8 maart 2007 – 26 maart 2007
*
8 maart: Amsterdam – Elkhart, Indiana
Om half 8 waren we al op Schiphol om ons nog 3
uur te vervelen, inchecken hadden we al via internet gedaan, en de
bagage afgeven was zo gebeurd. Winkeltjes kijken is natuurlijk
altijd goed, maar ook wel zo gebeurd. Dus na koffie en thee te
hebben gehaald zijn we maar bij de gate gaan zitten. We waren op
tijd geweest met inchecken, dus zaten we bij de ingang, wat helemaal
niet verkeerd is, we konden de hele reis met onze benen languit,
heerlijk. We vlogen langs Engeland, over zee, toen heel veel wolken
en daarna zagen we sneeuw,heel veel sneeuw met af en toe een boom.
We vlogen boven Canada richting Lake Michigan. En hoe dichterbij we
kwamen de sneeuw bleef.
We kwamen om half 12 aan en hadden dus nog ruim
de tijd om naar South Bend te rijden. Bij Alamo rent mochten we een
mid-size auto uitkiezen, keuze was snel gemaakt want er stond een
Chrysler PT Cruiser tussen en die vond Marco erg mooi. Daarna zonder
uitgeprinte route’s, want die waren we kwijt, naar Elkhart gereden.
Rond Chicago is het niet zo mooi. Wel typische woonwijken met houten
huizen, allemaal verschillend. Meest met van die grote auto’s voor
de deur, aan van die lanen recht toe, recht aan. Wel grappig om te
zien. Hoewel de wegen droog waren was het landschap eromheen nog wit
van de sneeuw, en met een zonnetje erbij was het best mooi rijden.
Beetje heuvelachtig, typische schuren en houten huizen. En heel veel
reclameborden helaas, want alles staat aangegeven dus ook ons motel.
De Red Roof Inn in Elkhart, niet echt bijzonder maar wel goed.
Ondertussen waren we al aardig moe en zijn we om 5 uur naar een
restaurant gewandeld om wat te eten. Om 8 uur lagen we op bed, nog
lang volgehouden.
*
9 maart: Elkhart, Indiana – Lincoln, Illinois
En om 4 uur ’s nachts waren we weer wakker. Dus
na ons om en om gerold te hebben, was ‘t 7 uur eindelijk. Douchen en
weer zonder route naar Middlebury. Maar dat is zo makkelijk, je gaat
naar de tolweg pakt een afslag, je gaat rechtdoor en zo’n plaatsje
is vaak maar één hoofdweg met afslagen en grote borden die je
vertellen waar je moet zijn. Dus weer in één keer goed gereden,
alleen moesten we naar een ander terrein van het bedrijf. We waren
niet de enige, Nederlanders (natuurlijk) en Duitsers kwamen ook een
camper halen. Maar ’t ging allemaal heel vlot. En nadat de man van
Road Bear alles had uitgelegd mochten we gaan. Marco voorop en ik
met de auto erachter. Hadden we dat maar andersom gedaan. Bij de
uitgang van het terrein ging hij natuurlijk precies de tegengestelde
richting in, als waar we vandaan kwamen. IK half naast de camper
rijden maar kreeg niet echt contact. Toeter kon ik niet vinden. Maar
met een kleine omweg kwamen we ook op de goede weg. Auto reed erg
lekker moet ik toegeven. We zijn naar South Bend airport gereden
want daar moesten we de auto terugbrengen. Hadden nog bijna een
botsing, want Marco mocht een parkeerterrein niet op, vanwege de
hoogte van de camper, en zette hem in z’n achteruit. Maar ik stond
er vlak achter en daar achter weer een auto. Dus toen heb ik de
toeter wel gevonden. In elk geval konden we de auto zonder schade
inleveren en toen samen op weg naar Chicago om ’t beginpunt van
Route 66 te vinden. Alleen ik en routekaarten gaan niet altijd goed
samen, dus natuurlijk waren we er eerst voorbij gereden. Voordeel is
wel dat Chicago-Downtown aan Michigan Lake ligt, dus naar het water
en dan links of rechts lukt meestal wel.
Bij de University of Art was het beginpunt en
die staat ook op de foto, maar waar de originele route heengaat
konden wij al niet volgen omdat we te hoog waren met de camper. Dus
verder gereden en toen we toch te ver waren hebben we nog een mooie
foto gemaakt op ’t strand met het ijs nog in het water en de skyline
van Chicago erop. Als het goed is staan we aan het eindpunt in onze
badkleding op de foto op het strand van Santa Monica. Maar laten we
daar eerst maar eens komen.
We hebben een stuk Highway genomen, de
Interstate 55, en zijn er toen afgegaan.Volgens een route die in een
boekje staat van 10 jaar terug moeten we nu weer op Route 66 zitten.
En net toen we begonnen te twijfelen zagen we weer een bord met de
historische route erop staan.
Ondertussen was het wel bewolkt geworden en
begon het steeds grijzer te worden. En eigenlijk zonder eraan
gedacht te hebben rijden we in Joliet de gevangenis voorbij waar
Prison Break opgenomen is. We hadden het natuurlijk pas door toen we
er voorbij waren, dus nog even gekeerd om foto’s te maken.
Toen boodschappen gedaan en de boodschappen
worden helemaal naar de camper gebracht, dat is nog eens service!
Aardige mensen allemaal. Toen zijn we van de route afgegaan en de
I-55 weer opgegaan aangezien die zowat parallel loopt en een stuk
sneller rijdt. Ondertussen was het namelijk al bijna 5 uur en we
moesten nog een heel eind naar de camping die wel het hele jaar open
was. De meeste zijn hier pas vanaf april open, dus moesten we nog
zeker anderhalf uur rijden. Maar ondanks dat het donker werd en
begon te regenen hebben we dit campinkje, McMillen’s Camp-A-While,
gevonden. Wel heel klein en erg duur voor eigenlijk weinig tot geen
faciliteiten, maar goed veel keus hebben we niet. Hopen dat ’t
morgen wat droger weer wordt. We staan hier met nog 3 campers,
waarvan er één al een poos staat zo te zien, ’t is echt heel klein.
We hebben spaghetti gemaakt en het zal wel weer niet laat worden
denk. Ook hebben we de routebeschrijvingen gevonden onder in de
koffer! Lekker handig!
*
10 maart: Lincoln, Illinois – Stanton, Missouri
Vandaag waren we rond 5 uur al wakker, maar we
hebben ’t toch tot half 8 weten uit te houden. Om maar gelijk in het
ritme van hier te komen, het is nu 9 uur ’s avonds, en eigenlijk
willen we gaan slapen maar dan zijn we weer zo vroeg wakker. Dus nog
maar even volhouden.
In elk geval was het vanmorgen opgehouden met
regenen, en werden we wakker in een steeds lichter wordende camper.
De zon kwam op en er was geen wolk meer te bekennen. Bij ’t ontbijt
kwamen we er achter dat we boter vergeten waren te halen, en ’t
brood was van zichzelf al niet zo vers meer dus we hadden na 2
boterhammen wel genoeg. Om half 9 zijn we vertrokken van dit
piepkleine campinkje waar we wel goudgeld voor moesten betalen. We
zijn gelijk na getankt te hebben de I-55 opgereden omdat het
landschap hier eigenlijk heel saai is. De wegen zijn recht toe,
recht aan. Zover je kijkt overal zijn vooral graanvelden en schuren
te zien. Als we vandaag maar voorbij St Louis kwamen, dan zou de
route een stuk mooier worden. En konden we de originele route weer
volgen.
Hoewel het vanmorgen nog behoorlijk fris was
begon ’t al snel aardig warm te worden. Onderweg bij Subway lekkere
broodjes gehaald en koffie en thee gedronken.
Voorbij St Louis naar een grote Wall-mart
gegaan om inkopen te doen, zoals boter. Ik was alleen op de
parkeerplaats en ook in de winkel de enige die nog met een winterjas
aan liep. Het was behoorlijk warm geworden, ook omdat we nu alweer
een stuk zuidelijker zijn. Maar dat merk je eigenlijk pas als je
uitstapt. Mensen in T-shirt en zelfs korte broek, voelde me een
beetje voor lul lopen maarja. Marco nog met het nummer voor pech
onderweg gebeld. Want de camper wilde niet meer starten, alleen nog
met de noodknop. Gelukkig konden we dit zelf verhelpen, Marco moest
alleen de accukabels vast draaien, die waren tijdens het rijden los
getrild, zodat ze weer contact maakte. Gelukkig.
Net voor Stanton hebben we de originele route
weer opgepakt en het landschap is wat vriendelijker geworden, meer
bomen, heuvelachtiger. Wel contrast met waar we vanochtend nog
waren. Vooral leeg en als je door St. Louis rijdt kom je ook door
woonwijken, ’t ziet er op eerste gezicht vest aardig uit. Aardige
huizen met van die trapjes, alleen niet bijgehouden, afgebladderde
verf en de één na de ander zit dichtgespijkerd. Daar wonen vooral de
donkere mensen, en dat is zo jammer ’t kan er zo anders uitzien als
’t niet zo verwaarloosd zou zijn. Dat zag je in South Bend ook, op
’t oog een leuke wijk en ik denk dat, dat jaren en jaren geleden ook
zo moet zijn geweest, zo zonde, ’t kan er veel mooier uitzien. Denk
dat vooral de wat armere mensen er wonen, maar voor zulke huizen
zouden wij ons krom betalen in Nederland. Houten huizen allemaal een
andere kleur, met een trapje en soms een kleine veranda, tuintje
eromheen. Alleen dat kennen ze hier niet echt, ik denk dat er hier
niet veel hoveniers werken. Iedereen heeft gras om zijn huis met af
en toe een schutting of een enkele boom en dat was het. Allemaal
recht toe, recht aan lanen met bomen, een stoep en gras erom.
Misschien dat er in rijkere wijken wat meer aan gedaan wordt, maar
tuinarchitectuur kennen ze hier helemaal niet, dus als Marco nog
eens hierheen zou willen emigreren denk dat ’t een gat in de markt
is. Sowieso zie je hier eigenlijk alleen maar grote auto’s, jeeps
etc. Enorme trucks die je voorbij komen alsof je 40 rijdt ipv 110,
denk dat ze hier de begrenzer niet kennen. Verder zijn het allemaal
aardige mensen hier, behalve dan dat mens van de Subway, die keek me
aan alsof ze water zag branden toen ik vroeg welke saus erbij zou
smaken. Ik vond ’t geen vreemde vraag, maar goed, over het algemeen
is’t best grappig hier. Net als toen we de eerste avond in het
restaurant gingen eten. Je besteld er drinken bij, ik een sappie en
Marco fris en dat wordt constant bijgevuld, en daar betaal je niks
voor. Na het eten koffie en thee besteld en de serveerster komt
gewoon met de pot langs om bij te vullen.
Ook campings die ’t hele jaar open zijn. Als je
niet voor 6 of 7 uur ’s avonds er bent kun je er gewoon op. Je moet
alleen een formulier invullen. Je bent hier altijd welkom, maakt
niet uit hoe laat. Hier zijn ze veel meer gewend om ver te reizen
denk met camper of motorhome, veel meer ingesteld op dat soort
dingen. Vanavond slapen we op de Stanton/ Meramec KOA Campground en
morgen proberen we op Route 66 te blijven, en zien we wel waar we
dan weer komen.
*
11 maart: Stanton, Missouri – Afton, Oklahoma
Vandaag begon weer zonnig, we zijn rond half 9
gaan rijden en zouden zo veel mogelijk op de route blijven. De
route is en begint hier ook heel lieflijk, je komt door leuke
stukjes. Als je over de Interstate rijdt is het alleen maar snelweg
en bij de exit-borden reclameborden en een nogal ongezellig centrum,
meer zie je niet. Het centrum bestaat ook vooral uit
eetgelegenheden, supermarkten en autobedrijven. Daaromheen zijn de
woonwijken en voor het landelijke moet je toch echt de Interstate
af. Het was heel gezellig rijden, koeien in de wei, leuke
kronkelende weg en landelijke huisjes verspreid. Af en toe kom je
wel door echt verwaarloosde gebieden en je ziet ook echt heel veel
stacaravans waar mensen in wonen. Je hebt ze ook in een soort wijken
bij elkaar maar ook langs de weg.
