Casino's, de Colorado, Rio Grande, Rista's, Indianen, enkele nationale
parken in jun 1998. (een eigen route vanuit Californië, via Nevada,
naar Utah, Colorado, New Mexico en Arizona)
Los
Angeles - Las Vegas - Zion N.P. - Richfield - Moab - ArchesN.P. -
Canyonlands N.P. - Mesa Verde N.P. - Durango - Taos - Los Alamos -
Santa Fé - Albuquerque - Petrified Forest N.P. - Holbrook - Walnut
Canyon N.M. - Scottsdale.
In
mei 97 maakten we een reis door het westen van de USA. In 98 hebben we
nog geen plannen, tot we in mei allerlei aanbiedingen zien en het
reisbloed begint te bubbelen. In gedachte heb ik al eens een route
uitgedacht, waarin o.a. gedeeltes van Utah, New Mexico en Arizona voorkomen met streken of plaatsen die
ik graag wil bezoeken.
We gaan rekenen en een
schema bedenken waarbij we meestal 2 nachten in één plaats zullen
zijn. Dit lijkt ons prettiger
dan vorig jaar toen we bijna overal maar 1 nacht overnachtten. Nu minder gehaast, tenslotte is het vakantie. Een van ons kan niet
erg lang wandelen, maar we willen wel
veel zien en het programma indien nodig wat aanpassen.
Om
een lang verhaal kort te houden wat we bedenken is te doen, alleen
zoals wij willen, zullen we het zelf
gaan organiseren. Via Internet en de gratis telefoonnummers van
o.a. Holiday Inn en Quality Inn krijgen
we hotelgidsen voor o.a..ligging en prijzen. Tickets en auto via een
reisbureau en ja,(!!) we gaan weer met de buren, die er al net zoveel
zin in hebben als wij, op vakantie. De meeste hotels hebben we
gereserveerd en gegarandeerd met creditcard, dus de bedden staan
klaar.
Informatie
over toeristisch aantrekkelijke plaatsen heb ik uit boeken en veel via
Internet opgevraagd, of folders laten thuis sturen. (www.adressen
in de afsluiting van dit verslag)
2 juni 1998 [Los Angeles]
Eigenlijk
willen we heen naar Las
Vegas vliegen ( we hebben daar nog genoeg te zien en vinden het een
leuke start) en terug vanaf Phoenix, om niet weer helemaal naar bv.
Los Angeles te hoeven rijden. Het beste tarief voor ons is echter heen
( i.p.v. Las Vegas) naar Los Angeles, terug vanaf Phoenix. British
Airways heeft (mei/juni 98) een aantrekkelijk tarief met deze
combinatie, vandaar dat wij nu met British Airways via Londen Heathrow
vertrekken. De bagage gaat meteen door, maar wij moeten in Terminal 4
naar een andere gate lopen. De reis verloopt prima en de service is
goed.
Weer
hebben we een fullsize “allin” auto gereserveerd ( vanwege
beenruimte voor 4 volwassenen en
bagage). We kiezen voor een Toyota Camry met een toeslag van $
3,- per dag, want de kofferbak is iets groter
dan de Ford Taurus van vorig jaar. We hebben 1 grote,
2 iets kleinere koffers en 3 tassen bij ons. De eerste
overnachting is in het Furama Hotel bij de airport, alsof we niet
weggeweest zijn. Even in
de tuin aan het zwembad zitten en door jetlag en tijdsverschil op een
redelijke tijd naar bed.
3 juni 1998 [Los Angeles - Las
Vegas][Nevada]
Zoals
gebruikelijk eerst de koeltassen vol laden met div. frisdranken
etc.uit Ralph’s supermarket naast het hotel en dan kunnen we na het
ontbijt vertrekken. In Los Angeles waren we eerder en onze
prioriteiten liggen dit jaar in Utah (Moab) en New Mexico. We hebben
besloten om vandaag naar Las
Vegas te rijden en daar de komende 2 nachten te slapen. Onderweg
stoppen we af en toe om wat te eten of te drinken. Het weer is prima,
een lekker zonnetje en een temperatuur van zo'n 23 graden.
We
hebben kamers in de Holiday Inn
Boardwalk Casino gereserveerd, aan Las
Vegas Boulevard (de Strip) dus midden in de drukte en krijgen
kamers op de 8e etage, met uitzicht op die Strip en de hotels Monte
Carlo en MGM. Van Hotel New York-New York is ook de achtbaan te zien.
Dood eng dat ding, want die gaat ontzettend hoog, er wordt heel wat
afgegild.
‘s
Avonds wat slenteren, eten bij het
Monte Carlo buffet, de hotels New York-New York, Excalibur, Luxor
en Tropicana bezoeken. Hier en daar wat geld in de slots laten vallen
met …..een negatief resultaat. Ook vorige keren is het ons goed
bevallen, gezellig druk en veel mensen
op straat. Eten en slapen voor een leuke prijs, een heel
prettig begin van onze vakantie.
4 juni 1998
[Las Vegas]
Na
het ontbijtbuffet(nog geen $ 5,- p.p.) in het hotel, waarmee we al
eerder goede ervaringen hadden, rijden we naar de Beltz
Outlet Mall vlakbij de airport. We schaffen nog wat spulletjes aan
en gaan daarna in de zon aan het zwembad liggen. Een lekkere luie
start, maar er komen nog genoeg drukke dagen. In de loop van de middag
rijden we de hele Strip weer af. Bij de Stratosphere
Tower gaan we wat rondneuzen en dan het Buffet eten. Dit jaar is
het drukker en wat rommeliger dan vorig jaar, want de drankjes zijn nu
ook self-service. Er wordt dus veel heen en weer gelopen. Het buffet
is goed met een prima variatie in eten, amerikaans, mexicaans,
chinees, italiaans en een desert buffet.
Hierna
rijden we naar het oude centrum aan Fremont
Street, waar we de Golden
Nugget, Pioneer en Horseshoe bezoeken. Elk half uur gaan ‘s
avonds de lichten aan de buitenkant van de hotels uit en komt er op de
overkapping van de straat een licht-
en geluidsshow. Je ziet bv. een kudde buffels over de lengte van
de straat rennen en een cowboy gaat zingend te paard (met
geprojecteerde tekst, dus iedereen zingt mee) boven de straat. Het
ziet er allemaal heel grappig uit.
