deel 1 van 2
Dag 1: Amsterdam – Los Angeles:
De vlucht van Amsterdam via Londen
naar Los Angeles verliep op een klein mankementje na – één van de
vliegtuigmotoren gaf een foutmelding op de boordcomputer – zonder
problemen met British Airways. Wel vroeg uit het bedje, de vlucht
naar London vertrok om 07.00 uur en na de overstap met de dikke 747
kon de lange zit beginnen naar Los Angeles. Na de douane
formaliteiten in Los Angeles – met lange wachtrijen – de bagage
oppikken en buiten stond toevallig de pendelbus van het geboekte
Furama Hotel al te wachten en dan sta je na een ritje van 5 minuten
voor de hotelingang. Dit hotel is bewust gekozen vanwege de gunstige
ligging met het vliegveld, motor verhuurstation en de route om L.A.
te verlaten.
Na een dergelijke
lange vliegreis is het heerlijk relaxen onder het Californische
zonnetje bij het fraaie hotelzwembad met bar. Het was nog vroeg in
de middag met het tijdverschil van 9 uur, dus na het luieren even de
benen strekken in de omgeving en bij het hotel gelegen supermarkt
een paar inkopen doen voor onderweg, zoals een thermoskan met
afschroefbare deksel waar ook de ijsblokjes goed inpassen, en daar
heeft men een ruime keus in. Bijtijds het bed in, want op dag 2 ben
je beslist vroeg wakker.
Dag 2: Los Angeles – Palm Springs:
Vroeg wakker, dit keer niet zoals
in1997 door een naschok van een gewezen aardbeving, maar gewoon door
het tijdverschil. Na het badkamergebeuren een kort telefoontje naar
het verhuurstation om Dan, de Amerikaanse monteur, te melden dat wij
na het uitgebreide ontbijt met de bagage klaar zullen staan om
opgehaald te worden. Dan komt dan ook even later met een grote Range
Rover om ons naar het verhuurstation te brengen waar de bestelde
motoren klaar staan om het sein “hit the road” te krijgen. Na het
verplichte papierwerk kon mijn gehuurde Honda Magna aangepast worden
voor videocamera gebruik, dit tot grote maar positieve verbazing van
monteur Dan.

Na alle bagage opgepakt te hebben kunnen wij vertrekken, helm op en
na afscheid genomen te hebben van Dan, rij ik voorop richting
Interstate 405 North die na een klein stukje kruist met de
Interstate 10 East. Ik heb vandaag bewust gekozen voor een korte
dagrit van zo’n 210 km naar Palm Spring om zwager Jan rustig te
laten wennen aan zijn motor en zijn eerste kennismaking met de grote
en brede Interstate’s van Los
Angeles, en het is vandaag zondag, dus niet al te druk op de weg. Na
een mijltje of 40 staat het verkeer op de I-10 helemaal stil,
verd…., toch geen file? Nee een kettingbotsing die het verkeer even
stillegt, maar hier komt het voordeel van de motor toch weer om de
hoek kijken want wij kunnen er netjes tussendoor rijden. Ik laat de
camera even wat beelden schieten van de ravage en het gas kan er
weer op.
De I-10 slingert door Los Angeles en aangrenzende county’s en Jan
voelt zich steeds beter thuis op
zijn dikke 1100 Honda en maakt dat door duimpje omhoog gebaren
kenbaar. Na een honderd mijl even de I-10 af voor een tankstop voor
motor en berijder. Zo’n tankinhoud van maar 16 á 17 liter betekend
regelmatig, vooral in de woestijn gebieden, de zaak bijvullen. De omgerekende literprijs laat bij mij altijd
een grijns op mijn gezicht vertonen, ook nu weer. Mens en machine
bijgevuld, dus de I-10 weer op richting Palm Springs. Voor de tweede keer verbaas ik mij bij de aanblik van het
gigantisch grote windmolenveld dat buiten Los Angeles in de heuvels
staat opgesteld. Velen verkeren in een erbarmelijke staat van
onderhoud, maar ik laat de videocamera even een shot meenemen en
richt mijn aandacht weer op hetgeen wat voor mij komt.