Het was wel een heel gezoek om op de goede weg
te blijven, meestal stond pas een stuk na ’t kruispunt ’t bord met
de route erop. Maar goed met de routebeschrijving en de kaart bij de
hand ging het aardig. Wat ons vooral opviel was dat er wel heel veel
bomen waren maar dat er ontzettend veel dood hout in zat. En ’t leek
wel of er een storm heeft huisgehouden want takken die afgerukt
waren en onder bomen lagen en gespleten bomen, ze stonden echt
overal. En dat bleef eigenlijk in heel Missouri vanaf waar we
vertrokken waren.
De lucht ging ook betrekken, hoewel het bij St.
Louis nog hartje zomer leek, was ’t nu grijs. En door alle dode
bomen zonder kleur en op ’t laatst veel huizen die hun originele
kleur ook verloren hadden, werd het landschap steeds triester.
Terwijl het er in ’t zonnetje en als alles een beetje groen is er
toch een stuk vriendelijker uit moet zien.
Na de zoveelste keer over en onder de
Interstate geweest te zijn en de route opnieuw te zoeken, begon ik
’t een beetje zat te worden. Want ik las meer de route als dat ik er
wat van zag. En’t landschap werd je ook niet vrolijk van, misschien
dat, dat verandert als we een andere ‘state’ in zouden rijden. We
zijn een heel klein stukje door Kansas gereden en toen reden we
Oklahoma in. En ’t is vreemd maar er waren bijna geen dode bomen
meer. Wel sommige bomen waar takken aflagen of die gespleten waren,
maar ’t zag er wat opgeruimder uit. En het landschap veranderde ook
redelijk snel. Het uitzicht werd wat weidser en de huizen hebben
hier vaak vee, dus een stuk land met een hek eromheen. De eerste
cowboy al snel gezien. Dat is nou het leuke aan deze route, geen dag
is hetzelfde, elke keer ben je weer verbaasd. Alleen het weer, ’t
was nu echt grijs en het begon, jawel, te regenen! In het boekje
stond dat Miami een leuk plaatsje zou zijn dus zochten we daar een
camping. Maar de enige camping die we zagen lag midden in het stadje
en zag eruit als de parkeerplaats van een enorm hotel. Dus daar
hadden we geen zin in, we zijn doorgereden en bij een klein plaatsje
een camping gezocht. We vonden er één in de ‘Woodalls’ met lakeside,
Grand Country Lakeside RV Park, en dat leek ons wel wat. En dat was
ook zo, bij de receptie stond een bordje met ‘knock loud’ dus dat
deden we en er kwam een oud mannetje aan. Eigenlijk wilde hij ons
bij de andere campers zetten omdat dan de rest van het terrein niet
gebruikt zou worden terwijl wij net om een plekje aan het meer
hadden gevraagd. Maar opeens bedacht hij zich en zei: I have a
really nice spot for you. De reden dat we niet bij het meer konden
staan was doordat het nogal veel geregend had, de grond was nogal
sompig, dus. Maar dit plekje was iets dichterbij het meer, en we
stonden daar echt mooi. Mooi groot terrein met wat bomen en uitzicht
over het meer.
We zijn eerst een stukje gaan lopen,
videocamera mee. En ik zei al dat de mensen hier vriendelijk zijn,
nu kwam het mannetje in zijn golfkarretje, met zijn gereedschap
achterop, helemaal naar ons toe gereden om 2 foldertjes te geven.
Dan konden we zien wat er nog allemaal in de omgeving te zien was en
hoe groot het meer is. Hij zei dat er gister Duitsers waren die net
als wij route 66 reden. En dat wij de eerste Hollanders waren dit
seizoen. Schattig mannetje.
*
12 maart: Afton, Oklahoma – Chandler, Oklahoma
Vanmorgen hebben we een stukje door het bos
gelopen. Dieren kijken maar die hebben we niet gezien, hadden we
misschien vroeger moeten opstaan. Wel sporen gezien, maar beren
komen hier niet voor. Om een uurtje of 10 zijn we gaan rijden. We
bleken aan het begin van een heel toeristisch stukje Afton te
zitten,met veel campings, bootverhuur en strand langs het meer. Dat
hadden we gister nog niet gezien omdat we vanaf de andere kant waren
aangekomen. Het landschap veranderde nog steeds. Weet niet of het
hier al de ‘prairies’ genoemd wordt, maar het is heel veel weiland
met heel veel koeien, en boerderijen met witte hekken. Ondertussen
kwam de zon al aardig door en werd het steeds warmer. We hadden onze
trui al door een T-shirt vervangen en de zonnebril al binnen
handbereik.
Je ziet hier zoveel kalfjes lopen. Ik denk dat
de koeien hier niet zo oud worden. Ja degene die drachtig zijn. We
zijn even gestopt bij een weiland, maar ze zijn zo bang, als je
beweegt rennen ze al weg. Maar schattig dat ze zijn.
Ook zijn we naar Totempole Park geweest. Een
stukje van de weg af en dan ga je echt over heuvels en door dalen
heen. En dan ineens staat er een heel snoezig huisje met daarnaast
inderdaad een enorme totempaal, hij was dan ook 30 meter. We zijn
even gestopt om te kijken. Er waren nog wat meer kunstbeelden in de
tuin neergezet en er was een klein museumpje met een bordje: ‘Altijd
open, behalve bij extreem slecht weer’. Het leek gesloten maar de
deur was wel open, en er zat een heel aardig ouder vrouwtje binnen,
die ons alle informatie gaf. Zelf woonde ze al haar hele leven aan
de ‘66’. Maar ze had zich nog nooit gerealiseerd dat het een
historische route was, totdat ze hier ging werken en er zoveel
toeristen uit de hele wereld kwamen alleen maar om die route te
rijden. Vroeger was ze zelf ook wel eens met de kinderen naar
Californië gereden, maar daar stond ze dus nooit bij stil. Leuk om
even met haar gepraat te hebben.
Weer op de route kwamen we natuurlijk een
Subway tegen en dus even stoppen om weer een lekker broodje te
halen. Maar deze Subway was echt grappig, bij de meeste wordt je
door jong, snel en ongeïnteresseerd personeel geholpen. Dat was bij
deze wel anders. Er stonden 2 echt bejaarde dames en 1 wat jongere
achter de desk. Er waren maar twee mensen voor ons die geholpen
werden, dus dachten wij, we zijn zo aan de beurt. Maar nee, alles
ging hier ook twee keer zo langzaam. Broodje werd gepakt, gesneden
en klaargelegd, en dan het volgende broodje. En dan moet het beleg
er nog op. Eigenlijk klopt er iets niet aan dit plaatje want Subway
staat toch een beetje bekend als gezonde fast-food keten, en dan
verwacht je niet 2 bejaarde besjes die je helpen. We moesten wel een
beetje lachen, en hoewel alles wel heel langzaam ging, hadden ze wel
interesse, want ze namen meer de tijd. Maar mochten er meer dan 2
mensen voor je staan ben ik bang dat je er wel een half uurtje staat
te wachten. We hebben de camper tussen de weilanden geparkeerd en
daar ons broodje gegeten.
Toen onderweg naar Tulsa, stad.
Routebeschrijving al op schoot maar dat bleek niet nodig te zijn in
Tulsa wordt ’t de hele tijd keurig aangegeven. Dat is lekker. Hoewel
ze hier bijzondere musea hebben, hadden wij er niets aan aangezien
op maandag dat soort dingen allemaal dicht zijn. Wel zijn we naar de
‘Counsil Oak’ gegaan. Dat is een beroemde eik, omdat daaronder de
eerste vergadering onder leiding van een opperhoofd is belegd in
1836. Dat heeft-ie allemaal al meegemaakt. Nu stond er een hek
omheen. Maar hij doet het nog steeds aangezien hij helemaal vol knop
zat, ergens in een rustige laan. Bijzonder.
Toen weer doorgereden de stad uit, veel kleine
plaatsjes door, en in Chandler aangekomen bij Oak Glen RV and Mobile
Home Park, een klein RV-park. De eigenaar, die ook in een caravan
woont, ziet er nogal stoer uit, paardenstaart, tand uit zijn mond.
Maar toen ik even ging douchen stond erbij de wc een potje met
vogelzaad en er hingen afbeeldingen van allemaal geschilderde
vogeltjes. Verder is er weinig lieflijks aan, maar dat is wel
grappig.
Toen we net aan het koken waren kwam er nog een
trailer het terrein op.Die kwam naast ons staan, daar is onze camper
dus niks bij hé. Even met die mensen staan praten, zij zijn
‘fulltime travellers’ . Ze waren in oktober vertrokken vanuit Idaho
naar de warmte maar die hadden ze tot nog toe nog niet gevonden.
Zelfs in Californië hadden ze het koud en waren de golven ongekend
hoog, wel mooi zeiden ze. Ze kwamen nu uit het gebied waar wij
heengaan en daar is het nog een stuk kouder, omdat het hoger ligt
als hier. Het is hier pas sinds 2 of 3 weken warm aan het worden. En
het viel mij vandaag op dat, ondanks dat het vandaag zeker warmer
dan 21 graden was, waren de meeste bomen nog kaal. Alleen het gras
is wat groener, en pas sinds Tulsa zie je bomen in volle bloesem
staan. Daaraan kun je zien dat de winter nog niet zo lang weg is. De
bloesem is wel erg mooi, hoor.
*
13 maart: Chandler, Oklahoma – El Reno, Oklahoma
Vanochtend was het nog grijs toen we wakker
werden van de eerste pick-ups die het terrein afreden,
waarschijnlijk naar hun werk. Wel grappig allemaal stoere
bouwvakkers, komt er ineens een grote man met staart aanlopen
heeft-ie een piepklein hondje aan de lijn, schattig. We zijn
Chandler ingereden, toen begon de zon al te schijnen, en naar het
‘Old pioneers museum gegaan. Beetje oubollig museum, maar wel leuk
om binnen te kijken. Daarna de hoofdstraat doorgelopen en werden we
aangesproken of we wat zochten, blijkbaar zien we er echt uit als
toeristen. Onderweg nog gestopt bij de ‘Round Red Barn of Arcadia’
maar die was helaas dicht. Daarna over heuvelachtige weggetjes
doorgereden naar Oklahoma-city waar de ‘big land run’ uit 18zoveel
heeft plaats gevonden.
Het voordeel van steden in Amerika is dat ze
altijd uit ‘blocks’ bestaan, dus dat het heel makkelijk is iets te
vinden, zelfs als je verkeerd rijdt.
Wij zijn naar het ‘Meriad Park’ gegaan daar
zijn de botanical gardens in een soort omgevallen ‘zoutvat’. Daar
waren we wel benieuwd naar. Gelukkig konden we op een parkeerplaats
aan het park parkeren want de meeste plekken waren garage’s waar wij
niet in konden. Snel even broodjes gesmeerd en die in het park
opgegeten. Wel eerst even onze schoenen omgeruild voor slippers en
T-shirts aangedaan want het was al behoorlijk heet geworden. Alleen
bij de botanical gardens hadden we pech, daar werd aan gewerkt en
gingen pas in april open. Ja, dat heb af en toe je als je voor het
seizoen gaat reizen. Verder door het park gelopen waar heel veel
schildpadden in en langs het water zaten te zonnen.
Toen een stukje de stad ingelopen op zoek naar
een winkelstraat, maar zoals wij dat kennen hebben ze dat hier
helemaal niet. Het zijn allemaal blocks waar je, je auto parkeert,
echt gezellig,nou nee. We zijn naar Bricktown gelopen, hebben het
honkbalstadion gezien en toen langs een wat gezelliger stukje met
eettentjes weer terug. Eigenlijk zochten we het Visitor Centre om te
vragen naar een internetcafé. Want bij de meeste campings heb je
alleen wire-less. Het Visitor Centre lag dichterbij dan we dachten,
want het was bijna tegenover de parkeerplaats. In zo;n enorm gebouw
dat hermetisch dicht lijkt te zitten. Je ziet alleen spiegelende
ramen en je begint jezelf af te vragen of je hier wel moet zijn of
dat het eigenlijk voor ‘business-people’ bedoeld is. Het lijkt
allemaal heel koud en afstandelijk maar doe je de deur open hoor je
meteen: Hey good afternoon, how are you? Can I help you? Heel
vriendelijk kregen we uitleg waar we alles konden vinden. En
internetten kon bij FedEx 2 blocks away. Daar zijn we maar even
heengegaan om een berichtje te sturen naar iedereen.