Las
Vegas blijft veranderen en bouwen. In augustus 98 opent hotel Bellagio,
in Italiaanse sfeer met een groot meer voor de deur. Verder zijn de
hotels Venetie, Mandalay (met goudkleurige ramen) en Hotel Paris in
aanbouw. Bij de laatste zijn de contouren van de Eifeltoren en Arc de
Triomphe al gedeeltelijk te zien. Hotel Aladdin echter is ondertussen
gesloopt en zal worden herbouwd. Elke keer is er weer wat nieuws. We
waren al eerder in Las Vegas, maar het blijft ons amuseren.
Voor
meer info betr. Las Vegas zie het uitgebreide Las Vegas verslag.
(ook op deze
site)
5 juni 1998 [Las Vegas - Zion N.P. -
Richfield][Utah]
Na
het ontbijt rijden we via de I-15 naar
Mesquite, op de grens van Nevada/Utah. Bij de 1e afslag
gaan we naar het Casablanca
Resort. Aan het schitterende zwembad, lekker in de zon, drinken we
wat. In het verleden hebben we hier een paar heerlijke dagen
doorgebracht. Mesquite is klein, maar heeft een paar prachtige hotels
met casino’s en alle faciliteiten. Net als Las Vegas redelijk
geprijsd, in het weekend wat duurder en mede gericht op de gokkers en
zonaanbidders.
Langs
St. George(Utah) met de witte Tabernacle mormoonse kerk, rijden we
naar Zion National Park. (1
uur later vanwege de tijdsgrens). Niet naar de gebruikelijke
zuidelijke ingang waar de scenic drive is, maar via de I-15 gaan we
naar de noordelijke ingang, de Kolob
Canyon.
Hier
schaffen we de Golden Eagle
Pass van $ 50,- aan, zodat we de komende tijd geen entree betalen
voor de Nationale Parken
en Nationale Monumenten. De weg naar boven is niet zo heel lang, maar
wel flink klimmend en met mooie uitzichten. Het is een rustig gedeelte
van het park. Tussen de bergen zien we nog sneeuw liggen en we genieten alweer volop van de natuur om ons heen.
We willen ook naar Cedar
Breaks National Monument op 3500 m. hoogte, maar die blijkt
gesloten te zijn vanwege de vele
sneeuw ( in juni !). Jammer, maar helaas.
Daarom
rijden we verder op de I-15 en de I-70 en overnachten in Richfield
in de Quality Inn Er is
voor deze nacht bewust niets gereserveerd om te zien hoever we
komen.Het was bekend dat Cedar Breaks
gesloten zou kunnen zijn.Vlakbij het hotel zien we de Pizza Hut
en dat lijkt ons een goed idee
voor de avondmaaltijd.
6 juni 1998 [Richfield - Moab]
Op
ons gemak rijden we verder op de I-70 en zien al snel veel besneeuwde
bergtoppen. Bij diverse stops staan indiaanse verkoopsters met
allerlei handwerken. Vanaf Green River gaan we naar
Moab, zoals veel stadjes destijds gesticht door mormonen Het
plaatsje ziet er leuk uit met op de achtergrond de witte toppen van de
La Sal Mountains en is een uitgangspunt voor Arches
en Canyonlands N.P. We slapen 2 nachten in de Comfort
Suites, iets ten zuiden van het centrum.
De kamers hebben een zit- en slaapgedeelte en koelkast en
magnetron. Er is een klein overdekt zwembad en ‘s ochtends een
continental breakfast.
Na
het inchecken rijden we een stuk van Highway
128, een toeristische route langs de Colorado.
De weg slingert zich tussen de rivier en de rode rotsen. Er zijn veel rafters
druk bezig het juiste spoor te houden, op weg terug naar Moab. Dit
is niet het meest woeste gedeelte van de
Colorado, maar op sommige plaatsen staat toch een aardige
stroming. Het is een leuk gezicht het
varen en afmeren van de rafts te zien. Bij de een gaat het net
wat beter dan bij een ander.
’s
Avonds lopen we het kleine centrum door, waar veel mensen op straat
zijn. Keuze genoeg uit de vele eethuisjes en bars en alles ziet er
prima uit.
7
juni 1998 [Moab]
Vroeg
op en bij de supermarkt het nodige eten en drinken kopen om mee te
nemen. Vanochtend bezoeken we
Arches National Park, ca. 8 km. ten noorden van Moab. Het kan hier
‘s zomers heel warm zijn (woestijn temperatuur), maar we treffen
het, het wordt maximaal 25 graden.
De scenic drive is ca. 55km. retour en (nog) niet overdreven druk. We
zien bekende plekken als o.a. Courthouse Towers, Windows, Double Arch,
Delicate Arch en natuurlijk
Landscape Arch. Een heel
boeiend en interessant landschap, want elke arch is anders. Vaak op de
achtergrond als contrast weer de witte bergtoppen. Sommige Arches
herken je uit boeken, maar zijn toch in werkelijkheid nog groter en
mooier dan verwacht. Arches zijn een soort bogen, hier meestal in rode
steen, ontstaan door erosie en vooral weersinvloeden. Er kunnen veel
wandelingen gemaakt worden (eventl. met een parkranger) om meer van de
Arches te zien. Bij één van de stops zien we een jonge coyote
wegrennen met een muis in zijn bek Ook veel salamanders kruisen ons pad. Een super stuk natuur.
Het
eten en drinken is meegenomen om niet terug naar Moab te hoeven
rijden.(in de parken is niets te krijgen). We gaan meteen door naar
Canyonlands National Park. Dit park bestaat uit 3 grote delen,
waarvan de ingangen mijlen ver uit elkaar liggen. Het park is slechts
voor een deel opengesteld voor toerisme. “The Needles” ligt 12 km.
zuidelijk van Moab, is voornamelijk per 4WD (bv. een Jeep) te
bereiken, met uitzondering bij Newspaper Rock. “Maze”is alleen via
Highway 24 en per 4WD te berijden.
Wij gaan naar “Islands
of the sky” ca. 55 km. westelijk van Moab. Hier is een scenic drive voor gewone auto’s, maar ook een groot gedeelte voor
4WD. Deze sektie van het park
ligt ingeklemd tussen de Colorado
en de Green River, die ten
zuiden van het park samenvloeien, op weg naar de Grand Canyon. Op voor
ons niet zichtbare delen van de rivier is veel “Whitewater rafting”,
dus het ruige werk. Soms tochten van dagen, die ver van tevoren
gereserveerd moeten worden. Er zijn op de scenic drive de nodige
stops, die allemaal grote indruk maken door de ruigheid van het
landschap. Het heeft iets weg van de Grand Canyon, maar minder
toeristisch en het is allemaal wat rustiger. Op het eind van de rit
ligt Grand View Point, en
zoals de naam zegt….groots!!
