Zondag 27 juni Baarlo - Brussel
Maandag 28 juni Vlucht Brussel –
Londen - Halifax
Dinsdag 29 juni Nova Scotia: van
Halifax naar Charlos Cove (Marine drive)
Woensdag 30 juni Nova Scotia: van
Charlos Cove (Marine drive, oostkant Bras d’Or Lake drive)
naar North Sydney: Ferry naar Port aux Basques, Newfoundland.
Donderdag 1 juli Newfoundland: van
Port aux Basques naar St John’s
Vrijdag 2 juli Newfoundland:
St. John’s en het Witless Bay Ecological Reserve
Zaterdag 3 juli Newfoundland:
van St. John’s naar Branch (via Irish Loop drive)
Zondag 4 juli Newfoundland:van
Branch (Cape St. Mary’s Ecological Reserve) naar Port
Blandford
Maandag 5 juli Newfoundland: Port
Blandford – Elliston – Twillingate
Dinsdag 6 juli Newfoundland:
Twillingate
Woensdag 7 juli Newfoundland:
Twillingate – Deer Lake
Donderdag 8 juli Newfoundland: Deer
Lake – Gros Morne National Park – Cow Head
Vrijdag 9 juli Newfoundland:
Gros Morne National Park – Steady Brook
Zaterdag 10 juli Newfoundland:
Steady Brook – Port aux Basques
Zondag 11 juli Ferry Port aux
Basques – North Sydney (Nova Scotia)
Maandag 12 juli Nova Scotia: North
Sydney – Dingwall
Dinsdag 13 juli
Nova Scotia: Dingwall – South Haven
Woensdag 14 juli Nova Scotia: South
Haven- Antigonish
Donderdag 15 juli Nova Scotia:
Antigonish- Tidnish Crossing
Vrijdag 16 juli Nova Scotia:
Tidnish Crossing – Truro
Zaterdag 17 juli Nova Scotia: Truro
– Deep Brook
Zondag 18 juli Nova Scotia: Deep
Brook – Digby Neck – Deep Brook
Maandag 19 juli Nova Scotia: Deep
Brook – Liverpool
Dinsdag 20 juli
Nova Scotia: Liverpool – Dartmouth (halifax)
Woensdag 21 juli Nova Scotia: Halifax,
en ’s avonds vlucht naar huis.
Zondag 27 juni 2010:
Van Baarlo naar Brussel, the Pullman hotel.
We gaan dit jaar voor het eerst naar het oosten van Canada. De
afgelopen jaren zagen we het westen van Canada en Amerika. Nu staan
Newfoundland en Nova Scotia op ons programma. De route hebben we
zelf in elkaar “geknutseld”. Hiervoor hebben we wel de nodige boeken
gelezen en veel op het internet rond gesnuffeld.
Tegen de avond rijden we naar Brussel. Het is niet druk op de weg,
alleen op de ringweg bij Brussel is ’t even wat drukker door
werkzaamheden. Ons navigatiesysteem leidt ons met gemak naar ons
hotel in Brussel. Onze keuze is op het Pullman hotel gevallen omdat
zij een 24-uurs shuttleservicedienst hebben. Het ligt een kleine 10
minuten van het vliegveld af.
We krijgen kamer 107 toegewezen. Deze ligt op de begane grond en via
de balkondeur kun je het zwembad bereiken. Het is een ruime kamer
met een mooie badkamer. Allerlei toiletartikelen staan klaar voor
ons. In de kast vinden we badjassen en slippers.
Het gebruik van de minibar is gratis. Hierin staan alleen softdrinks.
Verder staat er een nespresso-apparaat voor koffie, en kun je er
thee maken. Theezakjes kun je bij balie van de receptie ophalen. Ook
liggen er koekjes voor ons klaar.
Bij inschrijving worden we door een vriendelijke dame geholpen. We
vragen om transport naar de luchthaven morgenochtend. De shuttlebus
zal om 4.45 uur voor ons klaarstaan. Vooraf zal er ’n klein
ontbijtje in de hal worden klaargezet voor vroege vogels zoals wij.
We laten onze auto hier staan tot donderdag 22 juli. We hebben een
park-stay-fly arrangement geboekt. Kosten 87 euro voor een
overnachting en 10 dagen gratis parkeren. Daarna kost parkeren 5
euro per dag. Gewoonlijk betaal je 14 euro per dag.
Het Pullman beschikt over een Grandcafé waar we ’s avonds dan ook
een maaltijd bestellen. Het ziet er chic uit, maar gelukkig kun je
er ook een gewone kipburger eten. Superlekker, en met een hele
krokante korst. We krijgen er vlaamse frieten en een salade bij.
We hebben nog tijd genoeg voordat we moeten gaan slapen. Er is
ruimte om de voetbalwedstrijd Argentinië – Mexico te bekijken; de
wereldkampioenschappen voetbal zijn 2 weken geleden gestart. We
zullen er waarschijnlijk niet zo heel veel meer van zien, maar
misschien laten ze in Canada wel
’s avonds wat samenvattingen zien.
Om 22.00 uur liggen we in bed. Morgen een nieuwe dag!
Maandag 28 juni 2010:
Vlucht SN 2091 7.15 uur van Brussel naar Londen, en daarna door naar
Halifax om 10.05 uur.
Om 3.45 uur gaat de wekker. Nog helemaal dronken van de slaap staan
we op, douchen we ons en gaat ons avontuur beginnen.
Het “vroege vogel – ontbijt” staat helaas niet klaar, en we moeten
het doen met een kopje koffie/ thee.
De chauffeur van de shuttlebus is er wel, en hij brengt ons op de
afgesproken tijd naar de luchthaven.
Het is rustig bij Brussels Airlines, en we kunnen al snel inchecken.
Om 5.30 uur zitten we al aan de thee/koffie en de croissants. Het
boarden begint pas om 6.45 uur, dus hebben we alle tijd. We bekijken
de mensen die aan ons voorbij lopen. Zoveel verschillende culturen
en typetjes. Altijd weer een lust voor het oog, en een goede
attractie waardoor de tijd in een mum voorbijgaat.
De vlucht naar Londen Heathrow vertrekt volgens plan om 7.15 uur en
verloopt voorspoedig. De controle door de douane gaat ook soepel.
Onze koffers zijn doorgelabeld naar Halifax, dus daar hebben we in
Londen geen omkijken meer naar. In Londen moeten we wel van terminal
1 naar terminal 3. Hiervoor moeten we de shuttlebus nemen, maar deze
verschijnt al heel snel. Als we bij terminal 3 aankomen zoeken we
het bord waarop de gates voor vertrek staan vermeld. We zijn verrast
als we zien dat achter het vluchtnummer naar Halifax staat vermeld
dat de gate pas om 10.40 opengaat. We zouden toch om 10.10 uur
vliegen??????
Helaas blijkt onze vlucht vertraagd, en zien we pas een uur later
dat we om 11.40 uur kunnen boarden. Uiteindelijk gaan we om 12.15
uur de lucht in.
Om 15.15 uur (in Nederland is het 5 uur later) zet de piloot het
vliegtuig in Halifax aan de grond. De regen valt met bakken uit de
lucht. De temperatuur is 15 graden.
De Boeing 747-300 is snel leeg. Als we door de controle van de
douane heen zijn (en dat duurde ongeveer 45 minuten), loopt de
bagageband al, en zien we onze koffers voorbij komen. Snel halen we
ze van de band en lopen richting Alamo, het autoverhuurbedrijf. Al
jaren hebben we goede ervaringen met deze maatschappij.
We vinden Alamo aan de andere kant van de weg. We krijgen een Nissan
Maxima mee, met
18250 km op de teller. We verlaten het vliegveld en begeven ons op
weg naar Dartmouth, een plaatsje in de buurt van Halifax. Voor de
route maken we gebruik van de eerder gedownloade routebeschrijving
op Google Maps.
Het regent onderweg nog steeds, en we hopen dat daar snel
verandering in gaat komen. We vinden de “Slayter House B&B” met
gemak. De B&B ligt in een rustige omgeving aan het randje van
Halifax. Je bent zo in de stad, maar je hebt de rust van een dorp.
We worden opgewacht door Peter Freeman. Hij wijst ons snel de weg in
het huis, want hij moet helaas gaan werken. Slechts 2 dagen geleden
kreeg hij te horen dat hij vanavond nog naar Toronto moet om daar
enkele dagen les te gaan geven.
Zijn vrouw en zoon zijn in Europa en verblijven op dit moment in
Praag. Duizend-en-een excuses krijgen we te horen. Wij vinden het
geen probleem. Peter heeft geregeld dat er morgenochtend iemand voor
het ontbijt komt zorgen, en afrekenen doen we de volgende keer maar.
Onze laatste nacht in Canada verblijven we hier namelijk ook. Peter
vertelt dat er nog een koppel in het huis verblijft, maar dat we die
waarschijnlijk morgenochtend pas zullen zien.
We krijgen de sleutel van het huis en onze kamer, en nadat Peter
heeft uitgelegd waar we wat kunnen eten gaat hij weg, en verlaten
wij ook het huis om een hapje te eten bij Fan’s, een chinees
restaurant.
Daar worden we hartelijk ontvangen en vernemen we dat Queen
Elisabeth van Engeland momenteel enkele dagen in Halifax is. Ze
vinden het geweldig.
Het eten smaakt voortreffelijk, maar het tempo waarin alles gebracht
wordt overtreft zelfs het Amerikaanse tempo tijdens vorige reizen.
We hebben de springroll nog niet op of de soep komt er al aan. De
soep is nog niet op of de groenten, rijst en de beef staan al op
tafel. 30 minuten later staan we alweer buiten!! Alles gehad wat we
besteld hadden. We rijden terug naar Slayter House. Het is nog
steeds niet gestopt met regenen.
Morgen gaan we beginnen aan de “Marine Drive”. We rijden dan
naar het oosten, richting Charlos Cove. We hopen dat het weer gaat
veranderen, en dat het beter wordt dan vanmiddag. We sluiten de dag
af. We zijn al bijna 24 uur op.
Dinsdag 29 juni 2010:
Van Dartmouth naar Charlos Cove (marine drive)
We staan rond 7.30 uur op na een goede nachtrust. Het is inderdaad
een hele rustige wijk waar de B&B staat. Geen auto voorbij horen
komen vannacht (of hebben we niets gehoord omdat we zo moe waren?)
We hoeven niet op pad voor een ontbijt. Het eerste jaar voor ons
waarin we B&B’s in onze reis hebben opgenomen. We zijn heel benieuwd
hoe ons dat gaat bevallen.
Josh en Laura, vrienden van de Freeman’s zijn al druk bezig met de
voorbereidingen van het ontbijt als we de eetkamer binnen lopen. We
maken kennis met elkaar, en zien dan ook het andere koppel.
Het is gezellig aan tafel, en Josh en Laura zorgen voor een heerlijk
ontbijt.
Rond 9.30 uur verlaten we Slayter House. Het is droog, 18 graden en
er hangt mist. We rijden vanuit Dartmouth naar het oosten en volgen
de route van de “Marine Drive”. Onze eerste stop is in Tangier. We
zetten onze auto neer aan de oever bij Prince Alfred Memorial Arch,
aan Mason’s Point road. Hier genieten we van het uitzicht. We
laten een berichtje achter in het gastenboek dat in een “Amerikaanse
brievenbus” ligt.