Toen weer terug naar de camper. Bij ’t
uitrijden van de parkeerplaats zei de jongen in het hokje: Have a
nice day! En mochten we zonder te betalen doorrijden. Aardige mensen
zeg. Toen we weer back on track waren, kwamen nog een stuk
historisch gebied van de stad. Zeg maar een villawijk, en het waren
geen kleine huizen die hier neergezet zijn. Je rijdt eigenlijk zo
uit Downtown door een woonwijk met allemaal bloesembomen en mensen
die hun tuintje maaien, maar het is nog steeds stad. En daarbuiten
heb je weer die lelijke strips met één en al reclameborden en
fast-food ketens. We hebben de interstate weer opgepakt en reden de
stad uit. Ondertussen werd het al behoorlijk laat en zijn we bij El
Reno bij Hensley’s Best Western RV Park gestopt. Je parkeert je
camper hier eigenlijk in de achtertuin van ’t motel, en het was niet
echt goedkoop. Maar ze hadden laundry en we wilde graag wassen. Bij
de receptie vertelde ze dat het hot breakfast ook voor de mensen van
het RV Park was. So, wat een luxe, dat is wel lekker een keertje
geen ontbijt hoeven maken. ’s Avonds ‘lekker’ de was gedaan, en voor
’t eerst vielen we niet om half 9 al in slaap, maar hebben we het
tot half 11 uitgehouden.
*
14 maart: El Reno, Oklahoma – Amarillo, Texas
Vanochtend eerst lekker ontbeten in ’t motel
met scrumbled eggs, toast, jus, koffie en thee en een broodje met
een soort ragout. De tv stond aan dus we konden gelijk het weer
kijken, en deze hele week zou het nog zonnig en warm zijn. Dan zijn
wij natuurlijk allang weer weg maar het is een goed teken.
Vanochtend was het in ieder geval nog grijs en mistig toen we El
Reno verlieten en de 66 weer opzochten. Het landschap was wat
weidser geworden, met vooral uitgestrekte vlaktes waar koeien
oplopen, en hier en daar een ranch. De weg staat hier slecht
aangegeven. Dus we moeten het echt van de beschrijving uit het
boekje hebben en dat gaat ons aardig af. Hier gaat de 66 weer nogal
wat onder of boven de I-40 langs, en na de tiende keer de weg zoeken
ga je wel naar de Interstate verlangen. In elk geval is het zonnetje
gaan schijnen, en dat is zo gebleven de rest van de dag.
In Clinton zijn we naar het Route 66 museum
gegaan, ziet er al mooi uit van de buitenkant, het is klein maar wel
mooi van binnen. We moesten natuurlijk ’t gastenboek tekenen, dat
vragen ze overal waar je komt, en zagen dat er gisteren nog meer
Nederlanders ’t museum bezocht hadden. Verder natuurlijk Duitsers,
we zagen mensen uit Italië en zelfs Japan. We kregen een discman mee
en konden beginnen. Het is wel lastig luisteren en lezen tegelijk,
’t is beter eerst te wachten tot die vent alles heeft verteld en
daarna pas zelf te lezen. Leuk museum en gelijk wat gifts voor thuis
gekocht. In de camper gegeten en Richard gebeld om hem te
feliciteren met z’n verjaardag. En toen weer verder gereden. Al snel
de Interstate opgezocht omdat het totaal niet opschoot en de
originele route in een zandpad zou veranderen, een heel stuk. Bij
Elk city er weer af en inderdaad dat was een city zoals elk ander.
Het landschap begint nu steeds kaler te worden en de kleine
plaatsjes waar je doorheen komt steeds verwaarloosder, oud en
verlaten. Veel oude gebouwen, ook veel dichtgespijkerd. De weg is
breed in zo’n dorpje, maar er is niets, en de reclameborden die er
nog staan zijn van dingen die er helemaal niet meer zijn. Een
gedeelte van vroeger met een motel, was nu een garage vol met oude
spullen, ’t ziet er wat afgelegen en troosteloos uit. Dat staat ook
in het boekje. Niet alleen de Interstate heeft er aan bij gedragen
dat de kleine dorpjes, waar de route doorheen kwam, bijna geen
inkomsten meer hadden. Ook konden veel kleine bedrijfjes gewoon niet
op tegen die grote bedrijven. En veel mensen die hier toch nog wonen
zitten behoorlijk in de schulden, waardoor zelfmoord en
criminaliteit steeds gewoner worden, wat zonde toch. Je wilt toch
geen land dat alleen bestaat uit Mc Donalds, Taco Inns en All Days??
Alles kun je hier met de auto doen, we hebben zelfs al een
drive-thru pharmacy gezien!! En welgeteld 3 fietsers, waarvan 2
wielrenners.
Wat ook opvalt is dat wij het mooi weer vinden
dus als we ergens aankomen en het is nog warm zetten we de stoelen
buiten en eten we lekker voor de camper. Maar we zijn elke keer de
enige, je ziet bijna niemand, iedereen gaat z’n camper in, doet de
gordijnen dicht en zet waarschijnlijk zijn tv aan. ‘t Scheelt
natuurlijk dat wij die niet hebben. Misschien komt het wel omdat
het, het grootste gedeelte van het jaar behoorlijk warm is, ik weet
het niet.
In Sayre kwamen we een mooie muurschildering
tegen en zijn we gestopt om er een foto van te maken. Het bleek de
muur van een klein barretje te zijn. Die er ook maar even op zetten.
We stonden nog wat te kijken toen er een jonge vent naar buiten
kwam, hij keek ons even aan en vroeg toen: Are you travelling? Where
are you going to? Daarna stelde hij zich voor en deden wij ons
verhaal. Hij was opgegroeid in Californië, maar woonde nu hier omdat
het barretje van zijn vriendin was. Het is hier veel rustiger en wel
afgelegen, hij woonde vlakbij. Verder wenste hij ons een goede reis
en moesten we een beetje uitkijken voor ‘mean’people, most of them
are good , but there always some bad. Was een leuk gesprek, jammer
dat we hem niet gezegd hebben dat zijn muurschildering in ’t boek
staat en dus echt ‘famous’ is in Holland.
Weer verder door nog 2 piepkleine dorpjes en zo
reden we Texas binnen. Het landschap was al weids maar nu rijd je
echt door de prairies, met aan de ene kant telegraafpalen en
natuurlijk de Interstate aan de andere kant. We hebben wel wat RV
Parken gevonden, maar zoals alles hier stonden we dan op verlaten
stukken land met hier en daar een camper, die er zo te zien al even
staan. Dus zijn we maar doorgereden naar Amarillo. Daar konden we
uit genoeg campings kiezen, helaas allemaal langs de Interstate dus
die hoor je goed. Het is de Sundown Campground geworden, de eigenaar
is erg aardig. We mochten gratis internetten en zelf een plekje
uitzoeken op het park. Eigenlijk is het een vierkant stuk land, waar
je allemaal in een rijtje staat, net als een parkeerplaats. Maar
goed we blijven geen week, morgen gaan we wat dingen doen in de
omgeving, dus doen we wat rustiger aan. Weer lekker in ’t zonnetje
gegeten, maar het koelt snel af, dus nu zitten we weer binnen te
lezen en te schrijven. Ga zo maar aan de kaarten beginnen.
*
15 maart Amarillo, Texas – Tucumcari, New Mexico
Vanochtend redelijk vroeg opgestaan, toast
gemaakt, we hadden geen boter meer vandaar. We hadden ons luchtig
aangekleed aangezien ’t gister nogal warm was, maar daar vergiste we
ons in. Er was wind opgestoken en die was niet warm. Als eerste naar
de Cadillac Ranch gereden, dat was vlakbij onze camping kwamen we
achter. Het is een ‘tribute’ aan Route 66, dus dat moet je gezien
hebben. Ze hebben in een weiland een aantal Cadillacs, met hun neus
in de grond, schuin rechtop gezet. En er spuitbussen bij gezet, alle
bezoekers mogen er wat opspuiten, alleen vonden we geen volle meer.
De koeien staan er gewoon bij te grazen, dat is wel grappig.
Daarna zijn we naar het Palo Duro Canyon State
Park gereden. Deze 2de grootste canyon van de US werd uitgesleten
door de Dog Town Arm van de Red River. Eigenlijk rijd je door een
heel plat landschap, alleen maar weides en koeien. Je verwacht hier
helemaal geen canyon. Hij is dan ook bij ‘toeval’ ontdekt, oké de
indianen hadden hier al eeuwen geleefd, maar die zijn verjaagd
doordat de ‘white men’ alle bizons uitroeide en ze geen nieuwe
voedselvoorziening hadden. Daarna is hij herontdekt door natuurlijk
een ‘white man’. Als we er bijna zijn komen er inderdaad scheuren in
het landschap en zie je stukken uitgesleten rots. Eigelijk kom je
boven aan en kijk je opeens uit over een vlakte die veel dieper
ligt. Dat komt ook omdat je in Texas ongemerkt al een stuk hoger zit
dan zeeniveau. Maar doordat alles plat is merk je daar niets van.
Behalve nu. We zijn met de camper naar beneden gereden. En eigenlijk
is het een soort mini-canyon waar ze een vakantiepark van hebben
gemaakt. Ergens wel leuk, maar het ruige is er wel een beetje vanaf.
Overal picknickplaatsen, uitgezette loop- en fietspaden,
campingplaatsen, zelfs een theater. Oké dit is maar een klein
gedeelte van de canyon, maar wel het mooiste deel. We hebben de
camper neergezet en zijn een 2-mile Round trail gaan lopen, alleen
liep deze niet echt Round, waarschijnlijk bedoelde ze daar iets
anders mee (of zijn wij verkeerd gelopen). Maar wij kwamen een stuk
verder uit en toen stopte de trail er gewoon mee. Dus konden we het
‘hele end’ weer teruglopen. Zelfs nog herten gezien, die werden
constant opgejaagd door gillende kinderen en op mountainbikes
scheurende families. Daarna hebben we even wat gegeten op een
picknickplaats maar het was erg koud, door de wind. De lucht begon
te betrekken dus zijn we langzaam weer de canyon uitgereden.
Nog even bij het Visitor Centre langsgegaan om
te kijken hoe het is ontstaan en hoe oud het is. De onderste rode
laag is 225 miljoen jaar oud, daarna krijg je de bruine laag in de
periode van de dinosaurussen en tenslotte de oker laag die was maar
2 tot 10 miljoen jaar oud. In de tussentijd zijn er wel
verschillende klimaten op die plek geweest van hele natte jaren tot
verschrikkelijke droogte. Archeologen hebben ontdekt dat er vanaf 12
duizend jaar terug mensen in leefde. Verder hebben we bij de uitgang
nog een ‘Long Horn’ op de foto gezet.
Toen terug naar Amarillo gereden, de eerste
vinexwijken rond de stad worden snel zichtbaar. Het zijn eigenlijk
de eerste die we zien, vooral grote villa’s allemaal dezelfde in
keurige rijtjes. En van steen. Veel oudere huizen die we gezien
hebben zijn van hout met veelal veranda’s, maar deze huizen lijken
meer op die we ook in Nederland zien. Denk dat Amarillo steeds
groter en groter aan het groeien is, in een hoog tempo. Dat zie je
ook aan de bedrijven rondom de stad, allemaal nieuw op kale stukken
land. Nog niets eromheen. Sowieso is het erg kaal, en vraag ik me af
waar de bomen gebleven zijn. Maar het zal wel bij het landschap
horen.
De Interstate weer gevonden en verder naar ’t
westen. Vandaag naar New Mexico. Het was al half 4 toen we gingen
rijden, dus we zullen weer niet vroeg op een camping staan denk ik.
Maar 1 voordeel de staatsgrens tussen Texas en New Mexico is ook
gelijk een tijdgrens . Dus daar konden we ons klokje een uur
terugzetten en ‘wonnen’ we weer een uurtje. Route 66 ligt heel deze
route echt naast de Interstate, soms is het gewoon de Interstate, en
dat is eigenlijk wel jammer.
