Na
twee keer Amerika en drie keer Canada willen we weer graag naar de
United States of America. En dan in het bijzonder de westkant met
het Grand Teton en Yellowstone National Park, evenals de Grand
Canyon en Zion NP, in de herhaling. Als start- en finishplaats
kiezen we Las Vegas, een leuke tegenhanger van het ‘natuurgeweld’
en, met een lagere tax dan andere bestemmingen en dat scheelt toch
in camperhuur, verzekering en hotelovernachtingen. Na motels in
Amerika en een camper in Canada, vinden we dat laatste als
enthousiaste caravanners het leukste: overnachten, eten en ’s avonds
een kampvuurtje in de vrije natuur. Voor de 40ste keer in
21 jaar vieren wij, Ton en Ria, vakantie met onze vrienden Tiny en
Wim. En voor de tweede keer met elkaar in één camper. Nu een
ruimere, een A 32, een busmodel met slide-out, omdat een cab-over
ons niet zo beviel. Camperhuur, al in oktober vastgelegd om gebruik
te maken van een lager flex-tarief, vliegreis en hotel boekten we
bij Travelhome
www.travelhome.nl en dat is weer prima verzorgd.
Dinsdag 30 mei 2006
Het is 6.15 uur als
de wekker afloopt. Ondanks de vakantiekriebels toch goed geslapen.
Een uurtje later arriveren Tiny en Wim en buurman Dirk zet ons tegen
acht uur af op Schiphol. Het regent en waait en daar staat Holland
niet alleen in, want in de rij voor de incheckbalie horen we al dat
onze vlucht met United Airlines twee uur is vertraagd in verband met
zware onweersbuien rond Chicago. Gevolg: de vlucht van Chicago naar
Las Vegas wordt omgeboekt, zodat we er nu in plaats van 17.00 uur
plaatselijke tijd pas om 22.00 uur zullen aankomen. Een lange dag
van wachten begint om 8.45 uur in een lounge, waar we een bakkie
troost drinken. Eindelijk om 13.15 uur gaan we schuddend door de
wolken de lucht in via de Zwanenburgbaan. De verwachte vliegtijd
naar Chicago is 8 uur en 30 minuten. Boven de Atlantische Oceaan
genieten we van een supermooi uitzicht op de zuidkust van Groenland
en talloze ijsbergen. In tegenstelling tot de royale beenruimte in
toestellen van Air Canada is deze Boeing 767 van United Airlines
maar krap bemeten. Qua eten is de maatschappij erop vooruitgegaan.
Vanwege turbulentie
klinkt herhaaldelijk het pingeltje voor ‘fasten your seatbelts’. Op
het beeldschermpje in de hoofdsteun voor ons kunnen we precies
volgen waar we zijn. We kijken film, luisteren muziek en eenmaal
boven Canada glijden bergen en meren met sneeuw en ijs onder ons
voorbij. Ter hoogte van Lake Michigan maken enorme cumulus- en
aambeeldwolken duidelijk dat de thunderstorms nog niet zijn
uitgewoed.
Om 14.40 uur landen
we op Chicago O’Hara. Voor ons is het dan eigenlijk 21.40 uur.
Chicago voelt als een plantenkas. Dertig graden en het regent. Voor
‘visitors’ staan ontmoedigend lange rijen, maar gelukkig wordt een
extra loket geopend. De veiligheidscontroles zijn uitgebreid,
compleet met vingerafdrukken en oogscans. Met de bagage, die snel
van de band komt, gaan we met een metro naar terminal 1. Ton belt
mobiel met El Monte in Las Vegas om het tijdstip af te spreken
waarop we de camper afhalen. Inmiddels is er een knetterend onweer
losgebarsten.
Bij de controles
worden laptops en camera’s gecontroleerd en moeten de schoenen uit,
riemen af en in aparte bakjes door de scan. Er ontstaat een nerveuze
file als alles weer aangetrokken en ingepakt moet worden. De TED
vlucht naar Las Vegas is vanwege de thunderstorms drie uur
uitgesteld, naar 20.00 uur. Dit schiet niet op. Alle wachtruimtes
zitten vol, want ook andere vluchten hebben vertraging. Met een
beker Starbucks zoeken we een koelere plek. Nergens is meer een
stoel vrij en zo zitten we een paar uur op een smalle ijzeren rand
langs een tapis-roulant.

Het is wel leuk om
de verscheidenheid aan mensen voorbij te zien komen. Buiten breekt
zo’n beetje de hel los en de bliksem lijkt dwars door de glazen hal
te gaan. De donder dreunt. Slagregens leggen het autoverkeer op het
airport vrijwel stil. Maar wij zitten droog en McDonalds is dichtbij
voor een frietje.
Om 18.00 uur vinden
we stoelen, met zicht op blank staande platforms.
De vlucht is opnieuw
verschoven, naar 21.15 uur. Om 20.00 uur barst alweer een daverende
T-storm los. Slechts mondjesmaat landt er een vliegtuig, vertrekken
is uitgesloten. We zijn nogal moe. Voor ons is het al midden in de
nacht en we doden de tijd met lezen en puzzelen. We horen dat
vertragingen sowieso schering en inslag zijn in Chicago, het drukste
vliegveld ter wereld.
Dan wordt de vlucht
weer een uur uitgesteld. United Airlines bekommert zich niet om haar
reizigers. Iemand attendeert ons op het feit, dat we voor zo’n lang
oponthoud schadevergoeding kunnen claimen. Geleidelijk nemen de
heftige buien af en als we om 22.30 uur eindelijk mogen boarden is
de gate onbekend. Op de valreep komt dat toch op het scherm te staan
en kunnen we eindelijk het toestel in. We hebben nog bijna vier uur
vliegtijd voor de boeg.
De Airbus 320 kiest
om 23.00 uur het luchtruim en wij gaan meteen in de slaapstand. Met
tussenpozen komen we toch aan wat slaap toe. Ergens boven de plains
geniet ik van een geweldig schouwspel: een zeer actief onweer dat
sprookjesachtig de lager hangende wolken doorlicht.
Kort voor Las Vegas
is de felverlichte Hoover Dam vanuit het dalende vliegtuig duidelijk
zichtbaar. De landing op de gok- en entertainmentstad, één zee van
licht, is visueel fraai. Eindelijk om 1.45 uur staan we aan de grond
op MacCarran Airport. Dat is acht uur en drie kwartier later dan de
bedoeling was.
Dan blijkt één van
onze tassen er niet te zijn. United Airlines kan ons vertellen dat
die nog in Chicago staat. Foutje. Morgen wordt hij nagebracht en
afgeleverd bij ons hotel.
Met een expresbusje
gaan we naar Best Western Mardi Grass aan Paradise Road, waar we om
2.15 uur in bed storten. Het is voor ons dan eigenlijk 11.15 uur en
we hebben er een dagje van 29 uur opzitten. Beneden gaat het
nachtleven gewoon door, met talloze mensen aan speelautomaten. We
zijn er! De camperreis kan beginnen.
Woensdag 31 mei 2006
Na krap drie uurtjes
slaap zijn we alweer wakker en behoorlijk gammel. Een uurtje later
kunnen we er na een verkwikkende douche weer tegen aan. Via het
wireless netwerk van het hotel verzenden we met onze laptop e-mails
naar kinderen en vrienden.
Na een onvervalst
calorierijk Amerikaans ontbijt, met scrambled eggs, fried potatoes,
pancakes met fruit en maple syrup en orange juice, leggen we het
probleem uit met onze reistas en we worden alleraardigst te woord
gestaan door de zeer attente Lita Martin. Ze zal zich over de tas
ontfermen.
In de taxi naar
camperverhuurder El Monte aan de 13001 Las Vegas Boulevard South
passeren we de in de zon blakerende megahotels en casino’s als New
York, MGM Grand, Excalibur en Luxor. Leuk om het allemaal weer te
zien. Het vermaak rukt steeds verder op naar het zuiden en er zijn
enorme complexen in aanbouw. El Monte is veel verder weg dan de
taxidriver denkt, hij kent het ook niet, en hij probeert ons op een
RV park af te zetten. Niet dus, het is nog miles verderop. Als we er
eindelijk zijn, is het al na 8.00 uur, de afgesproken tijd. Zo vroeg
was mogelijk, omdat we een Early pick up boekten: afhalen voor 12.00
uur. Het ritje kost 40 dollar.
Bij El Monte worden
we vriendelijk te woord gestaan en vervullen alle formaliteiten,
sluiten een SLI af, huren stoeltjes en extra persoonlijke pakketten
en hoeven geen instructiefilmpje te zien, want dat hebben we thuis
al online gezien. Bovendien hebben we ervaring met campers. Na een
check van de RV, van binnen en van buiten en een demo hoe alles
werkt, kunnen we op pad.

De ruim tien meter
lange motorhome ziet er goed uit en is zeer compleet uitgerust,
inclusief tv. De milesteller staat op 45.003. Hij hoeft dus niet
meer ingereden te worden. Van iemand die net een camper terugbrengt,
krijgen we een Rand McNally Road Atlas 2006. Die komt goed van pas,
want onze is alweer tien jaar oud.
Met Ton aan het
stuur rijden we terug naar Las Vegas, dat een beetje tot leven komt.
De mannen zullen het sturen en kaartlezen dagelijks afwisselen. Maar
we hebben Tom Tom ook meegenomen.
Als we uitchecken is
onze tas er nog steeds niet. United Airlines is het spoor ook
bijster. Er kan geen woord van excuus af. We laten ons mobiele
nummer achter bij UA en het hotel en gaan toch op weg. Ons eerste
doel is niet zo ver en hopelijk komt de tas vandaag toch aan, zodat
we die dan morgen kunnen ophalen.
Bij Albertson’s aan
Maryland kopen we spullen om de camper te bevoorraden. Na een lekker
deli-broodje rijden we om 15.00 uur het hete Las Vegas uit op weg
naar Lake Mead National Recreation Area, in de zuidoosthoek van
Nevada. Via Henderson en Boulder City zijn we er vrij snel. Bij de
ingang kopen we voor $ 50 een National Parkpas, die toegang geeft
tot alle gebieden van de National Park Service. In het Visitor
Center, dat omringd wordt door subtropische vegetatie als cactussen
en yucca’s, krijgen we info over campings in het gebied en de
nabijgelegen Hoover Dam.
Aan het meer ligt
een luxe camping en een NRA terrein, waar wij voor kiezen. Prachtig
met palmen, bloeiende oleanders, tamarisken en acacia’s. De poten
worden gesteld, de slide-out gaat uit en een royale leefruimte is
gecreëerd. Voorzieningen zijn er niet op dit terrein, maar we hebben
alles aan boord: water, gas, accu en generator. Er is ook geen
camphost en betalen gaat bij de infopost: 10 dollar in een envelopje
stoppen, onze gegevens en het kentekennummer daarop invullen (er
hangt een potlood aan een touwtje voor klaar) en het in een houten
kastje doen. Simpeler kan niet.
We genieten in dit
paradijsje. Het is erg warm, maar binnen lekker koel met de airco.
Helaas doet het lawaai van de generator afbreuk aan de stilte in de
natuur. Over de uitlaatgassen maar niet te spreken. Dus willen we
dit zoveel mogelijk vermijden. De rand van de camping geeft een
weids uitzicht over het blauwe zonovergoten Lake Mead, eilandjes en
bergen van veelkleurig zandsteen. Het wildlife beperkt zich tot
hazen en vogels.
Als we smullen van
een gegrild kippetje met rauwkost is er telefoon van BW Mardi Grass:
de tas is gebracht. Hoera! Morgen ophalen.
De avond valt snel.
Een maansikkeltje prikt uit een donkerblauwe hemel. De eerste serie
foto’s gaat op de laptop en wij om 22.00 uur naar bed. Niet alleen
het royale tweepersoons bed achterin is oké, ook de slaapbank in de
slide-out.
Las Vegas-Lake Mead National Recreation Area, 44 miles.
Camping Lake Mead Recreation Area, Nevada, één overnachting, $
12.00.
Donderdag 1 juni
2006
We slapen goed en
zijn niet erg aan het jetlaggen. De zon straalt en we pakken meteen
ons camperritme op, zoals twee jaar geleden in Canada. Wim zet
koffie en zorgt voor het ontbijt. Het is weer even wennen aan het
nogal smakeloze zachte Amerikaanse brood, maar we hebben ook
afbakbroodjes en heerlijk rozijnenbrood met kaneel. Op de camping
scharrelen quails rond, een soort patrijs.
Om 8.30 uur rijden
we terug naar Las Vegas voor de tas. Er zit een sticker op, waaruit
blijkt dat deze is doorzocht. Als we een uurtje later de gokstad
weer uitrijden, hebben we pas echt het gevoel dat de vakantie
begint. Op naar de Grand Canyon!
In Henderson kopen
we een thermoskan en een fluitketel. Handig om onderweg onze eigen
Hollandse koffie te zetten. Het was niet nodig geweest om een
Melitta filter en filterzakjes mee te nemen, want die liggen hier nu
ook in de supers. In Boulder City, ooit gerealiseerd om de degenen
die aan de bouw van de Hoover Dam meewerkten te huisvesten, tanken
we. De prijs valt behoorlijk tegen, 3,30 dollar per gallon benzine.
Drie keer zo duur als in 1999.
Voor de Hoover Dam
is er uitgebreide security control, want de angst voor een aanslag
is groot. Terwijl onze camper van binnen door een politieagent wordt
bekeken en alle kastjes open moeten, vraagt zijn leuke collega waar
we vandaan komen en tot onze verbazing weet hij precies waar
Nieuw-Vennep ligt: ‘waar de A 4 en de A 44 splitsen’. Het blijkt
dat hij in Hoofddorp heeft gewerkt. De dam bekijken we alleen vanaf
een viewpoint en gaan snel verder. Het is er heet en heel druk.
Bij een uitkijkpunt
op de Colorado River, net in Arizona, lunchen we en zetten de
horloges een uur vooruit, van Pacific Time naar Mountain Time. Het
is 40,2 graden! Langs de lange saaie en gortdroge 93 naar Kingman
signaleren we desert yucca’s, Yoshua trees en armoedige onderkomens
van Native Americans. In Kingman tanken we uit voorzorg opnieuw,
omdat we niet weten wanneer we weer een pomp tegenkomen. Later
realiseren we ons, dat Tom Tom het ook hier weet en dat is best
handig.
Over de niet zo
egale Interstate 40 langs Seligman naar Williams, met veel
hellingen, trilt en rammelt de camper dat het een lieve lust is.
Maar de brulboei van een motor heeft nergens moeite mee. We zien
diverse herten en roofvogels. Over het Coconinoplateau bereiken we
de ingang van het Grand Canyon National Park aan de South Rim. Om
19.00 uur zijn we op Trailer Village, dat we thuis via internet
reserveerden. Het is in dit gebied al hoogseizoen en we willen niet
op zoek naar een, mogelijk ver gelegen, camping. De Mather
Campground is er ook, maar daar kan je niet terecht met RV’s groter
dan 30 ft. Wel kun je er, in tegenstelling tot op Trailer Village,
douchen.
Als de camper op de
plek staat, gaan we meteen met de (gratis) shuttlebus naar de Rim
voor de zonsondergang in de Grand Canyon. Die willen we niet missen.
Bij het Yavapai Viewpoint is het schitterend en behoorlijk druk. De
kleuren in de heldere avond veranderen met de minuut, een unieke
belevenis door de intense gloed van de steeds lager zakkende zon.