Hierna rijden we verder naar het oosten. We volgen de Highway 7 en
komen aan in Spry Harbour. We volgen de borden naar het Taylor Head
Provincial Park. We vinden een zandstrand, prachtige
grasduinen en (zilvergrijs gekleurde) plantjes. We volgen het pad
over de houten vlonder naar zee. Het waait en is bewolkt. Op het
strand is niemand te bekennen. Om ons heen horen we overal het
“gefluit” van de squirrels. We zien ze onder de vlonders wegschieten
en later zien we hoe ze brood uit de vuilnisbakken halen. Het is hen
gelukt om gaten te knabbelen in de deksels van de bakken, waardoor
ze toch aan het weggegooide eten kunnen komen en het eruit kunnen
halen. Het is een schattig gezicht, maar het zal toch echt niet de
bedoeling zijn dat zij het voedsel van de mens nuttigen.
Vanuit Spry Harbour rijden we richting Sheet Harbour. Bij het McPhee
House zetten we onze auto neer en maken een wandeling lang de West
River. Het water heeft een roestbruine kleur, en de vissers langs de
oever vertellen ons dat dit komt door de mineralen die zich in het
water bevinden.
We zien de Eagle Bridge die over de West River hangt. Hij verbindt
de beide oevers met elkaar. Je kunt er alleen lopend overheen.
Daarna opnieuw de auto in. We rijden naar Port Dufferin. In het dorp
staat op een bord bij een restaurant de mededeling dat de
eerstvolgende eetgelegenheid op een uur afstand ligt. We hebben
honger en besluiten om hier dan maar even aan tafel te schuiven. Het
restaurant ligt aan een meer. We hebben een prachtig uitzicht. Er is
ook een schattig winkeltje bij met souvenirs: zelfgemaakte sieraden,
schilderijen, en foto’s van waterdruppels. We bekijken het geheel,
maar nemen niets mee.
De Marine Drive voert ons langs prachtige baaien en vergezichten. De
weg echter is niet overal even goed. Regelmatig vergelijken we de
wegen met de wegen in het voormalig oost Duitsland, net na de val
van de muur. Soms zijn er meer gaten dan asfalt.
De bezienswaardigheden/parken liggen bijna allemaal een stuk van de
hoofdweg af. Meestal moeten we eerst een stuk gravelweg afrijden
voordat we bij het gewenste punt uitkomen.
Vanuit Port Dufferin rijden we richting Port Bickerton Lighthouse,
gebouwd in 1910. Het is nu een soort museum. We krijgen een kleine
rondleiding, en beklimmen de steile trap naar de zolder. Daar
genieten we van het mooie uitzicht. Het zonnetje laat zich vanmiddag
uitbundig zien.
Hierna vervolgen we onze route op de Marine drive. We nemen de
cable-ferry die Port Bickerton verbindt met Isaac’s Harbour, een
oversteek van 760 meter. Voor 5 dollar wordt je overgezet.
Na de oversteek rijden we richting Charlos Cove. We verblijven daar
in de “Seawind Landing Country Inn”. We vinden de country inn in de
“middle of nowhere”, op het einde van een zandweg. Maar het is
prachtig gelegen aan de kust. De eigenaar is nog druk bezig met een
grote verbouwing. Hier en daar is het even behelpen vertelt hij,
maar dat geldt meer voor henzelf dan voor de gasten.
We krijgen de sleutel van onze kamer. Hij is ruim en mooi. Ook hier
heerst rust.
Het is nog steeds droog, dus we besluiten om het pad naar de baai te
nemen. Een hele zwerm muggen begeleidt ons. Van dat gezoem word je
maf. Het uitzicht over de baai is heel mooi. Vooral nadat heel
voorzichtig de zon wat in de zee is gaan zakken. Dit maakt de
omgeving wat spookachtig, omdat je hier en daar alleen nog contouren
ziet. Heel apart.
We krijgen honger, en eten in de Country Inn. Ze kennen daar wel de
prijzen, maar het eten is verrukkelijk. Om een uur of 9 duiken we
het bed in. We moeten nog even wennen aan het ritme.
Woensdag 30 juni 2010:
van Charlos Cove (Marine drive, oostkant Bras d’Or Lake drive) naar
North Sydney. Ferry naar Port aux Basques, Newfoundland.
Het heeft geregend vannacht. Buiten is alles nat, en over het water
hangt een dikke nevellaag. Hopelijk lost die op vandaag. We blijven
namelijk langs de kust oprijden gedurende het eerste deel van onze
route vandaag. Als de mist/nevel blijft hangen zien we niets van de
omgeving. En dat is natuurlijk niet onze bedoeling.
Het eerste plaatsje waar we stoppen is Guysborough. Eerst lopen we
even binnen bij het visitor center annex bibliotheek. Hier is
gelegenheid om even te mailen. Daarna rijden we door naar het
haventje. Deze ligt geheel in mist gehuld. Een aantal mensen staan
aan de kade te wachten op de “lobsterboat”. We praten een tijdje
met hen, en ze vertellen dat vandaag het lobsterseizoen eindigt. Ze
kopen de verse kreeft, direct van de visser. Rond de 4,5 dollar per
pond. Niet echt duur. Het uitzicht is beperkt. Hier en daar zien we
in de mist een bootje voorbij varen, maar heel ver kunnen we niet
kijken. De nevel maakt de wereld om ons heen heel klein.
We verlaten het dorpje en houden dan de route aan die door Port
Shoreham en Sand Point gaat. Hier en daar is de lucht helder en
kunnen we een eind van ons af kijken, maar op andere gedeeltes van
de route zitten we weer in de mist. Bij Mulgrave komt eindelijk de
zon door. We zien dat hier de industrie de kop opsteekt. Zonde van
het landschap, maar er zal ergens geld mee verdiend moeten worden.
We volgen de Highway 16, een weg die veel beter is dan die van
gisteren. De Canso Causeway verbindt het vaste land met het
schiereiland waarop ‘t Cape Breton Highland National Park ligt. Dit
park bezoeken we pas over een kleine 2 weken als we terugkomen van
Newfoundland.
Als we de brug overrijden zien we voor ons het bord “Welcome tot
Cape Breton Island”. Dat is aardig van hen!
We rijden richting Port Hastings en dan houden we de Highway 4 aan
naar St. Peter’s, bekend als de “Gateway to the Bras d’Or Lake”. St.
Peter’s ligt op een punt waarbij zich aan de ene kant de Atlantische
Oceaan bevindt, en aan de andere kant het Bras d’Or Lake. Het St
Peter’s Canal verbindt deze beide wateren met elkaar. Ook hier zien
we ‘n aantal vissersboten aan de kade liggen, van waaruit verse
kreeft wordt verkocht.
In het water zwemmen meerdere roze kwallen rond. Een prachtig
gezicht, zeker als de zon er even opschijnt. Soms lijken ze net op
UFO’s, ze lijken op te lichten in de zon. Na een tijdje lopen we
terug naar onze auto en gaan op weg naar de overkant van het St.
Peter’s Canal. Daar bevindt zich het Battery Provincial Park, waarin
’t St. Peter’s Lighthouse staat. Het uitzicht is heel erg mooi, en
het is er heel erg rustig.
Dan gaan we verder via de oostkant van ’t Bras d’Or Lake, (Bras d’Or
lake scenic drive) richting Irish Cove, waar we langs de weg
genieten van het mooie uitzicht bij de Bras d’Or Lake lookoff. Het
is inmiddels echt zonnig en zelfs 19 graden. Het is een prachtige
weg tot East Bay; veel variatie in de omgeving. De weg loopt dichter
langs het meer dan tijdens de Marine Drive. Onderweg komen we
prachtige vergezichten tegen; vooral als je van grote hoogte naar
beneden rijdt. Dan zijn de uitzichten echt op z’n mooist. Helaas
kunnen we nergens langs de weg even de auto kwijt om mooie plaatjes
te schieten. Ze mogen hier wel wat parkeerplaatsen aanleggen vinden
we.
Tussen East Bay en Eskasoni is de weg echt toe aan een opknapbeurt.
Heel veel gaten in het wegdek, waardoor het rijden minder soepel
verloopt. Je moet erg opletten, want voor je het weet rijd je door
een gat. Via Grand Narrows rijden we naar North Sydney. Rond een uur
of 5 in de middag komen we daar aan. We zien de ferry al liggen in
de Marine Atlantic terminal. Wat een groot schip!!!
Voordat we er naar toe rijden eten we eerst een hapje.
Om 19.00 uur melden we ons bij de ticketbalie van Marine Atlantic
voor onze overtocht naar Argentia, gelegen aan de oostkant van
Newfoundland. De auto nemen we mee. We hebben in januari in
Nederland al de overtocht gereserveerd. Dit kan via hun website.
Bij de balie vernemen we dat de ferry ons niet naar Argentia zal
brengen maar naar Port aux Basques, de 2e plaats in
Newfoundland waar de ferry’s naar toe varen! Deze terminal ligt
echter in het zuidwesten van Newfoundland!!!! 900 km van St. John’s
vandaan.
Of we dat al gehoord hadden, vraagt het mannetje aan de balie ons.
“Neeeeeeeeeeeeeeeeeeee dus”. Tja, de ferry tussen North Sydney en
Argentia blijkt motorproblemen te hebben. Dit betekent dat ze de
tocht met een duur van 12-14 uur niet kunnen maken. Er moeten wel
een heleboel mensen over naar het eiland, dus is er voor gekozen om
iedereen via de korte route (= North Sydney naar Port aux Basques)
over te zetten. Dit is een vaart van 6 uur.
Dat betekent kort door de bocht: vertrek om 21.30 uur en aankomst
rond 4.00 uur vannacht ipv 14.00 uur morgenmiddag aan de andere kant
van het eiland.
De kosten van deze overtocht komt voor rekening van Marine Atlantic.
Van de eerder geboekte overtocht naar Argentia is er al een
terugstorting gedaan op onze creditcard wordt ons gemeld. We krijgen
hiervan een bewijs mee. Zijn benieuwd of dat inderdaad gebeurd is.
We vertrouwen er maar op dat het zo zal lopen zoals gezegd wordt.
Tja en daar sta je dan en moet je keuzes maken. We hebbeen de
motels, hotels en B&B’s voor Newfoundland op voorhand al geboekt, en
onze terugtocht naar Nova Scotia staat gepland vanuit Port aux
Basques.
Alles omboeken, en de laatste dag op het eiland 900 km terugrijden
of morgenochtend de TCH 1 op en doorrijden totdat we in St.John’s
zijn, want daar staat het eerste hotel dat we geboekt hebben.
Gelukkig verblijven we daar wel gedurende 2 nachten. We kiezen voor
de laatste optie.
We rijden naar St. John’s!
Om 20.30 uur mogen we de ferry op, en worden we naar het autodek
geloodst. We nemen onze rugzak met toiletartikelen erin mee naar
binnen, en zoeken al snel onze slaapplek op. We hebben een
“dormitory sleeper” gereserveerd. Een stapelbedje in een slaapzaal.
De enige privacy die je hebt is een wand langs 3 zijden van je bed.
Wij liggen voor aan de deur. Iedereen komt dus bij ons langs. Het
licht gaat pas tegen de nacht op een waaklicht over.
Donderdag 1 juli
2010:
van Port aux Basques naar St John’s
Om 3.00 uur roept de kapitein om dat we over een uur aan land gaan.
Heel langzaam staan we op, poetsen onze tanden, en gaan op zoek naar
wat eten en drinken.
