Voorwoord
Dit verhaal is geschreven door mensen, die de VS al
een paar maal "gedaan" hebben, en voor mensen die dit ook eens
willen proberen. Verwacht van dit verhaal geen literair hoogstandje, wèl een verhaal
zoals wij het hebben meegemaakt, het is daarom ook heel persoonlijk. Ook is
het een verslag, "hoe je de VS kunt doen", niet hoe het moet. Om een
voorbeeld te geven, Las Vegas en Reno, wij hebben er niet gegokt, maar er
daarom niet minder plezier gehad. Wij zijn geen uitgaanstypes, wij voelen ons
veel meer thuis in een klein kneuterig motelletje in een klein plaatsje, als
in een hotel als het Bellagio in Las Vegas. Uitgebreid dineren is aan ons ook
niet besteed
, een snelle, smakelijke, hap bij Denny's is ons genoeg. Wij willen veel
zien, dat kan, daar is Amerika ahw voor gemaakt, maar je moet er wèl iets
voor doen! Reizen! En je moet het allemaal nemen zoals het komt. Daarom hebben
wij deze reis ook gemaakt, zoals wij hem gemaakt hebben. Veel cliënten van
ons reizen zo, wij wilden eens zien, tegen welke problemen en/of moeilijkheden zij oplopen. Wel
hebben wij een "ongeveer" route gemaakt, de vluchten besproken, en
een auto gereserveerd, alsmede een hotel voor de eerste nacht, verder niets. Maar
we hebben ons wel goed
voorbereid, boeken gelezen, kaarten geraadpleegd, en
een lijstje gemaakt, wat we allemaal wilden zien. Weet, wat je áánkunt,
Amerika is véél groter als je denkt, afstanden zijn enorm, heb je in Nederland al de zenuwen,
omdat je straks in de VS elke dag een hotel moet zoeken, begin dan niet aan
zo'n reis, maar boek het allemaal compleet. Makkelijk, geen gezoek, lekker van
hotel naar motel rijden, onderweg bezienswaardigheden bekijken, alles is
geregeld. Het enige wat je hoeft te doen, is genieten! Wil je het echter
avontuurlijker, dan is een reis als deze ideaal, en dit verhaal de moeite
waard om door te lezen. Uiteraard speelt ook het kostenplaatje een belangrijke
rol, zou je de kosten van beide soort reizen na afloop naast elkaar leggen,
dan zul je merken, dat er niet eens zo heel veel verschil inzit. Met een
georganiseerde reis, heb je in het hoogseizoen in het Yosemite National Park wèl
die Lodge die je graag wilt hebben, als je ongeorganiseerd gaat, moet je dit
gewoon vergeten! Als je niets tevoren reserveert, kan het voorkomen, dat
accommodatie veel duurder is, of gewoon niet te krijgen. Maar dat is juist het
avontuur! Wat je ten alle tijden wèl goed
moet regelen, vervoer! Als je, zoals wij, lange
ritten gaat maken, huur een auto met voldoende ruimte en vermogen. Met een
klein autootje de bergen in, is niet echt plezierig, ook kofferbakken van
"Amerikanen" zijn vaak kleiner als ze lijken, en om nu met bagage op
de achterbank rond te rijden is ook niet prettig. Je kunt beter 1 nacht in een
slecht hotel slapen, als 22 dagen rondrijden in een te kleine auto. Regel ook
een paar goede wegenkaarten, koop deze al in Nederland, en beleef
vast veel voorpret, of koop bij de eerste de beste Wal*Mart die je tegenkomt,
een recente Rand McNally Road Atlas voor 4.57$. In dit verhaal staan nog veel
meer tips en wetenswaardigheden. Heeft Amerika je hart gestolen, of ben je van plan
er (nog) eens naar toe te gaan? Haal artikelen die jouw interesse hebben uit
kranten, tijdschriften en reisfolders, en kijk, hoe je die in een volgende
reis kunt inplannen. Wat je beslist wèl moet doen, het bijhouden van een
dagboek of reisjournaal, schrif op wat je gedaan hebt, wat je
meemaakt, zaken die je opvallen, maar ook dingen die verkeerd gaan, zodat je
bij een volgende reis nog beter voorbereid bent. Hou ook een lijstje bij, van
de kosten die je maakt, en koop bijvoorbeeld je lunch 's-morgens in een lokale
super. Er is altijd wel een mooi plekje waar je die op kunt eten. Amerika is
groot, heel groot, overal is het anders, en alles is verschillend. Amerikanen
zijn soms net Europeanen, maar je mag en kunt een Noor ook niet vergelijken
met een Italiaan! Wat ik ermee wil zeggen is; iemand uit New York is heel
anders als iemand uit Los Angeles, om maar eens iets te noemen. Amerika is een
prachtig continent, het is handig, als je de gebruiksaanwijzing (een beetje)
kent!
Marja & Frits Klinkhamer
december 1999 & januari 2000
dag 1, 7
oktober 1999
Lekker vroeg op Schiphol, en daardoor geen lange rij
voor de uitgebreide, verplichte, controle bij Continental Airlines. Alles is
in orde, we kunnen gelijk boarding-passes krijgen voor EWR, da’s makkelijk,
en voor we het weten, zitten we aan de koffie. Na nog een bakkie lopen we even
door de taxfree, daar halen we nog even een flesje huppelwater, je weet
tenslotte maar nooit wat je tegenkomt, dan kunnen we boarden. Je zit nooit
ruim in het vliegtuig in de economy-class, maar als je goed
koop wilt, dan moet
je niet zeuren. Dat doen we ook niet, we vertrekken vanaf de pier op tijd,
maar we hebben een aantal wachtende vliegtuigen voor ons, en dat betekent, dat
we pas een half uur later weggaan. De vliegangst is weer als vanouds, de film
houdt niet over, het eten ook niet, de vlucht duurt gewoon lang, we lijden aan
het zgn. Economy Class Syndrome, en na 7½ uur staan we op EWR. Het uitzicht
tijdens de landing is schitterend, we zien het Vrijheidsbeeld, de Twintowers
van het WTC van New York, en het is een merkwaardig gezicht, dat de luchthaven
pal naast de haven van Newark ligt, je ziet de schepen geladen worden. Je komt
op EWR binnen op International, we vliegen verder van Domestic, dat betekent
dat we eerst door de douane moeten, normaal duurt dat heel lang, maar nu zijn
we er binnen een paar minuten doorheen! Nog nooit meegemaakt, maar wel
prettig. We gaan met een zgn. people mover naar de andere kant van de airport,
en na een paar minuten kunnen we al boarden voor de CO157 naar SFO. Eenmaal
aan boord moeten we weer wachten, ook hier hebben we weer een fiks aantal
vliegtuigen voor ons, geeft niks, maar het kost ons wèl drie kwartier!
Tijdens de vlucht gebeurt er niets noemenswaardigs, behalve dan, dat we
ontzettend veel turbulentie hebben, CO heeft kennelijk maar één tv
programma, want we zien een exacte kopie van wat we al aan boord van de CO 71
gezien hebben, Jerry Seinfeld is leuk, maar om het nu twee keer achter elkaar
te zien? Een landing als een eitje, de bagage is ook vlot, en daar we al op
EWR door de douane zijn geweest kunnen we hier zó doorlopen. De bewijzering
naar de carrentals is goed
, de meeste grote
jongens op het gebied
van autoverhuur zitten bij-elkaar op een 10 minuten van de airport. Men
heeft een gemeenschappelijk shuttle-systeem, je stapt op de shuttlebus, en die
stopt vervolgens bij de diverse carrentals, wij moeten bij HERTZ zijn, dus
stappen wij daaruit. Alles gaat daar bij HERTZ ook lekker vlot, maar toen ging
het een klein beetje fout. SFO is ook driftig aan het verbouwen, welke airport
niet, en de wegbewijzering is heel matig. Het is pikdonker, dat werkt ook niet
mee, het moge duidelijk zijn, we kunnen ons hotel niet vinden. Maar we zijn
best wel slim, Marja zéker, die ziet bij een ander hotel een paar taxi’s
staan, gooit een paar van haar charmes in de strijd, en zie, de taxi rijdt
keurig voor ons uit naar het Ramada Airport Inn. Daar hebben we een vlotte
incheck, we drinken nog een klein welkomstdrankje, dan gaan we slapen, het is
Nederlandse tijd 07.30
uur!
dag 2, 8 oktober 1999
Als we wakker worden, zien we door de kieren van det gordijn, dat het heel
mooi weer is, da's mooi. We staan lekker rustig op, een ontbijtje, de tank van
de auto is nog bijna vol, en nu het licht is, ziet alles er gelijk veel
vriendelijker uit. Dan gaan we weg. Het is altijd weer een beetje wennen, dat
Amerikaanse verkeer, maar al heel snel rijden we of we nooit anders gedaan hebben. Santa Cruz hebben we binnen no-time gedaan, dan volgt Montery, hier moeten we beslist de 17-miles drive gaan
rijden, dat doen we ook, het kost wel geld, maar je krijgt er een prachtige
weg voor terug, we komen langs Bird Rock en Seal Rock, alwaar we prachtige
foto's maken, de hier aanwezige vogels, eekhoorns etc. zijn bijzonder tam,
toch wordt er middels bordjes voor gewaarschuwd deze beestjes niet aan te
halen, ze kunnen hondsdolheid veroorzaken, ook mag je ze niet voeren, maar als
we zien hoeveel chips, pinda's, brood en groente hier achtergelaten wordt,
verschrikkelijk. Cypress Point en Sunset Point passeren we ook, hier wonen
mensen in huizen die voor normale aardse stervelingen niet te betalen zijn.
Dan komen we langs Pebble Beach, een super golfbaan, hier schieten
superlatieven te kort. In 1947 organiseerde good old Bing Crosby op de banen
van Pebble Beach een zgn. ProAm, en daarmee was de populariteit van deze baan
geboren. Verschillende grote jongens, Jack Nicklaus o.a. hebben hier grote
triomfen gevierd, het is nu een daily fee openbare baan, maar je moet hier
toch, afhankelijk van seizoen en tijd van de dag, een 100-250 $ aan greenfees
neertellen, en vergeet gerust dat je hier in de morgen aan kunt komen, en op
je gemak een tijd uit kunt zoeken voor dezelfde dag. Als je nu die 17-mile
drive rijdt, dan kom je langs een aantal van deze holes, waarvan de 9e,
met het fraaie uitzicht, en de 18e, met de beruchte draai misschien
wel het bekendst zijn. Ga je daarna verder, dan kom je in Carmel, en dat is
beslist een plaatsje voor een bezoek, het zit er vol met niet-te-betalen
boetieks, galerieën en kleine winkeltjes met spullen-voor-de-heb. Er is
slechts een klein probleempje, je auto raak je er niet kwijt!
Maar dat is slechts een detail. Verder naar het zuiden, nog steeds de 1 volgend, kom je door het machtige landschap van Big Sur, hier moet je
gewoon eens af en toe je stuk blik uit, en gaan genieten van de natuur, die
zichzelf hier weer eens overtroffen heeft. We lunchen op een prachtplek, een
fantastisch uitzicht over een imponerend heuvellandschap, wat wil een mens nog
meer? We komen langs Hearst
Castle, de steengeworden droom van de puissant rijke krantenmagnaat William
Randolph Hearst met zijn "beroemde" dochter. Hij heeft hier een
enorme collectie kunst bijeengebracht, die dus werkelijk totaal niet bijelkaar
past, in een enorm gebouw, dat in allerlei stijlen opgetokken is. Op de foto's
zie je meestal het enorme Romeinse zwembad, de beroemde Neptune-pool, maar het
is in veel meer stijlen gebouwd. Het is gewoon mooi door al zijn lelijkheid,
de ligging is fantastisch, tegen een grote heuvel op, machtig. Dat veel mensen
het mooi vinden, bewijzen de miljoenen bezoekers per jaar, en zonder
reservering, ruim vooraf gemaakt, kom je er bijna niet in. Wij laten dit
"kasteel" voor wat het is, we gaan op weg naar San Louis Obispo, om
een slaapplaats te regelen. Die vinden we in The Vagabond Inn, we hebben bedacht, dat het wel goed
is, om eens een aantal verschillende
soorten Inns en Roofs etc te bezoeken, dan weet je waar je over praat. Deze
Vagabond Inn is goed
, geen overdreven luxe, maar value for money. In Amerika is het zo, dat er
vaak meerdere motels en hotels op een kluitje liggen, da's handig. Want daar
vlakbij liggen meestal meerdere eetketen. Daar maken wij nu ook gebruik van.
We eten heerlijk, gaan terug naar onze Inn, daar lezen we nog wat, kijken een
beetje tv, een drankje, en dan heerlijk slapen, we hebben tenslotte 9 uur
tijdverschil.
dag 3, 9 oktober 1999
Wederom is het heel mooi weer, de kranten en
het weatherchannel beloven temperaturen tussen 25-30°. En weer een goed
ontbijt, Marja aan d'r pancakes, bij mij doen de hash browns het ook weer
prima. Dan gaan we weg en hebben we een probleem, we komen San Louis Obispo niet uit,
de bewijzering is ronduit beroerd. Maar "op gevoel" lukt het
uiteindelijk toch. Vandaag is de gehele weg volgens de kaart een scenic drive.
Dat klopt ook wel, Santa Maria is een leuk plaatsje, en bij Buelton is het
helemaal mooi. Dan komen we in Santa Barbara, daar bezoeken we natuurlijk de
Mission Santa Barbara, volgens de boeken, een van de meest mooie missieposten
van dit deel van Californië. Onlosmakelijk verbonden met de naam van pater
Juniperro Serra. Spanje had zo rond 1770 zwaar de pest in, men had grote
stukken van het huidige Mexico gewoon in bezit genomen, en de lokale bevolking
het christendom opgedrongen. De Russen deden in feite hetzelfde, maar dan vanuit het noorden, Alaska, en grote stukken
van wat nu British Columbia is, was gewoon door de Russen geannexeerd! Spanje
had dus de pest in, want zij zagen met rasse schreden de Russen vanuit het noorden naderbij komen. Dat vroeg om maatregelen, en
dat werd de beroemde El Camino Réal. Vanuit Mexico werd er telkens, op één
dag reizen uit elkaar, een kleine presidio en een missiepost opgezet, een paar
soldaten, wat paters en wat materiaal, en de opdracht dat men binnen een paar
jaar geheel zelfstandig moest bestaan. Vanuit Spanje werd er gedicteerd hoe de missiepost eruit moest zien, vandaar dat ze allemaal wel een
beetje op elkaar lijken, en ze werden gebouwd met de lokale middelen.
