CAMPERRONDREIS DOOR WEST USA,  van  30 mei tot en met 23 juni 2006

Na twee keer Amerika en drie keer Canada willen we weer graag naar de United States of America. En dan in het bijzonder de westkant met het Grand Teton en  Yellowstone National Park, evenals de Grand Canyon en Zion NP, in de herhaling. Als start- en finishplaats kiezen we Las Vegas, een leuke tegenhanger van het ‘natuurgeweld’ en, met een lagere tax dan andere bestemmingen en dat scheelt toch in camperhuur, verzekering en hotelovernachtingen. Na motels in Amerika en een camper in Canada, vinden we dat laatste als enthousiaste caravanners het leukste: overnachten, eten en ’s avonds een kampvuurtje in de vrije natuur. Voor de 40ste keer in 21 jaar vieren wij, Ton en Ria, vakantie met onze vrienden Tiny en Wim. En voor de tweede keer met elkaar in één camper. Nu een ruimere, een A 32, een busmodel met slide-out, omdat een cab-over ons niet zo beviel. Camperhuur, al in oktober vastgelegd om gebruik te maken van een lager flex-tarief, vliegreis en hotel boekten we bij Travelhome www.travelhome.nl en dat is weer prima verzorgd.

Dinsdag 30 mei 2006

Het is 6.15 uur als de wekker afloopt. Ondanks de vakantiekriebels toch goed geslapen. Een uurtje later arriveren Tiny en Wim en buurman Dirk zet ons tegen acht uur af op Schiphol. Het regent en waait en daar staat Holland niet alleen in, want in de rij voor de incheckbalie horen we al dat onze vlucht met United Airlines twee uur is vertraagd in verband met zware onweersbuien rond Chicago. Gevolg: de vlucht van Chicago naar Las Vegas wordt omgeboekt, zodat we er nu in plaats van 17.00 uur plaatselijke tijd pas om 22.00 uur zullen aankomen. Een lange dag van wachten begint om 8.45 uur in een lounge, waar we een bakkie troost drinken. Eindelijk om 13.15 uur gaan we schuddend door de wolken de lucht in via de Zwanenburgbaan. De verwachte vliegtijd naar Chicago  is 8 uur en 30 minuten. Boven de Atlantische Oceaan genieten we van een supermooi uitzicht op de zuidkust van Groenland en talloze ijsbergen. In tegenstelling tot de royale beenruimte in toestellen van Air Canada is deze Boeing 767 van United Airlines maar krap bemeten. Qua eten is de maatschappij erop vooruitgegaan.

Vanwege turbulentie klinkt herhaaldelijk het pingeltje voor ‘fasten your seatbelts’. Op het beeldschermpje in de hoofdsteun voor ons kunnen we precies volgen waar we zijn. We kijken film, luisteren muziek en eenmaal boven Canada glijden bergen en meren met sneeuw en ijs onder ons voorbij. Ter hoogte van Lake Michigan maken enorme cumulus- en aambeeldwolken duidelijk dat de thunderstorms nog niet zijn uitgewoed.

Om 14.40 uur landen we op Chicago O’Hara. Voor ons is het dan eigenlijk 21.40 uur. Chicago voelt als een plantenkas. Dertig graden en het regent. Voor  ‘visitors’ staan ontmoedigend lange rijen, maar gelukkig wordt een extra loket geopend. De veiligheidscontroles zijn uitgebreid, compleet met vingerafdrukken en oogscans. Met de bagage, die snel van de band komt, gaan we met een metro naar terminal 1. Ton belt mobiel met El Monte in Las Vegas om het tijdstip af te spreken waarop we de camper afhalen. Inmiddels is er een knetterend onweer losgebarsten.

Bij de controles worden laptops en camera’s gecontroleerd en moeten de schoenen uit, riemen af en in aparte bakjes door de scan. Er ontstaat een nerveuze file als alles weer aangetrokken en ingepakt moet worden. De TED vlucht naar Las Vegas is vanwege de thunderstorms drie uur uitgesteld, naar 20.00 uur. Dit schiet niet op. Alle wachtruimtes zitten vol, want ook andere vluchten hebben vertraging. Met een beker Starbucks zoeken we een koelere plek. Nergens is meer een stoel vrij en zo zitten we een paar uur op een smalle ijzeren rand langs een tapis-roulant.

Het is wel leuk om de verscheidenheid aan mensen voorbij te zien komen. Buiten breekt zo’n beetje de hel los en de bliksem lijkt dwars door de glazen hal te gaan. De donder dreunt. Slagregens leggen het autoverkeer op het airport vrijwel stil. Maar wij zitten droog en McDonalds is dichtbij voor een frietje.

Om 18.00 uur vinden we stoelen, met zicht op blank staande platforms.

De vlucht is opnieuw verschoven, naar 21.15 uur. Om 20.00 uur barst alweer een daverende T-storm los. Slechts mondjesmaat landt er een vliegtuig, vertrekken is uitgesloten. We zijn nogal moe. Voor ons is het al midden in de nacht en we doden de tijd met lezen en puzzelen. We horen dat vertragingen sowieso schering en inslag zijn in Chicago, het drukste vliegveld ter wereld.

Dan wordt de vlucht weer een uur uitgesteld. United Airlines bekommert zich niet om haar reizigers. Iemand attendeert ons op het feit, dat we voor zo’n lang oponthoud schadevergoeding kunnen claimen. Geleidelijk nemen de heftige buien af en als we om 22.30 uur eindelijk mogen boarden is de gate onbekend. Op de valreep komt dat toch op het scherm te staan en kunnen we eindelijk het toestel in. We hebben nog bijna vier uur vliegtijd voor de boeg.

De Airbus 320 kiest om 23.00 uur het luchtruim en wij gaan meteen in de slaapstand. Met tussenpozen komen we toch aan wat slaap toe. Ergens boven de plains geniet ik van een geweldig schouwspel: een zeer actief onweer dat sprookjesachtig de lager hangende wolken doorlicht. 

Kort voor Las Vegas is de felverlichte Hoover Dam vanuit het dalende vliegtuig duidelijk zichtbaar. De landing op de gok- en entertainmentstad, één zee van licht, is visueel fraai. Eindelijk om 1.45 uur staan we aan de grond op MacCarran Airport. Dat is acht uur en drie kwartier later dan de bedoeling was.

Dan blijkt één van onze tassen er niet te zijn. United Airlines kan ons vertellen dat die nog in Chicago staat. Foutje. Morgen wordt hij nagebracht en afgeleverd bij ons hotel.

Met een expresbusje gaan we naar Best Western Mardi Grass aan Paradise Road, waar we om 2.15 uur in bed storten. Het is voor ons dan eigenlijk 11.15 uur en we hebben er een dagje van 29 uur opzitten. Beneden gaat het nachtleven gewoon door, met talloze mensen aan speelautomaten. We zijn er! De camperreis kan beginnen.

Woensdag 31 mei 2006

Na krap drie uurtjes slaap zijn we alweer wakker en behoorlijk gammel. Een uurtje later kunnen we er na een verkwikkende douche weer tegen aan. Via het wireless netwerk van het hotel verzenden we met onze laptop e-mails naar kinderen en vrienden. 

Na een onvervalst calorierijk Amerikaans ontbijt, met scrambled eggs, fried potatoes, pancakes met fruit en maple syrup en orange juice, leggen we het probleem uit met onze reistas en we worden alleraardigst te woord gestaan door de zeer attente Lita Martin. Ze zal zich over de tas ontfermen.

In de taxi naar camperverhuurder El Monte aan de 13001 Las Vegas Boulevard South passeren we de in de zon blakerende megahotels en casino’s als New York, MGM Grand, Excalibur en Luxor. Leuk om het allemaal weer te zien. Het vermaak rukt steeds verder op naar het zuiden en er zijn enorme complexen in aanbouw. El Monte is veel verder weg dan de taxidriver denkt, hij kent het ook niet, en hij probeert ons op een RV park af te zetten. Niet dus, het is nog miles verderop. Als we er eindelijk zijn, is het al na 8.00 uur, de afgesproken tijd. Zo vroeg was mogelijk, omdat we een Early pick up boekten: afhalen voor 12.00 uur. Het ritje kost 40 dollar.

Bij El Monte worden we vriendelijk te woord gestaan en vervullen alle formaliteiten, sluiten een SLI af, huren stoeltjes en extra persoonlijke pakketten en hoeven geen instructiefilmpje te zien, want dat hebben we thuis al online gezien. Bovendien hebben we ervaring met campers. Na een check van de RV, van binnen en van buiten en een demo hoe alles werkt, kunnen we op pad.

De ruim tien meter lange motorhome ziet er goed uit en is zeer compleet uitgerust, inclusief tv. De milesteller staat op 45.003. Hij hoeft dus niet meer ingereden te worden. Van iemand die net een camper terugbrengt, krijgen we een Rand McNally Road Atlas 2006. Die komt goed van pas, want onze is alweer tien jaar oud.

Met Ton aan het stuur rijden we terug naar Las Vegas, dat een beetje tot leven komt. De mannen zullen het sturen en kaartlezen dagelijks afwisselen. Maar we hebben Tom Tom ook meegenomen.  

Als we uitchecken is onze tas er nog steeds niet. United Airlines is het spoor ook bijster. Er kan geen woord van excuus af. We laten ons mobiele nummer achter bij UA en het hotel en gaan toch op weg. Ons eerste doel is niet zo ver en hopelijk komt de tas vandaag toch aan, zodat we die dan morgen kunnen ophalen.

Bij Albertson’s aan Maryland kopen we spullen om de camper te bevoorraden. Na een lekker deli-broodje rijden we om 15.00 uur het hete Las Vegas uit op weg naar Lake Mead National Recreation Area, in de zuidoosthoek van Nevada. Via Henderson en Boulder City zijn we er vrij snel. Bij de ingang kopen we voor $ 50 een National Parkpas, die toegang geeft tot alle gebieden van de National Park Service. In het Visitor Center, dat omringd wordt door subtropische vegetatie als cactussen en yucca’s,  krijgen we info over campings in het gebied en de nabijgelegen Hoover Dam. 

Aan het meer ligt een luxe camping en een NRA terrein, waar wij voor kiezen. Prachtig met palmen, bloeiende oleanders, tamarisken en acacia’s. De poten worden gesteld, de slide-out gaat uit en een royale leefruimte is gecreëerd. Voorzieningen zijn er niet op dit terrein, maar we hebben alles aan boord: water, gas, accu en generator. Er is ook geen camphost en betalen gaat bij de infopost: 10 dollar in een envelopje stoppen, onze gegevens en het kentekennummer daarop invullen (er hangt een potlood aan een touwtje voor klaar) en het in een houten kastje doen. Simpeler kan niet.

We genieten in dit paradijsje. Het is erg warm, maar binnen lekker koel met de airco. Helaas doet het lawaai van de generator afbreuk aan de stilte in de natuur. Over de uitlaatgassen maar niet te spreken. Dus willen we dit zoveel mogelijk vermijden. De rand van de camping geeft een weids uitzicht over het blauwe zonovergoten Lake Mead,  eilandjes en bergen van veelkleurig  zandsteen. Het wildlife beperkt zich tot hazen en vogels.

Als we smullen van een gegrild kippetje met rauwkost is er telefoon van BW Mardi Grass: de tas is gebracht. Hoera! Morgen ophalen. 

De avond valt snel. Een maansikkeltje prikt uit een donkerblauwe hemel. De eerste serie foto’s gaat op de laptop en wij om 22.00 uur naar bed. Niet alleen het royale tweepersoons bed achterin is oké, ook de slaapbank in de slide-out.

Las Vegas-Lake Mead National Recreation Area, 44 miles.

Camping Lake Mead Recreation Area, Nevada, één overnachting, $ 12.00.

Donderdag 1 juni 2006

We slapen goed en zijn niet erg aan het jetlaggen. De zon straalt en we pakken meteen ons  camperritme op, zoals twee jaar geleden in Canada. Wim zet koffie en zorgt voor het ontbijt. Het is weer even wennen aan het nogal smakeloze zachte Amerikaanse brood, maar we hebben ook afbakbroodjes en heerlijk rozijnenbrood met kaneel. Op de camping scharrelen quails rond, een soort patrijs.

Om 8.30 uur rijden we terug naar Las Vegas voor de tas. Er zit een sticker op, waaruit blijkt dat deze is doorzocht. Als we een uurtje later de gokstad weer uitrijden, hebben we pas echt het gevoel dat de vakantie begint. Op naar de Grand Canyon!

In Henderson kopen we een thermoskan en een fluitketel. Handig om onderweg onze eigen Hollandse koffie te zetten. Het was niet nodig geweest om een Melitta filter en filterzakjes mee te nemen, want die liggen hier nu ook in de supers. In Boulder City, ooit gerealiseerd om de degenen die aan de bouw van de Hoover Dam meewerkten te huisvesten, tanken we. De prijs valt behoorlijk tegen, 3,30 dollar per gallon benzine. Drie keer zo duur als in 1999.

Voor de Hoover Dam is er uitgebreide security control, want de angst voor een aanslag is groot. Terwijl onze camper van binnen door een politieagent wordt bekeken en alle kastjes open moeten, vraagt zijn leuke collega waar we vandaan komen en tot onze verbazing weet hij precies waar Nieuw-Vennep ligt: ‘waar de A 4 en de A 44 splitsen’.  Het blijkt dat hij in Hoofddorp heeft gewerkt. De dam bekijken we alleen vanaf een viewpoint en gaan snel verder. Het is er heet en heel druk.

Bij een uitkijkpunt op de Colorado River, net in Arizona, lunchen we en zetten de horloges een uur vooruit, van Pacific Time naar Mountain Time. Het is 40,2 graden! Langs de lange saaie en gortdroge 93 naar Kingman signaleren we desert yucca’s, Yoshua trees en armoedige onderkomens van Native Americans. In Kingman tanken we uit voorzorg opnieuw, omdat we niet weten wanneer we weer een pomp tegenkomen. Later realiseren we ons, dat Tom Tom het ook hier weet en dat is best handig.