Aan de 111 ligt het fraaie Palm Springs als een groene oase in dit
woestijnlandschap. Dit is mijn tweede bezoek aan Palm Springs en ik zoek na een kort ritje over de Palm
Canyon Drive het Budget Host Inn motel weer op dat gerund wordt door
wat oudere maar heel gezellige mensen. Ik vraag natuurlijk direct om
een discount vanwege mijn tweede
bezoek, en dit wordt onder gelach goedgekeurd.
Dit motel heeft een prima zwembad met bubbelbad en daar wordt direct
gebruik van gemaakt. De buitentemperatuur heeft er nog een schepje
bovenop gedaan en de
luchtvochtigheid is abnormaal hoog. Vlakbij het motel een winkeltje
met heerlijk koud Corona bier en dit wordt genoten bij het zwembad
met uitzicht op het prachtige heuvellandschap op de achtergrond. Wat
kunnen een paar simpele dingen een mens toch een heerlijk gevoel
geven. Dinertime, dat is in ons geval makkelijk, aan de overkant
ligt een restaurant van de Pizza Hut keten, en Jan die thuis geen
pizza’s lust, eet hier een pizza type Meatlovers waar hij daarna
bijna zijn bord aflikt. Onder het genot van diverse pitchers koud
bier, staan inmiddels de bedienende dames zich te verbazen dat wij zulke grote formaten pizza’s
zo gemakkelijk in onze magen laten verdwijnen. Tja, wij zijn
Hollandse jongens nietwaar en de hele dag buiten maakt een mens
hongerig.
Na een goede fooi achter te
hebben gelaten zoeken wij snel het bed
op want zwager Jan is de eerste die aangeeft dat de vermoeidheid
toeslaat, hij is tenslotte ook de oudste, dus volgen wij zijn
voorbeeld. Na wat napraten over wat vandaag allemaal de revue
passeerde vallen snel de oogjes dicht.
Dag 3: Palm Springs – Gila
Bend:
Zonder hulp van de
wekker staat de eerste al om zes uur onder de douche, en komt er
leven in de tent. Onze motelkamer heeft een koffiezetapparaat en die
pruttelt al snel. Nog even met de videocamera een stukje Palm
Springs opnemen en de motoren worden bepakt voor de volgende trip.
Het motel biedt een Free
Breakfast maar in de receptie is nog geen teken van leven, dus de
sleutel maar in de keybox gedropt
en wij ontbijten wel onderweg. See You!!
Wij rijden de 111 naar Indio en stoppen bij een McDonald’s
restaurant die ook een ontbijt op de menukaart
hebben staan. Na het ontbijt buiten een sigaretje draaien en dit
wordt met veel belangstelling gadegeslagen door een Amerikaanse
jongen, die er natuurlijk ook één wil draaien, en dat mag hij. Na
hem een vuurtje gegeven te hebben, laat hij al hoestend weten dat
het very good is en gaat weer zijn weg. Wij ook, het wordt nu toch
wel erg heet en wij rijden via de State Highway 86 in zuidelijke
richting en langs de fraaie Salton Sea naar El Centro. Dat we
zuidelijker rijden is goed te
merken aan de temperatuur, die nu al richting 40 graden gaat, de
rijwind koelt absoluut niet meer.
De in L.A. gekochte thermoskannen doen hun werk, bij iedere stop worden vele ijsblokjes toegevoegd om
het bronwater (het beste voor de dorst) lekker koel te houden. Ook
regelmatig komt de zonnecréme uit de tas, en dat is hier gewoon een
must, vooral omdat je behoorlijk “bloot”op de motor zit. Bij El
Centro draaien wij de Interstate 8 op naar Yuma en na het passeren
van de Colorado River – tevens een tijdzone = 1 uur later - zijn wij
aangekomen in de staat Arizona. Het is tijd voor een tankstop in
Yuma, en daar gaat het mis, vriend John wil een leuke videoshot
maken van ons en de heel vriendelijke pompbediende en stapt achteruit met zijn blote been tegen de blo
ed hete uitlaat van zijn motor. Ai, dat is pijnlijk
vooral met de bloedhete zon erop,
dus koelen met heel veel ijsblokjes die ze hier genoeg hebben. Dit
zeer pijnlijke akkefietje zou ons een paar dagen later nog opbreken.
