We vertrekken te
laat vanuit Schiphol maar we hebben 3 uur de tijd om over te stappen
op de vlucht naar Denver en dat is voldoende. Op Heathrow maakt
Judith van de gelegenheid gebruik om even te MSN-en.
Bij het inchecken
in Londen voor de vlucht naar Denver wordt onze handbagage aan een
inspectie onderworpen. Martin bedenkt ter plekke dat hij een
nageletui met een schaartje en een scherpe lange nagelvijl in zijn
toilettas heeft laten zitten, maar gelukkig voor ons wordt deze over
het hoofd gezien. Alle stoelen in het vliegtuig hebben hun eigen
tv-schermpje. Judith kijkt drie keer naar dezelfde film.
We komen in
Denver om ongeveer 18.30 uur plaatselijke tijd aan. Alle bagage is
meegekomen. Later horen we dat dat wel eens mis gaat bij BA. Bij
Alamo halen we de auto op. We hebben een minivan gehuurd. Alles is
al in Nederland betaald. Het enige wat we nog extra moeten betalen
zijn de achterlatingkosten van 200 dollar omdat we de auto niet
terugbrengen naar Denver maar deze in San Francisco zullen
achterlaten. We mogen op het parkeerterrein bij de minivans zelf een
auto uitzoeken. Het wordt een lichtblauwe Dodge Grand Caravan (Chrysler
Voyager). Hij heeft twee achterbanken en daarachter nog
bagageruimte. Al onze bagage gaat er dan ook met gemak in. De
middelste bank bestaat uit twee stoelen. De koelbox past er naast,
wat wel zo praktisch is, want daar kunnen we nu onderweg gemakkelijk
bij. De tweede achterbank gebruiken we de rest van de reis als
opslagplaats, al zijn de spullen die daar liggen wat moeilijker
bereikbaar. Maar verder zijn we allemaal enthousiast over de auto,
en na wat dingen uitgeprobeerd te hebben (hoe werkt het ook al weer
met zo’n automaat? O ja, voet op de rem, starten en in de D van
drive zetten), rijden we naar ons motel.
Het motel blijkt
samen met een groep andere motels op een paar kilometer afstand van
het vliegveld te liggen, echt in the middle of nowhere. Er is geen
restaurant te bekennen, wel is er de mogelijkheid om wat te laten
bezorgen, maar eigenlijk hebben we geen honger, en na wat oefeningen
te hebben gedaan in de exercise room duiken we in bed. Het is
inmiddels half tien plaatselijke tijd
(5.30 uur Nederlandse tijd). We hebben een lange dag achter de rug.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
10 juli |
Denver |
Estes
Park |
KOA cabin |
64 dollar |
104 km |
Om 6.15 uur zijn
we wakker en we duiken met z’n allen de exercise room in totdat het
tijd is om te ontbijten. We hebben een gratis uitgebreid continental
breakfast. Je kunt zelf wafels bakken en er zijn gekookte eieren.
Verder de gebruikelijke zoete broodjes, die we de rest van de
vakantie nog veel zullen tegenkomen.
Vandaag is het
een rustige dag, er staat ongeveer
100 km op het programma naar Estes Park. We
rijden via Boulder en het plaatsje Nederland. Omdat we in Boulder
niet direct de goede afslag hebben maken we een kleine
sightseeingtour door Boulder. Vervolgens rijden we van Boulder naar
Nederland. De omgeving is prachtig. We pauzeren onderweg langs een
rivier. Hier wordt druk gesport, we zien veel fietsers en bij de
rivier zijn mensen bezig om met een kabel de rivier over te steken.
Verderop wordt er geklommen.
Bij Nederland
maken we de verplichte foto (“Welcome in Nederland”). Het is één van
de twee plaatsjes Nederland in Amerika. Ook in Texas ligt een
Nederland.
Dan verder naar
Estes Park. Onderweg zien we al een afslag naar het Rocky Mountain
NP. Wij bewaren het park voor later die middag, eerst onze cabin
opzoeken op de KOA in Estes Park waar we tegen enen aankomen. De KOA
ligt iets buiten het dorp, aan de oostkant. De afstand naar het park
bedraagt echter maar een paar mijl. Onze cabin ligt pal aan de
doorgaande weg, dat is iets minder. We hebben
een cabin met 2 kamers. We kopen een KOA Value Card, zodat we op
deze en volgende overnachtingen 10% korting krijgen. Als echte
Nederlanders hebben we al uitgerekend dat we de kosten van deze
Value Card wel terug zullen verdienen. De cabins zijn niet echt heel
goedkoop (tussen de 40 en 70 dollar), maar het is wel lekker dat de
kinderen niet alleen hun eigen kamer hebben maar ook elk hun eigen
bed (in de vorm van een stapelbed). Ook hebben we op de campings de
mogelijkheid om zelf te koken en ons ontbijt klaar te maken. We
hebben een gasbrandertje, pannen, borden, bekers en bestek
meegenomen. Voor de cabins moet je wel eigen beddengoed meenemen.
Wij hebben lakenzakken en slaapzakken bij ons, maar meestal is het
zo warm dat we alleen de lakenzak gebruiken.
’s Middags rijden
we, via een supermarkt (Safeways), waar we sandwiches en drinken
inslaan, naar het park om ons alvast te oriënteren. De lucht ziet er
dreigend uit.

Bij de ingang
kopen we een National Parks Pass; voor 50 dollar mogen we nu
gedurende 1 jaar met de hele familie alle nationale parken gratis
bezoeken. Via www.nps.gov kun je
per park zien wat de entreekosten zijn en kan je berekenen of de
aanschaf van een Pass voordelig is. Bij binnenkomst in een park moet
je je pas en een legitimatiebewijs laten zien, want de pas staat op
naam.
Inmiddels is het
gaan onweren en regenen, het is nog even een klus om de
ruitenwissers voor en achter te vinden. Helaas krijg je bij de
huurauto’s geen instructieboekje mee, het duurt daarom een tijdje
voor we alle snufjes ontdekt hebben (en waarschijnlijk hebben we ze
niet eens allemaal ontdekt). Zo hadden we een boordcomputer aan
boord en ontdekte Martin pas na twee weken dat als hij op een
bepaald knopje drukte de temperatuur niet meer in Fahrenheit maar in
Celsius werd weergegeven.
We twijfelen of
we met dit weer wel het park in moeten gaan, maar de ranger bij de
ingang vertelt dat het weer hier in de bergen snel om kan slaan, dus
we besluiten ondanks het onweer toch nog maar een stukje park te
verkennen. En inderdaad, als we naar het westen rijden klaart het
weer snel op, en kunnen we even later onder een stralend zonnetje
bij een van de vele uitzichtpunten toch nog van onze picknick
genieten.

Omdat we nog aan
de hoogte moeten wennen, hebben we deze middag geen wandeling
gepland maar als we vanaf de Trail Ridge Road omhoog kijken, zien we
sneeuw liggen. Judith wil er direct naar toe. We besluiten om er
toch naar toe te klimmen. We zijn nu op een hoogte van ongeveer
3700 meter. Marijke is moe en blijft in de
auto. Judith klautert als een berggeit omhoog. De oudjes komen er
hijgend en puffend achteraan. Later worden we gestraft voor deze
inspanning. We krijgen allebei een enorme hoofdpijn. Waarschijnlijk
hoogteziekte als gevolg van een te plotselinge overgang naar grote
hoogte. Gisteren liepen we nog op zeeniveau. Ongeveer één op de vier
toeristen krijgt er last van. Weliswaar hebben we aardig wat water
gedronken, maar misschien is het toch niet genoeg geweest. Veel zin
om nog uitgebreid uit eten te gaan, hebben we niet, dus we houden
het maar bij een bezoekje aan de McDonalds (nog maar twee dagen hier
en nu al naar de Mac, gaat dat de hele vakantie zo door?). De
kinderen vinden het echter wel een goed plan.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
11 juli |
Estes
Park |
Estes
Park |
KOA cabin |
64 dollar |
30 km |
De kinderen zijn
al om half zes wakker en wij dus ook. We blijven nog even liggen,
maar om 7.00 uur zijn we klaar om bij The Egg & I te gaan ontbijten.
Het is er op dat tijdstip al druk en we moeten zelfs even wachten op
een tafeltje. De menukaart is ongelooflijk uitgebreid, eieren in
allerlei variaties. Naast de standaard “your choice of eggs” met
bacon of sausages en hash browns, ook diverse omeletten, Mexicaanse
gerechten, pancakes en zelfs nog wat gerechten zonder ei. Het
restaurant is leuk ingericht, met veel kip- en ei-versieringen.
Na een bezoek aan
de Safeway waar we broodjes en drinken kopen, rijden we weer het
park in, deze keer naar het zuiden. We willen een rangerpraatje
bijwonen (nodig voor het Junior Ranger Program waar Marijke aan mee
doet én omdat we het altijd leuk vinden om op die manier iets over
een Nationaal Park te leren) en we hebben gekozen voor de “The
importance of being a beaver” die om 10 uur begint. We zijn iets te
vroeg bij de ontmoetingsplaats, maar al snel komt de vrouwelijke
ranger er aan en langzamerhand komen er meer belangstellenden bij -
voornamelijk families met kinderen. Aan de hand van een bevervacht
krijgen we bij het startpunt al veel wetenswaardigheden te horen
over bevers en daarna vertrekken we voor een korte wandeling langs
een riviertje, waarin meerdere beverdammen te zien zijn.