Over de niet zo egale Interstate 40 langs Seligman naar Williams, met veel hellingen, trilt en rammelt de camper dat het een lieve lust is. Maar de brulboei van een motor heeft nergens moeite mee. We zien diverse herten en roofvogels. Over het Coconinoplateau bereiken we de ingang van het Grand Canyon National Park aan de South Rim. Om 19.00 uur zijn we op Trailer Village, dat we thuis via internet reserveerden. Het is in dit gebied al hoogseizoen en we willen niet op zoek naar een, mogelijk ver gelegen, camping. De Mather Campground is er ook, maar daar kan je niet terecht met RV’s groter dan 30 ft. Wel kun je er, in tegenstelling tot op Trailer Village, douchen.

Als de camper op de plek staat, gaan we meteen met de (gratis) shuttlebus naar de Rim voor de zonsondergang in de Grand Canyon. Die willen we niet missen. Bij het Yavapai Viewpoint is het schitterend en behoorlijk druk. De kleuren in de heldere avond veranderen met de minuut, een unieke belevenis door de intense gloed van de steeds lager zakkende zon.

Hoe anders ziet dit geologische wereldwonder eruit dan in 1999, toen er veel bewolking was en de canyon der canyons eigenlijk weinig indruk op ons maakte.

Op Trailer Village zijn we fully hooked-up en alles werkt. We eten laat en doen makkelijk: magnetronmaaltijden. Die zijn echter geen succes. Bij het uitpakken van de tas missen we diverse spulletjes, onder meer een slipper. Slordig dat ze die bij de controle niet hebben teruggestopt. Als we om middernacht naar bed gaan is het zo afgekoeld, dat de airco niet aan hoeft.

Lake Mead NRA v.v. Las Vegas en via Kingman naar de Grand Canyon, Arizona, 303 miles.

Camping Trailer Village, twee nachten $ 57,52.

 

Vrijdag 2 juni 2006

Al vroeg wakker. Koud. Eén deken is hier op deze hoogte, 2400 meter, te weinig. Gelukkig hebben we  een paar extra meegekregen.  Er is geen wolk te bekennen. Dit belooft een superdagje Grand Canyon. De shuttle brengt ons weer naar het Yavapai Point, waar de omstandigheden super zijn. De zon straalt aan een blauwe hemel en het is behoorlijk helder. Over de Rimtrail lopen we naar El Tovar en het ene punt is nog mooier dan het andere.

Het kwik staat al snel op 35 graden. Californische condors zweven niet ver boven onze hoofden. Deze kolossale imponerende roofvogel is geherintroduceerd. Ze broeden er nu zelfs, ter hoogte van Bright Angel, horen we een gids aan een groep vertellen. Het worden er elk jaar meer en de jongere vogels pik je er zo uit, want die zijn niet uitgerust met een nummer en een felgekleurd zendertje.

Bij El Tovar nemen we een andere shuttle richting de West Rim. Puffend passeert een fraaie historische stoomtrein. Het is eigenlijk te gek, dat in zo’n overweldigend natuurgebied zoveel drukte en verkeer is. Toch, als je de in de gelegenheid bent om dit hier te zien, laat je die niet voorbij gaan.

In Village East is het één halte met de shuttle naar het vertrekpunt van de Hermits Rest transfer. Het tochtje wat volgt over de smalle bochtige West Rim in een bonkende aanhanger is wat minder. Bij de oude Hermits Rest met dikke stenen muren, een grote schouw en een souvenirshop, is aardig wat volk. De meeste zitten op muurtjes bij de snack om in de schaduw van een overkapping wat te eten. Wij doen dat ook en leuke eekhoorntjes komen schooien.

Terug onderbreken we de rit  bij Mohave en Hopi Point, om met een volgende bus weer verder te gaan. Elke blik op de kloof is spectaculair. In de diepte slingert het groene lint van de Colorado River en het is nauwelijks te bevatten, dat die zo’n 1600 meter lager stroomt. Net als de andere kant van de imposante canyon, die minstens zestien km ver is.

Van Village East rijden we naar Market Plaza om houtskool te kopen en lopen door het bos naar de Mather Campground, waar we voor nog één halte de shuttle naar Trailer Village nemen.  De camper is door de airco lekker koel. We eten we vlees van de barbecue, die zoals op vrijwel elke camping op de kampeerplek aanwezig is, evenals een picknicktafel. De camperuitrusting kan beter. In de ijzeren koekenpan transformeren de aardappelkroketjes tot een soort rösti. Het is een beetje behelpen met het materiaal. Morgen gaan we op zoek naar een koekenpan met antiaanbaklaag en een houten spatel. Een klein lepeltje in plaats van een eetlepel in de koffiekopjes lijkt ons ook handiger. Als we de foto’s op de laptop zetten, zien we er hele mooie tussen zitten. Moe en een beetje verbrand gaan we bijtijds naar bed.

Zaterdag 3 juni 2006

Vandaag gaan we naar Monument Valley. Het is prachtig weer. Eerst doen we nog wat inkopen bij Market Plaza. Langs de East Rim zijn zwartgeblakerde plekken van vrij recente bosbranden. Bij het  Grand View Point speurt een grote adelaar naar een maaltje. Desert View is de laatste plek met zicht op de Grand Canyon en ook op Painted Desert. In de shop bij de Watchtower zit een oude indiaanse te weven. Als we vragen of we een foto van haar mogen maken, houdt ze snel haar hand op. Ze zegt niets en kijkt stuurs voor zich uit. Het is jammer dat we alweer afscheid moeten nemen van de mooie Grand Canyon. Ik hoor in gedachten de gesproken tekst op de cd The Sounds of The Grand Canyon 2 uit the National Park Series: ‘The Grand Canyon in all of her majesty’, en zo heeft ze zich deze dagen ook aan ons getoond.

Verder gaan we, richting Cameron en Tuba City. Het landschap van Painted Desert, met de kloof van de Little Colorado, wordt steeds droger en kaler. Toch passeren we op deze highway 89 regelmatig nederzettingen van Navajo’s met mobilhomes, trailers en hogans (ronde hutten). Bizar om in zo’n desolate omgeving te wonen met grijs/geel/rode rotswanden en grijze zandduinen. De meeste bouwen ook hun eigen ‘heuvels’, van oud ijzer en autowrakken. Na een tankbeurt in Cameron vervolgen  we onze weg en slaan af naar de 160 langs Tuba City richting Kayenta. Bij de zeegroene Anasazi Inn strekken we onze benen. Het hotel is mooi gelegen bij de rode Tsegi Canyon aan de rand van het Navajo National Monument. Cactussen bloeien met marsepeinachtige gele bloemen. In de berm ligt een verkeersslachtoffer, een dode coyote.

Van Kayenta is het nog maar 22 mile naar het Monument Valley Tribal Park en we zijn al om 15.00 uur in de nabijgelegen Navajonederzetting Gouldings, net over de grens in Utah. Dan hebben we langs de weg al de nodige foto’s gemaakt van het beroemde ‘Marlborough’ landschap met de typische rode rotsformaties.

Het is 38 graden als we inchecken op de enkele mijlen verder gelegen, ook thuis gereserveerde, Good Sam Campground, waar we behalve tien procent AAA korting ook een prima plekje krijgen. De camping ligt uniek tussen rode rotsen. Bij het aansluiten op de afvoer gaat het erg stinken. Het toilet blijkt verstopt. Ton krijgt er een hele vieze klus aan, maar lost het probleem gelukkig op. Het komt vermoedelijk door het, voor zo’n chemisch toilet, te dikke wc-papier dat door de vorige huurders is achtergelaten. 

Tegen de avond gaan we vanaf de camping met een shuttlebusje naar het restaurant van de Gouldings Lodge. Al wachtend maken we een praatje met landgenoten. Naast de lodge wordt een fotopresentatie gegeven over Monument Valley. Deze twintig minuten durende Earth Spirit Show in het kleine Theatre is schitterend, met foto’s van Ric Ergenbright (www.ricergenbright.com ) en sfeervolle toepasselijke muziek.

In de lodge is het behoorlijk druk, het panoramische zicht vanuit het restaurant op de buttes en mesa’s van Monument Valley fantastisch. En het eten smaakt goed, zoals originele Navajo taco’s. Heerlijk authentiek brood met gekruide groente. Voor $ 57,50 eten we met z’n vieren prima.

De ondergaande zon zet het landschap in een dieprode gloed. Het is daar een bijzondere mengeling van het ‘nieuwe’ Amerika, met een historische koets, wapperende Stars en Stripes en de spelende kinderen van de Native Americans tegen de achtergrond van het onwerkelijke landschap. In de Trading Post koop ik de cd van de Earth Spirit Show. Op de campground betalen we drie dollar voor WiFi, want we willen nog wat e-mailen. Het is een schitterende, warme avond met een rozerode hemel.

Grand Canyon via Cameron en Kayenta naar Gouldings (bij Monument Valley) Utah, 179 miles.

Good Sam Campground Gouldings, één overnachting $ 47,09.

Zondag 4 juni 2006

Al om 5.30 uur wakker; toch nog niet helemaal aan de tijd gewend. Even op de laptop kijken. Ja er zijn mailtjes van de kinderen en we sturen bericht terug met foto’s. Na inkopen bij de Gouldings Grocery zijn we klaar voor de lange rit naar Capitol Reef. We gaan echter niet weg zonder een bezoek aan het Monument Valley Tribal park, á $ 5 p.p. Het blijft een overweldigend landschap. De circa 300 meter hoge West Mitten, Merrick en East Mitten Buttes liggen aan onze voeten. Met de camper mogen we de onverharde wegen in het gebied niet rijden, maar voor een guided tour hebben we geen tijd uitgetrokken. Een kwestie van keuzes maken. De temperatuur loopt snel op, het wordt een hete dag. Nog één keer stoppen we om een blik op Monument Valley te werpen, dan rijden we Utah binnen, waar net over de grens bij Mexican Hat de bijzondere rotsformatie van die naam ligt. Als een man met een sombrero. Heeft-ie wel nodig, want in de zon is het al ruim 47 graden!

We willen geheel over scenic routes naar Capitol Reef, daarom nemen we de 261 noordwaarts langs het Gooseneck State Park richting highway 95 van Blanding naar Hanksville. Op borden lezen we dat de weg ‘not recommended’ is voor trucks en RV’s. Die is steil, zeer bochtig en deels onverhard. Dat is geen lokker met het grote motorhome, maar de mannen willen het ondanks protesten van hun wederhelften toch proberen. We rijden een flink eind tot een enorme bergwand bij de Valley of the Gods en bij het zien van die hindernis, in een grote stofwolk kruipt een auto naar beneden, keren we alsnog. Wat een opluchting.

Terug gaan we, naar de 163 om via Bluff en Blanding op highway 95 te komen. Het is zo’n 35 miles omrijden door een rode wereld onder een knalblauwe hemel. De Valley of the Gods is een wondermooie creatie van moeder aarde. Bluff ligt ook fraai in het rotslandschap. Ten zuiden van Blanding kunnen we gelukkig bij de junction naar Hanksville tanken. De RV slurpt met een gulzigheid van 1 op 3. Omdat er nergens een parkeerplaats is te vinden, mogen we op het terrein van het tankstation lunchen. In het ineens heel agrarische landschap met grote farms en grasland, zien we een Western Kingbird. Nog 150 miles te gaan  naar Capitol Reef National Park.

De stoffige 95 richting Natural Bridges National Monument staat weer in groot contrast met de omgeving van Blanding. Lange tijd zijn we de enige weggebruikers. We kennen het hier, van 1999, toen we naar afgelegen Butler Wash Ruïns Overlook wandelden en ook de Natural Bridges bezochten. De mooie White Canyon, een gebied vol witte kloven tussen rode rotsen, is gelardeerd met heldergroene vegetatie. De stevige wind voelt als een superföhn.

In de Glenn Canyon bij de brug over de Colorado River valt de hitte op ons. Het is 40 graden in de schaduw. Even verder ontvouwt zich vanaf de Hite Overlook een weids panorama over de machtige rivier, die in 1869 voor het eerst werd bedwongen door de eenarmige John Wesley Powell. De groene oevers zijn een oase in de woestijn. De sportvliegtuigjes die opstijgen vanaf een vliegveldje bij een nederzetting zijn stipjes tegen de imposante canyonwanden. 

We vervolgen de weg naar Hanksville, waar we de 24 opgaan, langs grijs/gele kale bergen. Dichter bij Capitol Reef keren de roodtinten terug. Via de oostelijke ingang komen we het nationale park binnen. In het historische Fruita district, gesticht door Mormonen en gelegen in een vruchtbare vallei, staat nog een oud schooltje. De omgeving spreekt ons erg aan. Fruita Campground, niet ver van het Visitor Center, is een mooi terrein aan de smalle Fremont River. Omringd door rode rotsen in een frisgroen dal, bij een oude houten barn  met landbouwwerktuigen. Het is 17.15 uur als we de RV parkeren. Het beheerderpaar dat even later in een golfkarretje aan komt rijden, wijst ons erop, dat het vanwege een, op dat moment onzichtbaar, bronnetje geen goede plaats is. Het kan daar plotseling erg nat worden. Dan worden we hun overburen. Ze zijn retired, wonen in Tennessee, en werken elke zomer maandenlang als vrijwilliger op een camping in één van de nationale parken. Hun motorhome is héél groot, moet ook wel als je het als woning gebruikt. Onder de luifel flitsen vijf kolibri’s rond een drinkbakje. De overnachting kost ons $ 10. Stroom is er niet en de generator mag alleen aan tussen 17.00 en 19.00 uur.  Nog een uurtje dus.

Tijdens een verkenning van het terrein zien we veel soorten vogels zoals quails en robins en roze bolbloemen van het milkweed. Om 19.00 uur gaat de generator uit en dus ook de airco, want op de accu werkt die niet. Doorbijten met die warmte, zeker als er ook nog gekookt wordt. Ton is vanavond kok en maakt een lekkere pastasaus. De camping krijgt bezoek van een groep muledeer hindes, die tussen de tentjes grazen. Een avondwandelingetje voert ons langs de beek. Stukken gras zijn platgedrukt en er hangt een wildgeur. Waarschijnlijk een ligplaats van de herten. Terwijl de ondergaande zon de rode rotsen nog intenser doet gloeien, zwelt een concert van boomkikkertjes aan. Een halve maan schijnt door de bomen. Wat een plek! Terwijl er een lekker windje opsteekt, genieten we onder de sterrenhemel tot laat van de heerlijke avond.  

