Amerika Zuidwest 2002

Deel 1 van 2

Bij dit reisverhaal wil ik nog een aanvulling geven: Twee jaar geleden heb ik ook zo'n reis gemaakt met praktisch dezelfde mannen. Niemand kende elkaar, het was een experiment dat fantastisch geslaagd was en daarom nog een keer herhaald, maar met een ander reisdoel. Door een internetadvertentie ben ik in aanraking gekomen met een van deze mannen, George,die weer iemand erbij betrok Engel. Georgeheeft een broerin Canada die hij van de plannen vertelde. Dat hoorde weer een zwager (Camille) van die broer. Camille had net een Motorhome gekocht en zocht medereizigers, datwerden George, Engel en ik. Dit jaar wilden we weer, helaas was George door een ernstige ziekte verhinderd, waardoor alleen Engel en ik overbleven, daar werd de zoon van Camille, Lloyd aan toegevoegd. Wederom een fantastische vakantie, zonder een wanklank. Camille zoekt weer medereizigers. Amerika zonder George met Lloyd februarimaart 2002 Camille, Engel, (George), Lloyd, Mirjam

Ja, dit keer was de beslissing erg snel genomen. Voor dat iemand het in de gaten had, had ik de tickets al besteld. Daaraan voorafgaand had ik Camille gebeld met de woorden: What do you think of Mexico in February?' Het werd niet Mexico, want dat bleek in praktijk buiten ons budget te liggen, maar de plannen waren er voor Californië, Arizona, New Mexico en Texas. Na enige email heen en weer tussen de Nederlandse deelnemers en de Canadese heren kwamen Engel, George en ik, ten huize van de laatste, op woensdag 23 januari bij elkaar en hadden weer aardig wat lettergrepen uitgewisseld. Zondag 3 februari zou het Dday zijn, vliegen naar Atlanta, Georgia en na een oponthoud van drie uur, verder naar S. Francisco, waar we door Camille en Lloyd zouden worden opgehaald.

Donderdag 31 januari  George

George belde dat hij niet mee op reis zou gaan, omdat hij een tijdbom in zijn buik heeft. Zijn buikaorta stond op springen en hij moest direct geopereerd worden. We waren allemaal geschrokken, en hebben daarna troostende email naar hem gezonden.

3 februari 2002 zondag  Vertrek

Engel was om kwart voor zes opgestaan en om zeven uur vertrokken naar schiphol, samen met zijn dochter, schoonzoon en kleinzoon, Viané. Jan en ik waren om kwart voor zeven opgestaan en om kwart voor acht vertrokken. Na drie rondjes schiphol eindelijk de auto maar ergens op een vrije parkeerplaats neergezet. Inmiddels had Engel, tot twee maal toe, al bezorgd gebeld naar mijn mobiel. Eindelijk bij hem aangekomen, stond hij in de rij en was bijna aan de beurt. Nadat de bagage doorgelicht was, ingecheckt, waarna we koffie wilden drinken met z'n allen. Er werd echter een streep door de rekening gehaald, want tien minuten later moesten we al bij de gate zijn en eerst nog door drie veiligheidspoorten. Helaas een haastig afscheid. Bij de derde veiligheidspoort vergat ik mijn jas en dat bemerkte ik pas bij de gate, gelukkig nog net op tijd. Om tien uur gingen we eindelijk in het vliegtuig, we hadden geen plaats naast elkaar, dat kwam omdat George uitgevallen was, maar gelukkig wilde iemand ruilen. Aangezien ik een reispil had ingenomen was ik geen geweldig gezelschap, wilde alleen maar slapen. Aangekomen in Atlanta moesten we eerst onze bagage ophalen, daarna door de douane, met de nodige troubles, vervolgens weer inchecken en voor de tweede maal gevisiteerd, heerlijk toch! Na een tocht, twee uur langer dan gepland, wegens harde tegenwind, eindelijk aangekomen boven S. Francisco, waar we vergast werden op een verlichte diamant, allemaal verlichting van de stad. Engel had de hele weg een soapster naast zich zitten die aldoor in slaap viel met haar hoofd op zijn schouder. Onderweg, tussen Atlanta en SF een schitterend landschap, grafisch, met cirkels en vierkanten. Om de zoveel tijd werden we door de piloten op de hoogte gehouden betreffende superball, American football, slechts één maal per jaar. Camille en Lloyd stonden op ons te wachten, we werden omhelst en gekust. Het was twee uur rijden met de auto voor we eindelijk bij het motorhome aankwamen, na een reis van 24 uur van huis tot MH.

De Motorhome met de Suzuki 4Wdrive

De nieuwe MH was zo mogelijk nog luxer dan de vorige en niet te vergeten de nieuwe Suzuki waarmee ze ons gehaald hadden. We gingen direct naar bed, we vielen om van vermoeidheid.

4 februari 2002 maandag – Pacific Ocean

Na een nachtrust, alleen onderbroken door het gestamp van de broodmachine, werden we wakker in een vorstige morgen met een warme zon, lammetjes en robins rond de MH, of zoals Engel ze noemde, roodborstmerels.

We bewonderden de fiets van Lloyd en stonden lekker van het zonnetje te genieten voor we naar de Bohans wandelden, Mik en Leona. Vervolgens reden we met de auto terug naar de MH, waar Camille lekkere soep brouwde. Na een klein dutje door Camille en Engel, met op de achtergrond een computersessie van Lloyd en mij, stapten we weer in de auto en maakten een tochtje langs de kust, waar we de golven tegen de rotsen zagen spatten en zeehonden hun kopjes bovenwater hielden, dat was bij Salt Point View, gele gen aan de Pacific Ocean. We kochten melk en vroegen de weg , waarna we de rododen dron route reden, een smal pad dat kronkelend omhoog liep en daarna weer omlaag ging met een steile diepte, begroeid met sequoia's. Voor we terug waren stopten we onderweg voor een foto met op de achtergrond in de verte de MH. Teruggekomen werd er een cocktail bereid, onderwijl zat Lloyd achter de computer om de digitale foto's te bekijken, de camera's leeg te maken en werd er een email naar George verzonden. Het avondmaal bestond uit salade met daarna aardappelpuree en beef geheel bereid door Camille. De hele dag werd enigszins bepaald door onze jetlag, daarom: vroeg naar bed.