Om 4.00 uur ligt de ferry in de terminal en mogen we naar onze
auto’s terug. Het verlaten van het ferry is goed geregeld.
Verkeersregelaars geven duidelijke richtlijnen welke rijen er eerst
uit mogen. Het schip moet tenslotte wel in balans blijven!
Dan zijn wij aan de beurt. Het is nog donker buiten en we volgen de
rode lichtjes van de auto’s voor ons richting de Trans Canada
Highway 1 (TCH). Hier en daar zien we mistvelden over het water
hangen. In de schemer die langzaam opkomt, zien we de contouren van
de Long Range Mountains. Echt heel mooi om te zien.
Na een half uur rijden komt de zon op. Nog nooit zo’n grote gouden
bol gezien! Het is eigenlijk onmogelijk om veilig te rijden, zo
verblindt die zon. Zelfs met de zonnebril op moet je nog met je ogen
knijpen. Gelukkig is het na 15 min. voorbij.
We stoppen om 6.30 uur bij een parkeerplaats in Deer Lake. Er ligt
een Tim Hortons (soort Bakker Bart), maar deze gaat pas om 7.00 uur
open. We lopen wat over de parkeerplaats. Onze benen zijn stijf van
het zitten in de auto. We kijken met verbazing naar alle auto’s die
rond 7.00 uur de parkeerplaats oprijden, richting de “drive thru”
van Tim Hortons. Ongelofelijk hoeveel auto’s we aan het loket zien
tijdens de 30 minuten die we binnen zitten. Je vraagt je af waar ze
allemaal vandaan komen. Het zijn er tientallen.
Het is goed weer om te rijden. Niet te warm, niet te koud, geen
regen.
Onderweg wisselt de natuur zich af, en zien we hier en daar al de
richting aangegeven naar de motels/hotels/B&B’s die we geboekt
hebben. Het is fijn om te zien dat deze info al langs de weg op
borden staat aangegeven.
Ook zien we 4x een moose langs de weg staan. Gelukkig waren er
vanochtend geen op de weg toen we in het donker en later in de
schemer aan onze tocht begonnen. Je zult zo’n beest voor je wagen
krijgen!
Tegen 16.00 uur komen we in St. John’s aan. We verblijven in het
Extended Stay de Luxe hotel. We worden welkom geheten door een
stagiaire, die later belt om te horen of alles naar wens is.
We krijgen in kamer in de “kelder”. Een gedeelte van de kamers ligt
namelijk op niveau -1. Dit stoort niet; er is een lift naar beneden,
en de kamer heeft voldoende daglicht. Er zijn 2 grote ramen in de
kamer. Het is een suite, waarin ook een keukentje met fornuis,
koelkast en magnetron.
Heel netjes.
We gaan op pad en vinden in het winkelcentrum een chinees
restaurant. Hier maken we gebruik van het buffet. Nog nooit zo’n
mooi en smakelijk buffet gezien. Echt super lekker en vers.
Om 19.00 uur zijn we terug in het hotel. Om 20.00 uur gaat het licht
uit. De dag is lang genoeg geweest.
Vrijdag 2 juli 2010
St. John’s en het Witless Bay Ecological Reserve.
We hebben de hele nacht geslapen en worden om 8.15 uur wakker. In
het hotel kunnen we gebruik maken van een ontbijt. Ook hier (net als
voorgaande jaren in Amerika ) plastic bestek, bekers en borden. Je
kunt wat toast maken, een bagel nemen of een wafel bakken, en er
staan wat sapjes.
Het vult echter goed genoeg.
Na het ontbijt trekken we onze wandelschoenen aan en lopen vanuit
het hotel de straat uit. We moeten een flink eind naar beneden
lopen. Het is hier net een kleine versie van San Francisco. Allemaal
straatjes die steil naar beneden lopen. Kleurige huisjes fleuren de
omgeving op.
We gaan op zoek naar het visitor center. We vinden het aan
Waterstreet, en worden geholpen door een heel aardige jonge meid. Ze
geeft ons een plattegrond mee, en we nemen lopend de route richting
de “Signal Hill National Historic site”. De plek heeft deze naam
gekregen omdat men vanuit dit punt altijd de schepen binnen zag
komen. Door middel van signalen met vlaggen werd dit dan aan het
stadje doorgegeven.
Je kunt via 2 routes Signal Hill bereiken. Rechtstreeks via de
“Signal Hill road”, of via “the Battery road” een wandelpad langs
de kliffen. Wij lopen de route via de Battery Road. Hier en daar
heel steil omhoog over de weg, dan weer over een houten trap die er
voor zorgt dat je op een korte afstand een heel stuk hoger komt. Op
een gegeven moment kom je dan uit op de Signal Hill Road. We zien de
Cabot Tower al vanuit de weg liggen. Het is nog een hele steile
tocht naar boven. Geen treetjes in de buurt. Vanuit Signal Hill
hebben we een prachtig uitzicht over het stadje, de haven en de
kustlijn.
Aan de overkant zien we de Amherst vuurtoren liggen. Deze kun je
bereiken door de Harbourside trail North te lopen.
De zon breekt langzaam door, waardoor de wereld er ineens weer heel
anders uit ziet. De ochtend is heel guur/koud geweest en er was veel
bewolking.
We verblijven geruime tijd op Signal Hill, en lopen er een trail.
Aan de andere kant blijkt deze op Battery Road uit te komen. Het is
een pittige route, en we vragen ons af wat al die hardlopers die we
zien, aanzet tot het rennen van deze route.
Om een uur of 4 zijn we terug in het hotel. We willen nog naar het
Witless Bay Ecological Reserve. Als we vandaag gaan hebben we
morgenochtend wat meer ruimte.
We rijden naar Bay Bulls en vernemen dat de boot van 16.30 uur uur
eerder is vertrokken, maar de dame aan de balie vertelt erbij dat
aan de overkant nog een boot vertrekt rond 18.00 uur. Het is wel aan
te bevelen om een jas mee te nemen, want het koelt ’s avonds erg af.
We rijden naar de andere kant van de haven, en stoppen bij het
restaurant/kantoor/ winkel van Gatherall’s Puffin & Whale watch
tours. We kunnen nog mee met de tour van 18.00 uur. Dit betekent dat
we wel nog een uur moeten wachten. Niet erg, het restaurant is open
en daar brengen we het uur door.
Rond 18.00 uur legt de catamaran aan voor de nieuwe tocht over het
water. We kunnen snel aan boord en blijken maar met 10 personen te
zijn. We varen het water op en de schipper stuurt de catamaran naar
’t “Ecological Reserve”. Dit vogelreservaat is gelegen tussen
Witless Bay en Bauline en bestaat uit 4 eilanden: Gull Island, Green
Island, Great Island en Pee Pee Island.
Er is ook nog een 5e eiland in de omgeving, maar dat
wordt door boeren tijdens de zomer gebruikt om er hun schapen te
laten grazen. Dit eiland wordt Ship Island genoemd.
De schapen worden er in de lente met een boot naar toe gebracht, en
verblijven er de hele zomer. In de herfst worden ze van het eiland
afgehaald.
Voor de eilanden stopt de catamaran een korte tijd, maar je komt
niet dicht genoeg bij om echt mooie foto’s te kunnen maken. We maken
er wel een heleboel en kijken thuis wel wat er bruikbaar is.
Het is koud op de catamaran en het wordt nog kouder als de zon gaat
zakken. Gedurende de 2 uur durende tocht zien we slechts 1x een
Minke whale. Een jonge baldeagle vliegt over een van de eilanden
waarop de puffins (papegaaiduikertjes) verblijven. De hele meute
wordt opgejaagd door de eagle. Een kabaal dat die beesten maken!
Bij Green Island bevindt zich een vogelkolonie van met name
stormvogeltjes. Een stank komt er vandaan. Afschuwelijk!!. De geur
blijkt van de uitwerpselen te komen. Honderden vogels vliegen boven
het water en het eiland. We zijn blij dat we niet geraakt worden
door de uitwerpselen.
Omdat we met zo weinig mensen op de catamaran zitten kunnen we met
zijn allen bij de kapitein in de cabine terecht. Hier is het een
stuk warmer. Het heeft wel even tijd nodig voordat het lijf weer op
temperatuur is (gevoelsmatig). Om 20.15 zijn we terug aan wal. We
moeten nog eten, en we rijden terug naar Halifax. Van het eten
knappen we op.
Om 21.45 uur zijn we terug in het hotel. De lamp gaat al snel uit.
Zaterdag 3 juli 2010:
De Irish Loop scenic drive: van St. John’s naar Branch (via
Ferryland)
We zijn al vroeg op. Om 7.00 uur staan we al paraat. We hebben een
lange route voor ons liggen vandaag. Zo’n 300 km te gaan. Via Google
Maps hebben we de route ingevoerd, en het lijkt een uur of 7 te
duren voor we op het eindpunt zijn. Als je dan nog iets wilt zien
onderweg, moet je op tijd op pad. Het is al prachtig weer. Een graad
of 17 en het zonnetje schijnt volop.
We tanken even en gaan op pad. De benzine is niet duur als je het
vergelijkt met Nederland. 1 liter kost ongeveer 85 eurocent.
We volgen vandaag de Irish Loop scenic drive. Over de Highway 10 en
90. De weg gaat heuvel op en heuvel af. Af en toe is het net een
8-baan. We zien een zeer groene omgeving om ons heen en
heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel veel water.
De Irish Loop brengt ons naar het hart van “Iers Newfoundland’, de
vogelkolonies en de baaien/kliffen en meren.
Bij Ferryland zetten we onze auto bij het visitor center neer en
lopen naar ‘t “Ferryland Lighthouse”.
Onderweg kunnen we de omgeving rustig in ons opnemen: inderdaad veel
kliffen, rotsen en eilandjes her en der verspreidt in het water.
Vogels vliegen op en af; schapen staan te grazen op een onbewoond
eiland in zee. Het is een prachtig gezicht. We genieten op een
bankje bij de vuurtoren van de prachtige uitzichten.
Vice versa is de trail ongeveer 5 km lang, en gaat heuvel op en
heuvel af. We voelen het in onze kuiten, zeker na die trip van
gisteren. Bij Ferryland is het al 21 graden, en de lucht is
blauw-blauw-blauw.
Vanuit Ferryland rijden we richting Cappahayden. Ook hier zetten we
de auto aan de kant en lopen dan richting het water. Verderop zien
we steeds “pluisjes lucht” uit het water omhoog komen. Daar moet dus
een walvis zitten. Diverse malen zien we dat dit tafereel zich
herhaalt, maar de whale komt niet dichter bij.
De omgeving om ons heen verandert tussen Cappahayden en Portugal
Cove. De bomen verdwijnen, en de omgeving wordt kaler. Hier en daar
lijkt het land net op wetlands; dan lijkt het weer op de graslanden
die we gezien hebben tijdens ons bezoek aan de staat Montana in
Amerika. Het groen van het land wordt gemixed met het blauw van de
meren. Er is amper een huis te bekennen.
Bij Portugal Cove zakt de buitentemperatuur enorm. In een paar
minuten tijd gaat de temperatuur van 21 naar 10 graden Celsius en
het wordt bitterkoud. Dikke pakken mist hebben zich over het land en
water uitgestrekt. Als we de bocht naar de westkant nemen klaart het
weer op, en zien we ook dat de temperatuur weer stijgt. Zo gaat het
ook op de kaap tussen Trepassey en St. Vincent’s.
Onderweg zien we 2 caribou’s en een moose. Verder is er geen wild te
zien.