Adobe-stenen, gewoon gedroogde modder met stro, natuurlijk niet
sterk, vandaar de laagbouw en de dikke muren. Een aantal van deze missieposten
is nog authentiek en/of zorgvuldig gerestaureerd. Wij hebben de missiepost van
Santa Barbara bekeken, mooi, dat wel, maar heel druk. Dan gaan we verder,
gewoon de 101 langs, via Ventura en Oxnard, we komen langs stranden, plaatjes
zijn het, overal zie je mensen surfen. Malibu is natuurlijk bekend doordat
hier veel bekende Amerikanen, film- en popsterren, hier hun 3e, 4e
of 5e huis hebben, je weet wel van die beroemde grote strandhuizen,
pàl op het strand. Wat wel opvalt, is, dat er tussen de huizen eigenlijk maar
2 of 3 meter zit. Maar je kunt vaak letterlijk vanaf je eigen veranda zo de
Grote Oceaan in duiken. In Santa Monica eten we wat, en dan komen we in
Venice. Dat moet een maffe stad zijn. Nou, dat klopt! Het kost enige moeite en
een fiks aantal $$$ om de auto kwijt te raken, maar dan lopen we ook in een
heel maf stukje Amerika. We treffen het weer met het weer, we kunnen alles
lekker bekijken onder een strakblauwe lucht, en er valt heel wat te zien. Dit
is nu ècht een plaats om te zien en gezien te worden. Op de Ocean Front Walk
gebeurt zo ongeveer alles wat je je aan allerlei mafs maar b
ed
enken kunt. Jongleurs, handlezeressen, goochelaars, menselijke lampen, je
kunt je naam op een rijstkorrel laten zetten, piercings laten aanbrengen, een
tatoeage is ook mogelijk, je haar laten vlechten in allerlei ingewikkelds,
voor ons beweegt een menselijke worst, een zéér dik meisje van zeker 200
kilo in een zéér strakke zwarte legging, heel spannend, want, wannéér en wààr
knapt het. Er komen allerlei we
ed
-luchten uit duistere hokjes, meisjes en
jongens met Rasta-kapsels die een dikke joint roken, en ons met nietsziende
glazige ogen aanstaren. Er loopt wel politie, maar die doen niets. Er zit een
vrouwtje Tarotkaarten te "lezen", dat ze die kaarten zelf kan
schudden, vinden wij onbegrijpelijk, ze heeft nagels van zeker 15 cm! Ook
staat er gewoon een meisje, op enorme hakken met als hoofddeksel een kleine
parapluutje, ze draagt een héél klein broekje, en een enorme bh, dat moet
ook wel, want ze heeft een loeigrote boezem, dat ze niet voorover valt, druist
tegen alle wetten van de zwaartekracht in. Ze staat daar gewoon te staan,
verder niets. Merkwaardig is hier het grote aantal kinderen, normaal heb je
een mannetje en een vrouwtje nodig, want: man+vrouw=kind, maar hier lopen
zoveel mensen rond, die alleen maar van hun eigen soort houden, ik wil niet
zeggen dat wij opvallen, maar de hetero-stellen kun je makkelijk tellen.
Overal wordt muziek gemaakt, er zit een meisje op een enorm drumstel te
rammen, een oud baasje, alleen een stukje van een klein zwembroekje bij wijze
van kleding, komt onder een enorme buikkwab uit, staat op een aftanse gitaar te
tokkelen, dat hij niet verder komt als drie accoorden, zal iedereen een zorg zijn. Pal daarnaast staat een figuur, doodstil, op een klein
groentekistje, hij moet het bloed
heet hebben, hij staat vol in de zon, en is
van top tot teen met zilververf beschilderd, wij hebben dat een aantal minuten
staan te bekijken, maar gedurende die tijd heeft hij niet bewogen! Wie denkt dat Amerika nog steeds preuts is, komt hier in Venice tot een héél andere conclusie! Er zijn
grote badlakens te koop met daarop afbeeldingen van mensen, die dingen aan het
doen zijn, waarvan je niet eens wist dat dat mogelijk is. En dan denk je, dat
in Bangkok al wat gezien hebt! We komen langs een groot bord met daarop foto's
van allerlei soorten vee, varkens, koeien, paarden en kippen, niets mis mee,
natuurlijk, maar alle foto's laten deze dieren zien in alle staten van
slachting! Gewoon lekkere bloederige close-ups van darmen, botten en
ingewanden. Het bord is van een McDonalds-hater, en hij is heel best bereid om
jou duidelijk te maken, hoe deze firma de dieren slacht om daar hun hamburgers
van te maken. Wat ook niet ontbreekt, zijn allerlei vormen van bedelarij, Vietnam-veteranen, die doelloos op de grond zitten met een bakje met
wat muntjes en een beduimeld bordje; hungry, staat erop. Venice
is ook bekend door Muscle Beach! Hier liggen, hangen, staan en zitten veel
mensen zich in het zweet te werken, om maar een zo mooi mogelijk lichaam te
krijgen. Ze heffen gewichten, drukken of trekken zich op, en werken zich in
het zweet. En dit alles onder het geweld van enorme radio's en versterkers,
die van alles door elkaar heen blèren. Sommigen krijgen, of hebben inderdaad
een mooi lijf, maar het kan ook misgaan. Ik sta naar een meisje te kijken,
waarvan ik op het eerste gezicht zou zweren dat ze vier borsten heeft, de
binnenste normaal, en de buitenste enorm. Maar als je heel goed
kijkt, zie je, dat ze een paar enorme
spierballen heeft, ze was er nog duidelijk trots op ook! Twee van die enorme
kleerkasten, mannelijk, lopen, slechts gekle
ed
in een veter en legerkistjes, hand in hand
aan ons voorbij, aan een enorme riem heeft een van de vrienden een piepklein
hondje. Er staat een meisje met gewichten te stoeien, ze is bijna twee meter
lang, een enorme schouderpartij, totaal geen borsten, spieren die over haar
armen en benen lopen als dikke kabels, als ze zich "oppompt" is elke
afzonderlijke spier in haar lichaam te zien, als ze daarna
"leegloopt", zakt alles als een pudding in elkaar. Nog iets, waar
Venice om bekend is, de rolschaatsers, Er loopt een vrij lange boulevard langs
het strand, alwaar men goed
kan fietsen, maar dat doen er niet veel, jezelf voortbewegen op
rollerskates, en dan liefst nog achteruit ook, dat is veel leuker. Ook hier
laat men graag zien wat men allemaal kan, en dat in zo min mogelijk kleding, dat er af en toe eentje op zijn of haar platte bek valt, en helemaal
open ligt, da's jammer! Het moge duidelijk zijn, dit is een plek, die moet je
gewoon zien, dit is allemaal zo verschrikkelijk maf, we noemen het de
volmaakte waanzin. We halen één klein ijsje, Amerikaanse maat, we hebben aan
één ijsje met z'n tweeen genoeg. De auto staat er nog, mag ook wel, want 't
heeft genoeg gekost, die parkeerplek, maar we stonden danook een kleine 50
meter van Venice Beach af, en da's heel bijzonder. We rijden door naar Hermosa
en Redondo, twee plaatsjes die beide mooie stranden hebben, en een dito beachlife.
Wij zoeken er een plekje voor de nacht, en we vinden zowaar weer een Vagabond
Inn voor een zacht prijsje. Wat ons wel opvalt, is, dat veel van dit soort
Inn's gerund worden door Pakistani of Hindustanen. Maar ze zijn allemaal
vriendelijk. De kamer heeft gelukkig een airco, we drinken een drankje, we
kijken uit het raam op zoek naar iets waar we kunnen bikken, meestal staat er
in de buurt van een paar hotels wel iets, maar hier, niets! Maar, men heeft
niet voor niets de Yellow Pages uitgevonden,
er zit zelfs een plattegrond voor in de gids, een adres erbij, klaar! Heerlijk
gegeten voor weinig, nog een klein (?) drankje, en dan slapen, we hadden
een beetje een dip-dag, tijdsverschil, je bent moe, etc. Dat
kwam er vandaag uit.
dag 4, 10 oktober 1999
We kopen elke dag een lokale krant, da's leuk voor het nieuws, zo blijf je
op de hoogte. Los Angeles, waar we nu heel dicht tegenaan zitten, is berucht
om de aardbevingen. Het is bekend, dat er hier een aantal breuklijnen tussen
een paar grote aardschollen zitten. Het gaat mij te ver om in dit verhaal iets
over de Schollen-tectoniek te vertellen, het komt er in het kort op neer, dat,
als er twee van die Schollen erg "botsen", of over elkaar heen
schuiven, je een hoop narigheid hebt in de vorm van een aardbeving. Nu wacht iedereen op "De Grote Klap" in de vorm van een beving met een kracht
van 8 of 9 op de schaal van Richter, dat duurt hopelijk nog wel even, maar als
we in de krant van vanochtend kijken, de LA Times,
dan blijkt dat er elke dag wel een klein bevinkje is. En niet eentje,
maar 10-tallen. Allemaal varierend van 1 tot bijna 3 op de schaal van Richter!
Er staat zelfs een www-adres bij: oregister.com/earthquake. Nu is iedereen vast wel bekend met die
Richter-schaal, daarom nog even een klein lesje natuurkunde. Charles Francis
Richter bedacht in 1935 een magnitude-schaal voor
aardbevingen, hierin wordt verband gelegd tussen de magnitude (= sterkte) en
de vrijgekomen energie. Deze schaal is logaritmisch (10), dat betekent weer
dat er per heel punt met een factor 10 vermenigvuldigd moet worden. Met andere
woorden: een beving 7 is 10 x zo zwaar als een beving 6, een beving 8 is dus
100 x zo zwaar als een beving 6, tot zover deze les en b
ed
ankt voor de aandacht. Tegenover ons hotel zit een leuk uitziend
restaurantje, The Pancake House, en omdat Mar helemaal knallie is op pancakes,
ligt de keus voor de hand. Maar
dit was toch wel een klein beetje erge shit, de bediening was knullig, het was niet lekker, en men bracht slechts de helft van
wat we besteld hadden. We namen "wraak" door gewoon geen fooi te
geven, we hadden best wel een beetje haast, want we wilden naar de Universal
Studios. Die liggen hier een aardig eindje vandaan, daarom hebben we
vanochtend ook al een hotel in de buurt geregeld, zodat we vanavond geen
gezoek hebben. We vinden het makkelijk, maar men is aan 't verbouwen. Dat
betekent, dat we een heel eind moeten lopen van de parkeergarage naar het
eigenlijke park. We beginnen dit park met een hele hete, vieze smerige kop
koffie. Algemeen bekend is, dat Amerikanen geen koffie kunnen maken, al komt
daar nu, door met name Starbuck, wat verandering in, maar meestal smaakt dit
gootwater naar een mislukt scheikundig expiriment. Zo ook nu, na slechts een
paar slokken, dumpen we de rest in een afvalbak, gaan even bellen met Holland,
alles gaat goed
, dan beginnen wij dit park met "The Ride", een attractie die
alles te maken heeft met de film "Back to the Future", de wachttijd
is hier 45 minuten. Schrijver dezes vindt dit een machtige attractie, maar Mar
vondt het allemaal maar niks. Natuurlijk hebben ze hier meer mooie en leuke
dingen. T23D, een 3D film met
Arnold Schwarzenegger is fantastisch, de Wild
Wild West Show het wachten méér dan waard, Waterworld is grappig en soms
spectaculair, en iets nieuws, Jurassic Parc, bijzonder nat. Om bij deze
laatste attractie te komen, moet je een paar enorme roltrappen af, je komt dan
op een soort pleintje, en daar horen we met enige regelmaat een enorme plons,
en even daarna een hoop geschreeuw. Zéér sterk aangeraden wordt, als je deze
attractie gaat doen, om voor 5(!)$ een lapje plastic te kopen, zodat je niet
zo erg nat wordt. We zien een paar mensen lopen, die eruit zien, of ze onder
een douche gestaan hebben, we besluiten om dit niet te doen, maar we gaan wèl
even kijken waar dat geschreeuw en gebrul vandaan komt. Dat blijkt bij het
eindpunt te zijn, je krijgt eerst een rondvaart langs allerlei Dinosauriërs,
en als eindpunt kom je ahw uit de berg, de openlucht weer in. Dat is niet zo
erg, maar dat gat zit een meter of 10 hoog, en je "valt" die laatste
meters in een enorme bak met water, en poncho of niet, je bent gewoon zeiknat.
Wij stonden erbij en keken ernaar. De wachttijd bedroeg ruim een uur! Universal Studios zijn
niet goedkoop! Twee hete honden, een watertje en een klein biertje kostte zomaar
19,85$! De mooiste attracties hier lopen gewoon los, mensen! Dat is tijdens
het nuttigen van de maaltijd natuurlijk heerlijk om naar te kijken, naar goed
Amerikaans gebruik is een fiks deel van de mensen hier structureel véél
te zwaar, en gekleed
in allerlei spannends, is dat machtig om
te zien. Natuurlijk verkoopt men hier ook souvenirs, maar als je dit gaat
vergelijken met Disney, dan is het hier van een inferieure kwaliteit, de
gevraagde prijs staat bij de meeste zaken in geen enkele verhouding met de
geboden kwaliteit. Als je Universal bezoekt, moet je een keus maken, wat je
wilt gaan zien. Op één dag het gehele park lijkt ons een onmogelijkheid. Wij
hebben het meeste niet gezien!
ET
, Backdraft, Animal Actors, om maar eens
wat te noemen, een rondrit met een treintje over het terrein, daar had je een
wachttijd voor van ruim een half uur. Maar we hebben wel een leuke dag gehad,
als begin van een rondreis door een gedeelte van de VS, is dit niet slecht. We kunnen de parkeergarage niet vinden,
het staat niet aangegeven, verbouwing, weet je nog wel, desgevraagd, geven
verschillende mensen van Universal verschillende adviezen! Dat werkt lekker,
maar, weer "op gevoel" vinden we ons rijdend blikje weer terug. Daar
we al vanochtend onze Inn geregeld hadden, kunnen we nu heel vlot inchecken,
de auto voor de deur, en we vinden een restaurantje, Foxy's, méér dan prima.
