Noord West Amerika 2006

Deel 1

Naar deel 2?, klik hier.

Sinds onze eerste camperreis naar Amerika hebben we de smaak helemaal te pakken. In 1999 en 2003 zijn we met onze ouders en onze zonen Ruud (nu 17) en Roel (nu 15) naar het zuidwesten geweest, in 2001 zijn we met z’n vieren in zuidwest Canada geweest. Voor deze reis hebben we gekozen voor de Pacific Northwest. De route hebben we zelf samengesteld, via Travelhome in Waalre zijn de vluchten, de camper (25ft) en de verplichte hotelovernachting geboekt. Vrijwel alle campings zijn vooraf gereserveerd, telefonisch of via internet.

01 – Donderdag 6 juli 2006

In Eindhoven we de intercity naar Schiphol, een directe treinverbinding zodat je niet meer hoeft over te stappen in Duivendrecht; een hele verbetering. Om even 13.00 uur zijn we op Schiphol. De incheckbalie van Air Transat is nog niet geopend en we sluiten aan in de korte rij die er al staat. Een half uur later zijn we onze bagage kwijt en hebben we ruim te tijd om rond te kijken. Tegen 16.00 uur kunnen we boarden. De stoelen zijn vrij smal en er is weinig beenruimte, maar ja, voor het tarief waarvoor we vliegen kun je niet alles hebben.

De vlucht zelf verloopt prima. We lezen wat, krijgen ons natje en droogje en kijken naar drie speelfilms. Boven Groenland is het helder en hebben we een schitterend uitzicht op de ijsvlaktes, de scherpe bergkammen en gletsjers ertussen. Voor de rest kijken we op een gesloten wolkendek. We zijn met heel zonnig weer vertrokken, maar komen om 17.50 uur met bewolking aan in Vancouver. We worden ‘ingeklaard’ en de shuttlebus brengt ons naar de Travelodge. Vrienden van ons zijn iets eerder aangekomen en gaan eerst een week naar Vancouver Island voor ze naar San Francisco vliegen en van daaruit een rondje zuidwest Amerika doen. We eten met z’n achten in het restaurant (we worden de bar weer uitgejaagd omdat de kinderen onder de 19 zijn) en gaan om 20.30 uur naar onze kamers, omdat de oogjes dichtvallen. Het is dan 05.30 uur Nederlandse tijd, dus dan mag dat ook wel.

02 – Vrijdag 7 juli 2006

Om even 07.00 uur gaan we naar beneden waar we gezamenlijk ontbijten. Pancakes, bacon & eggs, hash browns, sloten koffie en vers geperst sinaasappelsap gaan er goed in. Een uur later zwaaien wij onze vrienden uit en om 08.30 uur worden wij opgehaald door een shuttlebus van Cruise Canada. We zijn wel routiniers; iedereen die we gesproken hebben gaat voor de eerste keer met een camper op pad. We zijn zo klaar met alle formaliteiten; de instructievideo slaan we over en we weten hoe alles werkt, al dan niet door schade en schande wijs geworden. De camper wordt gecheckt op eventuele beschadigingen, er komt nog een nieuwe matras in en om 10.00 uur gaan we op pad. Boodschappen doen we pas in Amerika om problemen bij de grens te voorkomen.

Naar de grens is het zo’n 25 kilometer. We zijn benieuwd hoe moeilijk of gemakkelijk het is om Amerika binnen te komen. Borden langs de weg geven aan dat de wachttijd zo’n 50 minuten is, dus sluiten we rustig aan in de rij. Als wij aan de beurt zijn, worden de paspoorten gecontroleerd, wordt gevraagd waar we vandaan komen en of we etenswaar bij ons hebben. Het kenteken wordt genoteerd en we krijgen een oranje sticker op de voorruit. We moeten vervolgens aan de zijkant van de weg parkeren en ons binnen gaan melden. Uiteindelijk komt het er op neer dat we een verklaring moeten invullen die we anders in het vliegtuig hadden gekregen, en waarvoor we USD 6 per stuk moeten betalen. We geven onze oranje verklaring weer af en om 11.30 uur rijden we de grens over en gaan we op weg naar Lynden.

In Lynden bellen we eerst naar Nederland om te melden dat we goed zijn aangekomen en vervolgens laden we twee boodschappenwagentjes vol. We kijken onze ogen weer uit; er is in deze supermarkt zelfs een hele Nederlandse afdeling met onder andere drop, stroop, hagelslag en ontbijtkoek, een hele rare gewaarwording. Nadat we alle plastic boodschappentasjes klem gezet hebben vertrekken we richting Concrete, ons eerste overnachtingsadres.

De KOA camping voldoet naar ons idee niet aan de KOA-eisen: hier geen geciviliseerde camping waar alle grassprieten dezelfde kant uit groeien, maar een bosachtig terrein met ruime plekken. We drinken wat en beginnen dan met uitpakken en opruimen, een hele klus. De vermoeidheid gaat ons parten spelen en de barbecue wordt voor ons doen vrij vroeg aangestoken. Het is 20.30 uur als ik aan mijn vakantieverslag ga beginnen. Mijn lijf wil niet meer, maar het alternatief is morgen drie dagen schrijven en dat moet je niet willen. In ieder geval is de kop eraf; het ophalen van de camper verliep soepel en snel, we zijn de grens overgekomen zonder dat alles overhoop gehaald is, het rijden met de automaat leverde geen problemen op, alles is uitgepakt en opgeruimd dus morgen kunnen we er tegenaan.