Monument Valley met omweg naar Capitol Reef National Park, Utah, 245 miles.

Fruita Campground, één overnachting $ 10.

 

Maandag 5 juni 2006

Als we de luxaflex opendoen, zien we dat het alweer stralend mooi weer is. We ontbijten dan ook heerlijk in de zon. De kolibri’s zijn al druk in de weer bij het drinkbakje en het is een hele toer om ze goed op de foto te krijgen. We gaan van deze fantastische plek richting Scofield State Park, een stuk noordelijker in Utah. Maar eerst rijden we de prachtige Scenic Loop Road door Capitol Reef naar Capitol Gorge. Een fraaie plek, waar veel koningspages zich te goed doen aan nectar, maar waar ons het plezier van het rondstruinen echter nogal wordt ontnomen door de vele steekbeesten die het op ons gemunt hebben.  Op de terugweg stoppen we op de fotogenieke Slick Rock Divide.

De rotsen, zoals Castle Rock, steken scherp af tegen de hemel die blauwer dan blauw is. Bij de droogstaande Big Wash zonnen  hagedissen. Ze vallen alleen maar op als ze bewegen, want ze hebben dezelfde terracottakleur als de grond.

Tegen elf uur begint de etappe pas echt, via de 24 over Torrey naar Sigurd. In de verte doemen de besneeuwde toppen van de Wasatch Mountains op. De vallei van de Sevier, met meertjes en ranches, is wat meer bewoonde wereld. In Salina is het 31 graden. Even na Gunnison Centerfield nemen we de 137 naar Manti en Mount Pleasant. Voor de boodschappen die we willen doen, vinden we in Manti geen geschikte winkel. In Ephraim wel, Kents Market. We hebben ons niet gerealiseerd dat alcohol vanwege geloofsovertuiging not done is in de Mormonenstaat Utah en dat het daardoor vrijwel onmogelijk is om een flesje wijn te kopen. Hier dus ook niet. Een vriendelijke man, die ons Nederlands hoort praten en meteen een praatje aanknoopt, omdat hij in Nederland heeft gewerkt (alweer één), biedt aan om voor ons uit te rijden naar een liquorstore. Het blijkt dat de staat een aantal van dat soort winkels runt. (Geld vergoelijkt dus alles). Het groezelige, als drankwinkel nagenoeg onherkenbare, pandje is echter gesloten en maakt de indruk van één of ander duister zaakje.

We proberen het in Mount Pleasant, een aardig plaatsje met historische gebouwen. Ook daar is de liquorstore gesloten. We zijn dus ‘drooggelegd’ tot we in Wyoming zijn. Na een lunch in de camper in een zijstraat van Mainstreet lopen we nog even langs leuke pandjes.

Bij Fairview pakken we de 31, een mooie scenic route door het Manti La Salle National Forest, waar langs de voortdurend stijgende weg smeltende sneeuwresten en aspen met pril groen duidelijk maken, dat hier nog maar kort geleden Koning Winter regeerde. Als we pauzeren op een hoogvlakte in dit Wasatch Plateau, waar de witte stammen van de aspen een mooi contrast vormen met de diepblauwe hemel, voelt de schone berglucht verfrissend na alle stoffigheid. De acht procent afdaling langs een meanderende beek is nog mooier, evenals Electric Lake waar we ook halt houden en tot onze schrik horen en zien hoe er een eind verder, op een lager gelegen plek, door mensen op iets bewegend bruins wordt geschoten. Een beer? Een elk? We zullen het nooit weten. 

Wat verschilt dit landschap met zuidelijk Utah! De frisgroene bergen zijn totaal anders dan de gortdroge desert met de rood/gele rotsen. Bouwsels duiden op mijnbouw. Als we afdalen naar Scofield zien we muledeers. Eenmaal bij het meer ook witte pelikanen en Canadese ganzen. We zijn in het Scofield State Park aan het Scofield Reservoir, ten westen van Helper.

Camping Mountainview ligt aan een zijarm van het meer. Het is half vijf als we ons installeren op een plek met uitzicht op het meer en, inderdaad, hoe kan het anders, bergen. De campingfee, $ 15, gaat weer in een envelopje. We lezen dat er veel soorten wild en vogels voorkomen, waaronder de osprey (vishavik), kestrel (valkje), squirrel (eekhoorn), elk (edelhert) en deer (hert). In het meer wordt veel gevist, het meest op forel en  kreeft. Witte pelikanen komen er vaak van grote afstand om te foerageren. Naast het sanitairgebouwtje maken campinggasten hun vangsten schoon aan een speciaal daarvoor bestemde plek.

’s Avonds barbecuen we weer. Bij het toetje komen grondeekhoorntjes schooien en een stukje aardbei waarderen ze wel. Later doen we nog een rondje camping. Het stikt van de muggen en overal gonst en zoemt het, maar de lichtval op het meer is ontzettend mooi. We spotten diverse watervogels, waaronder de merganser (zaagbek)en de western grebe, een soort fuut. Op het land is de American robin net zo algemeen als zijn dubbelganger de merel, echter met een bruinig jasje aan met rood frontje.

Vanwege de vele stekers is het geen genoegen om buiten te zitten. Als we in bed liggen valt de enorme stilte op. Fel maanlicht versnijdt de diepe duisternis en we vallen in slaap met een bijzonder vogelgeluidje.

Capitol Reef NP naar Scofield State Park, Utah, 179 miles.

Camping Mountainview, Scofield, één overnachting $ 15. 

Dinsdag 6 juni 2006

Na een koude nacht is het om 8.00 uur  nog steeds fris, maar dat weerhoudt ons er niet van in de zon te ontbijten. Het is een heerlijke ochtend en het in het zonlicht glinsterende Scofield Reservoir is een plaatje. Vandaag gaan we  naar Manila in de buurt van de Flaming Gorge National Recreation Area.

Via Colton rijden we door een aanvankelijk saai landschap naar Helper, maar dat wordt gaandeweg mooier. Tussen Helper en Duchesne gaan we over een ruim 2800 meter hoge pas door het Ashley National Forest en door de Right Fork Indian Canyon, een soort zandkleurig klein Bryce. Deze weg, de 191, is een Scenic Byway. Opmerkelijk, dat het mooie gebied niet op de kaart staat aangegeven.  Het weer is super, 28 graden en wolkeloos. Na Duchesne, waar het vrij vlak is met veel bewoning en ranches, komt in de verte de wit besneeuwde Kings Peak in zicht, met 4346 meter Utah’s hoogste berg.

In Roosevelt, waar we bij Jubilee boodschappen doen, probeert een vrouw naast de ingang zes beeldschone puppies aan de man te brengen. Ondanks hun jonge leeftijd zijn ze al vrij groot. Ze zitten in de volle zon in een kartonnen doos zonder eten of drinken. We kunnen het niet aanzien. De vrouw wil ze beslist niet meer mee naar huis nemen en probeert zo op het gevoel van anderen in te werken. Het lukt. Eén hondje wordt al meegenomen.  

Bij Vernal lunchen we aan een overkapte picknicktafel met een weids uitzicht en hebben profijt van een lekker windje. Het wordt steeds warmer. Later komen we langs het Steinaker Reservoir en door het Red Fleet State Park met de kleurschakeringen van gelaagde Navajo, Chinle en Moenkopi sandstone formaties. We zitten voortdurend op hoogtes variërend van 5300 tot ruim 8000 ft, dus van zo’n 1600 tot 2500 meter. In het gebied zijn fosfaatmijnen. Na een nog hogere pas pauzeren we op een hoogvlakte, waar spierwitte aspen in een knalblauwe lucht prikken. Dan gaan we richting Flaming Gorge National Recreation Area. Grote aambeeld- en stapelwolken kondigen in het noorden naderend onweer aan. Bij viewpoint Swett Ranch, waar het rood ziet van de Indian Paintbrush,  zien we in de verte de Flaming Gorge al liggen. Eenmaal in de buurt van dat stuwmeer in de Green River kunnen we op meerdere plekken een blik werpen op de bijzonder gevormde kloof, zoals bij Sheep Creek Bay. Het landschap is bijna onwerkelijk.

Om 16.00 uur zijn we op de gastvrije KOA Campground in Manila. De voorzieningen zijn goed en we krijgen tien procent korting op de KOA pas, die we via Travelhome ontvingen. Er is ook wireless internet en dat komt goed uit.

Na een verfrissing gaan we toch nog wat zien van de Sheep Creek Geological Loop, een slingerende weg langs allerlei sandstone formaties. Er worden diverse wildlife area’s aangegeven, maar meer dan wat squirrels en chipmunks zien we niet. De bewolking belooft niet veel goeds en het rommelt in de verte. Weer komen we langs Sheep Creek Bay, dat er nu vanwege de donkere wolkenpartijen veel minder spectaculair uitziet.

In Manila geven we na het tanken de camperramen een broodnodige wasbeurt. Het lukt op de campingplaats niet om een internetverbinding tot stand te brengen. In het kantoortje lukt het ook niet en daarom mogen we de aansluiting van de camping zelf gebruiken. ’s Avonds eten we pizza. Snel klaar en lekker. Vanwege stroomuitval (door onweer in de omgeving) krijgt Ton een storing met de laptop. Hij is er lang mee bezig om de boel weer goed te krijgen.

Scofield State Park naar Manila, Utah, 184 miles.

Rondrit Sheep Creek Loop 33 mile.

KOA Campground Manila, één overnachting $ 29,91. 

Woensdag 7 juni

De eerste week zit er al op. Niet te geloven hoe snel dat is gegaan. De zon straalt van de hemel en we ontbijten buiten. We gaan we op weg naar Bear Lake, ook in Utah. Het tussenliggende stukje voert door Wyoming. Een land van alsem en ranches met runderen. Op links blinken de Uintas Mountains met Kings Peak. Voorbij Lonetree zien we in een soort maanlandschap pronghorns. Dit is echt Wyoming, een weidse hoogvlakte met besneeuwde bergen op de achtergrond. Een land van paarden  ook. In Fort Bridger hangen bij een authentieke zadelmakerij rijen vol westernzadels.

Op de interstate 80 naar Evanston kunnen we dertig mile lang lekker opschieten. En dan is daar een  liquorstore! We slaan meteen rood en rosé van Californische bodem in. Even later zijn we weer in Utah. Via Woodruff gaan we noordwaarts naar Sage Junction en bereiken bij Laketown de zuidkant van het Bear Lake. Die toeristische hoek is niet ons doel, wel Garden City op de westelijke oever en KOA Bear Lake.  

Het is een terrein met alles erop en eraan en met luxe sanitair in gloednieuwe blokhutten met knus houten interieur. Ook is er een zwembad, supermarkt, tankstation en Wifi. Bepaald geen natuurterrein, zo langs de doorgaande weg, maar toch bevalt het ons wel daar. Het ligt nog net in Utah.

Na een bezoek aan de campingsuper, gaan we naar een natuurreservaat aan de noordkant van het Bear Lake, dat in Idaho ligt. Aan weerszijden van de dam tussen het meer en het Mud Lake, bij de ingang van het Bear Lake State Park, zwemmen witte pelikanen. De toegang is gratis en na een praatje met een studente die als vrijwilliger in het parkhuisje werkt, rijden we door het Bird- en Wildlife Refuge. De dirt road, is wel heel erg dirt, stenig, vol kuilen en stoffig. Groot wild zien we niet, wel talloze vogels, zoals zilverreigers, Canadese ganzen, koeten, eenden en grote zaagbekken. In het moerassige gebied, zijn her en der kleine ranches met koeien. Er staat zoveel water op het land, dat die dieren amper een droog plekje hebben om te liggen. 

De bewolking neemt hand over hand toe en er dreigt onweer. We rijden tot een meertje bij Dingle, waar bliksems door de inmiddels loodgrijze lucht snijden; we gaan terug. Langs de gravelroad Dingle-Paris zijn opnieuw veel vogels, waaronder kraanvogels, ibissen, yellowheaded en redwinged blackbirds, of te wel zwarte vogels met gele koppen dan wel rode vlekken in hun vleugels. Een havik gebruikt een paaltje als uitzichtpost. Er is zoveel te zien, we blijven stoppen, maar oplettend, want rondom dit open gebied hangen fikse buien. Zo fel als de regen- en onweersbui is die we bij Paris over ons heen krijgen, zo snel is die ook voorbij en schijnt de zon weer.

Als we aan het begin van de avond terug zijn op de camping is het afgekoeld naar 25 graden, drinken we buiten een wijntje en hopen we dat de buien verder langszij zullen gaan. De  diepvriessperziebonen die we bij de barbecue eten smaken ronduit vies. Gelukkig hebben we ook rauwkost.

Het gaat weer regenen en dat betekent de rest van de avond binnen zitten.  Weather.com geeft geen goede voorspellingen op voor Grand Teton en Yellowstone. Dat is balen. We overwegen om de route om te gooien en later naar Yellowstone te gaan, maar dan komt onze planning niet goed uit. Dus, we wagen het erop.

Manila -  Garden City, Utah, 149 miles.

Rondrit Mud Lake en Paris, 57 mile.

KOA Bear Lake, één overnachting $ 47,52.

Donderdag 8 juni

We wentelen ons in de luxe van het mooie sanitair en gaan op weg naar Grand Teton. Het is 24 graden en er staat een frisse wind. De blauwe lucht gaat geleidelijk aan schuil achter wolken. Langs het bijzonder blauw/groen gekleurde Bear Lake, staat een verzakt houten schuurtje met seringen en veldbloemen, dat niet zou misstaan in Frankrijk.

We laten Utah achter ons en rijden Idaho binnen. Over Paris en Montpelier (in deze streek hebben zich ooit Franse pioniers gevestigd)  rijden we naar Geneva op de grens met Wyoming. Niet veel verder komen we door het Bridger Teton National Forest, een prachtig gebied met bossen, stroompjes en veel soorten wilde bloemen, zoals het gele balsamroot. Na Afton gaat het richting Jackson langs de Snake River. Tijdens een stop vinden we een grote onderkaak met kiezen van een hert of eland. Af en toe valt er een buitje met wat onweer, maar het is toch beter dan we verwachtten.

