Tja, hoe begin je een verslag van een reis die
zoveel indruk heeft gemaakt, dat deze je nog steeds af en toe
overvalt en emotioneert? Ik weet het niet. Misschien maar gewoon
zoals ik altijd alles doe: gewoon gaan met die handel… En schrijven,
want dat moet van Dini..
Toen
ik vorig jaar naar Texas ging en voor het eerst met S. persoonlijk
kennis ging maken, hadden S. en ik daar al heel wat gesprekken over
gehad. Het was namelijk zijn eerste bezoek in ongeveer 9 jaar en ik
moet zeggen dat ik nogal ongerust was hoe hij het zou ervaren. Hij
is een zeer emotionele man en ik was bang dat hij wel eens heel
depressief kon raken. Gelukkig is dat niet gebeurd, maar hij heeft
achteraf wel toe gegeven dat hij het zo ontzettend eng vond om
iemand van ‘buiten’ te ontmoeten na AL die tijd. Hij had er weken
slecht van geslapen en dat was te zien. De ziel. Nu wist ik al vanaf
april dat ik in de herfst naar Texas (= TX) zou gaan (ivm het werk
van mijn man en mijn eigen werk, moet ik dit soort trips zeer lang
van te voren plannen) en toen ik de vluchten had geboekt, ging S.
meteen ‘los’. Hij stalkte alle wardens, omdat hij deze keer toch
echt contactbezoeken wilde. De wardens waren zo onder de indruk van
het feit dat S. maar door één persoon wordt bezocht, die dan ook nog
eens van zo ver komt en dat hij verder geen familie meer heeft, dat
ze TOEN al akkoord hebben gegeven voor twee dagen contact bezoek van
beide dagen van vier uur. Dit is heel uitzonderlijk. Normaal
gesproken wordt dit pas zeer kort van te voren vastgelegd, omdat er
in de tussentijd van alles kan gebeuren… Ik weet niet wie blijer
was, S. of ik. En toen zijn we het gaan bespreken. Ik heb tot nu toe
ook andere inmates bezocht en ik weet uit ervaring hoe overweldigend
contactbezoek kan zijn. Zeker voor iemand die dit al heel lang niet
heeft meegemaakt. Ik heb hem geprobeerd te waarschuwen en hem
allemaal mogelijke scenario’s beschreven. Hij bleef volhouden dat
het goed zou komen en ik bleef volhouden dat als hij, om wat voor
reden dan ook, het ineens NIET meer zou zien zitten, hij het altijd
mocht annuleren, no harm done.
Ondertussen ging er wat mis met de vluchten, waardoor ik ineens
langer in TX zou verblijven. Iemand die veel werkt met DR inmates
van Polunsky hoorde dit en zei meteen dat ik dan wel Polunsky kon
gaan bezoeken, omdat ik toch ‘een week niks te doen had’. (Ik kan S.
alleen in het weekend bezoeken) En ik dacht; waarom ook niet? Deze
mevrouw stelde me voor aan nog een andere mevrouw en beiden hebben
me de contactgegevens gegeven van twee heren die nooit bezoek
krijgen. Ik heb beiden een kaart gestuurd met de mededeling ‘Ik heb
geen tijd om je te schrijven, maar ik ben dan en dan in TX, en als
je wilt, kom ik bij je langs’. En zo veel aandacht ik had gegeven
aan S. om hem voor te bereiden op het contactbezoek, zo weinig had
ik er over nagedacht wat voor impact een bezoek aan de heren in
Polunsky zou hebben, voor hen maar ook zeker voor mij. Zoals bij
zoveel dingen ging ik het dus maar gewoon weer doen…. Tuurlijk had
ik er wel bij stilgestaan dat het zwaar zou worden, maar hey, ik had
al een hoop keren San Quentin (California) overleefd, dit zou ook
wel goed komen. Ik was er in het begin niet zeker van dat ik
überhaupt wel bezoeken zou gaan doen, want ik moest eerst nog
antwoord krijgen van de heren en dan nog proberen bij hen op de
bezoekerslijst te komen. Ondertussen bleven S. en ik bespreken hoe
het contactbezoek voor hem zou kunnen zijn.
Ongeveer een maand na het posten van mijn kaarten, kreeg ik van
beide heren uit Polunsky post terug. Blijkbaar had mijn post er heel
erg lang overgedaan en hadden ze pas net mijn ‘aanbod’ binnen
gekregen. P. was enthousiast en bleek de penpal van een bekende van
mij, dat liep meteen heel soepeltjes tussen haar, mij en P., met
berichten die over en weer gingen. Hij had er erg veel zin. De brief
die ik van M. kreeg was anders. Hij had mijn kaart op zijn
verjaardag gekregen en noemde het meteen het beste cadeau ooit. Hij
was zo onder de indruk dat er iemand zomaar ineens schreef en dat
die ook nog eens ‘zo gek’ was om vrijwillig bij een vreemde op
bezoek te gaan, zomaar. Hij schreef dat hij niet zo goed wist hoe
hij op mijn aanbod moest reageren, maar dat hij bezoek wel heel erg
fijn zou vinden. Hij had al een aantal jaren geen bezoek meer gehad,
buiten de geestelijke die eens in de zoveel tijd bij hem langs komt.