5 februari 2002 dinsdag – Op weg

Om kwart voor acht opgestaan, na een nachtrust onderbroken door onze tijdsverwarring en de koekoeksklok, uitgezet door Engel, waardoor we om drie uur in de nacht een half uurtje hebben liggen praten. Na ontbijt en afwas hebben we buiten gestaan in de zon tot het plotseling te koud werd door de opkomende mist vanuit zee. De wind draaide van oost naar noord en de temperatuur daalde snel. Voor de laatste keer gingen we naar de Bohans o.a. om een email naar George te sturen en te kijken of er email gekomen was voor ons. Daarna reden we de heuvels in om de zonen te zoeken die kankergezwellen uit de bomen zaagden, waar ze duizend dollar voor vingen per gezwel. We moesten zeer steile hellingen nemen door ruig terrein. Teruggekomen reden wij vooruit met de Suzuki 4WD om vanuit de heuvels de MH te kunnen fotograferen die over de steile kronkelige weg naar beneden kwam. Vervolgens klommen we allemaal in de MH en gingen op weg naar de ocean. Daar aangekomen zagen we zeehonden liggen op het strand en op de stenen in het water. We reden over de Riverroad en de Russian River zuidwaarts. Ergens onderweg tankten we 581 liter voor de 350pk motor, waarmee zo'n 1800 km gereden kan worden. Om de zoveel tijd meende Camille en skunk, stinkdier, te ruiken. Uiteindelijk waren we te laat om nog naar Jane te rijden en stopten in Benice, op een parkeerplaats met trucks, voor overnachting, met uitzicht op een mottenballenvloot. Terwijl we wachtten tot Camille ons supper klaar had bewonderden we op Lloyd's computer onze nieuwe digitale foto's. De avond werd besloten met een potje domino.

6 februari 2002 woensdag

Om acht uur opgestaan. Engel had een 'cold navy shower', ik gelukkig een warme. Buiten was het koud en mistig we konden daarom geen foto maken van de mottenballenvloot. We kwamen er achter dat het gebied van SF is zo groot als heel Nederland.

Eindelijk deed mijn telefoon het, daarom belde ik onmiddellijk Jan en daarna Engel zijn zoon Ernst. Iedereen had z’n door ons gezonden email ontvangen. We stopten bij Jane in San José, een voorstadje van SF. Ze was blij ons te zien en we kregen allemaal een 'big hug'. Er was een email van George gekomen:

‘Lieve mensen,

Het doet me deugd een email van jullie te krijgen. Jammer dat vooral Lloyd zo disappointed is door mijn afwezigheid. Jullie waren dus bekaf bij aankomst in San Francisco. Dat had voor mij zeker niet goed geweest. Ik heb ondertussen een bezoek gebracht bij de cardioloog. Hartfilm gemaakt, verder lichamelijk onderzoek door luisteren of er ergens iets ophoopt. Weer eens een keer bloedprikken. Kostte me weer een schoon overhemd, want terug uit de prikstoel moest ik weer terug, omdat mijn mouw onder het bloed kwam te zitten. Morgen, woensdag weer terug voor een hartecho. Donderdag voor onderzoek naar de chirurg. Misschien weet ik dan eindelijk wat er precies gaat gebeuren en wanneer. Lieve vriendinnen wisselen elkaar af om mij te vergezellen naar het ziekenhuis. Ik ben zo nu en dan behoorlijk zenuwachtig. Je loopt dan de kans dat er informatie langs je heen gaat. Zo'n vriendin is daarom aanwezig bij het onderzoek (aan en uitkleden doe ik nog zelf, jammer).

Camille vroeg of ik er voor wil zorgen dat Reink mijn email opent als ik in het ziekenhuis wordt opgenomen. Beter is het naar het emailadres van Reink te mailen.

Liefs en alle goeds voor allen, George.'

De zeehonden baai

We pakten de Suzuki om enige boodschappen te doen, o.a. een kabel voor de printer van Lloyd, verder drinken etc. Lloyd en Engel brachten de spullen naar de auto, terwijl Camille en ik koshere hotdogs met soda kochten. Nadat we verzadigd waren reden we naar de Suzukishop om verf voor de motorkap, die door het afdekzeil enigszins beschadigd was, op te halen. In die tijd maakte Engel foto's van een bordje met 'bike lane' en werd daarbij bijna gelyncht door een Amerikaan die dacht dat hij gefotografeerd werd.

Terug naar Jane en na het afscheid zuidwaarts gereden over 101, een van de drukste wegen van de USA. Door een wijnstreek voorbij Salinas Valley met gele Accacia's in de berm, een stuk verder langs de kant Eucalyptus bomen, ingevoerd uit Australië in 1830. Alle plaatsen hadden Spaanse namen en ze klonken exotisch. Aangezien we onze campground voorbij waren gereden, stopten we op een restplace om de nacht door te brengen. Na een heerlijk supper door Camille bereid keken we naar 'All in the family. De dag werd besloten met drie potjes domino, allemaal gewonnen door Engel. We speelden tot elf uur, omdat we George voor z'n verjaardag, om acht uur 's morgens Nederlandse tijd, wilde feliciteren, maar helaas nam hij de telefoon niet op.