In Jackson is het gezellig druk. In eerste instantie ziet het er, met de leuke oude pandjes en het plantsoen met bogen van grote geweien, nog net zo uit als in 1999, maar aan de buitenrand is wel een mooi nieuw bezoekerscentrum gekomen. Interessant, evenals het aangrenzende stukje natuurreservaat met een wildlife viewpoint. Het stikt er van de (water) vogels. Canadese ganzen waggelen met tientallen jongen door ondiep water en diverse soorten blackbirds vliegen af en aan naar de vele nesten. Via Jackson Hole bereiken we het Grand Teton National Park. In het VC bij Jenny Lake bestuderen we info over de campgrounds in het park en besluiten naar een nieuw trailervillage met hook-ups in Colter Bay te gaan. Middenin de natuur en toch van alle gemakken voorzien.

Op een kudde wapiti’s (de indiaanse naam voor elk) na zien we verder geen wild onderweg. We rijden langs het mooie Jenny Lake. De Jackson Lake Dam biedt een weids uitzicht op het meer en de complete Teton Range. Zon en wolken zorgen voor een mooie belichting.

Colter Bay is bijna een dorp in het nationale park, met het Trailer Village, Tent Village, cabins, winkels, restaurants, haventje, boten(verhuur) en een bezoekerscentrum met museum over de indiaanse cultuur. Op Trailer Village hebben we een leuk gesprek met de medewerkers in het bureau, krijgen een mooie plaats toegewezen en worden gewaarschuwd voor de mogelijkheid van beren op het beboste terrein. De dag ervoor liep er een grizzly tussen de campers. Het onweert op afstand en het regent, maar even later zitten we toch in het zonnetje.

Tijdens een verkenningsrondje over het terrein zien we grondeekhoorntjes en een mier, zo groot als we nooit eerder zagen, met haartjes op zijn achterlijf. Volgens het boekje een Carpenter Ant.

Ver buiten de camping wagen we ons niet met z’n tweeën vanwege de beren.

Om 18.45 uur lopen we naar het Chuckwagon restaurant, waar het behoorlijk druk is. Vooraf nemen we sla met een gerookte dressing. De mannen gaan uiteraard voor een steak, een New Yorker, met uienringen en gepofte aardappel, Tiny en ik nemen gegrilde eggplant (aubergine) met spinazie, twee soorten Italiaanse kaas en spaghetti. Wijntje erbij en met z’n vieren eten we heerlijk voor 90 dollar.

Een beetje uitbuiken is niet verkeerd en daarom lopen we nog een stukje om en kijken bij Colter Bay Marina. Met de gekleurde avondhemel fraai en sfeervol. De beren laten zich niet zien.

Garden City – Colter Bay in Grand Teton NP, Wyoming, 183 miles.

Colter Bay Trailer Village, twee nachten $ 93,28.

Vrijdag 9 juni

Het weer valt mee, wolken maar ook zon. Om half tien beginnen we aan een rondje Grand Teton. Bij Jackson Lake Junction gaan we naar de Oxbow Bend, de beroemdste bocht in de Snake River binnen het park. De zon schijnt, het uitzicht is schitterend, alleen is het jammer dat Mount Moran en de meeste bergen van de Teton Range schuil gaan onder een wolkendek. Op een uitgestrekte weide ligt een grote kudde wapiti’s.  De ‘goudkoorts’ om wild te zien slaat bij ons toe. Het is echt fantastisch om weer in dit gebied te zijn. Op meerdere plaatsen scharrelen bizons op de graslanden en eigenlijk willen we wel overal stoppen om de mooie natuur op ons in te laten werken. De Snake River Overlook is weer zo’n prachtig punt, die een aantal bochten van de rivier overziet aan de voet van de Tetons. Wij zitten aan de goede kant, want in de bergen onweert het.

Het voorjaar toont zich met veel bloemen en de bijbehorende bijtjes. Muurtjes zijn opgevrolijkt met witte, gele en oranje korstmossen. Lunchen doen we in de camper want helaas zakken de wolken over de bergketen en worden de weersomstandigheden slechter. Op weg naar North Jenny Lake Junction begint het te spatten. Het wordt loodgrijs en een stuk frisser. Mount Moran weerspiegelt in het Spring Lake. Daarvandaan willen we een trail lopen naar het Laigh Lake. Na een paar honderd meter begint het echt te regenen en dat gaat steeds harder. De wind ook, dus we worden behoorlijk nat en keren terug naar Colter Bay.  

In de namiddag bezoeken we het museum in het bezoekerscentrum van Colter Bay, met een boeiende collectie voorwerpen en kleding van de Shoshone indianen, veelal van kralenmotieven voorzien. We praten lange tijd met een Shoshone vrouw, die ter plekke sieraden maakt voor de verkoop. Ook vertelt ze indiaanse wijsheden over healing, moeder aarde en vader zon. Samen met haar broer had ze drie jaar eerder, vanwege de veel te lage waterstand bij de Tetons, een regendans uitgevoerd en het werkte. www.teton-rainbows.com  (Persoonlijk vind ik, dat het nu wel even uitgewerkt mag zijn). Ze wijst ons ook op de helende kracht van vrouwen: ‘Dat zit in hun handen’. Tiny en ik kopen allebei een zilveren halskettinkje met turkwaas en vinden de ontmoeting met de Shoshone heel bijzonder.

’s Avonds doen we lekker makkelijk en eten smakelijke clam chowder (dikke soep van schaaldieren) uit blik en broodjes. Het weer blijft halen en brengen.

Rondrit in Grand Teton NP 63 miles.  

Zaterdag 10 juni

Als we om 8.00 uur opstaan is het maar 7 graden. Na langdurige regen piept nu toch de zon erdoor. We gaan naar het aan Grand Teton grenzende Yellowstone NP. Via de Rockefeller Highway staan we om kwart voor tien aan de poort van het park, waar we een plattegrond krijgen en een dagkrantje. De temperatuur daalt van 10 naar 5,5 graden als we op 2435 m hoogte voor de eerste keer over de Continental Divide, waterscheiding, gaan. Overal liggen nog grote sneeuwplekken en inmiddels valt de neerslag ook in de vorm van natte sneeuw. Dit is niet wat we hoopten, maar apart is het wel. Bij de Lewis Canyon staan we hoog boven de kolkende Lewis River. Het is een sinister zwart/wit landschap met sneeuw en kale boomstaken, restanten van de bosbranden in 1988. Verderop, een stuk lager, strekken we de benen bij de Lewis Falls. De ondiepe rivier ziet er met schakeringen rood en groen in de  watervegetatie en de sneeuwresten langs de oevers schilderachtig uit. In de drassige grond bloeien gele glacier lily’s, de eerste bloemen die verschijnen als de sneeuw verdwijnt.

Door de lage temperatuur vallen al snel de eerste warmwaterbronnen en geisers op. De stoom is van verre te zien. Allereerst bezoeken we het West Thumb Geyser Basin, heel mooi gelegen aan het Yellowstone Lake. Geweldig om deze geothermische verschijnselen terug te zien. Het borrelt, sist en blubt en er hangt een bijna bedwelmende zwavellucht. Soms belicht de zon de blauwe poelen waarin luchtbellen naar boven kringelen, dan weer maken regendruppels cirkels in het water. Bij de Black Spring krijgen we een kletterbui met hagel. Het is heel koud. We duiken diep in de windjacks, onze brillen beslaan evenals de lenzen van de camera’s. Maar het is wel lekker warm in de stoom, al stinkt die nog zo naar rotte eieren en beneemt die je bijna de adem. Gelukkig gaat de zon weer schijnen en de pasteltinten van het Yellowstone Lake, waarin zich ook warme  bronnen bevinden zijn, zijn schitterend.

Op meerdere punten komen we over de Continental Divide, ruim 2500 meter hoog en overal ligt nog sneeuw. Na de Keppler Cascades bereiken we het geisergebied van de Firehole River. Bij het Upper Geyser Basin gaan we, na de lunch in de camper, naar het terras bij Old Faithfull, de enige geiser waarvan de uitbarsting vrij nauwkeurig te voorspellen is. Op bankjes wachten we een eruptie af, die binnen het uur moet plaatsvinden. Het spektakel van water en stoom wordt rond 13.40 uur verwacht. Eerst spuit de iets verder gelegen Beehive Geyser een watermassa met grote stoomwolken de lucht in. Die is maar één keer per dag actief, dus we treffen het. Het is een fraai schouwspel, zeker tegen de loodgrijze lucht. We zitten met heel veel anderen wel lekker in de zon. Na wat geborrel zo nu en dan, waardoor iedereen denkt dat de eruptie begint, wordt om 13.45 uur de Old Faithfull echt actief. Eerst voorzichtig met wat stoomwolkjes en gespetter en dan gaat ineens de Kärcher aan. Als een superformaat hogedrukspuit knalt de kokende waterstraal tientallen meters hoog sissend en kolkend de lucht in, neemt na een spectaculaire show geleidelijk af en alles bij elkaar duurt het maar enkele minuten. Dat de grond kort voor of tijdens zo’n krachtsexplosie zou trillen, hebben wij niet gevoeld.

Na deze aparte voorstelling rijden we richting West-Yellowstone om naar de KOA Campground te gaan. We willen geen uren besteden aan het, vermoedelijk tevergeefs, zoeken naar een plekje op een van de parkcampings. Daar is in het midden- en hoogseizoen meestal na 12.00 uur niets meer vrij voor campers. Onderweg zien we diverse wapiti’s en bizons. Op de weg langs de Firehole River loopt een groepje bizons met twee kleintjes erbij. Dus file en geklik van camera’s. Langs de rivier stoomt het volop. Het weer is halen en brengen. Soms regent het en is het koud, maar met de zon erbij is het meteen een stuk warmer. 

Langs de fraaie Madison River lopen nog meer bizons. Wat treffen we het weer. De camping ligt zes miles voorbij West-Yellowstone op 2600 meter hoogte in het Targhee National Forest. Het is een luxe terrein, met alles erop en eraan en vorig jaar zelfs KOA van het jaar, maar voor ons hoeft zoiets niet. De prijs is er ook naar: 61,64 dollar per nacht! We bespreken voor één nacht en zien morgen wel verder.   

We trekken er meteen weer op uit en doen in West-Yellowstone voor meerdere dagen boodschappen bij Market Plaza. Terug in het Yellowstone park rijden we door de Firehole Canyon, waar we pal naast een wapiti komen te staan. Ze draagt een halsband met antenne.

Een maf gezicht, het lijkt wel of het hert radiografische besturing heeft. Bij de Firehole Falls scharrelen Knabbels en Babbels.

We willen alles uit de dag halen en bezoeken ook het Lower Geyser Basin, waar de stoom prachtig afsteekt tegen alweer een donkergrijze lucht. Via een schitterende loop langs onder andere de Fountain Paint Pots komen we bij de grote Clepsydra Geyser, die actief is.

Vanwege de zeer mooie omstandigheden met tegenlicht maken we de ene foto na de andere. Dit onstabiele weer geeft beslist een bijzondere dimensie. Om met Johan Cruyff te spreken: ellek naodeel heb se foordeel.

Terug in West-Yellowstone eten we net als in 1999 weer bij het geinige en ongedwongen restaurant Gusher. Tiny en ik gaan voor een Veggie sandwich, de mannen voor pizza’s. Alles is van een superformaat, we krijgen er zelfs een bord frites bij. Niet zo gek dat die Amerikanen vaak zwaar overgewicht hebben. Met een lekker wijntje erbij smaakt het allemaal heel goed, voor 55 dollar. Het grootste deel kan echter, omdat we geen doggybag willen, de Kliko in.  

In de camper blijkt de wc opnieuw verstopt te zijn. Balen. Met een buigzame tak en de doucheslang weet Ton het handeltje te ontstoppen en door te spoelen. En het probleem is definitief over.   

Colter Bay – West-Yellowstone en de rondritjes in het NP bij elkaar 153 miles.

KOA campground West-Yellowstone, één overnachting $ 61,64.  

Zondag 11 juni

Na een koude nacht, waarin we dik aangekleed in bed lagen, is de lucht winters grijs. Er is Wifi, dus we verzenden e-mails. Als we vertrekken is het half bewolkt en 12 graden. Dat gaat de goede kant op.

Na een tankstop rijden we Yellowstone weer in. Omdat de campings al vroeg op de dag vollopen, gaan we eerst naar de Madison Campground, maar daar zijn geen plaatsen voor 32 ft RV’s. De aardige behulpzame receptioniste belt naar Bridge Bay, ook een Xanterra camping, en reserveert een plaats voor ons. We kunnen de 18 dollar stageld meteen bij haar voldoen, dan hoeven we niet eerst naar die camping toe te rijden, maar kunnen we meteen het tripje maken zoals we dat willen.

Langs de Firehole River graast ter hoogte van de Nez Perce Creek een kudde bizons in het veld.  Verderop rijden we  Firehole Lake Drive met de Great Fountain Geyser. Die is helaas niet actief, pas ’s avonds tussen 18.00 en 22.00 uur, nadat de poelen zich met water hebben gevuld. Dat spektakel kan drie tot vijf kwartier duren. Er lopen veel watertjes en we zien knotsen van blauwe libelles. Op een weide doen we ook een bizarre vondst: de complete kop, botten en stukken vacht van een dode bizon. Misschien wel gestorven bij de geboorte van haar jong, want er liggen kleine lichtbruine pootjes naast.

De ene bron is nog mooier dan de andere, zoals de Firehole Spring en, ter hoogte van het Firehole Lake, de Young Hopefull Geyser en de Black Warrior Pool. Met kleuren, die door een combinatie van algen en mineralen variëren van zeegroen tot roestbruin. Inmiddels wordt het prachtige landschap volop beschenen door de zon. Mooie gelegenheid om te lunchen bij het meer.   

Daarna bezoeken we het Midway Geyser Basin, waar het water van de Excelsior Geyser neerstroomt in de Firehole River. De grote blauwe poel, die eigenlijk een vulkaankrater is, wordt regelmatig bijna geheel aan het oog ontrokken door de stoom. Overal borrelen grote luchtbellen op. Ernaast ligt de Grand Prismatic Spring, de grootste heetwaterbron ter wereld. De patronen in de omringende grond, onder een dun laagje water, zijn grillig van vorm en bijna grafisch zwart/wit. Kuierend over een honderden meters lang plankier beleven we alle vier deze landschappelijke beauty op ons eigen tempo. In het midden van de bron hangt boven de vele schakeringen bruin en oranje van de micro-organismen lichtblauwe stoom.

