LET OP: Dit verhaal heeft een
verklarende woordenlijst, deze lijst opent door hier te klikken
(nieuw venster)
Als je ons, voor
onze afreis, had gevraagd ”Hoe stelt u zich Texas voor?” dan hadden
wij op die vraag slechts een betrekkelijk eenvoudig antwoord kunnen
geven. Nu wij terug zijn van die reis kunnen wij u een genuanceerder
antwoord geven. Ook op andere vragen zoals bijvoorbeeld een in de
aard van: “Wat trof u het meest in Texas?”. Deze vraag (en eveneens
nog vele andere vragen) zouden wij nu met een bijna even grote
verscheidenheid kunnen beantwoorden.
Die eerste
“cultuurschok” met de Nieuwe Wereld is voor altijd in onze hersenen
gegrift. Om de memorie op lange termijn blijvend te ondersteunen heb
ik daarom dit reisverslag van onze reis naar Texas (U.S.A.) gemaakt.
Een dag-na-dag-verhaal. Onze indrukken zijn alleszins groot.
Voor bepaalde
items wordt verwezen naar verklaringen in de bijlage. Deze items in
vetjes gedrukt zijn aangeduid met een sterretje, een cijfer en/of
een letter tussen haakjes, beginnend met (*1a) en eindigend
met (*25). Tenslotte zijn een aantal links naar websites
opgesomd.
Vrijdag 14 maart
2003
We worden ten
huize afgehaald door het reisbureau De Cauwer. In de auto - een
volumewagen merk Toyota - nemen we achteraan plaats. De chauffeur
dient immers onderweg nog iemand op te pikken die naar de luchthaven
wil. De persoon in kwestie is de zaakvoerder van “the Arms of York”,
een bekende wapenhandelszaak, gelegen in de Regentiestraat te
Sint-Niklaas.
Het gesprek verloopt vlot. De eerste
onderwerpen gaan over de handelssites in Sint-Niklaas. Komen aan
bod: Stationsproject, Grote Markt, Ankerstraat, Koopcentrum en de
vestigingen in de zone August De Bockstraat (met o.a. Leenbakker/
Gamma/ Passage/ Aveve). Verder de grote infrastructuurwerken en
daarmee samenhangend het verkeer in de stad. Tenslotte enkele
gerechtelijke zaken (zoals Dutroux en Vanoppen) en de aankoop van
gasmaskers.
We komen goed aan
in de “nationale” luchthaven te Zaventem. We checken ons in aan het
loket van de balie KLM (*1a). Na de nodige papieren te
hebben gekregen, inclusief deze voor de bagage, dienen we ons naar
gate A60 te begeven. Via een lange gang, drie dalende roltrappen,
twee looptapijten, twee stijgende roltrappen en een bezoek aan een
W.C (nummer 1) komen we aan een controlecheck-in-point. Het is biep,
biep! Jasje uitdoen, zakken leegmaken en alles in een plastieken box
doen. O.K. we mogen door en krijgen onze spullen terug. We stappen
achtereenvolgens op drie lange looptapijten. Opnieuw een halte aan
het W.C. (nummer 2).
We wachten in een
open wachtzaal. Nog even een W.C. (nummer 3) opzoeken. Zo, daar
krijgen we toelating om ons naar het vliegtuig te begeven. Een
Fokker 70 City Hopper (*1b) zal ons naar Schiphol
(*1c) brengen. Onze plaatsen zijn genummerd: ik heb zetel 7F,
Chris heeft 7E en een Pakistaan (of is het een Irakees?) heeft 7D.
Hij leest The Harold Tribune. Met drie op één
rij. De vlucht verloopt prima: prachtige blauwe lucht, heldere
hemel, zon.
Na korte tijd
landen wij en bevinden wij ons op de tarmac luchthaven Schiphol te
Amsterdam. We stappen uit en begeven ons naar de vertrekzone voor
onze tweede vlucht.
Onze tweede
vlucht, en natuurlijk de langste, gaat van Schiphol rechtstreeks
naar het G. Bush International Airport te Houston (Texas). Een grote
luchtreus staat reeds klaar. Het is een Boeing 747- 400 (*1d)
met naam Paramaribo. Nog even een bezoek aan het W.C (nummer
4). Iedereen moet een check-in controlepost passeren. Eerst worden
moeders met kinderen toegelaten, vervolgens de reizigers met een
ticket business-class en pas dan de passagiers van de economy-class.
Het vliegtuig zit “bom”vol. Het is 10u30’.
Het vliegtuig rolt langzaam tegen 27
km/u de startbaan af, zoekt positie, drijft de snelheid omhoog en
met steile klim bereiken wij vrij vlug meer dan 275 km/u ... We zijn
weg!
Eénmaal op hoogte blijft de gemiddelde
snelheid rond 900 km/u staan. De vlieghoogte is gelegen tussen de
9.800 m en de 11.500 m. Het inlichtingenpaneel noteert op onze
vlucht buitentemperaturen van - 54° tot zelfs - 68°. Onze reisweg
gaat naar richting Groot-Brittanië, zo over Ierland en via Groenland
naar Canada. Tenslotte kiest de vlucht het Amerikaans luchtruim.
Volgende steden komen op deze route voor: Detroit, Chicago,
Indianapolis, Richmond, Colombus en vervolgens onze eindbestemming
Houston.
Aan boord van het vliegtuig is genoeg
verstrooiing te vinden: lezen, radio beluisteren (via een
koptelefoon met keuze uit 14 posten), televisie (met nieuws uit
Irak, want de toestand blijft immers gespannen), videofilms,
informatie over de vlucht, op tijd eten en drinken, verfrissingen en
andere tussendoortjes, zoals: eens opstaan om naar het toilet te
gaan, stretchoefeningen, naar buiten kijken (ik zit aan het
venster), de andere passagiers bekijken, mogelijkheid tot souvenirs
kopen als het rolwagentje langs komt, administratie vervullen.
Inderdaad, er dienen papieren ingevuld
te worden vooraleer het Amerikaans grondgebied te mogen betreden.
Elke passagier krijgt daarom tijdens de vlucht twee steekkaarten,
namelijk: een groene en een grijsblauwe steekkaart. Op de
grijsblauwe steekkaart komen vragen voor, zoals: waar ga jij
verblijven? hoeveel geld heb je bij? hoeveel zoek je uit te geven?
hoelang ga je verblijven in Amerika?. Op de groene steekkaart noteer
je uw gerechtelijke en uw medische gegevens: veroordelingen,
drugsbezit, inentingen, aids, enz.
Beide steekkaarten samen zijn goed
voor zo’n 35 vragen en/of declaraties.
Het menu ziet er uit als volgt:
aardappeltjes met worteltjes, erwten, groene boontjes, kipfilet,
mostaardsaus, een slaatje, een chocolademousse, twee broodjes, een
blokje kaas, halvarine en water, bier of wijn (naar keuze). Het mes
is uit plastiek, lepel en vork niet.
De lucht is klaar en helder. De vlucht
verloopt uitstekend: geen schommelingen, geen luchtzakken. Soms zijn
mooie wolkenformaties te zien. Het is wel een lange tijd die je al
vliegend doorbrengt. Maar eens in de lucht heb je geen benul van de
snelheid waarmee je vliegt, de hoogte waarop je hangt, de plaats
waar je zich op de wereldkaart bevindt. Gelukkig krijg je die
informatie tussentijds op het scherm te zien.
We komen toe in de luchthaven van
Houston om 13u10’ plaatselijke tijd. Dit is 20u10’ Belgische tijd.
Bij het landen beginnen baby’s te schreien. De luchtdruk bij het
dalen zal voor hun oren te sterk zijn. Het vliegtuig moet nog 15
minuten op de tarmac wachten op een geparkeerd vliegtuig, dat zich
nog moet verplaatsen. Dan uitstappen.
We worden grofweg ingedeeld in twee
grote groepen: op Amerikaanse bodem gelegen vertrek- en eindvluchten
en andere. Zo zijn er in feite drie uitgangen: één voor binnenlandse
reizen, één voor uit het buitenland komende visitors en één voor de
crews. Deze laatsten mogen na een vlugge controle passeren.
Vooral de visitors, zij die uit het
buitenland zijn binnengekomen, krijgen strenge controle. Sommigen
worden apart geroepen in een lokaal, anderen worden teruggestuurd.
Omdat hun papieren misschien niet volledig in orde zijn?
Het is geduldig afwachten en in file
achter elkaar aanschuiven. De mensen zijn van allerlei slag:
Japanners, Chinezen, Mexicanen, Indiërs, Pakistanen, niet zoveel
zwarten en blanken. Eén mix van volkeren. Het aanschuiven, stapje
voor stapje, kost ons zowat 80 minuten aan tijd. Eindelijk is het
onze beurt en mogen we al bij al vrij gemakkelijk door. Alles is
dus O.K. bevonden! Je mag niet vergeten dat het veiligheidsniveau
(*2) op dit moment in gans de U.S.A. op oranje staat. Dit
is het op één na hoogste risiconiveau. Nu de bagage nog oppikken.
Dat valt best mee. Politie met snuffelhonden onderzoeken
stelselmatig de valiezen. Sommige moeten open gedaan worden. Met
onze bagage in de hand zoeken we de uitgang op. Daar staat Kurt! Hij
is ons eerste aanknopingspunt in een voor ons toch wereldvreemde
omgeving.
Deze luchthaven van Houston (want er
zijn er drie) heet het G. Bush International Airport. De luchthaven
is nog volop in uitbreiding. Er worden nieuwe gebouwen opgetrokken
en sommige bestaande delen zijn wegens verbouwingswerken niet
bereikbaar.
We nemen samen de lift naar de derde
verdieping. Vandaar nemen we een “shuttle”. Het is een soort
treintje met aparte aaneengeschakelde rechthoekige bakjes. Ieder
bakje kan tot12 personen, samen met hun bagage, bevatten. Aan voor-
en achterzijde van zo’n bakje zijn er schuifdeuren die zich aan elke
halte, aan de gepaste uitstapzijde, automatisch openen. We stappen
uit en begeven ons naar de plaats waar Kurt zijn wagen heeft
geparkeerd.
Het is een immens groot parkeercomplex
met verdiepingen. Een goede aanduiding mankeert er, volgens mij.
Nochtans zijn de betonnen kolommen gekleurd: rood, geel en groen en
dragen zij achtereenvolgens op de kopeinden de letters A, B, C, D, E
en F. Elke paal is vervolgens nog per rij genummerd van 1 tot 14.