Hoe verder
stroomopwaarts, hoe groter de dammen worden. We hebben geluk want
bij de laatste dam, waar ook een bever”lodge” is gevestigd, zien we
een drietal bevers zwemmen. Het is leuk om te horen hoe belangrijk
de bevers zijn voor het instandhouden van de “wetlands” en daarmee
voor de aanwezigheid van een grote variëteit aan wild. Helaas wordt
dit alles niet alleen bedreigd door de mens maar ook door de herten
die met de bevers concurreren om de boomschorsen als voedsel.
Na de beaver walk
hebben we een wandeling om het Bear Lake gepland. De toegangsweg
naar Bear Lake is afgesloten wegens werkzaamheden en we moeten
gebruik maken van een shuttlebus die vanaf een parkeerterrein
vertrekt. Helaas blijkt het parkeerterrein helemaal vol te zijn. We
rijden naar een ander parkeerterrein, bij de Glacier Basin
Campground, waar we een broodje eten. We merken wel dat we erg lang
op ons Amerikaanse ontbijt kunnen teren, erg veel honger hebben we
nog niet. We zullen dan ook de rest van de vakantie nauwelijks
lunchen, meestal eten we tussen de middag wat fruit, soms aangevuld
met wat koekjes.
Omdat we nu eerst
met de reguliere bus weer naar het andere parkeerterrein moeten voor
de shuttle zijn we aardig wat tijd kwijt voor we bij het Bear Lake
zijn. Het is een klein meer, omringd door bergtoppen, met prachtige
uitzichtpunten. We lopen eromheen, langs een vlak pad en ondanks de
drukte is het zeer de moeite waard.
Als we weer terug
zijn bij de auto besluiten we een manege op te zoeken, want de
kinderen willen graag paardrijden in Amerika. Moeder moet mee als
begeleider. We komen een manege tegen op weg naar de uitgang van het
park. Helaas kun je er alleen maar tochten van 2 uur maken en dat
vind ik wat te veel voor iemand die in meer dan 30 jaar niet gereden
heeft. We besluiten het te proberen bij de stal naast onze camping.
Nadat Marijke bij het Visitor Center haar junior Ranger button heeft
afgehaald rijden we het park uit richting de Sombrero Ranch in
Estes Park.
Bij deze manege
heb je ritten van een uur. De dames melden zich aan (Martin is niet
te vermurwen) en we kunnen bijna meteen vertrekken.
Het is een rustig
ritje, we zijn maar met z’n drieën plus
een begeleidster. Het is aardig om te zien hoe snel je echt buiten
de bebouwing bent. Dit terwijl we toch vlak bij Estes Park blijven.
Het is even wennen aan de Amerikaanse manier van rijden; de teugels
worden in één hand vastgehouden, met de andere kun je desgewenst de
zadelknop vasthouden.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
12 juli |
Estes
Park |
Hot Springs |
KOA cabin |
39 dollar |
538 km |
Vandaag een
behoorlijke afstand, voor een deel in het spoor van de Oregon Trail.
We pakken eerst in en gaan dan ontbijten. Wederom bij The Egg & I,
het is ons goed bevallen en het ligt op onze route.
Richting Fort
Collins volgen we de Big Thompson rivier
langs de Hwy 34. Het wemelt hier van de overnachtingsmogelijkheden,
veelal cabins die er allemaal even leuk uit zien. Het is hier een
paradijs voor sportvissers. In Fort Collins bezoeken we het kantoor
van de AAA. We zoeken wat kaarten van een aantal staten uit (gratis
op vertoon van je ANWB ledenpas) en als de dame achter de kassa
hoort waar we allemaal naar toe gaan, komt ze nog met plattegronden
en een erg handige kaart van Yellowstone en de Grand Tetons
aanzetten. Voor de kinderen (en ook een beetje voor onszelf) kopen
we een puzzel met alle staten. Erg leerzaam; in het westen zijn we
aardig bekend, maar de overige staten zijn voor ons nog onontgonnen
terrein.
We volgen de
Insterstate 25 naar het noorden. Ter hoogte van Guernsey slaan we af
naar het oosten. Bij Guernsey bekijken we de sporen die de
huifkarren 150 jaar geleden daar gemaakt hebben en die nog steeds
zichtbaar zijn. Dit is een stuk van de Oregon Trail, de route die de
landverhuizers namen op weg naar goud en geluk in het verre westen.
Iets verder naar
het oosten zijn rotswanden waar de reizigers hun naam in graveerden.
Er is een stuk achter gaas, waar de echt oude inscripties staan,
verderop staan ook recentere namen. Grappig dat het schrijven van je
naam in een boom of rots 150 jaar geleden ook al voor kwam.
Daarna rijden we
door naar Fort Laramie. Dit fort diende eerst militaire doeleinden
maar werd later een handelspost waar pelsjagers en indianen hun
spullen kwamen ruilen. Ten tijde van de tochten naar het westen
konden de vermoeide reizigers hier even bijkomen en eten inslaan.
Vanuit Wyoming
rijden we South Dakota in. Mocht je er op uit zijn om zoveel
mogelijk staten aan te doen, dan ligt hier je kans, Nebraska ligt
vlak om de hoek. De wegen zijn hier rustig, we rijden door kale
heuvels, slechts hier en daar staan wat bomen, meestal langs een
(uitgedroogd) beekje. Soms zien we wat vee, maar veel is het niet.
In Hot Springs
hebben we weer een KOA-cabin, dit keer een cabin met één kamer. Hier
zullen we één nacht blijven. Als het goed is ontmoeten we hier
Arnout, een collega van ons, die met vrouw en kinderen op
familiebezoek in Amerika is en daar een rondreis aan vastgeknoopt
heeft.
Als we bij de
receptie informeren naar de cabin waar “die andere Nederlanders“
zitten weten ze te vertellen dat de familie op stap is. Jammer, het
is etenstijd en het was wel leuk geweest om samen te eten. Het
blijkt dat de mogelijkheden om te eten hier zeer beperkt zijn,
eigenlijk moeten we terugrijden naar Hot Springs, maar daar hebben
we niet meer zoveel zin in. De winkel op de camping biedt wel wat
mogelijkheden, we schaffen een propaanfles aan en gaan voor een
macaronimaaltijd met saus uit een potje. Als we willen afwassen
blijkt dat er geen afwasplekken op de camping zijn. Bij de receptie
horen we dat de mensen die zelf koken met een camper zijn en dus hun
eigen afwasgelegenheid hebben. We spoelen de pannen maar af onder de
waterkranen die overal op de camping staan.
Na het eten komen
Arnout en familie langs. Ze hebben er al een hele week opzitten en
erg veel familie bezocht. Waarschijnlijk gaan ze nog door naar
Montana waar ze uitgenodigd zijn door een tot dan toe onbekende
neef. Wat zijn Amerikanen toch gastvrije mensen!
Ze hebben
besloten nog een dag langer te blijven in Hot Springs, de camping
bevalt goed. Het is inderdaad een prachtige camping, met veel bomen
en eekhoorns. Wij willen ook nog wel wat langer blijven, maar de
camping in Hill City lijkt ook mooi, dus wij beginnen ’s avonds al
weer met inpakken. We draaien in de laundry op de camping onze
eerste was van de reis. Martin raakt in gesprek met een bejaard
Australisch stel dat bezig is met een wereldreis van een jaar.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
13 juli |
Hot Springs |
Hill
City |
KOA cabin |
69 dollar |
72 km |
Wij ontbijten
eenvoudig met brood met pindakaas en jam. Het blijkt erg moeilijk te
zijn om lekker brood te vinden, alles smaakt veel te zoet. Eigenlijk
moet je ook geen brood eten, maar gewoon lekker eieren en spek gaan
bakken. Na het ontbijt spelen we een rondje midgetgolf. Er ligt een
mooie baan met allerlei westernattributen als hindernissen.
Op weg naar het
bij Mount Rushmore gelegen Hill City, bekijken we onderweg de
mammoetskeletten waar Hot Springs beroemd om is (http://www.mammothsite.com
).
In 1974 zijn hier
bij bouwwerkzaamheden verschillende skeletten gevonden. Toen bleek
dat er veel skeletten van mammoeten bij zaten is de bouw gestopt en
het bouwproject afgeblazen. Vanaf die tijd wordt er hard gewerkt om
zoveel mogelijk skeletten bloot te leggen. Op het gebied is
inmiddels een tentoonstellingsgebouw gezet. Er worden rondleidingen
gegeven waarbij je over een soort boardwalk over de vindplaats
loopt. Je hebt daardoor een goed zicht op de vondsten (deze laten ze
na het blootleggen in de grond zitten) en op de mensen (veel
vrijwilligers) die met minuscuul gereedschap bezig zijn de grond
verder open te werken. Behalve mammoeten zijn er ook beren en andere
zoogdieren gevonden.
Alle dieren zijn
omgekomen door verdrinking in een warme bron die hier vroeger was.
Het warme water oefende een grote aantrekkingskracht uit, maar de
steile wanden die de bron had, maakten het de dieren onmogelijk om
weer uit het water te komen. Het water werd in de loop van eeuwen
verdrongen door zandafzetting waardoor de overblijfselen bewaard
bleven.