Infoborden zetten het geothermische verschijnsel uiteen.

In het Upper Geyser Basin bij Old Faithfull, kopen we een wandelkaart en lopen langs vele geisers en bronnen de 2,4 km lange trail naar de Morning Glory Pool. Eerst over Geyser Hill, waar het ons opvalt dat de blauwtinten van de poelen veel bleker zijn dan in 1999. Langs de schitterende route passeren we Anemone, Heart en Goggle Geyser, die aan het spuiten is, en de dubbele Spasmodic Geyser. Op veel plaatsen wordt een van-tot tijd aangegeven voor de verwachte eruptie. De witte Grotto Geyser is heel bijzonder door de bizarre vormgeving. De grote ronde Morning Glory Pool spreekt erg aan vanwege het heldere blauw met geel/oranje randen. ’t Is jammer dat er altijd weer mensen zijn die er munten en troep in gooien. Om de bron niet te laten verstikken, moet die jaarlijks worden schoongemaakt.

Op de terugweg, via een andere route, staan we stil bij de Castle Geyser en de Crested Pool. Daar plaatsen rangers een waarschuwingsbord met Bear in Area. Nota bene in het gedeelte waar we net doorheen zijn gelopen. Als we dat hadden geweten……Vanaf dit punt is een groot deel van het Upper Geyser Basin te overzien. In de verte is Old Faithfull weer actief. 

Over de Craig Pass en langs West Thumb rijden we naar Bridge Bay aan het Yellowstone Lake, waar de horizon wordt gevormd door de besneeuwde Absaroka Range. Het is al 20.00 uur als we op camping Bridge Bay  plaats 75 krijgen toegewezen in de B loop. Er zijn heel wat van die loops op het door bos omzoomde open terrein. Voor campers, trailers en vouwwagens en aparte velden voor tenten. Er hangt een bijzonder sfeertje, het lijkt wel een Trappers camp. Midden in de natuur en lekker rommelig. Een grote bizonstier scharrelt gewoon tussen de kampeermiddelen.

Ja, hij woont er, wij zijn gasten. Een ontmoeting met een beer behoort ook hier tot de mogelijkheden.

We eten simpel: tomatensoep uit blik en broodjes met worst, want om 21.30 uur willen we een diavoorstelling bijwonen in het amfitheater. Het is een aardig stukje lopen en we zijn net op tijd voor een boeiende presentatie die een ranger geeft over de geschiedenis van de Nez Perce indianen en Chief Joseph. Als we teruglopen is het al helemaal donker. Het laatste stukje zijn we maar met z’n drieën. De zaklantaarns gaan aan. We genieten nog even van het Yellowstone Lake, dat wordt beschenen door een volle maan. Wolvengehuil blijft echter uit. De bergen en de met sterren bezaaide hemel lichten zo nu en dan flauw op door het weerlicht van een verre onweersbui.   

West-Yellowstone – Bridge Bay 77 miles.

Camping Bridge Bay $ 18 per nacht.

Maandag 12 juni 

De zon schijnt en het is blauw. Dat gaat goed! Voordat we vertrekken om een ander rondje te doen in  Yellowstone, reserveren we nog een nacht op Bridge Bay. We kunnen terug op dezelfde plek. Terwijl we buiten het terrein bij het sanistation in de rij staan voor het lozen van toilet en afvalwater, raken we geanimeerd in gesprek met een Texaan. Bij de barbecueplaatsen likt een hert aan een rooster: ‘Was dat mijn broertje?’ Het winkeltje voorziet in de levensmiddelen die we nodig hebben. 

Om 10.00 uur gaan we echt op pad. Al snel stoppen we langs de vrijwel rimpelloze Yellowstone River, waar witte pelikanen zwemmen. Het is een plekje om in te lijsten. In de weidse Hayden Valley zijn een heleboel bizons.

Grazend of liggend en herkauwend en je kunt je niet voorstellen dat deze lobbessen zo snel en gevaarlijk kunnen zijn. Joekels zijn het, met enorme koppen en een naar verhouding schriel kontje.

We zijn blij dat het weer is verbeterd, want we hebben zo naar Yellowstone uitgekeken. Bij Artist Point beleven we intens de bijzondere kleurrijke Grand Canyon of the Yellowstone en genieten van het zicht op de Lower Falls. Supermooi! De wanden lijken wel een pointilistisch schilderij in oker, beige en rood met in de diepte het zilvergrijze kolkende water. Er vliegt een osprey  rond en kunstschilders leggen de waterval vast op doek. De prachtige canyon bekijken we ook vanaf de overkant van de rivier bij Inspiration Point en Lookout View. Daar ontdekken we op een top van een lagergelegen rotspunt een ospreynest met één al vrij groot jong erop. Pa of ma vliegt heen en weer voor de ravitaillering.  

Na de lunch gaan we naar de noordoost hoek van het park. Het weer wordt steeds lekkerder, bijna 23 graden. Op de 2700 meter hoge Dunravenpas rijden we tussen muren van smeltende sneeuw. Een file medetoeristen maakt ons vlakbij Tower attent op een zwarte beer die tussen struiken scharrelt. Voorbij Canyon Village koersen we richting Lamar Valley in de hoop wolven te zien. Ook daar zijn veel bizons, maar wolven komen niet in het vizier. Dat is maar weinigen gegeven.    

We keren, want anders wordt het te laat om te barbecuen. Op de terugweg vangen we weer een glimp op van een beer. Het is opnieuw hobbelen over het slechte wegdek van de Dunravenpas. De weg naar Mount Washburn is vanwege de sneeuw nog afgesloten. Ook in dit deel van het park is het op veel plaatsen een chaos van omgevallen verbrande boomstammen. Achttien jaar na de grote bosbranden van 1988 is de vegetatie zich goed aan het herstellen. Tussen de kale stammen staat frisgroene onderbegroeiing. Op grote hoogte zijn de zaailingen van naaldbomen  zo’n meter hoog, lager in het dal is dat al enkele meters. Sommige hellingen zijn paars van de bloemen, zoals lupine. Langs de Yellowstone River in de fraaie Hayden Valley houden zich nog steeds veel bizons op. Een bald eagle geeft een vliegshow.

Terug op camping Bridge Bay drinken we een wijntje in de zon en stoken een vuurtje. Aan de andere kant van het veld scharrelt weer een bizon tussen de campers. Mensen die met hun auto zijn weggeweest, moeten ruim een uur wachten eer ze in hun trailer kunnen, omdat de bizon voor de ingang gaat liggen herkauwen. Zo’n jongen duw je niet even opzij.

Dichtbij zien we een valkje en een rode kruisbek, die gewillig op een tak poseert. We eten onder een strakblauwe hemel. Het is nog warm. De sfeer op het terrein is zo midden in de natuur echt bijzonder. Er is een grote verscheidenheid aan kampeermiddelen. Van megagrote luxe RV’s tot kleine koepeltentjes. Onze buren hebben een oud busje, met een betimmerd interieur dat werkelijk met van alles en nog wat is volgepropt. Opa, met cowboyhoed, zit met zijn kleinzoon rond een rokend vuurtje. We wanen ons in een pionierskamp. Een man uit Georgia komt meerdere keren even langs om gezellig een praatje te maken. We barbecuen lekker, maar irritante muggen jagen ons al om negen uur achter de horren.

Rondje door Yellowstone NP 98 miles

Dinsdag 13 juni

Een stralend mooie ochtend. Strak blauw en het is al snel 20 graden. Om 9.15 uur is het hele ochtendritueel weer afgewerkt en vertrekken we naar Montana. Via Village rijden we door Norris Canyon naar Norris Geyser Basin en lopen daar een flinke trail, langs onder andere de Steamboat Geyser, die enigszins actief is. Het is een heel uitgestrekt gebied met het Porcelain Basin vol grote blauwe en stomende poelen. Er zijn nog maar weinig bezoekers. Eigenlijk is het heel bizar, dat je in Yellowstone op zo’n dun korstje aarde loopt, waaronder een steeds grotere dreiging ontstaat voor een megagrote vulkanische uitbarsting, welke die van Mount St. Helens in de staat Washington in 1980 vele malen zal overtreffen. Ook in Europa zullen we daar langdurig de gevolgen van ondervinden. Hoe fascinerend ook, laat het nog maar even wegblijven.

Verder noordwaarts komen we onder meer langs de stomende Roaring Mount en door de vallei van de Gardiner River. Via de Golden Gate, een vernauwing in het dal, bereiken we Mammoth Hot Springs. De droge witte terrassen duiden op weinig activiteit. Het stoomt wel op andere plekken en ook  de veelkleurige terrasvormige Canary Spring is actief. We kijken nog wat rond in het village en de giftshop en moeten dan helaas Yellowstone weer laten voor wat het is en rijden Montana binnen.

Bij Gardiner zijn we terug in de bewoonde wereld, met grote ranches en leuke huisjes. Tot Livingston bevinden we ons in het Gallatin National Forest. Op de Yellowstone River gaan rafters de uitdaging aan met het kolkende water. In Livingston gaan we tegen onze gewoonte in een ‘vette bek’ halen bij McDonalds. Nog lekker ook. Als we verder gaan naar Helena is het 22 graden.

Langs de 89 zien we een bald eagle met uitgespreide klauwen op een prooi landen langs de kant van de weg. Het is een vrij groot lichtbruin kadaver. Wellicht een pronghorn of een deer. Het was een flits, maar het blijft op ons netvlies staan. Echt gaaf.

We rijden door het typerende Montana landschap. Weids, veel ranches en bergen op de achtergrond.  Een omgeving als in The Horsewhisperer. Regelmatig zien we wapiti’s en pronghorns. We krijgen ook te maken met roadworks en dat betekent af en toe wachten en vervolgens mijlenlang denderen over gravel met gaten en kuilen. De lades schieten herhaaldelijk uit de kasten. Prachtig is een vlucht opstijgende kraanvogels. 

Over de Lewis en Clark Highway, door Townsend en langs het Canyon Ferry Lake komen we in het drukke Helena, waar we de 12 west nemen over de MacDonald Pass naar Garrison. Om 18.00 uur zijn we daar op het Riverfront RV Park. Een grasland met uitzicht op de bergen en grote plaatsen, compleet met tuintafel en stapelstoeltjes. Van een echte receptie kan niet gesproken worden, wel is er een soort zitkamer als ontmoetingspunt. Het geeft een gevoel van welkom te zijn en we mogen zelf een plek uitzoeken. De spoorbaan langs het terrein wordt gelukkig nauwelijks gebruikt. We gaan ‘op de zon’. Als de campingbaas het geld komt innen, praten we een hele tijd met hem. Onder meer over de alsmaar stijgende grondprijzen in Montana, omdat de staat de laatste jaren nogal populair is bij het Hollywoodvolkje, en het wildlife wat er zit, beren, elanden en wapiti’s. Hij vertelt dat er jaarlijks wel honderd dieren worden doodgereden in de omgeving. Veelal door toeristen die er niet op berekend zijn, dat die dieren zo maar vanuit de bosjes de weg over kunnen steken.  Maar ook de autochtonen kunnen het niet altijd voorkomen. Het avondmaal bestaat uit gegrilde kip met rösti en doppers. De bewolking neemt toe evenals de muggen. Dus bijtijds naar binnen en gebruik maken van WiFi.   

Yellowstone NP/Bridge Bay – Garrison 279 miles.

Riverfront RV Park, één nacht $ 21.50 .

Woensdag 14 juni

Om 7.00  uur is het strak blauw, maar een uur later is daar weinig meer van over. Vandaag gaan we van dit noordelijkste punt in onze rondreis weer zuidwaarts, via de I 90 richting Salmon in Idaho. Met de weidse panorama’s begrijpen we waarom Montana de Big Sky Country wordt genoemd. De wolkenpartijen zijn fraai, maar worden na verloop van tijd zo gesloten en donker dat ze weinig goeds beloven. Ten zuiden van Butte gaan we de Continental Divide over via de Deer Lodge Pass, bijna 6000 ft.  De temperatuur daalt naar 15 graden. Dan rijden we ‘Mordor’ binnen. Zware slagregens kletteren op de voorruit en er steekt zo’n harde wind op, dat de RV over de weg slingert. Als het ook nog gaat hagelen, schiet de temperatuur omlaag naar 8 graden. Enorme bliksems snijden horizontaal en verticaal door de zwarte lucht  en het is ronduit onheilspellend. In het oog van de bui schijnt even de zon en dan gaat het opnieuw heftig te keer. Best wel spannend in het open landschap, dan is zelfs een grote camper klein.

Bij Divide slaan we af naar de 43, richting Wisdom en gaan weer de bergen in, door de Valley of the Big Hole in het Beaverhead Deerlodge National Forest. Het is nog kouder geworden. In de Wise River wordt veel gevist vanuit roeibootjes. Opnieuw is er oponthoud wegens roadconstruction. Over een loose gravelroad bonken we een eind achter een pilotcar aan, De weg is dan weer een gatenkaas, dan weer een zandbak, waarin de RV zelf zijn weg zoekt. Twee pronghorns op een veld laten zich niet afschrikken door de stofwolken en de herrie van de machines.

In het cowboystadje Wisdom lijkt het met de oude houten pandjes of de tijd er heeft stilgestaan. Het uitladen van een vrachtwagen bij de dorpssuper, gesnuif van paarden in een stilstaande veewagen en het gepiep van een roestige ijzeren windmolen zijn de enige geluiden in het nagenoeg verlaten oord. Alles ademt historie, zoals saloons, houten schuren en de Conover Trading Post, waar ze werkelijk van alles verkopen. Van kauwgom en bier tot souvenirs, kleding en wapens. Alles gadegeslagen door opgezette dieren aan de wand. We gaan verder, want gezellig is het koude Wisdom niet met de grijze regenwolken.

Richting Idaho dreigt weer een T-storm. Kort na Wisdom bezoeken we het Visitor Center van het Big Hole National Battlefield, een Nez Perce National Historic Site. De vrijwilligers zijn erg blij dat ze bezoekers zien. Met de National Parkpas  is het museum gratis.  We krijgen een bijna privé filmvoorstelling over de zeer trieste geschiedenis van Nez Perce indianen, die daar tijdens hun vlucht in 1877 door soldaten van het Amerikaanse leger gruwelijk zijn afgeslacht. Voornamelijk vrouwen en kinderen. Het slagveld met frames van tipi’s is indrukwekkend. De botten van de Nez Perce liggen er nog.