Het uitrijden van de parking gebeurt mits betaling.
Of course met de creditcard! Die moet je
in Amerika altijd bij de hand hebben.
We verlaten de luchthaven, nemen de
ring rond Houston en gaan de Highway 10 op. Deze autostrade is druk,
veel te druk zelfs. Deze baan staat dan ook op de lijst van te
verbreden wegen. Wat betreft het onderwerp verkeer en mobiliteit
(*3) is een woordje uitleg gepast.
Wat verderop nemen we een afslag en
volgen daarna de baan naar Katy. Na een ritje van 45 km (wat voor
ons lang is, maar hier kort) draaien we af naar Teasel Court. We
zijn ter plaatse! Het is rustig in Teasel Court. De woningen (*4)
gelijken min of meer op elkaar. Eénheid en toch verscheidenheid.
In de meeste voortuinen of aan de voordeur is meestal de Amerikaanse
vlag te zien. We komen toe aan huisnummer 20710 en stoppen.
De auto wordt onmiddellijk binnen
gereden. In de living vliegen de kinderen Karen en Paulien ons naar
de hals. Zij omhelzen ons krachtig. Paulien bij Chris en Karen bij
mij en dan omgekeerd. Zonder verder te wachten worden de cadeautjes
uitgepakt. We zitten op het terras. Het is ondertussen 17 uur (24
uur Belgische tijd). Karen neemt een vlottende thermometer uit een
rond putje waarvan zij eerst het dekseltje had weggenomen. Dit putje
staat in verbinding met het water van het openlucht zwembad en de
jacuzzi. De temperatuur van het water is 24°Celcius. Dat belooft!
We krijgen een rondleiding: beneden,
boven en buiten. Beneden valt een ruime trapgang op. Verder is er de
garage, de wasplaats, de keuken, living, W.C., slaapkamer met bad.
Boven zijn er drie grote slaapkamers, een bad met WC en een grote
overloop, die dienst doet als speel- en bureauruimte. De tuin is
afgezet met een houten schutting. Buiten is er een ruim terras, een
openlucht zwembad, een jacuzzi en een vast barbecuetoestel. Het gras
van de tuin is taai en hard. Het zet zich horizontaal verder met
zijn wortels.
Binnen zijn vrijwel overal ingemaakte
bergruimten. Zéér gerieflijk en praktisch zijn ze. Negen stuks in
totaal. Waar? Op het gelijkvloers: naast de W.C., onder de traphall,
een zéér grote achter de badkamer en nog één in de keuken. Op de
bovenverdieping heeft de overloop, de badkamer en elke slaapkamer
kamer een dergelijke ruimte. Die bergruimten zijn afgesloten of met
enkele, of met dubbele schuifdeuren. Op een bepaalde dag hadden de
kinderen zich verstopt in één van die ruimten en het was zoeken!
De kinderen gaan naar hun bed. Even
nog een verhaaltje voor het “onderduffelen”. Wij babbelen beneden
nog wat verder. Een tijdje later loopt het al naar 22u toe of 5u ’s
nachts Belgische tijd. Tijd dus voor ons om ook te gaan slapen, na
een vermoeiende dagtrip.
Zaterdag 15 maart
2003
Om 7 uur ben ik wakker. Om 8u40’ zit
iedereen aan tafel op het terras te eten. Het is zowaar een kleine
brunch: fruitsap, veelgranenbrood (echt smakelijk!), kaas Gouda
(vacuum verpakt), looksalami (vacuum verpakt), gerookte hesp (vacuum
verpakt), choco, sinaasappel- en aardbeienconfituur, koffie
espresso, thee en melk.
Vandaag is het tuindag. Kurt gaat het
gras afrijden en de grasboorden met een elektrische kantenmachine
afsnijden. Dat is belangrijk! De wet schrijft in Katy voor dat: 1)
elke voortuin voorzien moet zijn van twee bomen en 2) de graskanten
onberispelijk onderhouden moeten worden. Ik én de kinderen planten
samen ondertussen bloembollen. Het zijn irissen die ik van thuis heb
meegebracht. De grond is hier zwaar (kleigrond) en droog. Daarna
kuis ik het gras van oprit en straat op. Doe alles in een
plastiekzak en vervolgens in de vuilzak. Dat mag. In Amerika staat
afval, netheid en recyclage (*5a) in een ander
daglicht als bij ons.
Nog voor de middag gaan we samen naar
de H.E.B. (*6a), een groot warenhuis met veel keuze
aan groenten en fruit, een vleesafdeling, een bakkerijstand (met
véél gekleurde taarten in alle vormen), lange rekken met
diepvriesartikelen, papierwaren, enz., enz. Ja, tot zelfs een
apotheek. In de open afdeling kun je de farmaceutische artikelen
zonder voorschrift bekomen en in een gesloten afdeling
geneesmiddelen met voorschriftbewijs. Het valt ons op dat de
winkelkarretjes hier veel groter zijn en voorzien van twee
kinderzitjes achter elkaar.
In functie van het aangekochte bedrag
krijg je aan de kassa etiketten. Met deze “bonnen” kunnen kinderen
dan naar automaten gaan. Zo van die goktoestellen met een grijper,
zoals die te vinden zijn bij ons in een lunapark op de kermis.
Hiermee kun je proberen plastieken ballen op te nemen. In elke bal
zit een nummer van 1 tot 5. Al die cijferpunten opgeteld én een
extra bon (uit te knippen uit het reclameboekje van de HEB) geven
recht op een vermindering bij de volgende aankoop. Veerle en Kurt
doen vandaag hun inkopen in functie van de barbecue die zij in de
namiddag thuis willen gaan houden.
Het huis van Kurt en Veerle is
uitgerust met aardgasverwarming. De open haard in de living alsook
het smeedijzeren, vaste BBQ-toestel in de tuin gaan op gas.
Gelegenheidskok Kurt zorgt voor de grill. Weldra is het een plezier
om hier te eten. Allerlei geuren van kruiden en van gebakken vlees
mengen zich, een aangename temperatuur, een gezellig terras, samen
buiten, lamskoteletten en cote à l’os à volonté. Heb je nog meer
verlangens? Verder staan verschillende schotels ter beschikking,
klaargezet door gastvrouw Veerle: fijngesneden rode kool,
worteltjes, tomaten, komkommer, ajuin, aardappelen in de schil, enz.
Nu nog de sauzen: Mexicaans en pikant, de klassieke mayonaise of een
vinaigrette? Als biertje valt de keuze op een “dos exquis”,
Mexicaans én goed! Het eten smaakt lekker. Zalige momenten!
Een grijsbruine hagedis zit te zonnen
op de achtergevel van de keukenmuur. Het beestje verschuift zijn
ligpositie op de muur al naargelang de zon opschuift.
Voor de rest van de dag gaan we het
verder rustig aan doen. We babbelen nog wat. Morgen gaan we de
omgeving van Houston bezoeken. De overschakeling van uurzones samen
met de lange vliegtuigreis zitten nog in ons lichaam. Ons bio-ritme
is wat verstoord.
De avond is bijgevolg welgekomen.
Slapen gaat goed. Het is hier immers muisstil ’s nachts.
Zondag 16 maart
2003
Karen en Paulien zijn wakker. Zij
staan om 7u30’ al aan onze kamerdeur. O.K., opstaan dus. Voor mij
toch, want ik ga met Kurt mee naar KROGER (*6b), een
warenhuis zoals de H.E.B. Maar het warenhuis KROGER is gekend voor
zijn goede bakkersartikelen. Wat dacht je van donuts? Donuts zijn
ronde concentrische cirkelvormige zachte koeken. Deze zijn te
verkrijgen: of gewoon puur, of met chocolade, of met suiker, of met
gekleurde hagelslag. Vermits nu Sint Patrick’s day wordt gevierd
zijn de donuts voorzien van witte en groene hagelslag. Groen en wit
zijn de kleuren van Ierland. Bij KROGER is er een ruime keuze aan
verschillende broodsoorten. En de patisserie dan! Taarten en fijn
gebak liggen in een lange toonbank. Je kunt ze krijgen in alle
soorten, maten, kleuren, vormen, tekeningen én met veel slagroom.
Wat bij ons niet denkbaar is, is hier toch te bekomen.
Na de donuts, brood en broodjes gaat
Kurt koffie halen. Koffie haal je in de States bij Starbucks
(*6c). De koffie is er uitmuntend. In deze winkel kun je
werkelijk uw persoonlijke keuze maken. Twee borden, boven de kassa
aangebracht, vermelden de verschillende soorten. Op het eerste bord
staat een keuze uit 15 koffiesoorten, te verkrijgen in drie
formaten. Je hebt keuze uit volgende bekers : large, medium, small.
Op het tweede bord staan 10 soorten vermeld, te verkrijgen in twee
formaten: large en medium. U kunt uw koffie ter plaatse consumeren
of meenemen in een grote piepschuimen beker, wat meestal wordt
gedaan (zie ik aan de klanten die binnen en buiten gaan). De beker
is met bruin papier omhuld in het midden.
Thuis gekomen staat de tafel zo goed
als klaar. Het wordt dus: donuts, spek met eieren, broodjes (kleiner
in omtrek en minder hoog als bij ons in België) en veelgranenbrood.
Kurt drinkt lekker zijn Starbuckskoffie (uit de beker groot
formaat). Ik drink water getapt uit het kraantje van de Amerikaanse
ijskast. Chris en Veerle drinken huiskoffie, de kinderen melk.
Rond het middaguur vertrekken wij met
zijn allen naar Houston. Tijdens de rit laat Veerle, ervaren
chauffeur op deze Texaanse wegen, voor de kinderen (en ook leuk voor
ons) een kinder-CD spelen met engelstalige Texasliedjes.
Om te beginen vermeldt het programma van vandaag
eerst een bezoek aan het
Nasa Space Center. Aan de ingang van dit
complex staat reeds veel volk; volk van alle nationaliteiten. Ook
hier veiligheid voor alles: het is nog altijd security orange
level (*2). Daarom mag Kurt met zijn rugzak niet naar binnen!
Dus die rugzak maar terug naar de wagen gebracht. Personen met
kleine handbagage of met handtassen mogen wel binnen.
O.K, it’s the law! Kinderen onder de 4
jaar hbben gratis toegang. Ouderen boven de 65 jaar krijgen korting.