Ik heb M. meteen terug geschreven dat alles goed was, dat hij mocht
kiezen welke dagen en hoeveel uur ik langs zou komen, omdat ik me
kon voorstellen dat meteen het maximum ( twee x vier uur op twee
opeenvolgende dagen) wel eens te veel kon zijn. Maar nee, hij was
meteen voor en was nog enthousiaster nu hij wist dat ik ook echt
wilde langs komen en nog wel voor zoveel uur. P. was een stukje
gematigder in zijn reacties en was sowieso blij, met wat dan ook..
Dit verschil in karakter zou ik tijdens de bezoeken ook gaan zien.
Begin oktober kon ik dan eindelijk bellen met Polunsky voor de
extended visits, ik had toen besloten dat ik beiden acht uur zou
gaan bezoeken. Want ja, als je het dan doet, moet je het goed doen.
In eerste instantie bleek ik nog niet bij M. op de lijst te staan,
ik kreeg dan ook paniekerige post van hem dat ik het niet moest
opgeven en moest blijven bellen, want hij had nog geen bevestiging
maar ook geen afwijzing binnen gekregen. Bij P. ging dat
makkelijker, ik stond meteen op zijn lijst en had meteen de twee
bezoeken bevestigd gekregen. Een week later heb ik nogmaals
geprobeerd te bellen en toen stond ik wel op de lijst en kreeg ik
ook voor M. de twee bezoeken bevestigd. Tegenwoordig kun je via Jpay
(http://www.jpay.com/login.aspx?ReturnUrl=/Default.aspx
)emailen met Polunsky, de inmates krijgen dan dezelfde dag je
bericht, dus ik heb meteen P. en M. een email gestuurd, beiden
vonden het geweldig…
Op
een donderdag was ik eindelijk op weg. Ik had een directe vlucht,
waarna ik een shuttlebus (http://www.world-airport-transfer.com/ )
zou nemen naar het Greyhound Busstation (http://www.greyhound.com/home/
), vanwaar ik de bus zou nemen naar Huntsville, waar ik s’avonds
in het Sam Houston University Hotel (http://www.shsuhotel.org/
) zou verblijven, voor vijf nachten. Ik heb de vorige keer daar
ook geslapen en ik vind het een heerlijke plek om te verblijven. Het
wordt gerund door studenten en dat geeft het een zeer relaxte
uitstraling. Na een uur of 20 reizen kwam ik eindelijk met de bus
aan in Huntsville, ik was helemaal op. Het was de hele dag al erg
warm geweest, En toen ik eindelijk uit de bus stapte, was het 20:30
uur, donker en de lucht was zwaar van het opkomende onweer, zo
heerlijk. Ik had meteen energie voor twintig, ik kon niet ophouden
met grijnzen, want ik was er. Ik zou twee dagen later S. zien. Ik
ben bijna huppelend naar het hotel gegaan.
Op vrijdag, het weer was fantastisch, heb ik heerlijk bij de
Starbucks ontbeten, ik heb mijn ronde postkantoor en bank gedaan en
daarna heb ik het Sam Houston Museum (http://www.shsu.edu/~smm_www/
) bezocht. Het was niet echt zo indrukwekkend als de folders
beloofden, maar de dame achter de toonbank maakte veel goed met haar
zeer enthousiaste verhalen over Sam en zijn familiebanden in
Schotland. Ze werd helemaal enthousiast toen ik vertelde dat ik
zelfs ooit in het kasteel van McDonald geweest was, blijkbaar
familie van Sam Houston. ’s Middags heb ik gegeten bij het Farmhouse
(http://www.farmhousecafe.net/
), ook daar was ik vorig jaar een aantal keer geweest en de in bier
gemarineerde garnalen met een sinaasappel/limoen marmelade waren
hemelser dan ooit….. Ik lag op tijd in bed en ben lekker bijgekomen.
Het was ook een feest van herkenning allemaal. De tv programma’s
(hysterisch en overdreven), de mensen (allerliefst) en het weer
(heerlijk warm en zonnig).
Ik was redelijk op tijd wakker ‘s morgens en ben, toen het nog net
donker was, al begonnen met lopen. Ik had er even niet bij
stilgestaan dat ik nu al best laat in het jaar was en het dus eerder
donker en later licht zou zijn. Maar omdat ik wist dat S. echt zat
te wachten, wilde ik toch rond 8 uur bij de Unit zijn. Ook het stuk
lopen was weer heel herkenbaar. Prachtig was het. Ik liep langs een
huis met een voortuin gelijk aan de paleistuinen in Apeldoorn, waar
ik drie wilde herten zag. Er waren weer veel vogels en weinig mensen
op straat. Voor mij de ultieme manier om me voor te bereiden op wat
ik wist dat emotionele uren zouden worden. Ik kwam bij de poort en
wie zag ik daar? De bewaker die vorig jaar zo hard moest lachen dat
ik te voet was en hij herkende mij ook… Ik ging door de
verschillende checks, die dit jaar toch wat strenger waren dan vorig
jaar, en leerde een mevrouw kennen die bij haar broer op bezoek
ging. Zij was erg aangedaan en toen ze me vroeg waarom ik in TX was,
was ze zo onder in de indruk, dat ze me wat warrig bedankte voor
mijn ‘goedheid’, juist omdat ik van zo heel ver kwam.
