Er waren eens vijf kleine jongentjes. Ze woonden vlak bij elkaar of
zaten bij elkaar op school. Ze hadden allemaal wel een hobby. Maar
zoals het met vele jongentjes gaat, ze krijgen verkering, kinderen
en worden brave huisvaders. Van hobby’s die gevaarlijk zijn of te
veel geld kosten, wordt dan afscheid genomen.
Motoren werden verkocht en snelle auto’s werden ingeleverd voor een
degelijke Opel met kinderzitjes. Uitgaan veranderde van gemiddeld 2
keer in de week naar een paar keer in een jaar. Je voelt je evengoed
nog jong maar de teller staat al voorbij de 40.
Dan worden jongentjes, jongens, krijgen voor de derde keer tandjes,
en dan gaan ze zoeken naar waar het vroeger om ging. De snelste
brommer, het alternatieve tandenborsteltje in je borstzak, het
gevoel van en met de 1e zoen op het schoolplein, Je
schooltas beschilderd met het peace teken, ja, vul maar in. Real
Basic (jong) live op je oude dag. De ouwe lullenzender Radio 2 staat
daarbij tegenwoordig wel aan, want daar draaien ze tenminste muziek
die je herkent en mee kan zingen.
Elk jaar komen die jongentjes elkaar zeker tegen. Een grote feestdag
in hun café. De derde maandag in september. Harddraverij. Een
prachtige feestdag met alles er op en d´r aan.
Vijf jongentjes die vanaf hun 16e jaar geen
harddraverijfeest hebben gemist, spreken iets af….. Ene Ed begon er
mee.
Wij gaan de route 66 op Harley’s rijden!
Natuurlijk Ed, ik ga mee Ed, ja hoor Ed, en onder het genot van het
zoveelste glaasje gerstenat heb je al snel wat bijval en zeg snel
ja. Ed was toen echt wel een beetje dronken, want hij vraagt ook
Johan ook om mee te rijden. Ed,…Jo heeft nog steeds geen
motorrijbewijs hoor!! Maar ach, wat een dergelijke opmerking al niet teweegbrengt. Bij de
schrijver iets van kippenvel, wat pas wegging na een uur of twee.
Zou het een grap zijn om mij gek te maken, of is het een echt
voorstel om een reis van je leven te maken? Na de dag der dagen, volgt de kater. De kater wordt opgevolgd met
goede voornemens om nooit meer te drinken en te bedenken wat je die
dag hebt gedaan en gezegd. Er volgt dan telefonisch verkeer.
Weet jij nog wat ik allemaal heb gezegd? Gaan we echt motorrijden in
de USA? Mijn hemel, had ik maar niets gezegd!
Gaan we echt rijden in Amerika, of was het een grap … of….
Kippenvel over je hele lijf kwam weer terug. Van de kater….? Zou het
toch waar zijn dat Ed het meende van zijn reis naar de USA………..Na wat gesprekjes bleek die Ed het toch wel te menen. We
begonnen allemaal informatie te verzamelen en voorbereidingen te
maken.
Internet was een goed medium om ons te laten informeren naar de
grote motorreis. Na vele tips, verhalen en adviezen te hebben
verzameld, werd er een voorlichtingsmiddag gehouden over motorrijden
in Amerika. Dit werd gehouden op het bunkereiland in de haven van
IJmuiden. Zeer enthousiaste mensen vertelden honderd uit over hun
belevenissen over motorrijden in de USA. Wel was hun enthousiasme
merkbaar en voelbaar groter over de zuidwesthoek van de USA.
Steeds meer informatie kwam tot ons.
In april kan je nog in Noord Amerika tot aan je buik nog in de
sneeuw staan.
De route 66 is een niet meer bestaande highway die in brokjes,
stukjes en beetjes voornamelijk langs Interstates (Amerikaanse
snelwegen) ligt. Langs de 66 is niet zoveel te zien. In het
zuidwesten is het al mooi weer. Er zijn mooie nationale parken in
het zuidwesten.
De Zuidwest hoek van de USA was voor velen aantrekkelijker om rond
te rijden, dan de route 66. Na overleg besloten we de route 66 niet
te rijden en te gaan voor een mooie ronde in de staten California,
Nevada, Utah en Arizona.
Bij Jan Doets in Heerhugowaard werden de wensen op tafel gelegd. Na
advisering werd besloten de vlucht, 1e en laatste dag
hotel en de motoren te boeken.
Het werd aftellen en voorbereiden. Aan ons dan de invulling tussen
die twee hotelovernachtingen. De voorbereiding bestond uit een
aantal keren bij elkaar komen en de te rijden route aan de hand van
ideeën en voorstellen samen stellen. Toevallig kwam onze route
overeen met een prachtig reisboek van Lannoo
www.lannoo.com . Ook op het
Internet de prachtige site
www.verenigdestatenvanamerika.nl
veel informatie verkregen. Op deze site een prachtig
motorverhaal en een emailadres van die ene meneer Dick Fontijn
gevonden. Ja, zoiets,…..Dat leek er wel op. Het was als een pijl in
de roos. Dat moest het worden. Met Dick contact gezocht en
advies ingewonnen.
Er volgde vele maanden correspondentie via e-mail. Ook nu nog hebben
we regelmatig contact over de afloop van de reis en toekomstplannen.
Samen en met het advies van Dick, een mooie route samengesteld welke
bij vergadering 5 werd aangenomen en afgehamerd. Ontbrekende
kledingstukken werden op de motorbeurs van Utrecht (eind februari)
nog aangeschaft.
Aftellen.
Maanden worden weken, weken worden dagen en dagen worden uren.
Geen citaat van mijzelf, maar geeft volledig aan, dat we naar een
hoogtepunt leefde van een grootse gebeurtenis.
Donderdag 17 april 2003
Dag 1.
Amsterdam – Los Angeles
Raar wakker worden. Ruim voor de wekker. Veel te vroeg. Dat gebeurt
toch weinig.
Een heel lange dag gaat het vandaag worden. Het zou eigenlijk een
tijdwinst van 9 uur moeten zijn. Doch zo gaat dat niet voelen, werd
mij verzekerd. Met de trein naar Schiphol. Dus afscheid van de
geliefden nemen op het station van de NS. Eindelijk na 6 maanden
voorbereiding zijn we op weg. Een euforisch gevoel komt over mij
heen. Het is geregeld. We zijn los en van de kant. 60 kilometer
spoor glijdt onder me weg.
In verband met de veiligheids voorschriften door Golfoorlog II,
wordt direct bij het inchecken de bagage door een scanapparaat
gehaald. Keurig lagen ze op een rijtje. De cilindertjes van het
bandenreparatie setje waren goed te zien. Er uit met dat spul! Na
uitleg van het doel van de cilinders en toestemming van de
vervoerder mocht de baal met het reparatiesetje onderin de buik van
het vliegtuig. De overige bagage ging zonder problemen mee.
We hadden nog tijd voor een ontbijtje en koffie.
Uiteindelijk kort na elf uur begon de vliegreis naar Los Angeles. De
reis ging met de KLM vlucht KL 0601. Een vliegreis van 11 uur naar
het westen wordt bij het instellen tot de plaatselijke tijd
gereduceerd tot 3 uur (de zon in de rug en gaat maar niet onder).
Positiever kan je het niet benaderen. Om in de hogere luchtlagen de straalstromen in westelijke richting
te ontlopen, vlogen we eerst over IJsland, Groenland en Noord
Canada. Tot Alaska om daarna pal zuid te vliegen langs de westkust
van Noord-Amerika. De landing werd vanuit het oosten over de stad ingezet. Wat is die
stad groot!
Amerika ben je niet zomaar binnen. Op afroep mag je verschijnen voor
een balie waar ambtenaren naar je doel en je reden vragen om hun
land te bezoeken. En na een bezoekje (zonder zijn pootje op te
tillen) van een klein drugs opsporingshondje rond de bagage mag je
na de douane eindelijk de “frisse lucht” van Los Angeles snuiven.
Nabij de uitgang de shuttlebus van het Hiltonhotel gevonden.
Instappen en wegwezen. Na een korte rit worden we voor het hotel
uitgelaten. Inchecken en naar de kamers. Het ziet er allemaal uit
zoals het door iedereen al is omschreven.
Ik weet het, het is een cliché.
Alles is groter, ruimer, breder, hoger, langer, zoeter, enz. enz.
enz.
Even op bed liggen. Je bent wel moe, maar het is nog maar 3 uur in
de middag. Naar buiten het daglicht in, was het advies.
Nou, dat deden we ook. Het hotel uit en een fikse wandeling zou ons
deel worden.
Maar wat stond nu naast het hotel?
Een echte hamburgertent.
Die kans moest ons niet ontgaan. Misschien komen we op de hele reis
geen hamburgertent meer tegen. Dan moet je nu je slag slaan. Een
hamburger was zo besteld, maar opeten? Dat kost nogal wat moeite.
Een klein hamburgertje is gewoon een halve koe tussen twee broden.
En boven op dat stuk vlees ligt van alles, saus, sla, ui, augurk, en
dat alles maal drie. Het was eigenlijk een soort lunch en diner in
een.
Een kleine wandeling werd het dus. Maar gezeten aan de toegangsweg
naar de luchthaven was er natuurlijk van alles te zien.
