Klazien Hoomans

1e dag. Maandag 8 september 2003. Amsterdam - San Francisco

Dag allemaal.

Om zes uur ging de wekker. Snel onder de douche, een eitje koken, thee zetten en een broodje dat ik maar moeilijk weg kon krijgen en toen was het half acht en gingen we richting Schiphol. Vannacht erg slecht geslapen, ik moest steeds denken aan de dingen die ik nog had willen doen en niet gedaan heb. Er staan nog onbeantwoorde brieven in de mail, er liggen niet verstuurde felicitatiekaarten, er waren nog mensen die we wilden bezoeken, of die ik in ieder geval had moeten bellen. We waren op weg, er was niks meer aan te doen. Zonder noemenswaardige fileproblemen bereikten we Schiphol mooi op tijd. Menno ging meteen terug naar huis en wij sloten aan in de rij voor de KLM-balie. Dat er zo vroeg al zoveel mensen zouden zijn, hadden we niet verwacht. Voetje voor voetje kwamen we vooruit en de visioenen van relaxed koffiedrinken en boodschapjes doen in Schipholplaza gingen al snel in rook op. Toen we onze tickets hadden, konden we meteen naar de Gate. De vlucht was prachtig. Vaak vlogen we in of boven dikke wolken, maar ook zagen we regelmatig de zee met enorme brokken ijs. We vlogen langs IJsland, over Groenland en Canada, een grijze, onherbergzame wereld. Met de vluchtgegevens op het beeldscherm was het nog erg moeilijk om precies te zien waar we waren. We hadden geen langbenenplaats kunnen bemachtigen, maar achter in het vliegtuig zat ook wel prima. Piet gooide steeds z’n lange benen in het gangpad. Het was er jammer genoeg voortdurend erg koud. Ik had het nieuwste boek van Nicci French mee en dat was spannend en Piet las alle letters van de krant. Tien minuten eerder dan gepland landden we in Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden. Blij dat we weer in beweging konden, liepen we naar de bagageband. San Francisco here we come! Dat hadden we helemaal verkeerd gedacht. We schoven van de ene controle in de andere, als we dachten dat we de laatste gehad hadden, was er om de hoek nog wel eentje en liepen we weer in een rij. Ook bij de auto duurde het lang, maar daar stonden twee praters uit Amsterdam bij ons en dan gaat de tijd snel. Laat in de middag waren we in het hotel. Een mooie kamer met een groot, erg uitnodigend bed. Nog te vroeg, zeiden we tegen elkaar en besloten om eerst de omgeving te verkennen, een mailtje te typen, een hapje te eten en dan pas naar bed te gaan. In de omgeving was niks te beleven, een hapje was alleen te krijgen bij McDonald’s of anders moesten we dineren in het hotel en daar hadden we geen puf meer voor. De computer wipte tot twee maal toe mijn brief eruit, weg! Bah! We besloten toch maar naar bed te gaan, het was toen ook al licht in Nederland.      Groeten, Piet en Klazien---------

2e dag. Dinsdag 9 september 2003. San Francisco

Dag allemaal. 

We vielen als een blok in slaap, maar om drie uur waren we klaarwakker en hongerig, mijn maag knorde en rommelde hoorbaar. In de tas zat nog een zakje chips uit het vliegtuig, een paar sapjes met een rietje, een pakje meergranen/rozijnenkoekjes en een zakje nootjes. We hebben met dat alles in het grote bed een picknick gehouden. Tja, en toen was het nog geen tijd om op te staan en probeerden we nog even te slapen en wonderwel lukte dat ook nog. Het was half zes toen Piet naar de douche liep. Nog voor half zeven liepen we langs een vorstelijk ontbijtbuffet. We besloten, omdat het nog zo vroeg was, eerst naar Silicon Valley te rijden. Ik had gelezen dat San José het kloppend hart van die streek is en dat wilden we zien. Het was druk op de weg. Heel verschrikkelijk druk op de weg. Het was rijden, stoppen en optrekken en dat schiet niet echt op. Na enkele kilometers zag Piet een bordje waarop stond dat auto’s met twee of meer inzittenden van de carpoolstrook gebruik mochten maken. Hup, die strook op en daar vlogen we langs de kruipende stoet. Het is echt waar, ik heb goed naast me gekeken, in alle auto's zat alleen een chauffeur. De stad stelde niets voor, zoals zoveel Amerikaanse steden niets voorstellen. Er liepen wat haastige mensen tussen parkeerterreinen en grote, hoge, spiegelende gebouwen. Piet zag een triple-A punt en heeft daar een plasticzak vol kaarten gehaald van de staten en steden die we van plan zijn te bezoeken. Terug naar San Francisco. Eerst de auto op het parkeerterrein van het hotel gezet en daarna met de shuttlebus naar de luchthaven, waar het eindpunt/beginpunt is van de Bart(ondergrondse). De chauffeur van de bus vertelde dat het normaal bij de luchthaven vreselijk druk is, maar dat er al een paar dagen niks te beleven viel. We zagen wel een paar mensen met een kar naar de vertrekhal lopen, maar, zo zei hij, doorgaans is het hier net zo druk als op een vrijdagse markt. Iedereen is nog bang rond 11 september. De ondergrondse bracht ons naar het midden van de stad en van daaruit zijn we met een bus naar Fisherman’s Wharf gegaan. Het was mistig, het regende bijna en daar hadden we niet op gerekend, want in San José was het stralend weer. Na al die schattige winkeltjes op de Pier wilden we lopend naar de Golden Gate Bridge, maar dat bleek erg ver. Het regende ondertussen al een beetje meer en daarom ook doken we een winkel in met alle mogelijke hebbedingetjes op fotogebied. De man heeft ons een schandalig mooie lens verkocht. Dat was helemaal de bedoeling niet. (Je bent een uitstekende verkoper als je Piet iets weet te verkopen wat niet gepland is.) Toen we de winkel uit kwamen was het bijna droog. We hadden al gezien dat de boottochtjes naar Alcatraz voor die dag al waren volgeboekt. Was dat jammer? Het was eigenlijk te nat en te fris om met een dun zomerjasje het water op te willen. Daarom liepen we langs de jachthavens naar de beroemde Cable Car. Een lange rij wachtenden. Alle tijd om te kijken hoe de wagen met mankracht gedraaid werd om weer de stad in te kunnen rijden. Een uniek systeem hoor. Onder de grond lopen kabels van drie en een halve centimeter dik, ze worden met indrukwekkende lieren in beweging gehouden, zodat de wagens met een constante snelheid van 15 km per uur door de stad rijden. Ene Andrew Hallidie heeft dit in 1869 ontworpen. In 1873 was het eerste traject klaar. Dat werden er in totaal acht, waarvan er nu nog 3 over zijn.  Na een kwartiertje wachten (kon ik met m’n nieuwe lens wat foto’s maken) konden we mee terug naar de Bart. Dat was fantastisch! Geweldig!! De meest steile straat in San Francisco gingen we op. We stonden op het achterbalkon omdat ik natuurlijk moest fotograferen, maar ik durfde me niet los te laten om het toestel voor m'n oog te houden. Gillen!! Met Piet z’n armen om me heen lukte het, schitterend was dat. Of de foto's gelukt zijn? Ik weet het niet. Met de Bart terug naar de luchthaven en vandaar met de auto naar het hotel. In het restaurant heerlijk en heel gezond gegeten. Een maaltijdsalade met Chicken Wings en een pittige saus. Morgen naar Reno.

Groeten, Piet en Klazien-------

3e dag. Woensdag 10 september 2003. San Francisco - Reno

Dag allemaal.

Pluk de dag, we waren weer vreselijk vroeg wakker en bedachten dat we dan eerst nog wel de citytour met de auto konden doen voordat we naar Reno vertrokken. Gister waren we toch nog wel moe van de reis en omdat het zo nu en dan regende hebben we niet veel van de stad gezien. We namen de tijd voor het heerlijke ontbijt, reorganiseerden de tassen zodat er ’s avonds voortaan maar één tas mee het hotel in moet en brachten alles naar de auto. Eerst de snelweg op naar het beginpunt van die stadstour. We vonden die gelukkig snel en al kaartlezend volgden we de instructies op. San Francisco is een prachtige stad, helemaal gebouwd tegen de hellingen van een heleboel heuvels. Met de steile straten hadden we de eerste dag al kennis gemaakt, we reden ze nu met eigen auto en dat was veel minder spectaculair. De voorwielen van de auto’s die langs de stoeprand geparkeerd staan, staan dwars. Dit is verplicht omdat als de handrem het af laat weten, de wagen naar beneden rolt. Staat de auto met de neus naar beneden, dan wijzen de wielen naar de stoep, met de neus naar boven draait men de wielen richting weg. Het is een bijzonder gezicht. De straten lopen allemaal heel recht (heuvel op, heuvel af) van oost naar west en van noord naar zuid. Lekker makkelijk voor de kaartlezer. We kwamen langs de City Hall, het Opera House, Union Square, St Mary’s Cathedral  (die door z’n bijzondere architectuur de ‘wasmachine’ wordt genoemd),  langs de beeldige huizen van Alamo Square, een   heuvel op vanwaar  op onbewolkte dagen een prachtig uitzicht over de Golden Gate Bay is. Wij zagen alleen mist en reden de heuvel weer af naar Fisherman’s Wharf. Dat was bekend terrein. Voor Alcatraz waren we weer te laat en we besloten op de Pier koffie te drinken. Gister hadden we daar een cafeetje gevonden waar de koffie erg lekker was. We zaten binnen maar van het ene op het andere moment werd het stralend weer. Geen wolk meer te bekennen en de temperatuur schoot omhoog. De koffie mee naar buiten, de jas uit en in de zon. Raar, daar was het toen weer bijna te warm voor.

Het vervolg van deze dag komt nog, want de bibliotheek gaat dicht.