De Highway 10 is een prachtige weg, maar je komt er amper iemand
tegen. Het is net een lange eenzame polderweg.
We vinden de B&B “The Cliffhouse at red Point” in Branch met gemak.
Onze hosts Chris en Priscilla blijken niet thuis te zijn. Aan de
deur hangt een bord met daarop een welkomsbericht. De voordeur is
open, en we kunnen in onze kamer terecht staat erop geschreven. We
hebben de Sunshine Room geboekt, en het is een prachtige ruimte. Het
huis ligt op een klif en vanuit de huiskamer heb je een prachtig
uitzicht over de rotsen en het water. Nadat we onze spullen in onze
kamer hebben gezet besluiten we om naar ‘t “Cape St. Mary’s
Ecological Reserve” te rijden. Daar broeden op dit moment duizenden
paren Jan van Genten ( Gannots). Als we de weg naar het reservaat
inrijden zien we in de verte de mist opkomen. Als we bij het visitor
center aankomen, kunnen we dit amper meer zien liggen.
We durven het pad naar de vogelrots niet te lopen, bang om van een
klif af te donderen.
’s Avonds vertellen we dit aan Chris. Hij blijkt op het reservaat
werkzaam te zijn. We hadden gewoon kunnen lopen vertelt hij, het pad
is ver genoeg van de rand vandaan en voorzien van reflectors. Verder
kun je de vogels bijna altijd zien ook al is het mistig, want de
Birdrock bevindt zich heel dichtbij.
Chris vertelt verder dat juni en juli de “mistmaanden” zijn op
Newfoundland. Op Cape St. Mary’s heb je in juni 21 en in juli 28
dagen mist. De kans is dus klein dat je een heldere dag tegenkomt.
Morgen proberen we het opnieuw.
Zondag 4 juli 2010:
Van Branch naar Port Blandford; bezoek aan Cape St. Mary’s
Ecological Reserve.
We staan rond 8 uur op en buiten schijnt de zon volop. De baai onder
aan de klif is weer zichtbaar. De mist van gisteren is totaal
verdwenen. De thermometer geeft 12 graden aan.
Priscilla vertelt dat Chris al gebeld heeft. Op de Cape is het
helder vanochtend! Er is af en toe een wolkje mist, maar deze trekt
snel over.
We zijn blij met dit nieuws, en gaan nadat we genoten hebben van ‘t
heerlijke ontbijt, op pad. De Cape ligt inderdaad in de zon. Bij het
visitor center horen we de geluiden van de vogels al. We volgen een
trail van ongeveer 1 ½ km. Onderweg neemt het geluid van de vogels
toe en de geur van de vogelmest dringt onze neus binnen. Tjonge wat
een stank! De stank vergeet je direct als je bij de “Bird rock”
aankomt. 50.000 vogels komen ieder jaar rond deze tijd, naar deze
plek om hun jongen te krijgen. De rest van het jaar vliegen ze rond.
We kijken onze ogen uit en de fotocamera’s staan niet stil. Wat een
prachtige vogel is die Jan van Gent. Ze hebben een machtig mooi
koppie en vliegen heel elegant. Een plaatje echt waar.
In de Atlantische oceaan zien we weer regelmatig een pluimpje lucht
omhoog komen. Er zijn diverse humpback whales in de buurt. Math ziet
2x een stukje van een romp, maar meer ook niet. De schipper op de
catamaranboot in Witless Bay had al verteld dat er dit seizoen al
zo’n 50-60 (humpback) whales rond Cape St. Mary’s gesignaleerd waren
door biologen. In de Witless Bay waren er tot op heden minder dan
voorheen. De visjes waarvan ze leven zijn pas net in het gebied
gearriveerd, 14 dagen later dan normaal.
Na 2 uur op de Cape besluiten we om verder te trekken. Tot mijn
grote schrik blijk ik de sleutel van de B&B nog in mijn zak te
hebben. Stom, stom, stom. Gelukkig zijn we er maar 25 km vandaan,
maar we moeten toch even terug. In de B&B staat alles open, maar is
niemand thuis. De sleutel uiteindelijk maar op de slaapkamerdeur
gezet, en vertrokken.
Vanuit Branch nemen we de route weer op van de Cape Shore drive, een
rit over de Highway 100. We volgen opnieuw de oceaan gedurende een
hele tijd en komen uiteindelijk uit op de TCH 1 die het oosten en
het westen met elkaar verbindt. Deze weg kennen we al van afgelopen
donderdag. We rijden door totdat we uitkomen bij het Terra Nova B&B
and Hospitality in Port Blandford. We worden daar door de “lady of
the house” ontvangen. Ze hangt in de zitkamer onderuit in een
loungestoel. Ze staat wel op als we binnenkomen.
Enkele personeelsleden komen op dat moment ook binnen en worden niet
al te vriendelijk te woord gestaan. Tja, we doen het er maar mee.
Onze kamer is simpel ingericht, maar wel netjes.
Morgen willen we naar Elliston op Bonavista Peninsula. Daar bevindt
zich een “puffin site”. Vanochtend hoorden we in de B&B in Branch
van iemand dat de kans groot is dat daar de puffins aan je voeten
staan. We hopen het. We vragen aan de “lady of the house” hoe we
daar het beste kunnen komen. Ze haalt er een boekje bij en wijst ons
de weg: over de Highway 230, dat gaat het snelste.
Het is een route van 124 km enkele reis; ongeveer 1 ¾ uur rijden
volgens Google Maps. We besluiten om het te doen. Als we op tijd
vertrekken kunnen we rond 13.00 uur weer terug zijn in Port
Blandford, en hebben we nog ruimte genoeg om naar Twillingate te
rijden. Op die route hebben we geen stops gepland.
Maandag 5 juli 2010:
Port Blandford – Elliston – Port Blandford – Twillingate
We staan om 7.15 uur op want we willen op tijd op weg naar Elliston.
Als we de luxaflex openmaken zien we dat het geregend heeft. Buiten
ziet het eruit alsof er nog meer regen gaat komen.
Om 8.00 uur zitten we aan het ontbijt, en gaan daarna snel de deur
uit. Het is koel buiten, rond een graad of 12, en in de lucht hangt
volop bewolking.
We zetten koers naar Bonavista Peninsula. Via de Highway 230 rijden
we van Port Blandford naar Letheridge, Trinity, Port Texton en via
de Highway 238 komen we uit in Elliston. Het is daar 9 graden en
mistig.
Bij het visitor center vragen we de weg naar de puffinsite. We
moeten op Mainstreet blijven vertelt de man achter de balie ons, en
dan komen we vanzelf bij de site uit.
Inderdaad. Langs de weg staat korte tijd later een bord waarop de
puffinsite wordt aangegeven. Het is buiten de auto verschrikkelijk
koud. De windjas gaat over het fleecevest aan. De wind heeft vrij
spel over de rotsen en kliffen. We nemen onze camera’s mee en lopen
via de trail naar de locatie waar de puffins zich ophouden. We komen
onderweg een echtpaar tegen die ons de foto’s laten zien van de
papegaaiduikertjes. Ze blijken inderdaad aan “deze kant” te zitten.
Jippie!!! Snel doorlopen!!
En ja hoor, daar zitten ze dan. Ongeveer 25 cm hoog, rode voetjes en
daarbij die rode snaveltjes. Een adembenemende gezicht. Het zijn er
niet zoveel als in Witless Bay, maar ze zijn inderdaad heel
dichtbij.
Het overgrote deel van puffins bevindt zich op een rots aan de
overkant, maar een stuk of 10 puffins bevinden zich op het vaste
land aan onze voeten! Ze zijn prachtig. We maken een heleboel
foto’s. Na 3 kwartier houden we het voor gezien: we zijn door en
door koud, en onze vingers zijn hartstikke stijf geworden door de
gure wind. Maar we hebben geweldige indrukken opgedaan.
We rijden terug naar Port Blandford en nemen dan de afslag naar de
TCH 1 richting Gander. Een mooie weg en een prachtige omgeving.
Bomen, meren en de oceaan vullen de omgeving op.
Bij Gander gaan we de Highway 330 op richting Twillingate.
De weg wordt al snel slechter, vooral na het bereiken van de Highway
340. Daar zitten allemaal gaten in de weg en is “the road under
construction”. Nou, er moet nog heel wat gebeuren voordat ze hier
een goed eind aan gebreid hebben.
Bij het visitor center in Newville stoppen we even om onze emails te
checken, en om te vragen hoe het zit met de ijsbergen in
Twillingate. Helaas blijken er dit jaar géén ijsbergen te zijn. Dat
vinden we heel jammer, want daarom hadden we Twillingate opgenomen
in de route. Bij het visitor center melden ze dat er wel wat
ijsbergen gesignaleerd zijn bij St Anthony (L’Anse aux Meadows),
maar daar komen we niet. Jammer, maar niet getreurd.
Het weer is er vanaf Gander op vooruit gegaan. Er is zon, maar de
temperatuur komt niet hoger dan 15 graden Celsius. Als we in
Twillingate aankomen vertellen de hosts van ’t Rumrunner Roost B&B,
Cynthia en Heiko Banks, dat het hier gisteren 24 graden was. Morgen
gaat het wat regenen.
We wachten het maar af. Tot nu toe heeft het weer er ons niet van
weerhouden om erop uit te trekken. Omdat er geen ijsbergen zijn,
gooien we de plannen om. Morgen gaan we wandelen op Long Point,
boven aan de top van Twillingate Island. Rumrunner Roost is een hele
knusse B&B; een oud huis dat een verfbeurt kan gebruiken, maar de
gastvrijheid is groot. We voelen ons thuis.
Dinsdag 6 juli 2010:
Twillingate
Het heeft vrijwel de hele nacht geregend, en het krijgt zijn vervolg
gedurende de dag. De hele dag valt de regen met bakken naar beneden.
De temperatuur komt niet hoger dan 9 graden Celsius. Omdat het te
nat is om bij Long Point te gaan wandelen gaan we naar het
visserijmuseum Prime Berth en naar de wijnkelders. Rond 14.30 uur
zijn we terug in Rumrunner Roost. Om 16.00 uur moet Nederland
voetballen tegen Uruquay, Ze winnen de halve finale met 3-2.
Morgen vertrekken we naar het westen. Hopelijk is het morgenvroeg
weer droog genoeg om alsnog naar Long Point te rijden, en daar een
flinke wandeling te maken. Daarna rijden we door naar Deer Lake, in
de nabijheid van het Gros Morne National Park.
Woensdag 7 juli 2010:
Van Twillingate naar Deer Lake.
Als we wakker worden horen we buiten de auto’s over een nat wegdek
rijden. Het zal toch niet weer regenen? Als we beneden zijn blijkt
er een klein beetje motregen te zijn, maar na het ontbijt is het
droog. We nemen afscheid van Heiko en Cynthia en rijden naar Long
Point Lighthouse.
Het is nog vroeg, maar we beginnen toch maar aan de trail.
Het uitzicht is prachtig. Bouwvakkers zijn bezig met de restauratie
van het lighthouse en het huis dat ernaast ligt.
1 ½ uur dwalen we over een pad dat over de kliffen loopt. Hier en
daar overbruggen we de hoogte mbv traptreden. Het is een mooie
route. Het blijft droog maar wel koud ( 9 graden). Het zonnetje
probeert heel voorzichtig door het wolkendek heen te breken. Dat
kost heel veel moeite.
