In de zomer van het jaar 2001
hebben wij een rondreis gemaakt door het zuidwesten van Amerika. En
die 'wij', dat zijn: mijn man Hans (42), onze dochter Melanie
(18), onze zoon Rob (16) en ikzelf, Henriëtte (42). Hans en ik waren
er al twee keer eerder geweest, voor Melanie en Rob was het de
eerste keer. Het vooraf samenstellen van de route was nog een hele
puzzel, we hadden natuurlijk allemaal zo onze wensen en die bleken,
letterlijk, nogal ver uit elkaar te liggen. Om precies te zijn: van
het pretpark Six Flags Magic Mountain bij Los Angeles, tot Mesa
Verde National Park in Colorado. We kozen ervoor om zoveel mogelijk
te zien in een vrij korte tijd, en we slaagden erin om de
belangrijkste punten in een route van twee weken op te nemen. En op
23 juli was het dan zover: we gingen naar Amerika!
Dag 1: maandag
23 juli 2001 -
de heenreis
Zenuwslopend! Dat is het
beste woord om het begin van onze heenreis te beschrijven. We hadden een vlucht
geboekt van Eindhoven Airport naar Amsterdam, vanwaar we verder zouden vliegen
naar Chicago en Las Vegas. We waren ruim op tijd in Eindhoven aanwezig, onze
vlucht stond netjes op de borden aangegeven als "op tijd". Maar
helaas, onze vlucht wás helemaal niet op tijd, zelfs niet te laat.... de vlucht
was geannuleerd! En de KLM was vergeten deze informatie op de borden aan te
passen, én had er ook even niet aan gedacht om de wijziging om te roepen.
Met een taxi zijn we -
vliegensvlug, dat wel - op kosten van de KLM naar Schiphol gereden. Rond elf uur
kwamen we aan, terwijl onze vlucht om half twaalf zou vertrekken. Een
beveilingsman hield ons nog even op. Hij wilde weten wat al die kleine, ronde
dingen in onze bagage waren?? Batterijen, meneer, stapels batterijen. Onze kids
willen hun walkman gebruiken, in het vliegtuig!
Gelukkig had het personeel
van Eindhoven Airport hun collega's in Amsterdam al gewaarschuwd, ze wisten dat
wij eraan kwamen. Van Schiphol heb ik niets meer gezien, we zijn gewoon
blindelings achter een KLM-dame aan gerend die ons naar onze gate bracht. We
hadden geen vijf minuten later moeten komen....... het vliegtuig vertrok vrijwel
meteen nadat we ons doodmoe in onze stoelen hadden laten zakken......
De vlucht naar Chicago
verliep heel rustig. Dat hadden we nodig, even bijkomen van de schrik. En
natuurlijk was het opnieuw erg mooi om de uitgestrekte ijsvlaktes van Groenland
en Canada onder ons voorbij te zien trekken. Vooral voor Melanie en Rob, die dit
voor de eerste keer zagen. Voor de overstap in Chicago hadden we ruim de tijd,
zodat we op ons gemak deze mooie, grote luchthaven konden bekijken. Buiten zag
het er minder mooi uit: net als in Nederland regende het flink!
Maar dat was in Las Vegas wel
anders! Toen we de bekende skyline van deze wonderlijke stad vanuit de lucht
steeds dichterbij zagen komen, was het vooral het nieuwe Bellagio-hotel dat onze
aandacht trok, zo fel stond het in de zon te schitteren. Die zon brandde nog
steeds onbarmhartig, toen we even later met het busje van Hertz naar het
parkeerterrein werden gebracht, waar de huurauto's staan. De chauffeur van het
busje dropte ons nogal abrupt, wees een auto aan, en was alweer weg voordat we
het goed en wel beseften. Okay, hij had die mooie witte Buick aangewezen, dus
dat zou toch vast wel gedurende de komende twee weken onze auto zijn! De mannen
bekeken 'm even, zeer goedkeurend. Vooral Rob was erg tevreden, deze auto was
toch wel even heel wat beter dan dat vehikel waar we thuis mee rondrijden. Ik
geloof dat hij ter plekke al een emigratie naar Amerika stond te overwegen.
De koffers de auto in, even
kijken hoe alles werkt, een rondje over het parkeerterrein... en dan..
Las Vegas
in. Het grootste
probleem was de laag staande, felle zon. We zagen maar nauwelijks hoe we reden.
Gelukkig vonden we al snel de juiste weg, en ons hotel, waar onze bedden op ons
stonden te wachten.
De eerste indruk van het
hotel - het Best Western McCarran Inn aan de Paradise Road - was niet al te
best. Het zag er een beetje achterbuurtachtig uit. Lang niet zo mooi als de
hotels die we van onze vorige reis gewend waren. Maar de bedden waren goed, het
sanitair was schoon. En de airco deed het... ook erg belangrijk. Want het was
wel even wennen hoor, het was behoorlijk warm in Las Vegas, ook al was het al
avond.
Ondanks dat we erg moe waren,
zijn we toch nog even op pad gegaan. We wilden wat eten en drinken hebben, dus
we gingen nog met z'n vieren op zoek naar een supermarkt. We moesten nog best
ver lopen, langs het Excalibur hotel, voor we een klein winkeltje vonden. En
toen weer snel terug naar het hotel, douchen, en slapen. We hadden het nodig.
Dag 2: dinsdag
24 juli 2001 -
de Grand Canyon
Ons
interne klokje had nog niet door dat we niet meer in Nederland waren. Vandaar
dat we op een onmogelijk vroeg tijdstip wakker werden, en al in de auto zaten op
het moment dat de meeste mensen in Las Vegas nog niet eens beseften dat er
alweer een nieuwe dag was begonnen.
Zo'n
30 mijl ten zuid-oosten van Las Vegas reden we via de US Highway 93 over de
imposante Hooverdam de staat Arizona binnen. Even wat cijfertjes, voor de
liefhebbers:
de Hooverdam is gebouwd in
vijf jaar tijd (van 1931 tot en met 1935); er hebben meer dan 5.000 mensen aan
gewerkt, de dam is zo'n 220 meter hoog en weegt 6,6 miljoen ton. Met de bijna 5
miljoen kubieke meter beton die tijdens de bouw zijn gebruikt had men een
snelweg aan kunnen leggen van San Francisco tot aan New York City!
Je kan een begeleide
rondleiding maken in het binnenste van de dam, maar wij gaven de voorkeur aan
een korte wandeling buiten. Dankzij het vroege tijdstip konden we makkelijk een
parkeerplaats vinden, en op ons gemak even over de dam heen lopen. Als je later
komt, schijnt het hier vaak erg druk te zijn. Soms lopen de wachttijden om de
dam te passeren op tot meer dan een uur!
Onze tweede stop was in de
stad Kingman, waar we inkopen deden bij een grote supermarkt. In Nederland
hadden we al een goede, opvouwbare koeltas gekocht, en die namen we hier in
gebruik. Koude blikjes drinken, als koelelement. Kaas, brood, fruit, melk,
sinaasappelsap, sla.... Een lekkere gezonde hap, voor onderweg. Alleen jammer
dat we geen vlokken of hagelslag konden vinden, voor Rob.
Toch makkelijk, twee kids
achterin. We hebben hen aan het werk gezet, maak voor ons maar eens een broodje
kaas. Melanie nam meteen het heft in handen, en zorgde dat iedereen van eten en
drinken werd voorzien. Pa bestelde cola. En dat had ie niet moeten doen! We
hebben toch melk, klonk het verontwaardigd van de achterbank. Cola bij het
ontbijt, we zijn dan wel halve Amerikanen, maar we hebben toch zo onze
grenzen...
"Ja mam", zei pa
heel gehoorzaam. Sindsdien zijn we Melanie 'mam' blijven noemen, elke keer als
ze voor het eten zorgde. Vond ze niet leuk.
Wat is het toch een genot,
autorijden in Amerika. Lange rechte wegen,
ruimte in overvloed. Het "Amerika-gevoel" noemen we het, en dat gevoel
kwam weer helemaal naar boven toen we via de I-40 en AZ-64 naar de South Rim van
de Grand Canyon reden. We verwachtten grote drukte bij de ingang van het park,
maar dat viel heel erg mee. We hoefden maar heel kort te wachten, voordat we
voor $ 50,- een National Parks Pass konden aanschaffen. Daarmee heb je gedurende
één jaar toegang tot de Nationale Parken in Amerika, voor een auto met
inzittenden. We reden meteen door naar het eerste uitkijkpunt, Yavapai Point,
waar we al snel een parkeerplaats vonden.
En daar stonden we dan, oog
in oog met dit onbeschrijflijk mooie wereldwonder. En dat woord -
onbeschrijflijk - bedoel ik dus letterlijk. Je zou zo graag willen proberen om
dit uitzicht vast te leggen, op foto's, met je videocamera, of - hier in dit
verslag - met woorden. Maar tegelijk weet je dat elke beschrijving en elke foto
te kort schiet, je moet hier gewoon zelf staan, het met eigen ogen zien. Er zijn
niet genoeg superlatieven om de fascinerende wijdheid van dit uitzicht te
omschrijven.