Groeten, Piet en Klazien----------

Vervolg 10 september 2003.  Op weg naar Reno

Dag allemaal.

Waar was ik gebleven? Dat we nog foto's hebben gemaakt van de zeeleeuwen of dat we met een grote beker koffie op een bankje zaten te genieten van de zon? Er is daar op die Pier een erg mooie truien- en vestenwinkel, er hangt daar echt spul om van te watertanden.  Van maat 46 (hier 36) hebben ze nog nooit gehoord. Maat 44? Dat ging nog net. We zaten ons op het bankje hevig te verbazen, voor bijna alles dat langs liep en vrouw was, lag maatje 44 in een ver verleden. Naar de auto om de route weer op te pakken en die bracht ons richting Golden Gate Bridge. Opeens zagen we vanuit zee een enorme wolk aankomen die over en onder de brug door de baai in rolde. Binnen enkele minuten was het om ons heen weer net zo grijs en triest als ’s morgens en van de beroemde brug was alleen nog net de bovenkant te zien. We waren van plan lopend de brug over te gaan, maar in die grijze massa zagen we dat niet zitten. Toch maar met de auto naar de overkant. Daar zagen we de skyline van SF boven de wolken uitkomen, een gek gezicht. Gelukkig rolde de wolk door en werd het snel weer helder, konden we toch nog in volle glorie de beroemde rode brug zien, helemaal in de zon, de blauwe lucht er achter. Prachtig! Terug naar de stad en langs het Presidio (het legerkamp sinds het ontstaan van de stad) richting Oakland Bridge. De architect van dit geval was in zijn jonge jaren vast gek op Mecano, allemaal stukjes ijzer in verschillende maten, die met grote schroeven en bouten aan elkaar gezet konden worden. We reden de baai weer over en de stad bleef achter ons. We hadden wel meer willen bekijken, want San Francisco is een schitterende Amerikaanse stad met veel Europese gezelligheid. Mooie winkels, brede winkelstraten, veel mensen op straat en drukke terrassen, maar we moesten toch echt richting Reno, daar wilden we niet te laat aankomen. Het was ongelooflijk druk op de weg, zeven banen helemaal vol auto’s. Aan onze kant zat er nog wel wat beweging in, maar aan de andere kant, richting stad, stond het stil, kilometer na kilometer. Aan beide kanten was een wegversmalling wegens werkzaamheden. We waren al uren op weg toen de gang er wat in kwam. ‘Bij het eerste pompstation dat we zien moeten we maar even tanken’, zei Piet. Al snel doemde zo’n groot Shellbord op. De weg af en voor de pomp. Geen benzine! In de buurt was de stroom eraf. ‘Gewoon doorrijden!’ zei de man van de pomp schouderophalend, ‘dan komt u wel weer een tankstation tegen’. Tja, als daar dan maar wel stroom is. Toen de benzinemeter verontrustend in het rood stond en er zo nu en dan al een waarschuwend piepje uit het dashboard kwam, zagen we weer verlichting bij een pompstation. Het was daar heel erg druk, wachten vonden we niet erg, stel je voor de tank zal je leeg zijn op de snelweg. Het laatste stuk van de lange weg was erg mooi. Aan de wegen was te zien en te voelen dat er vaak met sneeuwkettingen wordt gereden. De temperatuur is nu nog hoogzomers. We reden bij donker de stad in en dat is lastig. Gelukkig begin ik het kaartlezen al een beetje te leren, ook al wordt Piet helemaal wanhopig als ik dat ding op de kop voor me heb. Het hotel was ook een casino, we liepen met onze tassen tussen de gokkers door naar de kamer. Die was groot en prachtig, maar computer/mailfaciliteiten? Nooit van gehoord.

Groeten, Piet en Klazien------- 

4e dag. Donderdag 11 september 2003. Reno - Elko

Dag allemaal.

Reno wordt volgens mijn reisboek “The Biggest Little City in the World” genoemd. Het is net als Las Vegas een echte gokstad, 24 uur per dag kun je hier je geld laten rollen en hopen dat je rijk wordt. Bill Harrah begon hier zijn verzameling schitterende antieke auto’s, die zijn te zien in het National Automobile Museum.

Eerst op zoek naar een ontbijt tussen de gokkers in het Casino. We hapten in een luxe ontbijtbroodje en keken naar de fanatieke en laconieke koppies achter de gokmachines. Vanmorgen werd ik wakker van het geloei van een enorme trein die door de stad denderde. Een knots van een locomotief met daarachter misschien wel honderd wagons. Het ging maar door. Nu zijn de treinen hier erg lang, vrachtauto’s zijn dat ook! We zagen vandaag regelmatig achter zo'n knots doodleuk nog twee enorme aanhangers. We vertrokken vroeg naar Elko. Geen wegwerkzaamheden gelukkig, het ging snel. Langs de weg lag zo'n enorme vrachtauto met aanhanger op z'n kant in de berm en we vroegen ons af hoe dat mogelijk was op zo’n mooie, lange, platte, rechte weg. Links en rechts, voor en achter, bergen en nog eens bergen die ons uitzicht begrensden. Ze leken groot, grijs, onvruchtbaar en ongenaakbaar. Het was een erg dorre omgeving, waarin de loop van een riviertje goed te volgen was omdat er een groene strook met wat gras, bosjes en bomen door het landschap kronkelde. Midden in dit kale, uitgestrekte gebied stond een grote gevangenis met dubbele hekken, poorten en torens. Was dit Tolsom Prison, een van de grootste Amerikaanse strafgevangenissen? Langs de kant van de weg staan grote borden waar we op lazen dat we geen lifters mee mochten nemen. We waren vroeg in Elko en ook daar waren weer heel veel grote casino’s. In het hotel was weer geen computer/internet. Ik vertelde de mevrouw achter de balie dat ik dit wel op een bord aan de kant van de weg had zien staan. Natúúúrlijk, internetfaciliteiten in hotels wil zeggen dat er een gaatje in de muur van de kamer zit waar je een laptop op aan kunt sluiten. Zij vertelde ons dat we kosteloos konden mailen in de bibliotheek en wees ons de weg daar naartoe. De deur was daar al op slot en ging de volgende morgen om negen uur weer open. We zijn naar een casino gegaan, hebben een lekker drankje genomen en om ons heen gekeken waar we daar het beste een hapje konden eten. In een casino is het eten relatief goedkoop en goed. Piet zat aan de bar schaamteloos 5 dollars te vergokken. We aten er heerlijk!!

Groeten, Piet en Klazien------- 

5e dag. Vrijdag 12 september 2003. Elko – Salt Lake City

Dag allemaal.

Piet had er gisteravond veel werk van om die 5 dollars te verliezen, de vrouw naast ‘m was in diezelfde tijd 100 kwijt. We waren vandaag om negen uur bij de bieb. Ha-ha, dacht ik, eindelijk. In San Francisco zag ik meteen een computerkantoortje toen we het hotel in kwamen, 2 computers nog wel. Bingo! De service van @home heet webmail, via Internet kun je dan met een wachtwoord in je eigen mailbox kijken. Ideaal! Vanuit die box kun je ook mail versturen maar dan mag je beslist niet breedsprakig zijn, ontdekte ik al snel. De ‘eerste dag’ getypt en toen ik op ‘versturen’ klikte, bleek ik uitgelogd. Alle tekst weg! Balen! Nog een keer alles getypt, weer uitgelogd! Weer tekst weg. Ik dacht dat het hotel niet langer dan 10 minuten iemand op het web liet en er ongevraagd af gooide en bedacht toen in bed dat, als ik de brief via een worddocument zou typen en dan verstuurde, het vast moest lukken. Al heel vroeg aan het proberen door toetsjes naar Menno te mailen. Mooi niet! Er kwam een mevrouw en ik vroeg haar of zij misschien wist wat ik moest doen. Ze zei: ‘Blow up----go to edit---click on copy---open e-mail---cursor on the page (?)----go to edit---click on paste!’ Mijn hersens kraakten, maar…. het lukte! Vanmorgen dus met veel moed naar die bibliotheek in Elko. Hadden ze daar in de computers geen Worddokument! Gelukkig kon de mevrouw die me hielp er een code intoetsen zodat het wel mogelijk was. De computers in bibliotheken, heb ik nu geleerd, zijn bijna allemaal alleen voor Internetgebruik. Salt Lake City. Ze hebben er meer kerken dan benzinepompen, hebben we gezien. Het viel op omdat we de laatste nodig hadden. Om nu te zeggen dat dit een mooie stad is, de kerken zijn prachtig en ook de bibliotheek is een plaatje, groot, indrukwekkend, nieuw en supermodern. Architectonisch, net als de kerken, kunstzinnig, vernieuwend, artistiek? Ik weet niet welk woord ik moet gebruiken, misschien zijn ze allemaal wel op hun plaats. Het is de grootste stad van Utah en ligt in een vallei met rondom bergen en natuurlijk grote witte zoutvlaktes en zoutmeren, daar heeft de plaats zijn naam aan te danken. Vooral in de winter zijn hier veel toeristen, het is een prachtig wintersportgebied en er zijn in de bergen mooie, lange wandel-paden. In 1847 is de stad gesticht door de mormonen-leider Brigham Young en is nu nog het wereldhoofdkwartier van deze geloofsovertuiging (sekte?). Ze noemen zich de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste dagen. Wat een mond vol. Mormonen, de aanhangers van de profeet Mormon. Dat is wat makkelijker. De mannen mogen hier meerdere vrouwen trouwen (vroeger moest het) en de ouders (waarschijnlijk alleen Pa) mag z’n dochters al op heel jonge leeftijd uithuwelijken, vaak gebeurd dat binnen een bloedlijn. Aan geboortebeperking doen ze niet, zodat de gezinnen erg groot zijn. Bah, dat dergelijke praktijken worden getolereerd in een modern land. Het staat me vreselijk tegen. Voor de tempel, of zoals hier de Mormon Tabernakel genoemd, stonden rijen en rijen mensen te wachten om naar binnen te mogen. Ik vond het een draak van een gebouw en een afschuwelijke levensinstelling. Hadden we al, met al die afkeer, overwogen ook binnen te kijken, de vreselijk lange rij deed ons snel besluiten het niet te doen. Piet had onderweg een Sizzler gezien, dit is een eethuis zoals de Ponderosa’s aan de oostkust. Je betaalt meteen bij binnenkomst je drankje en hapje en dan mag je aan de saladebar maar uitzoeken. Allemaal heerlijkheden naast elkaar en alles ziet er erg lekker uit. Gesmuld dus! De volgende morgen een paar boodschapjes gedaan bij Fred Meijer. Onderweg van San Francisco naar Reno hadden we bij een Wall*Mart (een supergrutter) een piepschuimkoelbox gekocht. Dit ding kan onze laatste vakantiedag weer ingeleverd en dan krijg ik het geld terug. Dit is een service voor de klanten die zonder zo’n ding hun diepvriesproducten onderweg naar huis de warme auto uit zien lopen.  ‘s Morgens doen we  ijsblokjes uit de ijsblokjesmachine, die in alle Inn’s en Lodge’s staan, in een paar plasticzakjes en die duwen we tussen de blikjes en flesjes in de box, alles blijft een hele dag lekker koud. (Deze tip kwam ik tegen op Internet)