Ik moest even wachten (ik pestte S. later dat hij heel duidelijk nog
in de behandelstoel zat, van een facial te genieten, terwijl ik het
maar koud had in de wachtkamer) maar daar werd zijn naam en ‘stoel’
afgeroepen. Ik stond op en ging naar het contact bezoek gedeelte. Ik
wilde meteen doorlopen naar waar hij zat, maar hij riep meteen dat
ik moest blijven staan. Dus ik grijnsde en vroeg hem wat hij nu weer
ging doen. En wat bleek, we hoefde elkaar geen knuffel te geven over
de tafels heen, we mochten aan het ‘begin’ van de hal even knuffelen
en hoefden daarna pas te gaan zitten. S. kreeg meteen vochtige ogen
en bleef maar stamelen hoe blij hij was en ik hield het ook niet
droog… We gingen zitten en bleven maar praten. Nou ja, hij sprak en
ik zat lief te glimlachen. Als je bij iemand op bezoek gaat die
weinig anderen ziet, hoef je niet veel te zeggen, er zijn is genoeg.
De vier uur gingen echt veel te snel voorbij, we liepen weer samen
naar voren en knuffelden elkaar en zeiden, heel blij ‘tot morgen’.
Ik ging nog langs bij de property room, maar de kunstwerken lagen er
niet.. Ik wist dat S. daar heel verdrietig om zou zijn, maar ja, ik
had nog een mogelijkheid, ik zou de volgende zaterdag nog een derde
en laatste keer bij hem op bezoek gaan. Ik ben ‘s middags weer
lekker op een terras gaan zitten (http://jollyfoxclub.com/
), genieten van heerlijk eten en de zon. Ik had een stapeltje boeken
meegenomen en heb er zitten lezen. Ik had echt het gevoel dat ik op
vakantie was. Alles ging helemaal goed!
Op zondag ging ik wat later op weg. Toen ik S. op zaterdag had
verteld dat het nog donker was toen ik uit het hotel wegging, werd
hij niet goed…. Dat mocht ik NOOIT meer doen…. Dus ging ik wat later
en kwam dus ook iets later bij de Unit aan. Alles verliep weer
soepel en heel gek, maar S. en ik moesten elkaar echt een paar keer
zeggen dat dit niet het laatste bezoek was, maar dat we elkaar de
volgende zaterdag weer zouden zien. We waren allebei weer
emotioneel, ook omdat het nog niet zeker was of het een contact
bezoek zou worden, dat moest nog akkoord gegeven worden. Je zou
denken dat dat geen probleem zou zijn, maar toch, het kon afgewezen
worden… S. was erg nerveus dat hij het niet akkoord zou krijgen,
want hij had de avond ervoor pas echt beseft hoe erg hij lichamelijk
contact met mensen ‘van buiten’ had gemist en hij wilde er zo veel
van genieten als maar mogelijk was. Want ja, wie weet wanneer ik
weer op bezoek kon komen.. S. wist dat ik die week naar Livingston
zou gaan voor de bezoeken en hij wenste mij heel veel succes en
sterkte.
Ook op zondagmiddag en mijn ‘vrije’maandag heb ik buiten
doorgebracht, van terras naar terras, heerlijk genietend van het
vakantie gevoel en de gezelligheid van de studenten.
Op
dinsdag had ik een ‘reisdag’. Er is geen verbinding tussen
Livingston en Hunstville, en hoewel het ‘maar’ veertig mile is, moet
je dus helemaal terug naar Houston en daar overstappen naar
Livingston. Ik heb daar die dinsdag 5 uur over gedaan, ik was heel
blij toen ik er was. Ik had geen idee wat ik kon verwachten, dus ik
ging vrolijk de Grey Hound Bus uit. Ik keek rond en, jaa….. Hoe
beschrijf ik dit. Ik stond bij een pompstation, die dienst deed als
bushalte en zag er een hoop van die pickup trucks vol met mensen.
Heeft iemand van jullie de aflevering van Top Gear gezien, waarin
die Engelse idioten hun auto’s hadden beklat met gekke leuzen als
‘ik ben homo’ en daarmee door TX en Alabama reden? Zij werden toen
bij een pompstation opgewacht door een stel mannen in een pickup
truck, die dreigden met zware kettingen, die hen in elkaar wilden
slaan. Ze waren echt heel bang. Zo voelde ik me ook. Er hing een
dreigende sfeer. Het was erg warm, maar ik durfde mijn trui niet uit
te doen. Ik had alleen een hemd eronder en ik was er zeker van dat
ze me zouden lynchen als ik m’n schouders zou laten zien.