Op
de terugweg komen we langs de afslag naar Dead
Horse State Park (entree ca. $ 5.-). Dit is een absolute MUST.
Zoiets moois hebben we nog nooit gezien. Het overtreft misschien wel
Canyonlands en de Grand Canyon, alleen is de oppervlakte kleiner. De Colorado
stroomt diep onder ons, we zien een aantal scherpe bochten (goose-necks)
in de canyon en ook rafts drijven. Ver onder ons rijden jeeps en
mountainbikers trappen zich helemaal wezenloos om tegen de rulle en
zeer steile hellingen op te komen.Langs de rim loopt een redelijk goed
voetpad om meer te zien Dit is werkelijk zo’n groots uitzicht,
onvergetelijk, daar wordt een mens stil van. Het is een hoogtepunt in
de reis, we lopen wat en blijven nog een tijd op een bank zitten Zeker ook niet-wandelaars kunnen hier volop van dit panorama
genieten.
Vanuit
Moab zijn veel tochten mogelijk per
jeep of 4WD, op de mountainbike,
per (motor) boot,
raft, of combinaties
hiervan. Meerdaagse tochten moeten gereserveerd worden, hoe vroeger
hoe beter. Dag- en halve dagtochten zijn nog lokaal te regelen. (Visitors
bureau, POBOX 550, UT 84532 Moab) .
Door
omstandigheden kunnen we niet raften, maar vinden wel een leuk
alternatief. Vlak bij de brug over de Colorado in Moab ligt het
bedrijf Canyonlands by Night.
Ze (en wij dus ook) maken ‘s avonds in het donker een boottrip
over de Colorado. Eerst stroomopwaarts met uitleg van een gids en dan
op de stroming terug. Over de naastgelegen weg rijdt een truck met
schijnwerpers mee. Er ontstaat een muziek- en lichtfestival op de
rotsen, terwijl de boot langzaam terug drijft. Wij hebben toevallig
daarbij volle maan en het totaal is iets heel bijzonders. Een prima
excursie en we hebben op de Colorado gevaren!! Kortom in Moab is heel
veel te ondernemen. Er zijn meer toeristische routes, die per auto
gereden kunnen worden, waar wij helaas geen tijd voor hebben. Een
aanrader dit stadje. Twee nachten verblijf is hier aan de korte kant.
8
juni 1998
[Moab - Mesa Verde N.P. -
Durango][Colorado]
Soms
rijd je van het ene
hoogtepunt naar het andere. We gaan op tijd weg en door Monticelli en
Cortez rijden we de staat
Colorado in.. We passeren deze plaatsen en denken aan de boeken
van Tony Hillerman. Hij
schrijft detectives, die vaak in indiaans gebied, veelal Navajoland,
spelen.De stadjes zijn dus ineens bekende namen. Al lezend in zijn
boeken krijg je informatie over rituelen en achtergronden in deze
regio.Vooral door die boeken zijn we nieuwsgierig naar deze streek
geworden. Vorig jaar bezochten we Monument Valley (schitterend!) als
eerste kennismaking met de streek en de Navajo’s.
We
halen - zoals wel vaker - Sub’s
(stokbroden belegd met sla, vlees, kaas, olijven etc.) bij Subway in
Mancos en zijn al vroeg bij Mesa
Verde National Park. De streek noemt men wel de
“Four Corners”, daar hier vlakbij de staten Utah, Colorado,
Arizona en New Mexico aan elkaar grenzen. De officiele entree van het
park ligt ca. 30 km van de Highway en is flink klimmend met veel
bochten te bereiken. Wel meteen mooie uitzichten, zodat duidelijk is
waardoor de naam is ontstaan. (groene hoogvlakte). Vlakbij het
visitorcentrum ligt de Farview
Lodge, een hotel in
en met uitzicht over het park, maar helaas meestal al weken tevoren
volgeboekt.
Mesa
Verde heeft talloze “Cliff
dwellings”, rotswoningen, uit de tijd van de Anasazi indianen.
De stam bestaat al lang niet meer en is vermoedelijk opgegaan in
andere stammen als Navajo’s of Hopi’s.
Bij
het visitorcentrum staat een mooie maquette. We krijgen een krant met
gegevens over de dwellings en welke eventueel in een halve, hele of
meerdere dagen te bezoeken zijn. Helaas wordt meteen duidelijk dat een
groot deel alleen met gids op vaste tijden bezocht mag worden, met het
risico dat daardoor wachttijden kunnen ontstaan of niet in je schema
passen.Andere delen kunnen met veel klimmen over ladders en hellingen
nader bekeken worden. Een van ons is niet zo goed ter been, dus kiezen
we voor het deel dat per
auto en korte wandeling bezocht kan worden, nl. Chapin
Mesa We gaan eerst
naar het museum om wat
indrukken op te doen. Van hieruit kan je naar een punt met uitzicht op
Spruce Tree House lopen.
Vlak achter het museum ontdekken we een picknickplaats, met banken,
tafels, barbeques, en eigen parkeerplaats. Alles onder en tussen de
bomen. Hier in alle rust
de Subs gegeten, een echt
vakantiegevoel.
We
gaan naar de Mesa Top Sites
en er zijn veel stopplaatsen. Na wat lopen zien we de Pithouse, Navajo
Canyon View, Pueblo Village e.a. Het park is inderdaad erg
uitgestrekt. Bij Sun Temple is niet alleen de tempel te zien, maar ook hebben we
uitzicht op bekende dwellings als Cliff
Palace. Een van de meest gefotografeerde en bekendste
woningcomplexen. Het is ongelooflijk hoe men dit destijds tussen de
rotsen heeft kunnen bouwen en vooral zo uitgebreid. Ook een aantal
kleinere complexen zijn prima te zien en we krijgen een goede indruk
van dit geheel. Hier ligt een enorm stuk geschiedenis van deze streek.
Als je goed kunt lopen valt er heel veel meer te ontdekken. Eigenlijk
kan je hier makkelijk een dag of twee doorbrengen, maar wij hebben nog
meer gepland.
Onze
reis gaat verder naar Durango,
Colorado. Meteen bij binnenkomst zien we de wildstromende, niet
zo diepe, Animas Rivier,
die vlak achter ons hotel de Holiday Inn stroomt. Er is een riverwalk
met banken om vissers, rafters, kanoers en joggers in aktie te
zien.’s Avonds lopen we een
stuk door Main Street op zoek om wat te eten. Het geheel maakt op ons
een prettige indruk.
9 juni 1998 [Durango - tocht
naar Silverton]
‘s
Ochtends zien we de rafters en kanoers al vroeg vertrekken.