Toch als we dichterbij de grens van New Mexico
komen, komen er in ’t gele gras langzaam een soort struikjes. En
vlak voor de grens zien we aan de rechterkant opeens een tafelberg!
De desert is dichterbij dan je denkt, want voor
je het weet gaan we de diepte in en laten we het hoger gelegen
Texas, met z’n gouden velden, achter ons.
Het landschap veranderde eigenlijk gelijk in
rode aarde met heel veel bosjes en hier en daar lage bergen. Ook
hier staan koeien en paarden maar die zie je bijna niet door de
struiken.
Over de staatsgrens is er gelijk een piepklein
Visitor Centre, waar je gratis koffie krijgt. Wat een aardig welkom.
Je wordt erop geattendeerd dat je horloge een uur terug moet, en je
krijgt een folder mee over New Mexico. Een Amerikaan die voor ons
staat zegt dat hij dit nog nooit heeft meegemaakt langs de snelweg,
een rest-area met mensen erin.
We pakken Woodalls er weer bij en kijken uit
welke campings we de keuze hebben. Dat zijn er aardig wat in
Tucumcari, dus het zal wel een aardig groot plaatsje zijn.
Het plaatsje ziet er op het eerste gezicht best
aardig uit. Het doet me zelfs een beetje aan Mexico zelf denken.
Overal lage en gekleurde huisjes en je ziet wat meer indianen,
tekens en winkeltjes langs de weg. Morgenochtend gaan we het wel
bekijken nu naar de camping, de KOA of Tucumcari, want het is al
half 7 en we moeten nog gaan eten, douchen en over de camping
wandelen,etc.
*
16 maart: Tucumcari, New Mexico – Santa Fe, New Mexico
Het was weer grijs vanmorgen, maar dat zegt
hier niets over de rest van de dag. De wind is in elk geval gaan
liggen, dus ’t voelt buiten een stuk aangenamer aan.
Om half 9 konden we ons ontbijt ophalen, maar
om 7 uur waren we al wakker, waarschijnlijk weer door het
tijdsverschil. Het ontbijt was niet veel, 2 warme broodjes met een
soort ragout en ik had een sausage en Marco bacon and eggs. Maar
allebei in ’t mini, we hebben zelf brood erbij gepakt.
Er zaten wel 2 leuke katten om de hoek.
Daarna zijn we gaan rijden, eerst Tucumcari nog
even in om een foto te maken van de mooie muurschilderingen. Daarna
bij een tipi-giftshop gestopt. Zoals alles hier lijkt het dicht,
maar er staat een bordje met open, en dat is dan ook zo. Alleen in
Nederland zetten ze wat spullen buiten de winkel om te laten zien
dat-ie open is, hier niet. Er zat een oudere man in de winkel met
z’n hondje. Hij en het hondje op schoot of naast hem en dat werd
heerlijk geaaid.
We hebben hier een mini-tipi gekocht voor Ma en
Tom, waar een soort scentet wood in kan doen, zodat het lijkt alsof
hij rookt.En voor mezelf een windvanger,deze maakt een mooi geluid
als de wind waait, heel vriendelijk en zacht.
Eigenlijk vond ik alles hier vrij goedkoop,
maar dat komt ook omdat het een klein plaatsje is waar niet veel te
doen valt. De meeste toeristen zullen wel doorrijden en dat is
eigenlijk heel jammer.
Daarna doorgereden naar Santa Rosa, dat bekend
staat om zijn meertjes. Er zijn daar natuurlijke waterbronnen en dat
verwacht je niet in zo’n droog gebied. Even bij het Visitor Centre
gestopt en toen naar de ‘Lakes’. Het is heel klein allemaal, maar
wel bijzonder voor hier, denk.
Voorbij Santa Rosa ga je eindelijk een stuk van
de Interstate af, en rijd je naar het noorden. Dit is de route
zoals die voor 1937 liep, met een omweg naar Albuquerque dus. Maar
wel een hele mooie.
De wolken waren weer bijna allemaal verdwenen,
en ’t begon al weer aardig warm te worden. Het wordt ook wat
heuvelachtiger en in de verte zien we zelfs sneeuw op de bergen
liggen. Erg mooi hier zeg.
Dan gaat de weg bij de volgende Interstate
eigenlijk links, maar wij zijn naar rechts gegaan. Naar ‘klein’ Las
Vegas, dat is een klein stadje met een historisch centrum en daar
zijn we wel benieuwd naar. Ook hier als je binnenkomt rijden een
beetje vervallen huizen en overal ligt er rommel omheen. Gewoon
verder de bordjes volgen en dan is er opeens een klein park met een
paar straten met oude huizen. Dat zijn we nog niet veel
tegengekomen. Het ziet er ook gezellig uit, ’t wordt ook
bijgehouden, en de huizen zijn in vrolijke kleuren geschilderd.
We zijn door het centrum gewandeld en hebben
koffie en thee met een broodje bij het plaatselijke coffee huis
gehaald. In ’t park opgegeten.
Daarna nog een Art and Stones winkel bekeken en
die was inderdaad 2x zo duur als het winkeltje in Tucumcari! Wat
toeristischer, maar ze hadden wel veel. Toen weer terug en richting
Santa Fe gereden. Voor Santa Fe is nog een nationaal historisch park
en dat wilde we ook nog even bekijken. Net op tijd want het was al 4
uur en om 5 uur sluit het park, maar de man bij het Visitor Centre
zei dat we ’t makkelijk in een uur zouden redden, dus hebben we op
ons gemak rond gekeken. Het is een soort ruïne, en rond 1500 hebben
hier mensen gewoond. Wel hadden ze het een beetje opgeknapt zodat
het weer toonbaar werd. Zodat je, je een voorstelling kon maken hoe
het er vroeger uitgezien moet hebben. Gelukkig stonden er overal
plaatjes bij.
Terug op de parkeerplaats stond er nog een Road
Bear camper en nu zaten er ook mensen in.Ze wilde net wegrijden,
maar toen ze zagen dat wij ook naar de camper liepen spraken ze ons
aan. Ze kwamen uit Friesland en hadden net de wat zuidelijkere
staten achter zich gelaten. Ze wisten te vertellen dat het hier 2
weken geleden nog gesneeuwd had, en dat ‘t mooie weer nu pas een
beetje op gang kwam.
We hebben onderweg inderdaad sneeuw in de berm
zien liggen, maar waren in de veronderstelling dat, dat kwam omdat
we wat hoger zaten. Zij sliepen alleen soms op parkeerplaatsen van
grote supermarkten of op een ‘staatscamping’, omdat dat gratis is of
een stuk goedkoper. Maar wij staan liever op een ’gewone’ camping,
zeker omdat ik het niet prettig vind om ergens alleen te staan
zonder voorzieningen.
We hebben elkaar een goede reis gewenst en zijn
toen naar Santa Fe gereden.
De campings gaan hier allemaal net open, het
seizoen is eigenlijk net begonnen. De camping waar we nu op staan,
Rancheros de Santa Fe Campground, is pas sinds gister open tot
november. De eigenaren vertelde ook dat het hier nog steeds kon gaan
sneeuwen, maar nu bleef het waarschijnlijk wel even mooi. Verder
verschijnen er net voor Santa Fe allemaal huizen in de heuvels, en
dat zijn geen kleintjes. De buitenkanten zijn wel allemaal van leem,
in vrolijke kleurtjes en in een leuke, ik denk, ‘Mexicaanse’ stijl
gebouwd. Omheiningen zijn ook allemaal lemen muurtjes en ’t ziet er
gezellig uit. Je zou bijna zeggen dat je in een heel ander land
bent, maar ook dit is Amerika.
Voor het eerst krijg ik echt een
vakantiegevoel, ’t warme weer , vriendelijke mensen, ’t lijkt wel
een zomervakantie. Vanavond zijn we weer buiten gaan eten en heeft
Marco eindelijk een vuur aan kunnen steken.
*
17 maart: Santa Fe, New Mexico – Albuquerque, New Mexico
Vandaag gaan we niet ver rijden maar op ons
gemak rondkijken in Santa Fe.
Er moet een ‘Old Town’ zijn waar vooral veel
Art and Jewellery moet zitten. Vroeger vestigde vooral de
kunstenaars zich hier, tegenwoordig ook mensen die het jachtige
leven achter zich willen laten, hier een huis bouwen en een
bijbaantje zoeken. Over het algemeen mensen met geld dus. Het valt
op als je de stad inrijdt dat alles zo netjes is. Natuurlijk begint
het weer met de overbekende reclameborden, maar hier geen rommel en
halfvergane huizen, alles is kleurig en schoon
The Old Town wordt je vanzelf heen geloosd en
algauw stonden we midden op the plaza met onze camper. We zagen wel
een parkeerplaats, maar omdat we een RV hadden namen we wel 3
plaatsen in, en dat zou algauw op $20 komen 2 uurtjes parkeren. Nou
we kijken wel even verder! Twee straten verder achter de kerk was
een grote parkeerplaats, en die jongen zei: probeer hem maar
achteruit in dat vak te parkeren, dan heb je maar 1 vak nodig. En
dat is $1,80 per uur. Kijk dat is nog eens wat anders. We stonden
gelijk in het centrum, er zijn zoveel leuke straatjes dat je niet
weet waar je moet beginnen. Na een paar winkels en galeries gezien
te hebben, hebben we eerst koffie en thee gehaald, en zijn in ’t
park gaan zitten om rond te kijken. Het trekt toch een heel
gevarieerd publiek. Ook wel artistieke types natuurlijk, en wat
rijkere mensen. Mensen die graag gezien willen worden, ’t leek wel
een beetje op de boulevard van Scheveningen, waar iedereen rondjes
rijdt in hun mooie, lelijke, dure auto, motorrijders natuurlijk. Er
stond een jongen gitaar te spelen, en mensen zaten op ’t gras te
picknicken. Heel gemoedelijk, gezellig.
Bij ‘the oldest building in the USA’ zaten
‘Indianen’ op de veranda met hun uitgestalde waren. En daar zijn we
langs gelopen, heb er een armbandje gekocht natuurlijk. Veel
giftshops en Art-gallery gezien en ondertussen konden we onze trui
en vest wel uitdoen. Even aar de parkeerplaats gelopen om er nog 2
uur bij te kopen, veel te leuk hier. Marco wilde op zoek naar het
symbool van de traveller. Dat hebben we de vorige vakantie gezien in
Frankrijk, en sindsdien komen we het natuurlijk nergens meer tegen.
Mensen van de galeries stuurde ons naar de giftshop van de
katholieke kerk, daar kennen ze natuurlijk wel beschermheilige enzo,
maar dat bedoelen wij helemaal niet.
Na nog wat rond te hebben gelopen, waren de 2
uur zo weer om. Tijd om naar Albuquerque te rijden en een camping te
gaan zoeken.
We hebben de originele route langs de Interstate weer gevolgd, en
dan rijd je door allerlei dorpjes in plaats van er alleen langs.
Daar kwamen we in Bernalillo een kunstgalerie tegen die in een oud
tankstation van route 66 zat. Ze hadden het verbouwd en ’t nu Art
Gallery 66 genoemd.
Het is een leuk gebouw. Buiten staat kunst van
staal vooral en binnen heel kleurrijke vrolijke kunst van
verschillende kunstenaars. Ik heb een ‘purple horse’ gekocht, een
heel abstract figuurtje, maar heel grappig. Uit staal, ik denk
gebrand. Hij was maar $8, daar kan je het toch niet voor laten
liggen, omdat we helemaal uit Holland kwamen. Maar dat zullen ze wel
tegen iedereen zeggen. Leuk om gezien te hebben. Aardige man, we
kregen ook nog een poster mee. Toen naar Turquoise Trail RV Park
gereden, in Cedar Crest net boven Albuquerque.
*
18 maart: Albuquerque, New Mexico – Gallup, New Mexico
Het zonnetje scheen al toen we wakker werden,
de eerste campers waren alweer vertrokken, en het was denk beter
geweest als wij ook wat vroeger waren vertrokken. Dan hoef je niet
zo op de tijd te letten.