7 februari 2002 donderdag

We stonden om zeven uur op, omdat we maar acht uur op de restplaats mochten verpozen. Direct na het aankleden belden we George , iedereen had hem om beurten aan de lijn. Hij vertelde dat hij dertien februari voor een dagopname naar het ziekenhuis zou moeten. Hij zou dan contrastvloeistof ingespoten krijgen om te zien of het werkelijk noodzakelijk zou zijn om hem direct te opereren. Daarna vertrokken we over een mooie weg die zich door de glooiende heuvels, in alle variaties groen, van licht tot donker, kronkelde, onderwijl dorpjes met mooie exotische namen passerend. Californië is een staat met vele gezichten. Om halfnegen arriveerden we op een mooie campground, San Simeon, op loopafstand van de Pacific Ocean. We bleven hier twee dagen. Jammer genoeg sloeg de mist de hele dag toe, daarom gingen we in Cambria op bezoek bij Marge en George, vrienden van Camille en Lloyd. Een dorp bestaande uit houten huizen van verschillende bouwstijlen, steile straten met uitzicht op de Pacific Ocean. Het huis van Marge leek wel een museum, ze had souvenirs uit alle landen van de wereld. Ze vertelde ons dat de zeeolifanten net jongen hadden gekregen daarom reden we daarheen. Er lagen honderden bulls, cows en weaners langs de kust. De bulls waren zeer imposant met hun korte slurf en de geluiden die ze produceerden, terwijl ze hun concurrenten wegjoegen die steeds weer probeerden een cow te veroveren. De weaners waren er in verschillende maten, maar allemaal zwart. Wanneer de cows vinden dat de weaners genoeg gezoogd zijn, zwemmen ze weg en laten de jongen aan hun lot over. Die moeten zelf maar zien dat ze de zee in gaan, voedsel zoeken en overleven.

Zee Olifanten

Aangezien Engel en ik niet naar Hearst Castle wilden, bezochten we het visitor centre, waar we een 'zwarte engel' voor George kochten. De dag werd weer besloten met een potje domino.

Onze tijd, die we in het MH doorbrachten, werd opgeluisterd door Italiaanse muziek. Een overblijfsel van Lloyds bezoek aan Italië. 's Avonds slingerde Lloyd de tv aan tot we naar bed gingen. Wat dat betrof was deze reis minder rustig dan de vorige. Ach ja, de jeugd.

8 februari 2002 vrijdag  Cambria

Nadat we om acht uur waren opgestaan aten we 'scrambled eggs' en toast. Er wachtte ons een enorme afwas, zo groot als van een weeshuis. in plaats van maar vier personen.

Het was een mistige ochtend, al snel klaarde het op en brak de zon helemaal door. We moesten wat boodschappen doen, dat betekende 50 km rijden naar een shoppingmall, over een schitterende weg door de 'Chaparrals'. In Paso Robles vonden we winkels, waar behalve computerspul etc., ook geld gehaald kon worden. Daarna reden we nog vele mijlen naar de AAA, een soort ANWB, om boeken over New Mexico en Texas te kopen. Engel kocht daar een boek over 'Route 66'. Uiteraard reden we een paar keer verkeerd voor we overal kwamen. Het probleem daarna was een 'grocery' te vinden, want overal waren winkels voor, behalve voor voedsel, maar uiteindelijk in Cambria, na eerst langs allemaal leuke, mooie winkeltjes gereden en weer een keer omgedraaid te zijn, vonden we eindelijk een supermarkt. Door al dat gezoek lunchten we om een uur of drie met een bord eigengemaakte tomatensoep van Camille en gingen daarna sightseeing langs de kust, Big Sur. Het was een schitterende, maar lange weg, die we 73 km volgden en vervolgens bij ondergaande zon weer terugreden. Teruggekomen maakte Camille direct het avondmaal, omdat we de generator maar tot acht uur aan mochten hebben. Het draaide uit op in stukjes gebroken spaghetti met fantasie tomatensaus, salade en een enorm stuk karbonade. Inmiddels was de openingsceremonie van de Olympische spelen in Salt Lake City begonnen en al etende volgden we die. Om kwart over tien gingen we moe en slaperig naar bed.

Op visite bij Marge en George

9 februari 2002 zaterdag

Omdat we een lange rit voor de boeg hadden stonden we om kwart over zeven op. Na een mooie zonsopgang was de hemel strak blauw met een straf windje. Een heerlijke warme douche en een koude douche achteraf, voor Engel, want terwijl we geleund tegen de lange kant van de MH van de zon stonden te genieten, schoof Lloyd de zijkanten in, waardoor er een enorme plens koud water van het dak naar beneden stortte over Engel heen. Ik sprong net op tijd weg. Bij de ingang van de campground werden de tanks van de MH geleegd en gevuld alvorens we de weg opgingen. De MH heeft een schoonwatertank van 450l en een vuilwatertank van 275l. Eerst verstuurden Engel en ik nog een sms en kregen er ook ieder een terug. Het was inmiddels half tien en de reis kon nu echt beginnen. Om half elf reden we door Adascadero. We zagen 'bluebirds' en bomen als pluimen, met hele fijne naalden. Californië is een staat van uitersten: de meeste regen, de hoogste en de oudste bomen, maar in 'Death Valley' de grootste droogte, etc. We reden door een droge, ruige streek, met droge rivierbeddingen. Wildwest!!! Slingerende eenzame wegen door de heuvels. Zoals Engel zegt: 'Wat ben ik onder de indruk van de uitgestrektheid van dit land'. En dan ineens een immense vallei, een golvende asfaltweg, met knalgele strepen tot aan de horizon. Na de lunch om half één, op een schitterende plek langs de bergweg, poetste Lloyd, nog voor we wegreden, de wieldoppen op. Overigens was Lloyd degene die steeds reed. Een bijzonder landschap van grijsgroene heuvels, met verderop een oliegebied met 'jaknikkers, roestig materiaal en keten. Het leek verlaten tot we een bijna leeg 'spookstadje' doorreden met vier huizen en een motel, om vervolgens geploegde cottonfields te passeren. Om kwart voor twee was er een weg met aan weerszijden land net zo plat als bij ons. Onze rit ging verder op de freeway, dat betekent dat er geen stoplichten zijn. Het was nog 123 mijl naar Los Angeles en we leerden dat het water voor LA door 30 m hoge buizen, met een doorsnede van 10 m over de bergen wordt gepompt. Om een uur of drie stopten we bij rest area 'Tejon Fort' genaamd. Een half uur later bereikten we de buitenwijken van LA, het was nog 36 mijl naar het centrum. LA is 200 mijl van noord naar zuid en 150 mijl van oost naar west. De wegen waren op dat moment vol auto's, niet verwonderlijk, want er leven zo'n 20 miljoen mensen daar. We kwamen van Groningen tot Maastricht in de file, wat ook weer eens een belevenis was. Bijna uit LA gereden werden we overvallen door een hevige wind, die waarschijnlijk het hele weekend zou aanhouden. De MH werd heen en weer geslingerd, echt beangstigend. We zagen een omgewaaid huis dat op een truck had gestaan en een omgewaaide RVtrailer. Ondanks de hevige wind bleven we tot Palm Springs, in het donker, doorrijden. We parkeerden de MH op een groot parkeerterrein bij een casino, kostte niks. Camille wilde al dagenlang ananasstukjes in blik hebben, maar vergat het elke keer te kopen, op een gegeven moment kwam er om de drie woorden het woord pineapple uit, we hebben hem toen maar 'pineapple dad' genoemd.

