd dat we uit
Nederland kwamen; hij had dat nog niet gehoord aan ons praten.
Hij vertelde de jongens te genieten van deze vakantie. Hij zei
dat ze pas veel later zouden beseffen hoeveel geluk ze hadden om
dit te doen. En zo was het ook.
We reden het doodlopende uitzichtpunt af en
verbaasden ons over het “stop”bord dat daar stond. Alsof er ooit
meer dan 1 auto tegelijk zou rijden. Het was een uiting van het
Amerikaanse dat toch een beetje betuttelend is. Bordjes als
“please use railing” naast een leuning en andere totaal voor de
hand liggende dingen met dan tóch een bordje ernaast hadden we
al vaker gezien.
We reden uiteindelijk door Monument Valley en
kwamen binnen via hwy 163 die in zoveel reisgidsen te zien is.
Een mooie weg die goed de weidsheid van het gebied illustreerde,
maar waarvan we betere voorbeelden hadden gezien. Het uitzicht
op de rode rotsen was hier natuurlijk wel mooier. Je kon ook
goed zien tot welk punt vroeger de zee had gestaan. We kwam
voorbij de ingang naar de Valley zelf. Dit was Navajo gebied en
dat was goed te zien aan de vele kraampjes indianen koopwaar. Er
werd entree geheven en we hadden allemaal eigenlijk geen zin om
de vallei zelf door te rijden. We wilden graag naar de Grand
Canyon, ons einddoel van die dag. We reden door Mexican Hat en
waren blij dat we in Bluff hadden overnacht. Dat was niet veel,
maar tenminste nog mooi gelegen. Dit was echt niet aantrekkelijk
en kunnen we niemand aanraden.
We reden Grand Canyon National Park binnen via de
south rim en de oostelijke ingang. Onze Golden Eagle pas werd
hier scherp gecontroleerd aan de hand van rijbewijs en
handtekening. Bang dat we hem hadden overgekocht van een eerdere
toerist? Dat zouden wij nooit doen. (nee, wij verkochten hem
zèlf door!)
Eerste stop was bij Desert View waar we naar de
uitzichttoren liepen. Hier zagen de jongens voor het eerst met
eigen ogen de Canyon waar ze al zoveel over gehoord hadden.
Het was er een stuk drukker dan in Yosemite, dat
toch ook de naam heeft een trekpleister te zijn. Bussen vol
mensen en we moesten echt wel weer even door deze “cultuurschok”
heen. Later in GC village werd dat nog erger.
We reden via de zuidelijke toegangsweg verder
naar het dorp zelf. Het was nog een heel stuk, maar we kwamen
mooi op tijd aan. De wachttijd in de receptie voor ons motel
viel mee en we werden keurig verwacht in the Maswick Lodge. Leve
internet! Snel uitgeladen en de koelbox met een paar bakjes ijs
gevuld. Er was geen airconditioning en dat wisten we vooraf. Het
was wel weer even wennen omdat het hier nu ook niet bepaald
winter was. We hielden ons rustig en stapten in de auto op weg
naar Tusayan wat nog best een stukje rijden was. Het lijkt zo
dichtbij op de kaart maar voor je het park zelf uit bent duurt
ook even.
We hadden vooraf kortingbonnen voor het Imax
theater geprint en meegenomen en bezochten de film die over de
Grand Canyon ging. Hoewel het natuurlijk allemaal in het Engels
was, voor Michelle wat moeilijk, was het fantastisch. We raden
ook iedereen aan om, liefst vooraf, die film te gaan zien. Het
geeft een beeld van de geschiedenis van de Canyon en laat zien
dat hij niet doods is, zoals hij van boven lijkt. Dieper in de
Canyon is veel leven en groen. Het geheel is, de naam zei het
al, gefilmd in het Imax formaat en wordt vertoond op een immens
scherm. Een belevenis!
We reden naar het vliegveldje vanwaar de talrijke
helicopters vertrokken voor een sight seeing boven de Canyon. We
vonden het erg duur en hadden geen €450,- over voor een half
uurtje, temeer daar er 300 meter bóven de rand gevlogen werd en
niet in de Canyon zelf.