Na Hot Springs
rijden we naar het Crazy Horse Memorial (www.crazyhorse.org),
het levenswerk van de beeldhouwer Korczak Ziolkowski die in 1939
door de indianen van de Dakota-stam werd gevraagd Crazy Horse in de
Black Hills van South Dakota te beeldhouwen. In
1947 arriveerde Korczak in de Black Hills om de uitnodiging te
aanvaarden, en in 1949 begon het project daadwerkelijk. Korczak
voorzag dat zijn vrouw en hij het niet mee zouden maken dat het
beeld af zou zijn en daarom liet hij 3 boeken na met daarin
gedetailleerde instructies hoe het beeld afgemaakt moest worden.
Crazy Horse was
gekozen als het symbool voor de strijd van de Indianen. Hij was,
samen met Sitting Bull, de aanvoerder van de indianen die in 1876
bij Little Big Horn het Amerikaanse leger dat onder leiding stond
van generaal George Custer in de pan hakten. Nadat hij later alsnog
van zijn land verdreven was, werd hen gevraagd naar waar zijn land
nu was.
Hij
antwoordde: “My lands are where my dead
lie buried”.
Crazy
Horse werd gedood door een Amerikaanse
soldaat in 1877 op ongeveer 35-jarige leeftijd.
Korczak wilde
voor het project geen geld van de belastingbetaler; hij wilde voor
het Crazy Horse Memorial alleen geld ontvangen van mensen die
daadwerkelijk geïnteresseerd zijn. Om publiek (en donaties) te
trekken is er een enorm complex gebouwd met musea, giftshops,
restaurants. Korczak stierf in 1982. Zijn werk wordt voortgezet door
zijn vrouw Ruth en zeven van hun kinderen. Momenteel is alleen het
gezicht klaar. Dat is groot. Alle vier de hoofden van de presidenten
van Mount Rushmore passen er in. De verwachting is dat het nog wel
50 jaar gaat duren voordat het hele beeld gereed is. Judith neemt
zich ter plekke voor om er tegen die tijd nog een keertje te komen
kijken.

We overnachten op
de KOA-camping bij Hill City. Het is een grote
camping, de grootste die we tot nu toe in Amerika tegengekomen zijn.
Hij is zelfs zo groot dat we met de auto naar de campingwinkel
rijden om boodschappen te doen. Er zijn twee zwembaden, waarvan er
een helaas dicht is. De andere heeft een glijbaan waar je voor moet
betalen. We eten bij het restaurant op de camping. Wij gaan voor een
steak, en de kinderen kiezen wat uit van het buffet. Na het eten is
er buiten in een soort theater een optreden van
twee country zangers. Tussendoor vertellen ze grappige anekdotes.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
14 juli |
Hill
City |
Hill
City |
KOA cabin |
69 dollar |
75 km |
We zijn vroeg op
pad. Het plan is om bij Mount Rushmore National Memorial te
ontbijten. Vanaf de camping is het maar een paar kilometer rijden.
Er zijn grote parkeerplaatsen. Omdat we vroeg zijn, staan we aardig
dicht bij de ingang. Aangezien Mount Rushmore onderdeel is van de
National Park Services kunnen we ook hier gebruik maken van onze
pas. Er is een visitor center maar we lopen eerst door naar het
restaurant. Dit blijkt een enorme zaal te zijn, in cafetaria-stijl.
We gaan voor een Rushmore ontbijt; roereieren, sausages en hash
browns voor slechts $ 3,50.
Vanaf de eetzaal
hebben we een goed uitzicht op de vier presidenten. De zaal zelf
wordt opgesierd door vlaggen van alle staten. Hier kan elke
Amerikaan zijn hart ophalen.
Na het ontbijt
lopen we langs de Avenue of the Flags naar The Presidential Trail,
het pad dat voor het monument langs loopt. Onderweg komen we Lincoln
tegen, althans iemand die zich heeft uitgedost als Lincoln. Martin
en Marijke gaan met hem op de foto.
Daarna nemen we
nog een kijkje in de werkplaats van Borglum, de beeldhouwer die de
beelden in de rots ontworpen heeft. Hier zien we de oorspronkelijke
opzet: de vier presidenten incl. bovenlijf.
Door geldgebrek
zijn uiteindelijk alleen de hoofden gerealiseerd. Ook blijkt dat
Jefferson eerst rechts van Washington (voor de kijkers links) was
gepland. Na zo’n twee jaar werk aan het hoofd bleek dat het graniet
te veel scheuren vertoonde en besloot men alles weg te halen en
opnieuw te beginnen aan de andere kant van Washington.
Na Mount Rushmore
rijden we via het Custer State Park terug naar de camping. Een
schitterende route. We zien bizons, herten en wilde ezels. Het
laatste stuk door de Needles is erg indrukwekkend. Grijze rotsen in
prachtige naaldvormige figuren. Een paar keer moeten we door een
zeer smalle tunnel waar auto’s elkaar niet kunnen passeren. Het is
een kwestie van langzaam rijden en goed uitkijken of er geen
tegenligger aankomt.
Enige kilometers
voor de camping ligt het Sylvan Lake. We besluiten hier nog even
rond te lopen en de kinderen willen zwemmen. Het is een prachtig
meer en de kinderen zijn dan ook niet de enigen die even een duik
willen nemen, Het kost moeite om een parkeerplaats te vinden, maar
uiteindelijk lukt het toch. De kinderen kleden zich om en gaan
zwemmen. Wij gaan ondertussen een rondje om het meer lopen. We
hebben echter nog geen
500 meter gelopen of de lucht wordt opeens
vreselijk donker. We gaan meteen terug naar het strandje waar de
kinderen zijn. Deze zijn inmiddels ook al het water uitgegaan. Op
een holletje rennen we allemaal naar de auto en we hebben de deuren
nog niet achter ons dicht gedaan of het onweer en de regen barsten
in alle hevigheid los. Als de ergste regen voorbij is, rijden we
terug naar de camping.

|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
15 juli |
Hill
City |
Sheridan |
Best Western |
103 dollar |
370 km |
Eigenlijk hadden
we hier in de buurt ook nog het Badlands NP willen bezoeken, maar we
hebben gisteren bedacht dat het toch wel erg veel zou worden. Op
naar Sheridan dus, via een scenic byway.
We maken zelf ons
ontbijt, slaan wat etenswaren in voor onderweg en rijden richting
Hill City. Hier brengen we eerst een bezoek aan Wade’s Gold Mill. De
kinderen mogen hier zelf goud zoeken. We zijn de enige bezoekers.
Daardoor hebben de eigenaar en zijn broer uitgebreid tijd om de
kinderen de kunst van het goudzoeken bij te brengen. Eerst krijgen
ze een uitgebreide uitleg over het “pannen”, ze laten zien hoe je
uit een schaal met zand eventuele goudklompjes kunt opsporen.
De heren halen
hun zand uit een rivierbedding verderop. Er liggen twee heuvels met
puin. De kinderen mogen hier zelf wat uitscheppen. Marijke kan niet
kiezen en neemt uit beide bergen een schep. Vervolgens moeten ze aan
het werk. In een bak met water worden eerst de lichtere delen eruit
gehaald. Tegelijkertijd worden grote stenen verwijderd. Mooie
exemplaren worden opzij gelegd.

Uiteindelijk
blijft er een schaal over met fijne korrels. Judith is de eerste die
een stukje goud vindt. Dan vindt Marijke gelukkig ook iets. Het is
een redelijk groot stuk en de heren Wade zijn erg geïnteresseerd uit
welke berg puin Marijke’s vondst kwam. Helaas, ze heeft van beide
hopen iets geschept, dus dat is niet meer na te gaan. Behalve goud
vinden ze ook kwarts en granaat.
Devil’s
Tower, bekend van Steven Spielberg’s
film Close Encounters, is onze volgende stop. Over de rots, die al
van ver te zien is in het verder vlakke landschap lopen verticale
strepen. Volgens een indiaanse legenda zijn ze van een grote beer
die zijn klauwen in de rotswand zette toen deze naar boven wilde
klimmen.
We lopen er een
eindje langs. Je kunt er helemaal omheen lopen, maar omdat het gaat
regenen duiken we het visitor center in waar we wat kaarten kopen,
en dan gaan we verder. Bij de uitgang stoppen we nog even om de vele
prairy dogs te bekijken. We hadden al gelezen dat er hier een grote
kolonie was. Het krioelt inderdaad van de dieren. Judith probeert ze
op de foto te zetten maar dat blijkt niet eenvoudig, ze verdwijnen
vliegensvlug onder de grond als je probeert iets dichterbij te
komen. Zelfs met mijn zoomlens lukt het niet echt om een goed
plaatje te krijgen.
We rijden verder,
langs de I90, via Buffalo naar Sheridan. Het is een lange weg, met
weinig onderbrekingen. Zo hier en daar passeren we een dorpje,
meestal slechts een paar huizen. Bij elk gehucht staat het
inwonertal aangegeven, soms niet meer dan 20. De regen is allang
weer opgehouden, het is hier droog en kaal.
In Sheridan
hebben we een Best Western geboekt, in de Main street. We vinden het
zonder problemen. Het motel ligt aan beide kanten van de Main street,
de delen zijn verbonden door een luchtbrug. We eten in de Sanford's
Grub Pub & Brewery waar we heel toevallig terechtkwamen, al
wandelend over de Main Street. Martin dacht dat je wel lopende vanaf
je motel onderweg een restaurant zou tegenkomen. Ik liep net te
verzuchten dat je in Amerika echt niet moest denken dat je lopend
naar een restaurant kon gaan (er was in geen velden of wegen iets te
bekennen) totdat het ons opeens opviel dat er veel mensen ergens op
een hoek een nogal obscuur uitziend pandje binnenliepen. Wij er
voorzichtig achteraan, bleek het een geweldig leuk ingericht
restaurant te zijn, met ongelofelijk veel TV's, kitsch en vele
soorten bier.