We proberen een beetje het schema van het
boekje aan te houden, en vandaag ging dat naar Gallup, maar was er
ook nog best veel te zien onderweg. Nadat we de Interstate al snel
verlieten zaten we gelijk op de 66, en die komt door het
interessante gedeelte van Albuquerque, ‘Old down Town’. Eerst rijd
je kilometers over de ‘strip’, waar alle eettentjes, benzinestations
en autohandelaren zitten en dan heb je één piepklein stukje
Downtown, maar dat is meestal het gezelligst. Alleen is het zondag
vandaag, dus de meeste dingen, behalve de coffeehuizen, zijn dicht.
We zijn nog even naar ’t historical museum geweest. Daar gaat een
gedeelte over de ‘windtalkers’. Dat zijn Navajo- en Hopi indianen
die in o.a. de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog geholpen
hebben door geheime boodschappen in hun eigen taal te versturen
zodat niemand ze begreep. Het kenmerkt Amerika wel dat ze hun eigen
bewoners eerst als uitschot behandelen, en als de nood dan aan de
man is, moeten ze ineens helpen. De Indianen zijn erg trots op wat
ze gedaan hebben voor Amerika, ondanks dat ze niet erg netjes
behandeld zijn door de Amerikanen voor en ook weer na de oorlogen!
Het museum laat dan ook veel trotse indianen zien, maar zegt er wel
bij dat het niet erg netjes was allemaal. Verder gaat het vooral
over de geschiedenis van de Indianen. Dat ze vredig leefden totdat
de Spanjaarden kwamen in New-Mexico. Die verwoestte alles en roeide
stammen uit of verdreven ze. Waarna ze zich het land toeeigenden.
Wat een vreemd volk, dat je ergens komt en het meteen als van jouw
ziet. Vandaar dat je zoveel Spaanse plaatsnamen tegenkomt in
New-Mexico.
Toen zijn we verder gereden. De hele oude
route, die eerst naar het zuiden gaat en dan weer naar de Interstate
terugkomt, hebben we overgeslagen. We wilden naar Acoma, beter
bekend als Sky City, een Indiaanse pueblo die de moeite waard moest
zijn, maar wel een stukje van de route aflag. Ter hoogte van Paraje
de Interstate afgegaan en over de 23 naar ’t zuiden gereden,
onderweg kwamen we 1 auto tegen. Je rijdt eigenlijk meteen de
‘middle of nowhere’ in. Het gebied is hier echt woestijn geworden,
met indrukwekkende bergen, kale vlakten en hier en daar bosjes.
Bomen worden hier niet erg hoog omdat het een zeer droog gebied is.
Na ongeveer 20 minuten rijden, reden we Sky city in alleen zagen we
nog niets. Wel 2 enorme rotsen en op 1 daarvan is Sky city gebouwd.
Alleen daar mag je niet zomaar inrijden of heenlopen, tenzij je een
native bent. Er gaat om het uur een busje met toeristen naar boven
en je mag daar alleen met een gids rondlopen. Foto’s maken mag
alleen als je een ‘vergunning’ van $10,- gekocht heb. Toen wij
aankwamen was het busje net vertrokken, dus zijn wij vast de film
gaan kijken en hebben nog wat gegeten in de camper. Eindelijk boven
hadden we een heel erg grappige gids. Ze woont er zelf ook en ’t is
een hard bestaan, ze hebben geen stromend water, geen elektriciteit
en vrouwen zijn hier de baas, altijd al geweest. Je moet met iemand
van de stam trouwen, anders mag je er niet meer wonen. En als je
toch met iemand van een andere stam trouwt en je krijgt kinderen dan
mogen die er nooit komen, omdat ze halfbloed zijn. Mensen leven hier
voor een klein deel van het toerisme en voor een groot deel van het
gokken. Niet dat ze dat zelf doen, maar ze beheren een casino dat
naast de snelweg ligt. En dat heeft ze geen windeieren gelegd. Toch
is er op de rots uit principe geen enkele luxe te bekennen, behalve
dan de auto’s. We mochten overal foto’s van maken, behalve van de
kerk en de begraafplaats deed je dat toch dan werd je rolletje of
kaartje vernietigd, en je toestel in beslag genomen. Verder werd er
verteld dat er in dit gebied 3 heilige bergen zijn en precies in het
midden ligt deze rots met daarop Acoma. Het is dus ook een heilige,
spirituele plaats wat ook weer mensen aantrekt. Het is wel bijzonder
om zo hoog te lopen door het dorpje en over de vlakte uit te kijken,
maar het is ook wel erg toeristisch.
Ondertussen is het al ’t eind van de middag en
willen we toch nog Gallup halen, anders maken we helemaal geen
kilometers vandaag.
We komen nog door wat kleine plaatsjes en gaan
dan de Interstate op. Om even later, met de ondergaande zon voor
ons, Gallup in te rijden en voor het eerst bij de McDonalds te
stoppen om ongegeneerd een Big Mac te gaan eten. Dat viel even tegen
want die zijn net zo groot (of klein) als bij ons!
Verder op is de USA RV Park onze camping voor
vanavond en daar is eindelijk een laundry open, het eerste wat we
vanavond gaan doen is dus wassen!
*
19 maart: Gallup, New Mexico – Holbrook, Arizona
Vanochtend hebben we van het brood wat we nog
hadden, en al oud begon te worden, toast gemaakt, met kaas en suiker
was het nog best te eten. Maar ’t was niet om over naar huis te
schrijven. Het weer hoef ik ‘t eigenlijk ook niet meer steeds over
te hebben, het is gewoon zonnig en ’t wordt aardig warm ’s middags,
hoewel we hier aardig hoog zitten.
Voordat we Gallup uitreden nog even naar een
Indian Trade Center geweest, daar heeft Marco een zonnebril gehaald
en ik een deken voor Mel.
Toen weer verder gereden tot aan Lupton waar de
Chief Yellow Horse Trading Post zat. Het grootste van Arizona en
omdat ik wist dat het groot zou zijn had ik eerst zoiets van: Nee
dit is het niet. Maar dit was toch echt al Lupton, dus konden we
weer keren bij de volgende exit. Sorry Marco. Het is eigenlijk een
verzameling winkeltjes tegen een mooie hoge rotswand aan, en ’t ziet
er best opvallend uit. Daar kon ik het natuurlijk niet laten om wat
mooie edelstenen te kopen en het plaatselijke hondje te aaien,
daarna gingen we weer verder. Van hier is het een aardig stukje
Interstate, en dan kom je vanzelf bij exit ‘Petrified Forest en
Painted Dessert’. Daar zijn we heengegaan en hebben er geen spijt
van. Eerst het Visitor Center bezocht en ik gaf per ongeluk een
eurocent ipv een dollarcent. Maar het vrouwtje achter de balie was
zo enthousiast, ze had nog nooit een euro gezien. Toevallig had ik
er nog een paar in mijn portemonnee en heb er twee gegeven. Toen het
park in, alles gaat hier met de auto en dat is in dit geval best
handig want de route is 28 miles. Maar je bent de eerste bocht nog
niet door of je kijkt je ogen al uit. Painted Dessert is niet voor
niets aan deze naam gekomen. Je kijkt over een soort heuvelachtige
vlakte uit, die lager ligt dan het omliggende gebied. Vandaar dat je
het vanaf de Interstate ook niet ziet liggen. En het is van lila tot
roze tot geel tot grijszilver. Echt heel mooi, we bleven bij iedere
bocht stoppen om foto’s te maken. Op één punt kon je ,bij helder
weer, als je goed keek de San Francisco Mountains zien liggen, die
zijn 193 km ver. En als je goed keek zag je de sneeuw op de toppen
liggen. Maar zo ver kijk je dus, en daar tussen is alleen maar
Dessert.
Dan draait de weg, je gaat de Interstate over
naar het zuiden en het landschap veranderd, deze keer weer in
zilverachtige heuvels, teepees genoemd. Ook vind je hier
rotstekeningen van ±800 jaar oud, mooie figuren op rotsblokken. Je
kon er niet te dichtbij komen want er stond een hekje voor. En er
werd vriendelijk verzocht om op de paden te blijven. Maar hier kun
je ze nog zo zien, dat was vorig jaar in de Ardeche in Frankrijk wel
anders. Daar waren grottekeningen, wel wat ouder dan deze, en daar
had ik me helemaal op verheugd. Maar dat was dus niet open voor het
publiek, je kon er wel een mooie foto van kopen, maar dat is toch
niet echt leuk. Je wil het zelf zien anders kun je net zo goed thuis
een boek erover lezen. Verder nog wat uitzichtpunten en allemaal de
moeite waard. Kleine trails van 1 of 2 miles , die je kunt lopen. En
we kwamen een mannetje tegen die we ‘s ochtends ook al bij Yellow
Horse zagen, daar stond hij grapjes te maken met Marco over vrouwen
die altijd maar spullen kopen maar niet voor hun, toen zei ik nog: I
heard you!
En toen we later een stukje liepen tussen de
Petrified Forest splinters en stukken boom, werden we opeens
aangesproken in het Nederlands. Een vrouwtje dat daar liep, met haar
man, had ons horen praten en vroeg waar we vandaan kwamen. Dus ik
zei Boskoop,weet niet of u dat kent? Maar dat kon ze wel want daar
hadden de kinderen van haar broer een poosje gewoond. En ze had het
eens bezocht met haar man. Zelf kwam ze uit Den Haag maar nu woonde
ze alweer 40 jaar hier,nu in Phoenix, Arizona. Het weidse en het
klimaat hier bevielen goed maar Boskoop vond ze juist weer gezellig
en daar moeten we haar wel gelijk in geven. Nederland is, als je het
hier gewend bent, eigenlijk heel benauwd, klein en ook wel een
beetje truttig, maar wel gezellig. Met z’n straatjes, binnenstadjes,
oude gebouwen, groen en grachten. Dat zie je hier zo weinig. Elke
plaats en vooral de ‘strip’ zou overal in Amerika kunnen liggen. D’r
moeder was pas overleden en daarom was ze vorig jaar nog in
Nederland, nu wonen alleen d’r broers er nog. En daar zou ze niet zo
snel voor terug vliegen. Haar kinderen wonen gewoon hier (denk dat
ze met een Amerikaan uit Phoenix getrouwd is.). Zulke gesprekken
zijn leuk, kom je hier iemand tegen in de dessert in Arizona en
misschien ken je wel dezelfde mensen in Boskoop. We hebben eigenlijk
niet gevraagd hoe ze heten, dat is wel stom. En zo vliegt de tijd
want ’t is alweer eind van de middag als we het park verlaten. Nog
even bij de giftshop gestopt, waar een druk pratend mannetje de
winkel bestierde. Hij verkocht natuurlijk stukjes Petrified Wood.
Wij hebben een steen gekocht, een geode. Volgens de Wikipedia is een
geode een holle of gedeeltelijk holle, globevormige knol die aan de
binnenkant begroeid is met kristallen. Meestal zijn geodes tussen de
2,5 en 30 centimeter groot, maar dit kan sterk variëren. Een geode
bestaat uit een dunne maar hechte buitenlaag van
silicamineralen, meestal gevuld met een laag
kwartskristallen zoals amethyst of rookkwarts, maar er kan zich
ook
rutiel of
calciet in bevinden. Er zijn zelfs exemplaren waarvan de holte
water bevat. Ze zouden zijn ontstaan als "bellen" in het vloeibare
magma dat in een
kraterpijp opsteeg tijdens een
eruptie. De onze heeft een hele mooie binnenkant, dat is een
verassing want als je hem koopt is het nog een hele steen. Dat wil
zeggen de 2 helften zitten tegen elkaar aan verpakt in het plastic
dus de binnenkant zie je niet. In het hoogseizoen is er iemand
aanwezig die ze ter plekke doorzaagt, in het laagseizoen helaas niet
dus wij hadden pech en konden niet zien hoe dat gaat. Hij had ook
fossielen en nog meer archeologische dingen, in Nederland ligt dat
in het museum, maar hier kun je het met ponden tegelijk kopen.