De brandweer kwam ook nog langs met zo’n prachtige lange
brandweerwagen. Achterin was een soort tweede chauffeur gezeten die
de aanhangwagen bestuurde.
Van meesturende achterassen hebben ze zeker nog niet gehoord.
Nog even in de bar van Hilton nog een biertje gehaald.
Om 20.30 uur eindelijk naar bed.
Vrijdag 18 april 2003
Dag 2.
Los Angeles – Blythe
Om 01.00 uur klaar wakker. Nog een beetje weg doezelen tot een uur
of 5. Daarna er maar uit en je gereed maken om te ontbijten en te
vertrekken. Bleek dat wij allemaal rond 01.00 uur wakker waren
geworden. Zit het dan toch in het bioritme? En ja, dat ontbijt. Het
kostte wat, maar dan heb je ook wat.
Klokslag, maar dan ook op de seconde af, 07.00 uur kwam de
shuttlebus van het verhuurbedrijf Moturis (
www.moturis.com ) voor de
deur. Instappen, nog even wat andere toeristen ophalen en op naar
het verhuurbedrijf. Lag ongeveer zo’n 15 reisminuten van het hotel.
Daar stonden de motoren al klaar. In het kantoor de administratie
voor elkaar gemaakt en we konden vertrekken.
Siem en Ed beiden op een Springer, Peter op een Fatboy en John,
samen met Johan, op een Road King. Op twee motoren ontbraken de
kentekenplaten. Natuurlijk vraag je dan een medewerker van het
verhuurbedrijf naar dit kleinood.
Op een iet wat onverschillige toon deelde de meneer van het
verhuurbedrijf mede, dat als de politie naar je kenteken zou vragen,
je dan maar een papiertje moest tonen met daarop vermeld, dat het
kenteken was aangevraagd bij het gouverment van California.
Elke politieman of vrouw zou ons nu wel gaan aanhouden, was ons
vermoeden.
Voor Johan waren er een aantal opdrachten. Als je geen motorfiets
rijdt, kan je je vrijmaken voor andere belangrijke taken. Hij zou zorg dragen voor het financiële administratie, kaartlezen,
foto’s nemen en hij zou dagelijks een dagboek bij houden om later
een reisverslag samen te stellen.
Op de Road King Classic de werking van de radio-cd-speler
uitgevogeld. Bij gebrek aan cd’s, alleen de radio aangehad. In Los
Angeles genoeg zenders. De hele FM-band vol. Ook de middengolf was
geheel gevuld met zenders. Veel Spaanstalige zenders met Mexicaanse
muziek.
Op de achterzijde van mijn jas was een waterdichte doorzichtige hoes
aangebracht met daarin alle gesealde kaarten met daarop de route
uitgeschreven.
Om Los Angeles uit te rijden moesten we de Interstate 10 in
oostelijke richting hebben. Van de meneer van het verhuurbedrijf
kregen we het advies om niet via “downtown” LA te rijden maar er om
heen.
Om op de interstate 10 te komen was de volgende route het beste te
doen:
110 noord,
105 oost,
605 noord en dan
10 oost.
Johan had het echt door. Hij riep 110 zuid, als het noord was. 105
west als het oost was en 605 zuid, als het noord was.
Dit werd helemaal niks.
Die Johan raakt de weg nog eens kwijt naar zijn eigen toilet!
Met een wapperende kaart in de hand en na 2 uur door Los Angeles te
hebben gereden, eindelijk buiten de bebouwde kom gekomen, en een
parkeerplaats opgedraaid.
Had tijdens de voorbereiding een reisverhaal gelezen van twee
Nederlandse fietsers die Los Angeles wilden verlaten.
Kan me nu best voorstellen dat fietsers twee dagen nodig hadden om
de stad uit te fietsen. Er kwam maar geen einde aan deze stad.
Wel aan de taak van Johan om kaart te lezen. Johan kon zich helemaal
storten op de taak om het dagboekverhaal te schrijven en de
administratie bij te houden.
De gesealde kaarten werden van mijn rug gehaald en op de tank
geplakt. We konden verder met de reis.
Na wat verwonderingen te hebben uitgesproken over de wegen en de
voertuigen, een plas en sommige een sigaret, weer op de motor
gesprongen.
Johan kon zich nu geheel bezig houden met de omgeving om die
indrukken weer te verwerken in zijn reis verslag.
Het begon zachtjes te regenen. Geen bakken water naar beneden maar
toch water wat in je gezicht sloeg. Dit was ik helemaal niet gewend.
Als fanatiek drager van systeem 4 helm van BMW was dit een enorme
ervaring. Regenwater in het gelaat. Dat doet pijn!
En zoals altijd: Na regen komt zonneschijn.
We hadden een stevige wind in de rug. Een temperatuur van rond de 15
graden. Prachtig motorweer. We naderden een bergpas. Dat het flink
waaide, was te zien aan de windmolens die in en rond de pas waren
geplaatst. Na de pas te zijn gepasseerd, werd het direct 10 graden
warmer. De wind bleef. Bij Palm Springs links af geslagen en de
highway 62 opgereden. Nu de wind van links. Schuin in de wind
hangend en de hele rijbaan gebruikend reden we verder. Voor het
eerst getankt in Morongo Valley.
De 62 blijven volgen tot de ingang van het Josua Tree park. Bij een
vrouwelijke ranger (rangeres?) een National Park Pass aangeschaft (1
per voertuig).
Joshua Tree National Park
Het park waren diverse bijzondere planten, cactussen en bomen te
vinden.
Ook vreemde rots formaties ”lagen” langs de weg. Grote
hoogteverschillen in het park met vreemde rotskleuren. In het dal
van het park werd het nog heter. Niemand in de wijde omgeving te
zien. Op de radio was alleen op de middengolf een Spaanstalige
meneer slecht te horen. Van God en iedereen verlaten….. maar wel met
Siem, Ed, Peet en Jo!
Johan op de motorfiets foto’s laten nemen. Was geen succes. Eerst
wist hij niet hoe het toestel werkte, daarna nam hij foto’s met
altijd een deel van de helm van John er op. Vele prachtige opnames
van de blauwe lucht zaten er ook bij.
Johan: Knopje aan, lampje gaat branden. Goed richten. Knopje
afdrukken en toestel zegt “piep”. Klaar is de opname.
Ook deze taak kon Johan niet volbrengen en is hem uit handen
genomen.
Aan de zuidzijde het park weer verlaten en de Interstate 10 in
oostelijke richting weer opgereden. Daarna een 70 mijl door de
woestijn.Het doel was Blythe. Een stadje met flink wat winkels en motels.
Aldaar werd een hotelkamer gezocht. Eén motel sprong er uit met
lichtreclame dat vertelde dat ze de goedkoopste om in de weide
omtrek waren.
Ed ging zonder kijken direct over tot huur van twee kamers. Ed ging
voor de prijs en niet voor de kwaliteit. En kwaliteit moet ook in de
USA betaald worden.
Het goedkoopste motel dus. Dat kon ook niet anders, want de
schoonmaakster kwam daar maar 1 keer in de week langs. Afval van
vorige gebruikers lag her en der.
In de plaatselijke K-mart muziek gekocht. Een cd tje van de Rolling
Stones, Pink Floyd en de Steve Millerband. In een andere supermarkt,
onderdelen van het avondmaal gevonden. Ook alcoholische
versnaperingen aangeschaft om te gebruiken in de avonduren.We waren inmiddels toch wel vermoeid geraakt van de lange dag en de
eerste indrukken.
Mix deze omstandigheden in een aantal blikjes Budweizer en je hebt
direct een feestje voor je moteldeur. Met behulp van de aangeschafte
muziek welke gedraaid kon worden in de cd-speler van de Road King
werd het bijna een bagenaal feest.
Wel kregen we nog bezoek van een overbuurman, Harleyrijder. Ook hij
dronk nog even mee.
Vertelde van een groot motortreffen in een of ander stadje vlak bij
Las Vegas.
Het feest was wel van korte duur. Om 23.00 uur ging het licht uit
van de jonge heren en dat van hun motelkamers.
Het was wel wennen aan de temperaturen. Er was wel een arco, maar
die dingen maken zo’n lawaai, dat het voordeel van koelte het af
doet tegen het nadeel van geluid.
Citaat Johan Cruijff: Ieder voordeel heeft zijn nadeel.
Zaterdag 19 april 2003
paasweekend
Dag 3.
Blythe – Flagstaff
Een ontbijtje van bijzonder brood en een zalmsalade ging het wel
weer. Tanden poetsen en de motorfiets weer opzoeken.
De overbuurman had ook zijn ontbijt. Een liter blik bier Miller
Light. Hij stapte daarna op zijn fiets en vertrok.
Met een iet wat katterig gevoel, de Interstate 10 weer opgezocht.
Het was redelijk van temperatuur. Kort daarna de staat Arizona
binnen gereden. Gelukkig was het niet meer zo warm als gisteren.
Langs de Interstate prachtige borden zoals –State prison. Do not
stop for hitchhikers- gezien.
Na een 40 mijl de Interstate 10 verlaten om de highway 40 op te
rijden in de richting van Prescott. Een mooie rit door de
woestijnen.