"The
maze of rooms at Sanford's,
located in a 1907 historic building, is decorated like the dorm room
of a junkman's son: Televisions, beer signs, and license plates are
crammed to the rafters. You might even say the same about the dinner
menu, which leans toward Cajun dishes, with really good jambalaya
and Cajun-flavored burgers and steaks -- try the
New York strip Cajun-style. But the
restaurant also has a whole lot of other things, including some
items, like fried okra, that you wouldn't expect to see above the
Mason-Dixon Line. Sanford's is a good spot for beer
drinkers, with a seemingly unlimited selection of bottled beers,
plus the restaurant's own Cloud's Peak Raspberry Wheat, a stout, and
an amber ale."
Martin had een
sandwich met allerlei onduidelijke dingen, maar zo overheerlijk dat
ik spijt had dat ik dat niet ook gekozen had. De hot dog van Marijke
past niet eens op het toch al niet kleine bord. Na afloop wordt er
vriendelijk aangeboden of we wat mee willen
nemen. Wel handig als je een kamer hebt met koelkast en magnetron!
Het restaurant is een echte aanrader, de plaats waar we deze
vakantie het lekkerste gegeten hebben.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
16 juli |
Sheridan |
Cody |
KOA cabin |
60 dollar |
240 km |
Vandaag is
het dé dag in Sheridan: de parade!
Gisteren was het ons al duidelijk dat er iets ging gebeuren, er
stonden allemaal stoelen klaar langs de kant van de weg aan de Main
Street. En ja, het blijkt de jaarlijkse parade te zijn. Terwijl wij
de vorige dag aan het eten waren, werden er ook nog stukken van de
weg afgezet zodat wij voorlopig niet meer van onze parkeerplaats af
kunnen rijden. We doen het dus ’s morgens rustig aan, zolang onze
auto er niet uit kan, kunnen wij op ons gemak van het ontbijt en de
parade gaan genieten.
Het ontbijt in
het hotel valt wat tegen; het is een klein buffet met roereieren en
bacon.
We pakken in en
zoeken een plaatsje langs de kant van de weg.
Voor ons op het trottoir zit de plaatselijke jeugd, er achter wat
opa’s en oma’s op stoelen. Bij de Best Western worden buiten
hamburgers gebakken. Hoewel het nog geen 10 uur, is het al aardig
warm. De hamburgers zijn dan ook niet erg in trek.
De parade bestaat
uit een grote bonte stoet van ruiters te paard, tractoren, meer
ruiters te paard, vreemdsoortige auto’s, nog meer ruiters te paard,
muziekkorpsen en nog veel meer ruiters te paard. Uit de
verschillende voertuigen wordt druk gestrooid, de weg ligt vol met
snoep. Nu snappen we waarom de jongens voor ons uitgerust zijn met
plastic tasjes. Ook Judith en Marijke graaien enthousiast mee en
omdat zij geen tas bij zich hebben worden Martin en ik bedolven
onder snoep. De parade is nog niet eens halverwege of de jongens
roepen al dat dit een ‘Great Year’ is, “The best year ever!” Judith
en Marijke verzamelen zelfs zo veel snoepgoed, dat ze het twee weken
later nog niet ophebben. Dan kan je wel nagaan dat het heel veel
moet zijn.
Tussen de cowboys
en dansende meisjes rijden ook diverse kandidaten voor het
burgemeesterschap mee. Vote Jim Wilson! Maar het hoogtepunt van de
optocht vinden wij de meisjes van de Wal Mart die met hun
winkelwagentjes lopen en daar ingewikkelde dansen mee uitvoeren,
ondertussen enthousiast strooiend met allerlei lekkers uit de
supermarkt.
Het wordt steeds
warmer, maar gelukkig komt er nog de Christian Society langs die
gratis flesjes ijskoud christelijk water uitdelen. Dat gaat er wel
in. Het water is heerlijk koud, er drijft zelfs nog ijs in. Dan weer
paarden, pony’s en ook een paar meisjes die water proberen te
verkopen. Er is geen belangstelling voor; we hopen voor ze dat ze
volgend jaar zo slim zijn om vóór de Christian Society te lopen. Dan
als de parade afgelopen is, lopen we terug naar het hotel, onderweg
uitkijkend dat we niet door de paardenpoep lopen. In het hotel
gooien we nog wat ijs in de koelbox en gaan we richting Cody.
De
highway 14 voert door de Big Horn Mountains.
Een prachtige weg
die langzaam de bergen in slingert. We pauzeren bij Shell Falls
Overlook. We smeren wat boterhammen en dalen af naar een van de view
points. Later nemen we een kijkje in het visitor center. Er zijn
meerdere wandelmogelijkheden. We nemen nog een kort pad langs de
rand. Het is een zogenaamde ‘interpretive trail’, dat wil zeggen dat
er op verschillende plaatsen met borden informatie wordt gegeven
over o.a. bomen, planten, en de geologie van het gebied.
In het winkeltje
kopen we een T-shirt voor Judith. Als we naar buiten lopen, komt de
verkoopster ons nalopen. Of de kinderen nog wat gratis schoolspullen
willen hebben zoals potloden en linialen. Dat willen ze wel.
Vervolgens trekken we weer verder naar het westen. ‘Go west young
man’. We volgen lange tijd de Shell Creek. Onderweg moeten we een
keer stoppen omdat een schaapskudde de weg blokkeert.
Verderop wordt
het vlakker en droger totdat we halverwege de middag Cody bereiken.
De KOA camping
ligt aan de weg, vlak voor Cody. De cabins staan in een niet zo
gezellige rechte rij en er zijn weinig bomen. Het is er erg warm.
Maar verder is het een prima camping, leuk zwembad, schoon sanitair
en een gratis pancake ontbijt. Ook hier weinig tenten, de RV’s zijn
in de meerderheid. Op een gegeven moment lijkt het alsof er een bus
het terrein op rijdt, het blijkt echter een grote camper te zijn.
Hij gaat keurig naast de andere campers staan, netjes in het gelid.
Bij de grotere campers zie je vaak dat ze nog een auto achter de
camper meenemen. Best handig, want hoewel veel is ingericht op ruime
auto’s en RV’s, is het toch niet altijd handig om met je hele hebben
en houwen boodschappen te gaan halen. Een man uit een van de grotere
campers begint zijn wagen schoon te boenen; hij zal er de hele avond
mee zoet zijn. Eigenlijk kan onze Dodge ook wel een wasbeurt
gebruiken, maar daar beginnen we niet aan; vermoedelijk ziet hij er
morgenavond weer net zo stoffig uit als nu.
Marijke ontdekt
dat er op de camping een manege is en loopt er meteen heen, maar ik
vind het veel te heet om te gaan rijden, en de meneer van de manege
is het gelukkig met me eens. Misschien morgenochtend, maar dan
hebben we wel een lange dag voor de boeg. We gaan eerst Cody
bekijken. Martin en ik willen graag naar het Buffalo Bill Historical
Center. Het is al redelijk laat, maar gelukkig blijkt het center nog
tot 8 uur pm open te zijn. Het Buffalo Bill Historical Center
bestaat uit 5 musea. Het wordt wat veel om dat nog allemaal te gaan
bekijken. Wij houden het bij het deel over de Plains Indians, en het
museum over Buffalo Bill zelf. De officiële site van het center (http://www.bbhc.org/index_flash.cfm
) heeft zelfs een Nederlandse versie!
Via de Wal Mart
rijden we terug naar de camping. We koken weer pasta, en gaan nog
even lekker zwemmen. Marijke weet een schommelbank aan de rand van
het zwembad te bemachtigen, maar ze heeft geen geduld om er lang op
te blijven zitten. Dan mogen pa en ma eventjes. Heerlijk.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
17 juli |
Cody |
Yellowstone |
Mammoth
Hot Springs
cabin |
69 dollar |
261 km |
Omdat we nog
eieren over hebben van de doos van twaalf die we in Hill City hebben
gekocht (zelfs in een campingwinkel heb je geen kleinere
hoeveelheden) gaan we ’s morgens een eitje bakken. Ook maken we
gebruik van het gratis pancake ontbijt en dan kunnen we er wel weer
even tegen.
We verlaten Cody
via de 296 om via de Chief Joseph Hwy naar de 212 te rijden. Daar
zullen we niet meteen linksaf gaan richting Cooke City maar eerst
nog een stuk de Beartooth Hwy rijden. Het stuk in de omgeving van
Cody dat we gisteren reden was erg vlak, maar nu komen we in
heuvelachtiger terrein. Het was in deze omgeving dat Chief Joseph en
zijn volk op de vlucht voor het Amerikaanse leger door Yellowstone
trok; een vlucht van meer dan
1500 mijl die pas
40 mijl voor de Canadese grens (waar ze in
veiligheid zouden zijn geweest) eindigde.
De
Beartooth Scenic
Highway is inderdaad de moeite waard. De
weg kronkelt langzaam omhoog en wordt steeds smaller. De uitzichten
zijn prachtig, we zien veel meertjes, en komen steeds meer stukken
met sneeuw tegen.