We gaan een rondritje maken met een trein met acht aan elkaar
gekoppelde open wagentjes. We schrijven ons in. Maar eerst
aanschuiven, een foto maken, en …terug aanschuiven.
Daarna controle aan een detectiepost,
zoals op de vlieghaven. Horloges, geldbeugels met mutstukken , enz.
zijn netjes te deponeren in een bakje. Alles krijg je na controle
terug. Sommige personen dienen met opengespreide armen en benen te
staan en worden afgescand met een handdetector. Eindelijk na 50
minuten kunnen we het treintje opstappen. Onthou vooral goed uw
plaats! Want iedereen is verplicht om, na het uitstappen aan een
halte, terug zijn oorspronkelijke plaats in te nemen. En er komen
veel haltes op de rondroute. Maar geen nood. Daar is aan gedacht.
Hoezo?
Bij vertrek krijgt elke reiziger
(groot of klein) een groene kaart met het nummer van zijn zitplaats.
Die kaarten moet ge per groep bijhouden. Als groep zijn wij dus met
zes. Die kaarten moet ge dan weer afgeven aan het einde van de toer.
Het treintje leidt ons rond op een groot terrein.
Grijsbruin-gestreepte eekhoorntjes (gray squirrel) spelen in het
gras.
Buiten, in de open ruimte, staan
ruimtetuigen en raketten opgesteld. Op ware grootte. Imposant. We
kunnen ze van kortbij gaan bekijken. In een groot gebouw zijn
verschillende standen van het opleidingscentrum ondergebracht. De
opeenvolgende fases in de opleiding van astronauten zijn hier goed
te volgen. Simulaties van gewichtloosheid, oriëntatie op de
hemellichamen, demo’s in het gebruik van ruimtepakken, oefeningen
met apparaten voor zuurstoftoevoer, het nagaan van medische
(neven)effecten, enz. Kortom, alles wordt hier op wetenschappelijke
wijze gevolgd en ingestudeerd. Achteraf worden de opgenomen
computergegevens nauwkeurig geanalyseerd. Na onze toer gaan we naar
de grote tentoonstellingshall waar verschillende standen zijn
ondergebracht.
In de immense hall zijn onder andere
te zien: de space shuttle, een ruimtecapsule, een
ruimtelaboratorium, de historische koppeling van sojoez en
challenger, een fotogallerij met zowel alle individuele astronauten
als de teams die ooit in de ruimte werden geschoten (het doet wat om
“onze” Belg Frimout hierbij te zien!), een historisch overzicht in
de ontwikkeling van alle maanpakken vanaf het prille begin tot
heden, een collectie maanstenen, de opbouw van een maansteen in al
zijn elementen en mineralen, proeven met tarwe gezaaid in grond van
maan en mars (de startdatum van dit experiment duidt 20 februari
2003 aan), een stand met de samenstelling én de verpakking van een
astronautenvoedselpakket, enz., enz.
We volgen aan een standwagen een
demo-voorstelling waarbij op illustratieve wijze uitleg wordt
gegeven op vragen. Vragen in de aard van het programma “ Jongens en
Wetenschap” zoals:
-
hoe slaapt een
astronaut?
-
hoe gaat een astronaut
naar de W.C.?
-
hoe neemt een astronaat
een douche?
-
van waar komt het
douchewater?
-
hoe houdt een astronaut
zich fit in conditie (om botontkalking tegen te gaan)?
-
hoe zet hij zich vast
aan een tafelrek om effen uit te rusten of te eten?
Na dat overweldigend bezoek aan het Nasa Space Center
(Amerika’s wetenschap is hier op zijn best) gaan we een bezoek
brengen aan KEMAH,
een kleine plezierhaven zuidwaarts van het stadscentrum Houston
gelegen.
We stappen de wagen in en rijden er
naar toe. Hier is plezier en veel vertier. Het is één en al kermis.
Er is straatanimatie: muzikanten spelen een deuntje, een vuurspuwer
vertoont zijn kunsten. Er zijn kraampjes waar je van alles kunt
kopen: cowboyhoeden, ballonnen, souvenirs, speelgoed. Er zijn
eethuisjes, restaurants en saloons.
Op het middenplein dansen en springen
kinderen die waterstralen willen ontwijken. Die spuiten onverwachts
links of rechts, voor of achter uit de grond water omhoog. Er is nog
veel pret te maken, want er staan ook allerlei kermisattracties en
draaimolens. Met een treintje kun je u laten rondtoeren op een grote
achtbaan voorzien van een station, een bareel, stoplichten, een
perron, enz. Een mini-spoorwegenwereld.
Aquarium
is de naam van een Mexicaans visrestaurant. We schrijven ons boven
in. We krijgen een kastje (ter grootte van een modem) mee. Een
doorzichtig kastje met allerlei transistoren en kabeltjes. Het zal
nog een tijdje duren vooraleer het onze beurt aan tafel is en daarom
gaan we beneden in het saloon wat drinken.
In het saloon zitten een aantal
enthousiaste gasten die de muzikant telkens na zijn songs
aanmoedigen met handgeklap. De muzikant zingt, speelt soms
mondharmonica en begeleidt zichzelf elektronisch met een piano of
gitaar. Hij draagt een witte pet. We zitten in Texas, dus: lederen
brede stoelzetels, toehoorders met cowboyhoeden, boots, countrystijl
en countryliedjes. À propos die lederen zetels zijn zo breed dat ik
en Chris met ons beiden er samen kunnen inzitten. U moet weten
sommige Amerikanen zijn wel zéér corpulent. Op een TV-scherm kunnen
kinderen (en volwassenen) een tekenfim volgen. De Amerikanen houden
in het algemeen van constante verstrooiing. Enkele tooghangers
zitten aan de bar.
We vragen de kaart. We bestellen voor
ons een fles witte wijn en een schotel oesters. Voor de kinderen een
orangade. De jonge garçon brengt ons een fles witte wijn en vier
plastieken bekers. Kurt protesteert en zegt “geen glazen, geen
wijn”. De garçon vindt na twaalf minuten zowaar vier wijnglazen.
Hij is fier dat hij de wens van zijn klanten heeft kunnen
inwilligen.
Oh ja, drinkgeld geeft ge hier apart
en de grootte ervan bepaalt ge naargelang de service die ge al of
niet gekregen hebt. Bedieningsgeld kan oplopen van 15% tot 25% of
meer. Bij een goede service is zowat 17% normaal. De wijn is koel en
smaakt lekker in deze omgeving. Ons kastje begint ineens langs de
gehele randomtrek met rode lichtjes op te flikkeren. We worden alzo
attent gemaakt dat onze tafel boven klaar staat. We rekenen af met
de garçon. Hij bedankt ons vriendelijk en is heel tevreden voor de
goede fooi.
We gaan naar boven. De trap zelf
draait langs een enorm grote cilinderkolom. Hierin zwemmen vissen.
De kleuren ervan zijn geel, blauw, zwart, rood, oranje, purper, wit
met zwart, gestreept, gevlekt, met stekels, enz. Binnen gekomen zijn
nog vier aquariums te zien: één supergrote en drie ietwat kleinere
formaten. Ze bevatten vissoorten die zich voordoen in de Golf van
Mexico. De schatten van de zee zijn hier te bewonderen. Zo zien we
roggen, kleine haaiensoorten, zeepalingen, octopussen en zalm.
Verder een hele resem voor ons onbekende vissen en visjes die
wedijveren in pracht en vorm. Een levende visexpositie tot en met.
Fascinerend toch deze verzameling van exotiscche vissen en
onderwaterplanten. Altijd afwisseling, altijd actie. Je kunt er uren
naar kijken. Ontspannend en betoverend mooi!
Als menu nemen we een soep, doen een
keuze uit verschillende aangeboden visgerechten en kiezen een witte
Italiaanse wijn als drank bij het eten. Voor de wijn moeten wij nog
even wachten komt deze garçon ons zeggen want de glazen zijn op. Wij
denken er het onze van. Meer dan waarschijnlijk zijn de ontbrekende
glazen deze die we beneden gehad hebben! Als de wijnglazen komen
zeggen we “Proost”! We laten het ons heerlijk smaken. Het eten is
hier lekker, fijn en genoeg. De omgeving gewoonweg schitterend! De
tafels van de zaal zijn alle ingenomen door klanten met of bruine,
zwarte, gele of blanke huidskleur. Internationaal gezelschap uit
alle windstreken afkomstig.
Na het eten doen we nog enkele
attracties aan. Eerst en vooral een ritje op een ouderwetse
paardenmolen (zoals bij ons) voor Karen en Paulien. Maar met dit
verschil dat de kinderen hier ten allen tijde een veiligheidsgordel
moeten aan doen. De papa’s of de mama’s mogen mee hulp bieden en bij
hun kind(eren) blijven. Als tweede attractie wordt voor een groot
Wienerrad gekozen. Niets voor ons, maar wel voor Veerle, Kurt, Karen
en Paulien. Zij wuiven vanuit de hoogte daarboven naar ons.
Een arbeider kuist intussen
papiertjes, sigarettenpeukjes en kleine afvalrestjes op met borstel
en een vuilblik met lange steel. Veel volk en toch is alles hier
kraaknet. Don’t mess Texas! (*5b).
De avond valt vroeg. Mede omdat het
plots donker wordt. Dreigende wolken. Onweer op komst? Toch niet,
zelfs geen druppel valt er. De maan staat helder in de lucht. Voor
ons begint het wel een frisse avondlucht te worden. Dus truitje of
overgooier aan. Maar voor de vele Mexicaanse types die je hier ziet,
nee hoor: blote armen, lichte T-shirts voor de jongens en mannen,
lichte witte bloesjes voor de meisjes en vrouwen. Warmbloedig volkje
toch, die Mexicanen.
We rijden terug naar huis, maken
gebruik van een vierbaansvakweg en rijden zo langs downtown Houston.
De wolkenkrabbers staan in de donkerte “met vol verlichte vensters”
te schitteren. Zij verdringen zich tegen elkaar op, precies om op de
eerste rij te willen staan. Imponerend enerzijds. Maar anderzijds in
feite gewoonweg geldverspilling, want de kantoren zijn nu gesloten.
Maar ja zich laten zien en willen opvallen is de leuze. Verlichte
merkpanelen alleen zijn niet voldoende. Daarom alle lichten aan!
Energie is hier blijkbaar goedkoop.