We kopen nog een echte Amerikaanse zondagskrant, met allerlei bijlagen ruim
600 pagina's, en daar nog bij een fiks pak aan diverse reclame-folders. Het
kost wel iets, 1.50$, maar dan heb je ook een paar, door een touwtje bij
elkaar gehouden, kilo papier!
dag 5, 11 oktober 1999
Columbus Day, 93°, wat wil een mens nog meer? Een goed
ontbijtje, dat hebben we, daarna gaan we weg. Er waren vage plannen, om
naar San Diego te gaan, en dan naar Tuscon, maar we hebben, na ampel beraad,
besloten om van LA, via de 10, naar Phoenix te gaan, gewoon een dag dom
sturen. Maar, zéker in LA, heel spectaculair! We passeren een paar
kruisingen, daar lopen een aantal viaducten 3, en soms 4 hoog over elkaar
heen! De weg is 4, soms 5 baans, en er wordt hard gereden, de tijd dat iedereen zich keurig aan de 55 mile hield, is
beslist voorbij. Toch zien we nog regelmatig een auto van de Highway Patrol
achter een auto staan, die heeft beslist een ticket, steevast zijn de
bekeurden jongelui! Onze auto lust trouwens ook wel een flinke slok, dat komt
ook, omdat het een grote auto is, maar zeker door het gebruik van de airco,
dat scheelt een slok op een tank, maar de benzine is hier, voor ons, goedkoop. In de grote stad moet je rekenen op
een 1.25$ per gallon. Wat opvalt is de enorme hoeveelheid vrachtverkeer, die
richting Los Angeles rijdt. We komen langs het Joshua Tree National Park, Palm
Springs, waar we langs een heleboel resorts rijden. Plaatsen waar bemiddelde
seniors wonen, daar een huis hebben gekocht, en er nu veilig en comfortabel
leven. Alle resorts hebben minimaal 1 18-holes golfbaan. We steken de Colorado
rivier over, tanken onderweg nog een keer bij Buckeye, kijken eens op de
kaart, en zien dat we vlakbij de Gila Bend Indian Reservation zijn. Dit was
een deel van het leefgebied
van Goyahkla, beter bekend als Geronimo,
een legendarisch lid van de Bedonkohe, een subgroep van de Apache. Een
paar beroemde tijdgenoten van deze figuur zijn natuurlijk Cochise, Chokole en
Alope. Wie hierover iets meer wil weten, het boek "Wacht op mij aan de
voet van de berg" van Forrest Carter. Dan beginnen toch eindelijk de
suburbs van Phoenix in zicht te komen. Als je een stad nadert in de VS, dan
kom je bijna altijd eerst door een gedeelte met motels en Inn's. Vaak zie je eerst een Gas-exit, een Food-exit en
een Lodging-exit. Op die borden staat dan ook meestal nog welke Inn of welke
restaurant "erachter" zit, makkelijker kan het niet. Wij rijden
Phoenix helemaal door, dan draaien we, en naderen Phoenix nu vanuit het
zuiden. Ook dan gaat bovenstaande op, we zien een bord van een R
ed
Roof Inn, 49$ per night, staat er ook bij, prima toch. We hebben een kamer
op de second floor, dat heet bij ons de 1e verdieping, maar hier
zeggen ze tegen begane grond first floor. Kamer is prima, maar, natuurlijk,
hebben wij, heel Nederlands, toch een klein probleempje. De altijd aanwezige ijsmachine is
op onze verdieping een klein beetje stuk, en dat betekent, dat we een
verdieping hoger moeten. In het kader "ken de producten van het
land", een door ons ingelast item van elke reis, drinkt Mar een méér
dan voortreffelijk wijntje, van de Meridian Vineyards, een Sauvignon Blanc. Ik
zondig, in een supermarkt in Californië mag sterke drank en bier worden
verkocht, en dat betekent, dat elke supermarkt een afdeling drank heeft, waar
een gemiddelde Gall & Gall niet aan kan tippen, en in zo'n Super stonden
ook een paar flesjes Moosehead
bier, ja, inderdaad, uit Canada. Heerlijk bier, een beetje vergelijkbaar met
Fosters uit Australië, en daar het op dat moment, in de schaduw, in Phoenix
101° (= 39°) is, glijdt deze rakker soepeltjes naar binnen. We willen een
beetje winkelen, daar het gewoon te heet is, om iets anders te doen. Via de
Yellow Pages en een kaart vinden we het adres van een Disney Store, en om die
store zit vast wel een Mall. Dat klopte, ook een Barnes & Noble was
aanwezig, en daar hebben we onze blibliotheek flink uitgebreid. We willen weer
eens eten bij Denny's, makkelijk, goed
en niet duur. Ze schonken nog bier en wijn ook, en dat is niet bij elke
Denny's! Maar er staat een enorme sticker op het menu, als ze het wèl doen.
Daar vonden we ook waar we eigenlijk naar op zoek waren, een couponboekje! Dat
gaat ons een hoop geld schelen! Zo'n boekje is gewoon een verzameling
advertenties van een aantal hotels, Inn's, eetgelegenheden en attracties van een bepaalde streek of stuk van een Interstate oid.
Tegen inlevering van een uitgeknipte coupon krijg je dan een korting. Vooral
motels en Inn's zijn daar goed
in, je moet alleen dat couponnetje
inleveren op het moment van inchecken, je moet er niet naderhand nog eens mee
komen, dan accepteert niemand het meer. I
ed
ere Amerikaan doet het, er wordt totaal niet vreemd van opgekeken, en voor
de mensen die het accepteren is het ook een soort graadmeter, om te zien of
die advertenties wel zin hebben. Ook zit er altijd een kaartje bij, waar de
Inn of motel of eetkeet ongeveer zit, en in de advertentie zelf, staat een
preciese aanrij route. Hadden we dit boekje gehad, toen we bijvoorbeeld naar
Universal gingen, dan had dat ons 3$ per persoon gescheeld! Het is
allemaal maar een paar $$$ per keer, aan het eind van de rit moet je het
eigenlijk eens optellen, je zult zien dat het veel is. We nemen twee dezelfde
boekjes mee, het kan best voorkomen dat we twee couponnetjes nodig hebben die
op gelijke hoogte aan weerszijde van een bladzijde zitten. Ja, ik weet het,
een moeilijke zin, maar iedereen met hogere kleuterschool begrijpt wat er staat. De waitress bij
Denny's hoorde natuurlijk gelijk dat we geen Amerikanen zijn, maar, waar we
dan wèl vandaan kwamen. Nou, uit Nederland natuurlijk. Ze gokte niet eens zo
erg verkeerd, toen wij vroegen of ze wist waar dat lag in Europa, en ze
droomde van een reis er naartoe. Eigenlijk is het volkomen logisch dat
Amerikanen niet veel van Europa weten, vraag de gemiddelde nederlander maar eens naar 10 verschillende
staten in de VS met de daarbij behorende hoofdsteden! Ze was al hard aan het sparen, en wij gaven haar een fooi ter grootte
van 2 liter benzine in ons kikkerlandje, dat vertelden we ook, en ze verschoot
zichtbaar van kleur toen ze zich realiseerde, dat dit spul dus bij ons bijna 4
x zo duur is. I
ed
ere Amerikaan(se) die wij spraken, was gèk
van Europa, en allemaal wilden ze er naartoe. Waarbij Amsterdam, gek genoeg,
hoog op de diverse verlanglijstjes stond. Tja, wij zijn gek van Amerika. Als
we teruggaan naar onze Inn, staat het parkeerterrein al goed
vol, ook van de omliggende hotels en motels trouwens. Amerikanen zijn echte
reizigers, alles en iedereen is ingesteld op reizen, overal vind
je logiesmogelijkh
ed
en en eetketen. Wat ook een prima plaats is voor een stop, een truckstop!
Zeker als het er druk is, hier vind je mogelijkh
ed
en voor een maaltijd, douches, er zit vaak een garage bij, makkelijk als je
p
rob
lemen met je auto hebt, en natuurlijk een
benzinepomp. En meestal zit er ook wel een motelletje naast. Ideaal. We kijken
nog even naar wat Amerikaanse tv, wat altijd leuk is, hier zijn bijvoorbeeld
de vele reclames veel en veel leuker als bij ons, en men doet hier in een
reclame ook aan vergelijkingen. Men zet bijvoorbeeld automerken tegen elkaar
af, en dat gaat niet zachtzinnig! We lezen de krant,
werken de aantekeningen bij, ronken.
dag 6, 12 oktober 1999
Lekker uitgeslapen, we hebben tenslotte vakantie, beetje keutelen, en de
ontbijtkeet zit tegenover onze Inn, we hebben daar een prima ontbijtje, men
heeft daar bedacht, dat mensen vaak een glaasje sap bij
het ontbijt willen, en omdat men hier groot denkt en drinkt, kun je ook een
sapje krijgen in een fles, waar wel vijf glazen uitgaan, en je er in feite
maar drie betaalt, dat doen wij dus ook. De fles kwam me heel bekend voor, ik
had zoiets al wel eens gezien in een ziekenhuis, ik moest er toen alleen in
plassen… De
tip laten we achter op tafel, we betalen met onze creditcard, en men vraagt dus gewoon, waarom we bij het woordje
"tip" niets invullen! We
zeggen dat we dat op tafel hebben achtergelaten, beter voor de belasting enzo,
er verschijnt gelijk een hele grote breedbekkikker smile op het gezicht van het lieve miepje, ze zegt dat wij
doorhebben, hoe het hier allemaal werkt. We bekijken Phoenix een beetje, voor
de koelte en een hapje, zoeken we een Mall op, die vinden we, daar sjouwen we
naar de Food Court. Amerikanen kunnen heel moeilijk zonder eten, wàt ze ook
aan het doen zijn, en zeker tijdens het winkelen hebben ze veel happen nodig.
Nu zit er in bijna elke grote Mall een zgn. Food Court, je moet je
voorstellen, een groot overdekt plein, midden in de Mall, vol met tafeltjes en
stoelen, rondom, aan de kant dus, zitten allerlei soorten happententen.
Natuurlijk Burger King en McDonalds, maar ook Panda, Sbarro, Dairy Queen, om
maar een paar bekende eettentjes te noemen, er zit veel méér, je kunt er
Koreaans eten, heel populair, naast Sbarro zit er vaak nog een andere
pizza-tent, je kunt er Japans eten, vaak zit er ook een Starbuck (goeie
koffie!) en alles bij elkaar zullen er zo'n 15-20 tentjes zitten. Je kunt dus
i
ed
er afzonderlijk halen wat je lekker vindt, je zoekt een leuk plekje, klaar.
Ook hier zitten de grootste attracties, etende Amerikanen, gewoon aan tafel.
Kijken kost niets, en het is net een grote show vol malloten. We besluiten er
een winkeldag van de maken, ik moet nog een paar boeken hebben, we zoeken in
de Yellow Pages naar een Barnes & Noble, het adres vinden we, maar de
winkel niet! We vragen het een paar keer bij een benzinepomp, het uiterst
vriendelijke pompmannetje sprak geeneens geen engels niet! Ook een te hulp
geschoten collega kon ons niet helpen, hij wist niet wat een Barnes &
Noble was! Uiteindelijk kregen we een goed
e richting op, van iemand die het wèl
wist, een paar minuten later stonden we voor de deur. Daar hebben we eerst een
goed
e kop koffie g
ed
ronken, we kunnen de Ray Road nu wel drómen,
elke Barnes & Noble heeft een Starbuck, en daar vonden we wat we zochten.
Eenmaal buiten, zagen we ook een vestiging van Office Max, daar hebben ze
altijd andere, leuke, kantoorspullen als thuis, even vragen, en ook daar
vonden we wat we zochten. Weer buiten gekomen valt gewoon op hoe
verschrikkelijk warm het wel niet is, een blik op de thermometer leert dat het
ruim 37° celcius is, dus écht veel zin om bijvoorbeeld naar Scottsdale te
gaan, of Taliesin West of het Hohokam Pima National Monument of, iets verder,
het Casa Grande Ruins National Monument, hebben we niet. Dit, ondanks mijn
geschied
enis-tik, want, vooral het laatst genoemde, is heel interessant. Maar we
komen nog genoeg geschiedenis tegen. We gaan weg, de 10 west, en
binnen een paar minuten staan we in de file! En niet te zuinig! Een ongeluk,
en dan pakt men gelijk ook de wegafzetting ook maar groots aan, een enorme
file is het gevolg! Dat duurt heel lang, je kunt geen kant op, en het begint
al avond te worden. Geen p
rob
leem, Mar is heel behendig geworden in het
uitzoeken van een goed
koop hotelletje, mèt coupon uiteraard, we
wisselen van plaats, Mar is nèt even iets gehaaider in het verkeer als ik, en
ik kan nèt iets beter kaart lezen, dus vullen we elkaar goed
aan. Een half uurtje later staan we bij het Best Western Bell hotel voor de
deur, en jawel, voor 39.95$ hebben wij een prachtige kamer. Het hotel heeft
ook een guestlaundry, en dat betekent dat we voor exact 2.75$ de gehele was
weer schoon in de tas hebben zitten. Wat je wèl moet doen, koop in een lokale
super een pak Tide waspo
ed
er, dat scheelt verschrikkelijk veel met de
pakjes waspoeder, die je in die guestlaundry kunt kopen. Eten doen we vanavond bij Taco
Bell. Uiteraard eten we Taco's, en met een heerlijk drankje erbij, eten we
voor 6.58$ inclusief tax, we hebben er méér dan voldoende aan. We gaan
terug, kijken nog wat rond. Een beetje tv, de krant, een drankje, pitten.
dag 7, 13 oktober 1999
Rustig optaan, een heel goed
complimentary breakfast, en het is weer
onvoorstelbaar wat Amerikanen menemen van zo'n ontbijt aan
"restjes", gewoon om een lunch uit te sparen. We tanken, en dan de
I-17 north tot aan Cordes Junction, daar de 69 north tot aan Prescott, en daar
de 89 north naar Flagstaff. Hier moeten we wel even oppassen, want, vlak na
Watson Lake splitst de 89 zich in de 89 north en de Alt 89 north, en juist die
laatste moeten we hebben. Punt 1, het is dan een scenic drive, en punt 2, we
komen dan in Jerome! Een oud koper-stadje dat zo rond de jaren vijftig ahw
leegliep, de mijnen waren leeg, de bevolking trok weg, en net, toen het
inwonertal op een dieptepunt stond, zo'n 200 noeste arbeiders waren er
gebleven, ontdekte de hippies Jerome. Dat botste natuurlijk met de mensen die
al ter plekke woonden, die zagen dat werkschuw langharig tuig niet zo zitten,
maar diezelfde hippies zorgden er wèl voor, dat Jerome geen echte spookstad
werd. Zo langzamerhand verdween de hippie-gedachte, men werd ouder natuurlijk, en men de
ed
waar men goed
in was, pottenbakken, sierraden maken,
houtsnijden en schilderen. Door de gunstige ligging tov de Grand Canyon kwamen
al spo
ed
ig te toeristen, en nu is het een
respectabel stadje, waar je nog steeds alleen maar overdag als toerist kunt
zijn, er is nauwelijks mogelijkheid om te slapen in Jerome, dus iedereen gaat 's-avonds weer weg. Wij stappen
uit, en gaan een beetje rondkijken. Het is allemaal heel kneuterig, nu is het
lekker rustig, maar in het hoogseizoen zal het hier verschrikkelijk druk zijn.
In "The English Kitchen" eten we zelfgemaakte taart, onderwijl
uitkijkend over de Verde Valley. Dit moet het oudste etablissement in Arizona
zijn, begonnen in 1899 als een chinese opiumkit, later een schuilplaats voor
lokaal gespuis, en nu zijn Jayne & Tom Toth de proprietors. Er wordt een
bus toeristen gedumpt en daar zitten ook een aantal duitsers
tussen, die hebben het heel moeilijk met bestellen, ze spreken geen woord
engels! Er zit ook een gift shop in Jerome, daar vinden we leuke spulletjes,
ook ansight kaarten , en die posten we in het leuke oude postkantoortje van
Jerome. Al met al een heel leuk stadje. We zitten vlakbij het Tuzigoot
National Monument, "a glimpse at life in a Sinagua Community" staat
er in het grote boek, maar meer als een paar resten van stenen muren zijn het
niet, dat hadden we al bekeken in het grote boek, weliswaar met een mooie
ligging op een heuvel, wij gaan er dus niet kijken. Waar we wèl gaan kijken,
Sedona, midden in het Red
Rock County. Dit is een bloed
mooi gebied
. Grote rode rotsen, sommigen doen een beetje denken aan Monument Valley,
die plotseling uit het niets oprijzen. Je zit hier in de uitlopers van de
Mogollon Rim, hier moet je gewoon rondrijden, op mooie plekjes uitstappen,
stukjes gaan wandelen, rondkijken, machtig! S
ed
ona zelf is natuurlijk bekend door het gehele New Age-gebeuren, in 1981
kreeg Page Bryant, schrijfster en bekend medium voor mensen van het "hogere", tijdens een seance door, dat S
ed
ona de Hart-Chakra van de planeet was. Ze zocht haar Vortex, dat is een punt
waar psychische en elektromagnetische energie kunnen worden gekanaliseerd voor
persoonlijke en planetaire harmonie. Dat is tenminste nog eens een volzin! Nu
hebben veel meer mensen hun Vortex daar gevonden, en iedereen is bereid, tegen betaling van veel $$$ uiteraard, jou te laten me
ed
elen in deze mafkikkerij. Er lopen inderdaad allerlei mislukte flippo's
rond, het aantal winkeltjes dat handelt in boeken over aardstralen, magnetisme
etc. is groot. Natuurlijk heb je ook serieuze vormen van toerisme, dit gebied
is uitermate geschikt voor een tocht per jeep, vliegtuig of ballon door en
over de machtige Rode Rotsen, en er zijn genoeg burootjes die dit graag voor
je willen verzorgen. Wij nemen de weg naar Airport Mesa, dat is uiteraard een
heuvel, ook hier is een Vortex, en daar hebben we een magnifiek uitzicht over
S
ed
ona. Hier nuttigen we onze meegebrachte hap, en dat is toch wel een mooi
moment, zo uitkijkend over het door Rode Rotsen omringde S
ed
ona. We doen een stuk van de R
ed
Rock Loop Road, mooie foto's zijn het resultaat. Dan gaan we toch verder,
richting Flagstaff. Daar komen we langs het beroemde Lowell Observatory,
gebouwd door Percival Lowell, hij wilde hiermee het eventuele leven op Mars
onderzoeken, dat vondt ie niet, maar een collega van hem, ene Clyde Tombaugh,
ontdekte in 1930 met deze telescoop de planeet Pluto. Nu is er een visitor
center, en, uiteraard, een giftshop. Wij hebben de keuze uit twee hotelletjes
uit 't bonnenboekje, een TraveLodge voor 29,95$ of een Days Inn voor 39$. We
pakken de laatste, die ligt het mooist, vandaar. We rijden praktisch tegen een
Wal*Mart aan, en daar doen we toch wat boodschappen, en natuurlijk nemen we
daar voor 4,57$ de 2000 uitgave van de RAND McNally Road Atlas mee. Nooit weg
op kantoor, zo'n atlas. Nu zullen er mensen zijn, die zeggen, dat de motels en
de Inn's veel goed
koper kunnen. Klopt! Wij hebben ze ook zien
staan, de goedkoopste was 19.95$ per kamer per nacht.