Daarna zijn we naar Holbrook gereden en daar
zijn natuurlijk veel winkels met reclame: Free ½ pound Petrified
Wood. En versteende boomstammetjes van miljoenen jaren oud worden
hier gebruikt als afscheiding van de parkeerplaats. Heel bijzonder,
of toch niet? Holbrook is ook de plaats van het beroemde
Wigwamhotel, dus daar zijn we ook even wezen kijken, alleen kijken
want slapen deden we op het OK RV Park,LLC. Vandaag zijn we dus niet
veel verder gekomen, maar het was wel weer erg mooi.
*
20 maart: Holbrook, Arizona – Flagstaff, Arizona
Goed geslapen vannacht, we stonden vroeg op
dachten wij. Maar in werkelijkheid was het nog vroeger, want Arizona
doe niet aan zomertijd. Daar kwamen we achter toen we bij de
receptie kwamen om de gratis koffie met muffin op te halen voordat
we weggingen. Het was dus niet kwart voor 9, maar pas kwart voor 8,
weer een uur gewonnen. Dat betekent wel dat ik vanmorgen om 7 uur al
onder de douche stond, had ik dat geweten…
Na de White Saloon, de dino’s, de
muurschildering en het postoffice op de foto te hebben gezet zijn we
weer de Interstate opgegaan richting Winslow. Dat is een stadje, of
eigenlijk piepklein dorpje, waar nog veel historische dingen staan.
Zo is ’t railway station en het Posada hotel ernaast gebouwd in 1887
in haciëndastijl. Dat wilde ik graag zien. Het station wordt niet
langer gebruikt, maar het hotel is nog helemaal mooi en er wordt nog
steeds gebruik van gemaakt. Hierna zijn we de Interstate opgereden,
dat kon niet anders want de route loopt hier over de Interstate. Op
naar Meteor Crater. Hoewel wij dachten dat ‘even’ te doen, denken ze
daar hier heel anders over. Natuurlijk is er weer een loket en moet
je $15,00 per persoon betalen om er een blik op te werpen. Je krijgt
dan wel een stukje film te zien,een museum over meteoren en het
heelal en waar in de wereld nog meer kraters zijn. En dan kun je
eindelijk naar buiten lopen om de krater te bewonderen. Ja, het is
wel wat je, je er bij voorstelt. Groot, kaal, lege randen en erg
diep. De diameter is 1,2 km en hij is 173 meter diep. Mar helaas mag
je er niet in, alleen over de randen kijken. Het is wel bijzonder om
een keer gezien te hebben, maar ze slaan er wel weer een slaatje
uit. Maargoed we hebben het gezien. Toch weer langer doorgebracht
dan de bedoeling was.
Er staat een behoorlijke wind, de man bij de
ingang vertelde ook dat er een storm overtrekt. Daarom waait het
hier zo, maar verder kwam er goed weer aan, dat hoorde ik vanmorgen
weer van een vrouwtje in de restrooms, toen we ons allebei een
beetje toonbaar maakten voor de spiegel. Ze verstond dat we uit
Hollywood kwamen terwijl ik Holland zei. Zij kwam uit Tuscon en deed
de route van noord naar zuid en wij van oost naar west.
In elk geval reden we dus met veel wind naar
Flagstaff. De San Francisco Mountains komen steeds dichterbij. Je
ziet hier weinig meer dan een paar paarden die in de velden staan te
grazen.Vlak voor Flagstaff rijdt je ineens tussen de pijnbomen en
wordt het landschap opeens een stuk vriendelijker.
Bij Winona eraf gegaan en dan rijdt je
eigenlijk door een leuke buitenwijk richting Flagstaff. Alleen net
voor Flagstaff zijn wij een stukje rechtsaf gereden de 89 op naar
Sunset Crater en Wupatki ruïns. Dit is een National park waar je een
leuk rondje kunt rijden, en deze keer de krater van een vulkaan kan
bewonderen. Deze uitbarsting heeft tussen 1040 en 1100 na Chr.
plaatsgevonden, en hoewel de krater zelf niet zo indrukwekkend is,
is ’t pad waar de lava heeft gestroomd en alles meenam dat des te
meer. Het ziet eruit alsof het gister gebeurt is, het is dat er al
behoorlijk grote groene bomen tussen staan, anders zou het echt
gister gebeurt kunnen zijn. Heel bijzonder, je kon er ook een
wandeling op maken. Intussen was de zon achter de wolken verdwenen
en had ik bij ’t beklimmen van de kraterwand alleen maar een T-shirt
aan. Deze keer was ’t vest eroverheen nog niet genoeg. Bij de
lavastroom vroeg een vrouw of ze ons samen op de foto moest zetten
toen ik mijn camera pakte. Zij kwam oorspronkelijk uit Chicago en
woonde nu in Phoenix. Ze had route 66 als honeymoon gedaan lang
geleden toen de Interstate er nog niet lag en Nederland kende ze ook
wel. Ze had 3 jaar in Duitsland gewoond toen haar man daar
gestationeerd was. Amsterdam had ze gezien en ze hadden ook een
tijdje in Soesterberg gezeten. Tenminste dat begrepen wij uit haar
verhaal.
Dus toen ze ons op de foto zette zei ze: eins,
twei, drei…. Er zit toch niet zoveel verschil tussen Nederland en
Germany/Duitsland? Nou….
Toen kwamen haar kleinkinderen er weer aan
lopen en zijn wij een stukje het lavapad opgegaan. Wat foto’s
gemaakt en toen weer verder gereden. Na nog een paar mooie
uitzichten was ’t toen wel weer afgelopen met het spectaculaire
uitzicht. Omdat de lucht nu een heel ander gezicht liet zien, zijn
we weer doorgereden. Na het blauw met af en toe een wolkje was de
lucht nu donkergrijs. Dat stak wel weer mooi af tegen het gele
prairiegras waar af en toe de zon nog op scheen. Nog even gestopt
bij het Wupatki National Monument dat is een park waar ruines staan
van de Wupatki Pueblo die hier minder dan 800 jaar geleden was, toen
was het de grootste in de omgeving. Er stond nog aardig wat
overeind, maar dat kwam ook omdat er veel gerestaureerd was/wordt.
Toen terug naar de snelweg richting Flagstaff
want dat moet een gezellig “Down Town” hebben. Door de harde wind
gingen we niet harder dan 45 miles per uur, dat was aanzienlijk
langzamer dan de rest van het verkeer. Ondertussen hadden de San
Francisco Mountains zich in regenwolken gehuld. In het centrum liet
het zonnetje zich gelukkig weer zien maar het was nog steeds erg
fris, zeker vergeleken met wat wij gewent zijn. De laatste dagen
zijn we gewoon verwend. Morgen naar de Grand Canyon wordt het weer
lange broek en dikke trui ipv korte broek en T-shirt.
En inderdaad, ’t is een gezellig binnenstadje
met kleine winkeltjes en galeries, een kerk en een station, wat ook
gelijk een soort museum was. Dat er een station was en dus een trein
hebben we geweten, we hebben 2 keer voor de trein moeten wachten en
die zijn hier best lang.
In een heel vrolijke galerie heb ik 2 kaarten
gekocht van een kunstenaar die ze samen met zijn 6 jarige dochter
maakt.
Zij had zulke opmerkelijke uitspraken dat hij
ze samen met haar heeft uitgewerkt en samen maken ze nu
schilderijen. Het is een heel bont en vrolijke galerie, ’t sprak mij
wel aan, maar het herhaalde zich soms wel. Als je de straat verder
uitloopt is bij een parkeerplaats ook opeens een muurschildering te
zien van hun. Grappig!
Na nog wat rondgelopen te hebben zijn we naar
de camping gegaan, Greer’s Pine Shadows. En we gaan vroeg slapen
want morgen willen we veel doen, en naar Monument Valley en naar de
Grand Canyon en dan daar overnachten is ’t idee.
We zien wel!!
*
21 maart: Flagstaff, Arizona – Grand canyon, Arizona
Vanochtend om half 6 ging de wekker, want we
hadden een druk programma. Eerst naar Monument Valley , vanaf
Cameron nog 88 miles, en dan terug bij Cameron de 64 op en dan de
Grand Canyon bekijken. Het had geregend vannacht want daar werden we
allebei wakker van. Maar toen ’t licht begon te worden leek ’t mee
te vallen, wel weer wolken om de bergen heen, maar verderop lijkt
het helder te zijn. Wel mooi om de zon op te zien komen. Maar hij
verdween al snel achter (toch) een wolkendek. We zijn allebei nogal
benieuwd naar Monument Valley dus de reis erheen, ±2 uur, is ’t wel
waard. Langzaam begint het landschap te veranderen, de grond wordt
rozer van kleur, we rijden ook een stuk door Painted Dessert, dus
dat klopt wel. Dan is het één rechte weg met weinig variatie. Dit is
het gebied van de Navajo-indianen. Dat ligt niet alleen erg
afgelegen van alles het is ook erg arm. Veel mensen wonen er in
kleine huizen of caravans. Op de borden langs de weg kun je lezen
dat hier de ‘code-talkers’ vandaan kwamen. Je rijdt door Tuba-city,
daar is dan wel een Western-Inn en een eettentje hier en daar,
verder is er weinig te beleven. Het landschap wordt hier wat
heuvelachtiger en de heuvels zelfs wat groener. Dan krijg je een
afslag met allemaal benzinestations en ook wat huizen. En dan rijdt
je zo Monument Valley in.Wat iedereen wel kent van de westernfilms
want die zijn allemaal hier opgenomen. Daarom hadden we ook het idee
dat een veel groter deel van Arizona er zo uit zou zien. En dat we
het vanzelf wel op de route tegen zouden komen, maar dat is dus niet
het geval. Het begint met hier en daar een rare berg die opeens uit
het niets een beetje verloren in het landschap staat. En dan zijn ze
er ineens. Het bekende beeld,dat je overal tegenkomt. Wij hebben het
Capitoolboek er even bij gepakt om te kijken vanaf welk punt de foto
op de keft genomen is. Dat is dus “vanuit” Utah gezien. We zijn er
omheen gereden een paar mile Utah in hebben we dat ook gezien en
toen weer terug. Je merkt wel dat we zo vroeg in het seizoen zitten.
Overal staan een soort houten schuurtjes waar de indianen hun
spullen te koop aanbieden, maar veel daarvan stonden er nu nog leeg.
Bij ’t uitkijkpunt waar wij stonden was helemaal niemand en dan ziet
het er nogal desolaat uit. De zon wilde niet echt koen dus heb ik
‘ze’ in pasteltinten op de foto gezet, de bergen. Toen weer aan de
lange weg terug begonnen. Bij Cameron nog even snel water,sinas en
een hapje tussendoor gehaald en toen eindelijk de 64 op naar de
Grand Canyon. Al vrij snel komt er een bordje met daarop ‘scenic
view’ dus daar maar heen gereden. En dan begint het moois dus al, en
we zijn nog niet een in het park. Met hekjes is afgezet waar je een
mooi uitzicht hebt en het is hier al diep. In de diepte zie je ook
de ‘Little Colorado’ rivier lopen, en dat stelt inderdaad niet
zoveel voor, denken wij. Bij een ander uitzicht komen we andere
Nederlanders tegen die een rondrit vanuit San Francisco doen met de
auto. Zij waren al in Las Vegas geweest en vanochtend heel vroeg
naar de Grand Canyon gereden vanuit Williams , wij doen dat precies
andersom. Zij waren nu op weg naar Monument Valley en wij naar de
Grand Canyon. Poosje staan kletsen, hij was hier al vaker geweest en
gaf ons nog wat tips waar we zeker moesten gaan kijken. Toen naar de
ingang gereden en meteen daarna heb je al een parkeerplaats om te
gaan kijken. En je weet echt niet wat je ziet!