Maandag 17 maart
2003
Ik ben vanmorgen om 6U30’ wakker. De
kinderen staan om 7u30’ aan de deur. Maar ik ga met hen terug naar
hun kamer. Het is nog wat te vroeg. Zij vragen om samen op Karen’s
kamer te mogen liggen. Dat staat opa graag toe.
We staan op om 8u, eten en we
vertrekken om 9u30’.
Vandaag beginnen immers onze
vakantiedagen buitenshuis. De bestemming is richting zuidwestwaarts
Texas, the Hill Country (*7) door. Meer komen wij niet
te weten.
In de omgeving die we doorrijden is
landbouw troef. In het oude deel van Katy zien we zelfs rijstvelden
en suikerrietplantages. Het vee in de weiden bestaat uit koeien met
zwarte kleur. Er zijn ook diepbruine en vaalbruine, maar nog geen
“gevlekte” gezien. Hoogstens één met een witte plek op de kop. Van
overbemesting kan hier geen sprake zijn. De koeien grazen er met
weinigen per hectare. De velden zijn hier zeer uitgestrekt en het
aantal stuks vee heel beperkt overeenkomstig deze oppervlakte toch.
Bij ons trekt de auto de mobilhome;
hier trekt de mobilhome de auto. Is dat dé manier van uitstapjes
doen voor de Amerikaan? Op een reclamebord van een parkeerterrein
staat “coming soon/ for sale”. Op die bewuste parkingplaats staan
caravans, mobilhomes, tot zelfs een bus te koop. Keuze genoeg dus.
De middenbermen van de autostrades
staan vol met blauwe bluebonnets, en in mindere mate met rode
tussenin. De bluebonnet is de nationale bloem in Texas. Wij zouden
ze lupinen noemen, maar het zijn er hier van een laaggroeiende
soort.
We passeren een streek met veel meren,
“lakes”. Elke lake draagt een naam, bijvoorbeeld: Eagle lake, Brazos
Bend lake, e.d..
Kilometers verderop trekken we door
een andere omgeving. De benamingen op straatnaam- en uithangborden,
wijzen er op dat deze streek van Duitse invloed is geweest en nog
is: Weimar, Schobel’s restaurant, Schülenburg, Halltermann lane,
Willkommen, enz.
Op pleinen zijn standbeelden met
volgende onderwerpen te zien: een gorilla, een beer, een
dromedaris.
De hoofdbanen in deze “Germanen”streek
zijn - van de steden Weimar tot Wälder - in asfalt aangelegd.
Asfaltwegen hebben we trouwens in Texas weinig gezien. De verharding
van de wegen is meestal van beton. Op onze reisweg is het weer erg
wisselvallig: dan donker en betrokken, dan helder en zonnig, dan
bewolkt en regen.
Op de achteruit van een
voorbijrijdende wagen merken wij een sticker op met als opschrift:
“Don’t attack Iraq”. Hangt er dan toch wat in de lucht? Letterlijk
en figuurlijk althans?
Reeds op 200 meter van viaducten die
we onder doorrijden staat de doorgangshoogte van die bepaalde
viaducten duidelijk aangegeven. Dit wil zeggen én op een groot bord
langs de weg én nog eens op het viaduct zelf lezen wij duidelijk: 15
feet + 3 inch, 16 feet + 2 inch, 15 feet + 11 inch, 17 feet + 0
inch, 16 feet + 1 inch, enz.
Op deze Interstate 10-weg rijden we
over een aantal bruggen. De chauffeurs worden telkens gewaarschuwd
met een bord “Watch for ice on the bridge”. Belachelijk in een staat
waar de temperaturen haast nooit onder het vriespunt duikelen: noch
’s nachts, noch ’s winters.
Honderdtachtig kilometers zijn
ondertussen afgelegd. Het is 12u30’. We wensen even te pauzeren en
nemen de eerstvolgende afslag. We zijn in Lubing en stoppen aan een
bazar/snack- zaak. Tijd om wat snoepgoed en drank te kopen en naar
de W.C. te gaan. Op de W.C.-muur staat een met zwarte stift
geschreven opschrift “dictator G. Bush”. Ik vraag me af hoe
Amerikaren denken over: de situatie in Irak, de
veiligheidsinspecteurs, Saddam Hoessein, het Irakese volk, een
nakende oorlog (?) en (eventueel) het zenden van eigen manschappen
naar Irak met als gevolg oorlogsslachtoffers bij burgers en
militairen.
We stappen terug in en vervolgen onze
weg naar waar? (we mogen het nog altijd niet weten en de kinderen
verklappen het ook niet). Onderweg lezen we op een bord: “drive
friendly”.
Langs deze baan liggen enkele
kerkhoven. Het eerste is een kerkhof met beeldjes. Het tweede zonder
beelden, zonder wegeltjes. Alleen graven tussen gras. Voor elk graf
staat een kegelvormige houder met bloemen gevuld.
Vele kerken, die wij zien, hebben goed
uitgeruste kindertuinen. In de volledig omheinde speelpleinen staan:
klimrekken, schuifaffen, schommels en andere veelkleurige
toestellen.
Het is 13u45’. Aan een kruispunt slaan
we links af en rijden een parking op. We stoppen bij een Italiaans
restaurant Johny Carina’s, een Country Italian retaurant. De pizza,
de calzone, en de pasta smaken lekker. Het koele drinkwater krijg je
hier uit grote bekerglazen.
Na het eten zetten we de rit verder.
We rijden voorbij het St. Peter’s and St. Paul’s cemetry, volzet met
witte kruisbeelden. We komen New Braunfels
(*8a) binnen, the heart of the Texas Hill Country. Op
een rondpunt, het eerste dat we tegengekomen zijn, zien we verderop
een parking. We parkeren de wagen en stappen even uit. Op het
marktplein staan twee standbeelden en een kiosk. Het ene standbeeld
herdenkt de burgeroorlog 1861, het tweede standbeeld is opgedragen
ter ere van de veteranen van de eerste wereldoorlog. Veel
festiviteiten en bouwwerken zijn hier van een Duitse origine. Zo
wordt een Wurstfest op 8 oktober 2003 nu al aangekondigd. Een
supermarkt Handy Andy draagt Duits vakwerk in zijn voorgevel.
Ik vind de bomen in Texas erg grillig
van vorm. Het landschap is nu wel heel heuvelachtig geworden, met
rotsstenen bezet en vol cactussen en yucca’s. We zien een plakkaat
met “Bulls for sale”.
De ene ranch (*9) na de andere
volgen elkaar op. Om 14u30’ breekt de zon door. Bergheim ligt op 11
kilometer. We rijden over de Guadalupe rivier (*10a).
Veeteelt gedijt hier goed. Dit is te zien aan een kudde
langoorschapen met bruine afhangende lange oren, aan groepen paarden
en een groot aantal koeien. We bemerken zelfs een
paardenkliniek in deze omgeving.
In Boerne (*8b) nemen we baan
87 en daarna baan 45. We draaien de “Guadalupe River Ranch”
(*11) binnen. Is dat dus de (goed bewaarde geheime)
vakantiebestemming? Het antwoord is ja! Aan deze ranch, de Guadalupe
River Ranch is nog een hele geschiedenis aan verbonden. Dat lezen
wij later althans in de brochure.
We melden onze komst aan. Op het
eerste gezicht is dit een groot vakantieoord, met alles er op en er
aan. Er zijn tennispleinen, zandvolleybalvelden, twee openlucht
zwembaden, een baan voor een golfspel met houten ballen, een plek om
met hoefijzers te werpen, twee paardenstallen, een neerhof, een
tuin, een souvenierswinkel, fitnesscenter, speelzaal en een
kuuroord.
Fietsen staan er ter beschikking. Op
het frame is een sticker aangebracht met volgende
veiligheidswaarschuwingen:
-
wear
a helmet
-
check
your brakers
-
do not ride at night (er
is geen voor- en achterlicht voorzien op de fiets)
-
read owner manual
We krijgen als verblijf een villaatje
toegewezen (in moëllonsteen opgetrokken), met huisnummer 210 en met
naam E. Einstein. Binnenin is alles comfortabel en net. We laten er
onze valiezen achter. Het gezin Aerts-Swinnen krijgt een ruimer
villaatje, met huisnummer 211 en met naam W. Whitman. Het staat ons
allen meteen aan.
Om 18u is het verzamelen geblazen aan
het neerhof om de dieren te voederen. De kinderen zijn er graag bij.
Voeder is te koop. Voor Karen en Paulien elk een potje granen. De
oppasser geeft Karen nog een tutterfles gevuld met melk. Goed om een
kleine geitje te laten zuigen.
Daarna gaan we eten. Onze tafel is
gereserveerd. Op een kaartje staat gedrukt: “Guadalupe
River Ranch Reserves This Table For AERTS”. Het smaakt
ons goed. De menukaart draagt bovenaan een klavertje vier. Vandaag
is het immers St. Patrick’s day, een Ierse feestdag.
Today’s menu vermeldt:
Soep: groene
aspergecrèmesoep
Voorgerecht: romeinse
slaatje met tomaten, palmhart en een frisse vinaigrettesaus
Hoofdgerecht: een filetpur,
gekruid met koreander en curry, met ratatouille van gemixte
aardappelen en groene pijpajuin.
Nagerecht: gember
crème brulée.
Om 20u30’ hebben we ons ingeschreven
voor een hay ride (*12a). Op een platte wagen zijn
balen stro gestapeld die voor zitplaatsen dienen. We krijgen een
dikke wollen deken over onze knieen. Maar waar zijn de paarden? Nee
hoor. Er komt een tractor aangereden. Die zal onze kar trekken. De
“menner” heeft verlichting bij. Met een lantaarn verlicht hij
bepaalde plaatsen waar zich konijntjes, eekhoorntjes, herten en
zwarte paarden bevinden. Met ons gezelschap doet hij een toer in het
domein van ongeveer een uur.
Om 21u45’ zijn we terug. Genoeg voor
vandaag. Tijd dus om onze bedstee op te zoeken.
De verwarming, de koeling en de
ventilator van de kamer kunnen nauwkeurig afgesteld worden
doormiddel van apart te regelen selectieknoppen. Effen opwarmen.
Alle aanduidingen op de kamer zijn in vier talen opgegeven: Engels,
Frans, Spaans en Duits.