Na de lunch vervolgen we de route over de Chief Joseph Pass, 7241 ft, en rijden Idaho binnen. De hellingen langs de North Fork of the Salmon staan vol lodgepole pines. In  North Fork doen we boodschappen. De Salmon River stroomt door een steeds kaler wordend landschap, dat vanwege het sombere weer een deprimerende uistraling heeft. De rivier stroomt sterk, met enkele flinke rapids. In het oude Salmon staan opvallend veel rood bakstenen panden. Verderop zorgen  zon en donkere wolken voor een sinistere lichtval op het water. Het weer blijft onstabiel. Tijdens buien keldert de temperatuur.

Om 16.45 uur zijn we op het Salmon River RV Park. De grappige receptie annex winkeltje lijkt wel een pannenkoekenhuisje. Het doet huiselijk aan en het ruikt er heerlijk naar vers gebak. De aardige eigenaars verkopen zelfgemaakte koeken en pizza’s. De camping ligt in een bocht van de rivier, waar het dal smal is en de bergen spaarzaam begroeid. Het gebied is rijk aan beren en wolven. Als we onze plaats voor één nacht hebben ingenomen stroomt de regen neer.  Gelukkig wordt het ook weer droog en lopen we een stukje. In de avond worden we vlakbij getrakteerd op een prachtige dubbele regenboog.

Meer wild dan een konijntje zien we helaas niet. Een beer was toch wel eens leuk geweest.

Garrison – Salmon 203 miles

Salmon river RV Park, één nacht $ 23,50.

Donderdag 15 juni

Na een koude nacht brengt een lekkere warme douche ons weer bij de mensen. En weer regent het. Zo jammer dat snertweer net nu we door de prachtige Sawtooth Mountains gaan. Om 9.30 uur vertrekken we van Salmon River RV Park in de Elk Bend, want zo heet deze bekende bocht in de Salmon River. We gaan verder zuidwaarts. Ons doel vandaag is de omgeving van Sun Valley/Ketchum. Het dal oogt somber, helemaal waar dat een kloof vormt. Het wordt wel weidser, maar nog steeds zijn er de gladde met gras begroeide bergen, waar alleen op de hoger gelegen delen wat bomen staan. We zien wapiti’s, muledeer en pronghorns en het klaart op. In Challis doen we boodschappen en gaan snel verder over de prachtige Scenic Byway van de Salmon. Van de alom beloofde ‘wildlife viewing’ komt niets terecht. Er mogen dan nog zoveel beren, wolven en elanden zijn, langs de weg laten ze zich niet zien. Dit in tegenstelling tot in het Canadese Alberta en British Columbia in hetzelfde jaargetijde.  

In Stanley, in het mooie Stanley Basin, ligt de besneeuwde Sawtooth Range in al zijn glorie voor ons. Een indrukwekkend gebergte, vergelijkbaar met de Grand Tetons. Namelijk ook een keten, die omhoog rijst uit een hoogvlakte. We kuieren door het plaatsje, waar aan de onverharde straten veel houten huisjes staan, snuffelen rond in een giftshop en gaan naar de Tourist Info. Die is bemand door vrijwilligers, een gepensioneerd echtpaar uit Minnesota. Ze geven veel info en op hun verzoek schrijven we in het gastenboek. Bij de brochures is een campinggidsje met alle kampeerterreinen in Idaho. Een natuurterrein van de Forest Service bij Baker Creek, 15 miles noordelijk van Ketchum/Sun Valley, lijkt ons wel wat voor de komende nacht.

Ten zuiden van Stanley ligt het Redfish Lake mooi te zijn, met swamps langs de oever en met de Sawtooth Range als decor. Ideaal terrein voor elanden, maar zo midden op de dag laten ze zich niet zien. Wel meerdere spechten. Het is een fijne plek met een aangename sfeer. Na de lunch rijden we nog wat verder langs het fotogenieke meer. Een  stelletje herrieschoppende squirrels stelen de show.

Terug op de 75 gaan we door de prachtige vallei van de Big Wood River, die we overzien vanaf de 2600 meter hoge Galena Summit. Vijftien miles voor Ketchum stoppen we bij een forest road in de Sawtooth National Recreation Area. Dat doen we alleen maar omdat Tom Tom ons vertelt dat we bij Baker Creek zijn. Er wordt niets aangegeven. Eerst kunnen we geen camping ontdekken, maar verder op het onverharde pad staat een bord wat er naar verwijst. Het is 1 mile naar de camping over een paadje te midden van   bloemenweiden, waar ook een verlaten huis staat. Net als we denken dat er geen camping is, zien we een bordje met nummer 2 erop. Dat blijkt dus een campsite te zijn en omdat die vrij is en bijzonder mooi ligt, besluiten we er meteen te gaan staan. In de wijde omtrek is er niemand. We lijken de enigen op dit gratis terreintje van de Forest Service. De plaatsen moeten wel ver uit elkaar  liggen, want een ander nummerbordje zien we niet. Het is nog even manoeuvreren om op de plek te komen, maar met aanwijzingen van Wim rijdt Ton over het smalle pad met bocht achteruit naar beneden. Voor het eerst staan we echt helemaal wild, aan de samenkomst van twee snelstromende beekjes, de Newman Creek en de Baker Creek. Zo bijzonder, met een schitterend uitzicht op de Boulder Mountains, waar het skigebied is van Sun Valley.

De folders waarschuwen voor veel wilde dieren. Het zou kunnen dat we een beer, wolf, elk, deer of pronghorn antilope op bezoek krijgen. Voorlopig horen en zien we alleen vogeltjes. Het is echt een superplek, maar met z’n tweeën waren we er nooit gaan staan. De wildernis van de Sawtooth Mountains staat erom bekend, dat zich daar nogal eens voortvluchtige misdadigers en terroristen verborgen houden. Een aantal jaren geleden zijn er Nederlandse kampeerders vermoord in Idaho. We kunnen ons ook afvragen waar we mee bezig zijn, maar met z’n vieren durven we dit wel aan. We nemen een neutje en genieten in de zon van de omringende bergwereld en de wilde bloemen, waaronder lupines in allerlei pastelkleuren.

De hoogte, 2600 meter, belooft een koude avond en nacht. We verkennen de omgeving en zien wel wat andere sites, maar nergens staan kampeermiddelen. De mannen leggen een houtvuur aan in de firering. We voelen ons moderne indianen, met een RV als luxe vervanger van paard en tipi en met vlees uit de supermarkt, in plaats van zelf geschoten wild. Maar de gegrilde ribeye is heerlijk, met rösti, sla en gebakken uienringen. Bij de koffie rond het vuur voelt het heel erg koud en dat is het ook. Als we tegen tien uur binnen zijn staat de thermometer op slechts 3,3 graad. Het schemert nog en we turen naar buiten, maar kunnen geen wilde dieren ontdekken. Best wel spannend om daar zo ver van de bewoonde wereld te overnachten. Binnen is het ook ijzig en we gaan met sokken en T-shirts aan naar bed plus een extra dekentje. Brrrr. De verwarming aan gaat ons toch te ver.

Salmon – Baker Creek 144 miles.

Forest Service campground Baker Creek, geen overnachtingskosten. 

Vrijdag 16 juni

Na een steenkoude nacht met vorst, waarin we meerdere keren wakker werden, staan we tegen achten op. Het is strakblauw, plus 1, en smeltend ijs druppelt van de camper. Gelukkig loopt de temperatuur in de zon op, maar alles wat we uit de kastjes pakken voelt ijzig. Wat zijn we toch een bikkels, dat we de verwarming niet aandoen. Maar de zuivere berglucht verpesten met de uitlaatgassen van de generator, daar hebben we geen zin in. Het supermooie plekje blinkt in het kraakheldere ochtendlicht.  

Om half tien vertrekken we en gaan verder zuidwaarts langs de Big Wood River en de Sawtooth Scenic Byway. Een bezoek aan het Craters of the Moon National Monument en een camping in de omgeving van Brigham City in Utah zijn onze doelen vandaag. Ketchum en helemaal het skioord Sun Valley is een  levendig, beetje mondain plaatsje met prachtige huizen, onder meer van beroemdheden uit de filmwereld en de politiek. Die zullen zich ook prima kunnen verpozen op de fraaie Big Wood Golf Course.

Wij verlaten de hoge bergen via een veel drukkere weg nu, over Hailey naar Bellevue, waar we afslaan naar de 20 die richting Arco gaat. Kort voor Lava Lake loopt een statige kraanvogel in een veld met gele bloemen. In  rode en zwarte sintels zien we de eerste tekenen van het vulkanische gebied. Vier miles voor Craters of the Moon hebben we wel een half uur oponthoud vanwege roadconstruction. Het is zonovergoten en inmiddels 19 graden. In Craters of the Moon oriënteren we ons in het Visitor Center. De ranger waarbij we een Field Guide to Forests kopen heet Ted Stout. Nederlandse voorouders dus. Hij vind het leuk, dat stout naughty betekent. We lopen een twintig minuten trail over donkere lavavelden, waar we met het fotograferen uiteraard weer veel langer over doen. De grond lijkt wel asfalt. Toch groeien er plantjes, met papierachtige roze en gele bloempjes. En we zien een Pika, een vrij zeldzaam knaagdiertje dat er uitziet als een hamster, maar een konijnensoort is.

De grillig gestolde lava en cones, lavakegels, vormen een wonderbaarlijk landschap. Niet zo vreemd dat het gebied tot National Monument verklaard is. Alles is zwart of steenrood, de lava ruw en vaak scherp als kartelmessen, in allerlei grillige formaties met holten en gaten. Vanaf de  kegels kijken we een eind weg onder de strakblauwe hemel. Blauw is ook de vogel die we zien, een Townsend Solitaire. Het totale gebied bekijken vergt helaas te veel tijd.

Na Arco volgt weer een stuk onverharde weg met kuilen. De hoogvlakte richting Blackfoot heeft bepaald geen prioriteit met onderhoud.  Atomic City ligt eenzaam in het verlaten gebied waar ooit nucleaire proeven zijn gehouden. Bij Blackfoot, aan de Snake River, gaan we naar de I 15 en langs Pocatello zuidwaarts. In het oosten vormen de Rocky Mountains de horizon. In McCammon, waar we tanken, haalt Tiny die (lekkere) trek heeft bij Taco Bells cheese curds. Smaakt heerlijk, helemaal met een rosétje erbij. Verder gaat het langs Malad City naar Utah en vervolgens door een brede vallei langs Tremonton. Strijklicht accentueert de verticale geulen in de uitlopers van de Wasatch Range. Rechts is de vlakte van het Great Salt Lake. Een gebied, dat mede door de vegetatie een mediterrane sfeer ademt. Dat dit de Mormonenstaat Utah is, bewijzen her en der de witte tempels.

 In Brigham City kijken we eerst naar camping Spike, maar daar raast het drukke verkeer langs. Niet dus. Dan gaan we naar de KOA Perry South in het nabijgelegen Perry en die is een stuk rustiger gelegen.  Vlak voor ons draait een motorhome van het formaat touringcar de camping op. Ook daar is op het gemoedelijke familieterrein plaats voor.  

Via internet is Ton lange tijd bezig om voor twee nachten een camping bij Zion te reserveren. Het is een bestemming waar je in het hoogseizoen beter niet op de bonnefooi naar toe kunt gaan. Het lukt om voor één nacht een plaats te krijgen op de Watchman Campground in het Zion NP. Van de camping in Springdale, net buiten het park, hopen we nog bevestiging te krijgen om daar de eerste nacht te kunnen bivakkeren. 

Na het eten, pizza’s, lopen Ton en ik de boomrijke camping af om aan de rand van de bebouwing de zonsondergang te zien. Het is wolkeloos en we hopen op net zo’n onvergetelijke zonsondergang als we in 1999 meemaakten bij het Great Salt Lake. Perry ligt in een agrarisch gebied, dus boerderijen, landbouwwerktuigen, paarden en grote sproei-installaties. De dalende zon zet de bergen in warm licht. Het meer kunnen we niet goed zien, wel een oranje hemel met ‘saint’-achtige wolkjes. De muggen zijn een plaag en natuurlijk moeten ze Ton weer hebben. Dit zit in no-time onder de beten. Verder is het een heerlijke warme zomeravond, zoals we die van Zuid-Frankrijk kennen.  

Baker Creek – Perry 298 miles

KOA campground Perry South, één nacht $ 30,33

Zaterdag 17 juni

Zon aan een strakblauwe hemel. Weer voor een buitenontbijt. We bellen met de kinderen. In de mailbox is nog geen reactie van de camping bij Zion. Om 9.30 uur vertrekken we en gaan via Williams naar de I 15 richting zuiden. Lekker tempo draaien met die bak over de snelweg tot Syracuse. Daar gaan we eraf, want we willen Antelope Island in het Great Salt Lake terugzien. De toegang voor de camper met inzittenden is 9 dollar. Het is weer gaaf om over de 5 miles lange dam naar het eiland te rijden. Water en bergen liggen mooi te zijn in ijle pasteltinten. Op het eiland zijn veel vogels, onder meer de Burrowed Owl, een uiltje, en leeuweriken. Een musachtig vogeltje voert haar jong vlak voor onze voeten op de grond. In de verte grazen elks en pronghorns. We nemen een kijkje bij verschillende punten,  zien hagedissen en talrijke watervogels. Even denken we beland te zijn in een scene van The Birds, zoveel meeuwen zijn er op een gegeven moment. Iemand voert ze en tientallen scheren er bij de landing langs onze hoofden. Als we over de dam terugkeren,  weerspiegelen de bergen zich in het  rimpelloze water.

Dan gaan we langs Bountiful, ons bekend van de schitterende hooggelegen witte tempel van de Church of the Latter Day Saints, en Woodscross richting Salt Lake City, aan de voet van de besneeuwde Wasatch Mountains. Een bezoek aan de stad zit er nu niet in. Bij Lehi halen we bij McDonalds menuutjes die we in de camper opeten en doen bij Albertson’s boodschappen.