Bosbrand
in de Grand Canyon Area
Vanuit Grand Canyon Village
kan je kiezen voor de route linksaf (de West Rim Drive) of de
route rechtsaf (de East Rim Drive). We besloten de West Rim Drive te nemen, de
12 kilometer lange weg die eindigt bij Hermit's Rest. Deze route is (behalve in
de winter) niet toegankelijk voor personenauto's, je moet dus gebruik maken van
de gratis bussen die elke 10 minuten vertrekken. Okay, de bussen zijn niet echt
comfortabel, maar het zijn maar korte stukjes, dus dat geeft niet. De bus stopt
op acht verschillende uitkijkplaatsen, en je kan zo vaak in- en uitstappen als
je maar wilt. Alleen moet je wel opletten dat de bus op de terugweg maar op twee
plaatsen stopt. Van de verschillende uitkijkpunten waar we uitgestapt zijn,
vonden we Hopi Point het mooiste. De Colorado-rivier was daar erg mooi te zien,
en bovendien had je naar beide kanten toe een heel mooi uitzicht. The Abyss was
het minst mooie punt, je kon daar wel een heel eind in de diepte kijken, maar
niet echt goed in de verte.
Het was zo langzamerhand tijd
om naar ons hotel te gaan. The Best Western Squire Inn, vlakbij de ingang van
het park. We hadden in een reisverslag op Internet al eens gelezen dat dit een
erg mooi hotel was, en ze hadden echt niets te veel gezegd! Een schitterende
lobby, mooie hotelkamers, alles prima verzorgd. Een heel verschil met het wat
armoedige hotel waar we 's ochtends wakker geworden waren.
Schuin tegenover ons hotel
stond een McDonalds. Een dure McDonalds, zo bleek al snel! Er lagen folders
waarin werd uitgelegd dat ze een toeslag hanteerden, omdat ze maar gedurende een
beperkt deel van het jaar open konden zijn, en omdat de kosten voor met name
water en personeel hoger waren dan die van de gemiddelde vestigingen. Maar we
hadden honger, dus we lieten het ons toch goed smaken. Wel jammer dat ze in
Amerika geen groenteburgers hebben, onze 'vegaburger' Melanie moest het dus doen
met een salade en met frietjes.
Dag 3: woensdag
25 juli 2001 -
de Grand Canyon en Monument Valley
Die nacht regende het flink!
Toch een wat onaangename verrassing, na het mooie weer van de afgelopen dag.
Toen we opstonden was de echte buiïgheid gelukkig voorbij, maar het miezerde
nog wel wat.
We reden opnieuw naar de
Grand Canyon, deze keer was het de beurt aan de East Rim Drive. De uitkijkpunten
daar liggen wat verder uit elkaar dan aan de West Rim Drive, en je mag hier ook
van je eigen auto gebruik maken. Ondanks dat we de kloof de dag ervoor al zo
goed hadden bekeken, maakte het nu opnieuw veel indruk. De uitkijkpunten zijn
hier nog mooier dan aan de westelijke route, wijdser vooral. Ze geven nog veel
meer het échte Grand Canyon gevoel. Bij Grand View zijn we een stuk naar
beneden gelopen. Er waren daar nog vrijwel geen andere toeristen, het was
heerlijk om de Grand Canyon zo even helemaal alleen voor ons vieren te 'hebben'.
Via Desert View, ook al zo'n indrukwekkend mooi punt - met de nagebouwde
Indianen uitkijktoren - verlieten we de Grand Canyon. Richting Kayenta.
Onderweg werd het landschap
minder mooi, ook het weer werkte niet helemaal mee. Het landschap was kaal en
grijs, het weer ook. De weinige huizen die we zagen waren armoedig, het was
duidelijk dat we hier in heel ander gebied terecht kwamen. Ik had al wel gelezen
dat de Indianen, die hier voornamelijk wonen, erg arm zijn. Er is veel
werkloosheid, en ook veel alcoholisme.
We
reden ons hotel, de Holiday Inn in Kayenta, voorbij, het was toch nog te vroeg
om in te checken. We kwamen nu echt in de buurt van Monument Valley, en we
begonnen ons toch wel zorgen te maken over het weer. Het zou erg jammer zijn als
het zou regenen tijdens ons bezoek. We kregen onderweg zelfs nog een flinke bui
regen op ons dak. Het landschap werd wel veel mooier. Onderweg zagen we al
verschillende mooie rotspartijen. En we hadden geluk! Net voordat we de ingang
van het park bereikten, werd het weer droog. Het was nog wel flink bewolkt, maar
we besloten het er toch maar op te wagen.
Je kan in Monument Valley een
toer maken in een door een Indiaan bestuurde jeep, of in je eigen auto. Hoewel
het in reisinformatie vaak wordt afgeraden om de eigen auto te gebruiken, hebben
wij het toch geprobeerd. En het viel alleszins mee! Okay, de weg is zanderig en
- ondanks de buien - enorm stoffig. Maar in je eigen auto heb je in elk geval wél
een dak boven je hoofd - de zon stond inmiddels al weer flink te branden - én
de airco kan aan! En je kan stoppen zo lang en zo veel als je wilt.
Meteen al, bij de eerste
bocht, waren we diep onder de indruk. Daar waren ze, de wereldberoemde
"Left Hand" en "Right Hand" (de Mittens) met rechts
daarvan Merrick Butte. Het was oneindig veel mooier dan op tv, het geeft zo'n
aparte sfeer om daar te staan en naar die drie schitterende rotsen te kijken. En
ook de rest van onze rit (in totaal
zo'n 27 kilometer) door dit rotslandschap; alle vier waren we het er roerend
over eens, dit is nog veel mooier, veel indrukwekkender dan de Grand Canyon. Je
bent er echt midden in. Bij de Grand Canyon keken we vanaf de rand, maar bij
Monument Valley zaten we midden tussen het natuurschoon. Als je aan de voet van
zo'n gigantische mesa staat, voel je nog veel meer hoe groots dit alles is.

Monument
Valley
Natuurlijk hebben we volop
gefilmd en foto's gemaakt. Alleen, waarom wilde Rob nou niet met mij en Melanie
gefotografeerd worden bij de rotsformatie "The Three Sisters"!?
Zorg wel voor een goede
zonnebril. Niet om je ogen tegen de zon te beschermen, maar tegen het stof! Het
zand vloog met grote wolken in ons gezicht, de auto zat helemaal onder het rode
stof. Als ik nog ooit terug ga naar
Amerika, dan hoop ik dat ik Monument Valley weer in de route kan inplannen. Voor
ons alle vier was dit hét hoogtepunt van de reis.
Dag 4: donderdag
26 juli 2001 -
Mesa VerdeVandaag stonden de oude
Indianenwoningen in het park Mesa Verde op het programma, in de staat Colorado.
Onderweg daar naar toe passeerden we "Four Corners", het enige punt in
Amerika waar vier staten elkaar raken (Arizona, New Mexico, Colorado en Utah).
We moesten daarvoor wel even een zijweggetje nemen, maar ach, tijd genoeg, dat
doen we wel even.
Achteraf gezien hadden we dit
toch maar beter kunnen overslaan. Want dat hele "Four Corners" is
niets anders dan een klein commercieel circus. Je moet betalen om bij het punt
te komen, er staan lange rijen met kraampjes, waar je kraaltjes, schilderijtjes
en nog meer prullaria kan kopen. Op het vier-statenpunt zelf kan je foto's
maken, met één been en één hand in elk van de vier staten, bijvoorbeeld.
Maar verder is er echt niets te zien. Overslaan, dus.
Zeker in het Arizona-gedeelte
van onze trip was de armoede nog steeds duidelijk zichtbaar. Wat vooral opviel
was, dat langs de kant van de weg honderden en honderden lege flessen lagen.
Heel on-Amerikaans.
We passeerden een tijdgrens,
deze dag had daarom voor ons maar 23 uur. De rit naar Mesa Verde duurde wat
langer dan we verwachtten, en het was in het park zelf ook nog eens behoorlijk
druk. Dat was de eerste keer dat we dat meemaakten, tijdens deze reis. Via een
lange, bochtige weg reden we het park in, waarbij we een flink stuk omhoog
moesten. De omgeving was heel anders dan die van de vorige dagen: geen kale
rotsen, maar bossen, deze keer. Een belangrijk deel van het bos lag er
troosteloos bij, ten gevolge van een grote bosbrand.
Ongeveer halverwege zetten we
de auto op een parkeerplaats, en we maakten een korte wandeling naar een
uitkijktoren van de Rangers. We zaten nu middenin het gedeelte waar de bosbrand
had gewoed, op het pad dat ons naar de uitkijktoren voerde liepen we tussen de
zwartgeblakerde bomen. Het leek nog het meest op een set van een horrorachtige
fantasy film. Spookachtig....