Dinsdag 18 maart
2003
Om 6u30’ wordt ik wakker. Ik maak mijn
opschik en om 7u50’ ga ik buiten. Ik doe op mijn eentje een
wandeling naar een nabij gelegen grot, een kapelleke dat in ruwe
rotsstenen is opgetrokken. Het kapelleke is toegewijd aan “the
Virgin of San Juan”. Op het altaar brandt een kaars. De morgenlucht
is nog wat koel. Ik adem zuivere frisse lucht in.
Om 9u kan het morgeneten genomen
worden. De tafel is zoals gebruikelijk gereserveerd. Het eten is als
buffet georganiseerd en in de ruime veranda staan spijs en drank op
tafels uitgestald. De spijskaart is gevarieerd. Als spijs is de
keuze: spek, gebakken eieren, koffiekoeken, rozijnenbrood, toast,
bruin brood, wit brood, broodjes, zoete driehoekige gebakjes,
“hotmeat” met bruine rietsuiker of ahornsiroop, confituur, kaas, zes
soorten fruit in schalen. Als drank: vier soorten fruitsap in glazen
kannen en verder koffie, thee, ice tea en water. Alles naar believe.
In de voormiddag hebben we ons
opgegeven voor een “groene-vingers-bijeenkomst” in de tuin. De
hovenier legt ons alle bomen, heesters, planten en bloemen uit,
alsmede de kweek ervan. Verder het onderhoud en de bemesting van
zijn tuin. Enkele personen kopen zich wat plant- en zaaigoed aan.
Een dienster van het keukenpersoneel
brengt ons in een spierwitte katoenen handdoek een dood vogeltje.
Het is een klein vogeltje, pekzwart en met blinkende vederen. De bek
is zo lang als het lichaampje groot is. Het is een hummingbird
(* 13a). Het vogeltje heeft zich te pletter gevlogen tegen
het vensterraam. Zielig toch, zo vlak aan het begin van de eerste
warme lentedagen.
Om 13u kunnen wij terug aan tafel gaan
voor het middageten. De spijskaart vermeldt het volgende:
Soep:
linzensoep
Hoofdgerecht: gebakken
kippenbeafsteak, aardappel ratatouille met kaneel en safraan, twee
schijfjes abrikoos met kaneel, komkommer, tomaat.
Dessert: potje
huisgemaakte cocosnotenpudding met suiker
Om 15u wordt verzameling geblazen voor
de kayakkers. Gezien de rivier nogal wild staat en met minder
gunstige aangekondigde weersvooruitzichten (regen, onweer?) raadt de
leider iedereen aan om geen kinderen mee te nemen in de kano’s. Kurt
doet dan maar alleen mee. Wij met ons vieren beloven hem om hem op
het traject beneden op te wachten. Tot straks!
Dat wordt voor ons een fikse
wandeling naar het dal. Met steile houten trappen en een kleine
bergweg bereiken we het dal van de Guadaluperivier. Vele jaren
geleden heeft deze canyon (diepe ravijn) een belangrijke rol
gespeeld in het dagelijks leven van de indianen. Het was eens hun
thuisland vooraleer westerlingen zich hiervan meester hebben
gemaakt.
Daar zien we de kayakkers! De leider,
Kurt en de anderen naderen. Alle kayakkers liggen achter mekaar op
een rij. In de rivier liggen hindernissen, zoals: neerhangende
takken van bomen, uitstekende wortels tot zelfs volgroeide bomen
toe. Achteraf vertelde Kurt ons dat hij langs de kant een
reuzenslang had zien liggen, rustend in de zon.
Onze terugweg is nu één van klimmen en
klauteren. Van het diepe dal te voet terug naar boven via een steile
bergweg en een lange houten trappenconstructie.
Om 17u30’ doen wij nog een wandeling
mee. Deze keer een fossielentocht onder leiding van twee gidsen: een
jonge man die voor geologie studeert en een knappe, blonde jonge
dame die optreedt als gids. Zij luistert naar de naam Margret en is
gekleed in een lichtbruinkleurige uitrusting: korte broek, blouse,
cowboyhoed en dito lichtbruine lederen bottines. Een 16-tal personen
waaronder wij (Chris en ik) doen deze speurtocht door de ongerepte
natuur. Fossielen liggen hier op onze weg om zo te zeggen voor het
grijpen. Er zijn zelfs heel mooie exemplaren bij. Het is klimmen en
dalen. Een ware eetlustopwekker.
Veerle, Kurt, Karen en Paulien hadden
zich ondertussen aangegeven voor een trektocht op de rug van een
paard en voor een stick riding (*12b). Ze hebben er
van genoten. Paulien ook? Ik weet het niet, maar haar paard had als
naam “grandma” en dat stond haar blijkbaar niet aan.
In Texas staat het paard centraal. Ik
droom er reeds van om eens een echte rodeo (*12c) als
evenement mee te kunnen beleven. Voor volgend bezoek misschien?
We komen tijdig voor het avondeten
terug. We hebben zelfs nog ruim de tijd om ons even te gaan
verfrissen. Die goede buitenlucht heeft ons een opperbeste appetijt
bezorgt. Om 19u15’ zitten wij aan tafel.
Na het eten verkennen wij nog de nabij
gelegen gebouwen: de souvenirszaak, de T.V.- kamer, de fitnesszaal
en de speelzaal met biljart, darts en sjoelbak.
Om 20u55’ zoeken wij de kamer op.
Welterusten. Slapen als een roos, kun je hier.
Woensdag 19 maart
2003
Om 7u15’ ben ik wakker. Enkele tijd
later sta ik buiten en doe mijn morgenwandeling rondom de uitbating.
De morgenstond heeft hier ook goud in de mond. De natuur ontwaakt.
Daarenboven zijn de eerste lentedagen op komst en bloeit de natuur
open.
Een aantal kort bij elkaar staande
stoere bomen trekken mijn aandacht. Het wemelt er van vogels die af
en aan vliegen. Eén vogel valt op tussen al de andere. Diep
helderrood zijn de veren. Het is een “cardinal” (*13b),
verneem ik later als ik aan het personeel om uitleg vraag. Een
citroengeelkleurige vlinder zoekt een plaats op de bloem van een
heester. Mooi!
Tevreden van alles wat ik gezien heb,
ga ik terug naar onze stenen blokwoning. De natuur in Texas kent een
weelde aan fauna en flora, is ontzettend ruw, heeft machtige
panoramische uitzichten met reikwijdten die tot tegen de horizon
gaan. Ongerept, ongecultiveerd. Puur natuur.
Onze tafel, net als de vorige keren,
is gereserveerd. Het is ons laatste morgenmaal. We gaan straks
vertrekken; verder landinwaarts Texas in. Omstreeks 10u30’ is het
zover. De valiezen en onze handbagage zijn al gestouwd in de
terreinwagen. Adieu G.R.R., Guadalupe River Ranch: prachtig domein,
een fijn vakantieoord om op en top te relaxen en een zeer goede
service.
We verlaten Boerne. We nemen weg
nummer 87. Deze baan loopt door een sterk heuvelend en daarom ook
kronkelend landschap. De weg is in baanvakken qua indeling sterk
aangepast aan de terreinomstandigheden. Op bepaalde wegstroken zijn
eerst twee baanvakken opwaarts en één baanvak afwaarts te zien.
Daarna twee baanvakken afwaarts en één baanvak opwaarts. Tenslotte
op de meer rechtere stroken twee baanvakken opwaarts en twee
baanvakken afwaarts. Dit in functie van de hellingen en de
zichtbaarheid.
Fredericksburg (*8c) is een
mooie plaats. We parkeren de auto op een kleine parking nabij twee
vlak naast elkaar staande kerken. The famous twin
towers of the two churches, namelijk “the old St Mary’s Catholic
Church” van 1861 en “the new St Mary’s Catholic Church” van 1908.
Het interieur van beide kerken is zeer sober. Wit is de
overheersende kleur. Een sfeer van godsvrucht en piëteit vult de
ruimte. Enkele kerkgangers bidden.
Buiten op het terras van het nabij
gelegen Altdorf restaurant nemen we een middagmaal van Duitse
origine “Sauerkraut mit Knackwurst und dabei ein Bier”.
We verlaten
Fredericksburg, peach capital of Texas, a town of German heritage
and Texan hospitality. Landbouwproducten zijn hier:
perzikken, zwarte koeien, hooi en graan.
In het kader van het milieu, om
sluikafval tegen te gaan, is een opmerkelijk opschrift te zien
“littering is awfull” (*5c).
Met andere slogans op borden wordt de
aandacht van de chauffeurs getrokken op het begrip veiligheid:
“fasten safety belts”, “watch for ice on the bridge” (hier dus ook
nog), “watch for water on the road” (bij het doorkruisen van de
Medina rivier (*10b)), “falling rocks” (te lezen op een bord
naast een rotsflank opgesteld).
We bevinden ons in een gebied met
kalksteenlagen. Balen hooi op rollen liggen in de weiden te wachten.
Troepen geiten, schapen en koeien staan in groene grasvlakten, de
prairies.
Boven een kadaver, kort langs de baan
gelegen, cirkelen wel 15 arenden in de lucht.
Langsheen de baan South 16 Texas, in
Medina (*8d) staan houten huizen geschilderd in blauw, rood,
écru, grijs, wit, grijsblauw, groen met écru. Voortuinen liggen er
netjes bij.
Aan een tankstation hebben wij de
gelegenheid om twee cowboys te paard te fotograferen. We zijn in
Bandera (*8e), de cowboystad bij uitstek in Texas. In
toeristische folders wordt Bandera, cowboy capital of the world,
genoemd. En kijk eens naar de netjes naast elkaar schuin geparkeerde
wagens voor de saloons! Precies een filmscenario.
In dit deel van Texas zijn veel
brandstofmerken. Zo heb je: Shell, Chevron, Exxon, Conoco, Texaco, Citgo,
Mobil, Fina, Philips 66, Town & Country, Diamond Shamrock en HEB.
De brandstof is er goedkoop. De prijzen verschillen van
plaats tot plaats, van merk tot merk en van tankstation tot
tankstation. Vandaag 19 maart 2003 schommelen de prijzen aan de pomp
voor één gallon (gelijk aan 3,78 liter) tussen volgende grenzen:
-
regular unloaded: 1,54 9/10 à 1,61 9/10 $
-
plus:
1,61 9/10 à 1,69 9/10 $
-
supreme:1,66 9/10 à 1,79 9/10 $
-
diesel: 1,74 9/10 à 1,79
9/10 $.