Tussen Provo en Spanish Fork passeren we een stukje Utah Lake. Bij Nephi gaan we van de interstate naar de 28, een scenic route richting Salina en Richfield. Ten noorden van Gunnison Centerfield, is het Sevier Bridge Reservoir en de Sevier River een aantrekkelijk gebied met diverse State Parks, maar het is nog te vroeg om daar een camping te zoeken. In Richfield pakken we nog een stukje I 70 tot het stadje Sevier, waar we de tweebaansweg door de Clear Creek Canyon op gaan, parallel aan de snelweg. In het Visitor Center van het Fremont Indian State Park informeren we naar de camping. Die blijkt vlakbij, aan de andere kant van de snelweg. 

Wat een unieke omgeving is dit weer, aan de rand van het Fishlake National Forest. Het natuurterrein ligt in een canyon met zandkleurige geërodeerde ‘Bryce’-achtige wanden. De camphost is afwezig. De campingfee moeten we bij de info-unit voldoen. Dus envelopje invullen en vullen. Slechts vijf sites zijn bezet en we nemen een plaats in de avondzon. Het is er fantastisch, een superplek!. Er komen mountains lions voor, zwarte beren, wapiti, deer en bald eagles. Ook waarschuwen ze voor ratelslangen. Boven de rotsen cirkelen grote adelaars. We eten buiten en maken alweer gebruik van de barbecue. Omdat het later toch fris wordt en de muggen hinderlijk zijn, gaan we naar binnen. Die prikkers zijn echt overal, of het nu warm of koud, nat of droog is.

Perry – Fremont Indian State Park, t.w.v. Sevier 262 miles

Camping in het Fremont Indian State Park, één nacht $ 12.00

Zondag 18 juni

Een stralende ochtend. De lucht is egaal blauw en we ontbijten buiten. Rondom staat salie. Ook dit is weer een plekje waarvan we met moeite afscheid nemen. Als we wegrijden stoppen we meteen weer, omdat het signaal klinkt dat een stelpoot niet helemaal in is gegaan. Het euvel is snel verholpen, maar het komt wel vaak voor.

In het Visitor Center van het Fremont Indian State Park, zien we een 16 minuten durende documentaire over de Fremont Indianen. Een boeiende geschiedenis. Dit gebied is pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekt, toen de snelweg werd aangelegd. Het interessante museum herbergt allerlei attributen van de indianenstam. Het ligt in een fraaie scenery met rode rotsen en petroglyfs, rotstekeningen. Een guided trail voert ons ook naar een kiva, een ondergrondse hut voor rituelen, toegankelijk via een laddertje, en een granary. Het is wel doorbijten in de felle zon. De hitte is verzengend.

Om half twaalf gaan we op pad. Na Sevier over de 89 langs de Sevier River zuidwaarts. Ten noorden van Marysvale, trekt de geel en bruin getinte Candy Mountain veel dagjesmensen. De weg voert ons verder langs het Piute Reservoir en Circleville. Canyons wisselen af met weidse dalen met farms en koeien en het wordt alsmaar warmer.

In Panquitch nemen we de 143, een scenic byway over het Markagunt Plateau, naar het Cedar Breaks National Monument. Wat is het daar weer apart! Het lijkt wel een groot amfitheater van met rode, gele en witte geërodeerde zandsteen.

Een klein Bryce, maar desondanks heel groot met dieptes tot 600 meter en zo’n 450 meter breed. Bij meerdere panorama’s stoppen we, zoals bij Chessmen Ridge Overlook, waar we al snel hijgen als we omhoog lopen. Niet zo vreemd, want het ligt maar liefst op 10.460 feet, bijna 3200 meter, dus de lucht is ijl. We mogen het park in met de NP pas. Vanaf Sunrise Point overzien we het gebied vanuit een andere hoek. In het VC maken we een praatje met ranger Ann Lundgren. Ze vraagt wat Bye Bye in het Nederlands is. ‘Tot ziens’ dus en als we vertrekken zegt ze het met een heerlijk accent. In het zuidoosten stijgen grote rookwolken op van een bosbrand. De droogte wordt ook met de dag erger. Het is moeilijk in te schatten waar het ongeveer is.

Er volgt een lange afdeling over een prachtige weg, onder andere door een rode canyon, naar Cedar City. Bij de Zion Overlook vangen we al een glimp van het park op. Na het drukke Cedar City voert de I 15 south ons door een brede vallei langs de noordwest hoek van Zion National Park. Bij Toquerville gaan we over La Verkin en Virgin richting Zion NP. Een trading post en naastgelegen oude huisjes lijken zo uit een western geplukt. Na Rockville komen Zion’s bergen steeds dichterbij. Springdale is als druk vakantieoord een groot contrast met de omgeving.

Om 18.00 uur zijn we op het RV Resort Zion, dat bijna aan het einde van het langgerekte dorp ligt, aan de voet van de Watchman. De camping, die bij een hotel hoort, is nagenoeg vol. Er zijn ook veel tentkampeerders. Gelukkig is het online verzoek om reservering wel overgekomen. Ze hadden geen bevestiging gestuurd. De plek die we krijgen toegewezen parkeert lastig in vanwege grote bomen. De camperplaatsen zijn smal en op elkaar gepropt. We staan pal naast anderen en takken hangen op het dak en tegen de voorruit. Vanwege de hitte zijn de douches erg in trek. Ze worden ook veel gebruikt door passanten, stoffige en vermoeide hikers.

Tiny en ik doen nog wat laatste boodschappen in het winkeltje. Omdat de vakantie over enkele dagen ten einde loopt, gaan we de voorraad opmaken uit vriezer. We eten allemaal wat anders. Na de afwas lopen Ton en ik samen naar de ingang van Zion, bijna 2,5 km verderop. Bij het loket halen we alvast info over het park. De Watchman Campground waar we de volgende nacht hebben gereserveerd, ligt een halve mijl voorbij de ingang. Het is met 28 graden een heerlijke zomeravond. De droogte is vanwege de hitte enorm en het bosbrandgevaar volgens de borden dan ook extreem hoog. Langs de weg bloeien  cactussen, albizzia en acacia. Het koelt maar heel langzaam af. Om 23 uur is het nog 21 graden en het wordt een lauwe nacht.

Fremont Indian State Park bij Sevier – Springdale 181 miles.

RV Resort Zion, één nacht 35,74 dollar.

Maandag 19 juni

Een dagje Zion. Na het ontbijt verkassen we eerst naar de Watchman Campground, twee miles verder en net binnen het Zion National Park. De reservering is goed gegaan en we krijgen een plaats met elektra, dichtbij de Virgin River.  Een prima plek, ruimte genoeg, heerlijk rustig en daarmee in groot contrast met de chaos in  Springdale. Midden tussen de rode rotsen en de natuur is hier de sfeer van Zion helemaal aanwezig. In de rivier groeien langs de rand bloedrode wieren. 

Bij het Visitor Center stappen we op de gratis shuttlebus die door Zion Canyon rijdt. Sinds enkele jaren mogen er vanwege filevorming in het hoogseizoen geen particuliere auto’s meer door dit deel van het park rijden. Alleen nog van de gasten van de Zion Lodge. De shuttle start in Springdale en stopt bij zeven haltes. Voor verkoeling staat er een hele serie dakluiken open. Het is zo relaxt genieten in deze prachtige omgeving. Er zijn ook haltes bij het museum, Zion Lodge, Grotto, Weeping Rock en Big Bend. Na een half uur staan we bij het keerpunt in het indrukwekkende decor van de Temple of Sinawawa, waar de Riverside Walk begint. Zion is een belevenis. Zo’n specifieke sfeer met de warme rode gloed die de loodrechte rotswanden uitstralen en het contrasterende frisse groen van de vegetatie. We zijn niet bepaald alleen, maar de buslading toeristen verspreidt zich snel en we genieten van de prachtige wandeling langs wanden vol hanging gardens van onder meer varens, datura en akelei. Overal zien we razendsnelle grondeekhoorntjes. Wat zijn ze toch leuk! 

Aan het eind van de Riverside Walk, waar de kloof heel smal wordt, is het echt druk. Er zijn nogal wat wandelaars die de tocht door de Narrows gaan maken. Dat kan alleen bij goed en stabiel weer in de wijde omgeving, want één flinke bui en het water verzamelt zich van alle kanten in de Virgin en je kunt in het gunstige geval gaan zwemmen. Bij de Temple of Sinawawa nemen we de shuttle terug naar Zion Lodge, waar we in het cafetaria wat te eten en drinken kopen. We eten het buiten op, waar de terrasstoelen naar het grasveld onder de bomen zijn verplaatst. Het is heel erg warm, maar in de schaduw is het uit te houden door de harde mistralachtige wind. Geen beste combinatie, hitte en wind, en het firedanger is volgens de borden dan ook ‘extreme’. Na ook nog een ijsje, lange tijd lekker luieren en een rondje door de shop, gaan we voorzien van flink wat water nogmaals een wandeling maken. Nu naar de Lower Emerald pool. Na de brug over de Virgin River klimt het pad gestaag langs de bergwand naar de laagste van de drie Emerald Pools. We zien diverse collared lizards, hagedissen. In de imponerende omgeving voelen we ons onderaan de hoge, soms overhangende rotswanden heel nietig. Dit moet je beleven, het valt moeilijk onder woorden te brengen. Overal druppelt en stroomt het water vanaf.

Uitrustend op rotsblokken bekijken we het schouwspel van de natuur en worden af en toe nat gestoven. Ton loopt nog wel een eind door naar boven, maar het is te laat om de complete wandeling naar de andere pools ook te maken. We gaan dezelfde route terug. In het zonlicht badende bergen weerspiegelen in de Virgin River, die al in de schaduw ligt, en dat levert fraaie plaatjes op. Bij de Zion Lodge drinken we nog wat. Met shuttle en de benenwagen zijn we binnen driekwartier terug bij de camper. We eten soep en verder is het opnieuw opruiming van restanten. Spullen die overblijven geven we aan onze buren, die dat wel kunnen waarderen.

Vlak bij de camper steekt een muledeer de rivier over. Om 21.30 uur zijn we in het amfitheater voor een onderdeel van het rangerprogramma. Een interessante en leuke presentatie over de dieren in Zion. Kinderen, maar ook volwassenen, steken er heel wat van op. De ranger laat hoorns zien en voelen van dikhoorn- en woestijnschapen en huiden van roofdieren als de bergleeuw (poema), lynx, stinkdier, bever, das, vos, coyote en wolf. Ook vertelt hij, dat eekhoorns er nog zo leuk uit kunnen zien, maar dat het toch oppassen is, want ze kunnen wel de pest overbrengen! Met tientallen mensen op bankjes onder een prachtige sterrenhemel, vinden we het een zeer geslaagde  avond.

 

Camping Springdale naar camping in Zion 2 km

Watchman Campground in Zion NP, één nacht 20 dollar

Dinsdag 20 juni

De voorlaatste dag met de camper. Morgen gaan we die terugbrengen naar Las Vegas en dan zit het er helaas op. Het is opnieuw strak blauw, warm en er staat veel wind. Om 9.00 uur rijden we van de plek. We hebben het Valley of Fire State Park op ons programma staan en willen daar naar toe via het Snow Valley State Park bij St. George, dat erg fotogeniek moet zijn.

Maar wat loopt het allemaal anders! Om 9.20 uur, langs de verlaten weg tussen Springdale en Virgin rent een muledeer vanachter de bosjes vandaan zo de weg op. Omdat ik links aan de dinette zit en op dat moment net langs de schouder van Ton naar rechtsvoor kijk, ben ik de enige die het grijsbruine dier met een gewei in een flits ziet. Ik gil ‘hert’, maar in een fractie van een seconde is het gebeurd. Wim heeft niet eens de tijd om te reageren en had hem ook onmogelijk kunnen ontwijken. De klap is enorm en ik voel het arme beest onder de hele camper door bonken. Tiny weet niet eens wat er plotseling gebeurt. Wim stopt meteen en onmiddellijk is er uit tegenovergestelde richting een jeep met twee rangers. Ze hebben het zien gebeuren. De mannen lopen naar het muledeer toe, dat midden op de weg ligt, constateren dat hij op slag dood was en slepen hem naar de berm. Zo in en in triest. Ze vinden dat Wim geen enkele schuld treft. Zo’n situatie is onvermijdelijk en gebeurt wel honderd keer per jaar op die weg. Wij zijn helemaal ondersteboven van het gebeurde. Dan kom je voor de natuur en de dieren naar Amerika, ben je altijd alert en dan gebeurt er zoiets. De camper is dusdanig beschadigd, ook aan luchtfilter en oliekoeler, dat die niet verder kan rijden. De rangers gaan naar Rockville om de politie te bellen, want langs de weg, die door het zuidpuntje van Zion voert, is geen enkele ontvangst.

De politie komt al snel kijken en gaat weer weg om in een plaatsje contact op te nemen met El Monte. Wij gaan koffers en tassen pakken, want het is duidelijk, dat we met ander vervoer terug zullen gaan naar Las Vegas. Na driekwartier zijn de agenten terug om te zeggen, dat we versleept zullen worden naar St. George. Ze vinden dat we erg veel geluk hebben gehad. Bij een personenauto of camper met cab-over was de kans zeer groot geweest, dat het hert door de voorruit was gekomen en dan had het er voor degenen die voorin zaten heel anders uitgezien. Dus het busmodel was de redding voor Wim en Ton. Ook was het volgens de politie heel goed, dat Wim niet heeft kúnnen reageren, want met remmen en het stuur omgooien slaat zo’n grote camper meestal om en dan kom je er ook niet heelhuids vanaf. Als de agenten ervan overtuigd zijn, dat het wel gaat met ons, vertrekken ze en gaan wij verder met onze spullen in te pakken. We trillen en zijn helemaal verslagen. Dit is zo’n anticlimax, zo’n abrupt einde van een zo mooie reis. En bovenal dat arme dier.