De videoshot is toch gelukt!.
Na dit hete
incident moeten wij toch verder en besluiten om niet, zoals eerder
gepland naar Tucson te rijden, maar te overnachten in Gila Bend om
ook de vervelende wond te verzorgen.
Dag 4: Gila Bend – Prescott:
We vertrekken na de
verzorging van John’s been en het altijd uitgebreide Amerikaans
ontbijt via een binnendoor route naar Phoenix. Het is weer bloedheet aan het worden, maar dat wil je toch ook op
de motor. Rijdend door Phoenix raakt Jan een beetje achterop en dat
kwam door de behoorlijk drukke verkeerssituatie, maar snel rijden
wij weer “wiel aan wiel”. Ik neem de Interstate 17 North en laat
Phoenix verder voor wat het is.

Al noordelijk
rijdend op de I-17 bemerk ik dat de lucht in de verte aan het
betrekken is en ik zie zelfs al bliksemflitsen. Ik neem uit voorzorg
de State Highway 69 richting Prescott om zo meer kans te hebben op
een schuilplaats onderweg indien nodig. Na een paar mijl begint de
temperatuur te zakken en de lucht wordt behoorlijk donker, ik krijg
een stopkans op de weinig voorkomende rest area’s en wij pakken de
bagage uit voorzorg in plastic. Een stukje verder rijdend gaat het
mis met het weer, het begint te regenen en behoorlijk te onweren en
het wordt zelfs fris. Ik rij bij een constructiewerkplaats zo naar
binnen en leg de verbaasde werknemers uit dat het nu erg gevaarlijk
wordt op de motor, en dat ik geen schietschijf wil zijn voor de
bliksem. Dat vinden ze geen probleem en het werk wordt even
stilgelegd voor een praatje en het bewonderen van de motoren. De
bagagetas gaat open en voor het eerst trekken wij een lange broek en
een wat dikkere kleding aan. Na
een lange pauze durfden we de rit weer aan en ik bedankt deze mensen voor het schuilen en rijden nu
met jas en handschoenen aan, en de helm zelfs op, verder richting
Prescott. Bij een tankstop wordt besloten om deze dag niet te ver te
rijden omdat het slechte weer rond de aanwezige bergen blijft
cirkelen. In Prescott stop ik bij het eerste motel dat ik zie, en
dat blijkt een goede zet te zijn,
na het inchecken en het verwijderen van de bagage begint het te
gieten, niet te zuinig. Zo zie je maar weer, in de ochtend prachtig
weer in de korte broek op de motor, en in de middag rijden met alles
aan wat je bij je hebt, ook dat is Amerika!.
Dag 5: Prescott – Page:
In de ochtend heeft de moteleigenaar de koffie al vroeg klaar en dat
drinken wij buiten onder een redelijke blauwe lucht met een aardig zonnetje. We verlaten na een
uurtje kletsen – die Amerikanen willen altijd een hoop weten – het
motel en gaan in het centrum een paar winkels bezoeken en teven bij
het grote postkantoor hier postzegels kopen voor de kaartjes naar
huis. Postzegels zijn niet overal makkelijk te verkrijgen, maar hier
in grote aantallen. Jan en John kopen bij een Pawnshop nog even een
paar zilver dollars uit 1890 als souvenir en ik krijg zomaar op mijn
verzoek een Smith & Wesson Magnum 44 in mijn handen gedrukt, ik zou deze zomaar kunnen kopen zonder
enige vergunning, it’s a free country zegt de man achter de balie,
maar ik geef de 44 toch maar weer terug. Na ook deze mensen weer
uitgelegd te hebben waar de reis naar toe gaat, vinden ze allemaal
te gek, rijden wij Prescott uit richting Jerome over de Higway 89
Alt. De natuur begint steeds
fraaier te worden en wij rijden via de 89 door
een prachtig heuvellandschap naar het oude mijnwerkersstadje Jerome.