Wieldoppen poetsenGlooiende heuvels van Californië

Engel ging met Lloyd het casino bekijken, pineapple, het was er overvol met gokkende mensen, dat kwam omdat het weekend was en men wilde hier perse zijn/haar geld kwijt. De MH stond onderwijl te schudden in de wind, het zou een onrustige nacht kunnen worden. Na ons traditionele potje domino gingen we een 'bewogen' nacht in.

10 februari 2002 zondag

Na een nacht, waarin we door de harde wind in slaap werden gewiegd, stonden we om half acht uitgeslapen op. Er was de avond ervoor besloten dat we wegens de storm niet zouden rijden en in Palm Spring blijven tot de storm geluwd zou zijn, maar ondanks de storm werd er toch tot rijden besloten. We verlieten 'Stormy' Palm Springs en reden door een vlakte volgebouwd met honderden 'windpowers' windmolens die stroom moeten leveren. We passeerden Palm Desert en Indian Wells en reden door de 'Sonora Desert' (50.000 km²), een woestijn, afgewisseld met palmen langs de San Bernadino Mountain en de San Jacinto Mountain, waartussen een woestijnvallei ligt. Steeds verder oostwaarts over de I 10 (Interstate). Het was vreselijk droog land, maar in de verte zagen we een zoutmeer dat gebruikt wordt voor irrigatie. Voor we Joshua Tree National Park naderden, reden we door de eindeloze woestijn met ruige bergketens in de verte. De bergen leken net los gestort puin, die ineens, middenin de woestijn, onderbroken werden door een enorme sinaasappelboomgaard en langs zoevende kogelronde aluminium caravans. Om half twaalf passeerden we de Colorado River en de grens tussen Californië en Arizona, Engels favoriete staat. Terwijl het buiten inmiddels het 19ºC was, stopten we bij een mooie en schone rest area, waar gewaarschuwd werd voor rattlesnakes en schorpioenen. Na nog meer woestijn kwamen we bij een vlooienmarkt midden in de woestijn. De temperatuur was inmiddels opgelopen tot 26ºC. Er was een wedstrijd tussen oude auto's in een 'modderige arena', waarbij ze zolang op elkaar inbeukten tot er één rijdende auto overbleef. Ze noemden dat 'demolition game'. Op deze vlooienmarkt was van alles te koop, van dierenschedels tot edelstenen en oude motoren. Net zoals het vroeger was op het Waterlooplein. Een Amerikaan stopte met zijn 'car' bij de MH om te informeren over 'ons' MH en vertelde onderwijl alles over zichzelf. Terloops liet hij ons een gouden Azteken medaille zien, die uit een gezonken Spaanse galjoen kwam met een waarde van een half miljoen US $ en volgens Camille 'the complete truth'. De plaats waar deze markt was heette Quartzsite en is een zeer verlaten en droge plaats, waar de eigenlijke bevolking bestaat uit 2000 zielen, ’s winters aangevuld door honderdduizenden met MH’s en caravans die de winterkou ontvluchten, de zogenaamde 'snowbirds' die midden in de kale woestijn gaan staan. Amerikanen zijn een beetje gestoord, maar het kost niks. Daarna bleven we uur na uur door de woestijn rijden, passeerden een overweg, namen de

I 8 en kwamen in de buurt van Los Alamos, waar de eerste atoombom was ontwikkeld door J. Robert Oppenheimer. Hier bevindt zich ook een enorme gevangenis. Inmiddels was het vijf uur geworden, we reden tussen grote cactussen door, genaamd de Saguaro's en uiteindelijk beeïndigden we onze rit om half zes, we reden 346 mijl, op een 'senior campground', waar Amerikanen van 55+ de winter doorbrengen en Camille direct bij binnenrijden een 'cousin', genaamd Joan, omhelsde. Een half uur later kwam de 'cousin' op bezoek en terwijl het snel donker werd, wisselden zij en Camille familiegegevens uit, waardoor ons supper verlaat werd en er geen domino meer gespeeld kon worden. Lloyd zette een DVDfilm op van Amadeus Mozart, waarbij we genoten van het geluid uit 15 speakers. Om kwart over tien werd de film gestopt om te gaan slapen.

11 februari 2002 maandag

Lloyd kwam grijnzend tevoorschijn uit de 'slaapkamer', kwart over zeven, het was tijd voor Engel en mij om het bed te verlaten en ons toonbaar te maken. Ontbijt met scrambled eggs, een brief posten (Engel), foto's maken, afwassen en stofzuigen. Deze 'campground was zeer schoon en overal netjes gemaakt met woestijntuintjes waarin enorme cactussen voor de wooneenheid en soms verschrikkelijke kitsch. Daarna kwam de cousin met haar man op bezoek voor meer family talk en advies voor onze, nog te volgen, trips in de omgeving. Joan, haar man en alle Amerikanen die de winter ontvluchten worden 'snowbirds' genoemd, naar de gelijknamige vogels die in de warmte overwinteren. Rond negen uur vertrokken we van 'Las Colinas' RV Park en reden weer door de woestijn, om zo rond twaalf uur neer te strijken op Forest Campground 'Oak Flat', op 60 km van Phoenix. Een 'vrije' camping in de middle of nowhere, van 'Staatsbosbeheer' tussen de rotsen en de cactussen... de ratelslangen en de schorpioenen. Waarschijnlijk ook nog Coyotes, maar die hoorde je alleen 's nachts. Na de lunch namen we de 4wheeldrive en reden, langs rotsen met balancerende rotsblokken op de top, naar Theodor Roosevelt Dam. Erg mooi, hoewel het meest spectaculaire van deze trip nog moest komen. Apache Trail, de 'weg' waarover in de twintiger jaren het materiaal voor de dam met muilezels werd aangevoerd. Wij dachten een asfaltweg te volgen, maar al snel bleek het te bestaan uit puur gravel en zand, klimmend, dalend, slingerend langs diepe afgronden en steile bergwanden, met diep beneden ons de rivier. We zaten met dichtgeknepen billen, vooral toen het steeds donkerder begon te worden. Een rollercoaster was kinderspel bij deze weg vergeleken, maar het was alle angstige momenten waard. Om het met Engels woorden te zeggen: 'bloedstollend, zo mooi, zo spectaculair, bijna mooier dan de Grand Canyon, vooral door de ondergaande zon'.