Het is zo groot en je kijkt zo ver echt
ontzettend mooi. Hij is nog groter dan je, je voorstelde. Je hebt er
genoeg uitkijkpunten, maar er zijn altijd mensen die ergens anders
op ’t uiterste puntje van een rand willen gaan kijken. Daar waar
geen hekken staan, je ziet er genoeg. Zo rijdt je van uitkijkpunt
naar uitkijkpunt, bij één zo’n punt was een trail naar beneden. Dat
zijn we een stukje naar op gelopen, of beter gezegd af gelopen want
het ging zo hier en daar heel erg steil naar beneden. En de paden
zijn niet echt breed en over het algemeen zonder hekje erlangs. Je
kijkt hier zo een paar honderd meter naar beneden. Je moet hier dus
geen hoogtevrees hebben. Hoewel wij vonden dat we een aardig stukje
naar beneden gelopen hadden, was het aan de omgeving nog niet te
zien. Per jaar moeten er ongeveer 250 mensen gered worden uit de
canyon, in de meeste gevallen is dat door oververhitting en
uitdroging. Het kan hier ’s zomers behoorlijk heet worden en beneden
zijn er geen voorzieningen, je moet zelf je eten en drinken
meenemen. Nu wordt het in maart nog niet zo heet. Overal wordt je
gewaarschuwd dat je, je niet moet vergissen in de afstanden die je
loopt. Je moet namelijk ook weer terug! Vanaf de South Rim, waar wij
de Canyon inkijken, kijk je ongeveer 1500 meter naar beneden en dat
‘lullige’ riviertje (de Colorado) wat je daar ziet lopen is
gemiddeld 90 feet (oftewel ±30 meter) breed! Van boven lijkt het
alsof hij niet snel stroomt, maar hij stroomt 4 miles per uur, dat
is ongeveer 6,5 km per uur. Weet eigenlijk niet of dat echt snel is
of niet.
Ondertussen was het al eind van de middag en
zijn we naar een campingplaats gereden, het Trailer Village Park in
het Grand Canyon park zelf. Toen we incheckten bleek dat we de
laatste waren, de camping was vol. Hebben wij even geluk! Anders kun
je nog rondjes gaan rijden op zoek naar een camping, en dan moet je
dus het park uit. Vanaf de camping gaan elk kwartier shuttlebussen
en die brengen je overal heen. Dus de camper neergezet, warme
winterjassen aangedaan en naar de bushalte want de zon ging bijna
onder. En dat wilde wij wel even zien natuurlijk. Het is inderdaad
bijzonder. Iedereen gaat op de rotsen staan of zitten, en dan is het
kijken en wachten, Foto’s maken en wachten. Maar wel bijzonder mooi,
hoop dat de foto’s goed gelukt zijn.
Ondertussen was het wel behoorlijk koud
geworden en ging de zon echt onder. Niet te beschrijven zo mooi.
Daarna nog wat heen en weer gelopen en weer terug naar de bus, ’t
laatste stukje in het donker gelopen naar de camping. Natuurlijk
weer geen zin om aardappelen te koken/bakken dus vandaag vlees op
brood met soep, wel lekker!
*
22 maart: Grand Canyon, Arizona – Las Vegas, Nevada
Het zonnetje scheen toen we wakker werden, maar
koud dat het was. En het waaide ook behoorlijk. We wilden een stuk
langs de rand van de Canyon gaan lopen, dus met winterjassen aan
naar het Village gereden en daar begonnen. Het is zo mooi als je
naar de Canyon loopt en langzaam het uitzicht voor je ziet opdoemen.
We konden wel een stuk gaan lopen omdat er pendelbussen rijden die
je verder of terug naar het beginpunt. Wij hebben een stuk gelopen
tot Hopi Point, het punt dat je de ‘andere’ kant van de Canyon
inkijkt, en daar konden we meeluisteren met een gids die daar ook
stond met z’n groep. Hij vertelde dat de rivier nu koffiekleurig
was, maar dat hij normaal groen is. Meestal veranderd het van kleur
als er bijvoorbeeld een storm is geweest, maar dat was niet zo.
Waarschijnlijk was het doordat de sneeuw die smelt de Little
Coloradoriver in was gestroomd en dat neemt de Coloradoriver dan
weer mee. Weten we dat ook weer.
Daarna zijn we terug gegaan want het was alweer
12 uur. Dus in de camper en eerst nog even boodschappen gehaald.
Toen richting Williams gereden en daarna naar Las Vegas. En dat is
nogal een stuk. Toen we er weggingen was ‘t boven de Canyon was het
nog mooi en zonnig maar bij ons begon het nu donkerder te worden, en
ja hoor daar was-ie dan onze eerste hagelbui. Gelukkig veranderde
dat toen we voorbij Williams waren. De bomen verdwenen weer en de
prairie kwam weer tevoorschijn en ook de zon kwam weer terug. Denk
dat de wolken om de bergen blijven hangen. Maar wij vonden het niet
erg om de zon weer te zien. Toen via de originele 66, via Peach
Springs en nog wat kleine plaatsjes, naar Kingman gereden. Het
landschap is hier zo kaal en op de Black Mountains zie je ook echt
helemaal niets groeien. Peach Springs stelt ook helemaal niets voor,
en dat merk je al doordat er geen reclameborden langs de weg staan.
Hier wonen veel natives, en die zijn niet zo rijk, 65% van de
bevolking is werkloos en leeft van de voedselbonnen. In een heel
klein gedeelte stonden wat mooie gebouwen met bloeiende bomen, dat
maakt ’t meteen een stuk vriendelijker. Maar daarna was het weer
kale woestijn.
Voordat je bij Kingman komt veranderd dit
echter de eerste huizen die je ziet hebben zowaar bomen in de tuin,
en veel ook. En het eerste plaatsje heeft ook bomen en dat is een
raar gezicht zo midden in het niets. Eigenlijk op een kale vlakte
zie je opeens een plaatsje met bomen, schoolbussen die rijden,
eigenlijk opeens weer wat leven. Er is zelfs een golfbaan….groen. In
Kingman precies hetzelfde dus ik denk dat ze al het groen zelf water
geven, anders kan het nooit zo groen zijn.
Toen de 93 opgedraaid, weg van de route 66 naar
Las Vegas. Net buiten Kingman zagen we een bordje met “next service
75 miles” dus toch maar even gekeerd om te tanken. Anders staan we
zo in de middle of nowhere.
Na een heel stuk vlak wordt het opeens
heuvelachtig nog steeds kaal, ’t is net een maanlandschap waar je
door rijdt. En toen moesten we stoppen voor een politiecontrole. Ze
wilde de hele camper even bekijken, waarschijnlijk in verband met
terrorisme, we gingen namelijk bijna de ‘Hooverdam’ over. Die is wel
indrukwekkend hoor. Echt enorm. Even foto’s gemaakt. Het is hier ook
plotseling een stuk warmer geworden, iedereen loopt in zomerkleding.
Onze truien kunnen wel in de kast nu want het is opeens zomer, echt
heel raar. Toen we bijna in Las Vegas waren zagen we de eerste
palmbomen! Via de luxe buitenwijken komen we Las Vegas inrijden en
alles is schoon en goed onderhouden. Hier wonen dan ook niet de
armste mensen. En er worden nog steeds nieuwe luxe wijken gebouwd
want overal kom je bouwterreinen tegen. Wij wilde zo dicht mogelijk
bij de ‘Strip’ staan, waar alles is, maar hadden er geen rekening
mee gehouden dat iedereen dat wil. En dus staat er bij veel
campings: No Vacancy. Oops, we hadden niet gereserveerd en waar wij
wilde staan was de receptie al dicht. Het was inmiddels al kwart
over 7, maar dat verwacht je niet hier. Dus maar het telefoonnummer,
dat bij de advertentie stond,geprobeerd en inderdaad geen plek! Maar
we konden Arizona’s Charlie’s Boulder Hotel & RV Park nog proberen,
die zit iets verderop en had gelukkig nog een plekje voor 1 avond.
Echt een opluchting, we zijn eerst gaan douchen en hier heb je niet
een badhokje maar een hele badkamer tot je beschikking,WOW. Dit is
nog eens wat anders dan de meeste campings die we gehad hebben.
Daarna zijn we in het restaurant van het casino uit eten geweest,’t
is er niet zo duur, maar je wordt behandeld alsof het zeer exclusief
is allemaal. Ze komen je eten op een roltafeltje brengen en de kok
komt zelf tot 2 keer toe vragen of alles naar wens is. Alleen
dachten wij dat ze net als de rest van Las Vegas de hele avond open
bleven, maar ze gingen om 10 uur dicht. Alleen het café gedeelte
bleef open, dus moesten we nog dooreten ook. We hadden goulashsoep
en hadden daar al snel spijt van want die vulde enorm. Daarna kregen
we een bord eten, daar had zelfs Marco het moeilijk mee. En toen had
ik nog een toetje besteld, natuurlijk. We zaten echt vol!
We dachten dat we vlakbij Fremont street en de
‘Strip’ waren dus dachten we er gewoon heen te lopen. Maar de toren
en de lichtbundel leken maar niet dichterbij te komen. Op straat
werd het steeds stiller ipv drukker. En er liepen types rond die het
er niet veiliger op maakte. De campings waren allemaal verdwenen, we
liepen nu nog langs een benzinestation en nog 1 groot hotel met een
casino. Toch maar daar heen gelopen en het aan de taxichauffeur
gevraagd. Die moest lachen om ons plan. A. het was te ver. En B. we
kwamen ongeveer door het slechtste, onveiligste deel van Las Vegas.
Dus maar ingestapt en inderdaad het werd steeds stiller op straat.
En opeens 2 politiewagens aan de kant van de weg die bezig waren met
een aantal mensen. Hij vertelde ook, toen we 2 jongens netjes zagen
wachten voor een rood voetgangerslicht, dat je opgepakt wordt als je
door rood licht loopt. Je ging dan de gevangenis in of kreeg een
bon, dit deden ze om hun omzet te halen en omdat ze dealers niet
kunnen oppakken als ze, ze niet zien dealen. Maar als ze vastzitten
kunnen ze wel uitzoeken wat ze nog meer op hun kerfstok hebben.
Tijdens de rit zei hij nog: je kunt wel gaan lopen, maar ik weet
niet of je ook aankomt. Na wat we gezien en gehoord hadden waren we
blij dat we niet het hele eind (we hebben er nog zeker een kwartier
overgedaan met de taxi) verder zijn gelopen door deze wijk. We
werden afgezet bij Fremont street, daar is de straat overdekt met
een halfrond plafond van tv-schermen, die helaas alleen overdag aan
bleken te staan. Verder natuurlijk veel casino’s en eettentjes. En
een paar jongens die met spuitbussen in een paar minuten hele
schilderijen in elkaar toverden. Echt knap.
Natuurlijk zijn we ook het casino ingegaan, we
wonnen wat en verloren dat ook weer natuurlijk. Hebben er wat
gedronken en nog wat gepokerd, toen hadden we het wel gezien.
Volgens ons kaartje liep de ‘strip’ langs Fremont street, dus daar
wilde we even heen lopen, maar weer zagen we geen drukke straat en
dus maar snel terug. Het lopen hadden we wel afgeleerd. Blijkbaar
loopt de ‘Strip’ niet helemaal langs Fremont street. Ondertussen was
het ook al half 2 geweest en zijn we met de taxi weer teruggegaan
naar onze RV. We stonden midden in de schijnwerpers en echt rustig
was het ook niet waar we stonden, maar blijkbaar slaap je overal als
je moe bent, we gaan morgen wel de ‘Strip’ op.
*
23 maart: Las Vegas, Nevada – Needles, Californie
We waren om kwart over 7! al wakker, ’t
zonnetje scheen, maar we wilde nog helemaal niet wakker worden en
konden het tot kwart over 9 uit houden. Toen zijn we maar gaan
ontbijten en richting de ‘Strip’ gereden.
Het wordt al behoorlijk warm, en inderdaad moesten we nog een aardig
stuk rijden voor we er eindelijk waren. De toren was ook veel verder
dan we dachten. In ’t donker lijkt alles dichterbij als het licht
geeft blijkbaar. We hebben op ‘t ‘Frontier’ parkeerterrein de camper
gezet. Er stond wel een bordje ‘No RV’s’, maar we zijn het binnen
gaan vragen en toen mochten we hem in een hoekje achterin waar nog 2
grote auto’s stonden parkeren. Aardig en ’t kost hier niets. Als je
het casino maar bezoekt natuurlijk. Dit deden wij niet, wij zijn
gaan lopen en eindelijk waren we er. En het is inderdaad
indrukwekkend, en dat is overdag al zo. Veel winkels en casino’s die
er alles aan doen om je binnen te halen. Niets is te gek. Van
Caesars Palace, wat Rome moet voorstellen, inclusief Trevifontein
tot New York met Vrijheidsbeeld en Parijs met de Eiffeltoren, alles
kom je tegen aan deze straat. Ook de beroemde fontein die normaal
altijd aan staat, en allerlei vormen maakt. Maar helaas was hij nu
uit, wij zijn er even bij blijven kijken, omdat ze er met een bootje
en mensen in duikpakken bezig waren. Opeens gingen ze weer weg. En
ja hoor, de installatie werd in werking gezet en op de tonen van
‘Viva Las Vegas’ begon de fontein water te spuiten. En hoog! ’t Kwam
boven het hotel uit!