In de heuvels is het behoorlijk mistig en wij zijn er nu ook op
gekleed . De camera op de motor
doet braaf zijn werk als ik mijn Honda door de haarspeldbochten
stuur en groet net als in Nederland de vele tegemoet komende motorrijders.

In Jerome eten wij een laat ontbijt met heerlijke koffie, die men
bij navraag importeert uit Europa! In Jerome is het druk met
toeristen die de vele winkeltjes bekijken en wij doen hier even aan
mee. Daarna gaan de voorwielen richting Sedona dat in het prachtige Red Rock
Country gebied ligt. Ben je
geïnteresseerd in indiaanse kunstnijverheid of moderne kunst, dan is
dit een eldorado voor liefhebbers en neem daar de tijd voor. Wij
gaan de 89 A nog verder noordelijk langs Slide Rock State Park, een
natuurlijke waterglijbaan is hier een belangrijke attractie. Na een
korte rit komen wij door Flagstaff, een belangrijke tussenstop voor
toeristen die op weg zijn naar de Grand Canyon, wij bezoeken deze
later op onze reis. Rijdend over de Route 66 geven mij en de anderen
een apart gevoel, dit is het “heilige” asfalt van deze oude
Motherroad en ik krijg het gevoel op het verkeerde motormerk te
rijden. Na Flagstaff pik ik de Highway 89 weer op naar het mooie
plaatsje Page. Op deze weg krijg ik het gevoel dat wij hier alleen
zijn, slechts een paar automobilisten tegenkomend. In Page zoek ik
snel het motel op dat ook in 1997 onderdak bood en er zijn kamers
vrij en de koffie is zoals altijd klaar. Page ligt mooi centraal
tussen de Grand Canyon en Zion Park en is een ideale
overnachtingplaats in een fantastisch mooi gebied
. De dag wordt afgesloten met een lekker etentje.
Dag 6: Page –
Zion Park – Panquitch:
Opstaan met een
strak blauwe lucht en het zonnetje hoog aan de hemel is voor de
motorrijder natuurlijk een prima uitgangspunt voor een reisdag.
Bagage er weer op, het wordt routine, we rijden het dal in over de
Glen Canyon Bridge en maken hier even een stop om de Glen Canyon Dam
te bekijken. Daarna via Kanab en Mount Carmel Junction, waar de
benzinetanks worden bijgevuld, de State Highway 9 op, een fraaie
Scenic Byway, naar de
oostelijke ingang van Zion Park. Voor Jonh en mij het tweede bezoek en voor Jan het eerste. Rijdend door de
(koude) tunnels valt het op dat automobilisten gewoon het grote
licht aan laten ondanks de tegenliggers. Wij rijden met aangepaste
snelheid het warme dal in en stoppen regelmatig om het prachtige
natuurschoon te bewonderen, al kom je hier 10 keer, het blijft een
prachtig park.
Einde weg gaan we rechtsaf de Zion Canyon Scenic Drive op die door
het park loopt en ook weer de terugrij route is. Zion is een
prachtig park met vele schitterende rotsmassieven met even
toepasselijke namen. Voor de wandelaar ligt hier het één en ander te
wachten, zorg voor goede schoenen
en voldoende drinkwater als je de trails gaat lopen. Wij bekijken
alles vanaf de motor en stoppen bij de fraaie plekjes, en laten de
videocamera zachtjes zijn werk doen.