Het verbruik van het Amerikaans
wagenpark moet per dag fenominaal groot zijn. Voertuigen slikken
hier vee, zeer veel. Vijftien liter per 100 km is zeker geen piek,
bijlange niet. De brandstof is doorgaans benzine, in mindere mate
diesel of LPG.
Het wagenpark bevat (relatief weing)
personenwagens, daarentegen veel monovolumes, pick-ups, jeeps, 4 x 4
en veel zware truckwagens. Zo van die kenmerkende trucks met:
-
veel chromé,
-
meestal twee verticale
uitlaatpijpen die achter de stuurcabine uitkomen,
-
en een zware dikke
typische vierkante neus.
Meest voorkomende automerken zijn:
Chevrolet, Dodge, GM, Ford, GMC, Buick, Lincoln, Toyota. Wagens
uitgerust met automatic zijn geliefder dan andere. Zowel bij aankoop
als bij tweedehands liggen de prijzen ervan hoger. Er is daarvoor
een betere afzetmarkt te vinden.
Als bandenmerken zijn te noteren:
Uniroyal, Good Year, Wrangler, Firestone en Bridgestone.
Na Bandera naderen we San Antonio
(*8f). We merken zowaar een carpoolpark op. Langs de weg, een 2
X 3 baanvaksweg, ligt een appartementsgebouw waar suites te huren
zijn à 150 $ / per week. Via een drive-thru (*14) is een bank
en een apotheek te bereiken.
We lezen op reclameborden onder meer
opschriften als: “We buy ugly houses” en “Dozen roses 6,99 $”. Texas
is de grootste rozenproducent van Amerika.
We zoeken ons hotel Red Roof Inn op.
Dit hotel is gelegen kort bij het centrum van San Antonio (wat een
voordeel is om dowtown stapvoets te bereiken). Maar dit hotel is ook
kort bij een autostrade gelegen (wat na de eerste nacht al voor ons
als een groot nadeel werd beschouwd gezien het aanhoudende geruis
van voorbijsnellende auto’s).
Vanavond gaan we het bruisende leven
op de riverwalk (* 15) meemaken. Ongelooflijk! Op de
voetgangerspaden langs beide oevers van deze binnenrivier wandelen
heel veel bezoekers; restaurantjes en drankgelegenheden zitten
propvol; winkels trekken volk aan; de (plattebodem) plezierbootjes
zijn alle bezet. Eén en al attractie. Het uitgangsleven draait hier
op volle toeren. Even later doen we ons goed aan een Mexicaans menu.
We bespreken reeds het programma voor
onze volgende toeristische dag. Dit zal bestaan uit: 1°) een
boottochtje op het binnengedeelte van de San Antonio rivier
(*10c), 2°) een bezoek aan downtown, the Alamo en enkele
missieposten.
’s Avonds op de hotelkamer aangekomen
zet ik, nog voor het slapen gaan, even de TV aan. Het is
woensdagnacht 19 maart 23u30’ (in België donderdagmorgen 20 maart
06u30). Ik schakel in op NBC, ga over naar CNN, zap naar ABC en kom
tenslotte bij CBS terecht. Al bij al wordt het een lange TV-nacht.
Ja, het is zover! President Bush en zijn staf hebben beslist.
War in Iraq has
begun! (*16). Ik kan de slaap
maar niet vatten. Reportages volgen elkaar op. Up-dates zijn er alle
kwartieren. Verslaggevers verslaan kort bij de vuurlijn. Vuur, rook,
explosies van zware bominslagen en ratelende mortieren zijn
nachtelijke beelden van deze eerste oorlogsdag. Tegelijkertijd in
Basra én in Bagdad is de strijd losgebarsten.
De media draait op volle toeren. TV,
radio en kranten smeren alle oorlogsnieuws breed uit.
“Television is the drug of the Nation”
is een uitspraak van een bekend reportagemaker. Vanaf nu is elke
Amerikaan in de ban van de beeldbuis. De ontwikkeling van de oorlog
wordt op de minuut gevolgd. Beelden van het front, vanuit het
Pentagon in Washington, van het hoofdkwartier van de Amerikaanse
troepen Camp Doha in Qatar volgen snel elkaar op.
Vrouwelijke journalisten, mannelijke
reporters, militaire bevelhebbers, soldaten: allen komen relaas en
kommentaar geven. De nieuwe berichtgever is evenwel een
“ingebedde” journalist(e) (*17).
Donderdag 20 maart
2003
Het is vroeg als ik wakker wordt. De
nachtrust was miniem. We hebben slecht geslapen. We besluiten om ons
hotel niet verder te huren. We hebben afgesproken om beneden in de
inkomhall op elkaar te wachten. Aan de balie kunnen Kurt en Veerle
met de baas tot een deal geraken. Business is
business. We maken onze kamers vrij. We laden de bagage in de
wagen, die op de parking voor het hotel staat. We trekken te voet de
binnenstad in.
We gaan via de riverwalk naar het
centrum van de stad. De tonen van (echt waar!) de vogeltjesdans
komen ons toe uit een nabijgelegen snack- en drankgelegenheid. We
gaan door de gangen van het superchique Hyatt Regency Hotel en
bereiken zo een winkelstraat.
Op TV’s (opgesteld in restaurants,
winkels en koffiebars) komen beelden door van de aanval van de
coalitietroepen op Bagdad en Basra. Het
TV-station CNN meldt: “Freedom has begun”. De hoofdtitel van
de krant the Houston Chronicle is “We are on war”. Een voorbijganger
heeft een T-shirt aan met de slogan ”We support our troops”.
Politieagenten patrouilleren te voet,
in short op mountainbikes en gemotoriseerd met wagens door de stad
San Antonio. Hangt er spanning in de lucht?
Zwaluwen, duiven, eenden en
griijsbruin gestreepte eekhoorntjes maken deel uit van het drukke
stadsleven. Lucht, water en land zijn vreedzaam bezet door deze
fauna-exemplaren.
Ondertussen draait de
oorlogsmachinerie met bommenwerpers, vliegdekschepen en tanks te
lucht, te water en te land volop in Irak.
We gaan door een overdekte
winkelgalerij. We pauzeren aan de rand van een waterpartij en nemen
plaats aan een terrasje. We bestellen ons een drankje en nemen een
lichte lunch.
Een damesvoetbalploeg komt juist toe,
met begeleiders en al. Hun voetbaluitrusting in witblauwe kleuren,
het bruine houten bruggetje, de opspuitende waterfontein en de
groene plantengroei maken een mooi decor uit voor een groepsfoto,
genomen door een professioneel uitgeruste ploeg van drie fotografen.
We maken een boottocht op de
riverwalk. Don’t just walk the river, ride it!
De gids op de boot praat de hele tocht door over het ontstaan
en de geschiedenis van de riverwalk, over de bezienswaardigheden die
langsheen de route te zien zijn, over de bruggen, enz.
Wij nemen een stevig diner. Het is een
restaurant drie verder als dat van gisterenavond. We zitten buiten,
bij een boom, aan de rand van het water. Gezellig en rustig is de
plaats.
Overheersend in het stadsbeeld van San
Antonio komen voor:
1°) licht blauw gekleurde
olievaten die als vuilbakken dienst doen,
2°) psychedelisch gekleurde
koeien uit glasvezel die het straatbeeld op hoeken en pleinen
opvrolijken met hun flower-art,
3°) de zeer typische
donkergroene trolley’s (tramwagentjes) in retrostijl.
We gaan stapvoets verder naar The
Alamo (*18), eigenlijk mission San Antonio de
Valero. Hier is geschiedenis geschreven. Hier speelde zich een
hevige strijd uit in wat de Texaanse Revolutie zou worden. Hier is
het verhaal te lezen en te beleven van dertien fatale dagen in 1836
(van 23 februari 1836 tot 6 maart 1836), namelijk de harde strijd
van de Texas Rangers tegen de Mexicanen.
De gebouwen van eertijds (een
missiepost gesticht in 1718) zijn stelselmatig uitgebreid met
gebouwen van recentere data. Zo o.a. deze van:
-
1920: de
omwallingsmuren en arcade,
-
1936: de
souvenirsshop,
-
1950: de
bibliotheek (met een interessante documentenafdeling),
-
1968: een
historisch museum (met authentieke vlaggen, kleding en wapens),
-
1997: een expo
in open lucht met data en feiten op plexiglas panelen gegrift.
De lange namenlijst van de helden van
the Alamo vermeldt 189 namen. Onder hen talrijke Engelsen, Ieren,
Schotten, Duitsers en uiteraard Texanen. Onder hen de meest
legendarische strijders met ook voor ons welbekend klinkende namen:
Jim Bowie, befaamd messenvechter; David Crockett, grensstrijder en
lid van het Congres uit Tennessee en William B. Travis, de
commandant.
Zo, dat hebben wij gezien. Wij
begrijpen nu al wat beter de geschiedenis en het ontstaan van Texas
en meteen ook een stukje plaatselijke geschiedenis van U.S.A..
We gaan terug naar onze wagen en
stappen in. We bezichtigen achtereenvolgens nog drie kort bij elkaar
gelegen missieposten (*19), namelijk:
-
mission
of Nuestra Senora de la Purisima Concepcion (1731),
-
mission of San José y
San Miguel de Aguayo (1720 en meest bekende),
-
mission of San Juan
Capistrano (1731)
N.B.: mission of San
Francisco de la Espada, de oudste (tevens vijfde) missiepost (1690)
hebben wij niet bezocht.
Gedurende ons bezoek aan de missiepost
Concepcion waren fotografen - uitgerust met paraplu’s, statieven en
reflecterende aluminiumschermen - shots aan het nemen van enkele
bruiden in witte bruidsjurken. De arcaden van the mission Concepcion
vormden daartoe een uitstekend decor. Voor de een of andere
Amerikaanse Libelle misschien?
We toeren verder. We rijden door de
King Wiliam-wijk. Een chique buurt met statige villa’s en mooi
aangelegde tuinen. Maar vijf straten verder is armoe troef. Een
krottenwijk zonder élan of uitstraling, met veel rommel. De verf op
het hout van deuren en ramen is verbleekt en oud.
Stilaan verlaten we de binnenstraten
van de stad en keren terug naar de hoofdstraten.