Maar dan had je ook een schitterend uitzicht over een zéér drukke highway,
die lag er nl. pàl naast! Een bekend, doch waar spreekwoord luidt: alle waar
is naar z'n geld, en dat geldt zeker voor motels, hotels en Inn's. het moet
toch allemaal wel een béétje netjes zijn, een ijsmachine is makkelijk, en
als ook de handdoeken goed
en schoon zijn, is dat ook mooi
meegenomen. Vaak zit er een coin-laundry bij, en liggen de motels etc. redelijk in de buurt van eettentjes, etc. Maar alle zèèr goedkope motelletjes, zeg onder de 30$ die wij gezien hebben, hadden dit
allemaal niet! We willen wel een béétje op niveau slapen natuurlijk. We gaan
Flagstaff eens bekijken, en dat is best een leuk plaatsje. We drinken wat, we
kijken wat, we winkelen wat. En daar hebben we pech en geluk. Ik spaar alle
oude nrs. van de National Geographic vanaf 1970. Er ontbreken er nog een stuk
of tien, bij ons in de auto, thuis, ligt altijd een lijstje welke nrs. er
ontbreken. Hier in deze zaak, kan ik alle nrs. krijgen die ik hebben wil, maar
ik heb dat rot-lijstje niet bij me!! We
hebben ook geluk, in de zaak ernaast, vinden we de lang gezochte CD-rom
"National Geographic Tripplanner de luxe", in Nederland zoek je je suf naar zo'n ding, hier
lopen we er zomaar tegenaan. Ook vinden we hier een prachtig boek over Lewis
& Clark, iedereen weet natuurlijk wie dit zijn, dus
daar ga ik verder niet over uitweiden. We gaan verder, en komen terecht in het
leuke "Historic District" van Flagstaff, daar drinken we een méér
dan voortreffelijk cappuchinootje in "The New Zealand House", we
worden daar geholpen door een jongen die aan onze spraak hoort waar we vandaan
komen. Hij blijkt een winter lang in Groningen te hebben gestudeerd aan de
landbouwschool, spreekt slechts een paar woorden Dutch, maar kan het vrij goed
verstaan. Flagstaff heeft de gemiddelde toerist veel te bieden, het is een leuk plaatsje met veel hotelletjes etc. het is een prima
uitvalsbasis voor de Grand Canyon, en de hotels zullen hier goed
koper zijn als in de Grand Canyon. Naast het al genoemde Lowell Observatory
is er het Museum of Northern Arizona, het Pioneer Historical Museum en de
hoofdstraat, Santa Fe Avenue was ooit een deel van de Historic Route 66! Ook
ligt dit plaatsje aan een paar drukke lijnen van de AMTRAK, en ook het houten
station van Flagstaff is een bezoek meer dan waard. Tenslotte zorgen de
studenten van de Northern Arizona University ervoor, dat er altijd wel wat te
doen is. We gaan eten, bij Wendy's, de chili moet daar erg goed
zijn, klopt! Het onweerde die nacht zéér plaatselijk, nl. alleen bij óns
op de kamer!
dag 8, 14 oktober 1999
We zijn vroeg tussen de klamme
lappen vandaan, kijken naar buiten, en alle auto's zijn wit! Het heeft knap
gevroren, we laten de zon het werk doen, want, als we klaar zijn met een
krachtig ontbijt, zijn alle ruiten weer schoon. We bellen met Holland, alles goed
, we gaan de I-40 east op. Prairie, prairie
en nog eens prairie, geen boom, geen struik, helemaal niets, alleen op de
spaarzame junctions is het druk. Bij Holbrook tanken we, en pakken de 180 south.
De eerstvolgende junction is gelijk de South Entrance naar het Petrifi
ed
Forest National Park. Hier kopen we een zgn.
Golden Eagle Pass van 50 $, dat moet je zelf even berekenen. Voor elk Park,
Historic Site of National Monument moet je betalen, afhankelijk van bekendheid,
grootte etc. kan dit van 5 tot 20$ per auto + inzittenden zijn. Wij willen een
aantal parken gaan "doen", waaronder een paar heel bekende, dus is het
voor ons aantrekkelijk om zo'n pass te kopen. Dat we juist bij de South Entrance
zijn begonnen, hebben we ergens in een boek gelezen, we zien wel. Vlakbij het
entrance station liggen de Giant Logs Trail, en de Long Logs Trail. Het moge
bekend worden geacht, dat schrijver dezes een bloed
hekel heeft aan lopen; als het het
gemotoriseerd kan, moet je het beslist niet lopend doen, is zijn motto, maar
hier, in dit Park, sta je oog in oog met enorm veel geschiedenis, dit móest ik lopen! We worden niet teleurgesteld, beide trails zijn
in totaal bijna 2 km lang, en voeren ons langs versteende boomstammen van een
geschatte ouderdom van 225 000 000 jaar. Da's natuurlijk niet niks! De bomen die
er liggen, zijn uiteraard niet meer van hout, ook de naam van het Park, Petrified
Forest, klopt niet. Het is helemaal geen
bos, maar hier heeft in de zéér grijze oudheid een grote scherpe bocht van een
enorme rivier gelegen, daar zijn in diezelfde oudheid een flinke stapel dode
bomen in terechtgekomen, die zijn vervolgens bedekt met lagen sediment, daardoor vertraagt de verrotting, er
komen nog wat natuurlijke processen bij kijken, en uiteindelijk worden de
organische stoffen, in feite de gehele boom, vervangen door silicaten en
daardoor kristalliseert het hout tot kwarts. In het Visitors Center staan een
paar grote stukken "hout", die met een diamantzaag verzaagd zijn, en
vervolgens gepolijst. Dat ziet er schitterend uit, maar er staat een heel klein
prijskaartje op, 8000$ en daar komt shipping nog bij. Toch hebben wij ook een
stuk(je) meegenomen, volkomen legaal gekocht, want op het illegaal meenemen
staan zware straffen. De stukken versteend hout waar wij langs lopen, zien er
ook prachtig uit, logisch, want ook zon, wind en regen of sneeuw, zorgen voor
het polijsten van deze stukken, het duurt alleen wat langer. Als we later praten
met iemand die er veel verstand van heeft, blijkt, dat dit versteende hout
helemaal niet zo zeldzaam is. De stukken die hier verkocht worden, komen
allemaal van privé-terreinen hier in de buurt. Aan dit Park mag door mensen
totaal niets veranderd worden. Toch gebeurd dit wel! Met name de wind
"verplaatst" nogal wat zand, ook de regen doet dat, en daardoor
"verdwijnen" er bomen onder een nieuwe laag zand, maar er
"verschijnen" ook nieuwe bomen. Dat dit alles niet in een week
gebeurt, is duidelijk, maar parkrangers vertellen, dat ze elk jaar wel nieuwe
objecten ontdekken. En ondanks een "ZERO LOSS TOLERANCE policy verdwijnt er
in de diverse achterbakken van auto's toch een 10-12 ton aan "hout".
Zoals al geschreven, de wandeling is groots, je kunt de jaarringen
nog tellen, alles glimt in de zon, en in sommige opengebarsten stukken boom
groeien bloemen. Dat geeft een heel aparte dimensie aan het geheel. Ook worden
hier veel botten van dinosauriërs gevonden, en men heeft ontdekt, dat er in de
grond, tientallen meters diep, nog
veel meer zit. Onder de indruk van hetgeen we gezien hebben, gaan we verder,
Crystal Forest, Jasper Forest, ook een paar prachtige punten om te gaan kijken,
The Teepees, een aantal heuvels, plotseling oprijzend uit het landschap, in de
vorm van, uiteraard, teepees. Ze zijn opgebouwd uit een aantal, gekleurde,
lagen, en die verschillende lagen vertegenwoordigen miljoenen jaren geschi
ed
enis. Dan komen we bij een ander hoogtepunt van dit indrukwekkende Park,
Newspaper Rock. Daar stappen we natuurlijk uit, en na 100 meter kun je een meter
of 20 naar beneden kijken. Daar liggen een aantal grote
rotsen die gedeeltelijk overdekt zijn met petroglyphen of
rotstekeningen. Met de krachtige Busnell kijker en de al even krachtige zoomlens
op de Minolta, ontwaren we hert-achtigen, ook duidelijke mens-achtigen, en er
staan ook een paar spiralen op, die we later terugvinden in het boek Rock Art
Symbols. Dit bewijst dat er hier mensen hebben rondgelopen zo rond 1300-1400 AD.
Ook dit maakt het Park zo interessant. Weer diep onder de indruk gaan we verder.
We rijden over een grote hoge brug die hier over de I-40
loopt, dwars door het smalste gedeelte van het Park loopt hier die Interstate en een spoorbaan, waarover we
regelmatig treinen zien rijden. Er liggen nu ook praktisch geen versteende bomen
meer, maar we komen in een ander interessant gedeelte van het Park, The Paint
ed
Desert. Ook dit is weer een machtig stuk
natuur, later toegevoegd aan het originele Petrifi
ed
Forest, en de naam is heel toepasselijk! Ook hier weer spelen de zon en het
tijdstip wanneer je hier bent een grote rol, maar dat is in veel parken in deze
regio zo. Vanaf een aantal viewpoints, Lacy Point, Whipple Point, Nizhoni-
Pintado en Chinde Point heh je een fantastisch uitzicht over een golvend
landschap, vol grote rotsen, en varierend in allerlei kleuren, er groeit niets,
het is een fantastisch gezicht. Bij het Visitors Center aan de North Entrance
hebben ze een goed
restaurant, wij hebben daar een prima lunch,
en watdenkiewat, 4 nederlanders, die heerlijk lopen te stunten,
veel engels kennen ze niet, ze zijn er serieus van overtuigd dat ze alle vier
hetzelfde besteld hebben, maar als het allemaal wordt gebracht, hebben ze
alle vier iets anders… Marja geeft ze nog wat tips
mee voor onderweg, hebben ze beslist nodig. De
weg terug, nu over de I 40 west, gaat snel, voor een aantal zelfs te snel, en
die krijgen een smokie achter zich aan, en een fikse boete, tot nu toe, hebben we
dat elke dag minstens 1 keer gezien, en het zijn zonder uitzondering allemaal
jongelui, Je ziet ze niet, maar ze zijn er beslist, de jongens en meisjes van de
Highway Patrol! Morgen willen we
naar de Grand Canyon, daarom zoeken we een plaatsje dicht in de buurt. Een blik
op de kaart leert ons, dat Williams redelijk in de buurt ligt, in het bonnenboekje vinden we weer een bonnetje, dus
wat let ons om naar Williams te gaan? Niets, Williams is een leuk, heel klein,
kneuterig plaatsje aan de Route 66, ter plekke is het vinden van het motelletje
geen p
rob
leem, en hebben we voor 24.95 $ een kamer,
auto pàl voor de deur, dit is Amerikaans reizen in optima forma. Middels een
foldertje, weggeplukt uit de ook hier aanwezige infstand, weten we, dat Williams
ook een leuk klein stationnetje moet hebben, en een toeristentrein naar de Grand
Canyon. Daar gaan we even kijken, verdomd, er staat een prachtige grote zwarte
locomotief, erachter een dieprode Caboose, dat allemaal voor een ouderwets
aandoend station. Mooie foto's zijn het resultaat. Volgens grote borden moet
Williams ook een zgn. Historical District hebben, klopt, maar Amerikanen geven
vaak grootse namen aan iets, wat in 't "eggie" niets voorstelt,
wederom is dit daar een prima voorbeeld van. Wel
zijn er hier veel Route 66 motels en eethuisjes, ook dat doet allemaal leuk aan,
veel mensen brengen hier de nacht door, en gaan met de al eerder genoemde trein
de volgende dag naar de Grand Canyon. Wij pakken morgen de auto wel. Om half zes
die middag, zou deze trein aankomen, en dat is altijd een leuk gezicht, wij
erheen, maar we zijn absoluut niet de enigen, veel trein-enthousiastelingen
staan gewapend met teletoeters en videocamera's, de aankomst af te wachten.
Volgens de folder moest dit een stoomlocomotief zijn, maar tot onze verbazing
komt er een grote groene diesellocomotief het emplacement oprijden, dat is toch
wel een klein beetje een teleurstelling. Stoom is nu eenmaal véél en véél
mooier. We gaan lekker eten, daarna
kun je in Williams, in de "hoofdstraat", lekker genieten van een leuk
aanbod van verschillende winkeltjes en kroegjes. We gaan vroeg slapen. Dit alles
is geschreven vóór we gingen slapen, nu had het miepje bij het inchecken al
gevraagd, of we het eerste uur geen water, dus douche en toilet, niet wilden
gebruiken, er was een plummer bezig met reparatiewerkzaamh
ed
en, vandaar. Tuurlijk, geen p
rob leem, maar nu is het normaal, dat mensen hun
behoefte doen, keurig gezegd, niet? Bij Marja ging het lichamelijk en technisch
allemaal prima, bij mij lichamelijk ook machtig, maar de techniek liet me in de
steek, de pot zat verstopt!
dag 9, 15 oktober 1999
Dat moésten we die ochtend bij het uitchecken wel melden, dat deden we ook, maar we moesten het twee keer vertellen, voordat het niet zo
slimme miepje doorhad wat we bedoelden. Dat ze daarbij niet blij keek, konden we
ons goed
voorstellen, wij werden er die ochtend ook niet bepaald vrolijk van, toen
wij vanochtend het deksel van het voor kleine Amerikaanse kontjes gemaakte potje
optilden. Een gistende hoop drab lag ons droevig aan te staren. Het besluit om
een poging te wagen, om een en ander zelf "op te lossen" werd niet
licht genomen! Dat moge duidelijk zijn. Met een plastic zak bij wijze van
handschoen, grabbelde schrijver dezes de ergste harde stukken bijeen, dit in
een poging het gat weer open te krijgen. Dat daarbij óók harde stukjes zaten
van vorige bewoners, is méér dan waarschijnlijk! Dat daarna de afvalzak met
gezwinde spoed
naar een tegenover dit etablissement staande
afvalbak werd gebracht, details! Zoals gezegd, het miepje was er niet blij mee,
maar we vertelden het zachtjes aan haar, toen de receptie vol stond, ze kon geen
kant op. Dat wij daarna, alle snelheidsrecords brekend met onbekende bestemming
vertrokken zijn, ook details. We hebben en route heerlijk ontbeten, en dan is
het gewoon een kwestie van de weg volgen, richting Grand Canyon. Nèt voor
Valle, aan de 64/180, zien we ineens een C121A Constellation staan. Dat we hier
gestopt zijn, is natuurlijk duidelijk. Wat wij totaal niet wisten, hier staat
het Grand Canyon's Planes of Fame Air Museum, met als grote blikvanger de reeds gememoreerde Connie. Er hoort een klein
winkeltje bij, de altijd aanwezige gift-shop, en er staan een paar hele mooie
vliegtuigen buiten. Die Connie uiteraard, maar ook een Ford Trimotor, een
Thunderbolt, een T-Bird, een Grumman F11F in de kleuren van de Blue Angels alsmede een Messerschmidt Bf109G. Ook een B-25 en een
P-51 ontbreken niet. In het winkeltje
vinden we een prachtig boek over de Constellation, onze dag kan niet meer stuk.