Groeten, Piet en Klazien------

6e dag. Zaterdag 13 september 2003. Salt Lake City – Idaho Falls

Dag allemaal.

Na een bezoekje aan die prachtige bibliotheek waar ik alleen een worddocument kon typen en daarna versturen in de universiteitsafdeling, hebben we nog wat boodschapjes gedaan voor de lunch en zijn we op weg gegaan naar Idaho Falls. De Falls van Idaho stellen helemaal niks voor. De Snake River stroomt dwars door de stad en hier en daar is een stuw(tje) waar het water overheen bruist. Vroeger, zo’n 14000 jaar geleden, na de grote ijstijd, trokken jagers deze streek binnen. Er zijn hier in de bossen kampplaatsen gevonden uit die tijd. Rond 1800 vestigden zich in deze streek pas de eerste blanken. Het was toen nog het woongebied van verschillende Indianenstammen, zoals de Kutenai-, de Shoshone- en de Bannockstam. De omgeving bestaat uit bergen, bomen en bos. We hadden al snel in de gaten dat de geschiedenis van deze stad boeiender is dan de stad zelf en zijn naar ons onderkomen voor die nacht gereden. Piet vond op een kaartje weer een Sizzler, het was even zoeken maar dat was de moeite dan ook wel weer waard.

Groeten, Piet en Klazien------

7e dag. Zondag 14 september 2003. Idaho Falls – Yellowstone Park

Dag allemaal.

We zijn vanmorgen vroeg opgestaan, want we vonden op de kaart een alternatieve route naar Yellowstone Park. Deze weg loopt dwars door Grand Teton National Park en daar wilden we toch ook wel wat van zien. Onderweg bij Jackson in een kroegje, waar alle gasten een vorstelijk ontbijt zaten weg te werken, koffie gedronken. We bestelden cappuccino maar kregen een hele grote beker French Vanilla. Het was mierzoet, nu ben ik een echte Doopsgezinde zoetbek en vond het dan ook verrukkelijk! Piet vond dat hij er een ‘erg kleverige bek’ van kreeg. Als je hier (maar ook in de rest van Amerika) een cafeetje binnenstapt, komen ze meteen met een mes en vork naar je toe. Niet eten??? Nee, wij willen alleen koffie! O.K. Je ziet ze denken: ‘Buitenlanders!’ Een local meneer naast ons aan de bar vroeg ons waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen. Teton en Yellowstone! Prachtig, prááchtig! Heel breedsprakig ging hij uitleggen waar we beslist naar toe moesten, waar we moesten stoppen en waar we lekker konden eten. Met al die goed bedoelde adviezen in ons hoofd en twee van die lekkere bekers koffie in de maag, reden we weer het mooie weer in. Bij de ingang van het park hebben we een National Park Pas gekocht, we mogen daarmee een jaar lang in bijna alle nationale parken van Amerika!!!. De toppen van de Three Tetons waren al met sneeuw bedekt en stonden stralend mooi te wezen. De meren weerspiegelden al dat moois. Wat moet ik vertellen, de ene skyline was nog mooier dan de andere. Al snel zagen we ook de vernietigende kracht van vuur. In 1988 was in dit park en in Yellowstone Park een enorme brand. Het moet wel heel verschrikkelijk zijn geweest, want de gevolgen zijn nog overal te zien. Veel grote, grijze, dode bomen, dode bossen op de bergwanden en in de valleien. Apocalyptische beelden waar we vast aan moeten denken als er weer ergens een bos in brand staat. Gelukkig zagen we ook duidelijk dat de natuur zich herstelt, hier en daar groeide van dat mooie frisse groen tussen al het grijs. We hebben een eind gelopen op een vlonder door een gebied waar overal stoom uit kleine kratertjes komt. Soms borrelde er kokende modder in een gaatje en soms spoot er water uit. De “Old Faithfull” is de beroemdste en de grootste fontein, om de drieënnegentig minuten spuit er in een paar minuten een reusachtige hoeveelheid stoom en water wel 45 meter de lucht in. We moesten er een uur op wachten, maar dat was beslist de moeite waard. Eerst een hele tijd naar het geborrel, gebrubbel en gesputter gekeken, maar precies, op de minuut nauwkeurig, deed ie wat er van hem verwacht werd. Ik had al gelezen dat de meeste wilde dieren in het park ’s morgens vroeg of in de namiddag in beweging komen. De eerste bizons zagen we in de verte, maar ze moesten natuurlijk wel op de foto. Een paar kilometer verder zagen we een groep met een kalfje in het land naast de weg. Auto aan de kant, weer een paar foto’s en nog een paar foto’s toen de hele groep kalmpjes aan de weg op wandelde. Het was al donker toen we in West Yellowstone aankwamen. Eerst naar het hotel en toen een restaurantje gezocht waar we een hamburger en een bord groenvoer hebben gegeten. Noch in het hotel, noch in het stadje was iets te beleven, we hebben nog even gelezen, maar daarbij vielen de ogen dicht, we lagen vroeg in bed. 

Groeten, Piet en Klazien------  

8e dag. Maandag 15 september 2003. Yellowstone Park

Dag allemaal.

Nog maar net in het park zagen we, aan de overkant van de Madison rivier, een Elk met een enorm gewei. (zo’n beest wordt ook wel Wapiti genoemd, maar hij lijkt op een hert) Hij stond daar groot, imposant en mooi te zijn voor alle fotograferende voorbijgangers. Ongelooflijk, wat had hij een bouwwerk op z’n kop, wat ben ik blij dat mensenmannen dit niet hebben, wat zou dat lastig zijn. Even later staan er twee bizons langs de weg, de auto’s voor ons stopten en wij zagen eerst niet waarom. Opeens een grote, behaarde kop naast de auto. Vlug, toe,  fototoestel…. fototoestel, vlug, toe nou!!  Mijn autoriemen blokkeerden door mijn onverwachte bewegingen, Piet liet mijn raam zakken, jasses! Hij was wel hééél dicht bij, maar toch: KLIK!!!  Pasfoto!!

Zo ging het de hele dag door, om de haverklap moesten we wel even stoppen om het uitzicht te bewonderen, of omdat er bizons op de weg liepen. Prachtige beesten zijn het, een woeste kop, brede, behaarde schouders en een smal, elegant kontje. De  Elk’s zijn echt macho, we zagen er die dag nog een paar heel mooie en deze heren gedroegen zich erg fotogeniek. Ze gingen voor een fototoestel werkelijk in de houding staan. Weer even verder sprong er vlak voor de auto een coyote (prairiewolf) uit de berm de weg op. Piet stopte en liet weer aan mijn kant het raam zakken, floep, meteen de bosjes weer in. Een paar meter verder liet hij zich toch nog even zien en kon ik ook van hem een foto maken. We hadden op de kaart een mooi weggetje gezien, daar moesten we langs. Het bleek gedeeltelijk een zandweg en we hoopten dat daar minder (weekend) verkeer was en daardoor meer wild. Jezusmina, wat was dat hier en daar griezelig! Vangrails waren er niet of tot asfalthoogte in de berm weggezakt. Een vijf tot tien centimeter brede berm met grassen en bloemetjes en daarnaast flikkerde je in een gat van wel 200 meter diep. Ach, zei Piet, als we tien meter naar beneden vallen doet het vast ook zeer, en hij reed rustig door. Ik heb iets met smalle weggetjes en haarspeldbochten, ik vind ze prachtig, spannend, mooi en doodeng! Net zoiets als kermis, leuk en akelig tegelijk. We hebben zoveel moois gezien, een miljoen jaar geleden ingestorte berg, oude bergen, jonge bergen, brede kloven en heel smalle. De snel stromende Yellowstone rivier met daarin de watervallen. Versteende bomen, maar vooral honderden gaatjes waar modder, water of stoom uitbubbelde. We hebben trappen gelopen, over lange trails gewandeld in een vulkanische hoogvlakte die voor het grootste gedeelte bestaat uit gestolde lava. Deze aardlaag is heel dun, door een voetstap kan er weer een stomend kratertje ontstaan en daarom zijn er overal houten (of kunsthouten) vlonders neergelegd. Het was alweer bijna donker toen we helemaal moe bij onze Lodge kwamen. We zijn eerst gaan zwemmen, bubbelen en douchen en hebben toen een eettentje opgezocht. Het was daar erg druk, iedereen zat naar een belangrijke ‘voetbal’wedstrijd te kijken. We konden wel wat te eten krijgen, maar dan van de kleine kaart, dineren kon in een andere zaal. In die andere zaal zat vanwege die belangrijke wedstrijd geen kip en wij besloten iets van de kleine kaart te kiezen, dat was veel gezelliger. Chicken Wings met gekruide frietjes (schijfjes aardappel met schil). De wings kwamen en waren door een haastige kok ondergedompeld in een sambalsaus. Zo heet heb ik nog nooit iets gegeten, de tweede heb ik eerst met een servetje schoongeboend en toen bleken ze beter te behappen. Piet houdt wel van pittig, maar begon na de derde ook te poetsen. Een klein (echt klein, want het woordje klein kennen ze hier bijna nergens) ijsje na en toen naar bed. Yellowstone is prachtig, we hadden in dit park ook nog wel een dag willen rondrijden maar er wacht ons morgen een lange rit naar Ogden.