Ik liep naar het winkeltje bij het pompstation en probeerde het
nummer van het taxibedrijf dat ik van iemand had gekregen. Diegene
die opnam was ZO boos dat ik het lef had om een taxi te vragen, dat
hij schreeuwend de hoorn er op gooide. Ik schrok me rot. Toen ben ik
het winkeltje maar ingelopen en heb ik de meneer achter de balie
gevraagd of hij een telefoonnummer had van een taxi. Hij liet me
heel duidelijk weten dat als ik zo stom was geen telefoonnummer te
hebben, dat mijn eigen schuld was…. Ik reageerde meteen fel terug
dat ik wel een nummer had maar dat deze niet bleek te kloppen, maar
dat ik toch echt een taxi nodig had of anders zou blijven
overnachten in zijn winkel. Hij ontdooide iets en wierp me zijn
telefoonboek toe. De finesse…
Ik vond een ander nummer en heb het in m’n telefoon opgeslagen. Toen
ik met het taxibedrijf belde en probeerde uit te leggen waar ik was,
werd de man achter de balie ineens vriendelijk (blijkbaar was hem
ineens duidelijk dat ik hem niet wilde beroven, of zo) en hielp me
uit te leggen waar ik was. De taxi kwam ongeveer vijftien minuten
later en de chauffeur was een hele dikke en grote zwarte man in een
tuinbroek van spijkerstof. Hij keek me vorsend aan en zei dat ik
mijn koffer wel in de achterbak kon doen, zonder uit de taxi te
komen of te vragen of ik hulp nodig had…. Aan klantvriendelijkheid
doen ze niet in East Texas… Ik wilde toch echt graag naar m’n hotel
en heb dus de koffer in de achterbak gezet en ben in de taxi gaan
zitten. Toen vroeg de taxi chauffeur iets en ik verstond hem echt
niet… Ik heb hem maar de bevestiging van mijn hotelreservering voor
de
Super 8 gegeven en dat bleek te helpen, want hij reed weg… Hij
bleef me het een en ander vragen, maar ik snapte niet wat hij zei en
als ik iets terug zei, deed hij “HUHHHHHHH???”, Ik had heel sterk
het vermoeden dat er meer tussen ons was dan een taalbarrière….
Gelukkig bleek het hotel dichtbij en kon ik binnen tien minuten weer
uitstappen. Bubba (sorry iedereen, maar ik moest hem wel zo
noemen..) kwam bij het hotel WEL uit de auto en heeft m’n koffer uit
de achterbak gehaald. Blijkbaar had ook hij besloten dat ik verder
niet gevaarlijk was… Ik bedankte hem vriendelijk en ben bijna het
hotel ingerend. Gelukkig was daar een allervriendelijkste
receptioniste en voelde ik me wat beter.
Ik had al gezien dat er een Walmart aan de overkant was, het was net
na lunchtijd, dus ik had besloten snel boodschappen te gaan doen en
me dan op te sluiten in mijn kamer, mezelf verstoppen voor deze
gekke plek. Ik heb al m’n spullen gedumpt en ben gaan lopen. Omdat
ik me zo aan het concentreren was op mijn omgeving (je weet niet wat
deze mensen doen, als ze iemand langs de weg zien lopen) lette ik
niet op waar ik mijn voeten neer zette en plonste ineens met mijn
voet in een modderpoel. Ik had al gezien dat er een pompstation was
bij de Walmart en daar ging ik opzoek naar een kraan, zodat ik m’n
voet kon afspoelen. Een meneer kwam op me af lopen en ik vroeg hem
vriendelijk of er een kraan en ik wees op m’n vieze voet. Hij gromde
wat en wees naar de muur. Dus ik vroeg hem: is het daar? Hij gromde
weer en wees. Ik liep er maar naar toe en ja, daar was een kraan. Ik
deed het open en spoelde m’n voet af. Ik deed de kraan dicht en keek
op, om de man te bedanken en, dit is echt geen geintje, zag dat hij
me met open mond stond aan te kijken terwijl het kwijl hem van zijn
kin droop………. Ik ben bijna de Walmart ingerend. Ik schrok me kapot.
Ook het personeel en ander winkelend volk was van hetzelfde kaliber.
Ik dacht echt dat ik in een hele slechte film terecht was gekomen.
Ik ben op veel plekken geweest, ik heb zelfs in Harlem rondgelopen,
maar ik heb me nooit eerder zo onveilig gevoeld als daar. Ik ben
snel terug gegaan naar het hotel en ben mijn kamer niet meer
uitgeweest. Toen ik mijn hubby smsde dat ik nu echt in Redneck
Country en dan met name de Rural Area was aangekomen, moest hij heel
erg lachen… Fijn, zulk support.
Ik wist dat Polunsky redelijk ver van Livingston verwijderd was en
omdat een taxi vinden blijkbaar niet makkelijk was, heb ik Bubba
nogmaals gebeld. Hij bleek Sly te heten en was ineens
allervriendelijkst en beloofde me dat de volgende dag om 7:30 een
taxi voor me klaar zou staan.
En inderdaad, daar was ‘s morgens de taxi en nu met een blije,
kleine meneer, die wat uitstraling betreft meteen al heel anders
was. En ja wel, hij bleek uit Louisiana te komen. Ik begreep hem
ook, als hij sprak, dat was heel prettig. Ik sprak met hem af dat
hij om 12:30 terug zou zijn bij Polunsky om me weer op te halen en
we namen prettig afscheid. De bewaker bij de poort was heel
duidelijk wel een Local en daar laat ik het verder bij….
Om precies 8u mocht ik naar de ingang, waar ik, geheel tegen mijn
verwachtingen in (want als SQ al erg was door het gedrag van de
bewakers etcetera, hoe zou het dan wel niet in TX zijn??) heel
vriendelijk en netjes behandeld werd. Voor ik het wist, mocht ik al
door de poort naar de tuin richting het bezoekersgedeelte. Ik moest
hier en daar vragen waar ik naar toe moest en alle bewakers waren
even vriendelijk en hulpvaardig. Ik kwam als eerste in de
bezoekersruimte. Ik heb bij Mrs W meteen aangegeven dat het mijn
eerste keer was en ze begon heel vriendelijk uit te leggen wat ik
wel en niet mocht, dat als ik iets te eten of te drinken wilde kopen
voor de inmate, dat ik dan het geld in de machine moest doen en op
de juiste knopjes drukken, maar dat zij het dan uit de machine zou
halen, in een zak zou doen en doorgeven aan de inmate. Er is
blijkbaar nogal veel naar binnengesmokkeld in de tijd dat mensen dit
zelf mochten doen en ja, dan wordt alles aangepast, eh. Ook vertelde
ze dat de hele week foto’s gemaakt konden worden en dat vond ik
geweldig voor die heren, die hebben altijd een soort aandenken
nodig.