Rond 11 uur stappen we in de auto en zetten koers naar Deer Lake.
Over de Highway 340 en de
TCH 1. Prima wegen, weinig oponthoud. De temperatuur klimt omhoog
tot 17 graden. De bewolking blijft toch hangen, maar gelukkig blijft
het droog.
Om 16.00 uur zijn we in Deer Lake. Helaas werkt het internet niet in
het hotel, maar we hebben wel TV waardoor we tweede halve finale van
het WK-voetbal kunnen zien: Spanje - Duitsland. Spanje wint.
Morgen en overmorgen staat het Gros Morne National Park op de
planning. In ieder geval willen we de boottocht maken op Western
Brook Pond, en een aantal trails lopen.
Het weer gaat volgens de berichten flink verbeteren de komende
dagen. We wachten maar af, want we hebben er zelf geen invloed op.
Donderdag 8 juli 2010:
Gros Morne National Park.
Het is droog als we opstaan, maar de lucht bestaat net als de andere
ochtenden uit een groot wolkendek. Rond 9 uur rijden we over de
Highway 430 richting het Gros Morne National Park. Een prachtige
weg, met hier en daar een uitkijkpunt over de meren die de omgeving
een andere kleur geven. Heel af en toe probeert het zonnetje door
het wolkendek heen te breken, maar als we op het einde van de dag de
balans opmaken, blijkt dat wederom niet gelukt te zijn.
We rijden naar Rocky Harbour, want daar kun je bij het Harbour View
motel de tickets kopen voor de boottocht over de Western Brook Pond.
Western Brook Pond is een meer dat 14 km lang is en ‘t heeft veel
van een Noors fjord weg. Er wordt geadviseerd om tickets te
reserveren voor de tocht. We lopen het motel binnen en kunnen
inderdaad nog boeken voor de tocht van 13.00 uur. We moeten hier ook
een parkpas kopen, want anders mag je de boot niet op. De pas is 24
uur geldig. Je kunt ook tickets aan Western Brook Pond zelf kopen,
maar daar kun je alleen cash betalen. Wij vinden de creditcard toch
gemakkelijker. We zijn in totaal 123 dollar kwijt, en hopen waar
voor ons geld te krijgen.
Voordat we echter de boot op kunnen, moeten we vanuit Rocky Harbour
naar de parkeerplaats bij Western Brook Pond rijden. Dan volgt nog
een trail van 3 km, en dan kom je aan bij de aanlegplaats van de
boot. De trail staat genormeerd als een easy/moderate trail, en dat
blijkt inderdaad zo te zijn. We lopen er een uur over, maar dat komt
meer doordat de omgeving onze aandacht trekt.
Onderweg zien we verborgen achter een struik een volwassen moose
staan. Het duurt een hele tijd voor hij opkijkt en we een aantal
foto’s kunnen maken. Verderop staat er nog eentje in het grasland,
maar of daarvan een goede foto is gemaakt, zien we in Nederland wel.
De trail naar Western Brook Pond is prachtig. Je ziet heel duidelijk
hoe moerassig het landschap hier en daar is. Daar hebben ze dan ook
van planken een wandelpad gemaakt, want anders zak je tot je enkels
in de modder. Er groeien prachtige planten in het wild. Zelfs in de
meest natte plaatsen komen er alweer nieuwe blaadjes uit de grond.
Rond 12.15 uur komen we aan bij de pier waar de Westbrook II en III
aanleggen voor de tour. Om 12.45 uur mogen we aan boord en om 13.00
uur vertrekken we. We zitten boven op het dek. In de fjord hangt een
lichte nevel, maar het is een prachtige tocht. Heel groen, hoge
rotsen en hier en daar nog een plekje sneeuw op de hoger gelegen
bergtoppen. De gemiddelde hoogte van de bergen in het Gros Morne
National Park is 700 meter. Niet zo hoog als in de Rocky’s maar toch
indrukwekkend. Tijdens de boottocht zien we enkele watervallen – ook
niet al te hoog- maar ze zijn er. Ook zien we (met gebruik van je
fantasie) “2 hoofden” in de rotsblokken: “Tin man” en een hoofd
dat naar de hemel lijkt te kijken. Op de fotocamera is het beeld
goed waar te nemen.
Om 15.15 uur zijn we terug aan de pier. Heel langzaam komt de mist
opzetten, en af en toe voelen we een druppel regen vallen. We lopen
opnieuw de trail, maar nu richting parkeerplaats. Daar zijn we om
16.00 uur. Het motregent. De lucht boven de Golf of St.Lawrence
trekt helemaal dicht.
We besluiten om naar Cow Head te rijden, naar het Shallow Bay motel.
Morgen willen we enkele wandelingen gaan maken. Hopelijk werkt het
weer mee!
Vrijdag 09 juli 2010:
van Cow Head (Gros Morne NP) naar Steady Brook
Een flinke plensbui maakt ons al vroeg wakker. Een uur later is het
weer droog. Vanuit onze hotelkamer kijken we uit op de Shallow Bay.
Gisterenavond zagen we hoe snel het water tijdens vloed, richting
het hotel bewoog. In korte tijd verdween eb, en hadden we het water
bijna aan het motel staan.
Vanuit het motel rijden we zo’n 25 kilometer noordwaarts, richting
het Arches Provincial Park. Dit ligt aan het water. Een vreselijke
wind belet ons soms om een stap te nemen of blaast ons bijna omver.
We waaien flink uit. Foto’s maken is een hele kunst, door de felle
wind om ons heen.
Vanuit het Provincial Park zakken we af naar het zuiden, richting
het punt waar het scheepswrak van de S.S. Ethie in het water ligt.
We zitten een hele tijd op een aantal dikke stenen te staren naar
het water. Het water klapt hier en daar flink tegen de rotsen aan.
Dit levert een grote hoeveelheid aan waterdruppels op. Heel mooi!
Vanuit de locatie waar de S.S. Ethie ligt vervolgen we onze route
naar de Broom Head trail. Een trail waarbij we gedurende 2 uur
alleen maar geplaagd worden door muggen.
Het blijft de hele dag bewolkt, ook al geeft de thermometer 20
graden aan.
Zaterdag 10 juli 2010:
van Steadybrook naar Port aux Basques.
Als we om 9.30 uur buiten komen is ’t al een graad of 23. Na een
klamme nacht in de B&B, gaat het gevoelsmatig buiten gewoon door.
Het lijkt erop dat het goed weer wordt vandaag. Zou het dan toch
eindelijk eens zomer worden tijdens onze vakantie??
Na nogmaals de emails te hebben gecheckt vertrekken we richting het
“Blow me Down Provincial Park”. We volgen hiervoor de Captain Cook
Drive; 47 km tot Lark Harbour en dan terug richting Cornerbrook. Een
mooie route langs vissersdorpjes, baaien, rotsen en heel veel bomen.
We moeten 5 dollar betalen om het park binnen te mogen, maar dat
vinden we geen probleem. Aan het water zetten we de auto neer, en
lopen vervolgens het pad op naar de Presidential Tower. Het is een
pittige wandeling doordat we eerst een heleboel traptreden opmoeten
om bij de Presidential Tower te komen. Het uitzicht daar is
prachtig; een echte beloning voor alle inspanning.
Helaas begint het lichtjes te motregenen en besluiten we de langere
route die vertrekt vanuit de Presidential Tower niet te lopen. De
terugweg naar de parkeerplaats lopen we via de Governors Cave. Naar
beneden lopen is toch wel een stuk prettiger en gemakkelijker.
We zakken verder af naar het zuiden. Morgen maken we de overtocht
naar Nova Scotia, met de ferry die vanuit Port aux Basques vertrekt.
We hebben voor de nacht een kamer geboekt in het St. Christophers
hotel, vlak bij de ferryterminals gelegen. Het uitzicht vanuit het
hotel is prachtig. Je kijkt weg over zee, en je ziet de “poort” waar
de ferry’s de haven verlaten.
Na het inchecken in het hotel gaan we opnieuw op pad. We rijden
terug naar de Codroy Valley. Een hele mooie route. We zien hier veel
akkerbouw, en er lijkt ook meer veeteelt te zijn. We rijden naar het
Anquille Lighthouse. Daar treffen we voor het eerst Nederlanders
tijdens onze reis. We praten een tijd met elkaar, en daarna nemen we
afscheid van hen. We rijden rustig naar Port aux Basques terug. Hier
en daar zetten we de auto even aan de kant om wat foto’s te maken
van de omgeving. Het einde van het Newfoundland avontuur komt in
zicht. Morgen volgt de oversteek.
Als we opnieuw bij de parkeerplaats aankomen van ons hotel, is het
al bijna donker. Het begint te regenen, en het houdt ook niet meer
op.
Zondag 11 juli 2010:
de overtocht van Port aux Basques naar North Sydney (nova scotia)
Het is bijna niet te geloven, maar de hele nacht heeft het héél erg
hard geregend. Het leek wel alsof de douche de hele nacht gelopen
heeft, zoveel water is er gevallen. Aan een stuk door viel het water
naar beneden.
Als we buiten komen na het ontbijt, zien we overal om ons heen
watervallen naar beneden komen………… en die waren er gisteren echt
niet!
Omdat ons hotel zo dicht bij de ferryterminal ligt hoeven we er niet
zo heel erg vroeg uit. We moeten om 10.00 uur wel al inchecken voor
de overtocht van 12.00 uur. Je moet er 2 uur van te voren zijn! Onze
ferry de “Vision” ligt er al. Na het inchecken moeten we met onze
auto in een rij gaan staan. Iedereen krijgt een rij aangewezen aan
het loket waarin je wachten moet totdat je aan de beurt bent om de
ferry op te rijden. Alles moet natuurlijk goed in balans blijven.
De vrachtwagens gaan er eerst in, dan de passagiers die te voet
zijn, en als laatste zijn de auto’s aan de beurt. Om 11.15 uur zijn
wij aan de beurt.
De “Vision” is een prachtige ferry; veel mooier dan de “Sherwood”
waarmee we onze eerste overtocht maakten. Heel modern en groot. Deze
ferry heeft vroeger in de omgeving van Cyprus gevaren.
We verlaten rond 12.00 uur in de mist en regen de haven van Port aux
Basques. De kapitein laat weten dat we een snelle ferry hebben,
waardoor we rond 16.30 uur aan de overkant zullen zijn.
Na 2,5 uur varen begint de lucht eindelijk wat op te klaren. De
regen vertrekt en ook de mist trekt op. Rond 16.45 uur gaan we aan
land. Het is 26 graden op Nova Scotia en het waait heel erg hard.
Hier en daar komt de zon door. We rijden naar North Sydney, waar we
een nachtje doorbrengen in het “Martin Arms” hotel. Een heel donker
hotel; niet echt aan te bevelen…………. Echt oubollig en er kan geen
raam open. Maar goed dat we hier maar 1 nacht blijven.
Maandag 12 juli 2010:
Oostkant Cape Breton Highlands National Park.
Om 9.00 uur is het al 22 graden en gelukkig is het gestopt met
regenen. De hele nacht ging de ene bui over in de andere bui.
We gaan op weg naar het Cape Breton Highlands National Park. We
starten aan de oostkant van het park bij ’t St. Ann’s hotel en
begeven ons richting Ingonish. We zien veel craftwinkeltjes waarin
zilver, leer, en glaswerk worden verkocht. Ook zijn er veel
slaapgelegenheden onderweg.