De uitkijktoren was bemand,
en blijkbaar kreeg de Ranger vaak (errug vaak!) dezelfde vragen van de vele
toeristen die een kijkje bij hem kwamen nemen. Vandaar het bord bij de ingang:
"Answers to Frequently Asked Questions". Geen vragen, alleen
antwoorden! De vragen waren er wel heel eenvoudig bij te verzinnen. De datum
waarop de brand was ontstaan (bijna precies een jaar geleden), hoe lang de brand
had gewoed, hoe groot het verwoeste gebied was, hoe lang het herstel duurt,
hoeveel brandweermannen erbij betrokken waren....
Onze tweede stop in Mesa
Verde was bij het Park Headquarters. De belangrijkste Indianen-woningen (Cliff
Dwellings) kunnen alleen onder begeleiding van een Ranger worden bezocht, en we
wilden twee tours boeken. Maar dat lukte dus niet meer! Het was zo druk in het
park, dat je maar één begeleide toer mocht boeken. We kozen voor de Balcony
House Tour, wat later die middag.

Mesa
Verde “Cliff Palace”
Dit betekende dat we de Cliff
Palace Tour, die we ook gepland hadden, moesten laten schieten. Het was wel
mogelijk om deze Cliff Dwellings van een afstand te bekijken, een korte autorit
en een korte wandeling brachten ons naar het uitkijkpunt. Cliff Palace is wel de
bekendste Cliff Dwelling, op foto's van het park zie je meestal deze ruïnes.
Daarom zag het plaatje er op afstand wel heel bekend uit.
We hadden nog genoeg tijd om
een andere ruïne van dichterbij te gaan bekijken. Het Spruce Tree House mag
zonder Ranger worden bezocht. We verkeken ons er wel op hoe zwaar de tocht er
naar toe was, het was een flinke wandeling omlaag, behoorlijk steil. De ruïne
is minder groot dan de bekendere Cliff Palace en Balcony House. En er werd nog
op diverse plaatsen aan de restauratie gewerkt.
Het nadeel van een lange
wandeling omlaag is meestal, dat de wandeling omhoog nog veel langer lijkt.
Zeker als het warm is. En het was - tot dan toe - veruit de warmste dag die we
hadden meegemaakt.
Maar we hadden nog een tocht
te gaan, de begeleide tour naar Balcony House. Een opgewekte Ranger - hoe vaak
zal hij diezelfde grappen al hebben verteld? - keek eens kritisch naar Melanie's
korte rokje. Had ze misschien ook een broek bij? Dan was het misschien wel
verstandig om die even aan te doen! Dat werd dus nog even een verkleedpartij op
de achterbank van de auto.
Om Balcony House te bereiken
moesten we wel heel wat moeite doen.... touwladders beklimmen; door tunneltjes
kruipen (niet al te breed, dus niet geschikt voor de dikkerds onder ons). Maar
toch, het viel mee. Het was niet zo zwaar als in sommige folders enigszins
dreigend wordt aangekondigd. Toch vraag je je wel af waarom de Indianen vroeger
zo'n moeilijk bereikbare plek hebben uitgezocht om hun woningen te bouwen. De
veiligheid heeft natuurlijk een rol gespeeld, het zal moeilijk geweest zijn voor
vijanden om hen daar te bedreigen. En de beschutting die de rotsen boden tegen
de weersomstandigheden. Al waren die, zo vertelde de Ranger, verre van ideaal.
Vooral de warmte moet een probleem geweest zijn.
De Ranger liet ons de
verschillende ruimtes zien, en legde uit waar ze vroeger voor gebruikt werden.
Zoals de kiva, een gebedsruimte. En we zagen ook hoe de Indianen aan water
kwamen: dat sijpelde - heel langzaam - door de rots heen, waarbij het gezuiverd
werd. Dankzij zo'n uitleg komt alles wel meer tot leven, dan wanneer je alleen
maar de ruïnes bekijkt.
De terugtocht viel mee, we
hoefden namelijk niet dezelfde weg terug, maar bleken al vrij dicht bij het
eindpunt te zijn. Onze auto stond vlakbij, en al snel waren we bij ons hotel de
Far View Lodge, midden in het park. Waar de naam vandaan komt is duidelijk, het
hotel ligt op een plek van waaruit je een enorm wijds uitzicht hebt op de
naastgelegen vallei. Helaas niet vanuit onze kamer, dat was jammer.
Het was - gedurende de hele
trip - het enige hotel zonder tv. Maar die hebben we niet echt gemist. We namen
de tijd om even lekker uitgebreid in bad te gaan, en voordat we gingen slapen
speelden we een spelletje kaart. Poker, we zijn tenslotte in Amerika, niet waar!
De dames wonnen glorieus, alleen jammer dat onze winst alleen uit propjes papier
bestond, bij gebrek aan fiches.
Dag 5: vrijdag
27 juli 2001 -
Canyonlands NP en Arches NPDeze dag verlieten we
Colorado alweer. Het plaatsje Moab, in de staat Utah, was ons volgende reisdoel.
De rit ernaar toe was erg mooi, vooral het laatste gedeelte. Er zijn onderweg
veel mooie rotsformaties te zien.
Vlakbij Moab liggen twee
parken, Canyonlands en Arches. Eigenlijk wilde ik maar één park
(Arches) bekijken, omdat ik dacht dat het te veel tijd in beslag zou
nemen om er twee te doen. Maar de meningen waren verdeeld, Canyonlands stond ook
hoog op het verlanglijstje, vooral bij Hans. Dus besloten we toch om eerst naar
Canyonlands te gaan, en Arches iets minder uitgebreid te bekijken.
Canyonlands is een van de
meest onherbergzame gebieden in Amerika. Het is het grootste park in Utah, en
het wordt door de Green River en de Colorado River verdeeld in drie gebieden.
Het meest bezochte gedeelte is het Island-in-the-Sky district, waarvan de ingang
ongeveer 50 kilometer ten noordwesten van Moab ligt.
Vanaf Grand View Point
vergaapten wij ons aan het doolhof van kloven en ravijnen, en het werd ons
duidelijk waarom dit gebied een van de ruigste, meest onherbergzame gebieden van
Amerika wordt genoemd. De indruk die dit alles op ons maakte was verschillend,
ik vond het wel heel mooi om dit gezien te hebben, maar ik vind het toch echt
minder indrukwekkend dan de Grand Canyon en Monument Valley. Maar Hans vond het
ronduit schitterend, vooral de rauwe onherbergzaamheid sprak hem erg aan. Als we
nog ooit in dit gebied terugkomen, dan willen we graag een Four-Wheel Drive rit
maken, het lijkt me een hele ervaring om dit gebied eens op die manier mee te
maken.

Canyonlands
“Grand View”
Natuurlijk wisten we vooraf
al dat het erg warm zou zijn in dit gebied, zeker in de zomer. Maar dat we zó
grondig 'geroosterd' zouden worden hadden we nu ook weer niet voorzien. De hitte
van de vorige dag, in Mesa Verde, bleek alleen nog maar een voorproefje te zijn
geweest van de verzengende temperaturen waar we in Arches mee te maken kregen.
Onze eerste stop daar was
helemaal vooraan in het park, bij de Courthouse Towers. Het miniatuur Monument
Valley, zo wordt het ook wel ooit genoemd. Links en rechts zie je hoge
zandsteenformaties in grillige vormen. Daar tussendoor loopt een pad met een
lengte van 1600 meter, de Park Avenue Trail. We zouden deze trail erg graag
gelopen hebben, de omgeving was zo fascinerend mooi dat het absoluut de moeite
waard zou zijn. Maar - heen en terug - 3200 meter in de brandende zon, we zagen
het toch even niet zitten!
We liepen wel even een hele
korte trail rondom Balanced Rock, tijdens onze tweede stop. Dik ingesmeerd met
zonnebrandolie, en met t-shirts in onze nek om ons nog wat meer tegen de zon te
beschermen. Balanced Rock is een groot rotsblok dat bovenop een smalle rotspunt
staat, je hebt het gevoel dat dat ding er elk ogenblik af kan vallen.
Het park Arches is natuurlijk
vooral bekend om de vele natuurlijke bogen. Een van de beroemdste is Delicate
Arch, maar we hadden al begrepen dat het een lange, zware trail zou zijn als je
deze boog van dichtbij zou willen bekijken. Maar er was nog een tweede
mogelijkheid: een korte trail naar
Delicate Arch Viewpoint zou ons weliswaar niet dichtbij brengen, maar je kan de
boog vandaar uit wel goed zien. Dus vol goede moed begonnen we aan onze korte
trail, met opnieuw t-shirts in onze nek om ons tegen de onbarmhartig brandende
zon te beschermen. We volgden een pad, en dachten aan het eind daarvan beloond
te worden met het uitzicht op Delicate Arch. Niet dus, we moesten nog een stuk
omhoog lopen. En nog een stuk. En nog een stuk. Er kwam maar geen eind aan de
'korte' trail. En dat in die ongelooflijke hitte. Maar we hielden vol, en
uiteindelijk hebben we 'm dan toch gezien. Al was het dan wel héél erg vanuit
de verte.

Arches
National park
We zijn nog naar het uiterste
einde van het park gereden. Maar we hadden het té warm, en we waren té moe, om
nog een van de bekende punten te gaan bezoeken. Het verlangen naar een
verfrissende douche was groter dan het verlangen om nog meer arches te zien.