Ik ging zitten bij de telefoon waar ik voor ingedeeld was en was nog
met Mrs W aan het praten toen ik getik op het glas hoorde, P. was er
al!!! Zo geluidsdicht is dat glas: ik had niet gehoord dat aan zijn
kant het hok was geopend, dat zijn handboeien af waren gedaan en dan
hij was begeleid door 3 bewakers….. We begonnen meteen te praten. Ok…
Hij sprak, ik glimlachte lief.. En na een tijdje vroeg ik aan P. wat
hij wilde hebben en hij zei: ‘ kies jij maar, want mij maakt het
niks uit, ik geniet van het feit dat je hier bent en niet van het
geld dat je meebrengt’. Dat zei zoveel…. Ik heb hem toch zover
gekregen dat hij aangaf wat hij wel lekker zou vinden. Dus kreeg hij
een stukje taart (en nog meer, maar de taart was duidelijk favoriet)
en ik zei dat taart een geweldige manier was om te vieren dat we
elkaar hebben leren kennen. We lieten twee foto’s maken. Het was een
fijn, mooi en heel gezellig bezoek. Maar iets in me was geraakt. Ik
kon m’n vinger er niet opleggen, maar iets, in zijn blik, misschien
de dankbaarheid, ik wist het toen nog niet, maar iets had me heel
erg geraakt. Er waren niet veel bezoekers die ochtend, omdat om 12u
de bezoeken af zouden lopen, omdat de woensdagmiddag gereserveerd is
voor de pers. Om precies 12u vroeg Mrs W of we allemaal afscheid
wilden nemen, P. straalde en zei ‘tot morgen’ en ik heb gezwaaid en
gekke bekken getrokken tot ik hem niet meer kon zien. (ik ging weg,
hij wachtte nog op de bewakers) Buiten vroeg ik aan een kleine
blonde mevrouw waar Death Row precies was, ze wuifde een kant op en
zei dat ze echt geen tijd had en liep snel door. Er kwam nog iemand
aan, die ik ook in de bezoekersruimte had gezien en dus vroeg ik
haar hoe het zat en zij nam de tijd mij een en ander over Polunsky
uit te leggen. Ze vertelde dat ze haar broer elke maand bezoekt en
ze vroeg me wat ik deed en toen ik vertelde dat ik twee totaal
onbekende inmates aan het bezoeken was die week, was ze helemaal
ontdaan en bedankte ze me. Ze zei dat ze wist dat er zovelen waren
die nooit bezoek kregen en dat ze zeker wist dat de heren die ik
bezocht er heel erg blij mee zouden zijn.
De gang naar buiten (terug krijgen van paspoort enzovoort) was weer
heel gemoedelijk en vriendelijk en zo stond ik ineens weer buiten de
poort, op het parkeerterrein en daar zag ik de kleine blonde mevrouw
paniekerig heen en weer rennen, op haar hoge hakjes. Ik ging naar
haar toe en vroeg haar of ze haar auto kwijt was en ze zei, nog
steeds erg paniekerig, dat diegene die haar een rit naar huis zou
geven, al weg was gegaan en dat ze nu niet wist hoe ze naar haar
hotel moest gaan. Ik bood haar meteen aan dat ze met mij mee mocht
met de taxi, die ongeveer 10 minuten later zou komen. Het bleek dat
ze in hetzelfde hotel zat en ze was echt heel erg opgelucht. We
gingen op het bankje zitten wachten en ik vroeg haar of ze nu okee
was. Daarop antwoordde ze dat ze zich helemaal niet okee voelde,
omdat ze net bij haar geliefde was geweest die zes dagen later
geëxecuteerd zou worden. Ik kon alleen maar stamelen ‘ohhh, dit
spijt me’…. Het was in ieder geval wel meteen duidelijk waarom ze zo
paniekerig was…
De taxi meneer uit Louisiana was mooi op tijd en hij vond het
gelukkig niet erg dat er nog iemand in de taxi sprong en we hebben
de hele weg gesproken over Death Row, ook met de taxi chauffeur en
over de gekke rednecks van East Texas, zelfs de chauffeur gaf ons
gelijk…. Bij het hotel aangekomen zijn de Engelse dame en ik
eigenlijk bij elkaar gebleven. We hebben de hele middag gesproken
over DR, de ophanden zijnde executie en terwijl ik bij haar was,
belde de advocaat dat haar geliefde’s een na laatste appeal was
afgewezen... Ik zal nooit, maar dan ook nooit, de uitdrukking op het
gezicht van haar vergeten. De pijn. De onmacht.
Diezelfde middag kwam ook de moeder van een Death Row inmate langs,
een goede vriendin van de Engelse dame. Ook zij had verhalen te
vertellen die zo ongelooflijk zijn, dat je weet dat ze dat niet eens
verzonnen KON hebben. Het rechtssysteem in de hele USA is niet echt
geweldig, maar TX spant de kroon.