Bij Cape Smokey gaan we gedurende 2 km, 221 meter in hoogte naar
boven. We komen uit in een dikke laag mist. Daarom draagt dit punt
ook de naam “Cape Smokey”. Je hebt hier zelden de kans op een helder
uitzicht. Als we het punt voorbij zijn klaart het weer op.
Tussen Ingonish en Neils Harbour vinden we diverse trails. Bij het
visitor center hebben ze ons geadviseerd om de trail naar “middle
heads” te lopen, maar als we onze auto op de parkeerplaats
neerzetten begint de regen met bakken uit de hemel te vallen.
Ongelooflijk hoe hard de regen naar beneden komt. Gedurende 1,5 uur
wordt het niet meer droog.
We nemen opnieuw de auto en lopen op andere plekken een aantal
trails. Een prachtige omgeving met veel kliffen en baaien, en heel
veel groen. We zien enkele baldeagles, Jan van Genten en
aalscholvers. Tijdens de Jack Pine trail zien we een heel mooi
plantje. In canada worden ze “lynches” genoemd. Het heeft veel weg
van een zeekoraal. Het plantje zorgt ervoor dat er ook andere
plantjes kunnen gaan groeien.
We rijden daarna verder, en zien een heleboel houten kerkjes liggen.
Heel lieflijk, maar bijna allemaal toe aan een verfbeurt. Na de
middag klaart het op; geen zon, maar wel droog. Het waait ook hier
heel erg hard. In Nederland zou men van storm spreken.
Vanuit Neils Harbour nemen we de Atlantic scenic route naar White
Point.
We komen uit bij een heel gezellig aandoend haventje met kleurrijke
bootjes. We genieten een poosje van het uitzicht en zetten dan koers
richting de Bay of St.Lawrence.
Helaas zien we daar niet meer dan een klein haventje waar ze lobster
aan het lossen zijn. We keren om en rijden dan naar Dingwall, waar
we een nachtje gereserveerd hebben in “The Inlet B&B”. We worden
hartelijk ontvangen door Ann & Brian Fitzgerald. Ann wijst ons onze
kamer en daarna gaan we in het dorp wat eten.
Brian blijkt vandaag jarig te zijn. ’s Avonds worden we allemaal (er
zijn nog andere gasten) getrakteerd op taart en koffie. Heel
gezellig allemaal.
Dinsdag 13 juli 2010:
Via de westkant Cape Breton Highlands National Park naar South Haven
We nemen vandaag de westkant van het Cape Breton Highlands National
Park. We vertrekken rond een uur of negen vanuit Dingwall, nadat we
eerst genoten hebben van een heerlijk ontbijt in “the Inlet B&B”.
Vader en dochter hadden voor een heerlijke maaltijd gezorgd.
Vanuit Dingwall rijden we terug naar de Cabot trail. Bij Sunrise
stijgt de weg 13% gedurende 3 km, om vervolgens bij Big Innervale
weer 13% te dalen. Een prachtige route.
We stoppen bij McIntosh Brook, en lopen de trail naar de waterval.
De muggen zijn blij dat we er zijn. Vrolijk zoemen ze rond onze
oren, en spelen een spelletje met ons………… De waterval ligt aan het
einde van een wandelpad dat door het bos loopt. We lopen langs een
beekje op; de zon schijnt door de bomen en maakt prachtige
schaduwbeelden op de grond. In de verte horen we het geruis van het
vallende water. De waterval blijkt uiteindelijk helemaal niet zo
groot, maar het blijft altijd een prachtig gezicht om zo’n ding te
zien.
We lopen terug naar de parkeerplaats en koersen richting het Wreck
Cove Point uitzichtpunt. Een prachtige baai, waarin een dikke streep
mist hangt. Het geeft het uitzicht iets mystieks.
Daarna verder naar het zuiden richting “Bog pond”. Hier lopen we
het route rondom het pondje. We zien veel orchideeën, vleesetende
planten en moerasplanten. De Moose die er gewoonlijk ook blijkt te
zijn, zien we helaas niet. Het zonnetje zien we overigens wel volop
deze ochtend. De temperatuur loopt op richting de 30 graden.
Hierna rijden we door naar de parkeerplaats waar de “Skyline trail”
start. Het staat er vol met auto’s, maar we vinden toch nog een
plekje in de schaduw. De trail heeft een lengte van 9 km. Voordat we
bij het begin van de trail aankomen moeten we eerst een pad
bewandelen, daarna komen we pas uit bij het startpunt. We hebben de
keuze: links aanhouden of naar rechts gaan. De trail loopt rond.
Begin en eindpunt komen dus weer bij elkaar uit.
We houden links aan. Een gemakkelijk begaanbaar pad, waar we
onderweg beloond worden met een prachtig uitzicht over de “Gulf of
St Lawrence”. De Cabottrail loopt door het park en langs het water
op. Het is raar dat je daar een uur geleden gereden hebt, en totaal
geen idee hebt hoe mooi die weg eruit ziet. Daarvoor moet je dus een
heel eind omhoog.
We genieten op een bank van het prachtige uitzicht. Helaas zien we
geen walvissen of bald eagles, alhoewel dit wel hun leefgebied is in
deze tijd van het jaar.
Na een rustperiode van 3 kwartier besluiten we om onze benen er maar
weer eens onder te zetten. We nemen de “loop”, dwz we maken het
rondje af, ipv terug te lopen over het pad waarover we gekomen zijn.
Nou dat hebben we geweten. De rechterzijde van de loop is veel
zwaarder. Geen vlak pad, maar gaten in de grond, stenen op de route,
en beekloopjes die ontstaan zijn door regenbuien. Daarbij is het ook
nog erg warm geworden, en is er weinig beschutting. Het valt ons erg
zwaar deze terugtocht.
Maar we redden het. Heel even hebben we gedacht om te keren, en de
andere route op te pakken, maar dan moesten we eerst een heel stuk
terug.
Uiteindelijk denk ik dat we een 14 km gelopen hebben voordat we weer
bij de auto waren. Dat is voor ons een heel eind.
De auto die we vanochtend zo mooi in de schaduw hadden gezet staat
nu pal in de zon. De leren bekleding van de stoelen is
verschrikkelijk heet geworden. Het doet pijn door je broek heen.
De dag is al een heel eind gevorderd en we besluiten richting ons
motel in Baddeck te rijden. Uiteindelijk blijkt het motel niet in
Baddeck te liggen maar in South Haven. We lachen als we zien waar we
uitkomen. Blijkt het ‘t motel te zijn waar we gisteren met de Cabot
Trail gestart te zijn: ’t St. Ann’s motel. Er is toen bij het lezen
van die naam geen belletje gaan rinkelen……………………..
De motelkamers kijken allemaal uit over het meer. Het is een
prachtig gezicht. Op de kamer liggen visitekaartjes met de
opmerking: “St Ann’s motel, a view with a room” en niets is minder
waar!
Een hele schone kamer met een geweldig uitzicht. De ondergaande
zon…………. De blauwe reiger……. Het zeilbootje dat in het midden van
het meer voor anker ligt. Een plaatje!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Woensdag 14 uli 2010:
Van South Haven naar Antigonish (Cape George)
Een heerlijke, rustige nacht achter de rug. Als we de gordijnen
openen zien we wat mist over het meer hangen. Het zeilbootje ligt
nog steeds voor anker.
We gaan eten in het restaurant dat naast het motel ligt. Een
heerlijk ontbijt wordt er voor ons klaargemaakt.
Buiten zien we een bald eagle hoog bovenin een boom zitten, en
kolibries vliegen af en aan.
Vanuit South Haven rijden we richting Wycocomagh, en dan richting
Mabou waar we de Ceilidh trail gaan volgen. Het landschap is hier
anders dan dat we tot nu toe gezien hebben: veel akkerbouw en
veeteelt. De omgeving is ook minder rotsachtig.
Bij Port Hood zetten we de auto op een parkeerplaats en maken een
wandeling door de duinen en over het strand. Er liggen veel schelpen
en schelpdieren. Een steltlopertje loopt vliegensvlug langs het
water op.
Het dagstrand bij Port Hood ligt op een mooie locatie. Even verderop
zien we Port Hood Island. Je kunt er alleen maar met een bootje naar
toe. Er liggen enkele huizen op het eiland die ook nog bewoond zijn.
Het is een mooi gezicht.
Hierna zakken we verder af naar het zuiden om vervolgens via de
Canso Causeway over te steken naar de andere kant van Nova Scotia.
We hebben de keuze uit de “Marine drive” aan de zuidkant of de
“Sunrise trail”. We nemen de laatst genoemde trail. Op onze route
richting Newfoundland zijn we namelijk al over de Marine drive
gereden.
Het weer verandert. Vanochtend was het nog 24 graden en konden we
genieten van heel veel zon. Nu begint het voorzichtig aan te
druppelen, om even later over te gaan in regen. Helaas houdt het
niet meer op gedurende de rest van de dag.
We zijn dan ook vroeg in Antigonish. We kunnen pas na 16.00 uur
inchecken bij “Shebby’s B&B”. Het is een heel groot en statig huis
aan de buitenkant. Later blijkt dat het binnen ook heel groot en
prachtig ingericht te zijn. De regen valt met bakken uit de hemel;
het is vreselijk slecht weer vanmiddag.
We overbruggen onze tijd door op zoek te gaan naar de bibliotheek,
want daar kunnen we gebruik maken van het internet en zitten we
droog. Het duurt een hele tijd voordat we de plek gevonden hebben.
De ingang blijkt verstopt in een zijstraat.
Ook hier moeten we ons even inschrijven in het gastenboek; daarna
mogen we een kwartier gebruik maken van een computer. Snel een
berichtje naar het thuisfront en dan op weg naar Tim Hortons voor
een lekker kopje koffie.
We zien weinig van Antigonish zelf, omdat het weer het niet toelaat
om lang buiten te zijn.
’s Avonds eten bij Bistro Gabrieau. Een echte aanrader!!
Donderdag 15 juli 2010:
Van Antigonish naar Amherst over de Sunrise trail
We rijden vandaag het vervolg van de Sunrise trail en begeven ons
naar het westen. In Antigonish schijnt de zon volop en we rijden via
Morristown en Lakevale naar Cape George, waar het Cape George
lighthouse ligt. Daar lopen we een kleine trail en dan rijden
verder. Als we de kaap voorbij zijn komen we gedeeltelijk in de mist
terecht. Gelukkig verdwijnt deze bij Lismore, en blijft de zon de
rest van de dag bij ons.
De Sunrise trail is een hele mooie route; een gedeelte ervan gaat
door “boerenland”. Akkerbouw en veeteelt wisselen zich af met de
kustlijn van de Northumberland Strait.
Voor het eerst zien we 2 herten in een wei staan. De eerste sinds we
in Oost Canada zijn.
Er staan ontzettend veel huizen te koop langs de kust en we vragen
ons af hoe dat toch komt. Later vernemen we van onze host in de
“Seven Gables B&B” dat de kustlijn ieder jaar 6 feet verder het
land in komt. De huizen komen dus steeds dichter bij het water te
liggen, met alle gevolgen van dien. De huizen worden daardoor ook
nauwelijks/niet verkocht.
Vanuit Cape George rijden we naar Pictou. Een heel kleurrijk
havenplaatsje. We zetten onze auto neer op een parkeerplaats bij het
haventje, en wandelen langs de marina en door downtown. Een leuke
plaats om even een time-out te nemen.
We vervolgen na een uur ons route en gaan richting Balmoral Mills.