Hoe anders ziet dit
geologische wereldwonder eruit dan in 1999, toen er veel bewolking
was en de canyon der canyons eigenlijk weinig indruk op ons maakte.
Op Trailer Village
zijn we fully hooked-up en alles werkt. We eten laat en doen
makkelijk: magnetronmaaltijden. Die zijn echter geen succes. Bij het
uitpakken van de tas missen we diverse spulletjes, onder meer een
slipper. Slordig dat ze die bij de controle niet hebben
teruggestopt. Als we om middernacht naar bed gaan is het zo
afgekoeld, dat de airco niet aan hoeft.
Lake Mead NRA v.v.
Las Vegas en via Kingman naar de Grand Canyon, Arizona, 303 miles.
Camping Trailer
Village, twee nachten $ 57,52.
Vrijdag 2 juni 2006
Al vroeg wakker.
Koud. Eén deken is hier op deze hoogte, 2400 meter, te weinig.
Gelukkig hebben we een paar extra meegekregen. Er is geen wolk te
bekennen. Dit belooft een superdagje Grand Canyon. De shuttle brengt
ons weer naar het Yavapai Point, waar de omstandigheden super zijn.
De zon straalt aan een blauwe hemel en het is behoorlijk helder.
Over de Rimtrail lopen we naar El Tovar en het ene punt is nog
mooier dan het andere.

Het kwik staat al
snel op 35 graden. Californische condors zweven niet ver boven onze
hoofden. Deze kolossale imponerende roofvogel is geherintroduceerd.
Ze broeden er nu zelfs, ter hoogte van Bright Angel, horen we een
gids aan een groep vertellen. Het worden er elk jaar meer en de
jongere vogels pik je er zo uit, want die zijn niet uitgerust met
een nummer en een felgekleurd zendertje.
Bij El Tovar nemen
we een andere shuttle richting de West Rim. Puffend passeert een
fraaie historische stoomtrein. Het is eigenlijk te gek, dat in zo’n
overweldigend natuurgebied zoveel drukte en verkeer is. Toch, als je
de in de gelegenheid bent om dit hier te zien, laat je die niet
voorbij gaan.
In Village East is
het één halte met de shuttle naar het vertrekpunt van de Hermits
Rest transfer. Het tochtje wat volgt over de smalle bochtige West
Rim in een bonkende aanhanger is wat minder. Bij de oude Hermits
Rest met dikke stenen muren, een grote schouw en een souvenirshop,
is aardig wat volk. De meeste zitten op muurtjes bij de snack om in
de schaduw van een overkapping wat te eten. Wij doen dat ook en
leuke eekhoorntjes komen schooien.
Terug onderbreken we
de rit bij Mohave en Hopi Point, om met een volgende bus weer
verder te gaan. Elke blik op de kloof is spectaculair. In de diepte
slingert het groene lint van de Colorado River en het is nauwelijks
te bevatten, dat die zo’n 1600 meter lager stroomt. Net als de
andere kant van de imposante canyon, die minstens zestien km ver is.
Van Village East
rijden we naar Market Plaza om houtskool te kopen en lopen door het
bos naar de Mather Campground, waar we voor nog één halte de shuttle
naar Trailer Village nemen. De camper is door de airco lekker koel.
We eten we vlees van de barbecue, die zoals op vrijwel elke camping
op de kampeerplek aanwezig is, evenals een picknicktafel. De
camperuitrusting kan beter. In de ijzeren koekenpan transformeren de
aardappelkroketjes tot een soort rösti. Het is een beetje behelpen
met het materiaal. Morgen gaan we op zoek naar een koekenpan met
antiaanbaklaag en een houten spatel. Een klein lepeltje in plaats
van een eetlepel in de koffiekopjes lijkt ons ook handiger. Als we
de foto’s op de laptop zetten, zien we er hele mooie tussen zitten.
Moe en een beetje verbrand gaan we bijtijds naar bed.
Zaterdag 3 juni 2006
Vandaag gaan we naar
Monument Valley. Het is prachtig weer. Eerst doen we nog wat inkopen
bij Market Plaza. Langs de East Rim zijn zwartgeblakerde plekken van
vrij recente bosbranden. Bij het Grand View Point speurt een grote
adelaar naar een maaltje. Desert View is de laatste plek met zicht
op de Grand Canyon en ook op Painted Desert. In de shop bij de
Watchtower zit een oude indiaanse te weven. Als we vragen of we een
foto van haar mogen maken, houdt ze snel haar hand op. Ze zegt niets
en kijkt stuurs voor zich uit. Het is jammer dat we alweer afscheid
moeten nemen van de mooie Grand Canyon. Ik hoor in gedachten de
gesproken tekst op de cd The Sounds of The Grand Canyon 2 uit the
National Park Series: ‘The Grand Canyon in all of her majesty’, en
zo heeft ze zich deze dagen ook aan ons getoond.
Verder gaan we,
richting Cameron en Tuba City. Het landschap van Painted Desert, met
de kloof van de Little Colorado, wordt steeds droger en kaler. Toch
passeren we op deze highway 89 regelmatig nederzettingen van
Navajo’s met mobilhomes, trailers en hogans (ronde hutten). Bizar om
in zo’n desolate omgeving te wonen met grijs/geel/rode rotswanden en
grijze zandduinen. De meeste bouwen ook hun eigen ‘heuvels’, van oud
ijzer en autowrakken. Na een tankbeurt in Cameron vervolgen we onze
weg en slaan af naar de 160 langs Tuba City richting Kayenta. Bij de
zeegroene Anasazi Inn strekken we onze benen. Het hotel is mooi
gelegen bij de rode Tsegi Canyon aan de rand van het Navajo National
Monument. Cactussen bloeien met marsepeinachtige gele bloemen. In de
berm ligt een verkeersslachtoffer, een dode coyote.
Van Kayenta is het
nog maar 22 mile naar het Monument Valley Tribal Park en we zijn al
om 15.00 uur in de nabijgelegen Navajonederzetting Gouldings, net
over de grens in Utah. Dan hebben we langs de weg al de nodige
foto’s gemaakt van het beroemde ‘Marlborough’ landschap met de
typische rode rotsformaties.

Het is 38 graden als
we inchecken op de enkele mijlen verder gelegen, ook thuis
gereserveerde, Good Sam Campground, waar we behalve tien procent AAA
korting ook een prima plekje krijgen. De camping ligt uniek tussen
rode rotsen. Bij het aansluiten op de afvoer gaat het erg stinken.
Het toilet blijkt verstopt. Ton krijgt er een hele vieze klus aan,
maar lost het probleem gelukkig op. Het komt vermoedelijk door het,
voor zo’n chemisch toilet, te dikke wc-papier dat door de vorige
huurders is achtergelaten.
Tegen de avond gaan
we vanaf de camping met een shuttlebusje naar het restaurant van de
Gouldings Lodge. Al wachtend maken we een praatje met landgenoten.
Naast de lodge wordt een fotopresentatie gegeven over Monument
Valley. Deze twintig minuten durende Earth Spirit Show in het kleine
Theatre is schitterend, met foto’s van Ric Ergenbright (www.ricergenbright.com
) en sfeervolle toepasselijke muziek.
In de lodge is het
behoorlijk druk, het panoramische zicht vanuit het restaurant op de
buttes en mesa’s van Monument Valley fantastisch. En het eten smaakt
goed, zoals originele Navajo taco’s. Heerlijk authentiek brood met
gekruide groente. Voor $ 57,50 eten we met z’n vieren prima.
De ondergaande zon
zet het landschap in een dieprode gloed. Het is daar een bijzondere
mengeling van het ‘nieuwe’ Amerika, met een historische koets,
wapperende Stars en Stripes en de spelende kinderen van de Native
Americans tegen de achtergrond van het onwerkelijke landschap. In de
Trading Post koop ik de cd van de Earth Spirit Show. Op de
campground betalen we drie dollar voor WiFi, want we willen nog wat
e-mailen. Het is een schitterende, warme avond met een rozerode
hemel.
Grand Canyon via
Cameron en Kayenta naar Gouldings (bij Monument Valley) Utah, 179
miles.
Good Sam Campground
Gouldings, één overnachting $ 47,09.
Zondag 4 juni 2006
Al om 5.30 uur
wakker; toch nog niet helemaal aan de tijd gewend. Even op de laptop
kijken. Ja er zijn mailtjes van de kinderen en we sturen bericht
terug met foto’s. Na inkopen bij de Gouldings Grocery zijn we klaar
voor de lange rit naar Capitol Reef. We gaan echter niet weg zonder
een bezoek aan het Monument Valley Tribal park, á $ 5 p.p. Het
blijft een overweldigend landschap. De circa 300 meter hoge West
Mitten, Merrick en East Mitten Buttes liggen aan onze voeten. Met de
camper mogen we de onverharde wegen in het gebied niet rijden, maar
voor een guided tour hebben we geen tijd uitgetrokken. Een kwestie
van keuzes maken. De temperatuur loopt snel op, het wordt een hete
dag. Nog één keer stoppen we om een blik op Monument Valley te
werpen, dan rijden we Utah binnen, waar net over de grens bij
Mexican Hat de bijzondere rotsformatie van die naam ligt. Als een
man met een sombrero. Heeft-ie wel nodig, want in de zon is het al
ruim 47 graden!
We willen geheel
over scenic routes naar Capitol Reef, daarom nemen we de 261
noordwaarts langs het Gooseneck State Park richting highway 95 van
Blanding naar Hanksville. Op borden lezen we dat de weg ‘not
recommended’ is voor trucks en RV’s. Die is steil, zeer bochtig en
deels onverhard. Dat is geen lokker met het grote motorhome, maar de
mannen willen het ondanks protesten van hun wederhelften toch
proberen. We rijden een flink eind tot een enorme bergwand bij de
Valley of the Gods en bij het zien van die hindernis, in een grote
stofwolk kruipt een auto naar beneden, keren we alsnog. Wat een
opluchting.
Terug gaan we, naar
de 163 om via Bluff en Blanding op highway 95 te komen. Het is zo’n
35 miles omrijden door een rode wereld onder een knalblauwe hemel.
De Valley of the Gods is een wondermooie creatie van moeder aarde.
Bluff ligt ook fraai in het rotslandschap. Ten zuiden van Blanding
kunnen we gelukkig bij de junction naar Hanksville tanken. De RV
slurpt met een gulzigheid van 1 op 3. Omdat er nergens een
parkeerplaats is te vinden, mogen we op het terrein van het
tankstation lunchen. In het ineens heel agrarische landschap met
grote farms en grasland, zien we een Western Kingbird. Nog 150 miles
te gaan naar Capitol Reef National Park.
De stoffige 95
richting Natural Bridges National Monument staat weer in groot
contrast met de omgeving van Blanding. Lange tijd zijn we de enige
weggebruikers. We kennen het hier, van 1999, toen we naar afgelegen
Butler Wash Ruïns Overlook wandelden en ook de Natural Bridges
bezochten. De mooie White Canyon, een gebied vol witte kloven tussen
rode rotsen, is gelardeerd met heldergroene vegetatie. De stevige
wind voelt als een superföhn.
In de Glenn Canyon
bij de brug over de Colorado River valt de hitte op ons. Het is 40
graden in de schaduw. Even verder ontvouwt zich vanaf de Hite
Overlook een weids panorama over de machtige rivier, die in 1869
voor het eerst werd bedwongen door de eenarmige John Wesley Powell.
De groene oevers zijn een oase in de woestijn. De sportvliegtuigjes
die opstijgen vanaf een vliegveldje bij een nederzetting zijn
stipjes tegen de imposante canyonwanden.
We vervolgen de weg
naar Hanksville, waar we de 24 opgaan, langs grijs/gele kale bergen.
Dichter bij Capitol Reef keren de roodtinten terug. Via de
oostelijke ingang komen we het nationale park binnen. In het
historische Fruita district, gesticht door Mormonen en gelegen in
een vruchtbare vallei, staat nog een oud schooltje. De omgeving
spreekt ons erg aan. Fruita Campground, niet ver van het Visitor
Center, is een mooi terrein aan de smalle Fremont River. Omringd
door rode rotsen in een frisgroen dal, bij een oude houten barn met
landbouwwerktuigen. Het is 17.15 uur als we de RV parkeren. Het
beheerderpaar dat even later in een golfkarretje aan komt rijden,
wijst ons erop, dat het vanwege een, op dat moment onzichtbaar,
bronnetje geen goede plaats is. Het kan daar plotseling erg nat
worden. Dan worden we hun overburen. Ze zijn retired, wonen in
Tennessee, en werken elke zomer maandenlang als vrijwilliger op een
camping in één van de nationale parken. Hun motorhome is héél groot,
moet ook wel als je het als woning gebruikt. Onder de luifel flitsen
vijf kolibri’s rond een drinkbakje. De overnachting kost ons $ 10.
Stroom is er niet en de generator mag alleen aan tussen 17.00 en
19.00 uur. Nog een uurtje dus.

Tijdens een
verkenning van het terrein zien we veel soorten vogels zoals quails
en robins en roze bolbloemen van het milkweed. Om 19.00 uur gaat de
generator uit en dus ook de airco, want op de accu werkt die niet.
Doorbijten met die warmte, zeker als er ook nog gekookt wordt. Ton
is vanavond kok en maakt een lekkere pastasaus. De camping krijgt
bezoek van een groep muledeer hindes, die tussen de tentjes grazen.
Een avondwandelingetje voert ons langs de beek. Stukken gras zijn
platgedrukt en er hangt een wildgeur. Waarschijnlijk een ligplaats
van de herten. Terwijl de ondergaande zon de rode rotsen nog
intenser doet gloeien, zwelt een concert van boomkikkertjes aan. Een
halve maan schijnt door de bomen. Wat een plek! Terwijl er een
lekker windje opsteekt, genieten we onder de sterrenhemel tot laat
van de heerlijke avond.
Monument Valley met
omweg naar Capitol Reef National Park, Utah, 245 miles.
Fruita Campground,
één overnachting $ 10.
Maandag 5 juni 2006
Als we de luxaflex
opendoen, zien we dat het alweer stralend mooi weer is. We ontbijten
dan ook heerlijk in de zon. De kolibri’s zijn al druk in de weer bij
het drinkbakje en het is een hele toer om ze goed op de foto te
krijgen. We gaan van deze fantastische plek richting Scofield State
Park, een stuk noordelijker in Utah. Maar eerst rijden we de
prachtige Scenic Loop Road door Capitol Reef naar Capitol Gorge. Een
fraaie plek, waar veel koningspages zich te goed doen aan nectar,
maar waar ons het plezier van het rondstruinen echter nogal wordt
ontnomen door de vele steekbeesten die het op ons gemunt hebben. Op
de terugweg stoppen we op de fotogenieke Slick Rock Divide.