De Engelse dame en ik zijn ‘s avonds nog gaan eten en op een bepaald
moment ging bij mij ‘het licht uit’ en ben ik naar bed gegaan. Ik
zou de volgende dag opgehaald worden door de pastor die M. bezocht
en dat bleek een lieve oude dame van in de 80 te zijn. Haar hele
leven bestaat alleen nog uit het bezoeken van inmates. Bij het naar
binnen gaan (wat weer, relatief gezien, heel prettig was) werd ik
door Irene (de pastor) voorgesteld aan twee andere geestelijken,
Doreen, een Engelse dame en Cathia, van de Amerikaanse Leger des
Heils, beiden net 70 jaar oud, die ook elke week inmates bezoeken.
Elk bezoek duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur en dat van 8u ‘s morgens tot
5 u ‘s middags. Wat een energie, die dames. Ze vroegen mij waarom ik
in TX was en toen ik het had uitgelegd, hadden ze me meteen
geadopteerd als ‘één van hen’ en stelden ze me aan zo veel mogelijk
inmates voor. Dat mag eigenlijk niet, maar omdat ik zo duidelijk
‘één van hen’ was, liet Mrs W alles toe. Hier kom ik zo op terug. Ik
had eerst bezoek met M. Ik had P. al gezegd dat ik hem op de
donderdag pas in de middag zou zien, omdat ik M. niet wilde laten
wachten, ik kon hem namelijk niet meer vertellen dat ik later zou
komen. Dat vond P. totaal geen probleem, hij sliep graag uit..
Ik zag M. aankomen, hij moest ook de verschillende deuren en
handelingen door. Hij ging uiteindelijk zitten en staarde me aan. Ik
glimlachte, hij lachte terug en we begonnen te praten. Hij kon me
niet in de ogen kijken en zweette letterlijk als een otter. Ik had
zo’n medelijden met hem. Hij is maar drie jaar ouder dan ik en dat
is toch anders dan met iemand bezoeken, zoals P., die mijn vader had
kunnen zijn. Voorzichtig kwam M. tot rust en begon me in de ogen te
kijken en we begonnen echt te praten, beetje melig te doen, het was
heel gezellig en heel geanimeerd. Hij heeft diabetes en mag niet
alles eten, dus Mrs. W. en hij hadden samen een menu bedacht die ik
natuurlijk met liefde voor hem aanschafte. We lieten één foto maken,
omdat ik maar $20,- mee mocht nemen. Ook al had ik twee bezoeken en
ik s’middags ook wat voor P. wilde kopen. Toen M. echt op z’n gemak
was, zei hij dat hij het niet kon helpen, maar dat hij steeds naar
me zat te staren. Hij had al in geen jaren meer een jonge vrouw
gezien en hij was zo onder de indruk van mijn glimlach en mijn
aanwezigheid, dat hij niet goed wist wat hij met zichzelf aan moest.
Inmates in Polunsky hebben geen tv, dus ze zien weinig anders dan de
muren om hen heen en de bladen die ze binnenkrijgen. Ik kan me niet
voorstellen hoe dat is, maar te zien aan de reactie van M., hoe hij
zat te zweten en hoe nerveus hij was in het begin, zei genoeg. Het
brak mijn hart.
Ondertussen werd ik af en toe voor gesteld aan ‘de buren’ en wat mij
op viel was dat ze allemaal zo jong waren. Ik glimlachte naar allen,
zwaaide, trok gekke bekken en die jonge mannen lachten terug en
zogen de aandacht op alsof het water was en ze stierven van de
dorst. Het was zo in en in triest om te zien. De dames vertelden me
dat ze bijna allemaal alleen bezocht worden door hen en verder
niemand hebben en dat ze allemaal blij zijn als iemand hen gewoon
als mens behandelt. Sister Helen Prejean zegt het altijd al: één
teken van humane aandacht (dus post of een glimlach) doet de duizend
inhumane momenten op een dag vergeten. Ik had het hier later met S.
over en die zei dat het juist voor inmates zo duidelijk is als ze
iemand ontmoeten die een goed hart heeft en eerlijk is, omdat ze
zoveel mensen tegenkomen die niet eerlijk en ‘goed’ zijn. Dat ze dat
contact in zich opzuigen om het nooit meer te vergeten, omdat ze het
er aan herinnert dat ze mensen zijn en geen beesten, zoals het
systeem hen wil laten geloven. Ik was zo ontzettend emotioneel die
dag. M. moest na 4 uur weer weg en toen ik zei ‘tot morgen’, leek
hij verrast dat ik van plan was om terug te komen. Hij glimlachte en
liep weg.
(Ik moest tussen de twee bezoeken door terug naar de ingang om het
volgende bezoek aan te melden) Daarna kwam P., zo stralend. Ik kan
nu wel weer huilen als ik er aan denk. Hij was zo blij me weer te
zien. Het was net alsof we elkaar al jaren kenden en we zaten al
snel te praten en te geiten. Toen P. weg moest en we afscheid namen,
stond hij te huilen. Hij zei dat het de mooiste uren waren die hij
in hele lange tijd had beleefd. In de kaart, die ik kreeg toen ik
weer thuis was, schreef hij: “ik mis je nu al zo ontzettend erg, het
was zo mooi je te zien.”