De weg is
merkwaardigerwijze wel druk. Onderweg komen we namelijk zeker 2000
motorrijders, type easy riders, tegen die onderweg zijn naar een
Rock-festival. We stoppen bij een riviertje voor een picknick, maar
als we de auto uitstappen worden we belaagd door enorme hoeveelheden
muggen en we vluchten weer snel de auto in. Hierna rijden we door
tot we een hoogte van meer dan
3000 meter
bereikt hebben.
Dan keren we om,
en rijden via Cooke City naar de noordoost-ingang van Yellowstone.
Bij de ingang
ontvangen we het bekende kaartje van de NPS, en de Yellowstone
Today. Hierin staat veel informatie over wegafsluitingen, trails,
highlights, wat te doen als je slechts 1 dag hebt, welke
ranger-programma’s er zijn, etc.

Hoewel het deel
tussen de Northeast Entrance en Tower Falls niet het meest bekende
stuk van het park is – te weinig spectaculair waarschijnlijk –
genieten we van het uitzicht. Aan weerszijden van de weg strekt de
vallei zich uit, en er stromen verschillende riviertjes vlak langs
de weg, zoals de Pebble Creek. Al gauw zien we bij
zo’n riviertje de eerste kudde bizons. Ze
zijn erg ver weg, maar gezien de hoeveelheden moeten dit wel bizons
zijn.
We zitten zo naar
die bizons te turen dat we allemaal een doodschrik krijgen als er –
na een bocht in de weg – opeens een enorme bizon aan de rechterkant
van de weg staat, op nog geen meter afstand van de auto.
Dit gedeelte van
het park (de Lamar Valley) is ook het deel waar de kans op het zien
van wolven het grootst is. Maar helaas, niet op het midden van de
dag.
De eerste plaats
die we aandoen is Tower. We lopen naar de Tower Falls (niet echt
spectaculair). De kinderen zijn meer geïnteresseerd in de
souvenirwinkel naast het parkeerterrein.
De weg van Tower
naar Canyon is afgesloten in verband met wegwerkzaamheden. Dit stond
op de NPS-site al maanden van tevoren aangegeven, en we hebben met
onze plannen hier al rekening meegehouden. Het wegennet in
Yellowstone bestaat uit een soort 8. Omdat het stuk van rechtsboven
naar rechtsmidden afgesloten is, kan je niet het bovenste rondje
rijden. Om te voorkomen dat we erg veel dezelfde stukken heen en
weer moeten rijden, hebben we op twee plaatsen in
Yellowstone (zowel in
Mammoth Hot Springs als in Lake) een
cabin geboekt.
Van Tower rijden
we naar Mammoth, waar we ons registreren. We hebben een vrijstaande
cabin met een veranda. Van buiten ziet het er vervallen uit, maar
binnenin ziet het er een stuk beter uit. Het is net een gewone
motelkamer, maar dan zonder douche en toilet, daarvoor moeten we
even verderop zijn. Wel heeft het een eigen wasbak. Rond de cabins
lopen overal eekhoorntjes rond, druk bezig met bedelen. Gelukkig
weet Marijke als gediplomeerd junior ranger dat je ze niet mag
voederen.

’s Avonds eten we
in het restaurant bij het hotel. Het enige alternatief in Mammoth is
de Terrace Grill, een wat misleidende naam voor een ordinaire
hamburgertent. Ons restaurant is tamelijk duur en de
prijs-kwaliteitverhouding houdt niet over. De kinderen krijgen een
soort boekje als menukaart. Er zit een bladzijde in waarop je
stickers kan plakken die je kunt krijgen in de cadeaushops die je in
diverse plaatsen in het park kan vinden. Als je vier stickers hebt,
dan krijg je een cadeau. Marijke haalt na het eten meteen haar
eerste sticker.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
18 juli |
Yellowstone |
Yellowstone |
Mammoth
Hot Springs cabin |
69 dollar |
30 km |
Ontbijt in
hetzelfde restaurant als waar we gisteren gegeten hebben. Weer niet
goedkoop, maar het ontbijt is prima. De kinderen nemen van het
buffet en wij gaan weer voor onze eieren (sunny side up) met hash
browns – en we eten stiekem mee van de worstjes van de kinderen. Na
het ontbijt gaan we paardrijden. Marijke had al maanden van te voren
geroepen dat ze in Yellowstone wou paardrijden. Dat kan bij Tower en
hier bij Mammoth. Behalve één of meerdere uren rijden is het in
Roosevelt ook mogelijk om een ‘cookout’
bij te wonen (zie
http://www.nps.gov/yell/planvisit/services/horsride.htm). Je
gaat dan te paard of met een huifkar naar de plek waar het diner
geserveerd wordt.
Judith heeft geen
zin om te rijden, dus gaan Marijke en ik met z’n
tweeën. We hebben ons al voor het ontbijt opgegeven in het hotel.
Gelukkig is er in de ochtend nog ruimte, het is te warm om op het
midden van de dag te gaan rijden. We rijden met een klein groepje en
twee begeleiders. Een van de begeleiders rijdt voorop, de ander
rijdt naast ons, en checkt regelmatig of iedereen zich aan de
instructies houdt (niet te ver achterblijven, geen foto’s maken,
etc) en om een gezellig praatje te houden. Op een gegeven moment
wijst hij op een gebergte in het oosten, Mount Everts, en vertelt
dan het verhaal van Truman Everts, die 37 lange dagen verdwaald was
in Yellowstone, maar die wonder boven wonder wist te overleven.
Truman Everts ging in 1870 met de Washburn-expeditie mee, maar
raakte deze kwijt en zag vervolgens tot overmaat van ramp zijn paard
er met de voedselvoorraden vandoor gaan. Hij zwierf daarna liefst 37
dagen lang alleen door Yellowstone en wonder boven wonder overleefde
hij het. Hij woog toen hij gevonden werd amper veertig kilo meer.
Everts werd gevonden door twee mannen die wel geïnteresseerd waren
in de beloning die de familie van Everts na verloop van tijd
uitgeloofd had voor degene die het lichaam van Everts zou vinden –
men wilde Everts op een waardige manier
begraven. Helaas konden de mannen naar de beloning fluiten; nu
Everts levend gevonden was, vond zijn familie dat Everts nu zelf
maar de beloning moest betalen. Everts weigerde dat; hij meende dat
hij het ook zonder zijn redders wel gered had. Later koop ik het
boekje ‘Lost in Yellowstone’ waarin Truman Everts zelf zijn verhaal
vertelt, aangevuld met de nodige kanttekeningen en nuanceringen.
Halverwege de rit
wijst een van de begeleiders naar links, er blijkt een jonge beer,
een black bear, te lopen, vlak naast de bosrand. Helaas mochten we
geen fototoestel meenemen tijdens het rijden, dus deze ontmoeting
kan niet vastgelegd worden. De moeder van het jong moet ongetwijfeld
in de buurt zijn maar die zien we niet.
’s Middags
wandelen we langs de terrassen van Mammoth Hot Springs. Hier heeft
het bronwater prachtig afzettingen gemaakt in de vorm van terrassen.

Omdat het
behoorlijk warm is besluiten we om niet meer naar Norris te rijden
zoals we eerst gepland hadden, maar zoeken we één van de weinige
plekken in Yellowstone op waar gezwommen mag worden. Dit is een
rivier iets ten noorden van Mammoth, waar het warme water van een
bron in de rivier komt. Je vindt de bron door de weg naar de north
entrance te rijden. Precies op de plek waar een bordje aangeeft dat
hier de 45e breedtegraad loopt, is een parkeerplaats waar
vandaan een pad loopt naar de plek waar de heetwaterbron in de
ijskoude rivier uitkomt. Omdat het een snelstromende rivier is, moet
je wel uitkijken dat je op de been blijft. De plek is dus niet
geschikt voor kleine kinderen. Judith verliest een waterschoen in
het snel stromende water, jammer want die hadden we nog nodig voor
de Narrows in Zion.
’s Avonds onweert
het in de verte langdurig. We liggen in bed en doen de gordijnen een
stukje open om van het spektakel van de fel oplichtende
bliksemschichten te kunnen genieten.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
19 juli |
Yellowstone (Mammoth
Hot Springs) |
Yellowstone (Yellowstone
Lake) |
Lake
Yellowstone
cabin |
108 dollar |
83 km |
‘s Ochtends horen
we dat er een ‘mudslide’ is geweest bij de oostingang. We zien een
foto van twee auto’s, die vast in de modder staan van ruim een meter
hoog. Het kost de NPS bijna een week om de weg weer vrij te maken.
De oostingang blijft gedurende de resterende tijd dat wij in het
park zitten dan ook gesloten, maar daar hebben we gelukkig geen last
van omdat we via de zuidingang zullen vertrekken.
We rijden via
Norris en Canyon naar onze cabin bij Lake Yellowstone. Vlak voor
Norris zien we een eland langs de kant van de weg staan. Bij Norris
maken we een wandeling door het Norris Geyser basin en wachten een
tijdje vergeefs op het uitbarsten van de Echinus geiser. Dit is de
grootste regelmatige geiser, maar de intervallen kunnen nog
behoorlijk variëren – zo tussen de 1 uur en 4 dagen (dat is iets te
lang om op te wachten). Ook de Streamboatgeyser, veruit de grootste
geiser ter wereld, heeft er geen zin in. Zijn uitbarstingen zijn
overigens heel zeldzaam. Het duurt soms jaren voordat deze een echt
grote eruptie heeft. We zien op het bordje dat laatste grootste
eruptie meer dan twee jaar geleden was. We gaan ervan uit dat we
morgen bij Old Faithful meer geluk zullen hebben.