Lloyd reed met de zon recht in zijn gezicht en soms enorme stofwolken voor zich uit, al slippend die ruige, slingerende bergweg af. De uitzichten waren een 'orgasm for the eyes'. Het werd snel donker en ik voelde me niet lekker door al dat gekronkel en we moesten na de rough way nog 60 km in het donker naar de MH. Waar we vooral van genoten die avond was het licht van de ondergaande zon die de toppen van de bergen in brand zette.

Brug bij de Rooselvelt Dam

Bij dit alles was het heel jammer dat we George's aanwezigheid misten, want hij zou genoten hebben van het 'logeren' in de woestijn, met rondom cactussen, rotsen en wilde planten. We dachten dat het half acht was, maar ontdekten dat de tijdzone weer veranderd was, het was een uur later. Omdat we zo laat terug waren maakte Camille een 'cowboy supper', met baked beans, ham en home made bread. Ondertussen laadde Lloyd alle digitale foto's in de computer en bekeken we zo'n honderd plaatjes. De kleine Pentex camera van Engel was kapot gegaan en een heel rolletje met foto's naar de Filistijnen, jammer. Gelukkig mocht hij de kleine camera van Camille lenen. Nog even een stukje DVDMozart in de wildernis en dan allemaal doodmoe naar bed tot de wekker weer zou aflopen.

12 februari 2002 dinsdag

Omdat de tijd naar voren verschoven was, stonden we om zes uur naast ons bed, we moesten zo vroeg op, omdat het om half zeven ’s avonds al pikkedonker werd. En weer was het een wolkenloze dag. Ditmaal reden we de Apache Trail vanaf de andere kant, Tortilla Flat (Steinbeck), en hadden nu volop licht, we werden niet verblind door de zon zoals gisterenavond. Vandaag zagen we dingen die ons gisteren, vanwege de laagstaande zon, het zand en de 'wild drive' van Lloyd, ontgingen. We picknickten bij de Roosevelt Dam en bezochten het visitor centre., Na het nemen van zo'n zestig foto's, waren we om kwart over vier terug op honk. Dat was, omdat de weg naar Salt River was opgebroken en Camille geen zestig km wilde omrijden. Onderweg bezochten we 'Safeway', een supermarkt, waar je meer betaalde dan de prijs aangaf en dat alleen omdat we geen lid waren. De beste supermarkt was en bleef Walmart, ook al omdat zij oudere mensen in dienst nemen, Motorhome's laten staan voor een nacht en heel sociaal zijn voor hun werknemers. Lloyd en Engel maakten een wandeling over de campground en vonden droge cactustakken van de 'Jumpingcholla'. We bevonden ons nu in het warmste gedeelte van Amerika.

13 februari 2002 woensdag

De zon scheen al weer toen we om half zes opstonden en Engel zijn eerste Hummingbird (kolibrie), met felroze fluoriserende keel, zag. We hadden tot nu toe weinig dieren gezien, slechts wat grijs grauwe herten en gophers (grondeekhoorns). We reden een week door cactusland, overdag groen maar in het donker lijken het net rijen dode bomen. Tot dan toe verveelde het nooit. Als er verkeerd gereden werd konden we niet zo maar keren daarom moesten steeds de stafkaarten geraadpleegd worden. Op zoek naar een RV campground kwamen we aan de rand van Tucson bij een zeer luxueuze camping, waar voor miljarden aan RV’s en MH's stonden. De jachthaven van St. Tropez was daarbij vergeleken peanuts. We werden zomaar vanuit de woestijn met zijn leegte in de luxe van het menselijk bestaan geworpen. Na de lunch genoten we even van de zon, zo’n 25ºC, waarna we weer de Suzuki indoken om het Saguaro Park met een bezoek van ons te vereren en waar we veel bijzondere foto's (wanneer eigenlijk niet?) maakten.

Cactussen in Sonora Desert

Ze hadden de meest vreemde vormen, allemaal met iets menselijks. In het visitor centrum bezochten we een diashow, waarin door een indiaan, werd verteld dat alle mensen die doodgaan terugkeren in moeder aarde en dan weer verschijnen als een Saguaro cactus. We moeten dus beter omgaan met de natuur anders is het alleen maar slecht voor onze overleden familieleden. De cactussen hebben echt venijnige stekels. Engel had in zijn broekspijp lange naalden en tientallen kleine stekeltjes die hij uit zijn been moest verwijderen. Een bolvormige cactus, 'fishhook cactus' genaamd, heeft echt grote vishaaknaalden en kleine ananasachtige ‘vruchten’, je kunt ze beter maar met rust laten. 's Avonds werd de wasmachine voor het eerst aangezet, waarna de avond werd besloten met een potje domino.

14 februari 20002 donderdag – Desert en Mothballfleet Museum

Valentineday wordt hier uitgebreid gevierd, vlaggetjes met allerlei afbeeldingen buiten hangend, in de winkels en op straat was er allerlei troep die je voor deze dag kon kopen om aan geliefden of vrienden te sturen. Na het ontbijt verstuurde Engel een SMS en Lloyd email, waarna we op weg gingen naar het Desert Museum, alsof we nog niet genoeg desert gezien hadden. Het was niet ver rijden en zeer wel de moeite waard. We zagen nu alles uitgebreid met tekst en uitleg, het was erg goed georganiseerd, zeer ruimtelijk, en bovendien echt buiten in de woestijn. We waren vroeg, maar zeker niet de eersten, gelukkig was het nog niet zo druk en zo wandelden we op ons gemak, met een temperatuur die opliep tot 33ºC, door het plantenrijk, dierenrijk, geologie etc. De lunch werd weer ‘thuis’ gebruikt, waarna we naar het vliegtuig, Mothballfleet, Museum reden. Er waren vliegtuigen uit WOI en WOII met alles wat er voor en er na was ontworpen, tot en met het eerste vliegtuig van de gebroeders Wright. Het was wel even wennen, van de natuur naar de techniek. Aan het einde van de dag waren we allemaal 'total loss', maar moesten toch nog even naar Walmart om te shoppen. Camille kookte nog een heerlijk supper, jammer genoeg was het zo laat dat we meteen daarna, met een volle pens, naar bed moesten.