Wat verderop zien we een betoging. Oh
neen, de deelnemers blokkeren niet in het minst de rijweg. Een
120-tal vredesactivisten staan netjes op de stoep, langsheen de
rijweg, gedrumd tegen elkaar opgesteld. Zonder getoeter, zonder
gefluit, zonder gescandeerde slogans. Heel waardig en
gedisciplineerd staan ze daar. Op borden en spandoeken is te lezen:
“Impeach Bush”, “Peace is patriotic”, “No war”. Drie politiewagens
staan in verschillende richtingen kort bij de groep gestationeerd.
Met walkie talkies wisselen zij met elkaar gegevens uit.
Veerle rijdt voorbij de groep en
steekt haar rechterduim omhoog. Wij zwaaien hen in het voorbijrijden
goedkeurend toe. Het is kwart voor zes. We nemen de High 10,
richting Houston. Terug naar huis.
Op een farm, tussen New Braunfels en
Luburg, zien we een kudde stoere bizons (*20a) grazen. Ook de
aanblik van Longhorns (*20b), het fameuze vee van de
streek, is prachtig.
We komen veilig en wel thuis. Als we
thuisgekomen zijn luisteren wij naar de dictafoon. De firma Exxon
heeft Kurt opgeroepen om zijn coördinaten door te geven. Dit is een
extra veiligheidsmaatregel door de firma zelf opgezet.
Vrijdag 21 maart
2003
Om 7u30’ is iedereen opgestaan. Na ons
morgeneten gaan we met de auto naar downtown Houston (*8g).
De autoradio meldt dat de Amerikanen op 200 km van Bagdad zijn.
Langs de baan, die Kurt trouwens
dagelijks dient te nemen naar zijn werk, zien we prachtige
bedrijfsgebouwen (voorzien van grote parkings), zoals: American
Bank, Bank of Texas, Sterling Bank, Mustang Engeneering, , Omni
Hotel, Westchase Hilton, Foley’s, CGG, Aaron (dure meubels), Wood
Group, ERM-Southwest, enz.
Er is een speciaal afgebakende
middenwegstrook voorzien. In de voormiddag is die open voor het
verkeer dat naar Houston gaat. In de namiddag is dit baanvak bestemd
voor het verkeer dat van Houston weggaat. De rijrichtingen worden
dus veranderd in functie van de drukte van het verkeer en de
bezettingsgraad. Wel te verstaan zijn op deze wegstrook geen camions
of auto’s met slechts één inzittende toegelaten. Deze wegstrook is
enkel bestemd voor auto’s met 2 of meer inzittenden. Voor de
haastige chauffeur en zijn gezelschap is deze voorbehouden
éénrichtingsbaan een luxe, naast de volzette 2 x 5 baansvakstroken.
Als snelheid wordt aangegeven: max. 60
miles en min. 40 miles. Aangeduide snelheden worden zelden
overschreden. In de States is vast en zeker verkeersdiscipline
aanwezig!
Op een bord langs de baan staat “One
God”. Een fitness airobic center is 24u/24u open. Met afgedankte
Pet-flessen is een reuzenbol gevormd.
We naderen the city hall (stadhuis) en
the city hall annex (bijgebouw stadhuis) van Houston. We stallen de
auto in een bewaakte, betalende parking.
We bezoeken eerst The Heritage
Society, gelegen in het hart van downtown Houston. Dit is een
openluchtmuseum in het Sam Houston park en geeft meteen een inzicht
in het verleden van Houston. Het monument ter ere van Sam Houston
(* 21) te paard staat hier opgesteld.
Onder meer zijn enkele aristocratische
residentiële houten huizen te bezichtigen. De onderzijde van de
plafonds van de oversteek van de bovenverdieping van zulk een huis
is in lichtblauwe kleur geschilderd. De reden van die gekozen
lichtblauwe kleur blijkt te zijn dat die tint de muggen afschrikt!
Opvallend is ook dat de keukens van deze huizen los van de
woonhuizen zijn opgetrokken. Dit om het risico van overslaand
brandgevaar te vermijden.
Wat is er nog zoal te zien? Een houten
huis uit 1870; het allereerste bakstenen huis van Houston daterend
1847; een huis in Griekse stijl anno 1850; een kleine houten kerk,
genaamd Saint John Church, gebouwd in 1891 en niet te vergeten het
museum zelf. Hier zijn colecties samengebracht van oude
klederdracht, speelgoed, borduur- en kantwerk, poppen, weefgetouwen,
prachtige antieke meubelen, spiegels, enz.
Dit stukje historische bewoning en
goed bewaard erfgoed van oud downtown aanleunend tegen die
reusachtige moderne wolkenkrabbers van het nieuwe downtown is op
zich al imponerend en uniek te noemen. Verleden en heden vlak naast
elkaar.
Onder de buildings van kantoorgebouwen
zijn ondergrondse winkelstraten gebouwd, verlicht met kunstlicht en
verlucht met airconditioning. Tegen de avond worden deze
winkelstraten met zware metalen dikke deuren afgesloten voor het
publiek. Er wordt gekocht en verkocht. De handelszaken draaien hier
blijkbaar goed. Luxueus tot en met. Zowel eethuisjes, als
drankgelegenheden als juwelierszaken hebben hun klanten. Bij een
juwelier hangen in zijn zaak 3 Amerikaanse en 3 Texaanse vlaggen.
Patriotisme is altijd en overal aanwezig.
Maar toch vind ik dit ondergronds
winkelen artificieel en nogal onnatuurlijk. Airconditioning houdt u
immers in leven. Wat bij stroompanne, bij brand, bij sabotage?
Ik ben blij dat ik terug buitenlucht
kan opsnuiven en de hemel zien. Sta je aan de onderkant van zo’n
wolkenkrabber en je kijkt loodrecht naar boven dan heb je kans dat
je achterover valt. Zo hoog! Onder meer is de statige building van
de firma ENRON imposant.
Er rijden in het centrum van Houston 2
trolley-lijnen en 9 Metro-lijnen op regelmatige tijdstippen.
Metro-lijnen zeg ik. Maar dit zijn geen ondergrondse verbindingen.
Metro is hier de naam van de vervoermaatschappij Metropolitan
Transit Company. Hun bussen zijn in de kleuren van Texas; dit wil
zeggen wit, rood en blauw.
We dineren bij Anthony’s, één van de
betere restaurants van Houston. Kelners in zwart pak, zonder jas en
met wit hemd, zijn van dienst. Het interieur binnen is groot en
statig, met prachtige meubelen in oude stijl en mooie schilderijen
aan de wanden. Het weer is zonnig. We nemen plaats op een groot
verhoogd buitenterras. De kelner prijst ons een menu met verse vis
aan. Dat menu lijkt ons aan te staan en we gaan het ons achteraf
gezien ook niet beklagen. Red snapper (*22a) is de
naam van de vis. Met een wit Italiaans wijntje erbij wat kun je nog
meer verlangen? En we zijn niet alleen. Het terras is voor driekwart
gevuld: jonge lui met GSM en een baby, zakenlui met GSM en een
aktentas.
Van vakantie moet je genieten. De
kinderen hebben een reuzenrad gezien. Zij willen er naar toe gaan.
Bijna midden in de stad een attractiepark. Eén zoals wij in San
Antonio hebben ontmoet. Er is een treintje, er zijn kermismolens en
kramen. Er is ook een restaurant, genaamd Aquarium. Zegt u dat nog
wat? Inderdaad van dezelfde keten als dat van San Antonio! De
“oudjes” blijven beneden, de “jonge ploeg” neemt met zijn vieren
plaats in een bakje van het reuzenhoge rad.
Een jonge man draagt een T-shirt met
als opschrift “11-09-01”. Voor de Amerikanen blijft dit historisch
feit een zwaar te verteren trauma met een diep litteken op het
blazoen van hun ingebakken patriotische gevoelens.
Never forget, never forgive. Remember september
11.
Met de wagen rijden wij door een
betere woonwijk. Rijkeluihuizen met grote tuinen en zwembaden.
Bomen, struiken, ruime grasperken. Hier is ruimte zat. Deze rustige
weg heeft zelfs een brede groene middenberm. De straatverlichting
bestaat uit van die 19-de eeuwse gaslantaarnpalen in retrostijl.
Een postwagen van UPS verzorgt de
briefwisseling. De huisnummers staan hier niet op de voordeuren. Ze
zijn in grote witte cijfers aangebracht op rechthoekige stenen
blokken die vooraan in het gras zijn neergezet, loodrecht op de
baan.
Of het nu deze wijk was of niet maar
op de Crawfish boil (zie later) vernamen we dat recentelijk een
woning in één van de duurdere woonwijken van Houston verkocht is
geworden voor het schamele bedrag van 12,4 miljoen $. Effen slikken,
nietwaar?
We rijden de parking van the Galleria
op. Er is een blue garage en een orange garage. We parkeren ons op
niveau –1 zone A. Op de parkeerplaatsen staan o.a. auto’s van
volgende merken: Corvette, Lincoln Eldorado, Delville, een Mercedes
E 430 met sierwieldoppen.
The Galleria is een immens
winkelcomplex van drie verdiepingen hoog. Het is hier chic zeg!
Topklasse artikelen tegen topklasse prijzen! Een damesblouse in
solden nog 2.000 $, a.u.b..
Er is bewaking met een eigen Galleria
security-dienst. Driehonderd winkelruuimten zijn hier ondergebracht.
Alles is overdekt, maar er is wel veel natuurlijke lichtinval. Op
het gelijkvloers is een ijspiste voorzien met als afmetingen 60 x 25
meter. Er wordt duchtig geschaatst door jong en oud.
Om 17u30’ verlaten wij het
winkelcomplex. We nemen de Freeway, dit is een baan evenwijdig met
de Highway. Alles is hier big, bigger en biggest in de States. Zo
ook de reclame van een sportschoenenzaak: “Just for feet, world’s
largest atheletic shoe store”. Voor voetverzorging zorgt een “family
foot doctor”.
We passeren een wijk met villa’s
omringd met smeedijzeren hekken. Hier is een “retirement community”
gevestigd.
Verder doorkruisen wij een
overstromingsgebied, het G.B.Nature Park. Aan de overzijde van de
baan liggen de sportvelden van een soccer club, de oefenvlakten van
een American Shooting Center en een uitgestrekt golfterrein.
Genoeg voor vandaag. Onze memorie
opslaan en onze indrukken verteren vragen ook tijd en inspanning.
We zijn reeds één week van huis weg. De tijd vliegt snel.
Zaterdag 22 maart
2003
Om 6u30’ wakker en om 7u opgestaan.