De rotsen, zoals
Castle Rock, steken scherp af tegen de hemel die blauwer dan blauw
is. Bij de droogstaande Big Wash zonnen hagedissen. Ze vallen
alleen maar op als ze bewegen, want ze hebben dezelfde
terracottakleur als de grond.
Tegen elf uur begint
de etappe pas echt, via de 24 over Torrey naar Sigurd. In de verte
doemen de besneeuwde toppen van de Wasatch Mountains op. De vallei
van de Sevier, met meertjes en ranches, is wat meer bewoonde wereld.
In Salina is het 31 graden. Even na Gunnison Centerfield nemen we de
137 naar Manti en Mount Pleasant. Voor de boodschappen die we willen
doen, vinden we in Manti geen geschikte winkel. In Ephraim wel,
Kents Market. We hebben ons niet gerealiseerd dat alcohol vanwege
geloofsovertuiging not done is in de Mormonenstaat Utah en dat het
daardoor vrijwel onmogelijk is om een flesje wijn te kopen. Hier dus
ook niet. Een vriendelijke man, die ons Nederlands hoort praten en
meteen een praatje aanknoopt, omdat hij in Nederland heeft gewerkt
(alweer één), biedt aan om voor ons uit te rijden naar een
liquorstore. Het blijkt dat de staat een aantal van dat soort
winkels runt. (Geld vergoelijkt dus alles). Het groezelige, als
drankwinkel nagenoeg onherkenbare, pandje is echter gesloten en
maakt de indruk van één of ander duister zaakje.
We proberen het in
Mount Pleasant, een aardig plaatsje met historische gebouwen. Ook
daar is de liquorstore gesloten. We zijn dus ‘drooggelegd’ tot we in
Wyoming zijn. Na een lunch in de camper in een zijstraat van
Mainstreet lopen we nog even langs leuke pandjes.
Bij Fairview pakken
we de 31, een mooie scenic route door het Manti La Salle National
Forest, waar langs de voortdurend stijgende weg smeltende
sneeuwresten en aspen met pril groen duidelijk maken, dat hier nog
maar kort geleden Koning Winter regeerde. Als we pauzeren op een
hoogvlakte in dit Wasatch Plateau, waar de witte stammen van de
aspen een mooi contrast vormen met de diepblauwe hemel, voelt de
schone berglucht verfrissend na alle stoffigheid. De acht procent
afdaling langs een meanderende beek is nog mooier, evenals Electric
Lake waar we ook halt houden en tot onze schrik horen en zien hoe er
een eind verder, op een lager gelegen plek, door mensen op iets
bewegend bruins wordt geschoten. Een beer? Een elk? We zullen het
nooit weten.
Wat verschilt dit
landschap met zuidelijk Utah! De frisgroene bergen zijn totaal
anders dan de gortdroge desert met de rood/gele rotsen. Bouwsels
duiden op mijnbouw. Als we afdalen naar Scofield zien we muledeers.
Eenmaal bij het meer ook witte pelikanen en Canadese ganzen. We zijn
in het Scofield State Park aan het Scofield Reservoir, ten westen
van Helper.
Camping Mountainview
ligt aan een zijarm van het meer. Het is half vijf als we ons
installeren op een plek met uitzicht op het meer en, inderdaad, hoe
kan het anders, bergen. De campingfee, $ 15, gaat weer in een
envelopje. We lezen dat er veel soorten wild en vogels voorkomen,
waaronder de osprey (vishavik), kestrel (valkje), squirrel
(eekhoorn), elk (edelhert) en deer (hert). In het meer wordt veel
gevist, het meest op forel en kreeft. Witte pelikanen komen er vaak
van grote afstand om te foerageren. Naast het sanitairgebouwtje
maken campinggasten hun vangsten schoon aan een speciaal daarvoor
bestemde plek.
’s Avonds barbecuen
we weer. Bij het toetje komen grondeekhoorntjes schooien en een
stukje aardbei waarderen ze wel. Later doen we nog een rondje
camping. Het stikt van de muggen en overal gonst en zoemt het, maar
de lichtval op het meer is ontzettend mooi. We spotten diverse
watervogels, waaronder de merganser (zaagbek)en de western grebe,
een soort fuut. Op het land is de American robin net zo algemeen als
zijn dubbelganger de merel, echter met een bruinig jasje aan met
rood frontje.
Vanwege de vele
stekers is het geen genoegen om buiten te zitten. Als we in bed
liggen valt de enorme stilte op. Fel maanlicht versnijdt de diepe
duisternis en we vallen in slaap met een bijzonder vogelgeluidje.
Capitol Reef NP naar Scofield State Park, Utah, 179 miles.
Camping Mountainview, Scofield, één overnachting $ 15.
Dinsdag 6 juni 2006
Na een koude nacht
is het om 8.00 uur nog steeds fris, maar dat weerhoudt ons er niet
van in de zon te ontbijten. Het is een heerlijke ochtend en het in
het zonlicht glinsterende Scofield Reservoir is een plaatje. Vandaag
gaan we naar Manila in de buurt van de Flaming Gorge National
Recreation Area.
Via Colton rijden we
door een aanvankelijk saai landschap naar Helper, maar dat wordt
gaandeweg mooier. Tussen Helper en Duchesne gaan we over een ruim
2800 meter hoge pas door het Ashley National Forest en door de Right
Fork Indian Canyon, een soort zandkleurig klein Bryce. Deze weg, de
191, is een Scenic Byway. Opmerkelijk, dat het mooie gebied niet op
de kaart staat aangegeven. Het weer is super, 28 graden en
wolkeloos. Na Duchesne, waar het vrij vlak is met veel bewoning en
ranches, komt in de verte de wit besneeuwde Kings Peak in zicht, met
4346 meter Utah’s hoogste berg.
In Roosevelt, waar
we bij Jubilee boodschappen doen, probeert een vrouw naast de ingang
zes beeldschone puppies aan de man te brengen. Ondanks hun jonge
leeftijd zijn ze al vrij groot. Ze zitten in de volle zon in een
kartonnen doos zonder eten of drinken. We kunnen het niet aanzien.
De vrouw wil ze beslist niet meer mee naar huis nemen en probeert zo
op het gevoel van anderen in te werken. Het lukt. Eén hondje wordt
al meegenomen.
Bij Vernal lunchen
we aan een overkapte picknicktafel met een weids uitzicht en hebben
profijt van een lekker windje. Het wordt steeds warmer. Later komen
we langs het Steinaker Reservoir en door het Red Fleet State Park
met de kleurschakeringen van gelaagde Navajo, Chinle en Moenkopi
sandstone formaties. We zitten voortdurend op hoogtes variërend van
5300 tot ruim 8000 ft, dus van zo’n 1600 tot 2500 meter. In het
gebied zijn fosfaatmijnen. Na een nog hogere pas pauzeren we op een
hoogvlakte, waar spierwitte aspen in een knalblauwe lucht prikken.
Dan gaan we richting Flaming Gorge National Recreation Area. Grote
aambeeld- en stapelwolken kondigen in het noorden naderend onweer
aan. Bij viewpoint Swett Ranch, waar het rood ziet van de Indian
Paintbrush, zien we in de verte de Flaming Gorge al liggen. Eenmaal
in de buurt van dat stuwmeer in de Green River kunnen we op meerdere
plekken een blik werpen op de bijzonder gevormde kloof, zoals bij
Sheep Creek Bay. Het landschap is bijna onwerkelijk.

Om 16.00 uur zijn we
op de gastvrije KOA Campground in Manila. De voorzieningen zijn goed
en we krijgen tien procent korting op de KOA pas, die we via
Travelhome ontvingen. Er is ook wireless internet en dat komt goed
uit.
Na een verfrissing
gaan we toch nog wat zien van de Sheep Creek Geological Loop, een
slingerende weg langs allerlei sandstone formaties. Er worden
diverse wildlife area’s aangegeven, maar meer dan wat squirrels en
chipmunks zien we niet. De bewolking belooft niet veel goeds en het
rommelt in de verte. Weer komen we langs Sheep Creek Bay, dat er nu
vanwege de donkere wolkenpartijen veel minder spectaculair uitziet.
In Manila geven we
na het tanken de camperramen een broodnodige wasbeurt. Het lukt op
de campingplaats niet om een internetverbinding tot stand te
brengen. In het kantoortje lukt het ook niet en daarom mogen we de
aansluiting van de camping zelf gebruiken. ’s Avonds eten we pizza.
Snel klaar en lekker. Vanwege stroomuitval (door onweer in de
omgeving) krijgt Ton een storing met de laptop. Hij is er lang mee
bezig om de boel weer goed te krijgen.
Scofield State Park naar Manila, Utah, 184 miles.
Rondrit Sheep Creek
Loop 33 mile.
KOA Campground Manila, één overnachting $ 29,91.
Woensdag 7 juni
De eerste week zit
er al op. Niet te geloven hoe snel dat is gegaan. De zon straalt van
de hemel en we ontbijten buiten. We gaan we op weg naar Bear Lake,
ook in Utah. Het tussenliggende stukje voert door Wyoming. Een land
van alsem en ranches met runderen. Op links blinken de Uintas
Mountains met Kings Peak. Voorbij Lonetree zien we in een soort
maanlandschap pronghorns. Dit is echt Wyoming, een weidse hoogvlakte
met besneeuwde bergen op de achtergrond. Een land van paarden ook.
In Fort Bridger hangen bij een authentieke zadelmakerij rijen vol
westernzadels.
Op de interstate 80
naar Evanston kunnen we dertig mile lang lekker opschieten. En dan
is daar een liquorstore! We slaan meteen rood en rosé van
Californische bodem in. Even later zijn we weer in Utah. Via
Woodruff gaan we noordwaarts naar Sage Junction en bereiken bij
Laketown de zuidkant van het Bear Lake. Die toeristische hoek is
niet ons doel, wel Garden City op de westelijke oever en KOA Bear
Lake.
Het is een terrein
met alles erop en eraan en met luxe sanitair in gloednieuwe
blokhutten met knus houten interieur. Ook is er een zwembad,
supermarkt, tankstation en Wifi. Bepaald geen natuurterrein, zo
langs de doorgaande weg, maar toch bevalt het ons wel daar. Het ligt
nog net in Utah.
Na een bezoek aan de
campingsuper, gaan we naar een natuurreservaat aan de noordkant van
het Bear Lake, dat in Idaho ligt. Aan weerszijden van de dam tussen
het meer en het Mud Lake, bij de ingang van het Bear Lake State
Park, zwemmen witte pelikanen. De toegang is gratis en na een
praatje met een studente die als vrijwilliger in het parkhuisje
werkt, rijden we door het Bird- en Wildlife Refuge. De dirt road, is
wel heel erg dirt, stenig, vol kuilen en stoffig. Groot wild zien we
niet, wel talloze vogels, zoals zilverreigers, Canadese ganzen,
koeten, eenden en grote zaagbekken. In het moerassige gebied, zijn
her en der kleine ranches met koeien. Er staat zoveel water op het
land, dat die dieren amper een droog plekje hebben om te liggen.
De bewolking neemt
hand over hand toe en er dreigt onweer. We rijden tot een meertje
bij Dingle, waar bliksems door de inmiddels loodgrijze lucht
snijden; we gaan terug. Langs de gravelroad Dingle-Paris zijn
opnieuw veel vogels, waaronder kraanvogels, ibissen, yellowheaded en
redwinged blackbirds, of te wel zwarte vogels met gele koppen dan
wel rode vlekken in hun vleugels. Een havik gebruikt een paaltje als
uitzichtpost. Er is zoveel te zien, we blijven stoppen, maar
oplettend, want rondom dit open gebied hangen fikse buien. Zo fel
als de regen- en onweersbui is die we bij Paris over ons heen
krijgen, zo snel is die ook voorbij en schijnt de zon weer.
Als we aan het begin
van de avond terug zijn op de camping is het afgekoeld naar 25
graden, drinken we buiten een wijntje en hopen we dat de buien
verder langszij zullen gaan. De diepvriessperziebonen die we bij de
barbecue eten smaken ronduit vies. Gelukkig hebben we ook rauwkost.
Het gaat weer
regenen en dat betekent de rest van de avond binnen zitten.
Weather.com geeft geen goede voorspellingen op voor Grand Teton en
Yellowstone. Dat is balen. We overwegen om de route om te gooien en
later naar Yellowstone te gaan, maar dan komt onze planning niet
goed uit. Dus, we wagen het erop.
Manila - Garden City, Utah, 149 miles.
Rondrit Mud Lake en Paris, 57 mile.
KOA Bear Lake, één
overnachting $ 47,52.
Donderdag 8 juni
We wentelen ons in
de luxe van het mooie sanitair en gaan op weg naar Grand Teton. Het
is 24 graden en er staat een frisse wind. De blauwe lucht gaat
geleidelijk aan schuil achter wolken. Langs het bijzonder
blauw/groen gekleurde Bear Lake, staat een verzakt houten schuurtje
met seringen en veldbloemen, dat niet zou misstaan in Frankrijk.
We laten Utah achter
ons en rijden Idaho binnen. Over Paris en Montpelier (in deze streek
hebben zich ooit Franse pioniers gevestigd) rijden we naar Geneva
op de grens met Wyoming. Niet veel verder komen we door het Bridger
Teton National Forest, een prachtig gebied met bossen, stroompjes en
veel soorten wilde bloemen, zoals het gele balsamroot. Na Afton gaat
het richting Jackson langs de Snake River. Tijdens een stop vinden
we een grote onderkaak met kiezen van een hert of eland. Af en toe
valt er een buitje met wat onweer, maar het is toch beter dan we
verwachtten.
In Jackson is het gezellig druk. In eerste
instantie ziet het er, met de leuke oude pandjes en het plantsoen
met bogen van grote geweien, nog net zo uit als in 1999, maar aan de
buitenrand is wel een mooi nieuw bezoekerscentrum gekomen.
Interessant, evenals het aangrenzende stukje natuurreservaat met een
wildlife viewpoint. Het stikt er van de (water) vogels. Canadese
ganzen waggelen met tientallen jongen door ondiep water en diverse
soorten blackbirds vliegen af en aan naar de vele nesten. Via
Jackson Hole bereiken we het Grand Teton National Park. In het VC
bij Jenny Lake bestuderen we info over de campgrounds in het park en
besluiten naar een nieuw trailervillage met hook-ups in Colter Bay
te gaan. Middenin de natuur en toch van alle gemakken voorzien.
Op een kudde
wapiti’s (de indiaanse naam voor elk) na zien we verder geen wild
onderweg. We rijden langs het mooie Jenny Lake. De Jackson Lake Dam
biedt een weids uitzicht op het meer en de complete Teton Range. Zon
en wolken zorgen voor een mooie belichting.
Colter Bay is bijna
een dorp in het nationale park, met het Trailer Village, Tent
Village, cabins, winkels, restaurants, haventje, boten(verhuur) en
een bezoekerscentrum met museum over de indiaanse cultuur. Op
Trailer Village hebben we een leuk gesprek met de medewerkers in het
bureau, krijgen een mooie plaats toegewezen en worden gewaarschuwd
voor de mogelijkheid van beren op het beboste terrein. De dag ervoor
liep er een grizzly tussen de campers. Het onweert op afstand en het
regent, maar even later zitten we toch in het zonnetje.
Tijdens een
verkenningsrondje over het terrein zien we grondeekhoorntjes en een
mier, zo groot als we nooit eerder zagen, met haartjes op zijn
achterlijf. Volgens het boekje een Carpenter Ant.