15 februari 20002 vrijdag –Tombstone  Bisbee

Klokke zeven uur werden we gewekt met de geur van bakkend brood in de neus en wederom een warme dag. Na fotopost voor George klaar gemaakt en gepost te hebben, werd de Suzuki weer aangehaakt en togen we op weg, nu naar Tombstone tegen de Mexicaanse grens aan, het was inmiddels half tien. We zagen onderweg een 'factory field' met MH's en RV's tot aan de horizon. Zo langzamerhand kregen we echt het wildwest gevoel, de mythe die door de Amerikanen in stand wordt gehouden. Er is in hier zo het een en ander voorgevallen, alleen al het trekken en ontdekken per huifkar door deze wildernis met hele gezinnen, die vaak nergens iets vanaf wisten. Op weg door het 'nieuwe gouden en vrije' land waren er tragedies en ontberingen, zoals het ontbreken van koel, helder water... en begaanbare wegen. In tegenstelling tot deze moderne tijd, met zijn eindeloze wegen, tankstations vol verleidelijke hebbedingen en junkfood, terwijl de huifkarren zijn vervangen door enorme Motorhomes en Road Vehickels.

Cowboy in Tombstone

Om half twaalf bereikten we Tombstone, een soort Volendam op z’n cowboys. ‘Wellicht de beroemdste stad van het Wilde Westen, 67 mijl van Tucson gelegen. Al meer dan een eeuw geleden liep hier de mijnbouw ten einde, maar “the town too tough to die” leeft nog voort als een toeristisch pretpark”¹, compleet met schietshows, saloons, verklede cowboys en cowgirls huifkarren, paard en wagen, zoals een 'prisonwagon', stoffige straten, houten trottoirs en zwaaiende saloondeurtjes. Nergens was een indiaan te bekennen, hoewel het in de winkels stikte van de indianen souvenirs. Na de lunch reden we naar Bisbee in Coppervalley, een oud mijnstadje, een van de weinige stadjes die tegen een berg zijn gebouwd, net als Jerome. ‘Het ligt ingeklemd in een nauwe kloof, 25 mijl ten zuiden van Tombstone, en is net zo’n fraai Victoriaans overblijfsel als Jerome bij Sedona. Evenals Jerome dankt deze plaats zijn fortuin aan het gedurende een eeuw delven van het minder edele, maar betrouwbaarder koper, in plaats van een paar vluchtige jaren goud of zilver. De struise bakstenen gebouwen staan er nog steeds, als een blijvende getuigenis van de tijd waarin er in Bisbee meer mensen woonden dan in Phoenix en Tucson en het met 20.000 inwoners de grootste stad tussen New Orleans en San Francisco was.’¹

We bezochten er mooie kunstgaleries en fotografeerden de grote kopermijn. De kleuren varieerden van diepbruin naar heel licht geoxideerd koperkleurig, dit uiteraard vanwege het koper in de grond. Na Bisbee verlaten te hebben reden we door een landschap met aan weerszijde dorre zwart gekleurde struikjes en werden aangehouden door een borderpatrol, we reden nl. vlak langs de Mexicaanse grens. Van Engel en mij wilden ze het paspoort zien, maar eigenlijk lieten ze ons al snel weer gaan. Ze waren uiterst vriendelijk, ook al omdat een van de patrols een Canadees was van oorsprong. Onderweg kregen we een lesje in irrigatie van dit droge land. Er zijn sprinklers van wel zes km breed, die 12.000 liter per minuut op het land sproeien. Soms in cirkels soms in 'lijn'. Dat was wat we zagen op onze vlucht tusssen Atlanta en San Francisco vanuit de lucht, dat grafische landschap met cirkels, vierkanten en driehoeken, in zwart, groen, wit en goudkleurig. Tijdens de invallende duisternis bereikten we het National Park Chiricahua, met de te kleine campground voor onze te grote MH, waardoor we weer achteruit, zonder de Suzuki, de weg op moesten. Camille en ik reden daarna vooruit om te kijken of er ergens een plaats was om de MH voor de nacht te parkeren.

De Kroeg in Tombstone De kopermijn in Bisbee

Het was een barre tocht voor dat bakbeest, over een ribbelige, zanderige weg, maar uiteindelijk vonden we met veel moeite toch een plaats midden in het bos. Met veel kunst en vliegwerk wist Lloyd de MH op een plek te draaien. Engel werd af en toe geplaagd door plaatsvervangende schaamte vooral als we met het grote luxe hotel een kleine campground opreden. Zo lux als het die morgen nog was, zo primitief was het nu. We kwamen bij met een whisky, terwijl Engel onderhand het supper bereidde. We aten, kijkend naar ijshockey, gevulde aubergine, met gehakt, gemengd met groenten, rijst en salade. Na afloop gingen we slapen. Elke dag bedankten en prezen we onze uitstekende chauffeur Lloyd en onze excellente gids en kok Camille.