Tja, keuzes. Het budget was maar zo groot en
daarna op. We genoten wel weer van de pizza die we voor
avondeten hadden. En de jongens maar cola tappen. We bereidden
ze maar vast voor dat het, terug in Nederland, afgelopen zou
zijn met de pret van gratis refills, óók in de koelkast thuis
dus.
We hadden een lange dag gehad, ook al omdat we
uur tijd wonnen doordat de indianen niet meededen aan zomertijd.
Het was nu toch echt op en, eenmaal terug, gingen de jongens
verder aan hun dagboek en genoten wij van de dennengeur op de
veranda van ons motel met een drankje.
Een
verblijfsdag in de GC. Zoals eerder al werd gezegd, hadden we
hier maar 1 dag gepland om zodoende wat meer tijd te hebben in
Yosemite. Die dag wilden dan natuurlijk wel goed gebruiken en
daarom stonden we niet zo laat op. Nu was dat de hele reis al
niet het geval geweest, maar toch. We ontbeten in het cafetaria
dat bij Maswick hoorde. Het ontbijt was best stevig te noemen,
wat ook van de prijs gezegd kan worden. Pannenkoeken met syrup.
Niet echt ieders favoriet, maar nog enigszins weg te krijgen
vergeleken met de andere gerechten. Ook was het iets dat stond
in de maag want op toast alleen konden we de beproeving die ons
te wachten stond niet volbrengen. Michelle ontdekte dat er
gratis potloodjes lagen waarmee een enquête ingevuld kon worden.
Die voldeden echter ook prima als cadeautje voor haar
vriendinnen thuis omdat er “Grand Canyon” op stond. En zo
verdwenen er een aantal in de tas. Die tas. Ja dat was ook
zoiets want we hadden natuurlijk altijd het probleem waar de
spullen te laten zoals paspoorten en tickets. Op goed geluk in
de motelkamer laten zagen we niet zo zitten. We hadden vooraf
een tas gekocht die eigenlijk bedoeld was om een een notebook
computer in te vervoeren. Doordat hij zoveel vakjes had voldeed
hij echter ook prima om onze spulletjes mee te nemen. Ook de
reservesleutel van de auto en natuurlijk een klein voorraadje
snoep kreeg zijn plaats. Het bleef de hele reis door wel wat
sjouwen, maar dat was dan maar de prijs van diefstal preventie.
We gingen hierna vol goede moed naar het Bright
Angel trailhead, vlakbij de gelijknamige logde. Onderweg kwamen
we een infobord tegen met een thermometer die inmiddels, half 10
’s morgens, 40 graden C° aanwees. We hadden zo’n 2½ liter water
bij ons en zouden een iend deze trail gaan volgen. We hadden er
eigenlijk niet zo’n idee van hoever we zouden lopen, maar
bedachten dat dit zover zou zijn als we zin (en water) zouden
hebben. Het pad naar beneden was stoffig maar goed begaanbaar.
Binnen de kortste keren zagen we er tot knie hoogte uit alsof we
ons al een week niet hadden gewassen maar dat was niet afwijkend
van de andere wandelaars. Het was er bedrijvig, niet heel druk.
Mensen die je tegenkwam groetten je vriendelijk. Soms ontstond
er een kort praatje met een paar Amerikanen. Nadat we een uurtje
naar beneden gelopen hadden - we zaten inmiddels ongeveer 600
meter beneden de rim – kwamen we een ranger tegen die ons vroeg
hoever we dachten te gaan lopen. We vertelden hem ons plan. Hij
fronste wat en begon uit te leggen waarom we eigenlijk beter
terug konden gaan. “The view isn’t gonna get
much better than here and it will be another hours hike before
the next water”. Hier was inderdaad water te tappen uit
een kraan. We moesten er verder rekening mee houden, zo ging hij
door, dat het voor elk uur naar beneden, 2 uur omhoog lopen zou
zijn. Zeker als we geen eten bij ons hadden dat extra energie
zou opleveren, radde hij ons af om verder te gaan. Wij lieten
hem onze energy bars zien waarop hij, waarschijnlijk voor de
zoveelste keer, uitlegde dat die hier van weinig waarde waren.