Gisteravond en ook vanochtend horen we het gefluit van de stoomtrein,
die aan het rangeren is. Deze trein maakt in de zomer dagelijks een
reis naar Silverton v.v. Een brok nostalgie. Wij gaan ook naar Silverton, maar per auto.
De tocht per trein duurt
bijna een hele dag, dat is ons te lang en we weten uit boeken, dat de
autotocht ook heel mooi is. We komen langs het wintersportgebied
Purgatory, net buiten Durango, en rijden over de Coal
Bank Pass op ca. 3500 m. Geen wonder dat we hier nog heel wat
sneeuw zien liggen.
Greene
Street is de hoofdstraat van Silverton, de enige met asfalt. Alle
andere zijn met kiezel en zand, dus lekker stoffig. Gecombineerd met
de oude geveltjes en besneeuwde
bergen erom heen geeft dit meteen al een leuke sfeer. Er zijn winkels
met souvenirs, indiaanse voorwerpen en handarbeid, maar ook wat
kunstgallerie’s en een oud hotel. Vlakbij de voormalige
gevangenis staan wat oude wagens van de mijnen, waaruit vroeger niet
alleen kolen maar ook zilver werd gedolven.
Door
de hoge ligging is het redelijk fris en zijn we net iets te zomers
gekleed, dus gaan we koffie drinken in een klein tentje met 4 tafels
en snorrende warme potkachels. De vrolijke eigenaresse is van Zd.
Amerikaans bloed en heel spraakzaam. We amuseren ons best daar en
worden langzaam maar zeker weer lekker warm.
Buiten
gekomen horen en ruiken we (de stoom) de trein, die is gearriveerd.
Meteen wordt het drukker op straat. We neuzen nog wat rond en stoppen
bij het visitorcentrum Hier liggen ook weer allerlei attributen uit de
mijnen en we kopen er een mooie zilveren munt uit Silverton als
herinnering.
‘s
Middags een tijdje in de zon aan het zwembad gelegen, want in Durango
is de temperatuur hoger..
Aan
het eind van de middag horen we de trein weer binnenlopen. We gaan
terug naar Main Street en ontdekken een leuk chinees restaurant
“Golden Dragon”. Er is een soort familiemenu. De soep wordt in een
terrine opgediend, gevolgd door een selektie van kleine voorgerechten
als mini-loempia’s, dim sum, div. vleesjes op stokjes. Dit komt op
een rechaud met in het
midden een vuurtje. Het ziet er bijzonder leuk uit. Daarna nog 3
verschillende gerechten, eveneens
zeer smakelijk. Het is ons toch allemaal
teveel, en jawel….of we een doggybag
willen. (restjes inpakken?). En wij maar denken dat er mensen komen
afhalen, terwijl ze het hun eigen restjes zijn.. In ieder geval een
leuke avond.
10
juni
1998 [Durango -Taos][New
Mexico]
Eerst
langs de supermarkt van Albertsons’s, vlak bij het hotel en we laten
Durango achter ons liggen. Over de 160-E gaan het langs Pagosa
Springs richting Chama, New
Mexico. De rit is afwisselend
in landschap. In Chama besluiten we te stoppen bij het Branding Iron
Motel en nemen bij de koffie een Cherry Pie, net uit de oven en
nog warm en zooooooo....lekker. Zelfs de voormalige bakker
onder ons is onder de indruk.
Vanuit
Chama rijdt ‘s zomers ook een stoomtrein, de
Cumbres & Toltec Scenic R.R. naar Antonito, Colorado. Hele of
halve dagen zijn mogelijk, door eventl halverwege per bus terug te
rijden.
We
blijven bij ons plan naar Taos te rijden. Onderweg zullen we een
afslag gemist hebben want i.p.v. de 64 rijden we via de 84. Als we dit
ontdekken zijn we vlakbij Espanola. (de stad bestaat in sept. 98 400 jaar, wat voor
amerikaanse begrippen heel oud is.) Een omweg, maar het laatste stuk
rijden we langs de Rio Grande.
Ook hier zien we veel rafters in aktie. De rivier valt ons eigenlijk
wat tegen “niet zo Grande”, maar dezelfde avond horen we, dat een
rafter over boord geslagen en verdronken is. Schijn bedriegt.
New
Mexico heeft veel historie met oude huizen, plaza’s en
fiestas, die
herinneren aan de tijd dat de spanjaarden v.a. ca. 1600 via Mexico
hier op zoek waren naar goud en zilver. Echter ook Indiaanse feesten
en “Pow-wows”, want er zijn veel Indian Pueblos, indiaanse dorpen,
die authentiek zijn en waar volgens oude regels geleefd wordt. Sommige
zijn te bezoeken, andere alleen op voorwaarden (bv. niet fotograferen
) of soms zelfs totaal gesloten voor buitenstaanders. In de staat zijn
verder veel mogelijkheden voor o.a. bergklimmen, trekking, rafting en
tochten per luchtballon.
Taos
op ca. 2300 m. is een klein stadje, bekend geworden door de Taos
Pueblo, en door kunstenaars als Georgia O’Keeffe, Nicolai Fechin
e.a. die veel van de omgeving en de flora hebben vastgelegd. Het licht
schijnt hier heel
speciaal te zijn zegt men. In de winter kan worden geskied in Taos Ski
Valley met uitstekende pistes ver boven de 3000m.
Via
Internet hebben we een leuk kontakt gekregen met de El
Pueblo Lodge. Alle kamers hebben terras of balkon met zitje. In de
recente uitbreiding zijn superieure kamers en appartementen met keuken
en 1 of meerdere slaapkamers. In de leuke verzorgde tuin ligt een
zwembad met jacuzzi. Het hotel, ca 800m van de Plaza, is in de Adobe
bouwstijl, de blokkerige bijna vierkante bouwwijze, beige-rose
achtig gekleurd, geïnspireerd op de Indiaanse pueblo, zoals in de buurt van Taos gebruikelijk is.
‘s
Middags even gebubbeld en dan naar de Plaza.
Veel gebouwen zijn versierd met Rista’s.
Slingers en kransen gemaakt van gedroogde
rode pepers, soms versierd met bolletjes knoflook en mais. Een
specialiteit van New Mexico, heel decoratief en een leuk souvenir. We
gaan dineren in de Brent Street Deli & Café en de auto staat
geparkeerd op de Plaza, een straat verderop. Tijdens een prima
maaltijd in een leuke sfeer begint
het ontzettend hard en lang te regenen, heel ongebruikelijk in deze
tijd van het jaar. De daken hebben een klein afvoerpijpje, dat niet in
een regenpijp loost, maar meteen op straat. Als het iets minder hard
regent, hollen we naar de auto, die
precies onder zo’n pijpje geparkeerd blijkt te staan. Een
volle douche! We worden in Taos gedoopt(!!), terwijl we in de auto
stappen. Op de kamer nog maar even een borrel hier op gedronken.