Ver buiten de
camping wagen we ons niet met z’n tweeën vanwege de beren.
Om 18.45 uur lopen
we naar het Chuckwagon restaurant, waar het behoorlijk druk is.
Vooraf nemen we sla met een gerookte dressing. De mannen gaan
uiteraard voor een steak, een New Yorker, met uienringen en gepofte
aardappel, Tiny en ik nemen gegrilde eggplant (aubergine) met
spinazie, twee soorten Italiaanse kaas en spaghetti. Wijntje erbij
en met z’n vieren eten we heerlijk voor 90 dollar.
Een beetje uitbuiken
is niet verkeerd en daarom lopen we nog een stukje om en kijken bij
Colter Bay Marina. Met de gekleurde avondhemel fraai en sfeervol. De
beren laten zich niet zien.
Garden City – Colter Bay in Grand Teton NP, Wyoming, 183 miles.
Colter Bay Trailer
Village, twee nachten $ 93,28.
Vrijdag 9 juni
Het weer valt mee,
wolken maar ook zon. Om half tien beginnen we aan een rondje Grand
Teton. Bij Jackson Lake Junction gaan we naar de Oxbow Bend, de
beroemdste bocht in de Snake River binnen het park. De zon schijnt,
het uitzicht is schitterend, alleen is het jammer dat Mount Moran en
de meeste bergen van de Teton Range schuil gaan onder een wolkendek.
Op een uitgestrekte weide ligt een grote kudde wapiti’s. De
‘goudkoorts’ om wild te zien slaat bij ons toe. Het is echt
fantastisch om weer in dit gebied te zijn. Op meerdere plaatsen
scharrelen bizons op de graslanden en eigenlijk willen we wel overal
stoppen om de mooie natuur op ons in te laten werken. De Snake River
Overlook is weer zo’n prachtig punt, die een aantal bochten van de
rivier overziet aan de voet van de Tetons. Wij zitten aan de goede
kant, want in de bergen onweert het.
Het voorjaar toont
zich met veel bloemen en de bijbehorende bijtjes. Muurtjes zijn
opgevrolijkt met witte, gele en oranje korstmossen. Lunchen doen we
in de camper want helaas zakken de wolken over de bergketen en
worden de weersomstandigheden slechter. Op weg naar North Jenny Lake
Junction begint het te spatten. Het wordt loodgrijs en een stuk
frisser. Mount Moran weerspiegelt in het Spring Lake. Daarvandaan
willen we een trail lopen naar het Laigh Lake. Na een paar honderd
meter begint het echt te regenen en dat gaat steeds harder. De wind
ook, dus we worden behoorlijk nat en keren terug naar Colter Bay.
In de namiddag
bezoeken we het museum in het bezoekerscentrum van Colter Bay, met
een boeiende collectie voorwerpen en kleding van de Shoshone
indianen, veelal van kralenmotieven voorzien. We praten lange tijd
met een Shoshone vrouw, die ter plekke sieraden maakt voor de
verkoop. Ook vertelt ze indiaanse wijsheden over healing, moeder
aarde en vader zon. Samen met haar broer had ze drie jaar eerder,
vanwege de veel te lage waterstand bij de Tetons, een regendans
uitgevoerd en het werkte.
www.teton-rainbows.com (Persoonlijk vind ik, dat het nu wel
even uitgewerkt mag zijn). Ze wijst ons ook op de helende kracht van
vrouwen: ‘Dat zit in hun handen’. Tiny en ik kopen allebei een
zilveren halskettinkje met turkwaas en vinden de ontmoeting met de
Shoshone heel bijzonder.
’s Avonds doen we
lekker makkelijk en eten smakelijke clam chowder (dikke soep van
schaaldieren) uit blik en broodjes. Het weer blijft halen en
brengen.
Rondrit in Grand Teton NP 63 miles.
Zaterdag 10 juni
Als we om 8.00 uur
opstaan is het maar 7 graden. Na langdurige regen piept nu toch de
zon erdoor. We gaan naar het aan Grand Teton grenzende Yellowstone
NP. Via de Rockefeller Highway staan we om kwart voor tien aan de
poort van het park, waar we een plattegrond krijgen en een
dagkrantje. De temperatuur daalt van 10 naar 5,5 graden als we op
2435 m hoogte voor de eerste keer over de Continental Divide,
waterscheiding, gaan. Overal liggen nog grote sneeuwplekken en
inmiddels valt de neerslag ook in de vorm van natte sneeuw. Dit is
niet wat we hoopten, maar apart is het wel. Bij de Lewis Canyon
staan we hoog boven de kolkende Lewis River. Het is een sinister
zwart/wit landschap met sneeuw en kale boomstaken, restanten van de
bosbranden in 1988. Verderop, een stuk lager, strekken we de benen
bij de Lewis Falls. De ondiepe rivier ziet er met schakeringen rood
en groen in de watervegetatie en de sneeuwresten langs de oevers
schilderachtig uit. In de drassige grond bloeien gele glacier
lily’s, de eerste bloemen die verschijnen als de sneeuw verdwijnt.
Door de lage
temperatuur vallen al snel de eerste warmwaterbronnen en geisers op.
De stoom is van verre te zien. Allereerst bezoeken we het West Thumb
Geyser Basin, heel mooi gelegen aan het Yellowstone Lake. Geweldig
om deze geothermische verschijnselen terug te zien. Het borrelt,
sist en blubt en er hangt een bijna bedwelmende zwavellucht. Soms
belicht de zon de blauwe poelen waarin luchtbellen naar boven
kringelen, dan weer maken regendruppels cirkels in het water. Bij de
Black Spring krijgen we een kletterbui met hagel. Het is heel koud.
We duiken diep in de windjacks, onze brillen beslaan evenals de
lenzen van de camera’s. Maar het is wel lekker warm in de stoom, al
stinkt die nog zo naar rotte eieren en beneemt die je bijna de adem.
Gelukkig gaat de zon weer schijnen en de pasteltinten van het
Yellowstone Lake, waarin zich ook warme bronnen bevinden zijn, zijn
schitterend.
Op meerdere punten
komen we over de Continental Divide, ruim 2500 meter hoog en overal
ligt nog sneeuw. Na de Keppler Cascades bereiken we het geisergebied
van de Firehole River. Bij het Upper Geyser Basin gaan we, na de
lunch in de camper, naar het terras bij Old Faithfull, de enige
geiser waarvan de uitbarsting vrij nauwkeurig te voorspellen is. Op
bankjes wachten we een eruptie af, die binnen het uur moet
plaatsvinden. Het spektakel van water en stoom wordt rond 13.40 uur
verwacht. Eerst spuit de iets verder gelegen Beehive Geyser een
watermassa met grote stoomwolken de lucht in. Die is maar één keer
per dag actief, dus we treffen het. Het is een fraai schouwspel,
zeker tegen de loodgrijze lucht. We zitten met heel veel anderen wel
lekker in de zon. Na wat geborrel zo nu en dan, waardoor iedereen
denkt dat de eruptie begint, wordt om 13.45 uur de Old Faithfull
echt actief. Eerst voorzichtig met wat stoomwolkjes en gespetter en
dan gaat ineens de Kärcher aan. Als een superformaat hogedrukspuit
knalt de kokende waterstraal tientallen meters hoog sissend en
kolkend de lucht in, neemt na een spectaculaire show geleidelijk af
en alles bij elkaar duurt het maar enkele minuten. Dat de grond kort
voor of tijdens zo’n krachtsexplosie zou trillen, hebben wij niet
gevoeld.
Na deze aparte
voorstelling rijden we richting West-Yellowstone om naar de KOA
Campground te gaan. We willen geen uren besteden aan het,
vermoedelijk tevergeefs, zoeken naar een plekje op een van de
parkcampings. Daar is in het midden- en hoogseizoen meestal na 12.00
uur niets meer vrij voor campers. Onderweg zien we diverse wapiti’s
en bizons. Op de weg langs de Firehole River loopt een groepje
bizons met twee kleintjes erbij. Dus file en geklik van camera’s.
Langs de rivier stoomt het volop. Het weer is halen en brengen. Soms
regent het en is het koud, maar met de zon erbij is het meteen een
stuk warmer.
Langs de fraaie
Madison River lopen nog meer bizons. Wat treffen we het weer. De
camping ligt zes miles voorbij West-Yellowstone op 2600 meter hoogte
in het Targhee National Forest. Het is een luxe terrein, met alles
erop en eraan en vorig jaar zelfs KOA van het jaar, maar voor ons
hoeft zoiets niet. De prijs is er ook naar: 61,64 dollar per nacht!
We bespreken voor één nacht en zien morgen wel verder.
We trekken er meteen
weer op uit en doen in West-Yellowstone voor meerdere dagen
boodschappen bij Market Plaza. Terug in het Yellowstone park rijden
we door de Firehole Canyon, waar we pal naast een wapiti komen te
staan. Ze draagt een halsband met antenne.

Een maf gezicht, het
lijkt wel of het hert radiografische besturing heeft. Bij de
Firehole Falls scharrelen Knabbels en Babbels.
We willen alles uit
de dag halen en bezoeken ook het Lower Geyser Basin, waar de stoom
prachtig afsteekt tegen alweer een donkergrijze lucht. Via een
schitterende loop langs onder andere de Fountain Paint Pots komen we
bij de grote Clepsydra Geyser, die actief is.

Vanwege de zeer
mooie omstandigheden met tegenlicht maken we de ene foto na de
andere. Dit onstabiele weer geeft beslist een bijzondere dimensie.
Om met Johan Cruyff te spreken: ellek naodeel heb se foordeel.
Terug in
West-Yellowstone eten we net als in 1999 weer bij het geinige en
ongedwongen restaurant Gusher. Tiny en ik gaan voor een Veggie
sandwich, de mannen voor pizza’s. Alles is van een superformaat, we
krijgen er zelfs een bord frites bij. Niet zo gek dat die Amerikanen
vaak zwaar overgewicht hebben. Met een lekker wijntje erbij smaakt
het allemaal heel goed, voor 55 dollar. Het grootste deel kan
echter, omdat we geen doggybag willen, de Kliko in.
In de camper blijkt
de wc opnieuw verstopt te zijn. Balen. Met een buigzame tak en de
doucheslang weet Ton het handeltje te ontstoppen en door te spoelen.
En het probleem is definitief over.
Colter Bay –
West-Yellowstone en de rondritjes in het NP bij elkaar 153 miles.
KOA campground West-Yellowstone, één overnachting $ 61,64.
Zondag 11 juni
Na een koude nacht,
waarin we dik aangekleed in bed lagen, is de lucht winters grijs. Er
is Wifi, dus we verzenden e-mails. Als we vertrekken is het half
bewolkt en 12 graden. Dat gaat de goede kant op.
Na een tankstop
rijden we Yellowstone weer in. Omdat de campings al vroeg op de dag
vollopen, gaan we eerst naar de Madison Campground, maar daar zijn
geen plaatsen voor 32 ft RV’s. De aardige behulpzame receptioniste
belt naar Bridge Bay, ook een Xanterra camping, en reserveert een
plaats voor ons. We kunnen de 18 dollar stageld meteen bij haar
voldoen, dan hoeven we niet eerst naar die camping toe te rijden,
maar kunnen we meteen het tripje maken zoals we dat willen.
Langs de Firehole
River graast ter hoogte van de Nez Perce Creek een kudde bizons in
het veld. Verderop rijden we Firehole Lake Drive met de Great
Fountain Geyser. Die is helaas niet actief, pas ’s avonds tussen
18.00 en 22.00 uur, nadat de poelen zich met water hebben gevuld.
Dat spektakel kan drie tot vijf kwartier duren. Er lopen veel
watertjes en we zien knotsen van blauwe libelles. Op een weide doen
we ook een bizarre vondst: de complete kop, botten en stukken vacht
van een dode bizon. Misschien wel gestorven bij de geboorte van haar
jong, want er liggen kleine lichtbruine pootjes naast.
De ene bron is nog
mooier dan de andere, zoals de Firehole Spring en, ter hoogte van
het Firehole Lake, de Young Hopefull Geyser en de Black Warrior
Pool. Met kleuren, die door een combinatie van algen en mineralen
variëren van zeegroen tot roestbruin. Inmiddels wordt het prachtige
landschap volop beschenen door de zon. Mooie gelegenheid om te
lunchen bij het meer.
Daarna bezoeken we
het Midway Geyser Basin, waar het water van de Excelsior Geyser
neerstroomt in de Firehole River. De grote blauwe poel, die
eigenlijk een vulkaankrater is, wordt regelmatig bijna geheel aan
het oog ontrokken door de stoom. Overal borrelen grote luchtbellen
op. Ernaast ligt de Grand Prismatic Spring, de grootste
heetwaterbron ter wereld. De patronen in de omringende grond, onder
een dun laagje water, zijn grillig van vorm en bijna grafisch
zwart/wit. Kuierend over een honderden meters lang plankier beleven
we alle vier deze landschappelijke beauty op ons eigen tempo. In het
midden van de bron hangt boven de vele schakeringen bruin en oranje
van de micro-organismen lichtblauwe stoom.