In Aquila een ontbijt/lunch gebruikt. Voor het eerst geconfronteerd
met”refill” en “do you want more coffee”.
Hollandse hapjes of tussendoortjes, kennen ze niet. Elke gang, ieder
onderdeel van de kaart, ook al staat hij bij de voorgerechten, is
een complete maaltijd.
Soep met een broodje is dus een halve liter goed gemeubileerde soep
met brood en toast. Een boterham is een stapel brood van ongeveer 15
centimeter hoog met daarbij te kiezen diverse soorten aardappel.
(gekookt, gebakken, geraspt en gebakken, patat).
Natuurlijk vragen dan de hongerige onder ons om een half a leg of
chicken. Om dan eigenlijk een paar plakjes kipfilet te krijgen.
In de verte lagen al wat zichtbare verhoginkjes in het land. De
kaart, inmiddels was Arizona op de tank geplakt, gaf geen hoogte
verschillen of reliëf aan.
Werkelijk een prachtige rit kondigde zich aan. Een mooie en goede
weg door de bergen. Elke bocht was rond een schoolse gradenboog
gemaakt. Geen enkele bocht “kneep” of kende de term “screwdriver”.
Goed insturen en je reed de hele bocht volgas er uit. De treeplanken
van de Road King sleepte over het asfalt. Heerlijk. Prachtig.
Geweldig. Enorm.
Wel werd het steeds kouder en kouder. De lucht begon te betrekken.
Grijze wolken stapelde zich boven ons. Moesten de weergoden ons
hebben? Voelden we hier en daar een regendruppel? Nog steeds ging het omhoog. Bordjes van 7000 feet stonden langs de
kant van de weg. Wat was dat ook al weer een feet. Iets van 30
centimeter of zo (30,48 cm). We reden dus al boven de 2000 meter!
Het werd koud en regen veranderde in sneeuw.
Ergens boven op die berg besloten om toch maar wat warmers aan te
trekken. Je weet totaal niet wat er nog komt.
Gelukkig was de sneeuwbui van korte duur. We bereikten alras de
hoogste top. Ook weer een prachtige bochtige weg naar beneden. We reden zo Prescott via haar “Mainstreet” binnen.
Na wat bijzondere weerservaringen zocht een aantal van ons wat
kledingstukken die beter op het weer berekend waren. In Prescott een
Harley Davidson kledingzaak gevonden en bezocht. De een kwam er uit
met een bril, de ander met een vest of bandala uit deze zaak.
Weer verder getrokken en net buiten Prescott de highway 89a genomen
richting Sedona.
De kleuren van de omgeving werden steeds roder. Dat wil zeggen de
rotsen waren rood. Niet vuurrood, maar toch best wel echt rood. Het
hoogtepunt van die rode rotskleur kwamen we tegen in Sedona. Op zich
een niet al te grote stad net onder Flagstaff. De rode rotsen werden
nog eens geaccentueerd door alle openbare middelen ook rood te
kleuren. Lantaarnpalen, overheidsgebouwen, stoeptegels,
politieauto’s, verkeersbordpalen, toeristenvoertuigen, werkelijk
alles had die rode kleur. Ook was het kennelijk een aantrekkelijke
toeristische plek.
Een soort Volendam van Amerika. Volendam heeft/had alleen zijn
klederdracht. Sedona heeft alleen zijn rode rots.
Maar al dat roods was wel indrukwekkender dan een goed geklede
Volendammer.
Na een mooie en drukke route door de bergen, Flagstaff binnen
gereden.
In Flagstaff nabij de oude route 66 een motel gevonden. Ongemerkt
weer omhoog gereden. Het was er koud. Het zwembad voor de deur
“stoomde” volop. Johan gaf aan dat hij een spijkerbroek wilde aanschaffen want daar
had hij gebrek aan. In de buurt waren winkeltjes genoeg, maar Johan nam de moeite nog
niet om een spijkerbroek te kopen. Komt wel.
Een bezoek aan een café om de hoek was zeer bijzonder. Bijzonder om
aldaar een barmevrouw te ontmoeten welke ongevraagd
sinterklaasliedjes ging zingen op het moment dat ze hoorde dat wij
uit Nederland kwamen.
Oja, ze droeg ook een prachtige sweater met “maat Johan”. En Johan
had geen warme trui mee. Dat ding moest voor Johan gekocht worden.
Er werd onderhandeld. Voor een bedrag van 80 dollar ging ze nog niet
over tot verkoop. Uiteindelijk ging ze over tot een ruiling. Maar
wel met een contract geschreven op een servet.
Johan zou een doos vol T-shirts en sweaters uit Nederland sturen,
waardoor zij over ging tot levering van de sweater aan Johan.
Heb je al wat gestuurd Johan?
Weer vermoeid aan de nachtrust begonnen.
Zondag, 20 april 2003
1e
paasdag
Dag 4.
Flagstaff – Page
Na het opstaan, de buiten de temperatuur gepeild. Brr… rond het
vriespunt. En we moesten nog over een hoogvlakte. Alvast de warme
kleding maar aan. Na een meter of 300 over de oude route 66
afgeslagen de highway 180 opgereden. En ja, de weg kroop langzaam
maar gestaag naar boven. Wederom de borden van 7000 en 8000 feet
tegen gekomen. En we bleven maar omhoog gaan. Kreeg zelf last van
lucht/hoogteziekte. Het was zelfs te merken aan de rijstijl. Na een
tabletje van primatour verdween de ziekte en verbeterde de rijstijl.
Onderweg weer door een sneeuwlandschap getrokken. Links naast ons
bleef ook die grote berg Humphreys Peak zichtbaar. Een hele grote
berg van 12650 feet (bijna 4 kilometer), die dominant aanwezig is
Ook een farm gepasseerd met enkele bisons achter een hek. Die zijn
ook groot! Na ongeveer een mile of 50 een stevig ontbijtje in een
restaurant op de T-kruising van de highway 64 met de 180 de
noordelijke route genoten.
De route vervolgd in de richting van de Grand Canyon.
En daar kwam ie dan De grote geul.
Pff… wat is ie groot. Niet te bevatten zo groot. We hadden een semi
landmeter/uitvoerder/bouwvakker met ons mee in de persoon van Peter.
Van hem verwachtte wel wat afmetingcijfers. Peter bleek geen
commentaar te hebben ten aanzien van de afmetingen van deze bouwput.
Met z’n allen getracht de afstand van “rand tot rand” te schatten.
We kwamen samen overeen dat die afstand toch wel een kilometer of 3
a 4 moest zijn. De diepte werd door ons geschat op ongeveer 600
meter. En hoever kon je wel niet naar links en rechts kijken? Een
kilometer of 5 a 6?
Kale cijfers:
Breedte 15 kilometer
Diepte 1,6 kilometer
Zichtbaar links en rechts 20 en 15 kilometer
Het “kreng” was dus niet op 1 foto te pakken. Een aantal foto’s van
links naar rechts nemen en thuis maar aan elkaar plakken was het
devies.
Niet te negatief over dit national park. Het is beslist een
wereldwonder!
Een bezoek aan de Canyon mag je echt niet over slaan. Al is het
alleen maar het gevoel om je zelf heel nietig te voelen. Het is dus
zeer indrukwekkend om daar te zijn. De werkelijke afstanden zijn
vanaf de rand beslist niet te bevatten.
In het Imax – theater nog geprobeerd de afmetingen wel tastbaar te
krijgen. Op het grote doek in de bioscoop lukte dat een beetje.
Helaas geen vlucht met vliegtuig of helikopter de canyon in gemaakt.
Na de bioscoop, de route weer opgepikt in oostelijke richting. We
reden van het plateau af. Het werd warmer en warmer. Tenslotte reden
we weer in de woestijn met redelijk warme temperaturen.
En met het binnenrijden van de woestijn reden we ook het eerste
indianen reservaat binnen. Het betrof het Navajo reservaat.
Op de kruising van de highway 64 met de 89 getankt. Vier uur in de
middag. We waren nabij de trading post van Cameron. Een beetje
plaats was nog zeker drie uur sturen. Afstanden werden door ons al
op uren in plaats van kilometers of mijlen geschat. Drie uur op de
motor in Nederland? Dan ben je al Nederland een heel eind uit!
We besloten om door te rijden. De 89 in noordelijke richting. Wel
een lang en recht eind voor de boeg om Page te bereiken. Het lange
eind was gelukkig wel voorzien van prachtige vergezichten.
Door Painted Dessert. Bijzondere kleuren die de bergen bezitten.
Gestapeld geel, groen, zwart, bruin, rood, geel enz.
Daarna langs een soort geluidsmuur, de Echo Cliffs geheten.
Messcherpe bergen met steile wanden aan de oostzijde van de weg.
Tegen zevenen Page binnen gereden. Eerst naar de Glen Canyon Dam.
Tachtig meter hoog zichtbaar beton wat een vracht water tegen houdt.
In Page weer een Best Western betrokken. Een restaurant gevonden
welke een prachtig terras had met uitzicht over Lake Powel en
kleurrijke bergen op de achtergrond. Na de maaltijd nog een
wandeling door Page.
Het stoplicht sprong op rood, het stoplicht sprong op groen, In Page
is er altijd wat te doen.
maandag 21 april 2003
2e
paasdag
Dag 5.