16 februari 2002 zaterdag – Chiricahua National Park

Om zeven uur ging de 'heater' aan en kwam Camille gekleed en al de 'bedroom' in. Ik ging meteen douchen, terwijl Engel en Lloyd doorsliepen tot half acht. Het was behoorlijk koud buiten zo vroeg in de morgen, maar schitterend weer met een strakke blauwe hemel, waar op de grond in het bos een soort blauwe duiven (gaaien) rondscharrelden en een tokkelende specht voor de muziek zorgde. Al vroeg gingen we het Chiricahua National Park in. Het was elke keer weer een verassing wat er voor schoons kwam. Enorme rotsblokken die bovenop stenenpilaren balanceerden. Een zuchtje wind, zou je denken, en ze zouden eraf vallen. Geërodeerde rotsen vervormd tot pilaren met menselijke vormen, zowel figuren als gezichten. Een hele morgen reden we en dwaalden we er rond, daalden af en klommen weer naar boven. Het had iets weg van Bryce Canyon, maar dan grijs groenkleurig. Wederom een wonder der natuur. Om drie uur vertrokken we, na een soeplunch, van de campground in het bos, over de wasbordweg, de Suzuki rijdend achter de MH, om aan het eind aangekoppeld te worden. Op naar Texas Canyon bij Willcox. Terwijl Engel diep in slaap viel reden wij voorbij twee RV campgrounds en al discussierend, Lloyd en Camille, reden we verder, tot Lloyd besloot dat we moesten omkeren, de MH naar de RV campground rijden, en vandaar meteen met de Suzuki naar Texas Canyon rijden. Engel werd wakker toen we uitstapten, stapte ook uit en begon rond te dwalen, maar dat was niet de bedoeling. Direct nadat de Suzuki losgekoppeld was wilden we weer vertrekken en namen dus alles mee wat Engel altijd bij zich heeft, inclusief zijn fleecejak. Engel kwam heel verbaasd aan lopen, kreeg alles in zijn handen geduwd en we reden weg. Na een tijdje kwam hij tot de ontdekking dat hij op zijn sloffen liep, geen schoenen dus. Gelukkig werd er niet meer gelopen, alleen naar de ijswinkel. Engel nam een milkshake waar hij zich een versuffing aan moest zuigen en de rest nam een Sunday icecream, voor mij teveel en te zoet, maar Lloyd at het allemaal op.

Rotsformaties Chiricahua National Parks

 

Aangekomen bij de MH kregen we een whisky. Terwijl we zaten te praten, las Engel iets over Kraanvogels die vlakbij in Lake Willcox Playa overwinteren. Camille knikte, ja dat klopt, meteen daarna riep Lloyd daar komen ze overvliegen en ik dacht: hè, hè, leuke grap, maar het was echt waar, ongeveer 300, enorm, met geluid en al. We waren te laat om een foto te nemen en het was bovendien te donker. We hadden ook nog een natuurverschijnsel gezien, zgn. 'sundogs', dat bestaat uit een grote regenboogachtige cirkel rond de zon met soms helder witte uitsteeksels. Terwijl Camille zat te emailen op een pocketmail computer, Lloyd achter zijn computer de foto's aan het downloaden was, zat ik op de minilaptop dit verslag, dat Engel elke dag bijhoudt, in te brengen. Als alle foto's van vandaag zijn gedownload kunnen we zien wat voor mooie plaatjes er zijn geschoten, onderhand nippend aan de whisky. Daarna zochten Engel en ik in de boeken naar bijzonderheden van de streek. Om zeven uur speelden Lloyd en ik domino, terwijl Engel en Camille een dutje deden, Engel speelde na z'n 'nap' ook nog een paar potjes mee. Vervolgens wasten we af en om negen uur wilden Engel en ik eigenlijk naar bed, maar omdat we in het woongedeelte sliepen moesten we nog even wachten, daarom speelden we yatzeh, Engel won.

17 februari 2002 zondag – Gila Cliff Dwellings

Er was wat bewolking toen we om half acht gewekt werden, maar niet veel. 's Morgens kon het buiten behoorlijk koud zijn. Om een uur of negen verlieten we de omgeving van Willcox en gingen op weg naar New Mexico, Lordsburg 73 mijl. Het bleef een apart gevoel: in een lux huis op wielen te rijden met uitzicht naar alle kanten en met een snelheid van 55 mph, dit zijn Engel's woorden. Door woestijnen, over bergen, door bossen en prairies over schier eindeloze wegen. We zagen saguaro's, yuca's, cholla's en nog veel andere cactussoorten en soms, in de eindeloze vlakten, een ranch en af en toe treinen met over de honderd wagons en soms wel vier locs. Tijdens het rijden konden we lezen, schrijven, filmen, foto's maken, eten bereiden, broodbakken, koffie zetten, naar de wc gaan etc., etc. Om kwart over tien waren we in New Mexico: inmiddels was besloten niet naar Texas te gaan, omdat het eerste interessante dat daar te zien was 1100 km rijden was en bovendien was er zoveel te zien in New Mexico. Waarom verder rijden, als we ook nog terug moesten? Zelfs in de winter is het overdag heet en droog. Om twaalf uur reden we door Silver City, de stad van Billy the Kid, een rommelige stad in rommelige heuvels. Af en toe hadden vader en zoon Haegebaert meningsverschil over de te volgen route, dat gebeurde o.a. toen de afslag naar route 15 gemist was. Terugkeren met dit gevaarte was een crime, maar wederom lukte het, het duurde echter een poos voor Lloyd weer op 'temperatuur' was en toen begon Camille het hem weer in te wrijven.

Anasazi ruïnes in Gila Cliff Dwellings National Monument

De bomen onderweg leken zilvergrijs, alsof er sneeuw oplag, wat niet het geval was. Terwijl we zo langzaam al rijdend aan het klimmen waren, bevonden we ons plotseling in de sneeuwzone. We reden met de MH, in totaal zo'n 19 m lang, over een erge smalle bochtige bergweg door Gila Forest. Onderweg werden we nog door een ranger aangehouden, ze zei ons om te keren, omdat we te lang waren om de scherpe, smalle bochten te maken, maar Lloyd haalde z'n schouders op, reed door en zei: 'piece of cake'. Aan het einde van de ergste bochten, parkeerden we langs de kant van de weg, haakten de Suzuki af en gingen op weg naar de 'Gila Cliff Dwellings National Monument'.