Infoborden zetten
het geothermische verschijnsel uiteen.
In het Upper Geyser
Basin bij Old Faithfull, kopen we een wandelkaart en lopen langs
vele geisers en bronnen de 2,4 km lange trail naar de Morning Glory
Pool. Eerst over Geyser Hill, waar het ons opvalt dat de blauwtinten
van de poelen veel bleker zijn dan in 1999. Langs de schitterende
route passeren we Anemone, Heart en Goggle Geyser, die aan het
spuiten is, en de dubbele Spasmodic Geyser. Op veel plaatsen wordt
een van-tot tijd aangegeven voor de verwachte eruptie. De witte
Grotto Geyser is heel bijzonder door de bizarre vormgeving. De grote
ronde Morning Glory Pool spreekt erg aan vanwege het heldere blauw
met geel/oranje randen. ’t Is jammer dat er altijd weer mensen zijn
die er munten en troep in gooien. Om de bron niet te laten
verstikken, moet die jaarlijks worden schoongemaakt.
Op de terugweg, via
een andere route, staan we stil bij de Castle Geyser en de Crested
Pool. Daar plaatsen rangers een waarschuwingsbord met Bear in Area.
Nota bene in het gedeelte waar we net doorheen zijn gelopen. Als we
dat hadden geweten……Vanaf dit punt is een groot deel van het Upper
Geyser Basin te overzien. In de verte is Old Faithfull weer actief.
Over de Craig Pass
en langs West Thumb rijden we naar Bridge Bay aan het Yellowstone
Lake, waar de horizon wordt gevormd door de besneeuwde Absaroka
Range. Het is al 20.00 uur als we op camping Bridge Bay plaats 75
krijgen toegewezen in de B loop. Er zijn heel wat van die loops op
het door bos omzoomde open terrein. Voor campers, trailers en
vouwwagens en aparte velden voor tenten. Er hangt een bijzonder
sfeertje, het lijkt wel een Trappers camp. Midden in de natuur en
lekker rommelig. Een grote bizonstier scharrelt gewoon tussen de
kampeermiddelen.

Ja, hij woont er,
wij zijn gasten. Een ontmoeting met een beer behoort ook hier tot de
mogelijkheden.
We eten simpel:
tomatensoep uit blik en broodjes met worst, want om 21.30 uur willen
we een diavoorstelling bijwonen in het amfitheater. Het is een
aardig stukje lopen en we zijn net op tijd voor een boeiende
presentatie die een ranger geeft over de geschiedenis van de Nez
Perce indianen en Chief Joseph. Als we teruglopen is het al helemaal
donker. Het laatste stukje zijn we maar met z’n drieën. De
zaklantaarns gaan aan. We genieten nog even van het Yellowstone
Lake, dat wordt beschenen door een volle maan. Wolvengehuil blijft
echter uit. De bergen en de met sterren bezaaide hemel lichten zo nu
en dan flauw op door het weerlicht van een verre onweersbui.
West-Yellowstone – Bridge Bay 77 miles.
Camping Bridge Bay $ 18 per nacht.
Maandag 12 juni
De zon schijnt en
het is blauw. Dat gaat goed! Voordat we vertrekken om een ander
rondje te doen in Yellowstone, reserveren we nog een nacht op
Bridge Bay. We kunnen terug op dezelfde plek. Terwijl we buiten het
terrein bij het sanistation in de rij staan voor het lozen van
toilet en afvalwater, raken we geanimeerd in gesprek met een Texaan.
Bij de barbecueplaatsen likt een hert aan een rooster: ‘Was dat mijn
broertje?’ Het winkeltje voorziet in de levensmiddelen die we nodig
hebben.
Om 10.00 uur gaan we
echt op pad. Al snel stoppen we langs de vrijwel rimpelloze
Yellowstone River, waar witte pelikanen zwemmen. Het is een plekje
om in te lijsten. In de weidse Hayden Valley zijn een heleboel
bizons.

Grazend of liggend
en herkauwend en je kunt je niet voorstellen dat deze lobbessen zo
snel en gevaarlijk kunnen zijn. Joekels zijn het, met enorme koppen
en een naar verhouding schriel kontje.
We zijn blij dat het
weer is verbeterd, want we hebben zo naar Yellowstone uitgekeken.
Bij Artist Point beleven we intens de bijzondere kleurrijke Grand
Canyon of the Yellowstone en genieten van het zicht op de Lower
Falls. Supermooi! De wanden lijken wel een pointilistisch schilderij
in oker, beige en rood met in de diepte het zilvergrijze kolkende
water. Er vliegt een osprey rond en kunstschilders leggen de
waterval vast op doek. De prachtige canyon bekijken we ook vanaf de
overkant van de rivier bij Inspiration Point en Lookout View. Daar
ontdekken we op een top van een lagergelegen rotspunt een ospreynest
met één al vrij groot jong erop. Pa of ma vliegt heen en weer voor
de ravitaillering.
Na de lunch gaan we naar de noordoost hoek
van het park. Het weer wordt steeds lekkerder, bijna 23 graden. Op
de 2700 meter hoge Dunravenpas rijden we tussen muren van smeltende
sneeuw. Een file medetoeristen maakt ons vlakbij Tower attent op een
zwarte beer die tussen struiken scharrelt. Voorbij Canyon Village
koersen we richting Lamar Valley in de hoop wolven te zien. Ook daar
zijn veel bizons, maar wolven komen niet in het vizier. Dat is maar
weinigen gegeven.
We keren, want anders wordt het te laat om te
barbecuen. Op de terugweg vangen we weer een glimp op van een beer.
Het is opnieuw hobbelen over het slechte wegdek van de Dunravenpas.
De weg naar Mount Washburn is vanwege de sneeuw nog afgesloten. Ook
in dit deel van het park is het op veel plaatsen een chaos van
omgevallen verbrande boomstammen. Achttien jaar na de grote
bosbranden van 1988 is de vegetatie zich goed aan het herstellen.
Tussen de kale stammen staat frisgroene onderbegroeiing. Op grote
hoogte zijn de zaailingen van naaldbomen zo’n meter hoog, lager in
het dal is dat al enkele meters. Sommige hellingen zijn paars van de
bloemen, zoals lupine. Langs de Yellowstone River in de fraaie
Hayden Valley houden zich nog steeds veel bizons op. Een bald eagle
geeft een vliegshow.
Terug op camping Bridge Bay drinken we een
wijntje in de zon en stoken een vuurtje. Aan de andere kant van het
veld scharrelt weer een bizon tussen de campers. Mensen die met hun
auto zijn weggeweest, moeten ruim een uur wachten eer ze in hun
trailer kunnen, omdat de bizon voor de ingang gaat liggen herkauwen.
Zo’n jongen duw je niet even opzij.
Dichtbij zien we een valkje en een rode
kruisbek, die gewillig op een tak poseert. We eten onder een
strakblauwe hemel. Het is nog warm. De sfeer op het terrein is zo
midden in de natuur echt bijzonder. Er is een grote verscheidenheid
aan kampeermiddelen. Van megagrote luxe RV’s tot kleine
koepeltentjes. Onze buren hebben een oud busje, met een betimmerd
interieur dat werkelijk met van alles en nog wat is volgepropt. Opa,
met cowboyhoed, zit met zijn kleinzoon rond een rokend vuurtje. We
wanen ons in een pionierskamp. Een man uit Georgia komt meerdere
keren even langs om gezellig een praatje te maken. We barbecuen
lekker, maar irritante muggen jagen ons al om negen uur achter de horren.
Rondje door Yellowstone NP 98 miles
Dinsdag 13 juni
Een stralend mooie ochtend. Strak blauw en
het is al snel 20 graden. Om 9.15 uur is het hele ochtendritueel
weer afgewerkt en vertrekken we naar Montana. Via Village rijden we
door Norris Canyon naar Norris Geyser Basin en lopen daar een flinke
trail, langs onder andere de Steamboat Geyser, die enigszins actief
is. Het is een heel uitgestrekt gebied met het Porcelain Basin vol
grote blauwe en stomende poelen. Er zijn nog maar weinig bezoekers.
Eigenlijk is het heel bizar, dat je in Yellowstone op zo’n dun
korstje aarde loopt, waaronder een steeds grotere dreiging ontstaat
voor een megagrote vulkanische uitbarsting, welke die van Mount St.
Helens in de staat Washington in 1980 vele malen zal overtreffen.
Ook in Europa zullen we daar langdurig de gevolgen van ondervinden.
Hoe fascinerend ook, laat het nog maar even wegblijven.
Verder noordwaarts komen we onder meer langs
de stomende Roaring Mount en door de vallei van de Gardiner River.
Via de Golden Gate, een vernauwing in het dal, bereiken we Mammoth
Hot Springs. De droge witte terrassen duiden op weinig activiteit.
Het stoomt wel op andere plekken en ook de veelkleurige
terrasvormige Canary Spring is actief. We kijken nog wat rond in het
village en de giftshop en moeten dan helaas Yellowstone weer laten
voor wat het is en rijden Montana binnen.
Bij Gardiner zijn we terug in de bewoonde
wereld, met grote ranches en leuke huisjes. Tot Livingston bevinden
we ons in het Gallatin National Forest. Op de Yellowstone River gaan
rafters de uitdaging aan met het kolkende water. In Livingston gaan
we tegen onze gewoonte in een ‘vette bek’ halen bij McDonalds. Nog
lekker ook. Als we verder gaan naar Helena is het 22 graden.
Langs de 89 zien we een bald eagle met
uitgespreide klauwen op een prooi landen langs de kant van de weg.
Het is een vrij groot lichtbruin kadaver. Wellicht een pronghorn of
een deer. Het was een flits, maar het blijft op ons netvlies staan.
Echt gaaf.
We rijden door het typerende Montana
landschap. Weids, veel ranches en bergen op de achtergrond. Een
omgeving als in The Horsewhisperer. Regelmatig zien we wapiti’s en
pronghorns. We krijgen ook te maken met roadworks en dat betekent af
en toe wachten en vervolgens mijlenlang denderen over gravel met
gaten en kuilen. De lades schieten herhaaldelijk uit de kasten.
Prachtig is een vlucht opstijgende kraanvogels.
Over de Lewis en Clark Highway, door Townsend
en langs het Canyon Ferry Lake komen we in het drukke Helena, waar
we de 12 west nemen over de MacDonald Pass naar Garrison. Om 18.00
uur zijn we daar op het Riverfront RV Park. Een grasland met
uitzicht op de bergen en grote plaatsen, compleet met tuintafel en
stapelstoeltjes. Van een echte receptie kan niet gesproken worden,
wel is er een soort zitkamer als ontmoetingspunt. Het geeft een
gevoel van welkom te zijn en we mogen zelf een plek uitzoeken. De
spoorbaan langs het terrein wordt gelukkig nauwelijks gebruikt. We
gaan ‘op de zon’. Als de campingbaas het geld komt innen, praten we
een hele tijd met hem. Onder meer over de alsmaar stijgende
grondprijzen in Montana, omdat de staat de laatste jaren nogal
populair is bij het Hollywoodvolkje, en het wildlife wat er zit,
beren, elanden en wapiti’s. Hij vertelt dat er jaarlijks wel honderd
dieren worden doodgereden in de omgeving. Veelal door toeristen die
er niet op berekend zijn, dat die dieren zo maar vanuit de bosjes de
weg over kunnen steken. Maar ook de autochtonen kunnen het niet
altijd voorkomen. Het avondmaal bestaat uit gegrilde kip met rösti
en doppers. De bewolking neemt toe evenals de muggen. Dus bijtijds
naar binnen en gebruik maken van WiFi.
Yellowstone NP/Bridge Bay
– Garrison 279 miles.
Riverfront RV Park, één nacht $ 21.50 .
Woensdag 14 juni
Om 7.00 uur is het strak blauw, maar een uur
later is daar weinig meer van over. Vandaag gaan we van dit
noordelijkste punt in onze rondreis weer zuidwaarts, via de I 90
richting Salmon in Idaho. Met de weidse panorama’s begrijpen we
waarom Montana de Big Sky Country wordt genoemd. De wolkenpartijen
zijn fraai, maar worden na verloop van tijd zo gesloten en donker
dat ze weinig goeds beloven. Ten zuiden van Butte gaan we de
Continental Divide over via de Deer Lodge Pass, bijna 6000 ft. De
temperatuur daalt naar 15 graden. Dan rijden we ‘Mordor’ binnen.
Zware slagregens kletteren op de voorruit en er steekt zo’n harde
wind op, dat de RV over de weg slingert. Als het ook nog gaat
hagelen, schiet de temperatuur omlaag naar 8 graden. Enorme bliksems
snijden horizontaal en verticaal door de zwarte lucht en het is
ronduit onheilspellend. In het oog van de bui schijnt even de zon en
dan gaat het opnieuw heftig te keer. Best wel spannend in het open
landschap, dan is zelfs een grote camper klein.
Bij Divide slaan we af naar de 43, richting
Wisdom en gaan weer de bergen in, door de Valley of the Big Hole in
het Beaverhead Deerlodge National Forest. Het is nog kouder
geworden. In de Wise River wordt veel gevist vanuit roeibootjes.
Opnieuw is er oponthoud wegens roadconstruction. Over een loose
gravelroad bonken we een eind achter een pilotcar aan, De weg is dan
weer een gatenkaas, dan weer een zandbak, waarin de RV zelf zijn weg
zoekt. Twee pronghorns op een veld laten zich niet afschrikken door
de stofwolken en de herrie van de machines.
In het cowboystadje Wisdom lijkt het met de
oude houten pandjes of de tijd er heeft stilgestaan. Het uitladen
van een vrachtwagen bij de dorpssuper, gesnuif van paarden in een
stilstaande veewagen en het gepiep van een roestige ijzeren
windmolen zijn de enige geluiden in het nagenoeg verlaten oord.
Alles ademt historie, zoals saloons, houten schuren en de Conover
Trading Post, waar ze werkelijk van alles verkopen. Van kauwgom en
bier tot souvenirs, kleding en wapens. Alles gadegeslagen door
opgezette dieren aan de wand. We gaan verder, want gezellig is het
koude Wisdom niet met de grijze regenwolken.
Richting Idaho dreigt weer een T-storm. Kort
na Wisdom bezoeken we het Visitor Center van het Big Hole National
Battlefield, een Nez Perce National Historic Site. De vrijwilligers
zijn erg blij dat ze bezoekers zien. Met de National Parkpas is het
museum gratis. We krijgen een bijna privé filmvoorstelling over de
zeer trieste geschiedenis van Nez Perce indianen, die daar tijdens
hun vlucht in 1877 door soldaten van het Amerikaanse leger gruwelijk
zijn afgeslacht. Voornamelijk vrouwen en kinderen. Het slagveld met
frames van tipi’s is indrukwekkend. De botten van de Nez Perce
liggen er nog.
Na de lunch vervolgen we de route over de
Chief Joseph Pass, 7241 ft, en rijden Idaho binnen. De hellingen
langs de North Fork of the Salmon staan vol lodgepole pines. In
North Fork doen we boodschappen. De Salmon River stroomt door een
steeds kaler wordend landschap, dat vanwege het sombere weer een
deprimerende uistraling heeft. De rivier stroomt sterk, met enkele
flinke rapids. In het oude Salmon staan opvallend veel rood
bakstenen panden. Verderop zorgen zon en donkere wolken voor een
sinistere lichtval op het water. Het weer blijft onstabiel. Tijdens
buien keldert de temperatuur.
Om 16.45 uur zijn we op het Salmon River RV
Park. De grappige receptie annex winkeltje lijkt wel een
pannenkoekenhuisje. Het doet huiselijk aan en het ruikt er heerlijk
naar vers gebak. De aardige eigenaars verkopen zelfgemaakte koeken
en pizza’s. De camping ligt in een bocht van de rivier, waar het dal
smal is en de bergen spaarzaam begroeid. Het gebied is rijk aan
beren en wolven. Als we onze plaats voor één nacht hebben ingenomen
stroomt de regen neer. Gelukkig wordt het ook weer droog en lopen
we een stukje. In de avond worden we vlakbij getrakteerd op een
prachtige dubbele regenboog.
Meer wild dan een konijntje zien we helaas
niet. Een beer was toch wel eens leuk geweest.
Garrison – Salmon 203
miles
Salmon river RV Park, één
nacht $ 23,50.
Donderdag 15 juni
Na een koude nacht brengt een lekkere warme
douche ons weer bij de mensen. En weer regent het. Zo jammer dat
snertweer net nu we door de prachtige Sawtooth Mountains gaan. Om
9.30 uur vertrekken we van Salmon River RV Park in de Elk Bend, want
zo heet deze bekende bocht in de Salmon River. We gaan verder
zuidwaarts. Ons doel vandaag is de omgeving van Sun Valley/Ketchum.
Het dal oogt somber, helemaal waar dat een kloof vormt. Het wordt
wel weidser, maar nog steeds zijn er de gladde met gras begroeide
bergen, waar alleen op de hoger gelegen delen wat bomen staan. We
zien wapiti’s, muledeer en pronghorns en het klaart op. In Challis
doen we boodschappen en gaan snel verder over de prachtige Scenic
Byway van de Salmon. Van de alom beloofde ‘wildlife viewing’ komt
niets terecht. Er mogen dan nog zoveel beren, wolven en elanden
zijn, langs de weg laten ze zich niet zien. Dit in tegenstelling tot
in het Canadese Alberta en British Columbia in hetzelfde
jaargetijde.
In Stanley, in het mooie Stanley Basin, ligt
de besneeuwde Sawtooth Range in al zijn glorie voor ons. Een
indrukwekkend gebergte, vergelijkbaar met de Grand Tetons. Namelijk
ook een keten, die omhoog rijst uit een hoogvlakte. We kuieren door
het plaatsje, waar aan de onverharde straten veel houten huisjes
staan, snuffelen rond in een giftshop en gaan naar de Tourist Info.
Die is bemand door vrijwilligers, een gepensioneerd echtpaar uit
Minnesota. Ze geven veel info en op hun verzoek schrijven we in het
gastenboek. Bij de brochures is een campinggidsje met alle
kampeerterreinen in Idaho. Een natuurterrein van de Forest Service
bij Baker Creek, 15 miles noordelijk van Ketchum/Sun Valley, lijkt
ons wel wat voor de komende nacht.
Ten zuiden van Stanley ligt het Redfish Lake
mooi te zijn, met swamps langs de oever en met de Sawtooth Range als
decor. Ideaal terrein voor elanden, maar zo midden op de dag laten
ze zich niet zien. Wel meerdere spechten. Het is een fijne plek met
een aangename sfeer. Na de lunch rijden we nog wat verder langs het
fotogenieke meer. Een stelletje herrieschoppende squirrels stelen
de show.
Terug op de 75 gaan we door de prachtige
vallei van de Big Wood River, die we overzien vanaf de 2600 meter
hoge Galena Summit. Vijftien miles voor Ketchum stoppen we bij een
forest road in de Sawtooth National Recreation Area. Dat doen we
alleen maar omdat Tom Tom ons vertelt dat we bij Baker Creek zijn.
Er wordt niets aangegeven. Eerst kunnen we geen camping ontdekken,
maar verder op het onverharde pad staat een bord wat er naar
verwijst. Het is 1 mile naar de camping over een paadje te midden
van bloemenweiden, waar ook een verlaten huis staat. Net als we
denken dat er geen camping is, zien we een bordje met nummer 2 erop.
Dat blijkt dus een campsite te zijn en omdat die vrij is en
bijzonder mooi ligt, besluiten we er meteen te gaan staan. In de
wijde omtrek is er niemand. We lijken de enigen op dit gratis
terreintje van de Forest Service. De plaatsen moeten wel ver uit
elkaar liggen, want een ander nummerbordje zien we niet. Het is nog
even manoeuvreren om op de plek te komen, maar met aanwijzingen van
Wim rijdt Ton over het smalle pad met bocht achteruit naar beneden.
Voor het eerst staan we echt helemaal wild, aan de samenkomst van
twee snelstromende beekjes, de Newman Creek en de Baker Creek. Zo
bijzonder, met een schitterend uitzicht op de Boulder Mountains,
waar het skigebied is van Sun Valley.
De folders waarschuwen voor veel wilde
dieren. Het zou kunnen dat we een beer, wolf, elk, deer of pronghorn
antilope op bezoek krijgen. Voorlopig horen en zien we alleen
vogeltjes. Het is echt een superplek, maar met z’n tweeën waren we
er nooit gaan staan. De wildernis van de Sawtooth Mountains staat
erom bekend, dat zich daar nogal eens voortvluchtige misdadigers en
terroristen verborgen houden. Een aantal jaren geleden zijn er
Nederlandse kampeerders vermoord in Idaho. We kunnen ons ook
afvragen waar we mee bezig zijn, maar met z’n vieren durven we dit
wel aan. We nemen een neutje en genieten in de zon van de omringende
bergwereld en de wilde bloemen, waaronder lupines in allerlei
pastelkleuren.
De hoogte, 2600 meter, belooft een koude
avond en nacht. We verkennen de omgeving en zien wel wat andere
sites, maar nergens staan kampeermiddelen. De mannen leggen een
houtvuur aan in de firering. We voelen ons moderne indianen, met een
RV als luxe vervanger van paard en tipi en met vlees uit de
supermarkt, in plaats van zelf geschoten wild. Maar de gegrilde
ribeye is heerlijk, met rösti, sla en gebakken uienringen. Bij de
koffie rond het vuur voelt het heel erg koud en dat is het ook. Als
we tegen tien uur binnen zijn staat de thermometer op slechts 3,3
graad. Het schemert nog en we turen naar buiten, maar kunnen geen
wilde dieren ontdekken. Best wel spannend om daar zo ver van de
bewoonde wereld te overnachten. Binnen is het ook ijzig en we gaan
met sokken en T-shirts aan naar bed plus een extra dekentje. Brrrr.
De verwarming aan gaat ons toch te ver.
Salmon – Baker Creek 144
miles.
Forest Service campground
Baker Creek, geen overnachtingskosten.
Vrijdag 16 juni
Na een steenkoude nacht met vorst, waarin we
meerdere keren wakker werden, staan we tegen achten op. Het is
strakblauw, plus 1, en smeltend ijs druppelt van de camper. Gelukkig
loopt de temperatuur in de zon op, maar alles wat we uit de kastjes
pakken voelt ijzig. Wat zijn we toch een bikkels, dat we de
verwarming niet aandoen. Maar de zuivere berglucht verpesten met de
uitlaatgassen van de generator, daar hebben we geen zin in. Het
supermooie plekje blinkt in het kraakheldere ochtendlicht.