11 juni 1998 [Taos]
De zon is al weer terug en
het is strak blauw als we opstaan. Het continental breakfast is
inclusief en ofschoon het nog wat fris is, kunnen we in de tuin
ontbijten.
Taos
heeft een klein beloopbaar centrum, wat straten rondom de Plaza, het Kid Carson museum en woonhuis, het park, kerken, musea en artgallery’s
.Op de Plaza staat een herdenkingsmonument voor oorlogslachtoffers.
Bijna alle gebouwen zijn in Adobe stijl en vaak met Rista’s
versierd. Het doet heel
overdacht en prettig aan. Bovendien is er totaal geen hoogbouw.
Vlakbij
de Plaza ligt de Maria de
Guadelupe kerk met een bijzonder altaar en kruisweg in primitieve
schilderstijl gemaakt door Pedro Chavez. Ook interessant is de Navajo
Gallery van R.C. Gorman, (zelf een navajo) met
zijn schilderijen en beelden. Voor kunstliefhebbers is er heel
wat te zien zowel in de musea alsook in de gallerie’s. Zo’n 10%
van de inwoners is nog
steeds kunstenaar.
s
Middags gaan we naar de Taos
Pueblo. Hier wonen en werken de Tiwa
indianen al zo’n 1000 jaar, zonder
elektriciteit en stromend water zoals vroeger. Tegenwoordig gaan wel
steeds meer bewoners buiten de Pueblo wonen. De “huizen”zijn
gemaakt van in de zon gedroogde blokken van stro, gemengd met water en
leem en daarna dicht gesmeerd met een soort moddersubstantie. Soms wel
3 etages hoog en met ladders toegankelijk. De muren zijn heel dik om
de kou c.q. de hitte buiten te houden. Er moet entree betaald worden
ca. $ 5.- p.p.. Bovendien parkeergeld en alleen met een vergunning ad
$ 10.- mag er gefotografeerd worden. Hier wordt streng op toegezien.
Op feestdagen (tribal ceremonies) mag er nooit gefotografeerd worden.
We vinden het allemaal erg
interessant, maar wel erg
commercieel. Er zijn wat souvenirwinkels, pottenbakkers, er worden
o.a. juwelen gemaakt en er wordt indiaans brood in hout ovens
gebakken. Het grootste deel is alleen aan de buitenkant te zien, want
het betreft veelal woonhuizen. De San Geronimo
kerk uit 1850 (de 1e uit 1619 werd door de mexicanen verwoest)
en de begraafplaats zijn opvallend, want van de Taos indianen is 90%
katholiek,maar hecht sterk aan de indiaanse religie en gebruiken. Voor
de ingang van de Pueblo staat een casino wat
tegenwoordig een grote en
belangrijke bron van inkomsten is
Even
buiten Taos aan Highway 64 ligt de
Rio Grande Gorge Bridge, 220m boven de canyon en de rivier. Aan de
westkant is een parkeer- en picknickplaats en er loopt een voetpad
over de brug. Je voelt de brug bewegen als er zwaar verkeer over
rijdt. Wij zien een aantal rafters de rivier afdrijven, terwijl we er hoog boven staan. Zowel de brug, alsook het stadje Taos
zijn veel gefilmd, bv. in Easy Rider, Twins en Thelma en Louise.Wij
willen eigenlijk de Enchanted Circle rijden, door hooggelegen plaatsen
als Questa en Eagle Nest, maar delen van de weg zijn wegens onderhoud
tijdelijk afgesloten. Dan nog maar een uurtje aan het zwembad, wat
heel plezierig is.
‘s
Avonds rijden we naar Jacqueline’s
Restaurant aan de Paseo del Sur, want in de krant lezen we dat het Fajita
Night is. Het parkeerterrein staat flink vol en met geluk krijgen
we het laatste tafeltje. Jawel dit is een feest. De tafel vol schalen
gekruid vlees en kip, guacamole saus, zure room, sla, kaas, salsa saus etc, en blauwe
tortilla’s, waar de streek bekend om is. Daarna een straatje om
gelopen om het eten te
laten zakken.
12 juni 1998 [Taos - Los Alamos
- Santa Fe]
Helaas
gaan we Taos verlaten, we hadden nog meer willen zien, ook 2 nachten
blijken te kort.Op weg naar Santa Fe stoppen we in Rancho de Taos bij
de beroemde San Francis de Asis kerk, een massieve adobe kerk, de meest
gefotografeerde en geschilderde kerk in de staat. We hebben
pech ! De jaarlijkse restauratie is aan de gang en we kunnen de
kerk niet in Dan maar via de “High Road” (518/76) naar Santa Fe, weer door de bergen en bossen,
door dorpen met namen als Chamisal,
Ojo Sarco, Las Trampas en Truchas, spaanser kan haast niet. In Chimayo
bezoeken we de kerk uit 1816 waar wonderen “a
la Lourdes” door de gewijde aarde schijnen te gebeuren. Krukken
en dankbrieven aan de muur. Ook hangen er wat Santeros,
afbeeldingen van heiligen in primitieve schilderstijl.
Buiten staan (kunst) schilders het kerkje op het doek vast te
leggen. Sinds 1970 is de kerk een National
Historic Landmark.
In
de omgeving van Chimayo liggen ook weer diverse Indiaanse Pueblos,
zoals Santa Clara, Nambe, Pojoaque etc. Sommige wel, andere niet of
alleen op voorwaarden toegankelijk. Hier dichtbij ligt het skigebied
van Santa Fe.
Wij
besluiten bij het zien van de naam spontaan om te rijden naar Los
Alamos. De naam die zo sterk verbonden is met in het geheim
ontwikkelen van de atoombom
in W.O. 2 o.l.v. J.Robert Oppenheimer Het stadje, toen verzwegen en op geen kaart te vinden,
doet nu wijds en lieflijk aan. We bezoeken het (gratis) Bradbury Science Museum. Hier is alles te zien, de eerste plannen,
geschiedenis, research, technologie, ondersteund door beeld en geluid,
en ook de bommen van destijds liggen er. De geheimzinnigheid, de
gevolgen van toen en de (relatieve) openheid van nu maken er een
bijzonder indrukwekkend bezoek van. In het park van Ashley Pond praten
en denken we er over na.