Groeten, Piet en Klazien--------

9e dag. Dinsdag 16 september 2003. Yellowstone - Ogden

Dag allemaal.

De weg gleed vandaag met 75 mijl p/u onder de auto door. We reden naar Ogden. Na twee uur rijden waren we bij BlackFoot, dit bleek een klein Indianenreservaat. Tijd voor koffie. Er liep daar een echte Indiaanse, een rond gezicht, bolle wangen, donkerbruine spleetoogjes en twee prachtige, lange, pikzwarte vlechten. Ze had weliswaar haar veertje thuis gelaten maar ze leek, zelfs in haar Amerikaanse kleren, nog sprekend op Hiawatha uit de Donald Duck strip. Langs deze weg zagen we weer de enorme regeninstallaties. Soms rijden die dingen recht over het te besproeien veld, soms rijden ze rond. Enorme groene (gras) of gele (graan) cirkels zijn het gevolg. Uit het vliegtuig zijn ze goed te zien, toen begrepen we nog niet wat het waren. Zonder die regenmakers is het land dor en grijs, hier en daar groeiden wat helmgrasachtige plukken maar dan opeens was het land naast de weg zo groen als een biljartlaken. Voor Amerikanen is vakantie op pad met hun mobilhome. We zagen heel mooie maar ook monsterachtig grote. Achter die laatste hangt dan meestal nog een knappe middenklasse auto. In veel Amerikaanse steden mag je met een Camper niet komen en ook de Scenic-tours (mooie alternatieve routes) mogen en kunnen met een camper niet gereden. Geen wonder als ik denk aan de haarspeldbochten die we de laatste dagen gereden hebben. De vier/vijfbaans weg die we vandaag reden is voor de bewoners van deze streek saai, recht en oervervelend. Wij keken onze ogen uit. De bergen naast ons wisselden steeds van kleur, rood, oranje, geel en lichtgroen verkleurde bomen, waar, als de zon er even op scheen, de vonken van afschoten.  Mooimooimooi!!!

Met dit moois wordt de Indian Summer bedoeld, dat kan niet missen! In de bermen bloeiden kleine gele zonnebloemen dwars door de stenen en het asfalt heen. Bij de boerderijen liepen witte, zwarte en bruine koeien en soms was er een boerderij met heel veel zwart/wit vee, dat is een mooi vertrouwd gezicht. Zo ver mijn oog kon zien lagen pakken hooi op het land of ze lagen opgestapeld in of bij grote open schuren. Nergens zagen we de lelijke gekleurde plastic drollen die bij ons zo vaak het landschap ontsieren. Ogden is genoemd naar Peter Skene Ogden, een beroemde ontdekkingsreiziger. De bibliotheek was weer groot en indrukwekkend. Op zoek naar een Jo-Ann in deze plaats, reden we langs een aardig restaurant. Het bleek een gezellige zaak met een grote saladebar en het was er onvoorstelbaar goedkoop. Voor 8 dollars, inclusief drankjes, hadden we snel onze honger gestild, en dan te bedenken dat ik met een grote boog om het toetjesbuffet ben heengelopen. Met een drankje, een sigaar voor Piet en een sigaret voor mij, hebben we buiten op een bankje de avond over de stad zien vallen.

’s Morgens was de temperatuur nog rond het vriespunt, toen we daar buiten zaten was het nog dik boven de twintig graden.  

Groeten, Piet en Klazien------- 

10e dag. Woensdag 17 september 2003. Ogden - Moab

Dag allemaal. Ik werd ’s morgens wakker naast een jarige job. ‘Voel je wel dat je nu zestig bent’ vroeg ik. ‘Nee’, zei Piet, ‘hoezo eigenlijk, ik ben maar één dag ouder dan gister hoor!’ Gelukkig maar, want we moesten vroeg op omdat we op tijd in Moab wilden zijn. Het was nog vreselijk koud buiten, achter ons, in het noorden, hing een zwarte lucht en van de bergen zagen we alleen nog schimmige silhouetten achter dikke wolken stof en regen. Tot Salt Lake City bleef het dreigend, toen reden we de bergen in en werd het steeds beter. De Indian Summer was hier nog dichterbij, de kleuren waren nog sprankelender, nog dieper, nog mooier. Na de bergen kwamen we op een erg lange, erg rechte, erg saaie woestijnweg. De lucht was weer blauw en de temperatuur schoot omhoog. Een stevige wind woei het zand in dikke mistige flarden over de weg. Naast mij bergen die geasfalteerd leken. (Later las ik dat dit lavabergen waren.) Naast Piet een hoge muur van rode, gele en grijze rotsen. Links en rechts van de weg twee totaal verschillende landschappen, heel bijzonder! We waren mooi op tijd in het Arches National Park, bij de prachtige rotsformaties waar van alles bij te bedenken was: een groepje (erg lange, erg magere) meiden met een hoedje op. Een slapende olifant. Rotsen als gebouwen, als paleizen. Het leek alsof de erosie, de wind, het zand en de regen ramen in de stenen hadden geslepen. Er lagen gigantische wit uitgeslagen drollen in het gras en er stond een enorm Fallussymbool, oftewel een joekel van een piemel, boven op een berg. Natuurlijk waren er ook Arches, de door de natuur gevormde poorten, bruggen, bogen en ramen. Volgens mijn boek zijn deze rotssculpturen 150 miljoen jaar geleden ontstaan. (een jaartje meer of minder daar malen we al lang niet meer om) Overal zijn parkeerplaatsen gemaakt om een foto te kunnen maken. Buiten de auto blies de wind het fototoestel bijna uit mijn handen. We wandelden een stukje van een trail, maar mijn blote benen en mijn armen werden gezandstraald, dat voelde niet prettig. Een groepje Japanners ging op weg met mondkapjes voor. Al snel waren de eersten weer terug. 's Avonds zagen we ze weer in een eethuis/cafetaria. Wat kunnen die mensen giechelen en slurpen, een aardigheid om mee te maken. Het internetcafé was dicht. Misschien hebben we morgenvroeg nog tijd voor de bibliotheek.

Die tijd was er. Maar ze is altijd te kort. Soms mag ik een uur achter een computer, meestal maar een half uur. We zitten dan gezellig naast elkaar. Piet kijkt in zijn mailbox, beantwoordt de briefjes van de kinderen. Ik type, als een echte tiepmiep, één, twee, soms drie dagen weg. Natuurlijk sluipen er taal- en stijlfouten in de zinnen, die moeten jullie me maar vergeven want ik kan niet  eerst de verslagen  lezen die ik al verstuurd heb en ik heb geen tijd om rustig na te kijken wat vers van de pers de lucht in gaat. O ja, enig trouwens al die kaartjes en felicitaties die er voor Piet zijn verjaardag in onze mailbox zaten. Het gaf ons een heel feestelijk gevoel. Wat is Internet toch leuk!

Groeten, Piet en Klazien------ 

11e dag. Donderdag 18 september 2003. Moab - Monument Valley (Blanding)

Dag allemaal.

We reden vandaag door de ‘Valley of the Gods’ naar Monument Valley. Dit is een mystieke wereld, hier wonen geen nimfen, elfen, feeën of kabouters, hier waren vroeger de Goden van de Indianen de baas. Het waren reuze reuzen waar onze Ellert en Brammert maar baby’s bij lijken. ’s Nachts kwamen ze tevoor-schijn uit de spelonken van de gigantische bergen en slepen prachtige figuren in de rotsen. Ze maakten met hun reuze handen bouwwerken langs de rivieren en hun gelach was in de wijde omtrek te horen. Mooie namen hebben de mensen later aan al die kunstwerken gegeven. Nog steeds herkenbare namen: o.a. De ‘Linkerhand’, de ‘Rechterhand’, de ‘Olifant’ en de ‘Drie zusters’. We kwamen de Japanners met hun doeken voor mond, neus (en bijna) ogen, ook weer tegen. Kwetterend, giechelend en fotogra-ferend. Flipje naast een rots, Flipje op een rots, Flipje voor een rots. Daarna mocht het Floepje ook nog op het plaatje of werd er iemand gevraagd een plaatje te maken van ‘t Flipje en Floepje samen. We reden door het Montazuma gebied, een weg van veertig kilometer, omhoog en omlaag als een streep door het landschap. De zon ging onder, wat een ruimte en al die kilometers hebben we geen huis, geen mens en geen auto gezien. Tot onze grote verbazing zagen we wel veel ‘ja-knikkers’. Toen we in ons hotel in Blanding kwamen, hadden we geen zin om op te knappen en dan te gaan happen. We haalden iets bij een pompstation en maakten er op het enorme bed weer een picknick van.