Om half tien vertrekken we en gaan verder
zuidwaarts langs de Big Wood River en de Sawtooth Scenic Byway. Een
bezoek aan het Craters of the Moon National Monument en een camping
in de omgeving van Brigham City in Utah zijn onze doelen vandaag.
Ketchum en helemaal het skioord Sun Valley is een levendig, beetje
mondain plaatsje met prachtige huizen, onder meer van beroemdheden
uit de filmwereld en de politiek. Die zullen zich ook prima kunnen
verpozen op de fraaie Big Wood Golf Course.
Wij verlaten de hoge bergen via een veel
drukkere weg nu, over Hailey naar Bellevue, waar we afslaan naar de
20 die richting Arco gaat. Kort voor Lava Lake loopt een statige
kraanvogel in een veld met gele bloemen. In rode en zwarte sintels
zien we de eerste tekenen van het vulkanische gebied. Vier miles
voor Craters of the Moon hebben we wel een half uur oponthoud
vanwege roadconstruction. Het is zonovergoten en inmiddels 19
graden. In Craters of the Moon oriënteren we ons in het Visitor
Center. De ranger waarbij we een Field Guide to Forests kopen heet
Ted Stout. Nederlandse voorouders dus. Hij vind het leuk, dat stout
naughty betekent. We lopen een twintig minuten trail over donkere
lavavelden, waar we met het fotograferen uiteraard weer veel langer
over doen. De grond lijkt wel asfalt. Toch groeien er plantjes, met
papierachtige roze en gele bloempjes. En we zien een Pika, een vrij
zeldzaam knaagdiertje dat er uitziet als een hamster, maar een
konijnensoort is.
De grillig gestolde lava en cones,
lavakegels, vormen een wonderbaarlijk landschap. Niet zo vreemd dat
het gebied tot National Monument verklaard is. Alles is zwart of
steenrood, de lava ruw en vaak scherp als kartelmessen, in allerlei
grillige formaties met holten en gaten. Vanaf de kegels kijken we
een eind weg onder de strakblauwe hemel. Blauw is ook de vogel die
we zien, een Townsend Solitaire. Het totale gebied bekijken vergt
helaas te veel tijd.
Na Arco volgt weer een stuk onverharde weg
met kuilen. De hoogvlakte richting Blackfoot heeft bepaald geen
prioriteit met onderhoud. Atomic City ligt eenzaam in het verlaten
gebied waar ooit nucleaire proeven zijn gehouden. Bij Blackfoot, aan
de Snake River, gaan we naar de I 15 en langs Pocatello zuidwaarts.
In het oosten vormen de Rocky Mountains de horizon. In McCammon,
waar we tanken, haalt Tiny die (lekkere) trek heeft bij Taco Bells
cheese curds. Smaakt heerlijk, helemaal met een rosétje erbij.
Verder gaat het langs Malad City naar Utah en vervolgens door een
brede vallei langs Tremonton. Strijklicht accentueert de verticale
geulen in de uitlopers van de Wasatch Range. Rechts is de vlakte van
het Great Salt Lake. Een gebied, dat mede door de vegetatie een
mediterrane sfeer ademt. Dat dit de Mormonenstaat Utah is, bewijzen
her en der de witte tempels.
In Brigham City kijken we eerst naar camping
Spike, maar daar raast het drukke verkeer langs. Niet dus. Dan gaan
we naar de KOA Perry South in het nabijgelegen Perry en die is een
stuk rustiger gelegen. Vlak voor ons draait een motorhome van het
formaat touringcar de camping op. Ook daar is op het gemoedelijke
familieterrein plaats voor.
Via internet is Ton lange tijd bezig om voor
twee nachten een camping bij Zion te reserveren. Het is een
bestemming waar je in het hoogseizoen beter niet op de bonnefooi
naar toe kunt gaan. Het lukt om voor één nacht een plaats te krijgen
op de Watchman Campground in het Zion NP. Van de camping in
Springdale, net buiten het park, hopen we nog bevestiging te krijgen
om daar de eerste nacht te kunnen bivakkeren.
Na het eten, pizza’s, lopen Ton en ik de
boomrijke camping af om aan de rand van de bebouwing de
zonsondergang te zien. Het is wolkeloos en we hopen op net zo’n
onvergetelijke zonsondergang als we in 1999 meemaakten bij het Great
Salt Lake. Perry ligt in een agrarisch gebied, dus boerderijen,
landbouwwerktuigen, paarden en grote sproei-installaties. De dalende
zon zet de bergen in warm licht. Het meer kunnen we niet goed zien,
wel een oranje hemel met ‘saint’-achtige wolkjes. De muggen zijn een
plaag en natuurlijk moeten ze Ton weer hebben. Dit zit in no-time
onder de beten. Verder is het een heerlijke warme zomeravond, zoals
we die van Zuid-Frankrijk kennen.
Baker Creek – Perry 298
miles
KOA campground Perry
South, één nacht $ 30,33
Zaterdag 17 juni
Zon aan een strakblauwe hemel. Weer voor een
buitenontbijt. We bellen met de kinderen. In de mailbox is nog geen
reactie van de camping bij Zion. Om 9.30 uur vertrekken we en gaan
via Williams naar de I 15 richting zuiden. Lekker tempo draaien met
die bak over de snelweg tot Syracuse. Daar gaan we eraf, want we
willen Antelope Island in het Great Salt Lake terugzien. De toegang
voor de camper met inzittenden is 9 dollar. Het is weer gaaf om over
de 5 miles lange dam naar het eiland te rijden. Water en bergen
liggen mooi te zijn in ijle pasteltinten. Op het eiland zijn veel
vogels, onder meer de Burrowed Owl, een uiltje, en leeuweriken. Een
musachtig vogeltje voert haar jong vlak voor onze voeten op de
grond. In de verte grazen elks en pronghorns. We nemen een kijkje
bij verschillende punten, zien hagedissen en talrijke watervogels.
Even denken we beland te zijn in een scene van The Birds, zoveel
meeuwen zijn er op een gegeven moment. Iemand voert ze en tientallen
scheren er bij de landing langs onze hoofden. Als we over de dam
terugkeren, weerspiegelen de bergen zich in het rimpelloze water.
Dan gaan we langs Bountiful, ons bekend van
de schitterende hooggelegen witte tempel van de Church of the Latter
Day Saints, en Woodscross richting Salt Lake City, aan de voet van
de besneeuwde Wasatch Mountains. Een bezoek aan de stad zit er nu
niet in. Bij Lehi halen we bij McDonalds menuutjes die we in de
camper opeten en doen bij Albertson’s boodschappen.
Tussen Provo en Spanish Fork passeren we een
stukje Utah Lake. Bij Nephi gaan we van de interstate naar de 28,
een scenic route richting Salina en Richfield. Ten noorden van
Gunnison Centerfield, is het Sevier Bridge Reservoir en de Sevier
River een aantrekkelijk gebied met diverse State Parks, maar het is
nog te vroeg om daar een camping te zoeken. In Richfield pakken we
nog een stukje I 70 tot het stadje Sevier, waar we de tweebaansweg
door de Clear Creek Canyon op gaan, parallel aan de snelweg. In het
Visitor Center van het Fremont Indian State Park informeren we naar
de camping. Die blijkt vlakbij, aan de andere kant van de snelweg.
Wat een unieke omgeving is dit weer, aan de
rand van het Fishlake National Forest. Het natuurterrein ligt in een
canyon met zandkleurige geërodeerde ‘Bryce’-achtige wanden. De
camphost is afwezig. De campingfee moeten we bij de info-unit
voldoen. Dus envelopje invullen en vullen. Slechts vijf sites zijn
bezet en we nemen een plaats in de avondzon. Het is er fantastisch,
een superplek!. Er komen mountains lions voor, zwarte beren, wapiti,
deer en bald eagles. Ook waarschuwen ze voor ratelslangen. Boven de
rotsen cirkelen grote adelaars. We eten buiten en maken alweer
gebruik van de barbecue. Omdat het later toch fris wordt en de
muggen hinderlijk zijn, gaan we naar binnen. Die prikkers zijn echt
overal, of het nu warm of koud, nat of droog is.
Perry – Fremont Indian
State Park, t.w.v. Sevier 262 miles
Camping in het Fremont
Indian State Park, één nacht $ 12.00
Zondag 18 juni
Een stralende ochtend. De lucht is egaal
blauw en we ontbijten buiten. Rondom staat salie. Ook dit is weer
een plekje waarvan we met moeite afscheid nemen. Als we wegrijden
stoppen we meteen weer, omdat het signaal klinkt dat een stelpoot
niet helemaal in is gegaan. Het euvel is snel verholpen, maar het
komt wel vaak voor.
In het Visitor Center van het Fremont Indian
State Park, zien we een 16 minuten durende documentaire over de
Fremont Indianen. Een boeiende geschiedenis. Dit gebied is pas in de
jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekt, toen de snelweg werd
aangelegd. Het interessante museum herbergt allerlei attributen van
de indianenstam. Het ligt in een fraaie scenery met rode rotsen en
petroglyfs, rotstekeningen. Een guided trail voert ons ook naar een
kiva, een ondergrondse hut voor rituelen, toegankelijk via een
laddertje, en een granary. Het is wel doorbijten in de felle zon. De
hitte is verzengend.
Om half twaalf gaan we op pad. Na Sevier over
de 89 langs de Sevier River zuidwaarts. Ten noorden van Marysvale,
trekt de geel en bruin getinte Candy Mountain veel dagjesmensen. De
weg voert ons verder langs het Piute Reservoir en Circleville.
Canyons wisselen af met weidse dalen met farms en koeien en het
wordt alsmaar warmer.
In Panquitch nemen we de 143, een scenic
byway over het Markagunt Plateau, naar het Cedar Breaks National
Monument. Wat is het daar weer apart! Het lijkt wel een groot
amfitheater van met rode, gele en witte geërodeerde zandsteen.