Dus: rechtsomkeer en naar het hotel.
Onze conclusie:
Arches is een schitterend park, maar bezoek het niet in hoog zomer. Ik
wil er erg graag nog een keer naar toe als het minder warm is, om alsnog te gaan
bekijken wat wij deze keer gemist hebben.
We overnachtten in de Moab
Valley Inn, waar het opvallend rustig was. Zou het hier drukker zijn als het
minder warm is? Nadat we ons hadden opgefrist gingen we buiten de deur eten, en
vervolgens wandelden we nog even door het stadje. Al snel stuitten we op een
Internet-café; handig, zo konden we het thuisfront even laten weten hoeveel
moois we in de paar dagen dat we in de States waren, al hadden gezien. Ook nog
even wat rondsnuffelen in de plaatselijke winkeltjes. Eén daarvan vonden we
echt heel apart, de Hogan Trading Company is een galerij waar Indiaanse
kunstwerken worden verkocht. Potjes in allerlei kleuren, pijlen, tafeltjes,
wandkleden, alles was even mooi. We zouden met gemak onze hele woonkamer hebben
kunnen inrichten. Al hadden we dan wel een iets dikkere portemonnee nodig
gehad!!
Dag 6: zaterdag
28 juli 2001 -
Capitol Reef en Bryce CanyonWe hadden een lange trip voor
de boeg, deze dag. Helemaal van Moab, via Capitol Reef National Park, naar Bryce
Canyon. Dat werd dus een lange zit in de auto. Maar gelukkig is in Amerika het
autorijden zelf ook al een attractie, het is gewoonweg heerlijk die eindeloos
lange wegen in het mooie landschap voor je te zien.
We zouden een scenic route
rijden, zo hadden de folders ons beloofd. In het begin had ik even m'n twijfels,
het was wel mooi, maar om dit nu een scenic route te noemen? Wat meer opviel dan
het landschap was het verkeer op de U-95. We zagen - midden in de woestijn -
diverse auto's met een trailer en een grote boot! Toch raar hoor, om die in zo'n
gebied te zien. Maar een blik op de kaart leerde ons dat we, als we rechtdoor
zouden rijden, bij Lake Powell uit zouden komen. Vandaar! Maar wij gingen niet
rechtdoor, wij gingen rechtsaf, naar het gehucht Hanksville. Waar we zowaar een
supermarktje vonden, om onze voorraad aan te vullen. Terug in de auto vond Hans
het nodig om een blikje cola om te stoten, midden over mijn broek! Daar zat ik
dus, doorweekt van de cola, in het kleinste gehucht dat we tot dan toe gezien
hadden. Gelukkig hadden we een stel hele grote handdoeken bij, zodat ik me nog
enigszins beschaafd om kon kleden!
Vanuit Hanksville ging onze
trip verder, richting Capitol Reef. En nu werd pas echt duidelijk waarom deze
route 'scenic' wordt genoemd. Hoe dichter we bij Capitol Reef kwamen, hoe mooier
de omgeving werd. Het was ook erg afwisselend, de ene keer zanderige heuvels,
dan weer mooie rotsen, maar ook veel groen. Als we via de highway naar Bryce
Canyon zouden zijn gereden waren we misschien wel sneller geweest. Maar dit was
zeker veel mooier.
Capitol Reef zelf is -
tenminste het gedeelte dat je per auto kunt bezoeken - maar klein. De scenic
route is - heen en terug - ongeveer 40 kilometer. Vooral het laatste gedeelte
was heel apart, de harde weg gaat daar over in een (goed begaanbare) dirt road,
tussen hoge rotswanden in, de Capitol Gorge Spur Road genaamd. Die dirt road
vormt een lus, je komt uiteindelijk weer op hetzelfde punt uit waar je bent
begonnen. Op het verste punt hebben we nog een korte wandeling gemaakt, midden
door een kloof. Eigenlijk jammer dat we maar zo weinig informatie over dit park
hadden, het is echt heel erg de moeite waard.

Capitol
Reef
Maar, zoals gezegd, deze dag
moesten we echt erg ver rijden. Dus na ons korte bezoek aan Capitol Reef ging
het weer verder, via het Dixieland Forest. Onderweg hebben we verschillende
korte stops gemaakt, vanwaar we enorm ver weg konden kijken. Zelfs de La Sal
Mountains bij Arches NP waren nog te zien. Ook na het Dixieland Forest bleef de
route erg mooi. We kregen soms te maken met flinke hoogteverschillen, en smalle,
bochtige wegen. Op gegeven moment reden we zelfs boven op een bergrug met zowel
links als rechts van ons alleen maar diepte....
Maar uiteindelijk kwamen we
dan toch bij Bryce Canyon aan. Omdat de route onderweg zo ontzettend mooi was
geweest, was het ons helemaal niet lang gevallen. En eigenlijk hadden we, ook al
liep het tegen het einde van de middag, best nog wel zin om even een stukje
Bryce te gaan bekijken. Net voor de ingang van het park werd de weg plotseling
versperd door een stel heuse cowboys! Een groep mannen te paard dreef, net toen
wij eraan kwamen, een kudde koeien van de ene naar de ander kant van de weg. Ze
hadden geen beter moment uit kunnen kiezen, we zaten echt even midden in The
Wild West!
We gingen ons eerst even
opfrissen op onze hotelkamer, in de Best Western Ruby's Inn, vlak bij de ingang
van het park. Een mooi hotel, waar Hans en ik zes jaar eerder ook al eens waren
geweest. De drukte in het park viel ontzettend mee. De site op Internet had ons
ervoor gewaarschuwd, dat voor elke zes auto's die Bryce inreden, er maar één
parkeerplaats beschikbaar was. Maar het was eerder andersom. Voor elke auto in
het park waren minstens zes parkeerplaatsen vrij! Ruimte genoeg dus. Er loopt
één weg van 29 km lengte door het park, en aan die weg bevinden zich diverse
uitkijkpunten. Omdat die allemaal aan dezelfde kant liggen is het het
makkelijkst om eerst helemaal door te rijden naar het einde van het park, en pas
op de terugweg bij de uitkijkpunten te stoppen.
Achterin het park hebben we
een flinke wandeling (the Bristlecone Loop Trail) tussen de bomen gemaakt. We
hebben daar oa. de vreemde, dood uitziende bomen gezien die parasiteren op
levende bomen. Op de terugweg maakten we een paar korte stops, om de
grillige kalksteenformaties (de hoodoos) in het park vanaf de weg te kunnen
bewonderen. Het mooiste gedeelte van het park, het Bryce Amphitheatre, ligt
dicht bij de ingang. Je hebt hier een schitterend uitzicht op vele duizenden
grillig gevormde torens, zuilen en muren in allerlei rode, gele en witte tinten.
Het resultaat van duizenden jaren erosie door regen, sneeuw en ijs.
Een absolute must in Bryce
Canyon is het lopen van een trail door dit Amphitheater. Wij kozen voor de
populaire Navajo Loop Trail, 2,5 kilometer lang, met een hoogteverschil van 159
meter. Deze trail start bij
Sunset Point. Een geweldige keuze! Hadden we zes jaar geleden Bryce
Canyon alleen vanaf de uitkijkpunten gezien, nu maakten we pas écht mee hoe
mooi dit park is. Over een smal pad daalden we meteen al een flink stuk naar
beneden, het was daar overigens wel drukker dan in de verder naar achteren
gelegen gedeeltes van het park. Zeker in het begin liepen we echt in een
onafgebroken rij van mensen over een zigzaggend pad naar beneden. Maar naarmate
we verder kwamen, werd het steeds rustiger. We liepen door Wall Street, de
smalle kloof met steile wanden, waar aan het eind een dode en een levende
Douglas spar in elkaar verstrengeld zijn, we volgden een klein stroompje, liepen
tussen schitterende hoodoos, zagen de bekende Thor's Hammer.... kortom, het was
een onvergetelijk mooie wandeling.
Ondanks dat het al wat later
was, was het nog steeds behoorlijk warm. Het was dan ook behoorlijk inspannend,
vooral toen we tegen het einde weer omhoog moesten. Maar in vergelijking met de
hitte in Arches viel het toch wel mee. Alleen het laatste stukje voelden we goed
in onze benen.
Bij Ruby's Inn is een goed
restaurant, waar ze gelukkig ook een vegetarische schotel hebben. Het was er wel
druk, dus we moesten wel een tijdje wachten op onze tafel. Na afloop hebben we
nog even gewinkeld in de souvenirshop, en een stel erg sfeervolle kaarten
gekocht met Indianenfoto's.
Dag 7: zondag
29 juli 2001 -
Zion National Park en Las Vegas
Vandaag hoefden we niet zo
ver te rijden als op zaterdag. Al is 400 km natuurlijk nog steeds een
behoorlijke afstand. Maar we hadden een uurtje extra, omdat we weer een
tijdgrens passeerden.
Een mooie weg van rood
asfalt, die gedeeltelijk door een in de rots uitgehouwen tunnel gaat, bracht ons
tot in Zion National Park. Bij het Visitor Center moesten we onze auto laten
staan, je mag sinds enkele jaren alleen nog met (gratis) bussen het park in. Net
als bij de Grand Canyon kan je onderweg op diverse punten in- en uitstappen, zo
vaak je maar wilt.