Groeten, Piet en Klazien------- 

12e dag. Vrijdag 19 september 2003. Blanding – Capital Reef (Torrey)

Dag allemaal. Lang en lekker geslapen. Na een ontbijt van niks eerst boodschapjes gedaan, want onze koelbox was bijna leeg en daarna moesten we nodig op weg naar de Natural Bridges. Dit parkje lag op onze route naar Torrey. Drie prachtige grote bogen die ook nog van dichtbij te bekijken waren, maar daar moesten we dan wel een flink stuk voor naar beneden (dat gaat nog) maar ook weer omhoog. Met mijn vaste bepakking van zo'n 25 kilo leek me dat maar vermoeiend. We reden verder door een maanlandschap waar alleen aan het verharde wegdek enig menselijke activiteit te zien was. Capital Reef zagen we  in de late middag, dit park is een verzameling van  door erosie gevormde rots-formaties, kloven, canyons en valleien, Capital Dome is een berg die lijkt op de koepel van het Capitool en heeft daar z’n naam aan te danken. Het Reef is eigenlijk een enorme bergwand, de ene berg loopt over in de andere en vormt zo een natuurlijke barrière. We vonden daar aan de voet van een berg de schedels van de reuzen waar ik gister van vertelde. We reden door het park waar bijna niets te doen was, overal gold een snelheidslimiet van 15 mls p/u. Op een zandpad is dat geen punt, daar hobbeldebobbelt geen mens sneller. Op de verharde weg was dat moeilijker en…Piet reed te snel en…. we werden aangehouden. Gelukkig was de man in een goed humeur en bleef het bij een berisping, waarop Piet beloofde het nóóóit weer te doen. De zon zakte en kleurde de rotsen bruin, rood, grijs en witter dan wit. Te bedenken dat dit alles er al stond toen Nederland nog van de vissen was.

Ja, we zien elke dag wel eventjes T.V. De heren en dames praten hier allemaal op het scherm erg druk, erg dwingend ook. Het doet me steeds denken aan die akelige Frisia reclames. Maar het laatste nieuws en het weer daar gaat ie even voor aan. We weten dat Isabel nogal tekeer gaat aan de oostkust, maar daar hebben we geen last van. De lucht is steeds blauw en de temperatuur loopt elke dag op naar de dertig graden. 's Nachts is het wel erg koud. Ik heb geloof ik geschreven dat we, toen we Yellowstone verlieten, er zo'n vreselijk slechte lucht achter ons hing. We weten nu dat het daar ook poep slecht weer is geworden en er zelfs veel sneeuw in de bergen is gevallen.

Piet z'n kies?  Voor degenen die het niet weten: Een weekje voor onze vakantie kreeg Piet maag/darm problemen. Waarschijnlijk een klein beestje, want we hoorden dat meer mensen last hadden van een zomergriepje.  De donderdag voor ons vertrek begon bij hem een kies te irriteren. De vrijdag werd het erger en die avond werd het heeeel erg. Een pijn die in golven door de kies joeg, typisch zenuwpijn. Het grote probleem was dat de kies verstopt zat onder een jacket, die weer de drager was van een brug. De weekendtandarts in Heeg maakte een foto en zag duidelijk een wortelpuntontsteking. Voor zoiets moet je normaliter naar de kaakchirurg, maar die werken niet in het weekend en de maandag daarop gingen we vroeg weg. Met een antibiotica kuur, pijnstillers en de foto van de boosdoener, zijn we weer naar huis gegaan. 'Zo'n zomergriepje kan zoiets, dat al latent aanwezig is, activeren !' zei de tandarts,  en als de antibiotica niet zou helpen, dan in SF maar naar chirurgische hulp uitkijken. Een goed begin. Maaaar,…. de kuur heeft goed geholpen, hij kan zelfs weer met die kant kauwen. Gelukkig maar, want in het gebied waar we nu zijn trekken ze kiezen nog met een touwtje om de deur.

Groeten, Piet en Klazien------

13e dag.  Zaterdag 20 september 2003. Torrey – Bryce Canyon (Panguitch)

Dag allemaal.

Op weg naar Escalante zag Piet op de kaart weer een leuk weggetje. De  Hell's Backboonway. De naam beloofde niet veel goeds maar we moesten daar natuurlijk langs, het was maar een klein stukje om. Allemachtig, het weggetje in Yellowstone park was er niks bij. We reden voor mijn gevoel over de kam van een berg, over de top van de wereld. Links en rechts enorme diepten en bijna geen bermen. Het zweet stond in mijn handen maar Piet stuurde onverstoorbaar en riep: ‘Kijk daar!’ En ‘ooh, kijk  daar!’ En ik keek, maar durfde dat eigenlijk niet. Toen we weer op de gewone weg reden riep ik: ‘Machtig, prachtig, schitterend’, en Piet maar lachen. We kwamen langs Petrified Forest, een park met allemaal versteende bomen, maar daar was het allemaal heel stil en afgesloten, dus toen zijn we maar doorgereden. We hadden opeens tijd genoeg om op een terras te zitten dat bij een eettentje hoorde. Er zijn hier erg weinig terrassen. We zaten dan ook echt even in de zon te genieten. Er werd water met ijs (eigenlijk is dat ijs met water) voor ons neergezet en we bestelden een kleine pizza. Het duurde nogal even en toen brachten ze de grootste, zo leek het. We hebben allebei de helft in een doggybag gedaan, in de hoop dat in het hotel, waar we onderweg naar toe waren, een magnetron zou staan. Op weg naar Brice Canyon. Daar is het ook mooi! Mooi!! Eerst naar het verste en hoogste punt. Daar, uit ’onze koelbox’ een koud drankje genomen en daarna zijn we bij veel uitzichtpunten gaan kijken. Eigenlijk is dit geen canyon, meer een valleí met steile gekleurde berghellingen eromheen. De rode rotsen zijn overblijfselen van de enorme meren die hier ooit waren. Ongeveer zestig miljoen jaar geleden zwierven hier enorme reptielen en dinosaurussen rond, overal in deze streek zijn fossiele botten van die reusachtige beesten gevonden. We stonden bij een uitkijkpost en zagen hoe de avondzon de honderden hoodoo's (een soort bovenaardse stalagmieten) diep rood kleurde. De bergen werden weer kathedralen, het was heel bijzonder.

In het hotel stond een magnetron in de lobby, de pizza’s warm gemaakt en buiten opgegeten. Daarna twee wasmachines met was gedraaid. Er staan vaak wasmachines bij de Inn’s en Lodge's en dat is prettig. Ze zien er uit zoals onze vroegere langzaamwassers. Bovenop zit het deksel en in het midden van de trommel staat een groot geval te schudden. Het gaat best wel snel en de was wordt ook nog schoon. De droger heeft er wat langer werk van. Boek erbij en wachten, bloesje en T-shirts haal ik er uit als ze nog vochtig zijn, een beetje in model trekken en dan hangen ze de volgende dag droog en klaar om aan te trekken in de kamer.

We hebben nog even buiten gezeten en naar een buitengewoon mooie sterrenhemel gekeken. Morgen gaan we naar Zion en naar Page bij Lake Powell. We genieten met volle teugen.

Groeten, Piet en Klazien------- 

14e dag. Zondag 21 september 2003. Panguitch – Lake Powel (Page)

Dag allemaal.

We sliepen weer koninklijk in een kingsize bed. Door een bebost en glooiend landschap richting Zion National Park. Een erg mooie weg met donker groene naaldbomen, met daartussen groepjes witte berken die al prachtig geel werden. Zion is eigenlijk ook een scheur in de aardkost. Meer dan honderd miljoen jaar geleden lag de westkust van Amerika los van de rest van dit continent. Waar nu de Rocky Mountains liggen, was water. Het oostelijke en westelijke deel dreven naar elkaar toe en schoven over elkaar heen met ongeveer een mm per jaar. Het westelijke deel werd ondertussen ook nog naar boven geduwd en zo ontstond de sliert die nu Midden Amerika is. Er ontstonden bergen en binnenzeeën. Enorme bevingen, bibbers, vulkanische uitbarstingen, modder overstromingen en superstormen, regen en natuurlijk de invloed van de zon hebben uiteindelijk al dit moois gemaakt. Elk park heeft een totaal verschillende uitstraling, het is ontstaan in een andere tijd, gevormd van een andere grondlaag, en daardoor anders van kleur en begroeiing. We zijn nog door een stuk van de Glen Canyons gereden, langs Lake Powell en waren tegen zonsondergang bij de dam. Bij het Visitors Centre naar een filmpje over de bouw van de grote dam gekeken, hoe bedenk je zoiets. Op het grote meer, dat een gevolg is van die dam, werd druk gezeild. Nog even bij een jachthaven gekeken en toen naar het hotel, want het schemerde al. Naast het hotel was een steakhouse, er waaiden heerlijke geuren uit hun keuken over het parkeerterrein en we besloten daar te gaan eten. Prachtige tent hoor! Allemaal hout, heel 'Western'. Aan de balken hingen grote wagenwielen, precies zoals mijn vader ze vroeger maakte. De oude hooiwagen naast de zaak zag er ook al zo bekend uit. Er hingen stormlantaarns aan de wielen met  elektrische kaarsjes, maar de lichtjes/vlammetjes flikkerden. We aten heerlijk en kregen daar alle tijd voor. Later zagen we op onze kamer op tv dat er boven de Grand Canyon een helikopter was neergestort. Het is de bedoeling dat Piet morgen of overmorgen de lucht in gaat met zo'n ding (verjaardagscadeautje van de kinderen). Ik zou geloof ik nu niet meer durven.

Groeten, Piet en Klazien-------

15e dag. Maandag 22 september 2003. Page – Grand Canyon

Dag allemaal.