Er
wordt bijna de hele dag in Zion Park rondgetoerd en gekeken en wij
moeten nog een stukje rijden vandaag, dus dezelfde route terug en ik
neem in mijzelf afscheid van dit mooie park en de rit gaat weer naar
Mount Carmel Junction. Hier even koffie drinken en, dat is leuk, een
touringcar vol Nederlandse
toeristen doen even hetzelfde. Als ik hoor van deze mensen wat zij
dagelijks afreizen – 600 tot 700 km en het liefst 3 parken – kijk ik
goedkeurend naar onze motoren en
vertel deze mensen dat wij alle tijd van de wereld hebben en verder
ook niks te voren vastgelegd hebben, en dat wekt bewondering bij
deze groep. Ik wens ze sterkte en wij vervolgen onze rit naar
Panguitch om daar een kamer te zoeken wat zonder moeite lukt.

Dag
7: Panguitch – Bryce Canyon – Green River:
De dag begint gelukkig weer zonnig
maar het is een beetje fris, en we besluiten na de koffie de motoren
even af te spoelen, doe ik thuis ook dus waarom hier niet! Het is
nog erg vroeg als we op pad gaan en ik deponeer de kamersleutel in
de keybox en verlaat Panguitch over de 89 naar de State Road 12 naar
Bryce Canyon. Voordat we in Bryce Canyon zijn passeren we al fraaie
voorproefjes van deze mooie omgeving en staan versteld van de
kleurenpracht, dat belooft nog wat. Fotorolletjes gaan er snel
doorheen in dit soort omgevingen.

Bij Ruby’s Inn aan de toegangsroute een stop voor een ontbijt met
koffie, dit is een aardig groot complex met zo’n 370 kamers die
zomers lang van te voren al zijn volgeboekt. Wij volgen de State
Road 63 zuidwaarts het park in en verbazen ons over de vormen van de
vele kleurrijke rotsformaties bij de diverse uitzichtpunten en ook
deze hebben toepasselijke namen, zoals Sunrise Point, Sunset Point,
Farview Point, Rainbow Point en anderen. Bij Rainbow Point sta je al
op een hoogte van 2778 meter en heb je een geweldig uitzicht over de
omgeving. Het is opvallend rustig in het park in September en hebben
zo bij de viewpoints alle rust en ruimte.
Voor de wandelaar is ook Bryce Canyon een waar eldorado, maar wij
horen niet bij deze categorie en lopen kleine stukjes en de rest
wordt afgelegd op de zacht ronkende motoren. Na een uitgebreid
bezoek laten wij dit park achter ons in de hoop op een wederzien. Dezelfde route het park uit en wij gaan
onze rit vervolgen via een fraai gebied
door Capitol Reef Park.

In Capitol Reef
Park rijden we alleen de doorgangsroute en stoppen hier even voor
een pauze en nadat de motoren zijn afgezet is het muisstil, alleen
het kabbelende geluid van de Fremont River is hoorbaar en ik besluit
hier ook maar een plasje in te doen. In dit grote gebi
ed vindt je maar weinig toeristen en de hele weg is
van ons. Na de stop naar het plaatsje Green River aan de
gelijknamige rivier en we checken in bij het Budget Inn Motel. De
eigenaar is gek op buitenlands geld en ziet bij John een mooi
briefje van tien gulden, deze heeft hij nog niet, maar geeft mij de
aanleiding om eens lekker te onderhandelen over de kamerprijs. Dat
gaat goed , er wordt ook direct
verse koffie gezet en hij belooft ons donuts in de ochtend. Green
River heeft niet veel te bieden
maar maakt ons ook niet uit, wij willen alleen lekker eten en
slapen.
Dag 8: Green River – Arches Park –
Monument Valley – Kayenta:
Vroeg in de ochtend
laat de eigenaar ons weten dat de bakker nog dicht is, dus géén
verse donuts, maar dat lossen we zelf wel op. Na het oppakken rijden
we via de I-70 en de Highway 191 naar Arches Park. Het is nog lekker
rustig hier op dit tijdstip, maar dat veranderd later.
Arches
Park is beroemd om zijn rotsbogen en die zijn hier in grote
aantallen. Door het park loopt een fraaie weg die je bij de diverse
arches brengt. Veel hiervan zijn alleen via een korte of langere
wandeling te bewonderen en dat zijn dan ook de mooiste.