Page – Moab
Vroeg op. Na een eenvoudig ontbijtje in het motel, op het ijzer
gesprongen en op weg naar Monument Valley gegaan. Via de highway 98
naar het zuiden gereden.
Ed had hal diverse malen laten blijken dat hij zeer geïnteresseerd
was in de cultuur van de Indianen. Uit zijn rusteloos gedrag was
duidelijk te merken, dat hij nu wel eens een echte indiaan wilde
ontmoeten.
En Ed kreeg zijn ontmoeting.
Ter hoogte van Kaibito, midden in de woestijn, benzine getankt.
Een witte wat aftandse auto stopte ook bij het benzinestation. Er
rolde een stuk of zes indianen uit de auto. 1 bleef geïnteresseerd
bij de motoren staan. “Nice bikes” was het commentaar wat we al
vaker hadden gehoord. Hoe het gesprek liep is mij niet bekend, maar
op een gegeven moment vertelde de Indiaanse jongen, dat hij net uit
de gevangenis kwam. Hij had er 20 jaar ingezeten O ja.. wat had je
gedaan dan? Iemand vermoord… Te veel vuurwater en een ruzie.. De
eerste indiaan die Ed aanspreekt is een moordenaar. Eigenlijk het
trieste voorbeeld waar de Indianen mee zitten. Een uitzichtloos
bestaan in dorre woestijnen. Ze hebben een bepaalde mate van zelfbestuur in hun eigen reservaten.
Maar in reservaten waar werkelijk niets gebeurt.
Van Indiaanse economische activiteiten in deze reservaten gebieden
is alleen maar uit het verkopen van zelf gemaakte sieraden en
souvenirs waar te nemen.Verder de highway 98 afgereden. Aan het einde links de 160 op. Na
een 20 mijl links afgeslagen, de doodlopende weg highway 564 in. Aan
het einde van deze weg zou het Navajo National Monument zijn.
Ed kwam op het idee om deze plek te bezoeken. Had er wel terloops
wat over gelezen, en zonder Ed waren we er gewoon aan voorbij
gereden.
Wat voor ons opdoemde was achteraf gezien een van de
indrukwekkendste ervaringen. Stel je voor, een grot met een
stahoogte van ongeveer 150 meter. In de grot een 30 a 40 kleine
huisjes van keileem.
Gebouwd rond 800 na Christus en verlaten door de Anasazi Indianen in
1200. Daarna nog door de Navajo indianen bewoond tot 1400.
Ook het bezoekerscentrum is een bezoekje waard. Er wordt een film
vertoond hoe de Anasazi indianenstam leefden rond het jaar 1000.
Diverse gebruiksvoorwerpen worden tentoongesteld.
Terug naar highway 160, om na ongeveer 30 mijl, de 163 in
noordelijke richting volgen. De bergen en rotsen begonnen zich weer
roder te kleuren. De rotsformaties begonnen ook op grote brede
pilaren te lijken.
We waren op weg naar de ultieme natuurlijke pilaren in Monument
Valley!
En het voordeel van dit Monument is, dat je het niet kan missen. Als
een grote kathedraal staan ze midden in de woestijn. Prachtig.

We konden niet eeuwig op de jachtvelden van de Navajo’s blijven.
Doorrijden dan maar weer. Het was inmiddels weer een uur of 4 dat we
uit Monument Valley wegreden. Via de highway 163 en langs de Mexican
hat. De highway 191 in Noordelijke richting gevolgd.
Weer besloten we om aan het einde van de middag, toch maar een paar
uurtjes door te rijden.
De 191 is niet bepaald een leuke weg om overheen te rijden. In de
buurt van Moab werd het wel weer aantrekkelijker. Tussen heuvels en
kleurrijke rotsen kwamen we om een uur of 7, Moab binnen.
Bij de inmiddels bekende nachtrustverstrekker Best Western
aangeklopt. Ze waren al vol. Dat viel tegen. Gelukkig aan de
overzijde van Mainstreet Moab een soortgelijk motel gevonden. Nog
even de Mainstreet op en neer gereden om een Supermarkt te zoeken.
Wederom een Mainstreet die aan het verwachtingspatroon voldeed. Uit eten bij Italiaan.
Op een terras aan de Mainstreet en highway 191, van Moab. Wat houdt
dat in. In ieder geval heel veel vrachtverkeer door de stad en langs
je bord. Die 191 schijnt een goede noord - zuid verbinding te zijn
voor vrachtverkeer. En dat kwam behoorlijk vaak langs.
Daar tussen door een aantal motorrijders op Harley’s. Het stereotype
beeld van de gebruiker van de Amerikaanse motorfiets. Doekje om het
hoofd, kledingcombinatie van leer en jeans, geen demper in de
uitlaat en een meisje met lang haar achterop.
Maar dat hij en zijn drie andere vriendjes voor de 13e
keer langs het terras kwam rijden, werd het toch wel wat irritant.
Na de maaltijd ontstond er een strijd. Niet tussen ons, maar wat we
gingen doen. Aan de overkant van de weg, stond een leuk café. Maar
ook het kussen van het bed was zeer aantrekkelijk. Alleen Siem en
Peter vielen voor het kussen. Ed, Jo en John vielen voor de drank.
In de staat Utah is een wetgeving van kracht welke alcohol verbied
van meer dan 3 procent. In het café was “sterke drank” van 5 procent
en meer te koop. Daarvoor moest wel bij binnenkomst eerst een
contract worden getekend met het café. Het was in feite een besloten
club, die vrij leden kon ontvangen. De leden ontvingen dan “echt”
bier/-sterkere drank-.
Na twee biertjes was de lokroep van het kussen groter dan het derde
biertje. Naar bed!
Dinsdag 22 april 2003.
Dag 6.
Moab - Torrey
Bij de bakker/koffieshop, was achter in de zaak een internetcafé
gevestigd. Daar de mailboxen geleegd en gezocht naar nieuws uit
eigen land.
Dat je het wel effe weet, in Moab.
Om 11uur pas op de motor. Wel erg laat voor ons doen. Heerlijke
temperatuur van meer dan 20 graden. Moab werd verlaten en na enige
mijlen in noordelijke richting de afslag naar het
Arches National Park genomen. We mochten weer met de National Park
Pas naar binnen. Een mooie route door het park gevolgd. Balanced
Rock bekeken en ons daarbij op de foto gezet.
Ook mooie natuurlijke bruggen gezien met een overspanning van meer
dan 30 meter.
Weer kwam Ed met een reisvoorstel. Ed had vernomen, dat we beslist
een canyon met de naam Dead Horse Point niet mochten missen. De
tipgever zei daarbij, dat de canyon misschien wel meer indruk zou
maken dan de Grand Canyon. En eerlijk gezegd, er zat wel veel
waarheid in deze in eerste instantie boute bewering.

Daardoor de doodlopende highway 313 ingereden en bij het
bezoekerscentrum gestopt. Nu begrepen we ook waarom deze canyon niet
zo bekend is. Het is namelijk geen national park maar een state
park. Dead Horse Point is een canyon ook veroorzaakt door de
Coloradorivier en een zijrivier genaamd Cane.
In het bezoekerscentrum was geen gelegenheid om een maaltijd te
genieten. Er stond wel een candybar. Een mars een Nuts en een soort
Snicker stilde de eerste honger.
Weer teruggereden naar highway 191 en afgeslagen richting Interstate
70.
Het was inmiddels half vier en we hadden nog niet geluncht. De wind
stak op en af en toe viel er een druppel regen. We stoomden al wel
een uurtje over de highway 191 en Interstate 70.
We kwamen eindelijk een afslag tegen kwamen met verwijzingen naar
restaurants. Green River was de naam van het gehucht in de buurt.
Tanken bij de Exxon en een hapje bij een plaatselijke
hamburgerleverancier. De wind (in de rug) begon nog steeds
krachtiger te waaien. In de verte kwam daarbij ook nog eens een hoop
stof/zand op ons af. Als een grijs/bruine wolk trok dat over ons
heen. Met een temperatuur van ongeveer 27 graden was het niet
bepaald een prettige situatie om verder te gaan. Wat gingen we doen?
In Green River konden we terecht in diverse motels. We besloten toch
om door te gaan. Na nog13 mijl gereden te hebben over de Interstate
70, zijn we afgeslagen in Zuidelijke richting over de highway 24
richting Hanksville.
Wat een weg. 1 lange rechte streep dwars door een grote zandbak. Een
stevige wind die schuin tegen stond. Niemand, maar dan ook werkelijk
niemand, die je tegen kwam. Een stuk weg om snel te vergeten. Dat
merkte we ook aan de snelheid. Snel er door heen. Af en toe met 90
mijl per uur, reden we richting Hanksville. De weg was niet zo veel
aan, ook Hanksville was meer een volgebouwde driesprong met
vervallen motels. Hier en daar een boer op een tractor. Dat was het
in Hanksville. Simon dacht nog even aan een bekend country en
western muziekcentrum van Amerika (Nashville) maar Hanksville
moesten we maar snel achter ons laten. Het volgende dorp wat we
tegen zouden komen was Cainville. We hoopten op een restaurant en
een bed. Cainville had nog minder dan Hanksville. Daar reed je door
heen zonder dat je in de gaten had dat het een dorp was. Wat we ook
weer niet in de gaten hadden, was, dat de temperatuur weer aan het
zakken was. Kennelijk sloop de weg weer langzaam naar koudere
hoogtes.