Een goed uur later komt er een grote sleepwagen. De RV, waar we in moeten zitten, wordt met een lier op de trailer getrokken en met kettingen vastgezet. Al schommelend worden we via Hurricane zo’n veertig km vervoerd naar een garagebedrijf in St. George. Een aparte ervaring, die we graag hadden gemist. Na een hele poos wachten, buiten in de bloedhitte, wordt bevestigd, dat de RV niet meteen gerepareerd kan worden. Dan mogen we in een ruimte met airco verder wachten. Ton en de eigenaar van het bedrijf hebben steeds contact met El Monte. Iedereen is vreselijk aardig en er wordt geregeld, dat we een huurauto krijgen. Iemand van Avis komt ons ophalen om bij het verhuurkantoor op het kleine airport van St. George de formaliteiten te vervullen en de auto mee te nemen. Omdat we veel bagage hebben, krijgen we een twaalfpersoons Fordbusje. Was nou ook niet nodig geweest, maar ja. Het is nog bijna nieuw met 1640 miles op de teller en heeft een Californisch nummerbord. Omdat het terug moet naar Los Angeles en in Las Vegas al halverwege is, hoeven we naast de 99 dollar huur per dag geen dropoff kosten te betalen.

Als we terug zijn bij het garagebedrijf is het al 15.00 uur. We eten wat in de RV, gooien spullen uit de koelkast en vriezer weg en de nog onaangebroken verpakkingen worden in dank aanvaard door de eigenaar van de garage. De RV maken we zo goed en zo kwaad het gaat schoon. Een heet klusje.

Onze bagage gaat fluitend in het busje en we gaan op weg richting Las Vegas of wat dan ook. Daar zijn we nog niet uit. In plaats van slapen op een camping, moet dat nu een hotelovernachting worden.

Het is zo raar om in het busje te rijden. De vrolijke vakantiestemming is uiteraard helemaal zoek, maar we proberen er het beste van te maken. Van St. George in Utah rijden we de I 15 door de Virgin Canyon in Arizona naar Mesquite in Nevada. We kopen water en candybars en rijden verder richting Las Vegas. Dan besluiten we alsnog naar het Valley of Fire State Park te gaan, dat 11 miles vanaf de I 15 ligt. Door een desolaat landschap, over een golvende ‘lonely road, bereiken we het park, waarvoor we $ 1,50 p.p. moeten betalen bij een automaat. Onder een staalblauwe hemel staan we in een extreem landschap, waar groene enigszins begroeide bergen afwisselen met kale rode rotsen in allerlei vormen. Op meerdere plaatsen stappen we uit en maken we foto’s. Een beetje op de automatische piloot, omdat we dat de hele vakantie hebben gedaan. Het gevoel is  nog niet terug. Het is er zo stil, zo unheimisch, we zien zelfs geen vogel of hagedisje, dat ik het helemaal niet erg vind, dat we er niet op de campground gaan staan. Uiteindelijk wordt ons fotografische oog toch wel erg gestreeld door fraaie rotsformaties en bogen, die in de late zon tot gloedvolle, maar bizarre, oranje beeldhouwwerken verworden.

De stille weg richting Las Vegas is lang en heet en voert ons langs diverse afslagen naar stranden en marina’s aan Lake Mead. In de verte zien we het knalblauwe meer glinsteren in het gortdroge woestijngebied. Door de laagstaande zon werpen de eigenaardig puntige bergen (het lijkt af en toe wel China) lange schaduwen en op dat moment vinden we het geen landschap om vrolijk van te worden. 

Via Henderson bereiken we Las Vegas. Palmbomen steken af tegen een oranje avondlucht. Tenslotte belanden we op Tropicana Avenue, waar we eten bij Sizzlers: steak, frites en een glaasje wijn. Het smaakt goed, maar het is niet bepaald een tent waar de glamour vanaf spat. Past wel bij ons op dat moment. We zijn doodmoe van de lange vervelende dag en late rit.

Gelukkig heeft Best Western Mardi Grass nog kamers vrij. Dankzij de reservering die we al hadden, kunnen we nu twee dagen dezelfde kamers krijgen. Dat is een meevaller. Lita Martin is er ook en ze herkent ons meteen. We krijgen bonnen om een drankje aan de bar te drinken, maar nadat we al onze spullen de trappen hebben opgesjouwd (dat is dichter bij, dan via de lift en lange gangen door lopen), storten we meteen in bed. De gebeurtenis blijft door ons hoofd spelen.  Het moet even doordringen,  dat wij geluk hadden bij een ongeluk, dat het veel erger had kunnen zijn en dat het muledeer een mannetje was, dat niet ergens een jong achterliet.

Door de aanrijding hebben we geen eindstand van het aantal miles met de camper, maar we hadden er al 3318 opzitten. Daar zijn hooguit 10 miles bijgekomen. Dus zo’n 5325 km gereden.

Overnachting Best Western Mardi Grass, Paradise Road, 1 double room 59 dollar.

NB: twee dagen na onze thuiskomst hoorden we van grote bosbranden in het zuiden van Utah. Op internet, via wildfires Utah, kwam ik er achter, dat het gebied waar wij de aanrijding hadden, helemaal in brand stond. Zou het hert een erger lijden bespaard zijn gebleven?

Woensdag 21 juni 

Toch aardig goed geslapen. Best Western serveert weer een prima ontbijt. Na het rechecken van de kamer rijden we naar El Monte, waar we een hoop formaliteiten moeten vervullen. Ze doen gelukkig helemaal niet moeilijk over wat er gebeurd is. Die dingen komen vaker voor. Ze leven met ons mee en zijn heel aardig. We hoeven ook niets te betalen voor generatorgebruik en LPG en gasoil wat niet is bijgevuld. Dat wordt natuurlijk gedekt door de verzekering. Het eigen risico van 700 dollar, dat al voor de reis zeker was gesteld met het nummer van onze creditcard, en we niet met een extra verzekering hebben afgekocht, zijn we uiteraard kwijt. Ja en dan staan we weer buiten en is het hoofdstuk camperhuur verleden tijd. We hebben er een katerig onaf gevoel over.

Maar, we hebben nog een hele dag in Las Vegas en daar willen we hoe dan ook van gaan genieten. Allereerst zoeken we een Wal-Mart om nog wat spulletjes voor de (klein)kinderen te kopen. In het hotel eten en drinken we wat op de kamer en lezen e-mails van de kinderen. We proberen te confirmeren bij United Airlines. De vlucht van Washington naar Amsterdam staat er op, maar van Las Vegas naar Washington niet.

Later op de middag rijden we dan maar naar het airport voor de confirmation. Kunnen we meteen zien waar Avis zit. Het is zo heet, dat de airco warme lucht blaast. Bij United worden we vriendelijk te woord gestaan. De hele reis is nu duidelijk. We zullen om 8.21 uur vertrekken uit Las Vegas.  Vroeg uit de veren dus, want we moeten uiterlijk om 6.30 uur op McCarran Airport zijn. 

In een grote verkeersdrukte en hitte rijden we de Strip af tot downtown. Hier staan heel armoedige huizen en overal zijn zwervers. Wat een contrasten in deze stad! We willen tanken, maar bij het eerste tankstation rijden we vanwege opdringerige bedelaars weg. In het tweede komt de tank heel moeizaam maar 2/3 vol en zo is er nog een derde pomp nodig om uiteindelijk vol te kunnen tanken. We kopen alweer water, want onze dorst is met die hitte niet te lessen.

We willen er een gezellige laatste avond van maken en zo laten we ons om 19.00 uur met een taxi naar het Bellagio aan de Strip brengen. Kosten $ 12 en daarvoor worden we, als een vorst,  bijna naar binnengereden. Ons doel is het beroemde buffet. Bellagio is een enorm luxe complex met duizenden hotelkamers, casino’s en winkels van onder meer Chanel en Luis Vuitton, en met café’s en restaurants. Tussen  Black Jack en roulettetafels door en langs velen achter fruitautomaten bereiken we het buffet, maar daar staat zo’n ontmoedigend lange rij wachtenden, dat we er maar vanaf zien. Bovendien lijkt het tegenover gelegen Paris ons eigenlijk leuker. Eerst beleven we de schitterende fonteinenshow op muziek in de grote waterpartij voor het Bellagio, nummer 1 op  mijn to do lijstje in Vegas. Roltrappen en een brug over de Strip voeren ons naar de overkant. Paris spreekt ons als Francofielen meteen heel erg aan. Zo’n leuk complex, compleet met kleinere replica’s van Eiffeltoren, Arc de Triomphe, Opéra en Madeleine. Het terras van bistro Bon Ami zit vol, maar binnen kunnen we het laatste tafeltje bemachtigen in de serre. Nog beter, want daar is airco en we kunnen toch redelijk het gebeuren op de Strip volgen. Alles is er zo Frans, inclusief de menukaart, dat ik me vergis en de ober in het Frans aanspreek. Ton neemt steak au poivre en ik een Provençale. Lekkere Franse frietjes erbij en ratatouille, rosé d’Anjou en bière Kronenbourg.

Hierna genieten we van de superfranse entourage van Paris. Onder een blauwe nephemel met witte wolkjes lijkt het wel echt Parijs. Met de leuke hoekjes, winkeltjes, fonteinen en Franse geveltjes wanen we ons in Montmartre. Ondanks dat er hordes mensen door het uitgestrekte complex trekken, hangt er een leuke sfeer. Tussen de pleinen en straatjes zijn speelruimtes met entrees en overkappingen in de art deco stijl van de métrostations.

Inmiddels is het buiten donker geworden en met vele honderden mensen kijken we opnieuw naar de prachtige fonteinenshow bij het Bellagio, nu weer op andere pathetische showmuziek, maar echt een belevenis. Super!

Na een bezoekje aan het indrukwekkende Ceasar Palace, waar Céline Dion bijna avond aan avond optreedt, gaan we met de taxi terug. Vanwege de vroege vlucht wordt het een kort nachtje.

Donderdag 22 juni

Al voor vijven gaat de wekker. Het meeste is al ingepakt en volgens afspraak brengen we om 5.30 uur de tassen en koffers naar de auto. Bij het uitchecken wil de baliemedewerker graag kwijt, dat hij een oud-voetballer uit Nederland erg bewondert. Het blijkt om Ruud Gullit te gaan.

Dan gaan we naar het airport en Avis om de Ford terug te brengen. We hebben er toch zo’n 250 miles mee gereden. Een shuttle brengt ons naar Terminal 1. Het is een heel gezeul met de vele bagage. Het inchecken gebeurt elektronisch. Bij United Airlines blijkt onze grote koffer weer eens te zwaar te zijn.  Te veel  folders verzameld. De 5 pound extra kost ons $ 25. Met de bustrain gaan we over het airport naar de gate, waar ook voldoende gelegenheden zijn om te ontbijten.

De TED Airbus naar Washington DC vertrekt met twintig minuten vertraging. Steeds hoger gaat het oostwaarts over Lake Mead en zijn de rode rotsformaties van Utah duidelijk te zien, evenals de samenkomst van twee grote rivieren. Ik maak er foto’s van. Thuis zoek ik naar dat landschap op Google Earth en het blijkt Lake Powell in de Glen Canyon te zijn, met enkele meanders van de San Juan River en de samenvloeiing met de Colorado.

Het is een rustige vlucht. Alleen boven de plains is wat turbulentie. We lezen veel en krijgen tijdens de vier uur en tien minuten durende vlucht alleen wat water/sap en koekjes gereserveerd. Op de geplande tijd landen we op Washington Dulles. Na alle securitychecks in Las Vegas kunnen we nu zo doorlopen naar de gate. De Boeing 777 van United Airlines naar Amsterdam is tot de laatste plaats bezet en vertrekt precies op tijd. Ook nu is het een rustige vlucht. We zien de nieuwe dag in pasteltinten ontwaken, maar kijken neer op een wolkendek waar geen eind aan lijkt te komen. Boven Engeland en Ierland breekt het open en bij de Nederlandse kust is het helder. Via de Polderbaan staan we in plaats van om 7.00 uur al om 6.40 uur aan de gate op Schiphol. Het is er chaotisch. Voor de douane staan lange rijen, voor de bagagebanden ook. We moeten overal heel lang wachten, maar gelukkig is nu alle bagage meegekomen. Bij de paspoortcontroles staan ook lange rijen, want er zijn extra veiligheidsmaatregelen van kracht. Alle Aziaten moeten hun bagage open maken en gewapende beveiligingsagenten doorzoeken zelfs in de hal bagage van een stel Japanners.

Een taxi zet ons een kwartiertje later, en tegen betaling van 31 euro, af bij ons huis. Tiny en Wim hebben nog een uur te rijden naar hun huis, dus drinken we nog even een bakje koffie met ze en dan, helaas, zit de vakantie er helemaal op. 

Het was een zeer geslaagde en gezellige vakantie, zij het met een bittere nasmaak vanwege het dode hert. We zitten er allemaal mee en we zien het steeds weer gebeuren. Dit heeft even tijd nodig en moet een plaatsje krijgen.

Via Travelhome hebben we bij United Airlines de bijna negen uur oponthoud gemeld van de heenreis en ook dat we niet blij waren met het oponthoud vanwege de vermiste tas, waarvan de inhoud niet in z’n geheel was teruggestopt. Ter compensatie stuurde UA ons vier cheques van 100 dollar, te besteden bij een vliegreis vóór 12 september 2007. Op naam, niet overdraagbaar en dus niet gebruikt.  

Over de RV zijn we zeer positief. Het busmodel, de A 32,  is royaal, heel comfortabel en heeft voor ons veel voordelen ten opzichte van een camper met een cab-over. Geen gedoe met een trappetje, veel leefruimte vanwege de slide-out en een goed uitzicht vanaf alle plaatsen. In een RV met cab-over kijkt degene die tijdens het rijden aan de dinette zit steeds tegen het bed aan en ziet door het voorruit alleen maar het wegdek. In de camper is voldoende ruimte voor de bagage van vier personen, meer past ook. De lengte, 32 ft,  ruim tien meter, is nog wel eens een probleem. Op sommige terreinen in national en state parks zijn de sites of is de ruimte om te manoeuvreren vaak niet groot genoeg voor RV’s van meer dan 28 ft, soms zelfs 22 ft. Andere campings hebben alleen tentplaatsen.

Een trektocht met een camper is voor ons als natuurminnende caravanners de ideale manier van vakantie in Canada en Amerika. Vrijheid blijheid en veelal overnachten op de mooiste plekjes midden in de natuur. Als het even kan, gaan we over twee of drie jaar weer. En misschien dan een combinatie van Vancouver Island in Canada en West-Amerika door via Washington en Oregon af te zakken naar San Francisco. Er is nog veel te ontdekken.

© USA4ALL & Ria Meuleman


Pagina printenHomeVorige pagina

 

Meer over USA4ALL

© 2009 USA4ALL. All rights reserved.