We zijn een uur heen en een uur terug gelopen
en ik kreeg spijt dat ik niets had gegeven aan een zwerver die er op
de grond zat. Hij had op een bordje geschreven: Grateful for
everything, God bless. En ik dacht, op de terugweg geef ik wel wat,
maar hij zat er niet meer.Waarschijnlijk weggestuurd. Verdomme, ik
moet ook niet wachten als ik iets wil. Nou baal ik er enorm van.
Marco heeft nog schoenen gekocht, die hier een
stuk goedkoper zijn dan in Nederland. Maar nog steeds aardig prijzig
en dan kan er toch ook wel $1,- vanaf voor iemand die’t echt nodig
heeft, vind ik. Of meer.
Maar de ‘Strip’ is echt overweldigend, en leuk
om een keer gezien te hebben. Maar ook erg druk, en zo’n
tegenstelling met waar we vandaan komen dat ik eigenlijk wel blij
was toen we Las Vegas weer uitreden. Terug door de woestijn naar de
route 66, we slaan maar een klein stukje over.
We zijn tot Needles gereden want we moesten
weer tanken, en hier is de benzine voor ’t gemak $1,- duurder,
Welcome to California!
We staan op een kleine camping ‘Rainbow Beach
Resort’, voor de verandering, aan de Coloradoriver! En die stroomt
snel hier, nu zie je pas hoe groot hij werkelijk is, en wat een
vaart die heeft. En hier is-ie blauw en helder geworden. Echt mooi.
We kwamen aan maar er was niemand bij de receptie, dus we waren al
bang dat ze dicht waren. Maar er kwam een jongen naar ons toe die
iemand ging zoeken voor ons, gelukkig. Ze waren open, en we kregen
ook een plaatsje aan de rivier. Binnen hingen allemaal foto´s van
Nederland dus we vroegen of ze daar op vakantie was geweest. Ze was
naar Nederland, Ierland en Schotland op vakantie geweest. En het was
de vakantie van d´r leven geweest zei ze. En dat hebben wij nou
andersom.
*
24 maart: Needles, Californie - Hesperia, Californie
Vandaag om half 8 opgestaan. Op de één of ander
manier kunnen we hier niet uitslapen. En vooral ik val om 10 uur ’s
avonds al om van de slaap.
Tuurlijk was het weer mooi weer, we hebben nog
even aan de rivier gezeten, eendjes gevoerd, van ’t zonnetje
genoten. En zijn toen om half 10 weer gaan rijden. Een stukje de I40
op en toen bij Essex weer de originele route gereden, door de
woestijn een stuk van de Interstate vandaan. En dat komt niet veel
voor, zorg wel dat je tank vol zit want je komt er weinig tot geen
tegen tot aan Newberry Springs. Wij zijn bij Ludlow weer de
Interstate opgegaan, omdat je er anders echt naast rijdt over niet
al te goed asfalt. Bij Barstow hebben we inkopen gedaan en scones
gegeten, en zijn we weer de originele route naar Victorville gaan
rijden. Je komt door een paar kleine plaatsjes, maar ’t stelt weinig
voor. In Victorville zijn we naar ’t route 66 museum en giftshop
geweest, en dat is de laatste op de route. Een heel enthousiast
vrouwtje heeft ons geholpen en we hebben er nog een route 66 bordje
gekocht.
Aangezien het nog niet zo laat in de middag
was, dachten we dat we San Bernardino makkelijk zouden halen. En dan
in een mooi State Park zouden overnachten bij Lake Arrowhead. Dus
wij vol enthousiasme erheen, bij San Bernardino de bergen in en we
slingerde algauw naar 4000 ft., toen ik even de ‘Woodalls’ erbij
pakte om te kijken waar ‘t nou precies was. En toen las ik ook dat
allebei de campings pas in mei opengaan!! Dus wij gvd weer de berg
af, de Interstate op en naar Glen Helen Regional Park, stukje terug
en die was ook dicht! Dus nog verder terug en in Hesperia hebben we
er gelukkig 1 gevonden, Dessert Willow RV Resort, die hadden genoeg
plaats, want de volgende camping is pas bij Santa Monica. En daar
gaan we morgen heen, onze laatste dag van Route 66.
*
25 maart: Hesperia, Californie – Malibu, Californie
Redelijk vroeg opgestaan om aan ’t laatste stuk
van de reis te beginnen. Eerst weer de Interstate gepakt en bij San
Bernardino de Foothil Blv. opgegaan. Dan is ’t een heel stuk op
die boulevard rechtdoor blijven rijden, door best nette woonwijken
heen. Gelukkig waren de supermarkten wel open deze zondag want we
hadden per ongeluk zuur brood gekocht, en dat was echt niet te eten,
dus moesten we nog even ‘gewoon’ brood halen. Gelukkig hadden ze
dat.
Bij Pasadena zijn we even van de route afgegaan
even een uurtje naar de Botanische tuinen van Huntington, met museum
en bibliotheek. Maar wij kwamen eigenlijk alleen voor de tuin, de
Art-gallery was helaas gesloten. Nou ’t was wel een mooie tuin hoor,
of eigenlijk meer een park met allerlei thema’s. we begonnen bij de
rotstuin en hoewel je die in Nederland ook wel heb is het hier toch
anders, de cactussen zijn veel groter. En ook andere soorten. Het
begon alweer lekker warm te worden. Toen zijn wij naar het Japanse
gedeelte gelopen, daar was ook een heel mooi huis bij gemaakt en
alles toont heel sereen en rustig. Daarna via de Australische tuin,
waar eigenlijk niet te veel aan was, naar de Jungletuin die weer erg
mooi was, en dan was ons uurtje eigenlijk allang weer voorbij, want
we moesten verder.
Nog wel een boek over cactussen gekocht bij de
‘bookstore’ . In de camper even lekker brood klaargemaakt en toen
weer verder gereden.
Eigenlijk wordt de wijk langzaam anders, steeds
minder villa’s en meer minder dure huizen. Bij Colorado Blv.
moesten we naar rechts Sunset Blv. op en wat later begint dan Santa
Monica Blv. en kon ik eindelijk de wegenkaart wegleggen, dachten
we.
Eigenlijk begint de Blv. in een soort Spaanse
wijk, die niet echt rijk is en daal je langzaam naar beneden. In de
verte zie je dan de letters ‘Hollywood’ al op de berg staan. Wel
heel leuk, maar ik dacht dat we nog wel wat dichterbij zouden
komen. We komen ook wel dichterbij maar dan kun je de letters niet
meer zien. Dus de camper in een zijstraat geparkeerd en teruggelopen
naar de plaats waar ik dacht ’t gezien te hebben. Was toch stukje
verder, maar de letters staan op de foto. Ook dacht ik dat we
ondertussen wel bijna bij de ‘Walk of Fame’ zouden zijn, en daar
wilde we ook even gaan kijken, maar die kwam maar niet. Dus gekeerd
in Beverly Hills en een ouder echtpaar aangesproken. Nadat ze
uitgelegd hadden waar het was zei ze: Maar jullie zijn nu toch ook
in een beroemde wijk? Ja dat wisten we, maar ja wat moeten we
daarmee? Maargoed we moesten een heel stuk terug rijden inderdaad
via Sunset Blv. en weer een zijstraat in en dan is daar Hollywood
Blv. Eigenlijk liggen ze parallel aan elkaar. Lang zoeken kan hier
ook niet, want als je te vaak heen en weer rijdt kun je daarvoor
vervolgt worden, gezellig. En op Hollywood Blv. vonden we eindelijk
de ‘Walk of Fame’. Bleek dus vlakbij waar we daarvoor geparkeerd
hadden om die letters op de foto te zetten, handig!
Het werd steeds drukker op straat en je zag
opeens ook verklede mensen en hekken. Het waren de voorbereidingen
voor een filmpremière, welke konden we niet goed zien. Maar de helft
van de straat voor de rode loper was afgezet, en overal stond
beveiliging. Dus vanavond zouden er waarschijnlijk wel sterren
komen. Toen zijn we weer verder gereden, weer richting Beverly Hills
waar ’t steeds rijker en rijker wordt en dan krijg je en gedeelte
met vooral bedrijven. Het laatste stuk is opeens weer wat drukker,
en je rijdt zo tegen de zee aan. Daar zijn we uitgestapt om even ’t
strand van Santa Monica op te lopen. Het is toch bijzonder, omdat ’t
ergens zo bekend is allemaal uit series en films. Even wat foto’s
gemaakt en rondgelopen en toen de CA-1N (de beroemde Highway 1)
genomen langs de zee naar Malibu, waar we zouden overnachten op een
staatscamping. Die we weer niet konden vinden. Er stond 5 miles in
de Woodalls en dat hadden we allang gereden, maar geen staatscamping
te zien. En er was er nog wel 1 dichterbij, maar die was tussen $45
en $60, en dat vonden we een beetje te gek. Dus weer op de kaart
gekeken, maar inderdaad we moesten nog iets verder rijden, en dan is
het aan de rechterkant van de weg. We hadden niet gereserveerd maar
dat bleek alleen nodig voor de vrijdag- en zaterdagavond, nu was er
gelukkig plek zat. Het was een grote ruime camping met veel bomen
en privacy, plekken met bankjes en gelukkig een fire-ring, waar
Marco de laatste houtblokken in op heeft gebrand. Eerst zijn we nog
even op het strand wezen kijken, over de rotsen geklommen naar een
heel klein strandje, maar daar zaten vooral stelletjes die privacy
wilde, dus maar weer terug geklommen. Het koelde snel af dus terug
naar de camper, waar ik aan het eten begon en Marco aan het vuur.
Het was een mooie avond, met een heldere sterrenhemel en de halve
maan rechtboven ons waardoor het niet echt donker werd, en er
allemaal zilveren vlekken tussen ’t bladerdak door op de grond
verscheen. Lekker thee en koffie met mindere donuts (waren droog)
gegeten, en gewacht tot het vuur alleen nog maar gloeide. Koffers
ingepakt, die bijna niet dichtgingen, en toen naar bed gegaan.
*26
maart: Malibu, Californie – Los Angeles, Californie – Boskoop,
Nederland
Vandaag terug naar huis
L. Zelfs het weer is
treurig. Ongelooflijk zo snel als het is gegaan, maar het zit er
echt op en dus de tanks geleegd en op weg naar Road Bear. Daar
moeten we ongeveer 10 uur zijn want de shuttle naar het vliegveld
vertrekt om 11 uur. Onderweg op het industrieterrein nog benzine en
gas getankt. En daarna de camper ingeleverd, uiteraard moeten we het
lampje, dat onderweg gesneuveld is, betalen. Maar de rest is in
orde. Nadat ook de andere mensen klaar waren zijn we weggebracht
door een medewerkster van Road Bear. Door de drukte kwamen we
ongeveer half 1 aan op Los Angeles International Airport, we vliegen
pas om 18.00uur, dus dat is vroeg zat. Inchecken dus en …….. toen
was Amanda’s koffer zoek. Door een misverstand hebben wij iets fout
gedaan, en nu dus lichte paniek. Gelukkig wilde een
Airportmedewerkster ons helpen en na ± ¾ uur kwam het blijde
nieuws: koffer gevonden en onderweg naar het vliegtuig! Dus nu
kunnen we echt inchecken, en nog wat gegeten en gedronken, en toen
wachten, want heel veel is hier niet te beleven. Eindelijk mochten
we aan boord en na een rustige vlucht kwamen we aan op Schiphol,
waar Richard en Marco’s moeder al staan te wachten voor het laatste
stukje van ons avontuur, terug naar huis. Daar liggen de poezen ons
licht beledigd op te wachten.