Een klein Bryce, maar desondanks heel groot
met dieptes tot 600 meter en zo’n 450 meter breed. Bij meerdere
panorama’s stoppen we, zoals bij Chessmen Ridge Overlook, waar we al
snel hijgen als we omhoog lopen. Niet zo vreemd, want het ligt maar
liefst op 10.460 feet, bijna 3200 meter, dus de lucht is ijl. We
mogen het park in met de NP pas. Vanaf Sunrise Point overzien we het
gebied vanuit een andere hoek. In het VC maken we een praatje met
ranger Ann Lundgren. Ze vraagt wat Bye Bye in het Nederlands is.
‘Tot ziens’ dus en als we vertrekken zegt ze het met een heerlijk
accent. In het zuidoosten stijgen grote rookwolken op van een
bosbrand. De droogte wordt ook met de dag erger. Het is moeilijk in
te schatten waar het ongeveer is.
Er volgt een lange afdeling over een
prachtige weg, onder andere door een rode canyon, naar Cedar City.
Bij de Zion Overlook vangen we al een glimp van het park op. Na het
drukke Cedar City voert de I 15 south ons door een brede vallei
langs de noordwest hoek van Zion National Park. Bij Toquerville gaan
we over La Verkin en Virgin richting Zion NP. Een trading post en
naastgelegen oude huisjes lijken zo uit een western geplukt. Na
Rockville komen Zion’s bergen steeds dichterbij. Springdale is als
druk vakantieoord een groot contrast met de omgeving.
Om 18.00 uur zijn we op het RV Resort Zion,
dat bijna aan het einde van het langgerekte dorp ligt, aan de voet
van de Watchman. De camping, die bij een hotel hoort, is nagenoeg
vol. Er zijn ook veel tentkampeerders. Gelukkig is het online
verzoek om reservering wel overgekomen. Ze hadden geen bevestiging
gestuurd. De plek die we krijgen toegewezen parkeert lastig in
vanwege grote bomen. De camperplaatsen zijn smal en op elkaar
gepropt. We staan pal naast anderen en takken hangen op het dak en
tegen de voorruit. Vanwege de hitte zijn de douches erg in trek. Ze
worden ook veel gebruikt door passanten, stoffige en vermoeide
hikers.
Tiny en ik doen nog wat laatste boodschappen
in het winkeltje. Omdat de vakantie over enkele dagen ten einde
loopt, gaan we de voorraad opmaken uit vriezer. We eten allemaal wat
anders. Na de afwas lopen Ton en ik samen naar de ingang van Zion,
bijna 2,5 km verderop. Bij het loket halen we alvast info over het
park. De Watchman Campground waar we de volgende nacht hebben
gereserveerd, ligt een halve mijl voorbij de ingang. Het is met 28
graden een heerlijke zomeravond. De droogte is vanwege de hitte
enorm en het bosbrandgevaar volgens de borden dan ook extreem hoog.
Langs de weg bloeien cactussen, albizzia en acacia. Het koelt maar
heel langzaam af. Om 23 uur is het nog 21 graden en het wordt een
lauwe nacht.
Fremont Indian State Park
bij Sevier – Springdale 181 miles.
RV Resort Zion, één nacht 35,74 dollar.
Maandag 19 juni
Een dagje Zion. Na het ontbijt verkassen we
eerst naar de Watchman Campground, twee miles verder en net binnen
het Zion National Park. De reservering is goed gegaan en we krijgen
een plaats met elektra, dichtbij de Virgin River. Een prima plek,
ruimte genoeg, heerlijk rustig en daarmee in groot contrast met de
chaos in Springdale. Midden tussen de rode rotsen en de natuur is
hier de sfeer van Zion helemaal aanwezig. In de rivier groeien langs
de rand bloedrode wieren.
Bij het Visitor Center stappen we op de
gratis shuttlebus die door Zion Canyon rijdt. Sinds enkele jaren
mogen er vanwege filevorming in het hoogseizoen geen particuliere
auto’s meer door dit deel van het park rijden. Alleen nog van de
gasten van de Zion Lodge. De shuttle start in Springdale en stopt
bij zeven haltes. Voor verkoeling staat er een hele serie dakluiken
open. Het is zo relaxt genieten in deze prachtige omgeving. Er zijn
ook haltes bij het museum, Zion Lodge, Grotto, Weeping Rock en Big
Bend. Na een half uur staan we bij het keerpunt in het
indrukwekkende decor van de Temple of Sinawawa, waar de Riverside
Walk begint. Zion is een belevenis. Zo’n specifieke sfeer met de
warme rode gloed die de loodrechte rotswanden uitstralen en het
contrasterende frisse groen van de vegetatie. We zijn niet bepaald
alleen, maar de buslading toeristen verspreidt zich snel en we
genieten van de prachtige wandeling langs wanden vol hanging gardens
van onder meer varens, datura en akelei. Overal zien we razendsnelle
grondeekhoorntjes. Wat zijn ze toch leuk!
Aan het eind van de Riverside Walk, waar de
kloof heel smal wordt, is het echt druk. Er zijn nogal wat
wandelaars die de tocht door de Narrows gaan maken. Dat kan alleen
bij goed en stabiel weer in de wijde omgeving, want één flinke bui
en het water verzamelt zich van alle kanten in de Virgin en je kunt
in het gunstige geval gaan zwemmen. Bij de Temple of Sinawawa nemen
we de shuttle terug naar Zion Lodge, waar we in het cafetaria wat te
eten en drinken kopen. We eten het buiten op, waar de terrasstoelen
naar het grasveld onder de bomen zijn verplaatst. Het is heel erg
warm, maar in de schaduw is het uit te houden door de harde
mistralachtige wind. Geen beste combinatie, hitte en wind, en het
firedanger is volgens de borden dan ook ‘extreme’. Na ook nog een
ijsje, lange tijd lekker luieren en een rondje door de shop, gaan we
voorzien van flink wat water nogmaals een wandeling maken. Nu naar
de Lower Emerald pool. Na de brug over de Virgin River klimt het pad
gestaag langs de bergwand naar de laagste van de drie Emerald Pools.
We zien diverse collared lizards, hagedissen. In de imponerende
omgeving voelen we ons onderaan de hoge, soms overhangende
rotswanden heel nietig. Dit moet je beleven, het valt moeilijk onder
woorden te brengen. Overal druppelt en stroomt het water vanaf.

Uitrustend op rotsblokken bekijken we het
schouwspel van de natuur en worden af en toe nat gestoven. Ton loopt
nog wel een eind door naar boven, maar het is te laat om de complete
wandeling naar de andere pools ook te maken. We gaan dezelfde route
terug. In het zonlicht badende bergen weerspiegelen in de Virgin
River, die al in de schaduw ligt, en dat levert fraaie plaatjes op.
Bij de Zion Lodge drinken we nog wat. Met shuttle en de benenwagen
zijn we binnen driekwartier terug bij de camper. We eten soep en
verder is het opnieuw opruiming van restanten. Spullen die
overblijven geven we aan onze buren, die dat wel kunnen waarderen.
Vlak bij de camper steekt een muledeer de
rivier over. Om 21.30 uur zijn we in het amfitheater voor een
onderdeel van het rangerprogramma. Een interessante en leuke
presentatie over de dieren in Zion. Kinderen, maar ook volwassenen,
steken er heel wat van op. De ranger laat hoorns zien en voelen van
dikhoorn- en woestijnschapen en huiden van roofdieren als de
bergleeuw (poema), lynx, stinkdier, bever, das, vos, coyote en wolf.
Ook vertelt hij, dat eekhoorns er nog zo leuk uit kunnen zien, maar
dat het toch oppassen is, want ze kunnen wel de pest overbrengen!
Met tientallen mensen op bankjes onder een prachtige sterrenhemel,
vinden we het een zeer geslaagde avond.
Camping Springdale naar
camping in Zion 2 km
Watchman Campground in
Zion NP, één nacht 20 dollar
Dinsdag 20 juni
De voorlaatste dag met de camper. Morgen gaan
we die terugbrengen naar Las Vegas en dan zit het er helaas op. Het
is opnieuw strak blauw, warm en er staat veel wind. Om 9.00 uur
rijden we van de plek. We hebben het Valley of Fire State Park op
ons programma staan en willen daar naar toe via het Snow Valley
State Park bij St. George, dat erg fotogeniek moet zijn.
Maar wat loopt het allemaal anders! Om 9.20
uur, langs de verlaten weg tussen Springdale en Virgin rent een
muledeer vanachter de bosjes vandaan zo de weg op. Omdat ik links
aan de dinette zit en op dat moment net langs de schouder van Ton
naar rechtsvoor kijk, ben ik de enige die het grijsbruine dier met
een gewei in een flits ziet. Ik gil ‘hert’, maar in een fractie van
een seconde is het gebeurd. Wim heeft niet eens de tijd om te
reageren en had hem ook onmogelijk kunnen ontwijken. De klap is
enorm en ik voel het arme beest onder de hele camper door bonken.
Tiny weet niet eens wat er plotseling gebeurt. Wim stopt meteen en
onmiddellijk is er uit tegenovergestelde richting een jeep met twee
rangers. Ze hebben het zien gebeuren. De mannen lopen naar het
muledeer toe, dat midden op de weg ligt, constateren dat hij op slag
dood was en slepen hem naar de berm. Zo in en in triest. Ze vinden
dat Wim geen enkele schuld treft. Zo’n situatie is onvermijdelijk en
gebeurt wel honderd keer per jaar op die weg. Wij zijn helemaal
ondersteboven van het gebeurde. Dan kom je voor de natuur en de
dieren naar Amerika, ben je altijd alert en dan gebeurt er zoiets.
De camper is dusdanig beschadigd, ook aan luchtfilter en oliekoeler,
dat die niet verder kan rijden. De rangers gaan naar Rockville om de
politie te bellen, want langs de weg, die door het zuidpuntje van
Zion voert, is geen enkele ontvangst.
De politie komt al snel kijken en gaat weer
weg om in een plaatsje contact op te nemen met El Monte. Wij gaan
koffers en tassen pakken, want het is duidelijk, dat we met ander
vervoer terug zullen gaan naar Las Vegas. Na driekwartier zijn de
agenten terug om te zeggen, dat we versleept zullen worden naar St.
George. Ze vinden dat we erg veel geluk hebben gehad. Bij een
personenauto of camper met cab-over was de kans zeer groot geweest,
dat het hert door de voorruit was gekomen en dan had het er voor
degenen die voorin zaten heel anders uitgezien. Dus het busmodel was
de redding voor Wim en Ton. Ook was het volgens de politie heel
goed, dat Wim niet heeft kúnnen reageren, want met remmen en het
stuur omgooien slaat zo’n grote camper meestal om en dan kom je er
ook niet heelhuids vanaf. Als de agenten ervan overtuigd zijn, dat
het wel gaat met ons, vertrekken ze en gaan wij verder met onze
spullen in te pakken. We trillen en zijn helemaal verslagen. Dit is
zo’n anticlimax, zo’n abrupt einde van een zo mooie reis. En bovenal
dat arme dier.
Een goed uur later komt er een grote
sleepwagen. De RV, waar we in moeten zitten, wordt met een lier op
de trailer getrokken en met kettingen vastgezet. Al schommelend
worden we via Hurricane zo’n veertig km vervoerd naar een
garagebedrijf in St. George. Een aparte ervaring, die we graag
hadden gemist. Na een hele poos wachten, buiten in de bloedhitte,
wordt bevestigd, dat de RV niet meteen gerepareerd kan worden. Dan
mogen we in een ruimte met airco verder wachten. Ton en de eigenaar
van het bedrijf hebben steeds contact met El Monte. Iedereen is
vreselijk aardig en er wordt geregeld, dat we een huurauto krijgen.
Iemand van Avis komt ons ophalen om bij het verhuurkantoor op het
kleine airport van St. George de formaliteiten te vervullen en de
auto mee te nemen. Omdat we veel bagage hebben, krijgen we een
twaalfpersoons Fordbusje. Was nou ook niet nodig geweest, maar ja.
Het is nog bijna nieuw met 1640 miles op de teller en heeft een
Californisch nummerbord. Omdat het terug moet naar Los Angeles en in
Las Vegas al halverwege is, hoeven we naast de 99 dollar huur per
dag geen dropoff kosten te betalen.
Als we terug zijn bij het garagebedrijf is
het al 15.00 uur. We eten wat in de RV, gooien spullen uit de
koelkast en vriezer weg en de nog onaangebroken verpakkingen worden
in dank aanvaard door de eigenaar van de garage. De RV maken we zo
goed en zo kwaad het gaat schoon. Een heet klusje.
Onze bagage gaat fluitend in het busje en we
gaan op weg richting Las Vegas of wat dan ook. Daar zijn we nog niet
uit. In plaats van slapen op een camping, moet dat nu een
hotelovernachting worden.
Het is zo raar om in het busje te rijden. De
vrolijke vakantiestemming is uiteraard helemaal zoek, maar we
proberen er het beste van te maken. Van St. George in Utah rijden we
de I 15 door de Virgin Canyon in Arizona naar Mesquite in Nevada. We
kopen water en candybars en rijden verder richting Las Vegas. Dan
besluiten we alsnog naar het Valley of Fire State Park te gaan, dat
11 miles vanaf de I 15 ligt. Door een desolaat landschap, over een
golvende ‘lonely road, bereiken we het park, waarvoor we $ 1,50 p.p.
moeten betalen bij een automaat. Onder een staalblauwe hemel staan
we in een extreem landschap, waar groene enigszins begroeide bergen
afwisselen met kale rode rotsen in allerlei vormen. Op meerdere
plaatsen stappen we uit en maken we foto’s. Een beetje op de
automatische piloot, omdat we dat de hele vakantie hebben gedaan.
Het gevoel is nog niet terug. Het is er zo stil, zo unheimisch, we
zien zelfs geen vogel of hagedisje, dat ik het helemaal niet erg
vind, dat we er niet op de campground gaan staan. Uiteindelijk wordt
ons fotografische oog toch wel erg gestreeld door fraaie
rotsformaties en bogen, die in de late zon tot gloedvolle, maar
bizarre, oranje beeldhouwwerken verworden.