Zelfs nu ik dit opschrijf zit ik te huilen. Er is daar zoveel pijn,
zoveel eenzaamheid en zoveel onmacht. Zo onmenselijk. Ik heb er nog
steeds geen woorden voor.
Ik mocht met Doreen en Cathia mee terug rijden, we zijn met z’n
drieën naar de Mcdonalds gegaan, Cathia wilde me eigenlijk meenemen
naar een restaurant, maar ik was op, leeg… Bij de Mcdonalds kwamen
de verhalen van de dames en Cathia is bij vijfenveertig (…)
executies geweest. De kracht van deze dames is waanzinnig. Ze zijn
nog steeds vol hoop en goede moed, ondanks al die ervaringen. Ik
vroeg ze steeds ‘hoe doen jullie dit’, maar een echt antwoord hadden
ze niet. Ik ben zo onder de indruk van deze dames, ik ben erg blij
dat ik ze heb mogen ontmoeten.
Toen we terug in het hotel waren (ook zij verbleven in hetzelfde
hotel als ik) zijn Doreen en ik even bij de Engelse dame gaan
checken, kijken hoe het met haar was. Gelukkig ging het redelijk
okee met haar en zijn we een tijdje bij haar gebleven. Ik ging om
20:30 naar bed, geheel opgebruikt.
Op
vrijdag bracht ik mijn koffer naar de kamer van de Engelse dame,
zodat deze op een veilige plek stond tijdens mijn bezoek aan
Polunsky. De moeder van de inmate die ik had ontmoet zou me die
middag naar Huntsville brengen, zodat ik niet dat hele pokke eind
met de Greyhound bus hoefde te gaan. En om 7:30 zaten de Engelse
dame, Doreen, Cathia en ik weer in de auto op weg naar Polunsky.
Voor de Engelse dame begon de laatste reeks bezoeken met haar
geliefde. Zij moest in een aparte ruimte zitten, waar genoeg ruimte
was voor meerdere personen en waar enigszins privacy was. Zij mocht
die vrijdag en dan de maandag en de dinsdagochtend nog bij haar
geliefde zijn, hij zou dinsdags om 12u naar Huntsville gebracht
worden. Maar voor nu was het vrijdag. De Engelse dame was op van de
zenuwen en ik vroeg aan Mrs W. of ik bij haar mocht blijven tot haar
geliefde kwam, ik wilde hem niet ontmoeten, maar haar steunen. Mrs
W. had graag ja willen zeggen, maar ze zei, heel zachtjes, dat er
overal camera’s hingen en dat ze heel veel problemen zou krijgen als
ze het toe zou laten. Dus ben ik aan ‘mijn’ kant gaan zitten. Ik zat
precies tegen over de kamer waar de Engelse dame zat. Als ik opkeek,
zag ik haar zitten. En weer, haar gezichtsuitdrukking. Ik kan het
niet anders beschrijven dan een uitdrukking van intense pijn.
M. kwam er aan, weer zwetend, de arme jongen, maar hij was eerder op
z’n gemak en we waren al snel druk aan het praten. Toen zag ik dat
de Engelse dame ging staan en zag ik haar geliefde arriveren.
Wetende wat hen boven het hoofd hing en de gezichtsuitdrukking van
de Engelse dame, brak mijn nu al zeer fragiele hart. Ik kon wel
janken. M. zag me kijken en vroeg wat er was. Ik vertelde het hem en
hij keek wie er stond en hij zei, heel zakelijk; ‘oh joh, die ken ik
wel, dus het is zijn beurt, hè.’ Ik kon hem alleen maar aanstaren.
De gelatenheid. Overweldigend vond ik het. We zijn ergens anders
over gaan praten, maar die blik die hij had en de gelatenheid die
daar in lag, ook dat is iets, dat zal ik nooit vergeten. Het was
voor hem heel waarschijnlijk de manier om er mee om te gaan:
afstandelijk. Want ja, ooit staat hij zelf daar. Maar er sprak ook
een soort gewenning uit. Ze zien het elke week weer…
Het bezoek was heel erg gezellig en mooi. De bewakers waren ons
vergeten, dus we hadden zowaar een half uur langer bezoek, maar toen
stond zelfs deze zeer stoere gozer met tranen in zijn ogen toen hij
weg moest. Ik heb hem glimlachend gedag gezegd, maar van binnen ging
ik dood.
De moeder van de inmate stond op het parkeerterrein op me te
wachten, en dus wist ik dat ik de dames en de Engelse dame niet meer
zou zien. Ik heb Irene gedag gezegd met een dikke knuffel en ook
Doreen en Cathia (die tegen me zei dat ik ALTIJD terug mocht komen
). Ik heb gezwaaid naar alle heren die ze bezochten, waarna ik
doorgelopen ben naar de Engelse dame. Ik had haar beloofd dit te
doen, omdat ze misschien ook mee wilde rijden, terug naar het hotel.
Haar geliefde zag me staan, dus ik zwaaide naar hem en we ‘spraken’
even met elkaar (gebarentaal) en ik wenste hem alle goeds. (Wat zeg
je tegen iemand die nog een paar dagen heeft??) De Engelse dame kwam
de soeciale ruimte uit en vertelde me dat ze toch wilde blijven. We
spraken af dat ik haar zou bellen en ze vroeg me haar niet te
knuffelen…. Haar gezichtsuitdrukking raakte me weer heel erg.
Ik liep naar buiten en ging in de auto zitten. Ik kon wel huilen…..