We noemden net: aan de 64/180, misschien dat dit toch enige uitleg behoeft. De
64 is een zgn. State Highway, de 180 is een US Highway. De
64 loopt van Williams tot aan de Grand Canyon. De 180 loopt van Flagstaff, in
feite het verlengde van de Interstate 17, tot aan halverwege de 64, tussen
Williams en de Grand Canyon. Vanaf dat punt is het dus de 64/180. Dat kom je op
veel meer plekken tegen, dat een weg meerdere nummers heeft. Ook een Interstate
kent dit verschijnsel. Om bijvoorbeeld in Arizona te blijven, de US Highway 93
van Phoenix naar Las Vegas, loopt in de buurt van Kingman gedeeltelijk over in
de Interstate 40. Laat je dus niet van de wijs brengen, gewoon goed
opletten en tevoren even op de kaart kijken. Dan zien we een
verschrikkelijk ongeluk, een wagen die een paar keer over de kop geslagen is, en
dit op een weg, kaarsrecht, en zo plat als een dime. Bij de ingang laten we onze
Golden Eaglepass zien, en kunnen we door. Het wordt ook steeds drukker, logisch, het weer is prachtig, het loopt
tegen 't weekend, en we
zijn vlakbij een van de drukst bezochte Nationale Parken van de VS. Marja heeft
weer een helder moment, we gaan eerst een kamer reserveren, zegt ze, dit terwijl
het pas 10 uur is. Maar als je, zoals wij, reist op een manier van: "we
zien wel", dan moet je in dit soort parken zo snel mogelijk een kamer
reserveren, het alternatief is om dit vèr van tevoren te doen, of niet in het
park zelf slapen. We proberen de Bright Angel Lodge, maar die zit dus
mudvol japanners, het vriendelijke tootje achter de receptie geeft ons een tip,
en verdomd, 10 minuten later hebben we een kamer in de Mastwick Lodge, niet goed
koop en niet gelijk beschikbaar, maar we kunnen vannacht in 't Park ronken.
Ook hebben we nog de pech dat het een "rook"kamer is, een kwestie van
jammer, maar helaas. We gaan koffie halen in het Shopping Center, het bleef niet
bij koffie, ze verkochten er ook mooie kleding… Om de enorme stroom bezoekers,
met name in het hoogseizoen, in goed
e banen te leiden, hebben ze hier het volgende bedacht. Laat de auto staan! Dat
zal de gemiddelde Amerikaan niet gauw doen, tenzij er een heel goed
alternatief is. Hier hebben ze dat voor elkaar gekregen, gewoon één
opstappunt, en om de paar minuten komt er een bus voorrijden, die een groep
mensen meeneemt voor een tocht langs de Canyon. Op diverse punten mag je eruit,
kun je een beetje rondkijken en foto's maken, pak de volgende bus en laat je
afzetten op het volgende punt. Je kunt dit doen vanuit het Grand Canyon Village,
je hebt een West Rim Drive en een East Rim Drive. Je mag de twee drives niet met
eigen auto doen, tenzij je "handicapped " bent, dan krijg je een speciaal
pasje. Het systeem is gratis, maar heeft als groot nadeel, dat iedereen zijn of haar auto zo dicht mogelijk bij
die bushalte wil zetten, ons lukte dat aardig, in het hoogseizoen is dit een
regelrechte ramp! Ja, wat moet je over de Grand Canyon vertellen, we hebben
allebei al eens aan de noordkant gestaan, en ik ben zelf al eens op het punt
waar we nu staan, geweest. Het is allemaal groot,
diep, verschrikkelijk mooi, dit moet je gewoon zien, misschien als beste
voorbeeld een citaat uit het boek "USA Zuidwest, The Rough Guide"
Hoewel jaarlijks ruim 5 miljoen
mensen naar de Grand Canyon of the Colorado komen kijken, blijft dit gebied
buiten
het bereik van het menselijk voorstellingsvermogen. Foto's noch cijfers kunnen
een idee van de werkelijke omvang geven. De Coloradorivier stroomt door een
onvoorstelbare afgrond van een mijl diep. De Canyon, die vier tot 18 mijl breed
is,
vormt een eindeloze uitgestrektheid van verbijsterende vormen en kleuren,
verblindende schittering en ondoordringbare schaduw, grimmige bergen en
hoogoprijzende zandsteenpieken. De Canyon is ongenaakbaar en afstandelijk -
niemand vertrekt teleurgesteld, maar veel bezoekers houden een leeg gevoel over.
Eigenlijk kan niets wat u daarna nog onderneemt, op, tegen die eerste
verbijsterende kennismaking met de kloof.
Hier is geen woord van gelogen, het is inderdaad verbijsterend! Als je op de
rand staat, voel je jezelf héél klein, vanaf diverse viewpoints kun je andere
viewpoints zien, maar zelfs onze krachtige Bushnell kijker heeft moeite met het
ontwaren van menselijke figuren. De eerste blanken die hier kwamen, een
detachement van de beroemde exp
ed
itie van Fransisco Vasquez de Coronado, onder
leiding van García López de Cárdenas, zag de Grand Canyon, maar was eigenlijk
op zoek naar de beroemde zeven steden van Cibola, probeerde hier de Canyon over te steken, maar dat
mislukte. Ze vonden dit gebied
maar niks, en daarom werd het allemaal een
klein beetje vergeten. In 1850 nam de VS dit gebied over van Mexico, het had
niet eens een naam! De bedenker van de naam "Grand Canyon" is John Wesley Powell, maar dat
is weer een heel ander verhaal. Wij besluiten om niet de East Rim Drive te doen,
maar met onze eigen auto de 64 east te nemen, tot aan de East Entrance van de
Canyon. Ook dan kom je langs mooie punten, Grandview Point, Moran Point en Lipan
Point, zodat je nog eens een blik in- en over de Canyon kunt werpen. We eten
onze meegebrachte bammetjes en route, en het is weer een kwestie van genieten.
Op sommige punten zie je, heel ver in de diepte, een klein stukje van de
Colorado Rivier, het loopt nu tegen het eind van de middag, dit is een van meest
mooie tijden om hier dan te zijn, de nu laagstaande zon werpt lange diepzwarte
schaduwen door de Canyon, steenmassa’s die een half uur geleden nog grijs waren, zijn nu dieprood gekleurd, het is fantastisch. Vlakbij
de East Entrance staat de Desert View Watchtower, een taps toelopend
cylindervormig gebouw, je kunt naarboven klimmen, maar het uitzicht is niet
spectaculairder als 10 meter lager. We gaan dezelfde weg terug, dat moet ook
wel, er is geen andere. Eenmaal terug in de Village, zouden we het toch wel leuk
vinden, als er eens wat wild passeerde. Deze gedachte is nog niet uitgesproken, of we zien een aantal herten, op een meter
of 4 van onze auto, vlàk langs de weg. Het langsrijdende verkeer doet ze niets,
even verderop weer een paar, en vlak daarna zien we een grote bok met een
behoorlijk gewei. De geiten die wij net gezien hebben, behoren waarschijnlijk
tot zijn kudde, hij houdt ze natuurlijk goed
in de gaten, ze mochten eens "vreemd gaan" naar een andere kudde.
We komen langs het leuke stationnetje van de Grand Canyon, hier komt de trein
aan, die 's-morgens uit Williams vertrekt. Uiteraard maken we foto's, dan gaan
we eens kijken wat onze, dure, kamer voorstelt. Nou, meer dan prima! Als we het
gordijn openmaken, dan kijken we naar een fraaie bosrand, het raam gaat open, we
horen de bomen ruisen, de roep van een uil, we schenken ons een drankje in, en
gaan gewoon zitten genieten, dit is productbeleving! Maar de tijd dringt, een
van de mooie dingen die je hier kunt zien, is een zonsopgang en een
zonsondergang, dus pakken we de auto, we gaan naar Yaki Point. Daar aangekomen,
zijn we niet de enige. Met een hoop geluk raken we de wagen kwijt, lopen naar de
rand van de Canyon, en daar zit, staat en hangt al een paar honderd man. Met de
kijker zien we, dat ook de andere viewpoints in de buurt een méér dan grote
belangstelling hebben. De zon staat nog iets boven de horizon, als je nu een
blik in de Canyon werpt, figuurlijk dan, zie je absoluut niets, maar het
gedeelte wat door de zon nog beschenen wordt, is
vlammend rood, prachtig donkergeel en allerlei "tussen" tinten. Wij
hebben al een aantal dingen op dees aardkloot gezien, die we nooit meer zullen
vergeten. Daar hoort dit vanaf nu óók bij! In het pikkedonker gaan we terug naar de Lodge. Er hoort een eetgebeuren bij, geheel en
al zelfbediening, snel, goed
en duur. We gaan ook nog even kijken in de grote gift-shop, maar dat is
knudde, om een bekende tv-commercial te citeren: het kóst een paar centen, maar
dan hèb je ook niks. Een paar voorbeelden, er staan Mugs te koop, als je ze
beetpakt, dat doen Nederlanders altijd, dan blijft de afbeelding
aan je vingers plakken, maar het moet wèl 12.95 $ kosten! Er zijn truien en
t-shirts te koop, zéér slecht b
ed rukt en tegen topprijzen. Ook voor simpele
sleutelhangers en pennen, knuffelbeesten en Americania worden prijzen gevraagd
die in geen enkele verhouding staan tot de kwaliteit. Jammer. We gaan naar
buiten, laten onze ogen wennen aan het donker, en kijken dan naar boven! Je weet
niet wat je ziet, het is koud, er is geen bewolking, geen straatverlichting oid.
en daardoor is de sterrenhemel heel erg mooi. Ook dit zullen we niet gauw
vergeten.
dag 10, 16 oktober 1999
We staan laat op, deels een beetje verslapen, deels omdat we toch vakantie
hebben. We doen gewoon lekker waar we zin in hebben. Dat heeft wel nadelen, als
we willen ontbijten in de eetzaal van de Maswick Lodge, zijn we eigenlijk een
beetje te laat, en daardoor is bijna alles al opgevreten. Geen ramp, we gaan
naar de Javapai Lodge, daar is nog genoeg, maar er staat een lange rij voor de
counter. Daar we trek hebben, nemen we dat voor lief, we wachten een stief
kwartiertje, dan hebben we ons ontbijt op tafel staan. Het is allemaal redelijk van smaak, maar echt denderend? Nee! Wel duur, 15.78 $ voor een simpel
iets. Maar ja, je zit wèl in het Grand Canyon National Park natuurlijk. Dan
gaan we weg, de National Park Service heeft in al haar wijsheid besloten om
juist nú de hoofdweg tussen de Village en de uitgang op te gaan knappen. Prima.
Maar ze zijn vergeten een omleidingsroute aan te geven. Hele volksstammen rijden
verkeerd, en ook wij rijden doelloos enkele rondjes. Dan proberen we op goed
geluk een afslag, en verdomd, we zijn eruit. Al heel snel zitten we weer op
de I 40 west richting Kingman, en ook dit is een gedeelte van de Historic Route 66. iedereen weet natuurlijk, dat deze Motherroad liep van Adams Street in Chicago
(Illinois) tot aan de Santa Monica Boulevard in Santa Monica (California), en
loopt door maar liefst 8 Staten: Illinois, Missouri, Kansas, Oklahoma, Texas,
New Mexico, Arizona en California. Dit geeft toch wel een klein kickje, meer ook
niet. De weg blinkt niet uit in landschappelijk schoon, daarom rijden we ook in
een hoog tempo, we willen vandaag naar Las Vegas, dat moet lukken. Bij Kingman
pakken we de 93 naar Las Vegas, ook deze weg stelt niet zo gek veel voor, het is
wel verschrikkelijk druk, wat wil je, het is zaterdagmiddag. Vlak voor Boulder
City ligt de beroemde Hooverdam, en daar staan we gewoon in de file! We gaan wel
even kijken, maar al vlug rijden we verder. Las Vegas lokt. In 't MBB (= Marja's
Bonnen Boekje) vonden we een bonnetje voor een Days Inn lekker dicht in 't
centrum. We hebben een hele mooie aanrijroute Downtown Las Vegas, en voor we er
erg in hebben staan we 6 rijen dik tussen het Flamingo Hilton en Bally's, het is
verschrikkelijk druk, het gaat allemaal in een rap tempo, natuurlijk rijden we
verkeerd. We zoeken even een rustig punt op, even goed
op de kaart kijken, even oriënteren, en dan
staan we binnen no-time op het enorme parkeerterrein van het Days Inn. Het
eerste wat we daarna zien, is een golfkarretje met een groot bord
"Security" erop. De knakker die erin reed
, doet niets anders als heen en weer rijden
tussen de honderden auto's, om zo de veiligheid min of meer te waarborgen. We
gaan naar de receptie, maar kunnen die in eerste instantie niet vinden! Dat
klopt, want, helemaal verscholen achter een 20-tal slotmachines en een 10-tal
Black Jack tafels was deze verstopt. "No coupons" is het eerste wat
die dikke toverkol achter de balie zegt. Dat scheelt ons toch mooi 10$! Maar we
hebben geen zin meer om verder te zoeken, "ik hou het wel in op je
zakgeld", zegt Mar, ik berust daar gewoon in, ik krijg tóch al geen
zakgeld meer tot 2017! Deze Days Inn heeft een paar honderd kamers, en dat is wèl
even iets anders, als de leuke kleine motelletjes die we gehad hebben. We
krijgen een plattegrond mee, succes! Moe maar voldaan, ploffen we in de stoel,
maar wijs geworden door ons vorige plophok-avontuur, proberen we eerst het toilet! En wat denk je?