Bij Canyon gaan
we eerst lunchen, de mogelijkheden zijn hier beter (zelfs
vegetarische wraps) dan bij Mammoth, daar moet je wat het eten
betreft echt niet langer dan 2 dagen blijven. De kinderen halen bij
de giftshop hun tweede sticker. We bekijken de Grand Canyon en de
Upper en Lower Falls vanaf verschillende uitzichtpunten, die
allemaal een eigen kijk op de rivier en de watervallen hebben. De
Canyon is indrukwekkend, de rivier ligt ver beneden ons.

Tussen
Canyon en Lake loopt de weg langs de
Yellowstone River. De rivier is hier veel breder en rustiger dan bij
de watervallen. We rijden nu door de Hayden Valley. Er is hier
minder bos, de kans op het zien van wildlife is groot. En inderdaad,
we staan een tijd stil omdat een kudde bizons bezit van de weg heeft
genomen. Prachtig gezicht die enorme dieren zo dichtbij.
Onze
Lake-cabin bij Lake
Yellowstone blijkt een vrijstaande cabin te zijn, met eigen douche
en toilet. Helaas hebben we hier geen mogelijkheid om buiten te
zitten. Voor 108 dollar niet echt goedkoop, maar dat is de prijs die
je betaalt om in het park te zitten. In de giftshop van het hotel
halen de kinderen hun derde sticker.
’s Avonds eten we
in de vlakbij gelegen Lake Lodge Cafetaria. Het is een
zelfbedieningsrestaurant, wel makkelijk met de kinderen, en niet
slecht voor wat je betaalt, maar daar is dan ook wel alles mee
gezegd. We draaien nog een was in de laundry bij de Lodge, en dan is
het alweer tijd om naar bed te gaan.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
20 juli |
Yellowstone |
Yellowstone |
Lake
Yellowstone
cabin |
108 dollar |
128 km |
Vandaag bezoeken
we Old Faithful. We gaan eerst naar de giftshop voor de vierde en
laatste sticker We verwachten iets kleins, maar tot verrukking van
de kinderen (en bij pa en ma ook ontzetting – hoe krijgen we dit
weer mee naar huis?) blijken het bizonknuffels van behoorlijke
afmetingen te zijn. Dan naar het visitor center om te kijken wanneer
welke geisers verwacht worden uit te barsten. Het blijkt dat we de
Grand Geiser nog kunnen zien als we flink doorlopen. We haasten ons
over de boardwalk en moeten dan natuurlijk toch nog zo’n 20 minuten
wachten. Het wachten wordt beloond met een prachtige uitbarsting die
bijna een kwartier duurt. Als hij uiteindelijk wat minder wordt en
veel mensen al weg beginnen te lopen, komt er opeens nog een extra
uitbarsting, hoger nog dan daarvoor. De geiser wordt beloond met
luid applaus.
Vervolgens lopen
we door over de boardwalk tot aan de Morning Glory pool, de mooiste
pool van het park (enkele reis vanaf de Old Faithful Inn
2,2 km).

Dan lopen we op
ons gemak terug om alle andere geisers en thermische verschijnselen
rustig te bekijken. Een van de leukste is de Anemone-geiser. Deze
barst om het kwartier uit, niet spectaculair maar heel leuk om het
hele proces in het klein te kunnen volgen; het langzaam vollopen,
het uitbarsten, en dan het langzaam leeglopen (‘with a familiair
gurgling sound’; alsof er een wc leegloopt).
Het weer betrekt
en we bereiken nog net op tijd, voordat het hard begint te regen, de
Old Faithful Inn. De uitbarsting van de Old Faithful geiser bekijken
we vanuit het visitor center. De kinderen timen het moment en de
duur van de uitbarsting; op die manier kun je het tijdstip van de
volgende uitbarsting voorspellen. Ze blijken er uiteindelijk een
minuut naast te zitten.
We willen in de
Old Faithful Inn eten, maar het blijkt dat we daar veel eerder voor
hadden moeten reserveren. We kunnen pas na negenen aan tafel, en dat
vinden we wat te laat worden, we moeten ook nog terug rijden naar
Lake. Wel bekijken we alle verdiepingen van de Inn, die helemaal uit
hout is opgebouwd. Een prachtig gebouw. We eten vervolgens in de
Obsedian Dining Room van de Old Faithful Snow Lodge, (open om vijf
uur; je kunt niet reserveren, het is first come, first served). Erg
lekker gegeten, een aanrader. Als we terugrijden naar onze cabin
breekt de zon weer door. Bij Lake Yellowstone zien we een grote
regenboog.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
21 juli |
Yellowstone |
Yellowstone |
Lake
Yellowstone
cabin |
108 dollar |
118 km |
Deze dag maken we
een wandeling met een ranger bij West Thumb. Hier loopt een
boardwalk langs allerlei fumaroles en geisers. Het gebied ligt aan
het meer en ook in het meer liggen ‘cones’, zoals de inmiddels
uitgewerkte fishing cone. Vroeger werd deze door hengelaars gebruikt
om op te staan tijdens het vissen. Hadden ze beet, dan werd de vis –
nog aan de haak – boven het hete water gehangen en gekookt, de
zogenoemde ‘hook and cook’- methode. De methode was niet geheel
zonder gevaar: verscheidene vissers liepen brandwonden op, de cone
raakte beschadigd en vermoedelijk was de gekookte vis ook niet echt
gezond door het in het water aanwezige arseen.
We bezoeken het
visitor center in Grant Village, waar Judith en Marijke tot junior
ranger benoemd worden (hier hebben ze allerlei opdrachten voor
moeten doen).
Vervolgens
bekijken in het Visitor Center de tentoonstelling over de grote
brand van 1988 (deze hebben wij indertijd vanuit de lucht gezien
toen we van New York naar San Francisco vlogen voor onze eerste
Amerika-vakantie).
We eten bij de
deli in het Lake Hotel en gaan daarna in de lounge boerenbridge
spelen. We hebben het de kinderen deze vakantie geleerd en ze zijn
er al snel zeer bedreven in. Aan het eind van de middag rijden we
naar Canyon om te gaan eten en om te kijken of we nog wildlife zien.
Onderweg doen we nog de ‘loop’ bij Mud Vulcano. Hier hangen
vreselijke zwaveldampen, maar de pruttelende modderpotten zijn erg
leuk om te zien.
‘s Avonds eten we
in de Canyon
Village Dining Room. Hoogtepunt
is de Yellowstone Caldera; een truffeltaartje met warme vloeibare
chocola van binnen, mjam! We rijden terug als het nog licht is, want
ik wil nog wat foto’s van de vallei maken. Op de parkeerplaats staat
naast ons iemand door een kijker te turen en hij vertelt mij dat hij
een grizzlybeer gespot heeft. Binnen de kortste keren staat de hele
familie met hem mee te kijken. Het blijkt een moeder met 3 jongen.
In de verrekijker zijn ze goed te zien maar helaas zijn er met het
blote oog alleen wat stipjes te zien, dus ook deze bear encounter
kan niet op de gevoelige plaat vastgelegd worden. Terugrijdend komen
we een merkwaardige file tegen. De voorste van de tegenliggers is
namelijk geen auto maar een joekel van een bizon, die op zijn gemak
over de weg loopt. Een rare gewaarwording zo’n enorm beest dat op je
af komt lopen.
Later rijden we
nog langs Fishing Bridge. Veel muggen en pelikanen maar helaas geen
elanden. Maar goed, we hebben onze portie wildlife wel gehad.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
22 juli |
Yellowstone |
Hoback Junction |
KOA
cabin |
58 dollar |
177 km |
We ontbijten weer
bij het hotel. Om een idee te geven van de kosten: het ontbijtbuffet
voor kinderen kost $4,75, voor volwassenen $8,60. Wij nemen geen
ontbijtbuffet maar kiezen voor $4,95 eieren ‘cooked to order’ en
eten dan nog wat fruit mee dat de kinderen in hun enthousiasme bij
hun ontbijtbuffet hebben opgeschept maar niet opkrijgen.
Vervolgens pakken
we onze spullen in en verlaten Yellowstone. We hadden nog een paar
off-trail wandelingen met rangers willen maken, maar die moeten we
dan maar de volgende keer doen. Bij de ingang van de Grand Tetons
moeten we een half uurtje wachten, ook hier zijn wegwerkzaamheden.
De weg in het Grand Teton National Park is mooi, aan de westkant
rijzen de Tetons (de tieten zoals de kinderen hardnekkig blijven
zeggen) steil omhoog, in het oosten is het glooiend. We rijden eerst
naar Colter Bay, waar we het Visitor Center bekijken en wat inkopen
doen. De winkel heeft een verrassend groot aanbod, we slaan weer
flink wat fruit en koekjes in en natuurlijk voldoende drinken.
Er staat een
wandeling bij Jenny Lake op het programma. Je kunt hier met een boot
naar de overkant van het meer, en dan lopend terug. Als we echter
bij Jenny Lake aankomen, blijkt het zo druk te zijn dat we de auto
nergens kwijt kunnen. We rijden nog wat rond, maar besluiten dan om
maar verder te gaan.
We gaan iets
verderop een kleine wandeling maken en komen bij de Snake-rivier.
Even heerlijk met de voeten in het water, want ook hier is het weer
erg warm.