Hij at zelf een soort pepita mix uit een zakje en merkte op dat
je vooral zoute dingen moest eten. Je kon nog zoveel water
meenemen, maar op een gegeven moment nam je lichaam het niet
meer op, spoelde het zo door. Daarvoor moest je dus eten. Een
verhaal waar bezorgdheid uit sprak, maar wel met een soort “ik
heb het je gezegd, doe wat je wilt” ondertoon. Hij richtte zich
tot de volgende groep en wij liepen naar de kraan, even
verderop, waar heerlijk koel water uit kwam. We besloten de raad
van deze ranger op te volgen. De jongens hadden gedurende de
afgelopen weken ook al zoveel gedaan, dat we voor hen niet
verder wilden lopen alleen om het lopen en het idee dat gedaan
te hebben. We hadden goed geluisterd naar zijn verhaal. Elke dag
moest de ranger helikopter 5 maal uitrukken om mensen uit de
Canyon te halen die echt niet meer verder konden. De kosten
daarvan beloopt duizenden dollars en worden gewoon
teruggevorderd. We begonnen de weg terug en ondervonden dat hij
niet had overdreven. Het was inderdaad veel pittiger dan de
afdaling en dat hadden we niet zo verwacht. We hadden in ieder
geval genoeg tijd om het andere verhaal te overdenken dat de
ranger vertelde: De afgelopen avond waren er toeristen geweest
die kleine steentjes naar beneden hadden gegooid vanaf het
uitzichtspunt achter de Bright Angel Lodge. Eén van die
steentjes had een hiker aan haar hoofd geraakt. Omdat zo’n
steentje natuurlijk snel in valsnelheid toeneemt, werd het een
projectiel die die vrouw zodanig verwondde dat ze met hulp uit
de Canyon gehaald moest worden. De verantwoordelijke toeristen
waren gearresteerd en voorgeleid aan de Sheriff in Flagstaff
waar hen een flinke boete te wachten stond. Weer een voorbeeld
om waarschuwingen serieus te nemen (overal staan borden dit dus
niet te doen) en een blijk van voortvarend optreden van de
rangers die politiebevoegdheden hebben.
We droegen bij toerbeurt het water en de beurt
was aan Sander. Hij voelde zich echt verantwoordelijk en was
vastbesloten om ons niet zonder water te komen laten zitten. Hij
was hier echter zo vasthoudend in dat hij geen water wilde geven
toen Michelle, en wij eigenlijk ook, daar toch echt wel behoefte
aan hadden. En zo kwamen we met de halve voorraad boven aan. We
waren echt wel even moe en dronken het fonteintje zo ongeveer
leeg.
We namen hierna de bus naar Hermit’s Rest.
Onderweg reed de bus langs de rim en hadden we op veel punten
een mooi uitzicht. Bij Hermit’s Rest was het stampvol. Er had
ooit iemand echt gewoond en probeer je daar maar eens een
voorstelling van te maken met zo’n uitzicht voor je deur. Wat
moet dat geweldig zijn geweest. Met al die andere mensen om je
heen was het echter moeilijk concentreren op zoiets waarvoor je
eigenlijk, van alles afgesloten, op een stuk rots moest gaan
zitten en de omgeving in je opzuigen. Ongetwijfeld zullen veel
anderen ook dezelfde gedachte hebben gehad, hoewel er ook veel
gezinnen waren met kinderen die slechts oog hadden voor de
souvenirs en de ijstent.
We hadden nog getwijfeld of we een deel terug
zouden lopen om dan onderweg de bus weer te pakken bij een van
de oppikpunten. We kozen echter voor de hele rit om vervolgens
een shuttlebus naar het visitor info center te nemen. We waren,
daar aangekomen, helaas te laat om de jongens nog te kunnen
laten deelnemen aan een “junior ranger program”. We bezochten de
tegenovergelegen giftshop waar zo’n beetje hetzelfde werd
verkocht als elders in het park.