Als een plaatsje Page heet moet er haast wel een bibliotheek zijn. Die was er en was oogverblindend mooi, nieuw en inclusief  zo’n 30 computers. Ik mocht een uur omdat ik niet voortdurend op Internet bezig was, maar ook een uur is zomaar om. Op weg naar Grand Canyon koffie gedronken bij Cameron, een tent vol souvenirs. Ik liep er langs, pakte iets aardigs, keek aan de onderkant en dan bleek het weer stervens duur. Ze hadden gelukkig wel lekkere koffie, want daar waren we aan toe. Lekker buiten in de schaduw, heerlijk! We waren vroeg bij de Zuidrim, eigenlijk te vroeg en daarom hebben we eerst, op ons gemak, bij veel uitzichtpunten stil gestaan. De koffers naar het hotel gebracht, ingecheckt en toen terug naar de plaats waarvan we dachten dat daar een mooie zonsondergang te zien zou zijn. Er waren een heleboel mensen, niet iedereen bleef achter het hekje, halsbrekende toeren werden er uitgehaald om wat meer privé van het mooie uitzicht te genieten. Ze klommen naar randjes en richeltjes en ik werd  misselijk van het kijken naar die waaghalzerij. Er hingen dikke rookwolken aan de Noordrim, daar was een gecontroleerde brand behoorlijk uit de hand gelopen. De meeste rook ging de lucht in, de rest bleef in de Canyon hangen, het werd daardoor een wazige sunset, heel sprookjesachtig. Ik had het gevoel dat ik in het  diepste van de aarde kon kijken. Alle canyons die we gezien hadden werden er kloven, haarscheurtjes bij. Heel ver beneden ons stroomde de Coloradorivier als een smal zilverglinsterend lintje tussen de bergen. De zon zakte, iedereen hield de adem in. De bergen tegenover ons leken gemaakt van bordpapier, vlak en in alle tinten tussen blauwzwart en grijs. Ze waren als grote décorstukken voor elkaar geschoven en tussen al die stukken hing een dunne, mistachtige waas. Naast ons kleurden de laatste zonnestralen de rotsen rood, geel en oranje. Verleden, heden en toekomst vloeiden hier in elkaar over. Adembenemend!  Dit is een oerwereld, zo zag de wereld er uit toen God zei dat er licht was.

Groeten, Piet en Klazien------- 

16e dag. Dinsdag 23 september 2003. Grand Canyon – Las Vegas

Dag allemaal.

Omdat ik al wist dat Piet hier met een helikopter de lucht in zou gaan, vond ik dat we hier ook moesten slapen. Geen Inn of Lodge maar, voor ons doen, een nog al prijzig hotel. Het gebouw was prachtig, de kamer groot, maar dat was dat. Uit de douche kwam een piemelig straaltje water, niet echt warm genoeg. De w.c. spoelde slecht. De hele nacht was er lawaai buiten. De airco klepperde op de laagste stand, iets hoger waaide mijn haar van mijn hoofd. Geen ontbijt, dat moest apart betaald. ‘Smoor maar!’ zei Piet tegen het onbenullige huppelkutje dat achter de balie stond met een enorme brok bazooka (kaugom) in haar mond. Ze stond nog net niet bellen te blazen, bedacht zich steeds op tijd, maar we zagen wel hoe roze die bult in haar mond was. Even later zaten we bij Mc Donald’s aan de thee met een broodje en een schijf krokant gebakken aardappel(zoiets als röstie). Op tijd naar de luchthaven, want om vijf minuten voor elf zou het gaan gebeuren. We moesten daar ruim een halfuur van tevoren aanwezig zijn. Piet leverde z'n papiertje in en toen bleek dat die supertrut het ons fout had verteld. We moesten er vijf voor elf zijn en daarna kon het nog wel een dik half uur duren.  Getsie, alles liep verkeerd, ik werd er zenuwachtig van. Piet kwam heelhuids weer terug op de grond, hij had de vlucht schitterend gevonden en vanaf dat moment was het over met de pech. Nou ja, over!! Onderweg werden we weer aangehouden. Er waren wegwerkzaamheden en tussen alle linten en tonnen doorlaverend zag Piet een afslag niet goed. Foutje! zei ik, kijk, die weg gaat zo en die zo en...Politie achter ons!.. Aan de kant! We reden weer véél te hard, wel 25 mls p/u terwijl 15 mls daar het maximum was. ‘Ja’, zei Piet, ‘ik weet 't, ik zag ’t te laat want ik miste een afslag’...Deze keer geen berisping maar een officiële waarschuwing. Een heel document. ‘Staan we nu in de computer?’ vroeg ik meneer agent, ‘Ja’, zei hij, ‘als America's most wanted!’. Sneller rijden dan toegestaan is hier erg duur, helemaal op plekken waar wegwerkzaamheden zijn. Weer geluk gehad, weer wat geleerd. Over de Hooverdam naar Las Vegas. We hebben bij Page (Lake Powel) ook al een reusachtige dam gezien, maar deze is werkelijk indrukwekkend groot. Er waren veel werkzaamheden en daardoor langzaam rijdend en stilstaand verkeer. We hebben de auto op een klein parkeerterreintje neergezet en zijn toen over de dam naar het   Visitors Centrum gelopen. Het was er erg druk en we wilden niet in het donker naar ons hotel zoeken en daarom terug naar de auto. Piet dacht dat Las Vegas  een grote straat midden in de woestijn was en keek z'n ogen uit. Vier, vijf, zesbaans wegen en hartstikke druk. Het hotel was gemakkelijk te vinden: 'Circus Circus' een echt Casinohotel, een kwart van de prijs van gisteren, heel luxe en alles op de kamer werkte. We zijn beneden gaan eten en op weg naar ons bed heb ik er in vijf minuten 10 dollar doorheen gejaagd. Roulette kan zo leuk zijn: ‘Meneer, geef mij maar nummertje dertien.’ ‘Komt er een kerel aan, geeft zo'n ding een zetje, flikkert er een balletje in en wat dacht je?’ Niks!! 13-24-11-3-23-17-35…..blut! Aan de bar Piet nog even pokeren. Het duurde een eeuwigheid maar uiteindelijk was hij ook 5 dollar kwijt.

Groeten, Piet en Klazien----------

17e dag. Woensdag 24 september 2003. Las Vegas

Dag allemaal.

De dag begon vroeg. Ze hadden me verteld dat er internetfaciliteiten waren van 7 tot 19 uur. Gelukkig! Konden er weer een paar dagen de lucht in. Kwart over zeven was ik wakker, hup onder de douche en naar beneden om te vragen waar ik moest zijn. Dat wisten de mensen die er werkten ook niet. Ik werd van het kastje naar de muur gestuurd, oftewel van hot naar her. Tussen de gokkers door, want die zaten er al (of nog), van de ene lift naar de andere en dan toch weer terug. Om kwart voor acht stond ik voor een piepklein kantoortje. Eerst een worddocument???? Waarom????? Omdat ik een reisverslag maak mevrouw, voor familie en vrienden!....Oooooh! Mevrouw was stil en dacht na, zo te zien viel dat niet mee zo vroeg in de morgen..Een reisverslag?????..Ja, zei ik, op Internet. Goh!!!!, zei ze en ik werd opeens interessant genoeg om met collega’s te overleggen. Het was moeilijk, moeilijk!! Maar, er werd een code gekraakt en ik mocht aan de gang. Of ik wel eerst even een briefje in wilde vullen en 15 dollar wilde betalen. Dat was balen! Belachelijk, ik werd er stil van. Ik vertelde dat ik nog geen 5 minuten van Internet gebruik maakte, maar dat maakte geen indruk. Bah.. was ik maar een uurtje langer in bed gebleven. Terug naar de kamer waar Piet misschien nog wel lekker lag te slapen. Ik had het kaartje bij me, maar wat was het kamernummer ook al weer?…….Het nummer 965 dat ik in mijn hoofd had bestond niet op de 9e etage en toen ik de laatste twee cijfers omdraaide (956) bleek de kamerdeur naast de lift te zitten en dat kwam me echt niet bekend voor. Terug naar beneden. De schoonmaakdienst zag me de lift weer instappen en uitstappen. Bij de inchequebalie, keken ze me meewarig aan, kamernummer vergeten? Dat is toch sneu, maar nee mevrouw, het nummer mogen we u niet geven. Zat daar zo’n ouwe knar te kijken alsof ik vreselijk slechte bedoelingen had. Aan de overkant zat een jonge vrouw. ‘Wilt U mijn echtgenoot voor me bellen?’ vroeg ik, ‘want ik ben mijn kamernummer vergeten en hij zit op mij te wachten’. Ik gaf haar mijn kaartje en waarlijk, ze zocht even in de computer. Ze gaf me een klein papiertje met het nummer en zei dat ik het niemand mocht vertellen omdat het streng verboden was wat ze nu deed. Dat beloofde ik en ging weer naar de lift, toen ik de kamerdeur opende stond Piet gekleed op me te wachten. Het was tijd voor een ontbijt! Voor de mensen die in de nacht bijna al hun hebben en houwen vergokt hebben is voor de laatste dollars uit de voering van hun jasjes nog een ontbijtje te bestellen. Het heet: ‘the graveyard breakfast’. Een gekke naam, vast wel lekker en dat was het ook. We zijn daarna eerst met de auto de stad door gereden. Ik had me laten vertellen dat er in Las Vegas een heel grote quiltwinkel was en daar moesten we natuurlijk kijken. Vlak daarbij was een Jo-Ann en dat was treffen. In de quiltwinkel, die echt groot en ruim gesorteerd was, kon Piet met z'n eigen ogen het prijsverschil met een Jo-Ann even zien. We zagen dezelfde lappen drie/vier/vijf keer zo duur. We hadden onderweg een Starbucks koffiezaak gezien en daar hebben we op het terras van de drukte en de lekkere koffie genoten. Met de inkopen terug naar het hotel. Piet maakte zich zorgen, hij zei dat mijn quiltlappen niet meer allemaal in de koffer kunnen. Dat valt vast wel mee, met lapjes kun je heel goed gaatjes opvullen. Met de ‘hop-on-hop-off’ bus de strip bekijken en dan lunchen in het Luxor, was ons volgende plan. Werkelijk een eeuwigheid op die bus moeten wachten en toen bleek het ook nog niks met niks, alle ramen waren dicht en dichtgeplakt met letters en reclame. We stapten uit en zijn gaan lopen. Op het kaartje leek het allemaal niet zo ver, in de praktijk viel het tegen. Wat een gebouwen, wat een verkeer, wat een drukte, wat een lawaai, wat een mensen. Het werd door dat gewandel wel wat een late lunch, maar het was weer overdadig en voortreffelijk. Luxor is op een mooie manier chique. We hebben nog langs de boetiekjes geslenterd, een prachtige stropdas en een grote sigaar gekocht en zijn toen weer op de gewone stadsbus naar het hotel gegaan. Omdat het nog te vroeg was voor Freemontstreet met het lichtspektakel daar, hingen we wat te zappen voor de T.V. en daar werden we niet fitter van. We besloten beneden een biertje te drinken aan de bar met het pokerspelletje. Piet deed weer vreselijk z’n best om een paar dollars te verliezen en vroeg of ik bij de roulettetafel nog een keer m’n geluk wilde beproeven. Oke, laten we daar ook nog een keertje mee doen. We kochten een handvol plastic munten en eerlijk, het ging geweldig! Op een gegeven ogenblik lagen er stapels van die dingen voor ons. Meisjes in minirokjes brachten ons biertjes die prima smaakten en ons vreselijk overmoedig maakten (wat natuurlijk ook de bedoeling is). Na uren plezier was het geluk op en waren toch die stapels munten weg. Het was toen te laat voor Freemontstreet, dan maar naar de Mirage, dat hotel is zo mooi, wist ik nog. Achter de balie is een enorm aquarium. Het is 17 meter lang, 2,5 meter hoog en 1,85 meter diep en er zit 90.000 liter water in. Het glas is 10 centimeter dik, maar dat zie je niet. Leuke gekleurde joekels van vissen en prachtig gekleurde kleintjes zwommen er rond. Vervolg van deze dag volgt.