Dan via Jackson
(erg druk, we rijden er zonder te stoppen doorheen) naar Hoback
Junction waar we gereserveerd hebben in een KOA-cabin. Het is onze
laatste KOA-camping, hierna zullen we alleen nog maar in motels en
lodges overnachten. De cabin ligt prachtig, de Snake River loopt er
vlak langs. De kinderen proberen met steentjes een dam in de Snake
River te maken. We koken zelf en laten vervolgens de brander
leegbranden, want die willen we niet verder meenemen. Hij is maar
bestand tegen temperaturen tot
50 C (120
F) en we moeten nog door Death Valley. Daar
kan het warmer worden. We hebben nog maar net ons kleedje op de
picknicktafel uitgespreid en de borden neergelegd of het begint te
onweren en te regenen. Gelukkig kunnen we ook op de overdekte
veranda zitten, met de borden op schoot. We eindigen de avond met
een spelletje kaarten in de‘gameroom’ van de camping, lekker met een
beker koffie en een beker chocolademelk.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
23 juli |
Hoback Junction |
Provo |
Cotton
Tree Inn |
60 dollar |
479 km |
Als we opstaan
hangen er sombere wolken rond de bergen maar in de loop van de
ochtend klaart het helemaal op. De temperatuur neemt nu snel toe. We
volgen de 89S, nemen nog een stukje Idaho mee en gaan een uurtje
zwemmen bij het Bear Lake. Helaas veel stank en lawaai door de
waterscooters.
We rijden voorbij
Salt Lake City, door naar Provo. Het is de enige keer dat we geen
overnachting hebben vastgelegd. We wilden ongeveer halverwege
Jackson en Zion uitkomen, maar omdat het een behoorlijke afstand is,
hadden we besloten om gewoon te kijken hoever we zouden komen.
We raadplegen het AAA-tourbook van Utah (heel handig om te
kijken waar motels zijn en wat ze kosten) en besluiten de Cotton
Tree Inn te proberen. Deze lijkt niet goedkoop, maar er is wel een
laundry, en daar zijn we zo langzamerhand wel weer aan toe. Ook is
er een zwembad en dat lijkt met deze temperatuur – het is inmiddels
ver in de 30 graden - ook geen overbodige luxe. Er blijkt geen kamer
mee te zijn met twee bedden, maar wel een met sofabed. Incl. ontbijt
69 dollar, veel goedkoper dan het boekje aangaf.
Schuin tegenover
het motel ligt een Tony Roma, dus we hoeven niet lang na te denken
over waar we gaan eten. Het is onze eerste Tony Roma, en het bevalt
uitstekend. Aan de wand hangen foto's van meer dan 100 jaar geleden,
waarop een oude tram te zien is met reclame er op voor Tony Roma's.
Dat is wel wat wonderlijk want zo land geleden bestond de Tony
Roma's keten volgens de menukaart nog niet. We vragen aan de ober
hoe dat kan. Dat wist hij niet en hij ging het navragen. Even later
komt hij vol trots de verklaring geven. Ze hadden op de pc de oude
foto's ingescand en vervolgens met een fotobewerkingsprogramma de
reclame er in geprojecteerd. Vervolgens als oude foto weer
uitgeprint en, voila, een oude foto met reclame voor Tony Roma's er
in.
|
Datum |
Van |
Naar |
Overnachting |
Prijs |
Afstand |
|
24 juli |
Provo |
Springdale |
Desert
Pearl Inn |
135 dollar |
501
km |
Weer een lange
rit. De heuvels zijn kaal en het is erg warm. We zien geen steden of
dorpen onderweg, je kunt je ook niet voorstellen waar de mensen hier
van zouden moeten leven. Een heel enkele keer loopt er wat vee in de
kale heuvels, maar veel is het niet.
We stoppen een
keer bij Cedar City om te tanken en te lunchen bij een Subway. Dan
weer door, steeds langs de I15, tot we bij de noordingang van Zion
zijn (exit 40). Het wordt de vierde keer dat we naar Zion gaan, maar
aan deze kant zijn we nog nooit geweest.
We gaan eerst
naar het kleine Visitor Center, laten daar onze pas zien en nemen
dan de 5 mijl
lange Kolob Canyon Road. Aan het einde van deze weg is er een
parkeerplaats. Van daar lopen we de Timber Creek Overlook Trail (1/2
mijl heen).
Het is ook hier
erg warm. In de verte zien we een onweersbui naderen, en ook zien we
op een helling in de verte rookwolken, vermoedelijk van
blikseminslag. We haasten ons terug naar de auto, Judith is sneller
en behendiger dan wij en ze loopt dan ook een eind voor ons uit.
Opens horen we haar roepen. Als we bij haar zijn zien we naast het
pad een ratelslang liggen. Hij was vlak voor Judith het pad
overgestoken, dus geen wonder dat ze behoorlijk geschrokken was.

Het uitzicht is
hier trouwens indrukwekkend. We stoppen nog voor wat foto’s en
rijden dan via de I15 door tot de afslag Zion en dan naar Springdale
waar we overnachten in de Desert Pearl Inn (www.desertpearl.com),
vlakbij de zuidingang van het park gelegen. Het is een van de
duurdere motels, we betalen hier 135 dollar per nacht, maar dat
blijkt het meer dan waard te zijn.
De foto’s op
internet zagen er veelbelovend uit, en de
werkelijkheid stelt niet teleur! De kamer is prachtig ingericht. We
hebben twee Queens, en nog een sofabank. Daarnaast tv, videorecorder
(gratis video’s bij de receptie) en een eethoek met keukentje met
magnetron, koelkast, thee, koffie, borden en bestek.
We zitten op de
begane grond en het terras biedt uitzicht op een grasveld dat leidt
naar het zwembad. Op het terras twee heerlijke luie stoelen, met in
de leuning een uitsparing voor een glas. Waarom hebben we hier maar
2 nachten? Een eventuele volgende keer blijven we hier beslist
langer!
In Zion mag
slechts beperkt met eigen vervoer gereden worden. Vanaf de ingang,
bij het Visitor’s Center, rijden shuttlebussen het park in. Ook in
Springdale rijdt een shuttlebus, tot aan de ingang van het park. De
auto blijft dus twee dagen bij het motel staan. De bussen rijden
zeer frequent en in het park geven de chauffeurs een uitgebreide
beschrijving van alle bezienswaardigheden.
We lopen aan het
eind van de middag nog een stukje door Springdale. Het is een leuk
dorp, met leuke winkels, galerieën en zelfs een veldje met elanden
en bizons. Nog wat boodschappen doen, want morgen is het zondag en
dan zijn hier (we zijn in Utah) de winkels gesloten. Omdat het
dichtbij is en omdat het ene kind geen zin heeft in Italiaans en het
andere niet in iets oosters, eten we bij de Bumbleberry’s. Klinkt
wel aardig, maar het is geen aanrader. Later ontdekken we dat we bij
Flanigan’s Spotted Dog Café Pub hadden moeten
zijn, tja, we zullen toch echt nog eens terug moeten komen.
We ontbijten in
het motel en gaan daarna met de shuttle naar het park. Overstappen
op de parkshuttle en uitstappen bij de Lodge. We willen eerst naar
de Emerald Pools lopen. We steken de Virgin River over. De rivier is
bruin, dat betekent dat het recent geregend heeft en alle stof van
de rotsen in de rivier gespoeld is. Linksaf gaat het pad naar de
Middle en Upper pools, rechtsaf naar de Lower Pools.
We beginnen met
de Lower Pools, daarna kunnen we altijd nog zien of we verder
willen. Judith en Marijke hebben niet zoveel zin, maar ze lopen
ongemerkt voorbij de Lower Pools – we zeggen maar even niets-
zodat we uiteindelijk toch de Middle Pools bereiken.
Bij de Lower
Pools druppelt water van de overhangende rotsen naar beneden zodat
een gordijn van water gevormd wordt. Heerlijk verkoelend met
aangezien het al weer ver in de 30 graden is. De Middle Emerald
Pools zien er erg verleidelijk uit, het moet heerlijk zijn om er
doorheen te waden. Dat is echter verboden. Er wordt gewaarschuwd
voor bacteriën, dus we blijven braaf aan de kant. We gaan zitten op
wat rotsblokken; een goede plek om nog maar eens wat te drinken.
Terug bij de
Lodge zien we dat er gelegenheid is om te internetten en daar maken
we dankbaar gebruik van. Even een mailtje naar de Amerika-groep en
naar de familie en Judith moet – nog even mam – naar al haar
MSN-vrienden mailen. We lunchen bij het Castle Dome Café dat naast
de Lodge gelegen is. Gelukkig is er naast de gebruikelijke
hamburgers en hotdogs nog veel meer keuze. Ik geniet van mijn
teriyaki. Dan gaan we met de shuttlebus naar de Temple of Sinawava,
het eindpunt van de route. Hier begint de Riverside walk, een
makkelijke, vlakke wandeling langs de Virgin River. Het is nu een
stuk drukker dan op onze wandeling vanmorgen en we horen regelmatig
Nederlands praten. Een heel verschil met South Dakota, wel
toeristisch maar daar zie je bijna alleen maar Amerikanen. Na
ongeveer een mijl houdt het pad op en kun je alleen nog door de
rivier verder lopen. Hier staan de rotswanden zo dicht tegen elkaar
dat de rivier de volle breedte gebruikt, we zijn bij de Narrows
aangeland.