Veel van deze
natuurspelingen vind je verspreid over dit grote park en ook hier
weer veel wandelroutes voor de liefhebber. Wij bewonderen deze
arches van een kleine afstand en rijden verder het park door. Bij
een fraai viewpoint ontmoeten wij een Nederlands
echtpaar, net als wij op doorreis door het zuidwesten. Na een
gezellig babbeltje biedt één van
beide aan om foto’s van ons te maken al rijdend vanuit zijn auto.
Prima, leuk voor in het fotoboek, en deze foto’s zijn later keurig
naar ons huisadres opgestuurd, sta je er ook eens met z’n drieën op.
Na veel stops en
het bewonderen van het nog fraaiere landschap en de nodige foto’s te
hebben gemaakt verlaten wij rustig rijdend het park over dezelfde
parkroute. Eigenlijk moet je in dergelijke parken meer tijd
uittrekken, maar er staat nog wat op het “programma”. Dus volgen wij
wederom de 191 zuidwaarts en
stoppen in Moab voor een lekker maaltje pannenkoeken met aardbeien
en stroop. We kunnen er nu weer tegen en ik telefoneer even naar
Nederland om te vertellen dat
hier alles prima verloopt. Na Moab een fraaie route langs Wilson
Arch en wij passeren aan onze rechterhand CanyonsLand Nat. Park. Na
Blanding waar een Highway Patrol nog even, zonder gevolgen, mijn
snelheid meet komen we door Bluff waar wij de Highway 163 oprijden
richting Mexican Hat en Monument Valley. De weg die voor ons ligt is
wederom geheel verlaten en roept
bij Jan nog wel eens de vraag op als je hier nou pech krijgt? Ik
haal de schouders op en wil hier niet eens aan denken. Ik zie in de
verte de contouren van Monument Valley opduiken en stop voor het
maken van een foto.

Na het toegangsgeld
te hebben betaald parkeren we de motoren op de parkeerplaats van het
uitzichtplateau dat een schitterend uitzicht biedt
over de vallei. Jan, die dit voor het eerst ziet wordt er even stil
van, dit kun je thuis niet navertellen zegt hij en dat is ook zo. De
zon staat laag maar op de juiste plaats om het dal met de West
Mitten – East Mitten en de Merrick Butte de juiste kleuren te geven
en ondanks mijn tweede bezoek ga ik
er even rustig voor zitten. Het is hier rustig en wij genieten lang
van dit prachtige uitzicht.

De tijd ontbreekt ons helaas om met
een jeep met gids de vallei door te rijden, maar er wordt ter plekke
afgesproken om dit in een volgende tour te doen, dus wordt wandelend
een deel van dit park bekeken en snuffelen we nog even in de
souvenirshop. Daarna wordt nog een laatste blik geworpen op Monument
Valley en de motoren worden weer gestart voor het laatste stukje van
deze mooie dag naar Kayenta. Daar aangekomen blijken wij bij de
weinige motels/hotels niet de enige te zijn die willen overnachten,
de eerste die ik binnenwandelde was reeds
geheel volgeboekt, dus verder naar het nabij gelegen Holliday Inn
waarbij ik zoveel haast maakte dat ik wederom
door de plaatselijke politie met de speed
gun gemeten werd. Ook deze keer geen gevolgen, het geluk was weer
met mij en kon toch nog op tijd bij het hotel een (dure) kamer
bemachtigen. In het chique restaurant zag ik iedereen
in gepaste kleding dineren, dus
kozen wij voor het minder chique Burgerking restaurant aan de
overkant en de hamburgers met friet smaakten prima.
Dag 9: Kayenta – Grand Canyon –
Williams:
Ook in Kayenta worden wij in de
ochtend met een lekker zonnetje verwelkomt, John’s eerder opgelopen
brandwond begint nu erg vreemde kleuren te vertonen en het wordt ook
steeds pijnlijker, tijd voor actie.