We
gaan verder over de I-84 naar
Santa Fe. Voordat we de stad inrijden, zien we de Opera,
waar op zomeravonden in de buitenlucht onder de sterren concerten
gegeven worden. Helaas bijna altijd al lang tevoren uitverkocht.
Santa
Fe (de oude naam is La Villa
Real de la Santa Fe de San Francis de Asis) is
niet alleen groter
dan Taos, maar tevens de hoofdstad
van New Mexico.Ook hier hebben de spanjaarden geschiedenis geschreven,
getuige o.a. de Palace of the Governors uit 1610, vroeger de State
Capitol, maar sinds 1909 een staatshistorisch museum. De
St. Francis kathedraal met 16 bronzen platen in de deuren is
gebouwd tussen 1869 en 1886 in de stijl van een europese kathedraal.
Beide liggen op en vlakbij de Plaza.
Er zijn meer gebouwen in de Adobe stijl, zoals het Museum of Fine
Arts, Institute of American Indian Arts enz. De mix van culturen is
goed zichtbaar, vooral in de vele musea.
‘s
Avonds slenteren we door
het centrum, eten goed in een restaurantje in een zijstraat van de
Plaza en gaan naar ons hotel aan de Cerillos
Road, net buiten het centrum, waar veel hotels en winkels aan
liggen. Hotels in het centrum zijn aanzienlijk duurder.
13 juni 1998 [Santa Fe]
Er
is vandaag veel wind,
maar de zon schijnt. Na het ontbijt gaan we weer het centrum in. Voor
the Palace of the Governors verkopen indianen hun kunstnijverheid
als sieraden, aardewerk, dekens, en kachinapoppen . We schaffen een
mooie massief zilveren armband aan voor onze dochter en krijgen er het
adres en tel.nr. van de maker bij. Vandaag is op de Plaza een show van
oude(re) auto’s, veel uit de jaren 50, kompleet met bijpassende
petticoats, vetkuiven etc. Er speelt een band in de muziektent de
bijbehorende evergreens en er is veel volk op de been, alles heel
gezellig. In de St. Francis
kathedraal wordt een huwelijksdienst voorbereid, de kerk is met
bloemen versierd en buiten in de tuin spelen wat oudere heren een
soort jeu de boule.
We
besluiten een broodje te eten in het La
Fonda Hotel, een luxe hotel midden in het centrum, in adobe stijl.
Het oudste gedeelte van de fonda (herberg) stamt uit 1821, toen de
eerste amerikaanse pioniers de stad bereikten. Veel kunst aan de muur,
open haarden en een schitterende glas overdekte binnenplaats. Flink
aan de prijs, maar heel sfeervol.
‘s
Middags wandelen we naar Canyon
Road, een straat bekend door veel gallerie’s, met schilderijen,
houtsnijders, pottenbakkers en veel grote bronzen beelden. Vooral die
van spelende kinderen maken veel indruk, want ze zijn schitterend.
Helaas niet als souvenir mee te nemen, daarvoor zijn ze te groot en te
zwaar. Vlakbij het Sanbusco Centrum, een winkelcentrum dat ons
tegenvalt,.is de Santa Fe Rail Road Yard, met wat oude treinstellen.
De naam Santa Fe Rail Road
is heel bekend, maar het vreemde is, dat Santa Fe
helemaal geen station heeft. Alle treinen stoppen in Lamy, en
de passagiers komen per bus de stad is. What’s in a name!
We
lopen aan het eind van de dag de Villa
Linda Mall in het zuiden van Cerillos Road door, maar maken daarna
toch weer een rondje over de Plaza vanwege de muziek en de drukte.
Gezellig.
14 juni 1998 [Santa Fe -
Albuquerque]
Vandaag
een korte trip van ca. 80 km
op het programma. Zoals gebruikelijk bij ons niet over de Interstate,
maar via Highway 14 de zgn. Turquoise
Trail. Even buiten Santa Fe begint deze weg en gaat langs Cerillos,
Madrid en Golden. In Madrid staat het oude kolenmijnmuseum met
antieke gereedschappen, karren en locomotief. Vroeger werd hier
behalve kolen ook zilver uit de grond gehaald. De kolen werden veel
gebruikt voor de Santa Fe Railroad. In Golden werd heel vroeger
inderdaad nog goud gevonden. Nu is het min of meer een spookstadje met een
vrij eenzame General Store. Hier en daar kwam Turqoise uit de grond,
dus dat zal de naamgever zijn van deze
mooie route.
De
weg gaat glooiend op en
af over de bergen en we zien opvallend veel wielrenners op de weg. We
komen langs de “achterkant” van de Sandia
Crest, de berg die over Albuquerque uitkijkt, nemen de afslag naar
boven en klimmen weer naar 3500 m. Er zijn diverse skiliften, die ‘s
winters de skiers uit de stad alle mogelijkheden bieden. Boven is een
kleine souvenirwinkel/coffeeshop en uiteraard hebben we er een heel
mooi uitzicht over de stad en jawel….de
Rio Grande. Iets verder op de berg is een luxe restaurant (“High
Finance”) alleen per kabelbaan vanuit de stad toegankelijk. Ook op
onze route naar de top zijn veel fietsers, die zich afmatten om boven
te komen.
We
komen de stad binnen en nemen de 1e afslag Central Avenue, ofwel
Route 66, die kilometers ver de stad door gaat. Albuquerque is een echte stad
met 500.000 inwoners en ligt op de kruising van twee
Interstates, nl. de I-25 en de I-40. Bovendien is er de Universiteit
van New Mexico en veel technologie (computerindustrie). Toch geeft de
stad een rustige indruk met ruime brede straten. Op Central Avenue nr.
1405 NE ligt het 66
Diner. In de vijftiger jaren gebouwd, met jukebox,
soda fountain en de witte kapjes op het hoofd van het personeel,
bekend om zijn hamburgers, pancakes en ham and eggs. Het gebouwtje kan
zo in allerlei plaatjesboeken.
Eerst
de bagage uitladen bij het hotel en dan rijden we ‘s middags naar Old
Town. Dit keer meer
dan een Plaza ( ja ook
hier) en de San Felipe de Neri
kerk uit 1706, maar vaak daarna verbouwd. De Plaza is omringd door
oude gebouwen zoals Loyola Hall, Antonio Virgil House, Casa Armijo,
allemaal met een eigen geschiedenis. Er worden wandelingen o.l.v. een
gids georganiseerd door de smalle met keien geplaveide straten. Er
zijn zo’n 100 kleine (souvenir)winkels met indiaanse kunst,
Rista’s, en veel spullen met chili pepers ( inkl. recept indien
nodig).