Inderdaad. Hij loopt vól, maar niet léég, en dat is shit! We gaan even terug
naar de receptie, leggen het p
rob
leem uit, we komen terug van die heks, en
verdomd, er staat een pipootje van housekeeping. We leggen het nog een keer uit,
de stortbak doet het wel, maar het toilet loopt niet door, het water staat dus
tot aan het randje, en wat doet die pipo? Juist, een druk op de stortknop,
heerlijk, tot op z'n enkels was die nat, maar, dat moeten we hem nageven, hij
zei niets. Ging wel een mop halen, en binnen een paar minuten was de badkamer
weer droog. Er werd ook nog even met een plopper gewerkt, het was net of er
iemand een stevige oprisping had, maar het toilet werkte weer. Dit hotel had ook
een laundry, wel een dure, maar voor een paar $$ was alles weer schoon. We zien
dat karretje met security nog steeds rondrijden, dat geeft niet ècht veel vertrouwen, we zetten de auto onder
een dikke lantaarn, dan staat ie goed
in het zicht. We drinken een klein drankje, dan gaan we in het centrum
kijken. Wij hebben ons hotel op de hoek van Flamingo Road en Kaval Lane, dat
betekent, dat we de Flamingo Road uitlopen richting The Strip, en dan links of
rechts kunnen gaan voor het cenrum. We gaan eerst eens kijken bij het Bally's
hotel, het ziet er allemaal prachtig uit, het is verschrikkelijk druk, ook op
straat, maar als je de grote speelhal van zo'n hotel binnenkomt, dan weet je
niet wat je ziet, en hoort, want het lawaai is oorverdovend. Een kleine
schatting is, dat er zeker een-duizend slotmachines staan, minstens ¾ is bezet,
en het gaat in een moordend tempo, kwartje in de spleet, trek aan de handle,
floep, floep, floep, kwartje kwijt, nieuw kwartje erin, een tempo van 4-5
kwartjes per minuut is makkelijk haalbaar, en dat doet men dan ook! In de
kleinere casino's kun je kwartjes halen in een ouwe versleten colabeker, de
grote Casino's hebben "eigen" bekers, veelal met fraaie opdruk, je
moet je iets voorstellen als een klein ijsemmertje,
er gaat voor ongeveer 100$ aan kwartjes in, daarmee kun je ongeveer 1½
uur spelen. Maar er zijn ook andere slotmachines,
daar gaan 4 kwartjes per keer in, dan ben je binnen een kwartier door je
100$ heen. Geen p
rob
leem, elk Casino heeft kwartjes genoeg!
Die bekers brengen ons op een idee, we nemen er een paar mee, het zijn
prachtige pennebakjes voor op kantoor! We zoeken wèl schone uit, want de meeste
bakjes zien er niet uit. Normaal gesproken is het al leuk om mensen te kijken,
hier is het helemaal prachtig! Verhitte koppen, soms spreekt er totale
verslagenheid uit, als men dus écht alle geld kwijt is. Soms hoor je wat
rammelen, dan "geeft" een machine een paar kwartjes terug, die er met
dezelfde rotgang weer ingepropt worden, mensen praten ook tegen die machines!
Dat is op zich niet zo vreemd, want dat doen de meeste mensen ook tegen hun
computer, maar hier is het allemaal wel leuker natuurlijk, sommigen schelden, en
gaan flink tekeer, een wat oudere dame, bij wie het allemaal niet zo best wil
lukken, geeft een enorme schop tegen het apparaat, "shit, fuck" roept
ze, maar ze wil de kwartjes er het liefst met twee stuks tegelijk inrammen, ze
staat zich suf te duwen en te trekken, ze wint niets! Wij gaan weg, naar de
volgende happening. Als we buiten komen is het helemaal donker, en dan is Las
Vegas op zijn mooist. Men heeft hier nog nooit van een eventueel energie-p
rob
leem gehoord, wat er hier allemaal brand aan
reclames en verlichting, dat is écht ongelooflijk! Naast het Bally's staat het
Paris Las Vegas, Men heeft daar voor het gemak maar een iets kleinere copie van
de Eiffeltoren naast gezet en prachtig verlicht, daarnaast wordt er een nieuw
hotel neergezet, het Aladdin, en daarnaast staat het MGM Grand, ook zo'n kast
met duizenden kamers. Van dat MGM Grand kun je, middels een voetbrug, naar het
er tegenovergelegen New York New York hotel, en daar hebben ze voor het gemak
een enorm Vrijheidsbeeld in een vijver gezet. Dat je midden op die voetbrug een
fantastisch uitzicht hebt op het razenddrukke verkeer, én op het prachtige
Exalibur hotel en het Luxor, dat is alleen maar mooi meegenomen. We lopen langs
het Monte Carlo, daarnaast staat wellicht het mooiste hotel van Las Vegas, het
Bellagio. Niet het chiqueste, dat is het Desert Inn. Als je naar binnen wilt,
dat willen we natuurlijk, dan hoef je niet te lopen! Je gaat gewoon op een soort
beweegbaar trottoir staan, en ben je binnen een paar tellen in de enorme lobby
van dit hotel. Het is er razend druk, er staan een fiks aantal verlengde Lincoln
Towncars, in een ervan zien we bruid en bruidegom stappen, die hebben hier een
receptie gehad, en dat is vast verschrikkelijk duur! We gaan naar binnen, maar
eigenlijk, als je één speelhal gezien hebt, dan heb je ze allemaal gezien.
Overal zie je dezelfde verhitte koppen, overal hoor je hetzelfde lawaai, het
enige dat "anders" is, zijn de bakjes voor de kwartjes, en de meisjes
die de drankjes rondbrengen. Als je speelt, dan heb je in de meeste Casino's
vrij drinken, logisch, want hoe bezopener jij bent, hoe meer je uitgeeft, en
daarom zien die meisjes die die drankjes rondbrengen er allemaal gewoon goed
uit! Niks geen dikke en vette McDonalds miepen, niks geen toverkollen met
zwetende oksels en kwijlende bekken! Gewoon lekker strak in 't vel, hoge hakken,
een pittige korte rok, een strakke bloeze, en een stralende glimlach! Die
meisjes verdienen goed
, ze krijgen links en rechts een fooi, mogen
af en toe eens gooien met de dobbelstenen, of een kaart aanwijzen, en als er dan
iets gewonnen wordt, dan krijgen zij er ook iets van. Elk casino heeft voor die
meiden een ander "uniform", er zitten hele mooie bij. Het is
onvoorstelbaar, wat er allemaal wordt vergokt. Achter een Black Jack tafel staat
een meisje met een enorme boezem, en dat allemaal in een laag uitgesneden bloesje. Zij is de bank, en ze "speelt" met 4 mannen, die meer
oog voor haar borsten hebben, als voor het spel, en da's heel gevaarlijk! De
minimum inzet is 5000$… Toch is gokken niet het enige dat je hier kunt doen. Uitgaan,
en/of een hele goeie show gaan kijken, dat kan hier heel goed
! Elk zichzelf respecterend hotel heeft wel een show. Heel bekend zijn
natuurlijk Siegfri
ed
& Roy met de witte tijgers in The
Mirage, maar er is meer! In Ceasars
Palace tre
ed
t David Copperfield op, het Bellagio heeft
zich over het Cirque du Soleil ontfermt, het Las Vegas Hilton heeft Wynonna
Ryder, het Mandelay Bay heeft de musicall Chicago, het MGM Grand, daar spelen
Tom Petty & the Heartbreakers, in het Monte Carlo doet Lance Burton z'n act,
in New York New York laat Michael Flatley zijn voeten over het podium klapperen,
The Orleans heeft Ann Burton, en ga zo maar door. Ook (vrij veel) incidenteel
komen hier grote namen op artistiek gebied
naar toe, hier zit het grote geld natuurlijk, en als hotel moet je toch wàt,
om het uiterst verwende publiek te trekken. Een paar optr
ed
ens voor de maand oktober, Tom Jones, hier nog een superster, komt naar het
MGM Grand, The Four Tops in het Desert Inn, The Pet Shop Boys en Sting in het
Hard Rock, Ricky Martin in het Mandelay Bay, of een belangrijke bokswedstrijd tussen Evander Holyfield en Lennox Lewis, basketball, natuurlijk, LA
Lakers vs Phoenix Suns. Dit zijn allemaal super attracties, die worden omlijst
met veel show, glitter en glamour. Dat kunnen die Amerikanen wel, een show
maken! Daar komt altijd veel publiek op af, en kaarten moet je vaak lang tevoren
bestellen. Dat is ook allemaal niet goed
koop, Siegfri
ed
& Roy doen 90$, Wynonna is goed
koop, die kost 80$, maar het Cirque du Soleil kost weer 100 van die $$.
David Copperfield is even duur als Wynonna, en dit zijn dus prijzen per persoon
en per ticket. Wil je Ricky Martin gaan zien, very hot op dit moment, dan moet
je zomaar 150-200$$ neerleggen in 't bakje. De wat minder bekende hotels hebben
ook goeie shows, maar dat zijn vaak "aftreksels" van Parijse shows,
het Tropicana heeft iets wat lijkt op de Folies Bergere, In The Stardust kun je
gaan kijken naar Enter the Night, The Hottest Show in Town staat er ook nog bij,
maar daar moet je mee oppassen, niet dat de show slecht is, maar als je daarvoor
een goed
koop kaartje kunt bemachtigen, dan wordt er wèl
van je verwacht, dat je daar ook eet! Neem dan je extra dikke creditcard maar mee, want dan hebben ze je bij je staart. Het is buiten nog steeds verschrikkelijk druk, maar dat is allemaal best leuk om naar te kijken. Je
moet jezelf gewoon een limiet stellen, als je uitgaat, mag het best iets kosten,
vergok gewoon 100$, heb je verloren, dan heb je toch een leuke avond gehad, heb
je gewonnen, mooi! Incasseren, en wegwezen. Maar laat het bij die 100$. Er zijn
hier mensen genoeg, die hun gehele bezit vergokken, het aantal pawn shops is
heel erg groot! Ook leuk om daar eens rond te neuzen trouwens, maar in Las Vegas
verwisselen hypotheken van eigenaar, autosleutels liggen de volgende morgen op
een andere plaats, veel spaarsaldo's staan weer gewoon op 0, en re
ed
s lang geplande vakantie gaan op het laatste
moment niet door, dit wegens een acuut gebrek aan vlottende middelen. Heel
triest allemaal, maar er is niemand die medelijden met je heeft. Het leuke meisje met het strakke goud lamé
bloesje-met-inhoud, in haar korte strakke leren rokje en haar hoge hooggehakte
laarzen, wat zo lekker tegen je aan stond, heeft op hetzelfde moment dat jij
blut bent, allang weer een ander. Die meisjes worden gewoon ingehuurd, dit om de
snelheid van het geld uitgeven te bevorderen. Leuk om naar te kijken, hoe mensen
worden "ingepakt" om maar meer geld te spenderen, men jut elkaar óók op, op het
moment dat de automaat naast iemand, geld uitspuugt, zie je gelijk dat de
kwartjes er bij een ander nog fanatieker in worden geduwd, "doe maar" knikt een bejaard stel elkaar toe, en weer gaat er
een dikke handvol jetons over de roulettetafel. Met trillende handen wacht het
stel af, in welk vakje het balletje rolt, mis, wéér niets, maar het spel gaat
door, vijf minuten later zijn ze alles kwijt. De bank wint uiteindelijk altijd!
We lopen weer buiten, langs het Bellagio, die hebben een hele mooie attractie
gemaakt. In de enorme vijver voor het hotel, staan een aantal fonteinen. Op het
hele uur draait men een plaat van Andrea Bocelli, dat is op zich niets
bijzonders natuurlijk, maar men doet dit in de openlucht, terwijl die plaat
speelt, spuiten die fonteinen het water de lucht in, dit alles onder een feeërieke
verlichting en als apotheose, op de slotaccoorden van de muziek, jaagt men het
water tot zo'n 30 meter de lucht in. Er stonden een
paar duizend mensen te kijken… Het kan nog gekker natuurlijk, The Mirage heeft
z'n eigen vulkaan, die het hele verkeer vastzet, als deze tot uitbarsting komt. Treasure
Island heeft continue piratengevechten in de "vijver" voor het hotel,
het Desert Inn heeft in de tuin een eigen golfbaan, om maar eens iets te noemen.
Er is een stelling: alles wat met geld te betalen is, staat, hangt of ligt in
Las Vegas. Volgens ons klopt het. Maar wij zijn het zat, het is allemaal zó
groots, zó overdonderend, zó massaal, wij gaan terug naar ons hotel. We hebben
misschien 10% gezien, we zijn niet eens in Fremont Street geweest, daar staan
een aantal van de bekendste hotels en casino's, Sassy Sally's, The Horseshoe,
Lady Luck, The Golden Nugget en de Pioneer Club, dit zie je altijd op plaatjes.
We hebben geen bezoek gebracht aan de vele W
ed
ding Chapels, we zijn niet op de Stratosphere geweest, eigenlijk hebben we
alleen maar wat rondgekeken. Toch hebben we genoten. De kwartjes-bekers die we
hebben meegenomen doen nu dienst als pennenbak en ijsemmer. We drinken nog een
drankje, zien de golfkar van de security onvermoeibaar z'n rondjes over het
parkeerterrein rijden, we gaan slapen.
dag 11, 17 oktober 1999
Die nacht hebben we een fiks aantal malen de sirenes van diverse
politiewagens gehoord, maar we hebben wel goed
geslapen. Toch zijn we laat op, om 8 uur checken we uit. Het Casino van het
Days Inn was al, of is nog steeds, goed
gevuld met mensen, die flink gokten, maar
ook de aanwezige grote bar werd al stevig gefrequenteerd. Nu zijn ook wij niet
vies van een goeie slok, maar om nu om 8 uur al aan een dubbele whisky te
zitten? Ontbijten moeten we en route doen, Ons hotel heeft wel een
ontbijtmogelijkheid, maar daar stinkt het zó verschrikkelijk naar rook, zweet
en verschaalde drank, dat is niet normaal meer. De plannen waren, om hier twee
nachten te blijven, maar wij zijn geen stadsmensen, we hebben Las Vegas gezien,
ervan genoten, we hebben ons verbaast, we gaan heel vlug weer weg. Uiteindelijk
hebben we een lekkere brunch vèr buiten Las Vegas. We konden al wel eerder gaan
ontbijten, maar we waren bij het Nevada Landing hotel & Casino, daar zijn we
weggegaan. Wachttijd voor het ontbijt bijna een half uur! Wat wèl weer leuk
was, de enorme speelhal, we waren daar om ong. 10 uur, het was er hartstikke
druk, met voornamelijk gezinnen! Kindertjes, keurig in hun zondagse jurkjes en
pakjes, maar ze liepen nèt zo hard met bakjes vol kwartjes te rennen als pappa
en mamma. Vlak voor de grens met Californië staat een enorm Casino, van Whisky
Pete, die richt zich helemaal op truckers! Hij heeft er een hele grote garage
naast laten zetten, benzine- en diesel pompen, een enorm parkeerterrein, dat
moet ook wel er staan er, op zondagmorgen om 1100 uur, wel 400! We rijden door
een bijzonder imponerend landschap richting Shoshone, want we willen natuurlijk
naar Death Valley. In Shoshone stoppen we, de tank is half leeg, en wanneer er
weer een pomp komt? De benzine is hier duur, 1.79 $ per gallon, dat komt
natuurlijk doordat dit plaatsje zo afgelegen ligt. Shoshone heeft een heel
klein, zéér kneuterig motelletje, The Shoshone Inn, er is vacancy, en als we
vanavond niet in Furnace Creek kunnen maffen, dan rijden we terug. Van de
bijzonder vriendelijke pompmiep krijgen we een kaart mee van dit gebied
, uitgave 98/99, maar dat veranderd natuurlijk niets aan de ligging van de
diverse plaatsen. We krijgen nog wat goed
e raad mee, dan gaan we op pad. Het landschap is bizar, mooi, afschuwelijk
en beangstigend, alles bijelkaar is het fascinerend! Via twee passen, de
Salsbury Pass en de Jubilee Pass, zijn we plotsklaps in Death Valley, geen bord,
niets. De bewijzering van de wegen is wonderbaarlijk, je mag overal 65 mph, voor
amper een heel klein knikje in de weg wordt 30mph geadviseerd, en voor
plotseling opdoemende praktisch haakse bochten wordt in het geheel niet
gewaarschuwd! Als we stilstaan voor een foto, vallen ons twee zaken op, het is
dood- en doodstil, geen zuchtje wind, en de scherpte van het licht! We hebben
een hele oude Canon AE1, die gebruiken we voor de 28 mm groothoek, er zit een
100 ASA film in, we maken foto's met F22/1000e! We komen bij Badwater, dat is
het laagste punt van de VS, 282 ft/86 meter ónder zeeniveau. Hoog op de
erachter liggende rotsen ontwaren we een bordje: sealevel, staat er op. Voor
zover ons bekend, zijn er op aarde twee van zulke punten, Badwater en de Dode
Zee in Israel, mocht iemand een ander punt weten, graag. Het is gelukkig nu niet
zo heet, maar als het hier warm is, dan is het ook warm, en zijn temperaturen
van 55° eerder regel dan uitzondering. Het landschap blijft heel mooi, de
begroeiing, in de vorm van allerlei soorten gras, valt ons nog heel erg mee. We
hadden het "kaler" verwacht! De Artist Drive, een self-guided
tour langs imponerende rotsen, doen we niet.