De Mongollon-pueblo die slechts korte tijd werd bewoond tussen 1270 en 1300 n.C., is nu beschermd als de spectaculairste archeologische vindplaats in zuidelijk New Mexico. Van de Anasazi ‘steden’ kun je zeggen dat het in moderne ogen lijkt alsof oude volken in het zuidwesten vaak de meest onherbergzame woonplaatsen uitkozen, maar dat was niet het geval. De rotswoningen bevinden zich in beschutte, op het zuiden liggende inhammen in de wand van een ondiep ravijn, een tiental meters boven een nooit opdrogende beek en dus binnen gehoorsafstand van stromend water en het constante geritsel van klein wild. Wat er van beneden uitziet als drie verschillende grotten, blijkt é én diepe, lange nis te zijn met drie ingangen. Elke ingang was afgesloten met stenen en specie, maar daar achter lagen zo’n 40 onderling verbonden vertrekken, met een gemeenschappelijke – en waarschijnlijk erg donkere – plaza achterin.’¹

Engel vond het een mysterieus gevoel om daar te staan. Het was er zo bijzonder er hadden daar zo'n 10 tot 15 Indiaanse families hoog in die grotten boven de rivier geleefd. Het is onbekend waarom en wanneer ze deze plaats verlieten. Na deze ervaring werd de MH weer opgehaald en een mooie campground uitgezocht aan een stuwmeer. De weg erheen was weer smal, bochtig en kronkelig, samengeknepen billen. De campground beheerster zei zelfs dat het onmogelijk was om met zo'n gevaarte die bergweg te berijden, maar als je zoiets tegen Lloyd zei werd het een uitdaging. De scherpste haarspeldbochten stuurde hij, het 19m lange gevaarte, met één hand. Hij was niet alleen geweldig in het rijden, maar ook met zijn digitale foto's op de computer. Bij het eten werd nadrukkelijk over de afwezigheid van George gesproken, zijn enthousiasme, zijn humor en het zien van de kleinste dingetjes. Daarna domino gespeeld, Engel won drie spelletjes en om half tien naar bed, reeds!!

18 februari 2002 maandag – Las Cruses

Om zeven uur liep Camille's wekker af, maar hij was al op en Lloyd had de 'heater' al aangezet, gelukkig. We hadden allemaal slecht geslapen, zeker teveel whisky gedronken. Ze hadden geprobeerd mij dronken te krijgen, maar werden het zelf. Engel werd wakker, midden in de nacht?, omdat er geklopt werd en aan de deur gemorreld. Iemand liep rond de MH met een zaklantaarn. Ik werd wakker, omdat er twee maal een harde bons tegen de MH klonk.

Om half negen vertrokken we en weer ging het over zo'n kronkelige bergweg. We klemden ons angstig vast als we boven een afgrond hingen. De ene aan de stoelleuning, de ander aan de deurgreep. In een zeer langzaam tempo reden we de berg op en aan de andere kant af. Waar we op een gegeven moment allemaal bang voor waren was, of we wel onder de brug door konden. Er hadden borden gestaan, aan het begin van de weg, met daarop: 12.8 f. We stopten daarom vlak voor de brug, Lloyd klom op het dak van de MH om te meten hoe hoog we waren. Dat was zo'n 12.3 f. moest makkelijk kunnen, als je precies midden over de brug reed. En jawel, de zorgen waren voor niets geweest, er waren trouwens twee van die bruggen. Om twaalf uur reden we richting Las Cruses, El Paso op Interstate 25. ‘Las Cruses is genoemd naar de’ kruisen’ die de graven markeerden van reizigers die in het verre verleden door de Apachen werd gedood.’¹ Eindelijk kwamen we in de vallei van de Rio Grande, de bewoonde wereld. Door het St. Andreas gebergte en het gebied waar de NASA twee dagen per week, voor twee uur, de weg afsluit om raketproeven te doen. Inmiddels had Camille zich opgefrist en verspreidde een wolk van geuren, iets teveel. Terwijl het kleine spatjes regende berekende ik onderhand dat we nog 23 dagen voor de boeg hadden. Om twee uur arriveerden we bij White Sands National Monument. Eerst, zoals gewoonlijk naar het Visitor Centre, daarna een bord soep en vervolgens in de Suzuki op weg. Het was onbeschrijfelijk mooi, het leek sneeuw, maar het was gipszand. ‘De glinsterende, drie verdiepingen hoge duinen van White Sands beslaan een oppervlakte van 712 m² in het brede Tularosa Basin tussen de Sacramento en San Andres Mountains. Hoewel hun witheid buiten kijf staat, zijn ze in feite niet van zand, maar van fijn gips dat 250 miljoen jaar geleden is afgezet op de oude zeebodem. Op alle andere plaatsen is het gips opgelost en weggespoeld door rivieren, maar hier is het gevangen in een rivierloze kring van bergen. Het zuidelijke deel van dit surrealistische landschap is gereserveerd voor het White Sands National Monument, 14 mijl ten westen van Alamogordo.’¹

Eerst duinen zoals bij ons, maar dan begroeid met yucca's, overgaand in een Siberisch landschap. Dat kwam ook omdat de wolken heel laag hingen en bijna dezelfde kleur hadden als de duinen. Er stond een harde wind, die het gipszand in onze ogen en oren blies, zodat we voorzichtig foto's moesten nemen. Plotseling werd de lucht heel even stralend blauw en kregen we prachtige schaduwen. Kinderen kwamen van de duinen gerold en volwassenen hopsten er in rond, iedereen werd weer even kind. Ook werd er gesnowboard, dat alles mocht, behalve zand meenemen, wat natuurlijk nergens op sloeg, want als je er doorheen ploegde had je al schoenen en sokken vol.

White Sands National Monument

Om half vijf stonden we op een 'Achenebbisj' campground aan een snelweg en een spoorlijn. Dit vanwege het feit dat we de volgende dag naar het 'raketten' museum van de NASA zouden gaan. Gelukkig keken we ook tegen een reusachtig fraai gevormde bergwand aan, die door het licht van de ondergaande zon ons zijn riffen en kloven toonde. Camille, Engel en ik deden een klein slaapje, tot ik me herinnerde dat de afwas van drie dagen nog gedaan moest worden. Vervolgens maakte Camille spaghetti zoals het hoort, zeer tot ergernis van Lloyd die het graag in stukjes had, met veel gehakt en groenten. We gingen vroeg naar bed op de rommelige campground 'Vista Verde'.

klik hier voor deel 2 van dit verhaal

© USA4ALL & Mirjam Bros


Pagina printenHomeVorige pagina

Meer over USA4ALL

© 2008 USA4ALL. All rights reserved.