Inmiddels naderden we het nationale park Capitol Reef. Bij de ingang
van het park even gestopt.
Ditmaal geen ranger die naar je national park pas vroeg. We zijn er
door heen gereden. Wel een park met prachtige rotsformaties in
diverse kleurschakeringen. Maar door onze situatie, -weinig benzine
-begin avond, -koud, kreeg het park van ons te kort aandacht. Nadat
we het park uitreden, maakten we ons zorgen of we nog wel een
benzinepomp tegen zouden komen. Ook de temperatuur was gezakt tot
onder 0 (Celsius). Plotseling dook daar in the middle of nowere een
prachtig motel op met de naam …… Best Western.
Stoppen en afladen. Eten konden we nog voor 21.00 uur. Bij het eten
per ongeluk de voorraad bier in het restaurant opgemaakt. 2 x 5
flesjes bier.
Vroeg naar bed en gezond weer op.
Woensdag 23 april 2003
Dag 7.
Bleek dat we een paar mijl van het plaatsje Torrey zaten. Daar de
tank weer volgegooid en de rit voortgezet over de highway 12 in
zuidelijke richting. Een prachtige rit door de bossen en bergen.
Sneeuw van de afgelopen dagen lag er nog. Dat wij er door heen
reden, was er wel een lekker zonnetje maar de kou was nog niet weg.
Genieten! De weg ging steeds hoger en hoger. Sneeuw bleef hier en
daar ook op de weg liggen.

Het werd toch wel wat gevaarlijker om met normale snelheden van 50 a
60 mijl per uur door te rijden. Door op het rijspoor met ongeveer 20
a 30 mijl te rijden konden we doorgaan in de richting van Bryce
canyon national park.

Uiteindelijk verlieten we de bergen weer. De temperatuur werd weer
aangenamer. Onderweg een leuk museumpje over indianen gevonden. Was
bescheiden van opzet maar waarschijnlijk uniek in zijn soort. Achter
het museum waren opgravingen blootgelegd van vroegere Indiaanse
huizen en leefwijzen.Ook een woning van de vroegere Navajo’s was er
nagebouwd. Al met al geen enkele indianentent dan wel een tipie
gezien.
Verder maar weer over de highway 12. Bijna aan het einde van de 12
links de ingang van Bryce Canyon national park. Meteen ingereden en
de canyon opgezocht. Lag nog sneeuw.
Bijzondere structuren wat door erosie is ontstaan. Haast
onwerkelijk. Dit kan vind je niet in Europa.
Na het bezoek aan het park weer terug naar de highway 12 en via de
highway 89 naar het zuiden gereden. Daarna rechtsaf de highway 9 op.
We reden zo Zion park in. Een mooie tocht door het park volgde. Via
een smalle tunnel en een aantal mijlen bij het bezoekerscentrum van
Zionpark terecht gekomen.De wegen allemaal met bruin/rood aslfat
slingerden door een mooie omgeving.
Een prachtig park die je alleen goed kan bezoeken met een
plaatselijke toeristenbus. Van de chauffeur krijg je een goede
uitleg over de omgeving. In het park waren zogenaamde crying
mountains. Water liep uit bergwanden en verzamelde zich in een beekje. Een mooi
park zonder spectaculaire bezienswaardigheden, maar door zijn
schoonheid zeker een bezoek waard.
Via highway 9 richting Interstate 15. We zouden wel weer een dood
stuk snelweg voor de kiezen krijgen was de verwachting. Doorbijten
en doorrijden.
Interstate 15 reden we op. We hadden al een paar Interstates gevolgd
maar de 15 is schitterend. Utah uit en via een klein stukje Arizona,
Nevada in. Een prachtige snelweg door de bergen. Beslist niet het
gevoel gehad dat dit een traject was om snel van A naar B te gaan.
Er werd zelfs langzamer dan de maximum snelheid gereden. Om maar te
kunnen genieten van de omgeving. De temperatuur liep weer op.
Woestijn om ons heen. De helm kon nog afblijven. Heerlijk. tenslotte nog getankt in Arizona. Daar werden we nog door de
plaatselijke mannelijke heks aangesproken. In de war, raar, en niet
zo goed. Beter kan je de man niet omschrijven. Had nog een reistip
voor ons. Volgens hem moesten we naar de Hooverdam. Iets wat je niet
moest missen. Aan de zuidzijde van de Interstate lag het Valley of Fire Park. Daar
wilden we nog naar toe. Kennelijk hadden we de afslag highway 169
zuid gemist. Na een paar mijl de 168 noord wel gevonden en
opgereden. We besloten de warmte niet op te zoeken en direct door te
rijden naar Las Vegas. Via de Las Vegas boulevard (de strip) binnen
gekomen. We reden allemaal zonder helm de stad binnen. Onderweg toch
wel wat politie tegen gekomen. Op de strip zelf was kennelijk een
aanrijding gebeurd. Een enorm grote politieagent nam gegevens op.
Meer dan twee meter groot en zeker zo breed. Dat was geen gezag wat
hij uitstraalde, maar macht. Onder de Stratospheertower een klein
Motel gevonden. Voor een schappelijk prijsje twee nachten geboekt.
Na uitladen de motoren aan elkaar gebonden en aan de wandel gegaan.
Bij Circus Circus naar binnen gegaan. Duidelijk al een wat ouder
casino. Maar een eerste indruk die niet meer is weg te poetsen.
Alleen maar 1 armige bandieten en speeltafels. Een pand dat wel 300
meter diep was. Een bar en eetgelegenheid aan de zijkant. Gokken
maar!
Een aantal dollars in de machine gegooid. Won niets. Het zijn alleen
maar afpakmachines.
Johan smeet nog wel met dollars. Maar ook van Johan hebben ze geld
afhandig gemaakt.
Op zoek naar een restaurant. Een klein restaurantje om gezellig te
eten…. Vergeet het maar. Die zijn er niet.
Aan de oostzijde van de strip een groot gebouw met allemaal
eettenten gevonden. Danny’s Mac Donald, KFC, Burger King, en een
groot aantal Chinees, Koreaanse, Japanse restaurants.Nou, een Chineesie ging er wel een keer in. Aan een soort buffet kon
men diverse maaltijden samenstellen. Het was heerlijk!! Peter en
Siem twee grote lichamen, ging zelfs voor de tweede keer een bordje
halen. Na de maaltijd weer verder gelopen in Zuidelijke richting.
Bij iedere tent een bijzonderheid. Maar na zes Elvis Presley’s een
hand te hebben gegeven, wordt het toch wel vervelend.

Saharahotel, Mirage, The Venetian, Treasure Island, MGM grand Hotel,
Luxor, allemaal even prachtig aan de buitenkant.
Maar het maakt niet uit waar je binnenkomt, de binnenkant is alleen
maar gipsplaat, bordkarton en nep marmer.
Ook een Harley Davidson cafe op de strip ontdekt. Was er wel
gezellig toeven.
Na ongeveer 6 kilometer via de Westzijde weer terug gewandeld.
Johan had zichtbaar last van zijn kort geleden gebroken been en zijn
opgerekte enkelbanden. Hij hield het wel vol maar het koste hem veel
energie en moeite. Wilde dan ook de volgende dag niet mee naar
Lauglin.
Donderdag 24 april 2003
Dag 8.
Allemaal wat later wakker geworden dan normaal. Na een zelf
georganiseerd ontbijtje en een gallon vruchtensap, plannen gemaakt,
om het Harley motortreffen te bezoeken in Lauglin. De kaart er bij
gepakt en de mijlen omgerekend in uren verplaatsing. Tja, met een
twee a twee en een half uur, konden we wel in Lauglin zijn. We
hadden een “rustdag”, dus geen probleem.
Johan ging dus niet mee. Hij wilde zijn tijd gebruiken om een
spijkerbroek te kopen.
Later deze rustdag/dagtrip
geprojecteerd op Nederlandse, dan wel Europese afstanden. Deze trip
is (zonder file’s), ter vergelijking, van Noord-Holland naar Limburg
en terug rijden!
Rond elf uur op het bakje ijzer gesprongen en naar het zuiden
gereden.
Over de strip weer langs het Harley Davidson café gereden. Daar maar
even koffie gedronken.
Wederom op het ijzer gesprongen. Voor het verkeerslicht bij het H.D.
café een tijdje voor het rode licht moeten wachten. Een cd.-tje van
de Rolling Stones op 10. You cant always get what you want…Het
publiek op straat zong hard mee. Thank you for the concert boys
De stad uit en de highway op.
Het betrof hier een highway waar de maximumsnelheid door
wegwerkzaamheden regelmatig varieerde. Simon droeg geen helm. Daar
had hij kennelijk geen zin in. Of hij dacht nog dat het zonder helm
rijden toegestaan was.
Op weg naar Lauglin veel motorrijders in groepen gepasseerd. Ook
waren onderweg veel politievoertuigen te zien. Meer dan gemiddeld. Voor het eerst werd 1 van ons door een politiemeneer aangesproken. Maarja die had het er ook wel naar gemaakt. Geen helm op in Nevada.