Wij blijven vandaag in een omgeving tussen Katy en Houston. We rijden met zijn allen naar een
plaatselijk sportcomplex waar o.a.: zwemmen, fitness, squash,
aerobic, ballet, voleybal en tennis te beoefenen zijn. Van 13u tot 13u30’ is het de beurt aan
Karen om zwemles te volgen. Van 13u30’ tot 14u is het de beurt aan
Paulien. Kurt en Veerle nemen ook een duik.
Wij eten vandaag Chinees en gaan een
groot Chinees restaurant binnen, met veel tafels en vier TV’s. De
TV-nieuwsuitzender ABC geeft een verslag uit over de bombardementen
op Bagdad en Basra. Er zijn al doden onder de coalitietroepen
gevallen.
Het buffet staat klaar. De dranken
zijn te bestellen. Er is eten genoeg. Naar eigen keuze zijn
gerechten in kleine of grote porties te nemen:
-
verschillende soepen;
-
verschillende
voorgerechten;
- Hoofdgerechten met vis,vlees, vegetarisch,met rijst,nasi/bami en allerlei sausjes;
-
verschillende desserten;
-
verschillende
fruitsoorten.
Na het eten maken we een ommetje en
rijden we naar Kurt zijn werkomgeving. Langsheen een laan zijn de
gebouwen van Exxon gelegen. Aan beplanting geen gebrek. We zien een
bareel, bewaking en een gebouw midden het groen. Kurt zegt dat als
hij op zijn bureau is en hij naar buiten kijkt hij dikwijls
“Texaanse” eekhoorntjes ziet in de bomen en in het gras.
Het uur is al een flink stuk in de
namiddag opgeschoven. We stoppen onderweg om een Starbucks te
drinken. Chris neemt thee, Veerle water en de kinderen een
frisdrank. Op de parking zien wij een vierkantig geblokte, bijna
gepantserde zwarte jeepachtige wagen staan. Het is een
Hummer(*23). Momenteel een zeer geliefd trendy vervoermiddel bij
onder andere bekende sportvedetten.
Tegen valavond zijn we verwacht in de
Cinco Ranch voor een crawfish boil (*12b), ingericht door de
Belgisch club, met name Nova Belgica (*24). Een gezellig
clubje naar het blijkt. We hebben direct goede contacten met een
Antwerpenaar (de webmaster van Nova Belgica), iemand uit Roeselare
en iemand van Merksem (waarvan zijn zus in Stekene woont en waar hij
verblijft als hij naar België komt). Ik verneem dat sommigen nog
maar 6 maanden hier in Houston of omgeving verblijven (waaronder
Kurt en Veerle) en dat anderen hier al 30 jaar gesetteld zijn
(waaronder die van Merksem).
En er wordt gebabbeld zeg! Zo wordt
het verhaal verteld van een pastoor die in Houston een parochie
heeft. Hij beheert er naast zijn kerk, ook een restaurant, een
kinderspeeltuin en een club voor alleenstaanden en … hij houdt er
ook een vliegtuigje op na. In één woord werkelijk een spirituele
manager!
Zondag 23 maart
2003
Deze keer was ik om 7u30’ wakker en
ben ik opgestaan om 8u15’. We eten samen om 10u. We nemen een frisse zwempartij in het
zwembad. Daarna hou ik mij bezig met wied- en hakwerk in de tuin.
Vooral de borders krijgen een flinke onderhoudsbeurt. Na het werk maken Veerle, Karen en ik
een wandeling in de omgeving van Teasel Court. Omstreeks 17u45’ vertrekken wij naar
Katy Mills, een bekend winkel- en koopcentrum.
In het Rainforest Café, een
restaurant, nemen we plaats “midden in het oerwoud”. Een jungle met
lianen, watervallen en wilde dieren zoals: apen, olifanten, giraffen
en leeuwen. Alles wordt hier 100% natuurgetrouw uitgebeeld in beeld
en klank. It’s a wild place to shop and eat.
Want naast eten en drinken kun je hier allerlei souvenirs
kopen. U kunt voor 10 $ een lidkaart kopen en meteen lid worden van
the Rainforest Café Safari Club. Met voordelen vandien. Hier zorgt
men ook voor een bijeenkomst in de wildernis om uw verjaardag samen
met familie of vrienden te vieren. De reclame
hiervoor is: “Be the King or Queen of the Jungle! Celebrate your
next birthday with a Wild Bunch”. Bij zulk een happening is
daarbij alles inbegrepen. Zie maar zelf:
-
the
Birthday Bash Menu,
-
a
Birthday Dessert,
-
a
Wild Bunch Treasure map and Crayons,
-
a
Souvenir Cup,
-
a
Souvenir Photo Keepsake for the Birthday Child,
-
a
Super Safari Pith Helmet,
-
and
Birthday Bash Invitations.
Ziezo, we sluiten het winkelbezoek af.
Om 19u30’ zijn we terug thuis. De kinderen gaan slapen om 20u10’.
Wij blijven nog op met een natje en een droogje tot 22u10. Morgen is
de week van het lenteverlof (spring break) voorbij en is het
bijgevolg terug school- en werkdag.
Maar eerst moeten wij bij voorrang
morgen nog iets oplossen. Na nazicht van onze papieren stellen wij
vast dat zowel Chris als ik onze terugreisetiketten van het
vliegtuig niet meer hebben. Hoe is het mogelijk?. Nochtans hebben we
elk apart onze eigen papieren bijgehouden. Wat nu? Morgen zal Veerle
bellen naar ons reisagentschap!
Maandag 24 maart
2003
Kurt is al naar zijn werk. Ik ben
wakker om 6u30’ en ga naar beneden om 7u15’. Tijd om wat te eten. De
gele schoolbus arriveert om 8u10’. Vijf kinderen waaronder Karen
stappen de bus op. Wij wuiven Karen uit vanop de stoep. Bye, bye
Karen.
Veerle belt naar het reisagentschap De
Cauwer. Zij noteren onze gegevens. Zij gaan met ons terug kontakt
opnemen en vragen Veerle’s e-mailadres en telefoonnummer. Nog geen
10 minuten later komt er al nieuws binnen. We mogen gerust zijn. We
krijgen een speciale code die we bij het inchecken op het G.Bush
luchthaven bij het KLM-kantoor moeten doorgeven. Oef, een pak van
ons hart. We krijgen kort daarop bevestiging per e-mail.
De tekst luidt als volgt:
“Beste Mevrouw Aerts,
KLM kon de flightcoupons niet
traceren, maar de commerciële dienst in Brussel heeft in het dossier
van uw ouders een opmerking gezet waarin KLM Houston de toestemming
heeft gekregen om ze hun boardingpass te geven zonder flightcoupons.
De referentie van hun dossier is:
PWFQHD
Met vriendelijke groeten,
Rina Soetaers”
Het verloop van het verkeer rondom
bepaalde scholen is interessant om eens te vertellen. Hier vlakbij
aan de hoofdstaat is een school gelegen. De auto’s staan er in file
te wachten om er hun kinderen af te zetten. Hoe gebeurt dat? De
auto’s komen per blok van vier voor de schoolingang staan. Vier
schoolwachters openen de deuren van die vier auto’s. De kinderen
stappen uit (zonder de ouders) en de vier schoolwachters nemen de
kinderen mee naar binnen. De vier auto’s rijden weg en ondertussen
schuiven vier volgende auto’s door. Vier schoolwachters komen terug
aan, enz. Practisch en veilig, nietwaar?
Met de auto doen wij Paulien weg naar
school. Haar school is een private school. Een ruime
inkomhall en een nette gang zien wij bij het binnenkomen.
Reproducties van de schilders Monet en Van Gogh versieren de muren.
De klaslokalen zijn fris geschilderd.
We brengen Paulien naar de klas. Zij
hangt haar jasje aan één van de kinderkapstokjes. Achteraan in een
hoek van het klaslokaal staan wel 80 vlaggen, waaronder de
Belgische.
De kinderen weten wat ze moeten doen
en nemen hun plaats in: op stoeltjes of op een grondtapijt. De
methode van een Montessori-school (*25) is: “alles komt
vanuit het kind zelf”. Dit basisinitiatief van het kind wordt
aangevuld of gecorrigeerd door de leerkrachten. Het vastgestelde
programma dient evenwel gevolgd te worden. Daar zorgen Miss Shirley
en miss Betty voor, de leraressen van deze kleuterklas of
kindergarten zoals men hier zegt.
Alles is ordelijk geschikt en
ingedeeld. De klas heeft aan één wand twee deuren voor de restroom.
Namelijk een W.C.deur met opschrift “boys” en een W.C.deur met
opschrift “girls”.
De school van Karen is een
public school. Omstreeks het middaguur zijn wij aan haar
school: de Roosevelt Alexander Elementary School (RAES). Op
de blauwe vloermat aan de inkomdeur staat te lezen: “Welcome to
Roosevelt Alexander Elementary – Home of the stingraes”. De stingray
(de rog) is immers het embleem van de school. In de inkomhall staan
een aquarium en een scheepsroer. De muren zijn in frisse kleuren
gezet, versierd met watertaferelen met kleurrijke vissen (rode,
gele) en waterplanten.
Oh, wacht eens eventjes. Aan de balie
moeten wij ons eerst voorstellen, ons legitimeren met ons paspoort
en ons inschrijven in het bezoekersboek. We krijgen een sticker met
“visitor” om op ons hemd of kleed te plakken. We gaan naar de
refter, eigenlijk een turnzaal waar tafels met zitjes en al in delen
en op wieltjes zijn uitgeschoven. Ze kunnen later terug ingeschoven
en opgeborgen worden.
De leraars/leraressen komen klas per
klas binnen. De kinderen staan netjes achter elkaar op een rij.
Rustig, kalm, bezadigd, zonder te roepen, te duwen, te trekken,
achterom te kijken, te vallen en wat dies meer. Is dat getrainde
discipline of aangeleerde tuchtverzorging? Ik denk eerder aan het
laatste. Alles verloopt ordentelijk.
De leerlingen komen toe aan een dame
met een computer. Daar gebeurt de registratie van kind en menu. Het
kind mag doorschuiven en krijgt een plastieken dienblad waar alles
op staat. De kinderen schuiven na elkaar aan naar een hun aangewezen
plaats. Ordelijk, sereen en kalm. Er wordt wel gesproken, maar
zonder geschreeuw of