Van ons bezoek aan Zion
hebben we een echt rustpunt in ons drukke reisschema gemaakt. Na een rit van
zo'n 10 kilometer stopt de bus bij het eindpunt. Je kan daar de trail naar The
Temple of Sinawava lopen, een plek waar de Virgin River tussen twee heel dicht
op elkaar staande rotswanden doorstroomt. Daar, op die plek, is een klein
strandje waar we een paar uurtjes heerlijk hebben liggen niksen. Je kan er ook
het water in, veel mensen hadden zelfs zwemkleding bij. Wij niet, we moesten ons
dus beperken tot pootje baden. Het is een mooie, rustgevende plek.
Toen we weer waren uitgerust
zijn we teruggelopen, en zijn met de bus weer teruggegaan.
Onze
auto stond in de brandende zon op ons te wachten. Met o.a. de bananen die we die
ochtend hadden gekocht. Moet je dus niet doen, bananen in een hete auto laten
liggen. Het zag er niet echt smakelijk meer uit.
In het begin was het of we in
een oven stapten. De airco was echt onmisbaar, op onze verdere trip naar Las
Vegas. Via de Interstate 15 reden we Nevada binnen, en naarmate we dichter bij
Las Vegas kwamen werd het steeds drukker. Toch is en blijft autorijden in
Amerika een zaligheid, vergeleken bij autorijden in Europa. Het verkeersbeeld is
veel rustiger, iedereen houdt zich aan de maximum snelheid een ook blijft
iedereen netjes op de eigen rijstrook. Waarom mag je in Nederland eigenlijk niet
rechts inhalen?? Dit is voor iedereen toch veel duidelijker! Op onze hele rit
zagen we eigenlijk maar één chauffeur die hard reed, en zo nodig overal
tussendoor moest wringen. Vast een Nederlander of een Duitser, zo concludeerden
we!
Ondanks de airco moesten Rob
en ik ons met handdoeken tegen de via de rechterzijde van de auto binnenvallende
zon beschermen. Ons dagje Las Vegas, morgen, zou 'very hot' worden, dat was wel
duidelijk. Het laatste stuk zetten we de airco vast uit, om de overgang naar
buiten toe niet al te groot te maken.
We reden nu al bijna een week
in Amerika rond, en nergens hadden we noemenswaardige problemen om de weg te
vinden. Maar, kort voordat we Paradise Road, waar ons hotel lag, dachten te
bereiken, ging het mis. De kaart bleek niet gedetailleerd genoeg te zijn voor
dat allerlaatste stukje, en we belandden in het verkeerde gedeelte van Las
Vegas. Het duurde best nog even voor we weer op de goede weg zaten. Bleek een
gedeelte van Paradise Road, wegens wegwerkzaamheden, afgesloten te zijn! Maar
uiteindelijk bereikten we dan toch, moe en erg warm, ons hotel. Rob en ik gingen
weer naar de receptie, het hoesje met al onze belangrijke papieren -
hotelvouchers, paspoorten, vliegtickets, internationaal rijbewijs - namen we
zoals inmiddels gebruikelijk mee naar binnen.
De mensen achter de balie
waren niet erg vriendelijk. Voor het eerst, eigenlijk. Normaal gesproken is dat
toch wel anders. Maar ach, meer dan een paar minuten heb je toch niet met hen te
maken, dus wat maakt het uit. We hadden een kamernummer en een sleutel, en daar
ging het tenslotte om, niet waar.
In eerste instantie kregen we
een verkeerde kamer toegewezen, er bleken al andere mensen hun intrek te hebben
genomen. Nederlanders! Maar bij een tweede poging kregen we dan toch een kamer
die vrij was, en konden we onze koffers naar binnen sjouwen.
De kids wilden niets liever
dan een duik in het zwembad nemen. Daarna nog even wat boodschappen doen, en
lekker op de kamer eten. Niemand had nog genoeg energie om de Strip op te gaan,
we hielden het bij een spelletje Poker en gingen naar bed. Morgen weer een dag.
Dag 8: maandag
30 juli - Las VegasDe Shuttlebus van het hotel
zou ons naar de Strip brengen. Dachten we! Totdat we te horen kregen dat ie
kapot was. Dat werd dus of een taxi, of lopen. We kozen voor het laatste,
overigens niet de meest slimme beslissing met deze temperaturen. De afstand naar
de Strip viel wel mee, de hitte viel niet mee. We waren dan ook blij toen we bij
de grote, beroemde hotels op de Strip aankwamen. Daar was het tenminste lekker
koel.
Als eerste gingen we naar
Ceasar's Palace, met de beroemde Forum Shops. Ongelooflijk wat die Amerikanen
hier midden in de woestijn hebben neergezet, het is echt imposant allemaal. De
plafonds die steeds de indruk geven dat je buiten loopt, soms overdag, soms 's
nachts. De gigantische fonteinen. Het mooie aqarium vol met exotische vissen. En
natuurlijk de vele winkels. Je moet er wel van houden, en, om eerlijk te zijn,
doe mij maar de natuur van Utah. Al is het - na een week lang rotsen en lange
wegen - natuurlijk wel een goede afwisseling.
Het
hotel Venetian, met z'n grachten en gondels, was ook erg mooi. En je kunt er erg
lekker eten! Eigenlijk wilden we ook nog naar de
Stratosphere Tower, misschien wel om daar een 'ritje'
te maken in de Space Shot. Maar vanaf een afstand was duidelijk te zien dat die
niet werkte. We hebben 'm niet één keer zien vallen. We zijn nog wel een heel
eind die richting in gelopen, maar het was gewoonweg te warm om buiten te zijn.
We besloten terug te gaan naar het hotel (met een taxi, deze keer!), en 's
avonds terug te gaan. Geen zon, wel lichtjes.
Voor het hotel Treasure
Island wordt een aantal keren per dag een show gegeven met twee piratenboten.
Het mooist is het om het in het donker te bekijken. We zorgden dat we goed op
tijd waren - het was er errug druk - en we konden het inderdaad goed zien. De
schepen, de kanonnen, het vuur, het is gewoon leuk om het eens mee te maken.
Aan de overkant van de weg
was een Internetcafé. Dus weer even tijd genomen om een mailtje naar huis te
sturen.
Vervolgens schuifelden we met
de enorme mensenmassa mee naar hotel Bellagio. Voor dat hotel is een grote
waterpartij, waar fonteinen in liggen. Ooit in de Efteling geweest? Dan ken je
vast wel het waterballet. Nou, zoiets heeft Bellagio dus ook. Alleen een béétje
groter......
Pas toen we verder liepen
zagen we hoe enorm, gigantisch, ongelooflijk groot het Bellagio hotel is. De
oprit aan de achterzijde alleen was al groot genoeg om een hele hotelketen op te
bouwen!
Het Excalibur hotel, dat zes
jaar eerder nog best indruk op ons had gemaakt, zag er verwaarloosd uit. Op een
televisiedocumentaire had ik gezien dat diverse hotels moeite hebben het financiële
hoofd boven water te houden, en het is duidelijk dat Excalibur er daar een van
is. De security guards waren nog wel alert. Hans probeerde een stukje van het
casino te filmen, maar hij had vrijwel meteen een waarschuwing te pakken!
Vanuit Excalibur gingen we
naar Luxor, waar we verwachtten een stel reality games aan te treffen. Die waren
er wel, maar ze waren gesloten. Okay, het was inmiddels bijna middernacht, maar
we zaten toch in Las Vegas! We hadden toch echt verwacht dat alles daar 24 uur
per dag open zou zijn. Sorry Rob, geen attracties in Vegas voor jou...
Met een taxi gingen we terug
naar het hotel. De taxichauffeur was heel spraakzaam, hij vertelde dat mensen in
Las Vegas niet oud worden. De hitte was funest voor hun gezondheid, zo zei hij.
Daar konden we ons inmiddels iets bij voorstellen. Tijdens al het kletsen en
praten kregen we wel de indruk dat hij stiekem een heel eind verder reed dan
noodzakelijk was, om zo de rekening op te voeren. Maar wat doe je daartegen? We
hadden echt geen zin om midden in de nacht een discussie over een paar dollar
aan te gaan, dus we hebben maar betaald.
Dag 9: dinsdag
31 juli - Death Valley - Mammoth LakeDe koffers werden weer
ingepakt, het was tijd om weer op pad te gaan. Zoals gebruikelijk controleerden
we even of we alle belangrijke spullen hadden, portemonnee, rijbewijs, het
hoesje met belangrijke papieren.... Jongens,
waar is het hoesje met belangrijke papieren, het zit niet in het zijvak van de
koffer, waar het al ruim een week heeft gezeten.....
Eerst denk je nog, ach, dat
komt zo te voorschijn. Het zit vast in een van de andere koffers, of het ligt
ergens in een la. Maar als je de ene na de andere plek hebt doorzocht, zonder
resultaat, dan begint het toch langzaam tot je door te dringen dat het echt weg
is!!