De stille weg richting Las Vegas is lang en
heet en voert ons langs diverse afslagen naar stranden en marina’s
aan Lake Mead. In de verte zien we het knalblauwe meer glinsteren in
het gortdroge woestijngebied. Door de laagstaande zon werpen de
eigenaardig puntige bergen (het lijkt af en toe wel China) lange
schaduwen en op dat moment vinden we het geen landschap om vrolijk
van te worden.
Via Henderson bereiken we Las Vegas.
Palmbomen steken af tegen een oranje avondlucht. Tenslotte belanden
we op Tropicana Avenue, waar we eten bij Sizzlers: steak, frites en
een glaasje wijn. Het smaakt goed, maar het is niet bepaald een tent
waar de glamour vanaf spat. Past wel bij ons op dat moment. We zijn
doodmoe van de lange vervelende dag en late rit.
Gelukkig heeft Best Western Mardi Grass nog
kamers vrij. Dankzij de reservering die we al hadden, kunnen we nu
twee dagen dezelfde kamers krijgen. Dat is een meevaller. Lita
Martin is er ook en ze herkent ons meteen. We krijgen bonnen om een
drankje aan de bar te drinken, maar nadat we al onze spullen de
trappen hebben opgesjouwd (dat is dichter bij, dan via de lift en
lange gangen door lopen), storten we meteen in bed. De gebeurtenis
blijft door ons hoofd spelen. Het moet even doordringen, dat wij
geluk hadden bij een ongeluk, dat het veel erger had kunnen zijn en
dat het muledeer een mannetje was, dat niet ergens een jong
achterliet.
Door de aanrijding hebben we geen eindstand
van het aantal miles met de camper, maar we hadden er al 3318
opzitten. Daar zijn hooguit 10 miles bijgekomen. Dus zo’n 5325 km
gereden.
Overnachting Best Western
Mardi Grass, Paradise Road, 1 double room 59 dollar.
NB: twee dagen na onze thuiskomst hoorden we
van grote bosbranden in het zuiden van Utah. Op internet, via
wildfires Utah, kwam ik er achter, dat het gebied waar wij de
aanrijding hadden, helemaal in brand stond. Zou het hert een erger
lijden bespaard zijn gebleven?
Woensdag 21 juni
Toch aardig goed geslapen. Best Western
serveert weer een prima ontbijt. Na het rechecken van de kamer
rijden we naar El Monte, waar we een hoop formaliteiten moeten
vervullen. Ze doen gelukkig helemaal niet moeilijk over wat er
gebeurd is. Die dingen komen vaker voor. Ze leven met ons mee en
zijn heel aardig. We hoeven ook niets te betalen voor
generatorgebruik en LPG en gasoil wat niet is bijgevuld. Dat wordt
natuurlijk gedekt door de verzekering. Het eigen risico van 700
dollar, dat al voor de reis zeker was gesteld met het nummer van
onze creditcard, en we niet met een extra verzekering hebben
afgekocht, zijn we uiteraard kwijt. Ja en dan staan we weer buiten
en is het hoofdstuk camperhuur verleden tijd. We hebben er een
katerig onaf gevoel over.
Maar, we hebben nog een hele dag in Las Vegas
en daar willen we hoe dan ook van gaan genieten. Allereerst zoeken
we een Wal-Mart om nog wat spulletjes voor de (klein)kinderen te
kopen. In het hotel eten en drinken we wat op de kamer en lezen
e-mails van de kinderen. We proberen te confirmeren bij United
Airlines. De vlucht van Washington naar Amsterdam staat er op, maar
van Las Vegas naar Washington niet.
Later op de middag rijden we dan maar naar
het airport voor de confirmation. Kunnen we meteen zien waar Avis
zit. Het is zo heet, dat de airco warme lucht blaast. Bij United
worden we vriendelijk te woord gestaan. De hele reis is nu
duidelijk. We zullen om 8.21 uur vertrekken uit Las Vegas. Vroeg
uit de veren dus, want we moeten uiterlijk om 6.30 uur op McCarran
Airport zijn.
In een grote verkeersdrukte en hitte rijden
we de Strip af tot downtown. Hier staan heel armoedige huizen en
overal zijn zwervers. Wat een contrasten in deze stad! We willen
tanken, maar bij het eerste tankstation rijden we vanwege
opdringerige bedelaars weg. In het tweede komt de tank heel moeizaam
maar 2/3 vol en zo is er nog een derde pomp nodig om uiteindelijk
vol te kunnen tanken. We kopen alweer water, want onze dorst is met
die hitte niet te lessen.
We willen er een gezellige laatste avond van
maken en zo laten we ons om 19.00 uur met een taxi naar het Bellagio
aan de Strip brengen. Kosten $ 12 en daarvoor worden we, als een
vorst, bijna naar binnengereden. Ons doel is het beroemde buffet.
Bellagio is een enorm luxe complex met duizenden hotelkamers,
casino’s en winkels van onder meer Chanel en Luis Vuitton, en met
café’s en restaurants. Tussen Black Jack en roulettetafels door en
langs velen achter fruitautomaten bereiken we het buffet, maar daar
staat zo’n ontmoedigend lange rij wachtenden, dat we er maar vanaf
zien. Bovendien lijkt het tegenover gelegen Paris ons eigenlijk
leuker. Eerst beleven we de schitterende fonteinenshow op muziek in
de grote waterpartij voor het Bellagio, nummer 1 op mijn to do
lijstje in Vegas. Roltrappen en een brug over de Strip voeren ons
naar de overkant. Paris spreekt ons als Francofielen meteen heel erg
aan. Zo’n leuk complex, compleet met kleinere replica’s van
Eiffeltoren, Arc de Triomphe, Opéra en Madeleine. Het terras van
bistro Bon Ami zit vol, maar binnen kunnen we het laatste tafeltje
bemachtigen in de serre. Nog beter, want daar is airco en we kunnen
toch redelijk het gebeuren op de Strip volgen. Alles is er zo Frans,
inclusief de menukaart, dat ik me vergis en de ober in het Frans
aanspreek. Ton neemt steak au poivre en ik een Provençale. Lekkere
Franse frietjes erbij en ratatouille, rosé d’Anjou en bière
Kronenbourg.
Hierna genieten we van de superfranse
entourage van Paris. Onder een blauwe nephemel met witte wolkjes
lijkt het wel echt Parijs. Met de leuke hoekjes, winkeltjes,
fonteinen en Franse geveltjes wanen we ons in Montmartre. Ondanks
dat er hordes mensen door het uitgestrekte complex trekken, hangt er
een leuke sfeer. Tussen de pleinen en straatjes zijn speelruimtes
met entrees en overkappingen in de art deco stijl van de
métrostations.
Inmiddels is het buiten donker geworden en
met vele honderden mensen kijken we opnieuw naar de prachtige
fonteinenshow bij het Bellagio, nu weer op andere pathetische
showmuziek, maar echt een belevenis. Super!
Na een bezoekje aan het indrukwekkende Ceasar
Palace, waar Céline Dion bijna avond aan avond optreedt, gaan we met
de taxi terug. Vanwege de vroege vlucht wordt het een kort nachtje.
Donderdag 22 juni
Al voor vijven gaat de wekker. Het meeste is
al ingepakt en volgens afspraak brengen we om 5.30 uur de tassen en
koffers naar de auto. Bij het uitchecken wil de baliemedewerker
graag kwijt, dat hij een oud-voetballer uit Nederland erg bewondert.
Het blijkt om Ruud Gullit te gaan.
Dan gaan we naar het airport en Avis om de
Ford terug te brengen. We hebben er toch zo’n 250 miles mee gereden.
Een shuttle brengt ons naar Terminal 1. Het is een heel gezeul met
de vele bagage. Het inchecken gebeurt elektronisch. Bij United
Airlines blijkt onze grote koffer weer eens te zwaar te zijn. Te
veel folders verzameld. De 5 pound extra kost ons $ 25. Met de
bustrain gaan we over het airport naar de gate, waar ook voldoende
gelegenheden zijn om te ontbijten.
De TED Airbus naar Washington DC vertrekt met
twintig minuten vertraging. Steeds hoger gaat het oostwaarts over
Lake Mead en zijn de rode rotsformaties van Utah duidelijk te zien,
evenals de samenkomst van twee grote rivieren. Ik maak er foto’s
van. Thuis zoek ik naar dat landschap op Google Earth en het blijkt
Lake Powell in de Glen Canyon te zijn, met enkele meanders van de
San Juan River en de samenvloeiing met de Colorado.
Het is een rustige vlucht. Alleen boven de
plains is wat turbulentie. We lezen veel en krijgen tijdens de vier
uur en tien minuten durende vlucht alleen wat water/sap en koekjes
gereserveerd. Op de geplande tijd landen we op Washington Dulles. Na
alle securitychecks in Las Vegas kunnen we nu zo doorlopen naar de
gate. De Boeing 777 van United Airlines naar Amsterdam is tot de
laatste plaats bezet en vertrekt precies op tijd. Ook nu is het een
rustige vlucht. We zien de nieuwe dag in pasteltinten ontwaken, maar
kijken neer op een wolkendek waar geen eind aan lijkt te komen.
Boven Engeland en Ierland breekt het open en bij de Nederlandse kust
is het helder. Via de Polderbaan staan we in plaats van om 7.00 uur
al om 6.40 uur aan de gate op Schiphol. Het is er chaotisch. Voor de
douane staan lange rijen, voor de bagagebanden ook. We moeten overal
heel lang wachten, maar gelukkig is nu alle bagage meegekomen. Bij
de paspoortcontroles staan ook lange rijen, want er zijn extra
veiligheidsmaatregelen van kracht. Alle Aziaten moeten hun bagage
open maken en gewapende beveiligingsagenten doorzoeken zelfs in de
hal bagage van een stel Japanners.
Een taxi zet ons een kwartiertje later, en
tegen betaling van 31 euro, af bij ons huis. Tiny en Wim hebben nog
een uur te rijden naar hun huis, dus drinken we nog even een bakje
koffie met ze en dan, helaas, zit de vakantie er helemaal op.
Het was een zeer geslaagde en gezellige
vakantie, zij het met een bittere nasmaak vanwege het dode hert. We
zitten er allemaal mee en we zien het steeds weer gebeuren. Dit
heeft even tijd nodig en moet een plaatsje krijgen.
Via Travelhome hebben we bij United Airlines
de bijna negen uur oponthoud gemeld van de heenreis en ook dat we
niet blij waren met het oponthoud vanwege de vermiste tas, waarvan
de inhoud niet in z’n geheel was teruggestopt. Ter compensatie
stuurde UA ons vier cheques van 100 dollar, te besteden bij een
vliegreis vóór 12 september 2007. Op naam, niet overdraagbaar en dus
niet gebruikt.
Over de RV zijn we zeer positief. Het
busmodel, de A 32, is royaal, heel comfortabel en heeft voor ons
veel voordelen ten opzichte van een camper met een cab-over. Geen
gedoe met een trappetje, veel leefruimte vanwege de slide-out en een
goed uitzicht vanaf alle plaatsen. In een RV met cab-over kijkt
degene die tijdens het rijden aan de dinette zit steeds tegen het
bed aan en ziet door het voorruit alleen maar het wegdek. In de
camper is voldoende ruimte voor de bagage van vier personen, meer
past ook. De lengte, 32 ft, ruim tien meter, is nog wel eens een
probleem. Op sommige terreinen in national en state parks zijn de
sites of is de ruimte om te manoeuvreren vaak niet groot genoeg voor
RV’s van meer dan 28 ft, soms zelfs 22 ft. Andere campings hebben
alleen tentplaatsen.
Een trektocht met een camper is voor ons als
natuurminnende caravanners de ideale manier van vakantie in Canada
en Amerika. Vrijheid blijheid en veelal overnachten op de mooiste
plekjes midden in de natuur. Als het even kan, gaan we over twee of
drie jaar weer. En misschien dan een combinatie van Vancouver Island
in Canada en West-Amerika door via Washington en Oregon af te zakken
naar San Francisco. Er is nog veel te ontdekken.