De shuttlebus terug had al net zo’n
karakteristieke driver als heengaand. Bijna dwangmatig als het
ging om het verbod om in de deuropening of het trappetje te gaan
staan, werd steeds omgeroepen dat er niet vertrokken zou worden
als men daarop betrapt zou worden. Dat werd dus proppen. Leuk
was wel dat één van de chauffeurs die we hadden (de andere was
overigens een vrouw die zo weggelopen zou kunnen zijn uit zo’n
Amerikaanse serie) steeds riep “doors are closing” met een
southern accent. We hebben het nog een hele tijd tegen elkaar
gezegd maar die imitaties haalden het nooit bij het origineel.
Weer één van die kleine dingetjes die je vakantie maken.
We hadden een indruk gekregen van de Grand Canyon,
meer ook niet. Het werd wel duidelijk dat je erin moet afdalen
als je hem echt wil zien en ervaren. Daarvoor moet je dan niet
met (kleine) kinderen reizen, een goede gezondheid hebben en
vooral de tijd. Voor nu hadden we ons “subdoel” bereikt en dat
was om de jongens mee te nemen naar deze plaats op aarde die
door velen wordt beschouwd als een natuurwonder.
LAS VEGAS
10 juli 2003
Hotel: the Flamingo $ 55,- /
$110,- p/n
We hadden de reis zo gepland dat de volgende stop
zou zijn in Las Vegas, een bestemming die natuurlijk niet mag
ontbreken! We reden voor de laatste keer GC national park uit en
zetten koers naar Williams. Daar zouden we van de gebruikelijke
route afwijken om een eind de originele “Route 66” te nemen. Bij
Seligman begon die en gelijk waren daar al een heel stel
souvenirwinkeltjes. We onderwierpen die aan een minutieus
onderzoek maar het werd al heel snel duidelijk dat men goed op
de hoogte was van de populariteit van het product
“route
66”. De prijzen voor sommige dingen waren belachelijk hoog (12
dollar voor een verkreukelde en gebruikte kentekenplaat
bijvoorbeeld) maar ook voor kleinere snuisterijen mocht de knip
ver open. Nu kunnen wij ons gelukkig over het algemeen vrij goed
beheersen, dus bleef de inkoopwoede beperkt tot een enkel
artikel. Zelfs Tom, die toch graag een t-shirt met een leuke
print mag kopen, kon zich hier beheersen. Kon het zijn dat hij
de hete adem in zijn nek voelde van commentaar, aangezien hij al
een tas vol had…? We gebruikten een brunch in de diner wat nog
best goed smaakte. De rest van de route kunnen we echter
iedereen afraden. Het stuk van Seligman tot aan Kingman is een
saaie, meest rechte, weg met weinig te zien. Op de spoorlijn,
die een stuk even wijdig loopt, rijdt met regelmaat de Santa Fé
express en wagonnetjes tellen vormt dan de grootste attractie.
Voor de jongens won de gameboy het van het uitzicht. Bij
Hackberry
kwamen we een laatste souvenirtent tegen waar
men, tegen beter weten in, trachtte de nostalgische sfeer van
weleer vast te houden. Het zag er best leuk uit en men had echt
nog wel zijn best gedaan door wat artifacts neer te zetten,
zoals een oldtimer auto, een werkplaats voor auto’s en een
benzinepomp. Het kon echter niet compenseren voor de chagrijnige
behandeling als je er niets kocht en alleen maar kwam kijken. We
waren er dan ook net lang genoeg om even de benen te strekken en
enkele andere toeristen te spreken.
Verder ging het, naar Kingman waar we hwy 93
opdraaiden richting de Hoover dam. Het werd nu steeds warmer. Op
een gegeven moment wees de thermometer in de auto 50°C aan. De
airconditioning gaf een welkome afkoeling. Nabij de Hoover Dam
was een checkpoint ingericht waar bepaalde voertuigen aan een
nader onderzoek werden onderworpen. Dit was hier ingericht sinds
11 september 2001. Het zou natuurlijk een uitstekend doelwit
voor terroristen zijn. We verwachtten de kofferbak open te
moeten maken maar kennelijk zagen we er niet terroristisch
genoeg uit en mochten we doorrijden. We naderden de dam van een
hoger gelegen punt en stopten een paar keer op een plek die men
had aangelegd om foto’s te kunnen maken. Kennelijk was men er
zich van bewust geweest dat toeristen tòch wel zouden stoppen
voor hun foto’s dus dan maar de boel goed geregeld.