Vliegtickets.....
hotelvouchers...... paspoorten......
routebeschrijvingen...... het internationale rijbewijs.....
Alles was weg, onvindbaar!
Nog eens alle koffers
leeggemaakt, alle laden doorzocht, onder de bedden gekeken, het beddegoed
ondersteboven. Maar het mocht niet baten.
Ik had het mapje voor het
laatst gezien - zo herinnerde ik me nu - tijdens het inchecken twee dagen
eerder. Was ik het al bij de balie kwijtgeraakt? Of had ik het nog mee de auto
ingenomen, en was het ergens uit de auto gevallen toen we aan het modderen waren
met de verkeerde kamersleutel, en het parkeren... We zullen het nooit meer
weten.
De receptionist reageerde erg
onverschillig. Hij keek eens in een la, trok nog een andere la open. Nee hoor,
geen gevonden voorwerpen. Hij was duidelijk niet van plan er meer moeite voor te
doen. We gaven het adres van ons volgende hotel nog aan de receptie op, voor het
geval dat ze nog iets zouden vinden nadat we weer weg waren. Volgens mij heeft
die kerel aan de balie mijn briefje meteen weggegooid, vreselijk wat een
onsympathieke vent. Melanie heeft nog een kamermeisje aangesproken, zij was wel
heel vriendelijk, maar kon ons niet helpen. Niemand had iets gevonden.
We begrepen dat we aangifte
zouden moeten doen bij de politie. Van de receptie kregen we
het telefoonnummer. De vrouw die ik aan de lijn kreeg was erg
vriendelijk, en legde me zeer
duidelijk uit hoe we moesten rijden om bij het politiebureau te komen.
En zo zaten we dus op
dinsdagochtend op een politiebureau in Las Vegas, in plaats van op de
weg naar Death Valley! Ook een ervaring, hoor! We moesten een tijdje
wachten, en toen riep agent Mike ons bij zich. Een heel vriendelijke man, hij
was nog ooit in Nederland geweest. Hij zocht ook nog het nummer van de
Nederlandse Ambassade voor ons op.
We besloten om de SOS
Alarmcentrale te bellen, om te vragen wat we nog meer konden doen. Maar op een
of andere manier zagen we nergens een telefooncel. En de tijd begon te dringen,
we waren uren later weg dan gepland, en we hadden net vandaag een van de langste
autoritten voor de boeg. We besloten daarom maar te gaan rijden, en onderweg te
bellen.De grote vraag was, durven we met deze temperaturen door Death Valley
heen te rijden, of gaan we er omheen? Net bij de afslag ontdekten we een
telefooncel, en we namen contact op met de SOS Alarmcentrale. Tot onze grote
verbazing zei de dame aan de andere kant van de lijn dat ze ons niet kon helpen!
We moesten maar contact opnemen met Jan Doets.
Dit hadden we echt niet
verwacht, we stonden helemaal perplex. Hoezo konden zij ons niet helpen, daar
zijn ze toch voor!
Jan Doets nam niet op, in
Nederland lag iedereen te slapen. Dan maar de ambassade, het nummer dat agent
Mike ons had gegeven. Dat bleek het verkeerde nummer te zijn,maar ze konden ons
wel het nummer geven van het consulaat in Los Angeles.
Een vierde telefoontje dus:
het consulaat in Los Angeles. Een onvriendelijke vrouw vertelde dat wij ons
uiterlijk op vrijdagochtend bij hen moesten melden, dan konden wij tijdelijke
paspoorten krijgen. Dat was wel een afknapper, dit betekende dat we onze
geplande route zouden moeten wijzigen. Ze gaf ons een adres en een
routebeschrijving, en daar konden we het mee doen.
We hadden geen keus, we
moesten verder. Op een of andere manier vonden we het toch ook wel spannend om
dit mee te maken. We vonden dat we in geen geval onze vakantie hierdoor mochten
laten bederven. Niemand was ziek, niemand was gewond, er waren geen brokken
gemaakt. Er zijn heus wel ergere dingen in het leven dan verloren geraakte
vliegtickets en paspoorten....
Opnieuw diende de vraag zich
aan: door Death Valley heen, of niet? Vooral Hans wilde erg graag, en hij is de
chauffeur....
Het was een heel goede
beslissing. Want het is echt een ervaring die we niet hadden willen missen. De
uitgestrektheid, de onherbergzaamheid, de zandduinen.... en natuurlijk: de
hitte!
We stopten bij een winkeltje,
waar we zagen dat het om en nabij de 49 graden Celcius was!!
Hans wilde zo graag een
t-shirt van Death Valley. Hij vond er een met een hele mooie opdruk, maar
eigenlijk net niet de goede kleur. Kan die kleur wel, kan die kleur niet?
Twijfelen, nog eens kijken, en toen uiteindelijk: toch maar kopen. (Hij heeft 'm
nooit aangehad!)
We maakten een tweede stop
bij zandduinen, waar het flink waaide. Op het moment dat we de autodeuren open
deden, pakte een windvlaag de papieren die in de auto lagen op. En daar vloog
alles de woestijn in! Melanie stond al buiten de auto, zag het gebeuren, en
dacht natuurlijk meteen aan alle belangrijke papieren die we die ochtend waren
kwijtgeraakt. Niet weer!!
Ze rende de papieren
achterna, probeerde ze te pakken te krijgen. En dat bij 49 graden. We riepen
haar na dat het geen belangrijke spullen waren, maar ze hoorde het niet.
Gelukkig voor haar stond er een stel mensen, net op de plek waar alles naar toe
waaide. En kreeg ze hulp bij het bij elkaar garen van de papieren.
We bleven maar kort buiten de
auto, in verband met de hitte. Al vond ik die beter te verdragen dan in Arches
en Las Vegas. De harde wind maakte dat de hitte niet zo drukkend was.
Aan de westkant reden we
Death Valley weer uit. Toch nog een vrij lange rit, waarbij we flink in hoogte
stegen. Langs de weg stonden op diverse plaatsen tanks met water, voor als je
motor oververhit zou raken. Maar daar hadden we gelukkig geen last van, alles
verliep zonder problemen.
Via Highway 395 reden we,
nadat we Death Valley verlieten, in noordelijke richting. Links van ons zagen we
de Sierra Nevada Mountains, met op sommige bergtoppen de sneeuw nog duidelijk
zichtbaar. En dat terwijl we een paar uurtjes eerder nog op de warmste plek van
Amerika stonden.
Omdat we 's ochtends zoveel
tijd hadden verloren, hebben we van het plaatsje Mammoth Lake niet veel meer
gezien, behalve dan het hotel en de McDonalds. Gelukkig hadden we thuis van alle
belangrijke papieren kopieën gemaakt, die in een andere koffer zaten
opgeborgen. Zodoende hadden we ook een kopie van ons hotelvoucher, en het was
geen enkel probleem om onze kamer te krijgen. We informeerden - tegen beter
weten in - of het hotel in Las Vegas misschien nog had gebeld. Niet, dus.
In onze hotelkamer namen we
even de tijd om te beraadslagen hoe we nu verder moesten, zonder onze papieren.
We hadden nog wel onze wegenkaart van Los Angeles, en daar zochten we het adres
van het consulaat op. Het viel niet mee om precies te bepalen waar we moesten
zijn, maar toch kregen we het idee dat het consulaat zich wel heel dicht
bevond bij ons hotel, dat we voor de laatste drie nachten hadden geboekt.
En als je nagaat hoe immens groot Los Angeles is, dan konden we toch wel zeggen
dat dit een geluk bij een ongeluk was.
We wilden ook nog - zoals de
SOS Alarmcentrale ons had geadviseerd - contact opnemen met Jan Doets. Maar dan
moesten we wel wachten tot 12 uur middernacht (9 uur 's ochtends Nederlandse
tijd).
Zo stonden we dus om
middernacht in Mammoth Lake bij een openbare telefoon, om de mensen bij Jan
Doets op de vroege ochtend aan het werk te zetten. We kregen een onervaren
jongeman aan de lijn, die zich duidelijk geen raad met de situatie wist. Hij
ging regelmatig dingen navragen, en uiteindelijk luidde zijn advies:
Breek je reis af. Ga onmiddellijk naar Los Angeles. Neem daar een hotel
(de kosten worden vergoed door de verzekering), en regel nieuwe paspoorten en
nieuwe vliegtickets. Natuurlijk vroegen wij of Jan Doets vanuit Nederland niets
voor ons kon doen, contact opnemen met United Airlines bijvoorbeeld, of navragen
welk hotel plaats had. En omdat we nog onzeker waren over het adres van het
consulaat, vroegen we of hij daar nauwkeuriger gegevens over had. Nee, hij kon
geen contact opnemen met United Airlines. Nee, hij kon geen hotel voor ons
zoeken. En het adres van het consulaat konden we wel uitzoeken via Internet, bij
ons huidige hotel.
Helemaal niets deed Jan Doets
voor ons. Echt helemaal niets. Een behoorlijke teleurstelling.