Dat kan niet. Na een “official warning”, konden we weer
verder.
Op een heel groot parkeerterrein tussen nog eens 30.000 Harley’s ons
gehuurde vehikel geparkeerd.

Eerst maar eens wat eten. Onder het genot van een liveband welke
stevige rockmuziek ten gehore bracht, een lunch genuttigd.
Daarna in de buurt diverse stands bezocht. Je kon je geld er wel
kwijt.
Ook zeer bijzondere motoren mogen bewonderen. Wat dacht je van een
Harley met drie cilinders

Deze motoren kostten wel minimaal 50.000 tot 70.000 dollar!
Terug naar Las Vegas. Weer een tocht van meer dan een uur door de
woestijn. In de verte was de pretstad al weer te zien. Het is toch
werkelijk ongelooflijk, dat zoiets midden in de woestijn kan
bestaan. s’Avonds weer de strip bezocht. Met een taxi ons laten
afzetten waar we gisteravond waren gekomen. Wederom ons vergaapt aan
al die pracht en praal verpakt in bordkarton. Een maaltijd genuttigd
in het Harley Davidson café. Was daar weer goed.
We vonden het aangenaam in deze horeca inrichting. Het was er
redelijk “kleinschalig”.
Had het karakter van een normaal restaurant/bar. En dat vonden ook
andere aanwezige Europeanen.
De avond/nacht deels doorgebracht in New York - New York. In dit
ietwat groot uitgevallen overdekt stadsdeel, een gesprek aangegaan
met een dame uit New York. Na de standaard gespreksonderwerpen: “Hi,
how are You?” en “Where do you coming from?, voor het eerst een
gesprek gevoerd met een inwoner van de USA die niet bleef “hangen”
bij deze kreten.
Enig diepgang was te vinden in het gesprek over cultuur en historie.
Uit eindelijk kwam deze mevrouw tot de conclusie: “Gif us a 1000
years and we have also some culture”.
Vrijdag 25 april 2003
Dag 9.
Las Vegas – Ridgecrest
s’Morgens de stad snel verlaten en de woestijn weer ingereden. Via
de highway 160 naar Pharump. Dan door een bergachtig gebied over de
highway 372 en de 178 Death Valley vanuit het zuiden binnengereden.
Een lange weg naar beneden. Zelfs zover naar beneden, dat we 88
meter onder de zeespiegel geraakten. Warm!! Meer dan 110 graden F.,
ongeveer 43 graden Celsius. Terwijl het voor Death Valley begrippen
eigenlijk nog niet eens zo warm was. In de zomer is 50 graden
Celsius een “normale” temperatuur. Nabij het diepste punt even van
de motorfiets.
Johan had nog een opmerking: “Wat raar, dat er nog sneeuw ligt”.
Johan dat is zout! Johan: “O”.
Het is meer dan 40 graden C. boven nul. Sneeuw of zout?
Natuurlijk raak je een beetje in de war als je in de verte een
besneeuwde bergtop ziet.
Peter was door het warme weer “bevangen”. Slap en duf als hij was,
stapte hij zelfs niet meer van zijn motorfiets af. Hij bleef maar
wat over het stuur hangen.
Op “de kop” van Death Valley een lunch genuttigd. Ze hadden echte
koffie! De man 4 koppen alstublieft. Heerlijk gezeten en genoten van
het uitzicht over de Valley. Daarna langs grote zandduinen en
Stovepipe Wells over de highway 190 naar het westen gereden. Weer
een prachtige weg door de bergen. De omgeving werkte niet helemaal
mee. Het bleef een kale woestijnachtige omgeving.
De benzinemeters begonnen in het rode vlak te staan. Op de kaart was
de eerste 100 kilometer geen dorp of stad te verwachten.
Gelukkig “in the middle of nowhere” een benzinestation. Kennelijk
maakte hij van zijn eenzame positie gebruik. Meer dan 2 dollar voor
een gallon benzine!
Met een opgelucht hart de reis weer vervolgt. Op de T-kruising met
de highway 395 naar het zuiden gereden, met de bedoeling om ter
hoogte van Little Lake een motel op te zoeken.
De T-kruising lag kennelijk in een plaatselijk diepste punt. Ook had
het kort geleden hier flink geregend. Door de regenval was er veel
zand en modder over de weg gespoeld. Grote machines probeerden het
zand weer van het asfalt te verwijderen. Een voordeel bij regenval
in de woestijn is, dat er dan zaden ontkiemen. Prachtige gekleurde
bloemen staken de kop op.
Little Lake bleek een klein plaatsje te zijn wat alleen maar uit een
paar huizen en een trailerpark bestond. Doorrijden dan maar. In de
verte was wat bebouwing waar te nemen. Daardoor wel de te nemen
afslag J41 voorbij gereden.
De bebouwing bleek de plaats Ridgecrest/Chinalake te zijn. Daar weer
een Best Western gevonden. In het motel kwam nog een groep
motorrijders binnen. Er reden meer vrouwen mee in deze groep, maar een trok nogal de
aandacht. Een hele grote mevrouw (niet in de lengte maar in de
breedte), liep zeer amechtig langs ons. 10 meter van haar motorfiets
tot de motelkamer. Dat stukje moest ze overbruggen. Daarbij ging ze
zo te keer met het aanzuigen van zuurstof, dat wij dachten dat ze
kort daarvoor de marathon had gelopen.
Na wat tassen van de motorfiets te hebben verwijderd, kwam er uit
een zijtas een zuurstof apparaat…. Die moest vannacht aangesloten
worden, anders haalde ze de ochtend waarschijnlijk niet…..
Na een bezoek aan een eenvoudig restaurantje, een plaatselijke bar
betreden. Bier werd geserveerd in grote emmers. Zelf uitschenken.
Een wel zeer grote dame (wederom in de breedte) stond bij de
plaatselijke bevolking in het middelpunt van de belangstelling. “Do
it, do it”, werd er geroepen. Wat moest ze dan doen, was onze vraag.
Het werd even later duidelijk. Ze pakte een vol flesje bier van de
bar. Plaatste het flesje bier klem tussen haar borsten. Vervolgens
ging ze achter over hangen waardoor het bier uit het flesje direct
in haar mond liep. Zonder te morsen slobberde ze zo het flesje leeg.
Gedesillusioneerd verlieten wij het café. Daar winnen we niet van.
In het motel nog even voor de buis de playoffs basketball gevolgd of
lekker nog buiten gezeten. Aan de praat geraakt met de groep
motorrijders die ook in het motel aanwezig waren.
Waren al wat oudere/gepensioneerde H.D. rijders. Hadden er al een
flinke tocht op zitten. Voor het slapen nog met 1 van hen, een
gepensioneerde brandweerman, gesproken over de overeenkomsten en
verschillen tussen Europa en Amerika. Verwondering over en weer.
Zaterdag 26 april 2003
Dag 10.
Ridgecrest – Porterville
Vandaag een rit door de Serra Nevada in de richting van Sequoia
park. Een tien tal mijlen terug gereden en de J41 naar boven
gereden. Volgens de waarschuwingsborden zou de pas in de richting
van Johnsondale open zijn. Met gepaste snelheid naar boven gegaan.
Reden door het beboste gebied. Even later door een uitgestrekt en
groot gebied waar kennelijk een grote brand had gewoed. Hele stukken
van het bos waren verbrand.
Door even niet op te letten kwamen we op een campingterrein. Daar
mensen aangesproken. We vroegen de weg naar Johnsondale. Ze vertelde
ons, dat deze weg kortgeleden was afgesloten, wegens sneeuwval. We
konden niet over de berg komen en moesten terug. Het was wel een
prachtige camping midden in het bos. De J41 weer terug gereden.
Onderweg nog koffie gedronken in de meest smerige tent van deze
reis. Alles zag zwart van roet en rook.
De eigenaar herkende onze taal. Vertelde dat hij jaren geleden met
veel Nederlanders had samen gewerkt in een motorcrossteam ten tijde
van David Strijbos.
Tijdens het gesprek kreeg hij telefoon. Mochten meegenieten met zijn
gesprek. “I’ve got goddammed costumers”, was een vaste zin in zijn
vocabulaire.
De highway 395 weer naar het zuiden opgereden en de highway 178 in
westelijke richting opgereden. Het was een prachtige bochtige weg.
Aan Lake Isabelle, een kunstmatig meer, in een typisch Amerikaanse
lunchroom gegeten.
Over de dam gereden in de richting van Kernville. Langs het
riviertje Kern wederom naar boven gereden om Johnsondale te
bereiken.
Een prachtige route naar boven. In het riviertje waren mooie
watervallen te zien. Even gestopt bij een waterval.

Daar werden we aangesproken door een motorrijder op een rode Pan
European. Hij was net door een ranger terug gestuurd. De route naar
Johnsondale was ook op deze weg door sneeuwval afgesloten.Terug de berg weer af. In Kernville, een hartstikke leuk plaatsje,
een houten motel met veranda gevonden.
Aan het pleintje in het dorp was het leuk zitten. In het plaatselijk
café werd door een aantal van ons de Heinekenvoorraad opgedronken.