Over de dam zelf reden we de parkeergarage in
($5,-) en liepen we naar de dam zelf waar we probeerden een
indruk te krijgen van de immensheid van dit projekt. We lazen
dat hij beneden zo’n 200 meter dik was en dat er genoeg beton in
zat om een tweebaans snelweg naar New York aan te leggen, toch
nog gauw een kilometer of 5000 verderop. Het visitorcentre was
stampvol, evenals de giftshop. We waren al wat aan de late kant
zodat we besloten niet in de dam zelf te gaan. We waren ook
allemaal een beetje leeg door de warmte. We waren intussen echt
wel iets gewend maar hier was het extreem warm. Dan maar door
naar Las Vegas. We kwamen langs een parkeerplaats in de richting
van Henderson. Omdat er een bord stond met een zeer
aantrekkelijk aanbod voor een helikoptervlucht ($29,-) ging Tom
eens even horen wat je daarvoor kreeg. Maar helaas: Het was te
warm voor de heli om te vliegen zodat we onverrichterzake verder
reden. Het welcome center van Nevada verschafte ons nog een
aantal kaarten en folders. Het werd hier ook snel drukker met
verkeer en voor we het goed en wel wisten reden we op een
meerbaans snelweg en alle banen waren goed gevuld. De nadering
van de stad gaf een mooie aanblik. Stratosphere tower torende
letterlijk boven alles uit. We hadden geen moeite om ons hotel
te vinden, maar dat was wel dankzij de grondige voorbereiding
thuis. Hoewel we er uiteindelijk natuurlijk toch wel waren
gekomen, wilden we niet verkeerd rijden in de heksenketel van
drukte die behoorlijk op ons afkwam. Waren we dan toch “mellow”
geworden door de leegte die we zovaak hadden gekend?
We
draaiden de driveway op die ons naar de hoofdingang voerde van
het Flamingo.
Het zag er uit als een soort overdekte rotonde en
aan alle kanten stonden porters met van die mooie jasjes met
bungelende kwastjes aan. Omdat we geen gebruik wensten te maken
van deze service en ook geen vallet parking wilden, werden we
subiet weggestuurd. Het gevoel welkom te zijn werd kennelijk
slechts gegeven aan diegenen die daarvoor wensten te betalen.
Wij, vakantievee, wij mochten onze bepaald niet kleine en
goedkope (maar nog steeds gehuurde) auto achter het hotel
parkeren in een garage op 3 hoog. We vonden inderdaad een
plaatsje en op hoop van zegen dat hij heel bleef, plaatsten we
hem strak naast een andere auto. We laadden hem voor de
zoveelste keer uit, alleen mochten we nu een heel stuk lopen met
armen vol spullen en stel koffers.
Het inchecken bewees weer eens dat je altijd,
waar ook ter wereld, in de verkeerde rij staat. Ook als je
wisselt naar een rij die sneller gaat. We kregen een mooie
kamer, dat moet gezegd. Het uitzicht op het binnenterrein, het
groen en het fantastische zwembadcomplex was fenomenaal. We
hadden hier de meeste ruimte van alle kamers. Er stonden flessen
water in de badkamer die je kon gebruiken. $2,50 per fles, dat
wel. Verder was het gewoon een uitstekende kamer met een prima
badkamer en een ijsmachine om de hoek. Ok, die was stuk, maar
verderop stond er nog eentje.
Nadat we ons ontdaan hadden van overtollig stof
en zweet, genoten we van het zwembad. Een aanrader, zeker voor
gezinnen met (niet te kleine) kinderen. Er waren verschillende
grote en kleine baden, onregelmatig gevormd en omringd door
ligstoelen. Er waren een paar glijbanen met beperkte
openingstijden; door de Amerikaanse rechtszaak paranoia moest er
bij elke glijbaan een medewerker staan en die stonden er
natuurlijk niet de hele dag. Het grootste bad had aan één kant
een waterval en aan veel palmbomen die in het hele complex
stonden, hingen waterverstuivers waar je wat afkoeling kon
krijgen zonder het water in te duiken. Er waren veel jetset
achtige tafereeltjes van jongens en meisjes die met een drankje
in de hand in het water aan de rand hingen. De gemiddelde
leeftijd lag zo rond de 21. Dat gemiddelde kwam wel voor een
belangrijk deel tot stand door de “gevoelsleeftijd” van veel
badgasten. Badkleding en gedrag van die groep wannabee’s deed
een verlangen vermoeden naar voor hen lang vervlogen jaren.