Tussendoor spelen en zingen
Mariachi’s hun
liederen en wordt er een nagespeelde overval op een bank gepleegd. Dit
alles aangevuld met eethuisjes en een luxe hotel. We laten veel over
en langs ons heen komen op een bank in de zon. Een aangename middag. Er
zijn in deze stad een flink aantal oude huizen, die nu als “bed and
breakfast” dienst doen en heel sfeervol gerestaureerd zijn.
We
willen naar het Indian Cultural
Centre gaan, maar helaas is
de tijd te krap. Veel stammen zijn hier vertegenwoordigd, voorwerpen,
kleding en er zijn in het weekend dansvoorstellingen, waarbij wel
gefotografeerd mag worden. In de stad schijnt ergens
een ratelslangmuseum te zijn, bizar.
We
blijven maar 1 nacht,
maar zien wel dat er genoeg
te zien en te doen is.
15 juni 1998 [Albuquerque - Petrified
Forest N.P. - Holbrook][Arizona]
Vandaag
laten we de staat New Mexico achter ons liggen. Absoluut nog eens een
bezoek waard, want we hebben maar zo’n klein deel gezien en dat is
zeer de moeite waard geweest. Er ligt erg veel Indiaanse en
(Spaans)-Amerikaanse geschiedenis hier.
We
gaan over de I-40 naar Arizona. De weg is vaak kaarsrecht, vrij rustig
en het landschap redelijk interessant. Evenwijdig aan de Interstate
loopt de Santa Fe Rail Road. Treinen met wel 4 of 5 lokomotieven, die
een enorme hoeveelheid wagons trekken, waarop soms een dubbele laag
containers gestapeld zijn. Langs Grants rijden we naar Gallup
en komen het plaatsje weer via
Route 66 binnen.
Gallup
wordt gezien als “Gateway to Indian Country”. Begonnen als
handelspost voor de trein en natuurlijk aan Route
66. Er staan veel “trading-posts”en “pawnshops” en dat
schijnt tegenwoordig een belangrijke handelsfunktie te zijn. Bovendien
veel bars, waar in de weekends indianen
een drankje te veel drinken. Er zijn wat gebouwen als RailRoad Depot,
Drake Hotel en Kitchen’s Opera House, die allemaal zo hun eigen
Western sfeer hebben. De Santa Fe Rail Road gaat dwars door de stad en
op kruisingen en overwegen is het gefluit/getoeter van de rangerende
treinen niet van de lucht. Het heeft wel wat. We slenteren even rond
en bij een trading-post kopen we een leuk stuk zilverwerk, weer
handgemaakt en ingelegd met turquoise.
(In Arizona gaat de
tijd overigens weer een uur terug.)
Aan
de I-40 ligt de afslag met toegang tot het
Petrified Forest. Een 28 mijl (enkele reis) lange
scenic drive, die van het noordelijke naar het zuidelijke visitorscentrum voert. De weg gaat langs de Painted Desert, zandheuvels en vlaktes die allerlei kleuren hebben,
geel, wit, paars en rose, met wandelroutes toegankelijker gemaakt. Het
Painted Desert Museum uit
1920 is sinds 1987 een Historic Landmark. Oospronkelijk was dit een
gebouwtje een herberg/hotelletje. De weg
gaat over de I-40 en de spoorlijn en via Newspaper Rock komen
we langs Blue Mesa. Ook hier weer zandheuvels, nu voornamelijk paars
gekleurd. Vooral bij Jasper Forest, Long Logs en het zuidelijk
visitorcentrum liggen grote stukken Petrified
Forest. Het lijkt een rare grap van de natuur, deze boomstammen die nu totaal versteend
zijn. Sommige zijn nog vrij
groot en lang, andere zijn in kleine stukken gebroken, een
vreemd maar boeiend gezicht. In het park is het streng
verboden zelfs het kleinste stukje hiervan mee te nemen, maar
meteen naast de uitgang kan je allerlei stukken kopen. Soms als
boomstam, of als tafel of klok. Niet altijd even smaakvol.
Het
hotel waar we slapen ligt aan de rand van Holbrook.
Op het parkeerterrein kan je kilometers ver zien, zonder dat een
gebouw of dergelijke het uitzicht verstoord. Wat een ruimte is hier
nog.
Bij
de receptie maakt men ons erop attent, dat in het centrum een
“pow-wow”met
indiaanse kinderen plaats vindt. Inderdaad talrijke kindertjes in
indiaanse kleding, die zingen, dansen en kleine stukjes opzeggen in
hun eigen indiaanse taal, terwijl de ouders en grootouders toekijken,
een leuke ervaring.
Die
avond eten we in een steakhouse in western style. Houten
wanden, houten banken en tafels, oude foto’s en reclames aan
de muur. Ziet er bijzonder grappig uit en het eten is van prima
kwaliteit.
16 juni 1998 [Holbrook - Walnut
Canyon N.M. - Scottsdale]
We
willen via Highways 260/
87 naar Scottsdale rijden. Op borden staat gemeld dat door
werkzaamheden aanzienlijke vertragingen ontstaan, dus wijzigen we onze
plannen en gaan verder over de I-40. Zo’n 16 kilometer voor
Flagstaff zien we Walnut Canyon
National Monument aangegeven en nemen nieuwsgierig deze afslag. In
Walnut Canyon zijn weer talrijke cliff-dwellings (rotswoningen)te
zien.Hier leefden tussen ca. 1100 en 1400 de Sinagua indianen.In het
visitorcentrum is informatie aanwezig, hoe ze werkten op de rim of in
de canyon en in hun rotswoningen leefden. Er is geen
scenic-drive, maar je kunt over de rim met uitzicht op de
dwellings wandelen. Ook is het mogelijk af
te dalen naar de canyon, over een stenen trap met ca. 240
treden.Er wordt gewaarschuwd
attent te zijn op, en wat te doen tegen “mountain
lions”die er in het wild rondlopen.
We kennen de nederlandse
naam niet voor dit beest is, maar het klinkt eng genoeg.
Terug
naar de I-40 zien we de besneeuwde
toppen van de bergen rondom Flagstaff. We gaan naar
het zuiden over de I-17. De vegetatie gaat langzaam van bos naar
woestijn In de buurt van Phoenix
staan velden vol Saguaro cactussen, die hele grote die op reuze kandelaars
lijken. Sommige zijn nog een beetje in bloei. Wat een prachtig gezicht
is dat.