Ook de Devils Golf Course laten we voor wat het is. Het landschap is al zo
verschrikkelijk mooi, en de wegen er naar toe, zijn allemaal zandpaden waar een
hoop stof ligt. We zien niemand, alleen wij, de weg en de auto, da's alles! Maar
wel mooi, we zien spierwitte, droge, zoutmeren, aan de ene kant van de weg, en
dreigende rotsen in allerlei kleuren aan de andere kant. We komen vast in de
buurt van de Furnace Creek Ranch, want het wordt steeds groener. Dat klopt, even later zien we de Ranch in al zijn glorie. We gaan
vragen of ze nog een slaaphok voor ons hebben, dat hadden ze, we worden
ingecheckt door een afschuwelijke dikke miep met een knalrode kop, het was net,
of ze op het punt stond om uit elkaar te barsten! Ook krijgen we hier een kaart
mee, met daarop gemarkeerd, het plekje waar onze kamer is, dan gaan we eerste
even rondkijken. Er staat uiteraard een Visitor Center, daar kopen we eindelijk
een boek, wat gaat over de Memorials, Monuments & Historic Sites in de US,
de oude baas is zichtbaar verheugd, als blijkt dat er een paar Europeanen
interesse hebben in dit soort zaken. Hij begint gelijk allerlei wetenswaardigheden te vertellen, en wijst ons op een boekje, heel commercieel natuurlijk,
dat gaat over de ritten, die men maakte met muilezel karavanen, om de borax uit
Death Valley te halen. iedereen weet natuurlijk wat Borax of
Na2B4O7.10H2 is, voor alle duidelijkheid, het wordt o.a gebruikt voor de
uitroeiing van reismensen/insecticiden. Vlak voor de ingang van de ranch, staat
nog zo'n kar, we gaan straks wel eens goed
kijken. Eerst drinken we een verdiend koud drankje, en als we onze handen
wassen, blijkt, dat het "koude" water hier 30° is! We gaan verder
rondkijken, men heeft hier zelfs een eigen airport(je), men noemt dat hier een
"Lighted
runway for small aircraft", een
bijzonder groene golf-course, en dat is heel apart, het gras gaat gelijk over in
woestijn, dat hadden we in Egypte al eens gezien, het blijft heel bijzonder.
Maar er is hier een bron, waar water genoeg uitkomt, dus waarom zul je geen
golfbaan aanleggen? Men heeft het hier gewoon goed
voor elkaar, de kamers zijn ondergebracht in een aantal gebouwen, die er goed
onderhouden uitzien, er zijn tennisbanen,
een zwembad, je kunt er benzine krijgen, de re
ed
s gememoreerde 18 holes golfcourse, je kunt er paardrijden, wat wil je nog
meer? Het kan ook nóg luxer, wij zitten nu in de Furnace Creek Ranch, je kunt
ook ronken in de Furnace Creek Inn, maar die is alleen in season open. Nee, we
zitten hier goed
. Onze kamer heeft zelfs een terras(je), daar
zitten we heerlijk in de schaduw te genieten, we laten een lekkere Keystone
Premium naar binnen glijden. Dit is wederom productbeleving in optima forma. Er zijn een paar restaurantjes,
waarvan wij er eentje wel leuk vinden, het 49er Cafe. Die kent het principe
"first come, first serve", dat betekent, dat wij om 1830 uur achter
een heerlijke trout, gevangen ergens in Idaho, zitten. Men serveert er een prima
huiswijntje bij, een heerlijk toet(je), daar was allemaal niets mis mee. Als je
de rekening krijgt, moet je er maar bij denken, dat je voor dit b
ed
rag wèl in Death Valley zit. De temperatuur is heerlijk, we gaan eens
kijken bij de al genoemde muilezel wagen. Dit moet je beslist niet
onderschatten! Even verderop liggen de Harmony Borax Works, daar werd dit spul
gevonden, maar het moest wèl naar Mojave! En dat ligt 165 mile verderop! Zo'n
mule-train bestond uit 2 wagens waar de borax in werd vervoerd, een waterwagen
en dit alles werd getrokken door 18 muilezels en twee paarden. De wielen van die
karren, waren extra breed
en manshoog, men moest af en toe wel eens
door het zand, de wagens wogen, als ze vol zaten, bij elkaar een 30 ton, en dan
zijn br
ed
e en hoge wielen een stuk makkelijker te trekken. Men de
ed
over die afstand 12-15 dagen, afhankelijk van het seizoen, ik heb het
boekje "20 Mule Teams Days in Death Valley" gelezen, wat een
ontberingen hebben die mensen doorstaan! Naderhand hebben ze die muilezels
vervangen door een soort tractor, Old Dinah, gewoon vier wielen, een plateau
erop, en daarop een stoommachine die dit alles aandrijft, ook hiervan staat een
exemplaar voor de poort. Je moet je eigen niet voorstellen dat je met dit soort
apparaten door de desert moet scheuren, toch zal het allemaal best wel een mooi
gezicht geweest zijn. We genieten wederom van een prachtige sterrenhemel, ook dàt moet je in dit soort streken
niet vergeten, kijk eens naar bóven!
dag 12, 18 oktober 1999
Geslapen als blokken, logisch, je hoort niets, en er gebeurt hier ook niets.
Het weer is wederom heel erg mooi, de temperatuur is heel
erg goed
, kortom, dit is een prima tijd om door dit soort streken te reizen. We
hebben een goed
ontbijt, en in N
ed
erland gaat ook alles naar wens, da’s mooi. We verlaten dit fraaie oord,
uiteraard pakken we de verkeerde afslag, gelukkig hebben we dit snel door,
anders kost het je gewoon een paar uur, dat is op een vakantie als deze altijd
zonde van de verloren tijd. Het landschap blijft boeien, beslist niet
vergelijkbaar met een Colorado of Wyoming, maar wel heel bijzonder. We zien geen
kip, als we twee auto’s per uur tegenkomen, is het veel. Daar het nog vroeg
is, trilt de lucht door de warmte nog niet, de rondom aanwezige bergen, hebben
allerlei fraaie kleuren, en de woestijn, wat dit in feite toch is, maakt weer
een overweldigende indruk. Als we op ons benzinemetertje kijken, zien we, dat we
nog maar een halve tank hebben, dus… Koffie,
peut en een prettig geprijsde fles Makers Mark, vinden we in Stovepipe Wells,
dan hebben we een punt als Salt Creek al gehad! Toch rechtvaardigt ook dit punt
een bezoek! Er zijn natuurlijk veel méér punten die dit doen, maar dan moet je
vaak een heel eind omrijden, of, erger nog! omlopen, of de beschikking hebben
over een 4WD. Dat hebben we niet, daarom laten we een punt als "The Racetrack"
ook gewoon voor wat het is. Heel interessant, maar veel te ver om. Toch jammer,
we hadden er een paar weken geleden een heel interessante reportage over gezien op het National Geographic
Channel. Overal zien we witte vlekken in het landschap, dat zijn gewoon opg
ed
roogde zoutmeren. In feite is heel Death Valley een heel machtig gebied
, in het boekje “Wild Flowers of Death Valley National Park”, dat we
gekregen hadden, omdat we voor meer als 25$ aan boeken kochten in het Visitor
Center, lezen we, dat er ruim 1000 verschillende soorten planten groeien in het
Park. Natuurlijk is Death Valley op z’n mooist als er velden vol bloemen
bloeien. Om een paar voorbeelden te geven: half februari tot half april, dan
bloeit alles tot een hoogte van 2000 ft. Begin april tot begin mei, dan bloeit
alles op een hoogte van 2000-5000 ft, en nog hoger, eind april tot begin juni.
Dieren komen ook voor, en meer als je zou denken! Slangen, natuurlijk, maar ook
schildpadden, hag
ed
issen, coyotes, en, heel wonderbaarlijk, in
sommige meertjes en stroompjes zit zelfs een kleine vissoort, terwijl het water
bijna even zout is als de Dode Zee! Ook leven er tientallen vogelsoorten,
waarvan we er af en toe eentje zien. Regelmatig moet men ook half verwilderde
paarden en ezels vangen, die zijn bij een of andere boer in de omgeving
ontsnapt, zijn aan het fokken geslagen, maar worden gevangen, omdat ze teveel
zeer kwetsbare vegetatie vernielen. Genoeg natuurkunde, we fotograferen en
passant ook nog een stokoude brandweerwagen, die hier nog gewoon dienst doet,
dan gaan we verder. Twee prachtige passen, o.a. de Towne Pass, maken, dat we
geen meter opschieten, het landschap is fantastisch mooi! Je blijft fotograferen
en uitstappen om te kijken. Maakt allemaal niet uit, we hebben vakantie. Dan
zijn we plotsklaps toch het park uit. Jammer, want ook dit is een park, wat een
meerdaags bezoek absoluut rechtvaardigt. Wij hebben daar niet voor gekozen, dus
rijden we door. De gehele weg, tot aan de 395, blijft een Scenic Drive, dan
komen we bij Olancha, een plaatsje wat Marja een “doorblaasgat” noemt! Drie
huizen, zes pompen en nog wat ondefinieerbaars, en je hebt het plaatsje helemaal
gehad. Maar we kunnen er tanken, ze hebben een nieuwe krant, wat hapvoer en men
is heel vriendelijk. Ook de peut is er veel “menselijker” geprijsd als in
Death Valley, wat willen we nog meer! De 395 voert ons langs Loco, dat zijn we
natuurlijk allemaal, wat doen we anders in deze maffe reiswereld?, en even onder
Pearsonville vinden we een Official Rest Area. Daar laten we ons het
meegebrachte hapvoer goed
smaken. Bij Freeman Junction pakken we 178 west, vlak daarachter ligt ook
weer een bloed
mooie Pass, de Walker Pass, wel niet
spectaculair hoog, maar weer een plaatje. Via Onyx en Weldon komen we in Lake
Isabella, daar draaien we de 155 west op, en krijgen al snel een waarschuwing
middels een groot bord, dat we 18 mile een bochtige weg krijgen. Nou, dat
klopte! We hebben die 18 mile geen recht stuk weg gehad, langer dan 100 meter!
Daarna wordt het allemaal wat beter, maar bij Glennville en Woody is het weer
verschrikkelijk. We hadden een andere route in gedachten, maar we waren al die bochten zó
verschrikkelijk zat, dat we ons plan omgooien, en de 65 north nemen naar
Porterville. Eindelijk hebben we een recht stuk weg voor ons, we rijden allebei
erg graag in een auto, maar dit was echt heel verschrikkelijk! Het stuk waar we
nu rijden, is heel bekend om de enorme citrusboomgaarden, wel niet het
allerfraaiste landschap, maar we schieten op, en dat telt, we zijn het zat. Bij
Lindsay de 137 west op, bij Tulare de 63 north, dan rijden we Visalia binnen,
twee tellen later staan we bij een EconoLodge voor de deur. Dankzij weer een
bonnetje uit Marja’s fameuze boekje, hebben we daar een prima kamer voor 39.95
$. Heerlijk centraal, vlakbij de Visalia Mall. Daar hebben ze een goed
e Food Court, en in die Court vinden we een vestiging van Panda, dat
betekent dat we daar een prima maaltijd hebben voor een b
ed
rag van 9.56 $ We hebben er nog genoeg aan ook! Als toetje bij Dairy Queen
een lekkere Sunday met dubbele scoop en nootjes, dan zitten we plotsklaps midden
in de IJstijd. We zien een Mammoet! Een volwassen wijfje met jongen! We poetsen
driftig onze brillen, omdat we eerst niet geloven wat we zien, maar als we een
klein beetje van de verbazing zijn bekomen, menen we er toch enige menselijke,
vrouwelijke, vormen in te herkennen. Het waggelt naar een stevig uitziende
stalen stoel, als het gaat zitten, en alles hangt stil, kraakt de stoel
hoorbaar… We gaan uiteraard niet met open mond zitten kijken, maar als we achter
haar langs lopen, express natuurlijk, zien we, dat haar dikke kont absoluut niet
op de toch ruime zitting past. Helemaal niet zelfs! Als een soort zadeltassen op
een paard, hangt aan beide kanten van de stoel ruim ¼ kont als een zak vet naar
beneden. Aan het uiteinde van haar kerkzuilen
(lees: benen) zitten merkwaardig kleine voetjes, ze moet een enorm gevoel voor
evenwicht hebben, anders dondert ze zó om. Voor haar, op tafel, staan twee
enorme troggen met voer, ernaast staat een “beker”, wij hangen daar een
plastic zak in, en gebruiken het vervolgens als vuilnisemmer, maar zij drinkt
daar cola uit! Dit moet uiteraard helpen, om alles weg te spoelen en te
verdunnen. Schrijver dezes krijgt daar altijd vieze gedachtes bij, zo van: moet je je voorstellen
hoe dat zit te poepen! Als een ouwe grijze bouvier, die een dikke bak yoghurt
leegslobbert, zo zal het ook wel klinken. Vetkwabben over de rand van de pot
heen, en hopen dat het ene gat ongeveer boven het andere zit. De smurrie zal ook
allemaal best wel de ongetwijfeld krachtige sluitspier passeren, maar of het dan
ook alle vetplooien door is? Het is
allemaal heel wel mogelijk, dat er na een paar dagen een klein, achtergebleven
hard geworden drolletje “zomaar” uit een vergeten vetplooi valt. Maar ik
dwaal af, we gaan terug naar ons hotel, heerlijk een dikke krant, een goede documantaire op tv, een lekker drankje, goed
gezelschap, we bekijken de mogelijkheid
en voor morgen, we gaan pitten. We dromen over de familie van die dikke, een
hele kudde mammoeten…
dag 13, 19 oktober 1999
Weer hebben we zwaar
en diep geronkt, weer was er een complimentary breakfast, en weer stelde ook dit
niets voor. Maar 500 meter verder, hebben ze alles wat we maar willen. Twee
mooie parken wachten op ons, maar eerst rijden we bijna verkeerd. Het is
verbazingwekkend hoe slecht men in de VS soms een wegomleiding aangeeft, en weer
is het heel belangrijk dat iedereen even “meekijkt” hoe er gereden moet worden. De eerste paar mile
buiten de stad zijn saai, heel saai, maar dan wordt het allemaal héél erg mooi.