De moeder liet me nog snel de kunstwerken van haar zoon zien, deze
waren echt waanzinnig goed…..
We reden naar Huntsville. We spraken lang over de geliefde van de
Engelse dame en hoe dit ook voor de moeder dichtbij komt, want ook
haar zoon is bijna door alle appeals heen…. Ze zette me af bij mijn
hotel, we hebben elkaar ‘doodgeknuffeld’ en beloofd elkaar een
volgende keer weer op te zoeken. Zij ging meteen terug naar
Livingston en ik heb heel snel m’n spullen in m’n kamer gezet en ik
ben naar een restaurant gegaan met een terras en ik ben in de zon
gaan zitten, met een stevige cocktail. En daar heb ik mijn dagboek
volgeschreven en stiekum gehuild. Wat een hell hole, Polunsky….
Ik heb er geen andere woorden voor.
Ik ben heel vroeg naar bed gegaan, ik was ZO opgebruikt. s’Morgens
heb ik mijn koffer afgeleverd bij de receptie en heb ik opnieuw de
wandeling naar de Unit gemaakt. Ik hoopte zo dat ik weer een contact
bezoek had, want ik dacht niet dat ik het zou aankunnen om GEEN
knuffel te krijgen. Gelukkig bleek dat we zowaar, hoewel ‘maar’voor
twee uur, een contact bezoek hadden. Ik mocht er naar de
bezoekersruimte toe en ik ben bijna op S. afgerend. Hij keek me even
aan en zei heel zachtjes; “Oh, this has been a tough week, eh” En ik
hield hem vast alsof mijn leven ervan afhing en ik heb gehuild.
Ik ben heel blij dat mijn laatste bezoek bij S. was, we hebben veel
besproken en dat luchtte op, ik voelde me weer een beetje ‘heel’ na
het bezoek en helemaal toen de kunstwerken er nu wel lagen en zo
ontzettend prachtig waren!!
S. zag er erg goed uit. Hij vertelde me dat hij zich geweldig voelde
en of ik snel weer terug kwam, want hij kon wel wennen aan al die
knuffels.. Het was een mooi, warm en hoognodig bezoek. Hoe vreemd
dat ook mag klinken, maar ik weet zeker dat ik hem harder nodig had
dan hij mij, die zaterdag. Hij zei nog dat ik nooit moest vergeten
dat ik die mensen in Polunsky dat had gegeven wat ze nodig hadden en
dat ze dat gevoel nooit zouden vergeten. Dat hoe pijn het ook deed,
zij echt geholpen waren. Ik hoop het maar. Ik weet het niet. Ik zie
nog steeds het van pijn vertrokken gezicht van de Engelse dame, de
berusting en gelatenheid in het gezicht van haar geliefde en de
intense eenzaamheid en desperatie van alle inmates die ik in de ogen
heb gekeken in Polunksy. M. vroeg aan me of ik nog eens op bezoek
zou komen en ik heb toen, in alle eerlijkheid, gezegd dat ik het
niet wist, maar dat als ik in de buurt was, ik hem zeker zou
bezoeken. Nu vraag ik af of ik het mezelf zou kunnen vergeven er
nooit meer naar toe te gaan. Zelfs de Engelse dame was na 2 dagen na
de executie weer bij een vriend van haar geliefde op bezoek gegaan,
op aandringen van haar geliefde. Dus waarom zou ik het niet doen? Ze
hebben het heel duidelijk heel hard nodig, zo’n bezoek.
Ik heb de Engelse dame nog twee keer gesproken, de laatste keer was
de vrijdag na de executie, toen ik al weer thuis was. Toen hebben we
1,5 uur gesproken. Of eigenlijk, zij sprak en ik luisterde. Ze
vertelde me hoe de laatste dagen waren verlopen, hoe de executie was
gegaan en de crematie etcetera. Ik denk dat als iedere pro-DP’er die
laatste dagen van dichtbij zou meemaken, ze allemaal tegen zouden
zijn. Dit heeft niks met het straffen van ‘gevaarlijke gekken’ te
maken. Ten eerste omdat zo’n 40% van alle DR inmates in Polunsky
daar zitten vanwege de corrupte politie en niet omdat ze schuldig
zijn en ten tweede omdat er zoveel meer mensen slachtoffer worden
gemaakt, zoals bijvoorbeeld de familie en vrienden van de inmate.
Dit is geen ‘oog om oog’ zoals de Texanen beweren, maar meer ‘iemand
moet boeten en joh, jij bent net zo goed als ieder ander, of je het
nu wel of niet hebt gedaan’. Het is onmenselijk en hardvochtig. Dit
is geen gerechtigheid. Nooit. Want hoe kan het gerechtigheid zijn
als 40% van de inmates niet eens de dader was? Wat een hell hole,
Texas.
Ik heb nog niet van M. gehoord hoe het met hem gaat en ik ben bang
dat hij depressief is, of in ieder geval de weg kwijt. Ik had vorig
jaar ook een inmate bezocht die ik daarvoor niet kende en die nooit
bezoek kreeg. Hij was tijdens het bezoek zo blij, maar achteraf
hoorde ik dat hij daarna 1,5 maand depressief was geweest en hij
heeft me verzocht nooit meer te komen, omdat hij het niet aankan. Ik
herinner hem te veel aan alles wat hij nooit meer zal zijn. Vrij.

  
|