We
overnachten in Scottsdale,
een luxe oord ten oosten van Phoenix met mooie huizen, golfbanen,
winkelcentra en natuurlijk hotels met zwembaden. De laatste 2 nachten
slapen we in de Holiday Inn Sunspree Resort. Alles ziet er zeer verzorgd uit en de
kamers zijn heel ruim. Onze kamers liggen op de begane grond en hebben
een schuifdeur naar een prive-terras met zitje. Eerst maar eens
lekker in het zwembad liggen met temperatuur “lauw
theewater”, heerlijk. Gelukkig staan er ook parasols, anders wordt
het al snel te heet. Het is bijzonder rustig in en om het hotel, maar
de zomer is laag seizoen (door de hitte), hetgeen door de prijs van de
kamer tot uiting komt.
Dan
rijden we wat in de buurt rond en bezoeken o.a.het Hyatt Hotel. Veel
luxe, grote zwembaden en jacuzzi’s, diverse restaurants, een is
alleen per gondel over het water te bereiken. Het ziet er schitterend
uit. Vanavond besluiten we in ons hotel te eten en daarna rustig op het
prive-terras een borrel te drinken. De temperatuur blijft zeer
aangenaam ‘s avonds en we zitten daar heerlijk.
17 juni 1998 [Scottsdale]
Vanuit
de kamer zien we konijnen over het gras hollen, terwijl een soort
woestijnratje druk bezig is enige gangen te graven. Vandaag geen vaste
plannen, dus als begin weer luieren aan het zwembad. Tegen de tijd dat
het heet wordt gaan we per auto naar Fashion
Square Mall. Nu al zo’n 100 winkels, maar in sept. 98 komen er
ca. 50 bij, inclusief wat restaurants en coffeeshops. Veel
waterpartijen, heel veel mooie winkels en alles uiteraard met airco.
Het ziet er zeer aantrekkelijk uit.
In
de middag weer zwemmen en luieren. Ons “laatste” avondmaal in de
USA besluiten we bij ”Olive Garden” te eten. Die blijkt vol te
zitten, maar we krijgen een “pieper”mee met de belofte dat we in
ca. 20 minuten een tafel hebben. We lopen beetje in de buurt rond, tot
we opgepiept worden. Wat een maf idee zo’n “Pieper”. We hebben
er prima (italiaans) gegeten in een leuke sfeer. De sla voor 4
personen wordt geserveerd in een grote schaal en er wordt verse kaas
over geraspt. Verder is er een prima keuze aan hoofdgerechten. Als je
jarig bent komen de obers aan tafel
zingen en brengen een taartje!!
Het
laatste borreltje nemen we onder de sterren op ons eigen terras.
Helaas is de vakantie omgevlogen.
18 juni 1998 [Phoenix - Londen]
In
de ochtend wat zwemmen,
de allerlaatste boodschappen doen en koffers inpakken.
De
auto inleveren bij Hertz op Phoenix airport. Gelukkig staat prima
aangegeven waar we moeten zijn, want hier zijn we nooit eerder
geweest. Per shuttle naar de airport.
Er
is nog wat tijd zoet te brengen, onze vlucht gaat pas om 2100 uur. Bij
de gate waar we zitten blijkt een kerkruimte te worden geopend met
pers, speeches etc. Ook gaat men ruim rond met koek, snoep en
drankjes. Het geeft ons niet alleen wat te eten en te drinken, maar
ook de nodige afleiding.
De
luchthaven Phoenix ziet er redelijk nieuw en ruim uit.
De vlucht gaat iets te laat weg.
19 juni 1998 [Londen -
Amsterdam]
We
komen aan in London Gatwick.
De doorverbinding naar Amsterdam gaat van een ander terminal, waar we
per bus heen gaan. Het staat niet echt duidelijk aangegeven, maar met
vragen kom je ver. Het vliegtuig naar Amsterdam blijkt een kleine
turbo prop te zijn. Hierdoor vliegen we relatief laag en door het
heldere weer hebben we een mooi uitzicht over Engeland, de Noordzee en
de Nederlandse kust. Het lijkt wel of we over Amsterdam een ererondje
vliegen. We zien de hele stad incl..
het gras van de Arena
heel duidelijk aan onze voeten liggen. Wat een schitterende
binnenkomst.
Minder
schitterend is, dat onze koffers er niet zijn en blijkbaar nog in
London staan, dus zonder bagage naar huis. De volgende dag echter
worden ze gelukkig netjes thuis bezorgd.
Conclusie:
Uitstekende
reis gehad, nog mooier dan we hoopten. Moab
en New Mexico met alle genoemde hoogtepunten, de natuur, alles was
schitterend. Wij kunnen niet ver wandelen, maar hebben toch enorm veel
gezien. Twee nachten ergens slapen is veel beter bevallen dan vorig
jaar, toen we overal maar 1 nacht verbleven. Je kunt nu rustig naar de
volgende plaats rijden en ook vaak stoppen. Op dag 2
is er tijd voor de stad en omgeving. Een museum
bezoeken, zwemmen
of winkelen kan natuurlijk ook. Het is uiteindelijk vakantie.
Als
je je eigen route samenstelt, is het belangrijk tevoren informatie op
te vragen (zie onderaan deze pagina) en te lezen, zodat je weet wat je
wilt zien en kunt verwachten. Verkijk je niet op de afstanden en hou
rekening met stops. Verder natuurlijk zorgen dat je diverse
hotelgidsen hebt (en de
ligging van de hotels in de stad weet) en/ of vanuit NL al reserveren.
Hotels in b.v. Taos, Santa Fe en in/bij de nationale parken kunnen in
sommige maanden of tijdens
weekends erg vol zijn.
Eind
mei/juni een prima tijd. Juli kan heet zijn, terwijl er in augustus
‘s midddags hevige onweersbuien (ook in Arizona) kunnen
ontstaan. Phoenix en omgeving is erg heet in de zomer, maar door alle
airco valt er iets van te maken. De hotelprijzen zijn juist dan erg
laag.
Koop
af en toe een lokale krant voor bv. evenementen, kortingsbonnen of
(dag)menu’s in eethuizen.
Wij haalden informatie op de volgende www pagina’s (en/ of folders
hierbij opgevraagd)
www.newmexico.org,
www.taoswebb.com,
www.santafe.org,
www.abqcvb.org, (New Mexico, Taos, Santa Fe, Albuquerque),
www.lvcvb.com,
www.whats-on.com en
www.travelnevada.com (Nevada en las vegas),
www.utah.com,
www.colorado.com en
www.durango.com.
www.arizonaguide.com
en www.calif.ca.gov (voor californie)
©
USA4ALL & Ine van Dam