Heel bochtig allemaal, heuvelachtig, maar bloed
mooi. We komen langs een paar magnifiek gelegen hotelletjes. In de parken
zijn er uiteraard logies-mogelijkheden, maar niet zo gek veel, dan bieden deze hotelletjes uitkomst. Ze liggen vlakbij de ingang van een park, zijn
vaak vriendelijker geprijsd, en minder gauw vol. De entrance van het Sequoia
National Park, vernoemd naar een Cherokee Native American, Se-Quo-ya, is beslist
niet groots te noemen, eenvoud is het kenmerk van het ware, denken we maar… Volgens
een paar folders, gehaald in het Visitor Center, moeten hier beren, coyotes,
bighorn sheep en cougars zitten, wel niet veel, maar toch…
We turen ons allebei drie slagen in de rondte, niets! Giant Forest, een verzameling enorme bomen, staat helemaal in de hekken, de
wegen er tussendoor, worden hersteld, het houdt in, dat alles niet toegankelijk
is, jammer. Toch komen we wel nog enorme “reuzen” tegen, we stoppen
uiteraard, pas als je ervoor staat, dan heb je pas een idee hoe reusachtig groot
deze jongens wel niet zijn. Dit zijn Red
Woods, de hoogste soort, Sequoia’s zijn
qua volume wel veel groter, maar zeker niet hoger, straks wat cijfers. Men
heeft, heel Amerikaans, veel van deze grote bomen namen gegeven. De weg waar we
nu op rijden, heet de Generals Highway, en dus is het logisch, dat veel bomen
namen hebben van beroemde generaals uit de American Civil War. Een van de
bekendste bomen is de General Grant, een enorm apparaat, beter bekend als de
Nations National Christmas Tree, maar natuurlijk gaat onze belangstelling uit
naar de grootste, en dat is de General Sherman Tree. Eenmaal aangekomen op de
plek waar deze jongen staat, bekruipt je toch het gevoel, dat wij als mens maar
heel erg klein zijn. We kunnen de boom niet eens helemaal op de 28 mm groothoek
krijgen, wàt een enorm geval! Volgens een bordje is dit het grootste leven
ed
e object ter wereld, we geloven het
onmiddellijk. 275 ft hoog, een diameter aan de voet van 36 ft, een geschat
gewicht van een 1400 ton en een ouderdom van 3500 jaar. Moet je voorstellen,
toen deze boom al 1000 jaar oud was, liepen wij in ons landje nog in berenvellen
rond te rennen, en sleepten we onze vrouwen nog aan de haren ons hol in, om, na
het drinken van teveel m
ed
e, nog vlug even een klein barbaartje te maken. De aanblik van deze boom is
enorm, de impact ervan is zéker te vergelijken met het gezicht op de pyramide
van Cheops, of de Taj Mahal of de Borobudur, om maar eens iets te noemen. Zoals
gezegd, wel de grootste, maar niet de hoogste. De hoogste boom is een Red
Wood, 367 ft hoog, de hoogste Sequoia is 311 ft hoog. Over die General
Grant is ook nog wel iets leuks te vertellen. Bekend moge worden geacht, dat er
in 1977 twee Voyagers zijn gelanceerd, met als doel het Grote Onbekende, de
Ruimte dus. Deze Voyagers verkennen nu gebied
en vèr buiten ons zonnestelsel. Mochten ze
ET
-achtige figuren ontmoeten, dan hebben zij 118 foto’s bij zich, waarop een
aantal kenmerkende aardse zaken staan afgebeeld, zodat “men” een goed e indruk
kan krijgen van aardbewoners. Dit. mits “men” dit kan interpreteren natuurlijk.
Wij weten wat een foto is, ET kan wel denken dat het eetbaar is, ik bedoel maar… Een
van die foto’s is er een van de General Grant in een winterse omgeving. Er
staan op die foto een paar mensen voor deze boom, maar of
ET
dan weet dat mensen mensen zijn en een boom
een boom? We blijven een tijdje staan kijken, laten de enorme omvang goed
op ons inwerken, en zijn diep onder de indruk van deze machtige omgeving.
Dit is weer iets, dit moet je eigenlijk zelf gaan zien, dit is allemaal zo
groots, dit kun je niet vertellen, dit doe ik danook niet, we gaan verder. Maar
we hebben wèl oog in oog gestaan met het grootste levende organisme op deze
aardkloot. We hebben diep respect voor deze complexe levensvorm. Schitterend, we
zijn een enorme ervaring rijker. Genoeg superlatieven, we gaan nu ècht verder.
We rijden naar Grand Cove, een klein winkelgebeuren, daar doen we leuke
aankopen, en proberen een kamer te krijgen in de glo
ed
nieuwe John Muir Lodge, dat lukt! Als we wat bagage op de kamer zetten,
ruiken we de nieuwigheid, het is een hele mooie lodge, een enorme open haard in
de openbare ruimte, een grote leestafel vol met natuurboeken en oude nummers van
de National Geographic, dat spreekt mij altijd aan. We herinneren ons, dat ons
benzine-slurpend snelheidsmonster nog maar een halve tank heeft. Dat vraagt om
volgooien, maar dit park kent maar op een paar plekken een pomp, dat is hier
ongeveer 7 mile vandaan. De rit erheen is er een, alsof je naar een hele lange
prachtige natuurfilm zit te kijken, eenmaal bij die pomp aangekomen, is het
allemaal een heel kneuterig gebeuren. Je gooit je auto vol, dan moet je maar
onthouden welke pomp je gehad hebt en hoe hoog het b
ed
rag was, dan ga je maar naar binnen om af te rekenen. Of het allemaal klopt,
dat hangt af van de eerlijkheid van de mens, maar alles maakt zo’n
overweldigende indruk, dat je niet eens op het idee komt om de boel te flessen.
Wel moeten we even slikken, als we de prijs zien, 1.80$ per gallon. Even
verderop staat een klein gebouwtje, daar zit een klein, popperig winkeltje in
helemaal gespecialiseerd in Gods Woord. Ook hebben ze een klein hoekje met
speelgoed
, en laat ik nu juist dààr m’n
verzameling Pick Up miniatuur autootjes uit kunnen breiden! Dan gaan we toch nog
even terug naar de General Grant, de zon staat nu wat lager, daardoor wordt het
licht mooier. In de buurt ligt een enorme omgevallen Sequoia, helemaal hol van
binnen, ik kan er helemaal rechtop doorheen lopen. Dit hout verrot ook heel
moeilijk, hout van een dode Sequoia van 600 jaar oud, is nog steeds prima timmerhout. We gaan terug naar de Lodge, halen een paar koude
biertjes in de Store, in het zonnetje smaken die heerlijk. Dit is gewoon
genieten! Een blik op de kaart leert ons, dat de weg naast de Lodge, naar een
Panorama Point gaat, dat doen we, het uitzicht over een prachtig deel van het
Park, is de grootse beloning voor een lange rit. Heel langzaam rijden we de weg
terug, genietend van een fantastisch landschap. Vlakbij de Lodge is een
restaurant, daar laten we een lekkere trout zwemmen in een karaf heerlijke rode
wijn. We ontmoeten een paar Nederlanders die hier ook onderdak hebben gevonden,
in een tent!! Er was niets anders meer! Deze mensen “deden” California in een week! Zonde! We wandelen heel rustig terug naar de
Lodge, in het pikke-donker, er is geen beer-waarschuwing, maar als we iets
groots in een vlakbij gelegen struikpartij horen rommelen, dan lopen we toch
even stevig door. Het is doodstil, de sterrenhemel weer prachtig, we horen een
paar uilen, en als we een klein stukje het pikdonkere bos inlopen, horen we
allerlei nachtdieren rondscharrelen, het is fascinerend! De Lodge is helemaal
van hout, dat merken we, als we in bed
liggen, alles kraakt en piept, we slapen als beren…
dag 14, 20 oktober 1999
Weer hebben we heerlijk rustig geslapen, het uitzicht vanuit de lodge
is nog steeds heel mooi, we ontbijten, dat is goed , maar het duurt allemaal
heel lang. Men heeft ook hier gewoon gebrek aan personeel, het lijkt de Nederlandse reiswereld wel. Het lieve miepje
rent zich de kerkzuilen uit d'r dikke kont. We geven haar een dikke fooi. Even
bellen met Marjolein, alles gaat gelukkig goed
. Dan gaan we het laatste stukje van Kings Canyon doen, we komen langs
bijzonder fraaie overlooks, en men is overal met de weg bezig. dat is natuurlijk
wel een nadeel van het voor- en naseizoen, men moet natuurlijk wel eens aan de
weg werken, dat gebeurd niet in het hoogseizoen, en daarom hebben we er nu last
van. Ook kan het hier begin november al flink sneeuwen, dan is er niet te
werken, dus daarom doet men het nu. We halen koffie bij een klein hotelletje,
die hebben ook een paar benzinepompen uit de tijd dat er amper auto's r
ed
en, maar dit terzijde. De koffie is gloeiend, daarom besluiten we om dit op
een mooi punt op te drinken. Dat punt vinden we, maar de koffie pleuren we weg,
die is absoluut ondrinkbaar! We rijden door de Canyon van de Kings River, bloed
mooi, dat wel, maar het is een doodlopende weg, daarom gaan we maar terug,
het is natuurlijk leuk om te kunnen zeggen, dat je helemaal tot het eindpunt
geweest bent, maar het heeft weinig zin. Het hele eind weer terug is ook niet
echt een straf, het enige wild wat we zien, zijn een paar vogels en een aantal
bloed
snelle eekhoorns, ook zien we vaak resten van
dieren die de oversteek over deze weg niet gehaald hebben, en de ongelijke
strijd met een groot stalen monster niet gewonnen hebben. We rijden richting
Fresno, en ook dat is een mooie rit, de schoonheid van een park houdt niet
gelijk bij het hek op. De weg is in feite een hele lange afdaling, en regelmatig
betrappen we onszelf op veel te hard rijden. In Fresno zelf, halen we een burger
als lunch, hier spreken ook meer mensen Spaans als Engels, en het aantal
"dikkerds" zit hier vèr boven het landelijk gemiddelde, maar ook dat
blijft leuk om naar te kijken. Dan maken we bijna weer de traditionele fout,
door te denken dat we er al moeten zijn, we rijden op Chestnut, die moet op een
gegeven moment de 41 kruisen, we zijn twee keer gestopt om te kijken of we goed
zaten, beide keren zaten we goed
, de afstanden zijn ook hier langer als ze lijken. Eenmaal op die 41 zijn we
al heel rap in Oakhurst, daar moeten we zijn, want Mar heeft in d'r befaamde
boekje wederom een bon, en wel voor het Best Western
Yosemite Gateway Inn. Voor 49,95$ hebben we wederom een prima kamer. De tank gooien we weer vol in Fresno, koffie bij de
Yosemite Coffee Roasting Company en
info
bij het Visitor Center. We hebben al een
kamer, maar we gaan eens kijken wat de concurrentie doet. Tegenover dit BW zit
een Comfort Inn. Er is vacancy, er wordt gegoocheld met cijfers, en er komt een
prijs uit van 69$! Maar dan heb je ook een riant uitzicht op een parkeerplaats
en een fabriek. Onze kamer heeft een groot balkon en mountain view, er worden
een paar blikjes uit het koelvak getrokken, we gaan heerlijk "bieren"
op het balkon. Die mountain view wordt ernstig onderbroken door zwaar geboomte,
who cares voor die 49$? Dan lezen we, dat ook dit hotel een coin laundry heeft,
da's mooi, 5 minuten later draait de machine de was voor ons, en weer een
kwartier later zit alles in de droger. Dan moeten we boodschappen doen, het is
even zoeken, maar dan vinden we een superstore, VONS heet deze tent, daar vinden
we alles wat we nodig hebben. Alles wat we niet nodig hebben trouwens ook! Even
later zitten we weer achter een koude gele rakker op het balkonnetje, een grote
eekhoorn zoekt wintervoorraad op een meter afstand, dan lezen we in een boekje
een advertentie van die koffiehut van vanmiddag. Men serveert er ook chili en
salads, da's mooi! We genieten van de omgeving, en daar we geen andere plannen
hebben, gaan we "dineren" bij die koffietent. Een prima chili, een
heerlijke koolsalade, en daar men geen liquerlicence heeft, drinken we er melk
bij, je schijnt er niet van dood te gaan, dus vooruit maar…
We eten goed
, snel en goed
koop. De route voor
morgen wordt doorgenomen, we zappen nog even, een lekker drankje, de laatste van
vandaag op het balkon, pitten.
dag 15, 21 oktober 1999
Vroeg op, goed
geslapen, vandaag een hoogtepunt uit de
reis. Even bellen met Holland, snel even naar VONZ voor verband en zalf voor de
voet van Mar, dan gaan we eerst even ontbijten. We worden naar onze plaats
gebracht door een enorme dikke jongen, we hebben zoiets nog niet gezien deze
vakantie, nog dikker als die mammoet. Hij loopt, nou loopt, hij schuifelt naar
een tafeltje, de snelheid zal nog geen 2km/uur zijn, ongelofelijk, wat was die
gozer dik. Vol verwachting klopt ons hart, Yosemite is waiting. De weg erheen is
mooi, bloed
mooi zelfs, maar toen we het bord zagen van Yosemite, waar veel parken een
machtig kunstwerk van maken, moest er bij ons al een licht gaan branden. Het was
een niets voorstellend bord, en zeker niet iets, wat er bij het drukst bezochte
park van de VS eigenlijk hoort. Wawona moet een leuk plaatsje zijn, best
mogelijk, maar het meeste stond in de steigers, natuurlijk is El Capitan een
machtig gezicht, maar aangekomen bij Yosemite Village begon de ellende. Ook hier
is de overheid met van alles tegelijk bezig, wegomleggingen worden ook hier
slecht aangegeven, het is verschrikkelijk druk, we horen meer japans als engels
en we moeten een heel eind lopen. Dat bevordert de stemming uiteraard niet, ook
in de Village staat alles slecht aangegeven, we maken een kleine busrit door het
park, we bezoeken een grote shop, we kopen niets! Dat is nog nooit gebeurd! Wat
ze wel hebben, is hele goeie koffie, maar het meisje dat ons hielp, maakte de
klassieke fout, dat zij leuteren met haar collega's belangrijker vind als het
helpen van klanten die eventueel een fooi kunnen geven. Het moge duidelijk zijn,
ze kreeg niets! Uiteraard kijken we ook bij een van de beroemde watervallen van
Yosemite, maar dat was vergeefse moeite, helemaal hartstikke droog, geen
druppel, niets! Hadden we kunnen weten, natuurlijk, nee, dit park is voor ons
geen succes! We kijken op de kaart, we willen absoluut de Tioga Pass
"doen", dat is nog een heel eind, dus breken we op. Tanken doen we bij
Crane Flat, dat is een van de weinige tankmogelijkheden in dit park, en dan begint gewoon weer een
bloed
mooie rit. Dieren zien we niet, wel fraaie overlooks, het wordt ook kouder,
logisch, we gaan van 7000 naar 9000 ft. Een prachtig klein meertje, Lake Siesta,
daar maken we mooie foto's. De weg gaat verder, het is een prachtig
rotslandschap, grote boompartijen, het is een genot om doorheen te rijden. We
hebben een machtige stop bij Tenaya Lake, een mooi meer, een leuk strandje, een
paar bankjes, een lekker zonnetje, en een prima lunch. Reizen en genieten in de
overtreffende trap. Verder gaat he |