Helaas is de watermolen niet in bedrijf. We besluiten om door te
rijden naar Tidnish Dock, maar we kunnen het nergens vinden. De
bezienswaardigheden op het eiland worden slecht aangegeven vinden
we. We zijn het anders gewend in Canada.
Toen door naar Amherst…………………….. en terug. We waren de ‘Seven Gables
B&B” al voorbij zonder dat we het in de gaten hadden. Bleek in een
dorp vóór Amherst te liggen, in Tidnish Crossing (gemeente Amherst).
We worden vriendelijk ontvangen door Terry, onze gastheer, en
krijgen daarna onze kamer te zien.
Dan is er een aardbeiengebakje (aardbeien uit eigen tuin) met
slagroom en thee of koffie erbij. Heel gezellig; ook hier voelt ‘t
als thuis.
’s Avonds zitten we nog een hele tijd op de veranda. We proberen om
de kolibries die af en aan vliegen op foto vast te leggen, maar dat
blijkt een hele kunst te zijn. Ze hebben prachtige kleuren, vooral
de mannetjes. En ze zijn zó snel…………………..ongelooflijk.
Vrijdag 16 juli 2010:
Van Amherst naar Truro via de Fundy Shore Ecotour.
Via Tidnish, Amherst, Joggings naar Cape Chignecto, Advocate Harbour
en Cape D’Or.
In de Chignecto Bay is het eb. Het water is geheel weggetrokken van
de kustlijn. Nova Scotia staat onder andere bekend om zijn grote
contrast tussen eb en vloed. Dit komt 2x per dag voor. Ook de tidal
bore trekt veel toeristen. Hier komen 2 stromingen water bij elkaar,
en botsen als het ware tegen elkaar op. Het is een grote
trekpleister voor mensen die van raften houden. De tidal bore vindt
vandaag echter rond een uur of 4 in de nacht plaats. Wij hopen dan
te slapen!
Bij Advocate Harbour liggen de vissersbootjes op het droge. Ze
zullen moeten wachten totdat het weer vloed wordt, voordat ze op weg
kunnen. We rijden door naar het Cape Chignecto Provincial Park en
lopen daar een trail langs de kust op. Aan het begin van onze
wandeling is het helder weer, maar in de verte komt de mist alweer
opzetten. Het is onvoorstelbaar hoe het weer hier op korte tijd kan
veranderen. Dat zie je in Nederland niet.
Vanuit Cape Chignecto rijden we het hoekje om richting de vuurtoren
Cape D’Or. We volgen een gravelpad waarop ze net nieuwe zand (rood
van kleur) hebben gestort. Een shovel is de zand aan het verdelen.
Onze auto is binnen korte tijd zijn grijze kleur kwijt en is rood
van kleur geworden. Vooral in de kieren blijft de zand hangen. De
weg naar de vuurtoren lijkt wel op de route Parijs-Dakar. Op de
heenweg is het hobbelen geblazen omdat de zand nog niet goed
verdeeld is. Op de terugweg gaat het beter.
Het lighthouse ligt in de mist. De misthoorn gaat iedere 52 seconden
af. Wat een lawaai……! Ze hebben hier ook een B&B. Leuk als je een
nachtje geboekt hebt en er blijkt mist te hangen. Iedere 52 seconden
het alarm van de misthoorn………………. Dan wil je er toch heel graag weg
of niet soms?
We lopen het steile pad af richting de vuurtoren. Het heeft wel
iets, zo’n vuurtoren in de mist. Heel mysterieus. Daarna een kop
koffie, en het pad terug. Het is een hele klim, waarin we hier en
daar toch even een rustmoment inlassen.
Als we terugrijden naar de weg klaart het op. De zon komt opzetten
en we rijden naar Parssboro, gelegen aan het Minas Basin. Op een
landtong staat wederom een vuurtorentje. Schattige vissersbootjes
liggen in het haventje; allemaal vrolijke kleuren.
In de plaats Economy gaan we op bezoek bij een Nederlandse kaasboer
die daar zijn bedrijf heeft. Ze noemen hem de “The Dutch Cheeseman”.
Zijn zoon staat ook mee in de zaak. We zien behalve kaas ook Delfts
blauwe beeldjes, houten klompen, drop en pepermunt.
De Fundy Shore tour is met uitzondering van het stuk tussen Amherst
en Advocate Harbour een hele mooie route. We zien heel veel oude
woningen, toe aan afbraak of renovatie. Ook is er sprake van
veeteelt en akkerbouw.
Om 18.00 uur komen we aan in Truro. We logeren in de “Bakerchest &
tearoom” bij een Nederlands stel van onze leeftijd. Ze zijn zeer
gastvrij, en hebben een prachtige kamer voor ons. Hun B&B is top! We
zijn helemaal tevreden. Het is het enige 4,5 ster B&B op Nova
Scotia.
Zaterdag 17 juli 2010:
van Truro naar Deep Brook (Fundy shore en Annapolis valley)
We rijden vanuit Truro gedeeltelijk over de Hwy 2 naar de 214,
richting Windsor op advies van onze hosts in de “Seven Gables B&B”.
Zij hebben ons geadviseerd om niet over de 215 te gaan gezien het
zeer slechte wegdek daar. Het zou ons de bodem van de auto kosten en
dat willen we niet, ook al hebben we een huurauto bij ons.
We rijden door totdat we het bord Windsor zien. Daar pikken we de
route weer op. Het is een prachtige weg.
We volgen de Evangeline/Glooscap trail en zien tijdens deze rit
wederom veel akkerbouw, veeteelt en fruitteelt. De huizen die er
staan zien er beter uit; minder vervallen of toe aan renovatie. De
hele omgeving lijkt “rijker” .
We slaan bij Greenwich af en rijden dan via Kingsport en Blomidon
naar The Look-off. Daar is een groot uitkijkpunt over allemaal
“farmland”. Dijken beschermen dit gebied tegen de zee.
Vanuit “the Look-off” rijden we naar Halls Harbour. Ook hier liggen
de vissersbootjes op de bodem van de Bay of Fundy. Tegen de avond
wordt het pas weer vloed, en komen de bootjes los van de grond. Het
is er mistig, en het lijkt ook voorlopig niet op te klaren. We
slenteren een tijdje door het haventje en rijden dan door naar
Margaretsville. Ook hier wederom wat mist, maar veel minder dan in
Halls Harbour. In de verte zien we een paar kleine watervallen die
op het strand neerkomen. Doordat het eb is kunnen we over het strand
(en keien) naar de watervallen toelopen. Als we een eind op weg
zijn, begint de vloed te komen. Het water trekt snel omhoog. Heel
bijzonder hoe snel dat het hier gaat.
We hebben nog tijd genoeg om terug te lopen, maar in een half uur
staat het water toch alweer een meter verder op het strand.
Bij Port George zien we een zeehond in het water spelen; helaas zijn
het er niet meer. Doordat het vloed begint te worden gaan de
zeehonden van hun “plek om te zonnen” af, en trekken de zee in.
Het is al bijna avond en we besluiten in de omgeving van Anapolis
iets te gaan eten. We stoppen bij ‘t Homestead restaurant. Nog nooit
zo’n onsmakelijke maaltijd voorgezet gekregen en nog nooit eerder
een maaltijd laten staan. Dit eten was echt te slecht voor woorden.
We hoeven er dan ook niet voor te betalen. Gelukkig vinden we een
beter restaurant in Anapolis zelf. Daar smaakt het wel goed.
Om 19.30 uur komen we aan in Deep Brook, waar we 2 nachten een kamer
hebben geboekt in het “Deep Brook B&B”. Een prachtig huis, en een
prachtige kamer. Ook hebben ze een groot zwembad achter hun huis
liggen. We worden verwelkomt met een glas wijn / biertje en zitten
een poosje met de familie aan het zwembad. Hier houden we het wel 2
nachten uit.
Zondag 18 juli 2010:
Digby Neck drive.
We hebben vandaag de Digby Neck scenic drive gereden. Een hele mooie
route.
Digby Neck hangt als een soort vinger aan het vaste land vast. Je
rijdt van Digby naar East Ferry en je gaat daar met het veerpontje
over naar Long Island. Je komt dan bij Tiverton weer aan land. Dit
kost 5 dollar voor een retourtje met de auto.
Daarna kun je nog verder de Digby Neck op. Op Long Island gaat bij
Freeport de veerpont naar Westport op Brier Island. Ook hier kost
een retourtje 5 dollar. Brier Island is een eilandje van 6,5 x 2,5
km groot. Je mag er met de auto op.
Op Brier Island maken we enkele wandelingen; zien zeehonden en heel
veel vogels. Het is er heerlijk weer, ook al waait het hard.
De scenic drive naar Digby Neck is de moeite waard en een hele mooie
dagtocht. Heel relaxed en heel erg leuk. Het enige waar je rekening
mee moet houden zijn de vertrektijden van de ferry’s
Heen: xx.30 uur van East Ferry naar Tiverton
xx.00 uur van Free Port naar Brier Island.
Je kunt als je geen stops maakt, de oversteek naar Brier Island
halen., zonder dat je een lange wachttijd hebt.
Terug: xx.30 uur van Brier Island naar Free Port
xx.00 uur van Tiverton naar East Ferry.
Op Long Island lopen we op de terugweg de trail naar de “Balancing
Rock”. Op het pad is het erg nat en regelmatig moeten we
modderpoelen omzeilen. Dat lukt redelijk.
Op het einde van de trail moeten we 255 traptreden naar beneden, en
die moeten we dus ook weer omhoog. Trappen lopen is niet erg maar
dan moeten de treden wel van gelijke grootte zijn. Dat is blijkbaar
moeilijk, want daar is hier geen sprake van. Het is niet
anders…………….
De “Balancing Rock” staat mooi te kijken op een platform van een
rots in zee. Precies op het randje. Een klein duwtje, en hij valt
(denk je) ……………… Gek dat het de wind tot op heden nog niet gelukt
is…… Het waait hier zo hard!
Het is een prachtige locatie, een mooie trail. Echt genieten.
Op de heenweg was ’t eb, en op diverse locaties lagen de bootjes op
het droge. Op de terugweg lagen ze weer te dobberen in het water.
Een heel mooi gezicht.
Rond 20.00 uur zijn we terug in Deep Brook. We hebben eerst in Digby
gegeten. Een schattig dorpje met een gezellige haventje waaraan
diverse restaurants liggen. Hier komen we weer het Nederlandse
koppel tegen dat we bij het Anquille lighthouse op Newfoundland
gezien hebben. Hoe klein is de wereld?
Maandag 19 juli 2010:
Van Deep Brook naar Liverpool ( via het Kejimkujik NP)
Vandaag trekken we naar de zuidkant van Nova Scotia. Via het
Kejimkujik National Park komen we later op de dag aan in Liverpool,
en verblijven we een nacht bij Karen Miller, onze host van de
“Blackberry Shore B&B”.
In het Kejimkujik NP lopen we 2 trails; niet zo’n hele lange
wandelingen, maar we zijn er toch een paar uurtjes zoet mee. Niet
vanwege de zwaarte van de trail, maar als gevolg van de mooie
plekken die we op onze route tegenkomen. Het zonlicht is fel en
warm. Bomen en licht weerkaatsen in het water. Het levert een aantal
mooie foto’s op.
Het valt op dat het water hier overal erg bruin van kleur is. We
lezen op de borden die langs het pad staan dat dit een gevolg is van
compost dat door het water wordt meegesleept.