Groeten, Piet en Klazien-------

Vervolg 17e dag.

Dag allemaal.

Ik zit vreselijk snel te typen, maar de snelheid die ik had toen ik jaren geleden examen deed , haal ik allang niet meer. Ik ram erop los tot ik er jeuk van in mijn haar krijg. Piet vindt dat een wonderlijk verschijnsel, maar het is echt zo. Waar was ik gebleven, in de grote hal van Hotel Casino Mirage, bij de vissen. Er stond daar ook een bloedmooie man. Lang, donker haar, strak in't pak, mooie das, en zo'n 35 jaar. Om hem heen een aureool van vriendelijkheid en ietsje autoriteit. Hij leek zo uit een boek of van een filmdoek gestapt. Ooh, ik was er helemaal stil van en voelde me stokoud! We liepen door een corridor met bomen, struiken, bloemen en een waterval, op weg naar het Casino. We dachten dat hier de chique-de-friemel achter de gokkasten en roulettetafels zou zitten, maar nee hoor, er zat net zoveel schorriemorrie als in ons hotel. Op zoek naar de witte tijgers van Siegfried en Roy, maar die waren nog aan het werk of sliepen al. Na het ongeplande geloop van die middag deden mijn voeten vooral aan de onderkant hartstikke zeer, maar desalniettemin moesten we  toch ook nog wel even bij Hotel Venetië binnen kijken. In de hal zagen we wel wat meer driedelig grijs en dames in de ’little black dress’, de koffers leken me ook wat groter. Maar de luxe in het gebouw was onbeschrijfelijk; wandschilderingen, plafondschilderingen en reusachtige spiegels. Erg bombastisch, erg onecht,  overdaad in't kwadraat! Luxor en Mirage hebben meer stijl. Jammer genoeg niet meer bij MGM en nog een paar andere kunnen kijken. We lagen al onfatsoenlijk laat in bed en hoopten dat de katers, die in de gangen overal op de loer lagen, onze kamer voorbij zouden gaan.

Groeten, Piet en Klazien------- 

18e dag. Donderdag 25 september 2003. Las Vegas – Bakersfield.

Dag allemaal.

Om negen uur werden we wakker zonder kater!!!! Douchen, in de kleren en weg. In de auto lag nog wel een sapje en een meergranen krentenkoek. Natuurlijk eerst de strip nog even langs van deze bijzondere stad, die pas tot bloei kwam toen in de dertiger jaren de Hooverdam gebouwd werd. Duizenden arbeiders die bij de bouw betrokken waren, zochten hier vertier. Na de oorlog werden er grote casino’s gebouwd die nu worden opgeblazen of afgebroken om plaats te maken voor groot, groter, grootst. De reputatie was eerst niet best, want al snel bleek dat de Maffia eigenaar was van de grote speel- en gokpaleizen. De regering stelde een onderzoek in en waar ze al bang voor waren bleek waar. Las Vegas was het paradijs voor belastingontduikers en witwaspraktijken. Nu wordt hier stevig de boel in de gaten gehouden. Overdag ziet het er allemaal veel minder spectaculair uit dan ’s nachts, maar het blijft een rare wereld. Alles is zo vreselijk nep. De watervallen, de vulkanische uitbarstingen, de Empire State Building, de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld, de Tempels en de Sfinxen. Alles is eigenlijk zo fantasieloos, welke architect, met een beetje zelfrespect, leent zich voor al dit kopieerwerk. De prachtige bomen, struiken en planten in de straten leken ook van plastic en dat waren ze niet, ik heb gevoeld! Jammer dat we niet alles hebben kunnen zien, we vinden allebei dat de roulettetafel ons een onvergetelijke avond heeft bezorgd. Nou ja, wat maakt het dan uit, het is het een of het ander. Ik heb vier dikke, pijnlijke blaren onder mijn voeten, maar dankzij de moderne blarenpleisters kan ik er wel behoorlijk op lopen. We reden vandaag onder Death Valley door naar Bakersfield. Toen we de weg af gingen op zoek naar koffie bleken we op route 66 te rijden. Voor de toeristen is aan die weg oud vooral oud gelaten en nieuw oud gemaakt. Boerenkarren uit een ver verleden staan aan de weg alsof ze elk moment weer in gebruik kunnen worden genomen maar dat is natuurlijk flauwe kul, ze staan daar om gefotografeerd te worden. We vonden koffie in zo’n ‘saloon’.   Death Valley is een enorme, schroeihete woestijn. In m’n boek las ik dat je daar de airco uit moet zetten omdat de motor te heet kan worden en het verstandig is er met meerdere auto’s met elkaar doorheen te rijden. We hadden al besloten het niet te doen. Miljoenen jaren geleden veranderde onderaardse activiteit dit gebied in een binnenzee. Het water verdampte geleidelijk aan en er ontstonden grote zoutvlaktes, zandduinen en canyons. Wíj gingen onderlangs, een lange, rechte, saaie weg. Het viel ons op dat er veel meer rommel in de bermen lag dan op andere wegen, tot nu toe zagen we alleen aan flarden gereden autobanden naast en op de weg, maar blikjes, flesjes, papier of plasticzakken waren een zeldzaamheid. Bedrijven, clubs en scholen kunnen overal in Amerika een stuk snelweg adopteren, ze mogen dan hun naam op een bordje aan de kant van de weg zetten en moeten dat stuk schoonhouden. Dat werk is uit te besteden, maar het kan ook in eigen beheer gedaan worden. We zagen ze zo nu en dan, allemaal jongelui, druk bezig met prikstokken in een jasje met de bedrijfsnaam erop. De grote plasticzakken voor de rommel (waar natuurlijk ook de naam van het bedrijf op staat) worden later door een vrachtautootje opgehaald. Een vreselijk dure overtreding als een agent ziet dat je iets op straat gooit, 1000 dollar als je gesnapt wordt. Het was hier vandaag op de weg ruim veertig graden, veel te warm om te werken. In een auto met airco heb je er geen last van. Om de mijl staat er een paaltje met een telefoon eraan. Het moet rampzalig zijn om in die hitte daar autopech te krijgen. We waren vroeg in Bakersfield en hadden tijd genoeg om een bibliotheek te zoeken. Eigenlijk is dat best leuk hoor, dat gezoek, want we zien nu stukken stad die we anders nooit gezien zouden hebben.

Groeten, Piet en Klazien-------

19e dag. Vrijdag 26 september 2003. Bakersfield – Mariposa

Dag allemaal.

Eventjes op de fiets naar de supermarkt of even naar een Jo-Ann om een rits of een klosje garen, vergeet dat maar. Hier moet je haast wel alle boodschappen met een auto doen want alle winkels liggen ver van het centrum. We zoeken op een kaart de rondweg, die zomaar 50 kilometer lang kan zijn, en duiken bij een aangegeven afslagnummer een stad in waar de winkels rondom een enorm parkeerterrein liggen. Shoppingplaza heet zo’n plek. Zijn de winkels in een enorm gebouw dan heet het een Shoppingmall. Het aardige van een Mall vind ik dat er pleintjes zijn waar je bij verschillende eettentjes een hapje kunt halen, maar allemaal in het midden aan een tafel schuift. De een haalt een broodje bij de Italiaan, de ander een vishapje bij de Japanner en samen lopen ze met hun plasticbakjes bij Mc Donald’s langs voor een shake. De temperatuur is daar koel in de zomer en warm in de winter. We waren vroeg uit bed en om 10 uur op weg naar Mariposa. De lucht boven ons was strak blauw, maar naast ons en voor ons hing zo'n vieze, licht lila mistwolk. Als er al ergens bergen waren, dan zaten ze daar achter verstopt. Een heel vlak landschap met veel wijngaarden, citrusbomen en zo nu en dan heel grote veebedrijven. Toen we Yosemite National Park  naderden, werd het weer glooiend. De aarde leek bedekt met goudgeel velourstapijt met hier en daar groepjes donkergroene bomen. Denk bij een park niet aan het Vondelpark of aan het Wilhelminapark. Van het ‘welkom bord’ naar de werkelijke ingang met controlepost was wel zo’n 40 km. Het is een enorm bosgebied in de bergen. We waren er een uur of drie, zijn naar Mariposa Grove gereden en hebben daar tot zeven uur van alles bekeken. Eerst naar de dikke bomen, de Sequoia’s. Niet alleen dik, ook reusachtig groot en heel oud. Ook dit was weer een prachtig park met hoge bergen, steile bergwanden en (in het voorjaar) schitterende watervallen. Het late licht viel mooi over de bomen en op de bergen. We kwamen weer coyote’s tegen, schuw en zo snel als water. We stonden op een brug naar de berg El Capitain te kijken, die prachtig spiegelde in het rimpelloze water van een meertje. Ook bij Glacierpoint was het uitzicht formidabel. De bossen lagen al in de schaduw van de bergen die zelf nog door de laatste zonnestralen prachtig werden verlicht. Ik hoop dat dit allemaal op de foto’s ook mooi te zien is. Gelukkig had Piet ons onderkomen hier via Internet al geboekt, want toen we in het dorp kwamen, stond overal met grote verlichte letters ‘full’ of ‘no vacanci’  op de ramen van de hotels. We zijn nog een salade gaan eten en lagen weer vroeg in bed. Groeten, Piet en Klazien------

20e dag. Zaterdag 27 september 2003. Mariposa – South Lake Tahoe

Dag allemaal.