Er
was een stand waar je badhanddoeken kon krijgen en verderop
kreeg je van de rokende barbecue acuut lekkere trek.
“Put another shrimp on the barbie mate!”
Het thema was Australië en daarom werd vanuit een
palmtakkenhut Foster’s bier verkocht. Voor echte Australiërs
niet te zuipen, zo werd eens verteld, maar wel synoniem met dit
land. Er was zelfs een happy hour waarbij je niet één, maar wel
twee blikjes bier kreeg voor je $7,50 . Het geheel ademde een
relaxte sfeer uit en een band verzorgde live muziek dat nog niet
eens zo slecht klonk.
Nieuwsgierigheid naar wat er nog meer te zien en
te doen was, lokte ons van onze rug. Met de lift naar de 17e
verdieping terug en snel omgekleed. Hoe sjiek alles er ook
uitzag, de echte stijl werd toch weer bepaald door de Amerikanen
en hun casual kleding. Zo kon je zonder bezwaar in badkleding
het hotel door en met de lift naar boven wat wel gemakkelijk
was. Fris gedoucht liepen we het hotel uit om weer tegen een
muur van warmte aan te lopen.
45° C in de schaduw om 7 uur ’s avonds! Voor de
hoofdingang was een kleine bar en daar waren een aantal grote
ventilatoren geplaatst met waterverstuivers in een ringleiding
eraan vast. Door de wind werden de wolken water tegen je
aangeblazen. Fantastisch! Het water was zo dun verneveld dat je
er in het begin niet eens nat van werd. We liepen een eindje en
besloten maar eens een hapje te gaan eten. Alleen waar? Ja,
eetgelegenheden zat natuurlijk, maar we wisten door de grote
keus eigenlijk niet meer wat we wilden. Uiteindelijk kwamen we
terecht in het Riviera hotel, wat nog best een eindje verderop
lag. We kozen voor het “all you can eat” buffet. Het woord
buffet betekende automatisch dat je mocht opscheppen wat je
wilde, maar dat begrepen we later pas. Voor zo’n $15,- per
persoon (en geen kinderkorting) mochten we met een roltrap naar
de eerste verdieping waar we een overvloed aan eten troffen. Er
was werkelijk van alles. Niet alleen hoofd- bij- en nagerechten,
maar ook genoeg keuze. We hebben ons hier echt niet typisch
Nederlands gedragen, maar zagen dat het kennelijk ook niet meer
Nederlands is om je bord 30 centimeter hoog vol te scheppen. We
proefden van alles wat en er was zelfs echte melk! En toen
ontdekte Tom het sinaasappelijs. Tja. Daar heeft ie lekker van
geproefd. Een paar keer welteverstaan. We kwamen buiten en dat
was een prestatie op zich. We zegen neer bij de bushalte voor de
deur. Tom kon echt niet meer lopen van het eten. Toch een beetje
teveel geweest. Het duurde wel een kwartiertje voordat we weer
verder konden en dan alleen nog maar omdat het anders zonden van
de tijd was. We strompelden in de richting van het Sahara waar
een rollercoaster was en Sander even dringend naar de wc moest.