We blijven een hele tijd langs de kant genieten van het ruisen van
het water. Een heel rustgevend gevoel.
Dan door naar Jake’s Landing voor een “canoe-tocht”. Eerst moet ik
echter de techniek van het peddelen onder de knie krijgen. Hoe gaan
we vooruit, hoe kan ik remmen en hoe gebruik ik de peddel om van
richting te veranderen? Tja, in eerste instantie krijg ik er de
lachstuipen van; daarna gaat het goed. Het is heel relaxed, en we
peddelen vervolgens een uur over de Mersey River. We mijden de
stroomversnellingen, en houden het op het vlakke water. Daar is
ruimte genoeg voor. In het riet horen we de kikkers “kwaken”. Zien
doen we ze niet. Ze maken een heel ander geluid dan de kikkers die
wij kennen. Het lijkt wel op ’t geluid van een niet gestemde snaar
op een gitaar of op het geluid van een elastiek die op spanning
staat en vervolgens wordt losgelaten.
Jake’s Landing heeft wel wat weg van de Nederlandse Biesbos. Echt de
moeite waard.
Wij hebben maar een heel klein stukje van het gebied bevaren, maar
ervaren mensen kunnen hier tochten maken van een aantal dagen. Je
komt dan ook in ruwere gebieden uit. Moet heel mooi zijn zegt men.
Al met al was het een hele mooie ervaring en mooie dag.
Tegen de avond komen we aan in Liverpool waar we aan de South Shore
een kamer hebben geboekt bij Karen Miller. Het B&B biedt uitzicht
over de baai, en als we het perceel waarop het B&B ligt, doorkruisen
komen we op een wandelpad aan zee uit. We lopen een stukje, maar het
wordt al snel koud.
We hebben een kamer onder het huis, in een soort kelder. Er is een
zithoek, en de man van Karen heeft hier een klein museum waarin zeer
oude fietsen staan. Verder heeft hij een hele grote en waardevolle
verzameling fietslampen van vroeger. Karen maakt quilten die ze op
internet te koop aanbiedt.
Vanuit de woonkamer zien we vogels komen en gaan. De rode kardinaal
en de bonte specht komen hun buikje vol eten aan de nootjes en
zaadjes die in de voederbakjes hangen. De kolibries houden zich bij
het suikerwater. Karen’s katten en haar hond schenken er geen
aandacht (meer) aan.
Dinsdag 20 juli 2010:
Van Liverpool –via Lunenburg en Peggy’s Cove- terug naar Halifax
(Dartmouth)
We staan rond 8.00 uur op en zien dat er een flink pak mist boven
zee hangt. Buiten voelt het klam aan. Volgens Karen wordt het een
mooie dag. We genieten van een geweldig ontbijt. Karen is een goede
kok, en maakt veel streekproducten klaar voor haar gasten.
Dan nemen we afscheid en zetten koers naar de “Lighthouse scenic
drive”; wij rijden deze route van Liverpool richting Halifax. Karen
heeft ons geadviseerd om hier en daar van de route af te wijken en
opnieuw de Highway te nemen, omdat we op de scenic drive dan weinig
mooie dingen zullen tegenkomen. Echter Lunenburg, Mahone Bay en
Peggy’s Cove mogen we niet missen!
We nemen vanuit Liverpool de Highway 103 naar Halifax. Dit betekent
dat je ter hoogte van exit 19 (zie je aan de overkant) de weg
opgaat, en er bij exit 17 weer af gaat. Lunenburg staat dan
aangegeven. Daarna vervolgen we de lighthouse route en als de
Highway 103 weer aangegeven staat bij exit 10, pakken we die weer
op. Bij exit 5 gaan we er weer af. Verder volgen we het advies van
Karen om bij La Have de ferry te pakken. Je kunt ook de lus nemen
naar boven, maar daar is niets bijzonders te zien en het kost je een
uur. De overtocht met de ferry gaat iedere 30 minuten en kost ook
hier 5 dollar. We volgen de adviezen van Karen op.
Lunenburg vinden we tegenvallen. We hadden er meer van verwacht. In
de haven was het erg lastig om mooie foto’s te maken. Lunenburg is
wel zeer kleurrijk.
Vervolgens door naar Mahone Bay. Een heel mooi plaatsje; knusse
winkeltjes, kleine restaurantjes en 3 prachtige kerken op een rij.
Ook het haventje laat een prachtige indruk bij ons na. Allemaal
kleine zeilbootjes liggen in het water voor anker.
Peggy’s Cove is echt geweldig. Het lighthouse op de rotsen ligt ook
hier in de mist; een ruwe zee bevindt zich op de achtergrond. Als we
voor het lighthouse staan hebben we nog geen idee dat er achter het
lighthouse zo’n ruwe zee ligt. Wat een spektakel; allemaal botsende
golven.
Je kunt een heel eind de rotsen opklimmen en bij helder weer zul je
er vast en zeker heel ver kunnen kijken. Het zicht is nu enigszins
beperkt, maar de omgeving laat een adembenemende indruk bij ons na.
De vage contouren van huizen in de mist; rotsblokken die in de
duisternis verdwijnen en dat waterspektakel!
Er wordt via een bord gewaarschuwd voor de mogelijkheid van grote
golven die je kunnen meesleuren.
Inderdaad het lijkt wel een golfslagbad. Soms lijkt het water van
twee kanten te komen, waardoor er een soort “botsing” ontstaat en
dan komen de hoge golven er achteraan. We worden er stil van. Echt
een heel mooi fenomeen.
Rond 18.30 uur zijn we in Halifax. We rijden via de McDonaldbrug
naar Dartmouth. Deze brug is een tolbrug en op het einde ervan
moeten we 0,75 dollar in een trechtertje gooien, maar we hebben géén
kleingeld. Gelukkig is er 1 loket waar we kunnen wisselen, en dan
rijden we naar het Slayter House B&B. Hier hebben we onze eerste
nacht van de reis ook doorgebracht.
Als we aankomen hangt er een briefje aan de deur: ze zijn er niet,
maar de sleutel ligt in de brievenbus. We kunnen er in, en Peter en
Ann zullen rond een uur of 10 vanavond thuis zijn.
We hebben dezelfde kamer als de eerste nacht, en kennen de weg in
huis.
We halen al onze spullen uit de auto, want we moeten een goede
verdeling maken in de koffers. Morgen nog één dag in Halifax; ’s
avonds vliegen we om 23.45 naar Londen, en daarna door naar Brussel.
Het zit er bijna op.
Ann en Peter komen rond 22.00 uur thuis. Ann hadden we nog niet
gezien, omdat ze de eerste keer dat we hier waren met haar zoon in
Praag was. Ze vragen naar onze plannen voor morgen, en we vertellen
dat we overdag naar Halifax zullen gaan, en dan naar het vliegveld
zullen rijden voor onze vlucht naar huis. Ze bieden ons aan om de
kamer aan te houden (gratis) en morgenmiddag terug te keren om ons
eerst op te frissen voor de lange vlucht. Daar zijn we heel blij
mee.
Woensdag 21 juli 2010:
dagje Halifax
Het is een warme dag, en we besluiten om de auto te laten staan, en
lopend naar de ferry van Dartmouth te gaan. Het is een pittige
wandeling; alle straatjes lopen berg af! De ferry ligt al
aangemeerd. We moeten gepast betalen, want het geld moet je in een
soort fles gooien. Ze hebben geen wisselgeld. Daarna kunnen we de
boot op. De overtocht duurt ongeveer 15 minuten.
Halifax harbour is een mooie plek om een wandeling te maken. Er is
een boulevard die langs het water loopt, en verder liggen er enkele
winkeltjes, een museum, en zijn er tal van excursies te maken vanuit
de haven.
Ook liggen er luxe schepen, waarbij wij ons afvragen hoe je zoiets
kunt betalen.
Vanuit de haven lopen we naar de Halifax Citadel waar rond het
middaguur dagelijks een kanonschot wordt afgevuurd. Vanuit het
citadel heb je een prachtig zicht op de haven, de waterkant en het
stadje.
In het citadel wordt een show opgevoerd door de bagpipers.
(doedelzakspelers)
Hierna gaan we terug naar de haven, waar we de ferry naar Dartmouth
terugnemen. Heel even zijn we de weg kwijt, maar gelukkig kunnen we
de goede route oppakken. Nu lopen we de route van vanochtend
omgekeerd en dat betekent: klimmen! Bijna alle straatjes lopen iets
omhoog. We voelen het in onze benen.
Rond 15.00 uur zijn we terug bij Slayter House B&B. We hebben Peter
en Ann uitgenodigd om vanavond nog met ons uit eten te gaan, als
dank voor hun gastvrijheid. We moeten er mee lachen als Ann aangeeft
dat ze om 18.30 uur naar een vergadering moet. Als we er voor kunnen
zorgen dat we rond 17.15 uur ergens kunnen gaan eten, kan ze haar
afspraak halen……………………………….
We zijn inmiddels gewend aan het “uit eten” in Canada. Ook hier
wordt alles naar binnengeschoven, en als je dan geen toetje meer
wilt, ligt de rekening al op tafel. Peter en Ann vragen zich af hoe
wij in Nederland een hele avond aan tafel kunnen zitten???
Na een heerlijke douche, en nog even de laatste zaken te hebben
ingepakt willen we nog even bij Peter en Ann gaan zitten, maar ze
blijken wederom weg te zijn. In de gang ligt voor onze deur een
briefje met de mededeling dat ze nog even boodschappen zijn doen,
maar dat ze zeker om 17.00 uur terug zullen zijn. Wat een vertrouwen
hebben ze hier toch in de medemens.
We eten opnieuw bij Fan’s, het chinees restaurant waar we ook de
eerste avond op Nova Scotia gegeten hebben. Een van de obers herkent
ons als de mensen uit Holland. Hij heet ons van harte welkom.
Opnieuw genieten we hier van een geweldige maaltijd, maar ook nu
gaat het allemaal weer heel snel.
Na het etentje brengen we Peter en Ann terug naar hun huis. Zij
hebben enkele “doggy-bags” meegenomen waarin de restanten van de
maaltijd zitten. Eten ze morgen met hun zoon op. We nemen afscheid
van hen en begeven ons op weg naar het vliegveld. Het ligt een 20
minuten van Dartmouth vandaan. Eerst naar Alamo om onze auto in te
leveren, en dan inchecken voor onze vlucht naar Londen. De koffers
worden weer doorgelabeld naar Brussel en dan is het wachten.
Halifax airport is een hele rustige luchthaven. We vliegen met Air
Canada terug. Om 24.00 uur kunnen we aan boord; de vlucht zit niet
vol. In het algemeen een rustige vlucht, alleen het laatste stukje
was er veel turbulentie. Om 9 uur staan we aan de grond.
Daarna is het wachten op de vlucht naar Brussel. Ook die aansluiting
verloopt goed. Om 13.30 uur zijn we er, maar we hebben er weinig van
gemerkt. We zaten amper op onze plaats en toen zijn we allebei in
slaap gevallen.
De bagageband komt pas na 45 minuten op gang. De koffers zijn er
allebei. Daarna de shuttlebus terug naar het Pullmann hotel in
Brussel. Deze kwam er al aan toen we bij de standplaats voor het
Pullmann hotel aankwamen. Het is slechts 10 minuten rijden naar het
hotel. We halen de uitrijkaart op en gaan op weg naar Nederland. Het
zit er weer op.
Het was een prachtige vakantie
©
USA4ALL & Marlène Heijnen