We besloten zelf alvast
telefonisch contact op te nemen met United Airlines. Omdat we nog wel kopieën
van onze tickets hadden, konden we alle gegevens goed doorgeven. We kregen het
advies om op maandagochtend extra vroeg naar de luchthaven te komen, we zouden
dan tegen betaling van een boete vervangende tickets krijgen. Het was dus
helemaal niet nodig om nog deze week naar de luchthaven te gaan.
Toch moesten we wel een dag
eerder naar LA, vanwege de paspoorten. Balen, want dat betekende dat ons dagje
langs de kust niet door zou kunnen gaan. Maar ja, het was niet anders. Morgen,
op woensdag, zouden we nog onze planning aan kunnen houden. Maar daarna niet
meer...
Dag 10: woensdag
1 augustus - Yosemite National Park
Voor
vandaag stond Yosemite National Park op het programma. En dat hielden we zo, ook
al had Jan Doets gezegd dat we meteen naar Los Angeles moesten rijden. Via de
hoog gelegen Tioga Pas reden we het park binnen, en als snel kwamen we
schitterende bergmeren tegen. Ook maakten we een stop bij een uitkijkpunt
vanwaar je een goed uitzicht had op het bekende rotsblok Half Dome.
Yosemite
is niet vergelijkbaar met de natuurparken die we in Utah en Arizona hadden
gezien. Waren het daar de kale rotsen en onherbergzame gebieden die de boventoon
voerden, hier had je ook veel bomen, en natuurlijk de Merced River en de
watervallen. Eén van de plekken die we zeker wilden gaan bekijken was de
concentratie van Sequoiabomen. Er zijn drie van die plekken in het park, wij
kwamen het dichtst bij de Tuolumne Grove, dus besloten we daar heen te
gaan.
Het
begin van de wandelroute was al snel gevonden, alleen jammer dat er geen
duidelijke beschrijving op het bord stond. Was het een 'loop', of moesten we via
dezelfde weg heen en terug. Hoe ver was het? Ach, we zouden het vanzelf wel
merken.
Het
pad liep behoorlijk steil naar beneden. We kwamen groepjes mensen tegen die in
tegengestelde richting liepen, omhoog dus. Echt makkelijk hadden ze het niet, we
zagen ze echt zwoegen en steunen. Dat beloofde wat, voor als wij straks terug
moesten.
Na
een tijdje begonnen we te begrijpen waarom onze 'tegenliggers' zo'n rooie
koppies hadden. Er kwam maar geen einde aan de pad, en nog steeds waren de
eerste sequoia's niet in zicht. Maar uiteindelijk werden we dan toch beloond....
Eén imposante grote boom stond te midden van de andere - ook niet echt
kleine - bomen. Echt gigantisch! En dan te bedenken dat deze boom alweer aan het
kleiner worden is, na een bepaalde leeftijd neemt de lengte van de bomen weer
af. Natuurlijk hebben we met ons drieën een 'ketting' aan de stam van de boom
gevormd, zodat pa ons kon fotograferen en filmen. Dat is nu eenmaal de beste
manier om aan het thuisfront te kunnen laten zien hoe groot zo'n boom wel niet
is.
Een
stukje verder stond een sequoia waar een tunnel doorheen was gehakt. De boom
heeft dit geweld niet overleefd, alleen het onderste deel van de stam stond er
nog. Deze boom moet nog veel groter zijn geweest dan de eerste!
Nog
wat verder stonden meerdere sequoia's tussen de andere bomen. Omdat ze veel te
lijden hebben van het toerisme, worden deze bomen beschermd.. Je kon er niet zo
dicht bij komen als bij die eerste boom. Helemaal mee eens, natuurlijk, dat de
bomen worden beschermd. Al moet ik toegeven dat het toch mooier is als je echt
bij de boom kan gaan staan, 'm aan kan raken.
Gelukkig
stonden er wat bankjes, even uitpuffen, de weg naar beneden was al behoorlijk
vermoeiend. Maar nu nog omhoog... Een
beetje een stevig tempo erin houden bleek het beste te werken, al moesten we wel
twee keer een korte stop houden, onderweg. Rob en Melanie liepen ondertussen
gewoon door, die vonden het maar zwak dat wij even moesten stoppen.
Toen we Yosemite Valley
inreden, begon het behoorlijk druk te worden. We hadden even geen zin om in de
drukte om een parkeerplaats te vechten, en wel zin om even lekker te niksen, en
zijn daarom gestopt in de bossen langs de Merced River, waar een klein strandje
is. Onze badhanddoeken uit de auto gehaald, op het zand uitgespreid, en even
lekker lui liggen wezen. En pootje baaien, natuurlijk, het water was heerlijk!
Ondanks dat we in een druk bezocht park zaten, was het daar een oase van rust.
We
zijn veel langer blijven zitten dan de bedoeling was. Daarna zijn we nog wel
even verder Yosemite Valley ingereden, maar op een of andere manier was de
stemming om het park nog te gaan bekijken er niet. Volgens mij een reactie op
ons toch wel erg drukke programma van de laatste week, gecombineerd met de
problemen rondom de gestolen papieren. We besloten dan ook om rechtsomkeer te
maken, het park uit te rijden, en vroeger dan normaal ons hotel op te gaan
zoeken. We sliepen die nacht in El Portal.
Dag 11: donderdag
2 augustus - Los Angeles
Eigenlijk zouden we vandaag
naar Carmel rijden (onder San Francisco), waar we de 17 miles Drive wilden gaan
rijden. Maar dan zouden we nooit op tijd bij het Nederlandse consulaat in Los
Angeles kunnen zijn, waar we uiterlijk op vrijdagochtend werden verwacht. Helaas
moesten we onze plannen dus wijzigen, we reden vanuit El Portal rechtstreeks
naar Los Angeles!
De
lange rit naar LA verliep voorspoedig, en nog voor drie uur 's middags reden we
de stad binnen. En terwijl we in Nederland nog niet naar onze eigen familie
kunnen gaan zonder een keer verkeerd te rijden, hier in deze drukke wereldstad
reden we in één keer naar het goede adres, aan de Wilshire Boulevard. Daar, in
één van de flatgebouwen, is het Nederlandse consulaat gevestigd. En vlak erbij
een fotograaf. Slim, volgens mij krijgt hij wel vaker van die toeristen op
bezoek die zo stom zijn hun paspoorten te verliezen. Wij met z'n allen netjes op
de foto (we schrokken ons helemaal wild van de prijs!), en toen naar het
consulaat. En dat was dus gesloten!! Dat hadden ze dus wel even mogen vertellen,
toen we ze twee dagen eerder aan de lijn hadden.
We
hebben toch maar aangebeld, je kan nooit weten of er misschien niet toch iemand
is. Gelukkig was dat inderdaad het geval, we mochten toch naar binnen. Terwijl
onze Koningin vanaf een foto aan de muur op ons neerkeek, vulden we de benodigde
papieren in. De volgende ochtend konden we terugkomen, om onze tijdelijke
paspoorten in ontvangst te nemen.
Wat
een geluk dat ons hotel, dat we voor de laatste drie nachten hadden
gereserveerd, zo dichtbij was. Echt ongelooflijk, als je bedenkt hoe groot Los
Angeles is. Nog geen half uurtje later meldden we ons bij de balie van het hotel
Marina del Rey Hotel en Suites. Of ze ons al een dagje eerder konden gebruiken.
Dat was geen probleem, we konden zelfs dezelfde kamer krijgen die we ook voor de
laatste drie nachten hadden geboekt.
We
aten bij McDonalds, en gingen vervolgens naar het vlakbij Marina del Rey gelegen
Santa Monica. Een beroemd strand, met een beroemde pier, dus we hadden daar best
wel hoge verwachtingen van. Maar, om eerlijk te zijn, het viel tegen. Ach, het
was wel leuk om even langs alle winkeltjes te wandelen die langs het strand zijn
gevestigd. Maar het was allemaal niets bijzonders, in Frankrijk hebben we wel
mooiere boulevards gezien. En wat ook opviel, het was daar zo koud...
Na al die hitte van de afgelopen week was dit wel een groot verschil,
voor het eerst liepen we met lange broeken en zelfs met een jas aan.
Al
snel nadat het donker werd, sloten de winkeltjes. En zagen we steeds meer ongure
types rondlopen, die rechtstreeks uit de 'gangs' leken te komen zoals ons die
door Hollywood worden voorgespiegeld. We zijn daarom maar naar het hotel
teruggegaan, even wat tv kijken en een kaartje leggen.
Dag 12: vrijdag
3 augustus -
Los Angeles
Terwijl de kids nog lagen
te slapen zijn Hans en ik teruggereden naar het consulaat. Binnen een paar
minuten was daar alles geregeld, en halverwege de ochtend waren we alweer terug
in het hotel.
Eigenlijk
zouden we hier pas op deze avond laat zijn aangekomen. We hadden nu plotseling
een hele dag extra. Even familie-overleg: wat gaan we doen met deze dag. We
besloten er een dagje strand en 'mall' van te maken.
Net
als de dag ervoor was het niet al te warm, niet echt geschikt strandweer, dus.
Het winkelcentrum in Santa Monica was minder indrukwekkend dan de winkelcentra
die we eerder in de Verenigde Staten hadden gezien. We zijn nog een stukje langs
de kust gaan rijden, maar verder hebben we deze dag niet veel gedaan.