Ook nog een biljartje gelegd. De plaatselijke jukebox had gelukkig
onze tijdloze muziek van de Doors, Neil Young, Toto… Even verderop
was een karaoke bar. Ook nog maar even gekeken. Johan was moe en
zocht zijn bedje op. Als het -erg gezellig- zou zijn, moesten
we hem maar weer ophalen.
Het karaokemuziekboek had Neil Young! Na onze opgave waren we met
een half uur aan de beurt. Als jonge goden stonden we op het podium.
En na afloop…. Thank you boys from Holland!!! (geen applaus)
Het lukte niet om het publiek op de banken te krijgen. Dan maar zonder muziek “de vlieger” gezongen. Wederom
geen applaus. Wel een dankwoord.
“Thank you for de flyer.”
Het was een leuke bar met gezellige mensen. Goede en gezellige
gesprekken gevoerd met diverse gezellige mensen. De hele avond
gezellig gelachen. Het was wel gezellig maar niet -erg gezellig-. Peter volgens
afspraak, niet opgehaald.
Even na 00.00 uur (wat waren we laat), het bedje opgezocht. Peter
wakker gemaakt en hem verteld dat het niet echt -erg gezellig-
was.
Zondag 27 april 2003
Dag 11.
Kernville – Porterville
Op het pleintje van Kernville een leuk zaakje gevonden. Daar
ontbeten. Ik dacht de dag te beginnen met een soort Brits ontbijt.
Kwam er op neer dat alleen een soort uitsmijter kon worden besteld.
Ik kreeg een stapel brood wat was gebakken in boter (some toast).
Een bord met vijf gebakken eieren (few eggs), met daarboven op een
plak gebakken ham van een centimeter dik (a slise of ham) en een
doorsnede van ongeveer 30 centimeter. Een emmer koffie en een kan
sinaasappelsap, maakte de maaltijd kompleet. Pffff. Het ging niet
eens voor de helft op.
Het ijzer gestart en de highway 155 opgereden. Was ook een route
over een berg. Boven de 2000 meter lag er nog flink wat sneeuw en
het vroor. Voorzichtig naar boven gekropen. De top over en een
veeteelt gebied ingereden. In Woody een lichte lunch genoten (soep
en brood).
Prachtig groene weides met veel vee. Ook opvallend veel eekhoorntjes
en grote roofvogels gezien.
Op de kruising met highway 65 naar het noorden en Porterville
afgeslagen. Een lange rechte weg door het fruitgebied van Californie.
Zo ver je kon kijken alleen maar sinaasappelbomen, olijfbomen,
appelbomen enz. Het rook er wel erg lekker.
We moesten weer eens tanken. Simon tankte ook nog eens Red Bull. Hij
had moeite om zijn ogen open te houden. Om een uur of drie reden we
Porterville binnen. In Porterville reden we langs een Best Western
motel. Siem wilde stoppen. Hij was echt moe. Na inchecken ging Simon
even op bed liggen. Direct begon hij te snurken. Om half zes hebben
we hem maar wakker gemaakt. Anders had die jongen zonder eten de
hele nacht doorgeslapen.
In de plaatselijke supermarkt wat attributen gehaald om een
eenvoudige doch voedzame en gezonde maaltijd samen te stellen.
s’Avonds heerlijk voor de deur gezeten. Keken zo een
sinaasappelboomgaard op.
Twee keer kwam nog een politieauto langs. Zwaaien en terug zwaaien.
Rond elf uur was iedereen weer stil.
Maandag 28 april
Dag 12
Porterville – King City
De volgende morgen de highway 65 weer op. Verkeersborden gaven al
snel de richting aan naar Sequoiapark.Was een prachtige aanloop naar de ingang van het park.
Na vertoon van de national park pas kregen we een
verzekeringsverhaal van een oude ranger. Kwam er op neer dat het
park zich niet verantwoordelijk achtte voor eventuele schade die wij
zouden oplopen in het park. De wegen waren mogelijk glad. En
sneeuwkettingen moesten we eigenlijk om de banden van de Harley’s
doen.We gingen het park in. Prachtige kronkelende weg naar boven.
Allerlei beesten staken onverwachts de weg over. Grote groepen
herten langs de weg. Indrukwekkend. Voor ons een stapvoets rijdende
auto. Snel passeren en op zoek naar de volgende bocht. Maar waarom
reed die auto stapvoets? Waarom keken de inzittenden opvallend naar
rechts?
Bleek dat er een grote zwarte beer met klein kindje beer in de berm
van de weg zaten. Helaas niet door Johan en mij niet gezien. Wel een
leuke ervaring voor Siem, Peet en Ed. Verder naar boven. Ook werd
het kouder en kouder. Hier en daar lagen hoopjes sneeuw op
schaduwrijke plekken. De weg bleef goed te berijden. De eerste grote
bomen doemden zich op.

Wat een reuzen. Geen voorstelling van kunnen maken. Nu binnen
handbereik. Ik heb altijd al eerbied gehad voor de oudere. Maar wat
moet je met een boom van 2000 jaar oud?
En er zijn er zelfs van 3000 jaar oud.
De weg werd vervolgd naar boven. De weg werd gladder en gladder. We
vroegen ons af of het advies van die oude ranger wel goed was
geweest. Midden in het bos overleg op topniveau. Wat gaan we doen.
Rijden we door op gaan we terug en rijden om.
En na polders model kwam er een compromis uit de bus. Siem en Peet
gingen door. Konden ook door hun laag model motor ook makkelijker
stabiel blijven rijden (voetjes aan de grond). Met het hogere model Electra Glide, met Johan achterop, plus 40 kilo
bagage, besloot ik terug te rijden. Ed nam ook zijn beslissing en
ging niet verder.
Dus Siem en Peet de berg over. John/Johan en Ed terug. We zouden
elkaar weer treffen in Squawvalley.

Uiteindelijk elkaar na 2 ½ uur weer getroffen in het enige
restaurant van Squawvalley. En de verhalen kwamen daarbij direct
los.
Ed en John hadden nog nooit zo’n mooie slingerweg tussen de heuvels
en de bergen gereden. Er was echt geen recht stukje weg in highway
245. Het bleef slingeren. Heerlijk om de ijzeren treeplank over het
asfalt te laten slepen.
Na diverse Europese trips in de Alpen, Ardennen, Schotland, Eifel en
Pyreneeën, kan ik zeggen dat deze 60 mijl van highway 245 de mooiste
zijn geweest in mijn motorleventje.
Superlatieven te kort. Wat een tegenvaller zou gaan worden, -ik kon
niet door het park-, werd volledig weggenomen door deze prachtige
omweg.
Maar ook Siem en Peet kwamen terug met hun avontuur. De weg naar
boven bleef glad en beroerd. De temperatuur bleef dalen. Op het
hoogste punt in het park werden ze begroet door een Japanner en een
andere groep motorrijders.
De Jap en de andere motorrijders hadden grote waardering hoe ze
boven kwamen. Met name rijden in een spijkerbroek en het losse
lederen jasje deed waardering groeien.
Te kort aan warme kleding, kou, een gladde weg, en geen routekaart,
had hun bergtrip tot een avontuur gemaakt.
Eenmaal weer uit de bergen van de Siërra Nevada gekomen kwamen we
weer op de typische Amerikaanse kaarsrechte wegen die van Oost naar
West en van Noord naar Zuid lopen. Nu reden we westelijk via de highway 180 in de richting van Fresno.
Een aantal uren tussen het fruit en druiven gereden. Johan was
waarschijnlijk er moe geworden van al dat sturen in de bergen en
viel in slaap. Hij nekte tegen de rug van John.
Na een paar verbale waarschuwingen en een klap op zijn helm was hij
voor de hele dag weer wakker. Met highway 180 dwars door Fresno.
Was warm in de stad. Na
wegwerkzaamheden, over een industrieterrein geleid. Om vervolgens op
een weg uit te komen die vele mijlen parallel liep met de 180. Aan
het einde van de 180 naar het zuiden gereden via de highway 33.
Zover je kon kijken, was het allemaal fruitteelt en druivenranken.
Via de 33 de Interstate 5 gevolgd. Direct de volgende afslag er weer
af om de highway 198 op te rijden de bergen in. In Coalinga gestopt
om te tanken en te bespreken waar we gingen slapen.
Door een passsant werden we ongevraagd geholpen en geadviseerd.
“Ga gerust verder maar zorg dat je in het donker niet door de bergen
rijdt. Er zijn dit jaar een hoop herten en reeen. Zoek overnachting
in King City”.
Mooie weg door de bergen. Kwamen op de Interstate 101 terecht. Naar
het noorden gereden. Werd al wat schemerig dat we King City binnen
reden. We vonden ook hier weer een Best Western.
Johan gevraagd of hij wilde informeren naar gekookte eieren bij het
ontbijt. Doe joe hef ook eks in de morning?
Nee, dat hadden ze niet. s’Avonds gegeten in een Danny’s. Wat opviel die avond was de
serveerster. Uit de serveerster konden wel 3 serveersters. Een
enorme vrouw, die bij het afrekenen ons allemaal een hand gaf. Waar
hadden we dat aan verdiend.
We hadden speelkaarten mee. De hele vakantie waren die nog niet
gebruikt. We hadden het kennelijk te druk met andere dingen (ouwe
hoeren). Deze avond afgesloten met een potje klaverjassen en
hartenjagen.