We zagen Stratosphere van dichtbij maar om naar
boven te gaan moest je betalen. Dat gaf dan wel gelijk toegang
tot de rollercoaster die daar op 300 meter hoogte reed. Dat was
ons echter een beetje te gortig. We liepen via de overkant van
de straat terug. We hoopten nog een voorstelling mee te kunnen
maken bij Treasure Island. Tom ging voor de zekerheid maar eens
binnen vragen hoe laat we het spektakel konden verwachten. Toen
we hier 10 jaar geleden waren waren we net 2 maanden voor de
opening geweest en nu zouden we het dan eindelijk zelf kunnen
zien. Helaas, het mocht niet zo zijn: afgelopen maandag was net
de laatste voorstelling geweest en men stopte nu tot oktober om
een nieuwe show voor te bereiden. Zucht… We zullen er dus nog
een keer heen moeten ;-)
Inmiddels was het al na middernacht en besloten
we dat het mooi geweest was. Teruglopen ging intussen alweer wat
gemakkelijker dan heen. Het voordeel van Las Vegas, althans van
de Strip dan, was dat verdwalen onmogelijk was. Het nadeel dat
je je echt wel verkijkt op de afstand. We hadden bij elkaar die
avond zo’n 5 kilometer gelopen. Terug in het hotel ging iedereen
uitgeput zijn bed in. Behalve Tom dan natuurlijk weer die nog
even in het casino ging kijken. Hij raakte nog aan de praat met
een Canadees en volgde verder de verrichtingen bij een paar
roulette tafels.
De volgende dag hoefden we lekker niet zo te
haasten. We wilden wel wat zien van de strip bij daglicht maar
maakten niet de fout dit op een lege maag te doen. Bij een
dichtbij gelegen McDonalds sloegen we een ontbijt achterover en
vervolgens liepen we richting het zuiden.
We
liepen langs Paris en zagen winkels die gewijd waren aan één
thema. Zo had je een M&M’s winkel en een Coca Cola store. Leuk
om te zien wat je allemaal kan krijgen met een merkje erop. Bij
een soort supermarkt kochten we een windbestendige aansteker
voor onze buurman die voor de planten zorgde. Ook vond Michelle
nog een jurkje dat haar aanstond. Via een walkway gingen we naar
de overkant van de straat waar we Excalibur binnenliepen. Het
maakte niet veel indruk. Het naastgelegen New York des ter meer.
Met name de immense achtbaan aan de buitenkant was een geweldig
gezicht. We liepen naar de sectie in dat hotel waar de
kinderspelletjes waren en waar je in de achtbaan kon stappen.
Omdat behalve Tom niemand in de achtbaan wilde, ging hij ook
maar niet. Een besluit waar hij nog steeds spijt van heeft en
waardoor we (ook hiervoor) nog een keer terug zullen moeten.
We hadden een probleem om de uitgang terug te
vinden wat natuurlijk ook de bedoeling is op plek die volledig
is gewijd aan het leegschudden van klanten.
En verder ging het. We zagen een demonstratie van
een goochelaar die een geweldige truc had door een speelkaart
door de lucht te laten zweven alsof hij los zat. Hij liet hem om
zijn lichaam zweven en het publiek mocht zelf zien dat er geen
touwtje of wat dan ook aan vast zat. Hij haalde hetzelfde uit
met elk willekeurig voorwerp dat hem aangereikt werd. Filmen
werd echter niet op prijs gesteld. Als je de truc kocht ($20-)
dan werd hij uitgelegd en aangeleerd. Eerst eens even kijken bij
de uitleg alvorens het te kopen werd ook niet gewaardeerd. Ook
wel te begrijpen natuurlijk, maar wel jammer. We wisten nog
steeds niet hoe het werkte en zouden daar ook niet achter komen.
Vooral Sander was erop gebrand zijn geld hieraan uit te geven,
maar werd hiervan weerhouden door zijn vader. Het bezit van de
zaak is het einde van het vermaak en magie mag best magisch
blijven om het leuk te houden. We kochten een ijsje en liepen
langs het Bellagio. De fonteinen zouden we ’s avonds zien
spuiten, toen we er nog een keer speciaal voor terugliepen.
We hadden afgesproken dat we de middag zouden
doorbrengen bij het zwembad. Tenslotte was het nog steeds
vakantie zodat we geen schuldgevoel hoefden over te houden aan
luiheid tijdens een actieve reis.