De bibliotheek was gelukkig ook op zaterdagmorgen geopend. Een mooi houten geval waar het nog naar verf en impregneermiddelen rook. Ik schat dat er wel 12 computers stonden, waarvan er op vier ook eerst een worddokument getypt kon worden. Rebbelen (dat is volgens Piet wat ik steeds doe, kwebbelen op Internet) als een gek. Zolang er niemand achter me stond mocht ik wel doorgaan. Er stond na een uur heel wat op het scherm en de dame achter de balie zou het wel even voor me verzenden. Wat ze precies deed weet ik niet, maar alle tekst was weg!! En…… nergens terug te vinden. Dik balen natuurlijk, want toen moest ik nog een keer bedenken wat we de dag ervoor gedaan hadden. Maar niet meteen, ik was er eventjes helemaal flauw van. Eerst de weg weer op. Al weer gewend aan het vlakke land moesten we gister toch weer de bergen in. En wat voor bergen!!! Mooi geasfalteerde wegen, dat wel. Links en rechts heel erg hoge bomen. We klommen een stuk en daalden een stukje tot we een bordje zagen waarop stond dat we op 8900 Ft zaten. Naast ons donderde de diepte wel 6000Ft naar beneden. Een Ft is 30.4 cm, dus reken maar uit! Door het Stanislaus National Forest en het Toiyobe National Forest, het bleef maar klimmen en dalen en kronkelen. Veel naaldbomen met daartussen weer de prachtige herfstkleuren. Vissers met laarzen tot hun middel stonden midden in beken/riviertjes te vissen. We kwamen door een dorpje waar een soort vrijmarkt was. Het leek wel of iedereen z’n overbodige spullen bij elkaar had gezocht en voor de deur te koop aanbood. Toevallig zag ik in een flits in een zijstraatje een quilt hangen. Piet moest wel even stoppen, want daar wilde ik graag een foto van. Het ding was oud en stuk, maar ooit op de hand gemaakt met kleine steekjes en zorgvuldig op kleur gerangschikte katoenen lapjes. Een oude quilt heeft iets heel geheimzinnigs, er hangt, bijna voelbaar, een verborgen geschiedenis om heen. Ik hoop dat mijn quilts over honderd jaar ook met zoveel bewondering worden bekeken, maar dan liever niet op een rommelmarkt. Het was al bijna donker toen we  bij ons onderkomen in South Lake Tahoe arriveerden.   Ik heb daar eerst een was gedraaid en toen moesten we nódig het dorp in om een kouwe pot en een warme hap. We kwamen in het casino (ja, ook daar) in een Mexicaans eethuis terecht, waar om 10 uur een caraoke zou beginnen. Dan zijn wij alweer weg!....zeiden we. Erg veel honger hadden we niet (meer) en daarom bestelden we een schaal met hapjes en sla. Een groot bord met veel spinaziesla, een klodder guacomole, zure room en allemaal dingetjes die erg lekker waren, maar waar we geen flauw benul van hadden wat het was. 't Was behoorlijk 'spicy'. Piet klokte met overtuiging een pilsje van de streek naar binnen en voor mij stond zo’n mooie blonde corona, heerlijk!! We zaten er oergenoeglijk. Toen was het in een vloek en een zucht tien uur en begon de caraoke, dát was feest. Prima zangeressen en zangers en natuurlijk ook een paar die zich zelf nog nooit gehoord hadden, maar dat maakte het zo speciaal. Leukleukleuk! Naast me zat een meisje/jonge vrouw in zo’n klein zwart jurkje dat we in de casino’s van Las Vegas ook al meerdere keren gezien hadden. Ze vertelde me dat zij zich ook had opgegeven en dat we wel even voor haar moesten klappen als ze klaar was, ook als het nergens op geleken had. Het leek ook nergens op, maar we klapten en joelden alsof ze een diva was. Ik vroeg haar of zo’n zwart jurkje het uitgaanstenue voor jonge vrouwen in Amerika is, en dat bevestigde ze. Alle vrouwen hebben er eentje in de kast en die draag je als je naar een opening, receptie, condoleance of begrafenis gaat. Ik zag mooie modelletjes, maar dat mooie was vaak lelijk omdat ze te klein waren. Ook de jurk naast me leek drie maten geleden aangeschaft, de naden en de rits stonden onder grote druk, alle stof spande spannend om borsten, billen en buik. De zoom zat daardoor niet meer één handbreed, maar wel drie handbreedtes boven een paar flinke vlezige  knieën. Zou niemand durven zeggen dat ze voor joker loopt, dacht ik, ook de man niet die er naast zit? Ze kletste trouwens wel gezellig en natuurlijk moest ik voordat we weg gingen nog even met haar op een foto. Armen om me heen en smile!!! We zouden weer vroeg opstappen, maar het was al ver na twaalven toen we naar het hotel gingen.

Groeten Piet en Klazien.-----

21e dag. Zondag 28 september 2003. South Lake Tahoe

Dag allemaal.

Bij de Lodge was de temperatuur gisteravond  nog 31 graden, die zakte vannacht naar 3 graden. Vanmorgen bleef de condens van onze uitgeademde lucht in wolkjes achter op het parkeerterrein. Nog maar een week of drie, dan ligt hier sneeuw en komen de langlaufers en de skiërs.

Nog geen vijftig meter de straat uit en dan kom je op de staatsgrens die dit dorp in tweeën splitst. Aan de ene kant is gokken bij de wet verboden, aan de andere kant mag het wel. Er staan dan ook grote casino’s en alles wat in de omtrek woont, komt hier in het weekend en hoopt dat lang gekoesterde dromen uit komen. Wij logeerden in deze plaats zeer eenvoudig,  alles heel basic, maar alles was er, zelfs een hele snelle computer voor de gasten. Het meisje achter de balie droeg piercings in haar wang, neus, tong, oren en kin. Het deed me zeer als ik naar haar keek. Ze vertelde me hoe ik ook via 'notepad' eerst een brief kon typen en dan versturen, want ook op deze computer zat geen 'Word'. Het moest wel even wennen. Vandaag was onze laatste dag. Vanmorgen eerst de auto leeg gehaald en alle bagage weer over twee tassen verdeeld. De warme kleren gaan praktisch allemaal ongebruikt mee terug naar huis. We hebben in drie weken een bende brochures verzameld, wat moest mee en wat moest weg?? Gelukkig kan Piet goed scheuren en dat hielp. Tien rolletjes foto's heb ik gemaakt, die gaan met de meeste spoed naar de ontwikkelmachine als we thuis zijn. Alles paste nog prima, ook de prachtige verzameling quiltstoffen en toen moesten we natuurlijk ook hier de omgeving nog even bekijken. Lake Tahoe is een heel groot meer, wel 500 vierkante kilometer en het ligt bijna 200 meter boven de zeespiegel. Het was zondag en er waren veel recreanten. Met een camper, een auto met caravan of met een trailer met bootje. Honderden motorrijders hebben we gezien, Harley Davidson heeft hier veel aanhangers. De imposante machines stonden prachtig gepoetst (in deze stoffige wereld) te glimmen op de parkeerplaatsen. Heel veel strand is privé-strand. Er staan schitterende huizen, met twee of drie garages, pal aan het meer. Het stukje strand waar we wel op mochten was druk. Zonaanbidders, spelevaarders, volleyballers maar geen zwemmers!!(?). Dat is een raar gezicht als de temperatuur bijna 30 graden is. Ons werd verteld dat, doordat het ’s nachts al zo koud is, de watertemperatuur al gezakt is naar 13/14 graden. We zagen nergens aan de stranden blote borsten en billen, dat mag hier niet. Rondom het meer allemaal bergen, bomen en bloemen. Op een terras nog eens een spinaziesalade gegeten en toen werd het donker en gingen we naar ons hotel om de laatste spulletjes nog in te pakken. Morgenvroeg zetten we alles in de auto en gaan richting San Francisco. Onze vakantie zit erop. We hebben het fantastisch gehad, heel gezellig. Dit is een prachtig land. Elke keer gaan we naar huis met het idee dat we van Amerika nog veel meer willen zien. Nu word ik over 4 jaar ook zestig, dus wie weet. Margreet komt ons dinsdagmorgen van Schiphol halen, even flink slapen en dan zijn we er weer. Dat is een heerlijk vooruitzicht, de kinderen, de kleinkinderen, de hond en het huis, daar zien we weer echt naar uit!


Deze keer dus groeten en tot ziens, Piet en Klazien 

 © USA4ALL & Klazien Hoomans


Pagina printenHomeVorige pagina

 

Meer over USA4ALL

© 2008 USA4ALL. All rights reserved.