We hebben
hiervoor onze waterschoenen meegenomen. Helaas zijn we in
Yellowstone een schoen kwijtgeraakt dus een van ons moet of op blote
voeten – wat niet aan te raden is – of op de gewone schoenen. Dat
laatste vinden we jammer van de schoenen en ik besluit om achter te
blijven en nog wat foto’s te maken. Als ze terug zijn leen ik
Marijke’s schoenen en loop nog een stuk met Judith door het water.
Zelfs met de waterschoenen zijn de stenen onder je voeten goed te
voelen. We zien veel mensen met sportsandalen, deze zijn ideaal voor
deze wandeling, je hoeft dan ook geen extra paar schoenen mee te
nemen.
Na de wandeling
gaan we terug naar het motel om nog even het zwembad uit te
proberen. Aan het eind van de middag gaan we weer terug naar het
park want we hebben voor het eten afgesproken met de familie Jol,
die vandaag in Springdale aankomt. We zullen in de Lodge gaan eten.
We kennen Wendy en familie van de Amerika-groep. We hebben ze nog
nooit ontmoet, alleen met elkaar gemaild. Wel hebben we al wat
foto’s van de verschillende gezinsleden gezien dus we gaan ervan uit
dat we ze wel zullen herkennen. En dat is ook zo. Hoewel we veel
families nauwkeurig bekijken – zijn ze dat of niet? – herkennen we
ze meteen als we ze zien. De kinderen kunnen het meteen goed met
elkaar vinden en de ouders hebben elkaar ook veel te vertellen.
Wendy en familie komen nu uit Las Vegas en hebben Yosemite en Death
Valley al achter de rug, terwijl wij daar nog naar toe gaan. We
horen dat er veel bosbranden zijn in Yosemite waardoor vooral in de
ochtend veel rook hangt in de vallei. Martin gaat zich al wat zorgen
maken, hij krijgt het vanwege een allergie gauw benauwd van rook,
maar we hebben nog ruim een week te gaan voor we in Yosemite zijn,
dus hopelijk zijn de meeste branden tegen die tijd uitgewoed.
We hoeven vandaag
niet zo ver te rijden en we besluiten daarom om nog zo lang mogelijk
te genieten van onze motelkamer. Na een zelfgemaakt ontbijt (we
hebben nu eindelijk lekker brood gevonden) met veel fruit en plakjes
komkommer met pindakaas duiken we nog even het zwembad in. Tegen 11
uur vertrekken we.
In Las Vegas
rijden we naar Circus Circus. Hier is het echt warm. We hebben de
auto op het parkeerterrein gezet, maar ontdekken later dat het deel
van het hotel waar wij zitten een eigen parkeergarage heeft. Jammer
dat we dat niet meteen wisten, we hebben nu met al onze spullen een
behoorlijk stuk door het hotel lopen zeulen. De klok mag weer
teruggezet worden, dat scheelt lekker een uur.
Marijke en ik
gaan zwemmen en Judith kijkt tv. Natuurlijk moeten we ook naar het
Adventure Dome Theme park, een overdekte kermis in Circus Circus met
de nodige attracties. ’s Avonds lopen we naar Treasure Island. De
vorige keer dat we in Las Vegas waren hadden we genoten van het
Kahunaville Restaurant dus dat willen we weer proberen. Het eten is
een mengeling van Aziatische, mediterrane en tropische gerechten.
Mijn Stir Fry Teriyaki is heerlijk en ook het Mexicaanse gerecht van
Martin is uitstekend. Als we weer buiten Treasure Island staan,
kijken we naar het gevecht tussen de mannelijke en vrouwelijke
piraten. Een beetje teleurstellende show. Twee jaar geleden ging de
piratenshow nog tussen de Engelse marine en de piraten. Die show
vonden we een stuk leuker.
De volgende dag
gaan we voor het ontbijtbuffet in het hotel. Het buffet is enorm. Je
wordt via een ingewikkeld systeem naar je plaats gebracht door
verschillende medewerkers die via een walkie talkie met elkaar in
verbinding staan. De zaal bestaat uit twee identieke buffetten. We
kijken weer onze ogen uit hoe volgeladen sommige mensen hun bord
hebben. De keuze is groot, twee soorten scrambled eggs, hash browns,
biscuits & gravy, pannenkoeken, french toast, allerlei soorten sirup
en compote voor over de pannenkoeken, worstjes, bacon, wafels. Bij
een ander buffet zijn zaken als muffins, fruit, yoghurt etc te
verkrijgen. Dan de gebruikelijke frisdrankautomaten en natuurlijk
koffie en thee. De kwaliteit van zo’n buffet houdt niet echt over,
maar voor de prijs van minder dan 10 dollar kun je je aardig vol
eten; er zit altijd wel iets smakelijks tussen.
Dan trotseren we
de hitte (het is 40 graden), want we willen wat meer hotels gaan
bekijken. Van de vorige keer in Las Vegas hebben we geleerd dat je
niet ver komt als je gaat lopen. De langverwachte monorail doet het
nog steeds niet, dus pakken we de auto en rijden een stuk over de
strip. We parkeren bij het Monte Carlo hotel en brengen eerst een
bezoek aan New York New York. We genieten hier van Soho Village, een
heel complex van straatjes met winkels en eetgelegenheden. We
besluiten hier te gaan lunchen want er is een centraal terrasje waar
iedereen z’n favoriete eten kan opeten. We splitsen ons op, Judith
en Martin gaan voor een hamburgertent, Marijke voor een hotdog, en
ik ga voor (weer) een roerbakgerecht bij een Chinees stalletje.
Na de lunch lopen
we van New York naar Exalibur. De kinderen willen ook hier naar de
Arcade, een fenomeen dat alle hotels hebben. Hier kunnen de kinderen
(maar ook de ouders) hun hart ophalen aan allerlei kermisachtige
attracties; ballengooien, paardenraces, ballonnen volspuiten en noem
maar op. De kinderen mogen hier allebei één ding doen. Ze winnen
beiden een knuffel (Judith een Shrek-pop en Marijke een hondje),
weer wat extra bagage. Bij Circus Circus is de arcade groter, dus we
besluiten nu verder te gaan met onze sightseeing tour, en de Arcade
voor vanavond in ons hotel te bewaren. Nadat we de fonteinen van
Bellagio bewonderd hebben – de fonteinen ‘dansen’ op de muziek van
de Titanic - gaan we terug naar Circus
Circus.
Terug in het
hotel internetten we nog even en dan naar het buffet in Circus
Circus; we hebben geen zin om in de warmte te lopen zoeken naar een
restaurant en bovendien willen we zo’n
avondbuffet ook wel eens meemaken. Voor de kinderen is het ideaal,
ze kunnen pakken wat ze willen maar de kwaliteit houdt niet over.
’s Avonds
uitgebreid naar de Arcades in Circus Circus. De kinderen zijn in de
winning mood; we snappen nu ook waarom er zoveel mensen rondlopen
met grote plastic tassen; hierin worden de knuffels vervoerd die bij
de meeste stalletjes de prijzen vormen.
Gelukkig blijkt
er ook nog een attractie (het klassieke ballengooien) te zijn waar
je een Las Vegas mok kunt winnen. Judith waagt een gok en wint. Even
later worden we aangesproken door een echtpaar dat rond zeult met
een 2 meter
hoge Winnie the Pooh; of we die willen ruilen voor de beker, ze
kunnen Pooh niet in het vliegtuig meekrijgen. Dat probleem hebben
wij ook, dus die ruil kan (gelukkig) niet door gaan. Daarna kijken
we nog even in het circusgedeelte naar één van de circusacts. Een
man en vrouw veranderen constant van kleren. Dat klinkt heel simpel
maar ze doen het heel vernuftig. De man doet zijn toverdoek over de
vrouw en binnen een seconde is het korte zwarte minirokje veranderd
in een lange witte avondjurk, gevolgd even later door een rood
broekpak. Hoewel we er met onze neus bovenop staan, kunnen we niet
achterhalen hoe ze het doen. Daarna gaan we terug naar onze kamer.
Voor het
slapengaan checken we nog even onze rekening, dit kan via de
televisie. Tot onze verbazing zien we dat er 3 * 24 uur internet in
rekening is gebracht. Dit kan niet kloppen, dus naar beneden om bij
de balie e.e.a. recht te zetten. De meneer achter de balie vindt 3
keer ook wel veel, maar dat het 2 keer in rekening is gebracht klopt
wel zegt hij; de periode van 24 uur begint elke keer om 12.00 ’s
middags te lopen en omdat wij om 11.30 ’s morgens begonnen zijn
krijgen we 2 * 24 uur aangerekend. Dit is voor het eerst dat wij
horen dat er een begintijd aan de 24 uur zit. Na veel heen en weer
gepraat en wat ruggespraak achter de schermen, wordt uiteindelijk
slechts één keer het bedrag in rekening gebracht.
Het ontbijtbuffet
laten we voor wat het is, we willen nu even lekker bediend worden.
We gaan naar het Pink Pony restaurant in Circus
Circus. Het is het normale recept van eieren naar keuze met
spek of worstjes en hash brown. De kinderen gaan voor french toast
en pannenkoeken.
Dan is het
inpakken en wegwezen, de woestijn in richting Death Valley. Na een
half uurtje rijden zien we ten noorden van de stad op de I95 een
bord met Road Closed Ahead erop staan. Heel fijn. Er rijden echter
nogal wat auto’s die kant op. We kijken of er nog een mogelijkheid
is om eerder af te slaan en besluiten het erop te wagen.
Uiteindelijk blijkt er nergens sprake te zijn van een roadclosure.