Ook
nu was het zwembad terras weer druk en zonovergoten. Er liep een
meisje rond die posters uitdeelde van Foster’s waarop ze een
handtekening zette. Ze maakte deel uit van een soort
promotieteam dat ook spelletjes organiseerde voor de kinderen
zoals hoelahoepen en zo. Michelle deed ook nog een keer mee,
ondanks dat ze eigenlijk een beetje te verlegen was. Ze won
niets, maar mocht later evengoed een paar sleutelhangers pakken.
Toen Tom even naar het casino wilde, moest hij zijn voornaam
opgeven aan een man die bij de ingang zat en een beetje in de
gaten hield wie er binnen kwam. Het was namelijk hotel guests
only. Toen Tom later terugkwam werd hij luid onthaald met “Hi
Tom, were you been? I was waiting for you to
get back here!” Erg grappig. Het casino uitstapje was
trouwens nogal lucratief geweest met een winst van ruim $50,-
bij de roulette tafel. s Avonds maakten we niet de fout van de
avond ervoor door nu wel sneller en dichterbij te gaan eten. We
kozen voor Panda Express. Voor ons totaal onbekend maar we aten
er uitstekend. Het was een soort chinees fastfood met, al naar
gelang de prijs, keuze uit meer of minder soorten gerechten op 1
bord. We liepen naar the Venetian waar we ons vergaapten aan
alle pracht en praal. Eerder die avond hadden we ook al Ceasar’s
Palace gezien waar de jongens op de foto mochten met een paar
stoere gladiatoren. Tesamen vormden deze hotels oude en nieuwe
glorie dat niet gemist mag worden bij een bezoek aan deze stad.
Maar ook aan Las Vegas kwam een eind en moesten
we een eind maken aan weer een lange avond. Het uitchecken de
volgende ochtend ging een stuk vlotter dan de aankomst. We
hadden ons ingesteld op weer een partij sjouwen naar de auto,
maar iedereen hielp een handje mee zodat we eigenlijk in no time
onderweg waren. Was ook nodig omdat we een heel eind voor de
boeg hadden naar Palm Springs. We tankten de auto vol en Sander
pakte uit een koelvitrine van de benzinepomp alvast een sixpack
bier voor zijn vader. Dat leverde commentaar op en dat hadden we
kunnen weten natuurlijk. Je mag nu eenmaal geen alcohol kopen
onder de 21 en kinderen van zijn leeftijd werden niet eens
verondersteld in de buurt te komen van dergelijke alcoholische
koopwaar. Voor ons Nederlanders is het dan wel weer apart om te
zien hoe krampachtig men hier met alcohol omgaat. Niet dat wij
de maatstaf moeten vormen, maar Nederland en Amerika zijn wat
dit betreft wel uitersten. Toch was ook dit kleine incident wel
leuk. We kregen deze uitleg van de pompbediende en we vertelden
hem hoe het er in Nederland aan toe ging. Hij wist al dat het
bij ons vrij liberaal was en wilde er zo wel heen. Hij pakte het
sixpack in een bruine papieren zak en toen kon Sander het wat
hem betreft naar de auto dragen. We reden de stad uit onder een
bewolkte hemel die geen ruimte had voor zon. We hadden twee
geweldige avonden gehad en het weer had wederom meegezeten,
zoals het de hele reis al was geweest.
PALM SPRINGS
12 juli 2003
Hotel: the Vagabond Inn $ 68,-
p/n
De weg naar Palm Springs was tamelijk saai. Het
weer hielp niet mee om dat anders te zien. Hadden we de
afgelopen tijd eigenlijk alleen maar ontzettend mooi en warm
weer gekend, nu was het zwaar bewolkt. Ok, de temperatuur was
prima, maar daar was het meeste mee gezegd. Ook was het een
beetje een anticlimax om van het uitbundige Las Vegas koers te
zetten naar een plek waar niet zoveel te doen zou zijn. We
troostten ons met de gedachte dat we voor de jongens nog het
e.e.a. in petto hadden. We hadden bedacht dat we via een
backroad naar Palm Springs wilden rijden. Daarvoor sloegen we na
een tijdje van de snelweg af en belandden wederom in een gebied
waar indianen nog steeds de scepter zwaaiden. Het was wederom
een plek waar je geen mens tegenkwam en je goed moest kij