Dag 13: zaterdag
4 augustus - Six Flags Magic Mountain
Zo,
we zaten weer terug op schema. Vandaag was het de grote dag voor Rob: het was al
lang een grote wens van hem om het pretpark Six Flags Magic Mountain te
bezoeken, onder andere voor de spectaculaire ride "Superman the
Escape".
Op
het Internet hadden we alle rides die het park biedt al uitvoerig bekeken, en we
waren vooral benieuwd naar "X", de achtbaan die in het voorjaar
geopend zou zijn. Maar al tijdens onze voorbereiding viel het op dat op de site
van Six Flags maar steeds geen exacte openingsdatum verscheen. Inderdaad bleek
deze nieuwe attractie nog niet geopend te zijn. Volgens Rob zullen we daarvoor
dus nog eens terug moeten.
Voor
wie het graag weten wil: "X"
is een achtbaan waarbij de karretjes naast de rails hangen. De karretjes zitten
maar op één punt vast, en kunnen tijdens de rit zelfstandig over de kop gaan!
Dat is dus dubbelop, de baan maakt een looping, en behalve dat kan je karretje
dan ook nog eens 360 graden ronddraaien. 't Is maar voor wie er zin in heeft....
"X"
was dus niet open, maar er bleven nog genoeg andere achtbanen over. Het was wel
gigantisch druk in het park, en dat betekende lange, lange wachtrijen voor de
attracties. Twee uur wachten, soms in de brandende zon, was geen uitzondering.
Uiteindelijk hebben we dus maar een beperkt aantal achtbanen kunnen uitproberen.

Six
Flags “X”
"Superman
the Escape" was overigens zeker de moeite van het lange wachten waard. Je
wordt met een spectaculaire snelheid van 160 km per uur gekatapulteerd over een
baan die steil naar boven gaat. Op het hoogste punt blijf je even hangen, je
ervaart daar zelfs enkele seconden gewichtloosheid. Daarna ga je met een flinke
snelheid - achteruit - weer terug. 25 seconden duurt de hele ride, en daar sta
je dan wel twee uur voor in de rij!
Van
de andere achtbanen die we hebben uitgeprobeerd vond ik Goliath de leukste. Een
snelle achtbaan met een hele steile drop van 61º.
Dag 14: zondag
5 augustus -
Universal Studio's
Ons
laatste reisdoel tijdens deze vakantie was Universal Studio's. Het was opnieuw
erg warm, achteraf gezien hadden we het dagje strand van afgelopen vrijdag en
deze dag beter om kunnen ruilen.
Maar
gelukkig hebben ze in Universal Studio's de attractie Jurassic Park. Terwijl je
in een bootje wordt rondgevaren tussen de mooi gemaakte dinosaurussen, word je
hier en daar al een beetje natgespetterd. Maar dat is alleen nog maar een
voorproefje voor de laatste enorme 'splash'.....
We waren helemaal doorweekt toen we uit het bootje stapten, niet echt erg
met deze temperaturen, overigens! Zoals
je al begrijpt is deze attractie niet echt geschikt om foto- of filmapparatuur
mee te nemen, laat dus wel minstens één vrijwilliger aan de kant staan. Kan
die ook mooi nog even vastleggen hoe nat iedereen uit het bootje stapt.
Ook
leuk was de attractie Backdraft. In de wachtruimte krijg je op een beeldscherm
alvast wat scenes uit de film te zien, en ook wat gesprekken met regisseur Ron
Howard en enkele van de hoofdrolspelers. Daarna is het tijd voor het echte werk,
je komt als bezoeker bijna letterlijk midden tussen een aantal spectaculaire
branden terecht. Alleen jammer dat ze zoveel bezoekers tegelijk binnenlaten, we
stonden nogal achteraan en konden niet veel zien. Probeer dus wel een beetje
vooraan te gaan staan, als dat mogelijk is.
Er zijn twee stuntshows. De
eerste die we bezochten, een western stuntshow, is vreselijk oubollig. Kleine
kinderen vinden ’t misschien nog wel grappig, maar aan ons was dit toch echt
niet besteed. De stuntshow Waterworld mikte op een heel ander publiek. Veel
ontploffingen, snelle waterscooters, een rondborstige dame.... en als klap op de
vuurpijl een verrassend moment met een vliegtuig. Als je een plaatsje op de
tribune zoekt, zie je dat vooraan de zogenaamde splash-zone is. En dat staat
daar niet voor niets!
Na
afloop kan je foto’s laten nemen met de leden van het stuntteam. Waarbij
overigens wel opviel dat de jongedame plotseling heel wat minder rondborstig was
geworden!
Als
je van films houdt, is de Studiotour een van de leukste dingen die het park te
bieden heeft. In een treintje wordt je rondgereden op de ‘back lots’, de
plaatsen waar heel wat scenes van bekende films zijn opgenomen. Zoals Psycho, Jaws of the Truman Show. Tussendoor krijg je nog de
nodige gevaren te trotseren, zoals een aardbeving en een overstroming. Soms
leuk, soms wat minder. Al met al vond ik dit toch een hele leuke ervaring.
Moe
van het rondslenteren in het drukke, warme park, besloten we tegen het eind van
de middag terug te gaan naar Marina del Rey. Nog even bij McDonalds langs, voor
de laatste keer, en terug naar het
hotel.
Dag
15: maandag 6 augustus - Los Angeles
- Londen
Vroeg
uit bed, koffers inpakken, nog één keer heel goed controleren of we de
tijdelijke paspoorten wel bij ons hebben. En dan, op weg naar het vliegveld LAX,
op zo’n 10 minuten rijden van het hotel.
Het
inleveren van de auto geeft geen problemen, het huurcontract (ook dat zijn we
kwijt) wordt niet gemist. Met de bus van Hertz gaan we naar de vertrekhallen.
Het is maar goed dat we vroeg vertrokken zijn, want het is vreselijk druk op de
weg bij het vliegveld.
Ruim
op tijd melden we ons bij een van de dames van United Airlines. We leggen uit
wat er gebeurd is: tickets kwijt –
gebeld – we kunnen nieuwe tickets krijgen als we een boete betalen van US$
50,- per persoon. “Nee”, zegt de dame in kwestie, “zo gaat dat niet”.
Haar verhaal komt er op neer dat we nieuwe tickets moeten kopen. En of dat voor
deze vlucht nog kan, dat is niet zeker. Misschien kunnen we pas over enkele
dagen vertrekken!!
We
hebben flink aan moeten dringen. Flink de nadruk gelegd op het feit dat we
enkele dagen eerder andere informatie hebben gekregen. En de stoelen zijn er
toch, ze staan op onze naam gereserveerd én we hebben kopieën
van de tickets als bewijs.
Het
grootste struikelblok blijkt de betaling te zijn. De dame wil weten hoe en
wanneer wij onze tickets hebben betaald. Maar onze uitleg dat we aan “the
Dutch Travel Agency” hebben betaald, lijkt ze niet te snappen. Er wordt iemand
bijgehaald. Er wordt gebeld. En we moeten wachten, en wachten...
En dan, ineens, zonder verdere uitleg, heeft ze opeens toch tickets voor
ons geprint. De boete bedraagt niet US$ 50,- per persoon, maar het dubbele! Maar
daar zijn we verder maar niet over in discussie gegaan.
Met
nieuwe tickets en opstapkaarten konden we uiteindelijk de balie verlaten. Even
zitten (we hadden nog tijd genoeg), en even rustig de papieren doornemen om
alles te controleren.
De
tickets klopten. De opstapkaarten ook. Tenminste, de drie opstapkaarten
die we hadden gekregen. Rob vond het overigens helemaal niet erg dat er voor hem
geen opstapkaart bij zat. “Dan blijf ik toch hier!” was zijn commentaar.
Ach, we zijn toch maar even naar de balie gegaan en hebben voor hem ook nog een
opstapkaart geregeld.
Onze
vlucht vertrok mooi op tijd. We hadden raamplaatsen, en zo konden we nog een
laatste blik werpen op het schitterende gebied waar we de eerste week hadden
rondgereden. Las Vegas, de Grand Canyon, Canyonlands.... alles kwam –
letterlijk in vogelvlucht – nog even voorbij. Daarna vlogen we het donker in,
om het de volgende ochtend tegen 7 uur ’s morgens in Engeland weer licht te
zien worden.
Dag 16: dinsdag
7 augustus -
Londen - Amsterdam - Gerwen
Na
een haastige overstap op London Heathrow, en een korte vlucht, zetten we weer
voet op Nederlandse bodem. Het regende, net als toen we vertrokken..
De
allerlaatste “attractie” was de vlucht van Amsterdam naar Eindhoven. De
turbulentie was zo hevig dat de sinaasappelsap die de stewardess had rondgedeeld
letterlijk vanuit ons glas tot tegen het plafond van het vliegtuig omhoogvloog.
Met
de taxi terug naar huis. Waar de familie en de katten op ons zaten te wachten.
©
USA4ALL & Henriëtte Meulenbroeks