Bij de hotelreceptie
info rmeer ik naar een arts in de
buurt, er is een medische kliniek
in Kayenta zegt de receptioniste en wijst mij de weg. Bij deze
kliniek wordt een compleet medisch
dossier aangemaakt en ook drie jaar bewaart. De eerste vraag die de
arts stelt is, heb je geld of een creditkaart
bij je, anders geen hulp. De MasterCard van de Postbank neemt deze
barrière direct weg en John’s wond krijgt alle aandacht en
verzorging. Aan zijn gezicht te zien is de behandeling niet geheel
zonder pijn. Er worden keurig een pakketje met zalf en verband
samengesteld voor onderweg. De rekening die nu opgemaakt wordt deed
ons even schrikken – ruim 400 dollar – voor een half uurtje werk,
maar dat wordt thuis weer verrekend met de verzekering, dus in
dergelijke gevallen bewaar de originele rekening goed
!
Wij kunnen na dit gebeuren weer op
weg, en verlaten Kayenta met gemengde gevoelens. Via de Highway 160
rijden wij door het woeste landschap van het Navajo Indian
Reservation naar de Highway 89 en een stukje zuidelijker via de
State Road 64 – de oostelijke ingang – naar de Grand Canyon. Eerst
wordt een stop gemaakt bij één van de vele stalletjes van de
Navajo’s die hun gemaakte sierraden e.d. te koop aanbieden.
Na wat handelen met een Navajo dame krijg ik een fraaie zilveren
halsketting voor mijn vrouw voor een acceptabele prijs, ook de
anderen maken hun budget wat kleiner en wij rijden naar het eerste
viewpoint van de Canyon en dat is Desert View. John en ik zien dit
voor de tweede keer en Jan wordt
even helemaal stil van zijn eerste aanblik van dit wereldwonder.
Ook
John en ik staan weer verbaasd en met veel bewondering te kijken hoe
moeder natuur dit in vele miljoenen
jaren heeft bewerkstelligt. En vele anderen ook, want het is een
stuk drukker als in Mei ’97, er wordt zelfs bijna strijd geleverd om
een parkeerplek. De motoren vinden veel gemakkelijker een plekje.
Twee Duitse motorrijders stoppen vlak bij ons en hijgend en puffend
worden de motoren op de middenbok gezet. Van top tot teen in een leder
pak gehuld, en wij staan in een T-shirtje, hallo Duitse collega’s
het is hier ruim 30 graden, dus uit die hete handel! Ik wacht niet
om te kijken of ze dit ook doen en rij in mijn “gepaste” kleding
verder.

De parkroute
beslaat zo’n 24 mijl van Desert View naar Grand Canyon Village, maar
tussendoor wordt je getrakteerd op vele fraaie uitzichtpunten die
keurig via borden worden aangegeven. Op enkele punten worden hordes
Japanners uit bussen losgelaten en ik wacht geduldig
tot deze hun vele foto’s geschoten hebben om vervolgens de bus weer
in te haasten op weg naar de volgende sessie. Ik heb de tijd dus ga
ik er maar eens rustig voor zitten en aanschouw de Canyon in al haar
kleurenpracht en probeer zelfs verschillen te ontdekken met mijn
vorig bezoek, nee dus, niet te zien.
Na
diverse fraaie uitzichtpunten te hebben bewonderd vliegt de tijd
voorbij en rijden wij door om een kijkje te nemen bij Grand Canyon
Village. Het is hier tamelijk druk, vanwege de vele hotels die hier
liggen en de route naar de West Rim, en deze is alleen met een
shuttlebus te bezoeken. Wij nemen een ruime pauze alvorens de Grand
Canyon te verlaten en relaxt naar Williams te rijden om daar te
overnachten.
De rit naar Williams is niet echt fraai en zelfs eentonig, maar wij
waren natuurlijk verwend. Ter plaatse is een motel snel gevonden en
ligt aan de beroemde Route 66 en ik kom in de “Get Your Kicks On
Route 66” stemming. In de avond wordt er heuse Shoot-out
voorstelling gegeven door plaatselijke “cowboys” in de sfeervolle
westernstraatjes van Williams.
Klik hier voor deel 2 van dit verhaal
©
USA4ALL & Dick Fontijn