Johan verloor alle potjes.
Dinsdag 29 april 2003
Dag 12
King City – Malibu
Via de 101 naar het zuiden gereden. Uiteindelijk bij Pismo Beach de
bekende highway 1 opgereden. Het mooiste stuk van highway 1 hebben
we helaas niet bereden. De kustweg die wij bereden was druk en gaf
niet zoveel uitzicht op de Stille Oceaan. Af en toe schampte de
highway wel langs het water van de Stille Oceaan.
Vervolgens onze weg vervolgd over de highway 1. In Ventura nog
geluncht bij een bekende hamburgerbakker. Tenslotte Malibu binnen
gereden.
Onderdak voor 1 nacht gevonden in een motel gerund door een Koreaan.
We konden onderhandelen over de prijs. Tenslotte voor een redelijk
bedrag (meer als bij een Best Western) de nacht gekocht. Wel moest
Johan op een bedje wat bijgezet moest worden. Was een soort
opklapbed…. Johan werd dus opgeklapt. Dubbel gevouwen werd hij in de
hoek gereden.
s’Avonds een wandeling gemaakt over de boulevard van Malibu. Geen
van allen had zin in een uitgebreide maaltijd. Een heerlijke
broodjeszaak kwamen we tegen. Subway 7 was de naam. Tjonge jonge,
wat kan er toch veel op een broodje.
En Johan vond uiteindelijk na 14 dagen een zaak waar hij een
spijkerbroek kon kopen.
Woensdag 30 april 2003
Dag 13
Malibu – Los Angeles
De laatste kleine etappe naar het verhuurbedrijf. Op
weg naar de grote stad. Grote drukte op de wegen. We gaan van 1 naar
2 naar 4 tot wel 6-baanswegen de stad in en door. Tenslotte weer van
de Interstate en de Higway af de wijk in waar we ongeveer moesten
zijn. Na wat rondvragen uiteindelijk wel de weg maar niet de wijk er
bij gevonden. We zaten te oostelijk. Aan een voorbijganger gevraagd
waar we dan wel waren en waar we heen moesten. Het was een louche
buurt. Verwaarloosde huizen, auto’s en mensen. Na het gesprek met
die voorbijganger werd hij bedankt voor zijn uitleg.
Hij vroeg nog iets….Do you have a
dollar for my girlfriend. She did not eat today. Sorry, we only have our
creditcards.
Na ongeveer een mijl of 2 kwamen we bij het verhuurbedrijf aan. De
motor werd gecontroleerd op schade. Verder werd er gevraagd naar het
gedrag van de fiets.
Alles was in orde.
3154,9 mijl gereden.
De dagteller ging weer op nul.

Na dit alles de bus in naar Hilton. Heerlijk maar dan ook –zeer-werkelijk-heerlijk
in Hilton van de warme bubbelbad en het zwembad genoten. Natuurlijk
in slaap vallen onder de zon van Californie.
Aan Johan nog gevraagd of hij wel in een dagboekje de belevenissen
van de vakantie had bijgehouden. Er was inmiddels zoveel beleeft.
Tja… zei Johan, de tweede en de vierde dag wel bijgehouden….. En van
vandaag kon hij het ook nog wel even opschrijven.
En de administratie kon hij niet bijhouden. Hij had namelijk niet
alles gezien, wat er was uitgegeven…..
Donderdag 1 mei 2003
Dag 14
Los Angeles – ergens boven de USA
Ontbijtje, koffie, busje in naar het vliegveld.
Op het vliegveld uitgebreide controle van mens en goed.
Vliegtuig in en naar het Oosten. De avond en de nacht zou snel
vallen.
Vrijdag 2 mei 2003
Dag 15
Ergens boven USA - Amsterdam
O, wat een nacht…. Hij duurde maar vier uur en begon al om 18.45 uur
L.A. tijd. Biertje filmpje, biertje, beetje staan, beetje lopen, ach
die tien uur vliegen is zo voorbij. Elf uur in de ochtend
-Amsterdamse tijd- geland. Voor ons 02.00 uur s’nachts L.A. tijd.
Bij aankomst een groot welkomstcomité, die de verloren mannen en
vaders, broer en oom, ophaalden. We konden ze allemaal vertellen,
dat het erg leuk was geweest. Bij Siem thuis een echte Amerikaanse
taart met echte koffie de vakantie met zijn allen afgesloten.
Er werd door de dames nog gehengeld naar woorden zoals intriges,
ruzies, mopperaars, confrontaties, geweld of ….Dames, dames, dames toch….wij zijn geen vrouwen!
Werkelijk een supervakantie van 2 weken motorrijden, in een
prachtige omgeving. Geen woorden voor.
OK, 850 foto’s, en nu 32 A4tjes tekst.
Tips en aanbevelingen:
Een aantal tips hebben we van anderen gelezen, gehoord en
overgenomen. Deze tips gaan over de wijze zoals wij hebben gereisd.
Jetlag:
Heen:
Daar doe je bijna niets aan. Probeer meteen het plaatselijke
dagritme aan te houden. Als je heen ga, heb je een lange dag. Na een
korte nachtrust ben je heel vroeg (plaatselijke tijd) wakker. Dan
heb je weer een hele lange dag. De dagen die dan volgen zijn
redelijk normaal.
Terug:
Wij vertrokken met een vlucht om 16.00 uur uit L.A. en kwamen
omstreeks 11.00 uur in Amsterdam aan. Onderweg een nacht meegemaakt
die begon om 19.00 (L.A.-tijd) en eindigde omstreeks 01.00 uur. In
het vliegtuig werd ook deze tijd als nacht gezien en iedereen
trachtte wat te slapen. Wij niet. Aangekomen op Amsterdam, was het
voor ons diep in de nacht. Omschakelen is nu een stuk zwaarder. Bij
mij duurde het een kleine week. Ik was aldoor vroeg wakker en had
een dip rond 17.00 uur.
Geld:
Of juist geen geld. Alles wordt betaald met een creditcard. Neem
twee cards mee. Sommige cards hebben een opname/betaal grens per
dag/week. Met 200 dollar aan contant geld kom je makkelijk uit
(ijsje, blikje fris, postzegels, kaarten e.d.)
Politie:Of juist geen politie. Uit diverse verslagen en gesprekken met
andere Amerika-gangers, bleek dat de politie zo streng was. Niets
van gemerkt. We reden bijna altijd te hard. Hadden honderden mijlen
geen helm op waar het wel verplicht was. Reden zonder
kentekenplaten.
Verder reden we toch wel “Europees”.
In de USA heb je geen last van flitspalen! Je krijgt alleen een
bekeuring direct van en door een confrontatie met een politieagent.
Simon kreeg een waarschuwing van een agent omdat hij zonder helm
reed. Verder had hij die dag geen enkel document bij zich. Moet je
in Nederland eens om komen.
We zaten op een zwoele avond met een blikje bier voor het motel.
Politie kwam langs. Na een begroeting van ons stopte de ambtenaar
zijn politievoertuig. Hij prees onze vervoersmiddelen en wenste ons
een prettige avond. Moet je in Nederland eens om komen.
Etappes:Deel je reis zo in, dat je met een dagtrip uitkomt in wat
grotere/bekende plaatsen. Stop anders om 16.00 uur, of pak nog een
uurtje als je nog niet vermoeid bent. Een supermarkt en een knap
hotel/motel in de buurt is een minimum vereiste. Niet alle
dorpen/gehuchten hebben dit langs je route.
Overnachten:
De gemiddelde Nederlander kan tevreden zijn met motels van de klasse
Best Western. Als die op ons pad kwam (tussen 17.00 uur en 19.00
uur) stopten we om daar te overnachten. Goed.
Benzine:
Slecht. In het westen van de USA tappen ze allen maar -zeer normale-
benzine. In Europa hebben we 98 (super) en 95 (normaal). Daar 85, 87
en 89 eenheden octaan benzine. Je verliest minimaal 20 % vermogen
van je motorfiets. 3
Eten:
Veel. Als je wat besteld, is het een Europese hoeveelheid x 2.
Voorbeeld: Bestel een klein broodje (cheeseburgertje) bij Mac Donald.
Je krijgt dan een 2x zo’n groot broodje met een grote hoeveelheid
Franse frietjes en een emmer frisdrank.
Ander voorbeeld:
Met zijn vijven aten we met moeite een (-1-) 16 inches pizza ons
buikje helemaal vol.
Weer:
Zoals al in het verslag al te lezen is, we hebben alle seizoenen
gehad. 43 gr. in Death Valley en -15 in Sequoiapark. Neerslag in de
vorm van zand, regen en sneeuw. Door sneeuwval waren er wegen
afgesloten.
Eind april en begin mei heb je nog een grote kans op uithalen van
koning winter. Het Yosmitepark was zelfs helemaal afgesloten.
Ook vanaf de westzijde. Zorg dan voor alternatieve routes en
programma’s. We hopen dat de lezer een indruk krijgt wat wij met
zijn vijven mochten meemaken.
Dat wat hierboven is beschreven is nog lang niet alles. Spreek ons
er over aan en er komt direct een groot verhaal erbij.
Try us.
Whe where just looking for a dream and
we got one.
©
USA4ALL & John Kool