03 – Zaterdag 8 juli 2006

We ontbijten op ons gemak en om 09.30 uur rijden we van de camping weg. Onze eerste stop is bij de grote betonnen silo’s aan de rand van het stadje; wel een binnenkomer! Als we Marblemount binnenrijden staat er een groot bord ‘Marblemount, entrance to the American alps’. Tja…. Wij ervaren dat dus niet zo, maar wie zijn wij? Het bezoekerscentrum in Newhalem heeft een leuke tentoonstelling over de Cascades en haar flora en fauna. We volgen het korte wandelpad naar het uitzichtspunt op de Picket Range, een rij prachtige ruige pieken in de verte. Daarna gaan we door naar het Gorge Powerhouse waar de Ladder Creek Falls Trail begint. Het is klimmen naar de waterval toe, niet spectaculair maar wel leuk. We nemen een kijkje in het krachtstation en gaan dan verder naar het beginpunt van de Diablo Lake Trail. We lopen een deel van de route; prachtig maar het zou ook Luxemburg kunnen zijn.

De schitterende Hwy 20 volgt de Skagit River, een vrij brede stroom, grijsgroen van kleur door het gletsjergruis dat erin zit. De meren die door de dammen in de rivier zijn ontstaan, zijn vrij groen van kleur; niet zo groen als dat van Peyto Lake in Canada maar het komt aardig in de buurt. Er zijn veel motorrijders, van die ruige types op leeftijd op ploffende Harleys. Prachtig. Langs de trailheads staan veel auto’s geparkeerd, maar echt druk is het niet.

De afslag naar Diablo Lake Overlook missen we, die van Ross Lake Overlook zien we geen van allen en de Washington Pass Overlook, ‘met onvergetelijk uitzicht op de pieken van de North Cascades’ zoals de reisgids aangeeft, is gesloten. De pas ligt op 1720 meter hoogte en we beginnen aan een lange afdaling naar Mazama en Winthrop. Riverbend Campground ligt aan de Methow River en we hebben een zeer fraai uitzicht op de rivier die door onze voortuin stroomt. Het stikt hier alleen van de muggen. Amerikanen lijken er geen last van de hebben, maar die muggen hebben de tijd van hun leven met Nederlands bloed. De barbecue houdt ze een beetje op afstand, maar na het eten verhuizen we wel naar binnen. De ramen en de deur staan tegen elkaar open en het begin af te koelen.

04 – Zondag 9 juli 2006

Om 07.45 uur vertrekken we van de camping. Het is een uurtje rijden naar Okanogan, waar we tanken en op ons gemak ontbijten in het American Legion Park in de stad. Okanogan en Omak zijn welvarende stadjes, maar liggen in een heuvelachtig en droog gebied, waar alleen iets groeit als er geïrrigeerd wordt. Rond Okanogan liggen veel boomgaarden met fruitbomen. Richting Tonasket wordt het nog droger. De huizen in het gebied zien eruit alsof ze er tijdelijk zijn neergezet en nog moeten worden vervangen. Rommelig, goedkoop en met allerlei aanbouwen van twijfelachtige kwaliteit. Daarbij een aantal auto’s die waarschijnlijk niet meer van hun plaats zullen/kunnen komen.

Halverwege Tonasket en Republic begint de weg te klimmen en gaat het droge gebied over in bos. Republic is een leuk stadje met fraaie gevels in de winkelstraat, allemaal zo’n beetje in de frontierstijl zoals wij uit westerns kennen. We rijden het Colville National Forest binnen waar in 1988 ruim 11.000 acres is verbrand. De natuur herstelt zich, maar de grijze, dode stammen steken overal nog bovenuit. Een heel bizar gezicht. We klimmen naar de Sherman Pass op 1700 meter (5575 ft) hoogte waarna een grote afdaling naar Kettle Falls volgt. Hier steken we de Columbia River over.

Na Colville gaan we richting Tiger. We rijden door een prachtig gebied met bossen en meren dat een beetje aan Zweden of Finland doet denken. We zijn over het algemeen alleen op de wereld, wat voor een deel te wijten zal zijn aan de zondag en het ontbreken van vrachtverkeer. Na een steile afdaling bereiken we Tiger in het dal van de Pend Oreille River. Tiger is niets meer dan één woonhuis en één winkel annex historisch centrum dat gevestigd is in het oorspronkelijke gebouw uit begin 20ste eeuw. De weg naar Newport loopt langs de rivier door een brede vallei. Het is het saaiste stuk van de hele dag.

Bij Newport komt Hwy 20 uit op Hwy 2 die we naar het oosten richting Glacier volgen. We steken de Pend Oreille River over, die de grens vormt tussen Washington en Idaho. Van andere reizen zijn we gewend dat er grote borden staan met ´Welcome to …… / the …. State.´Van Washington zien we helemaal niets en een saai bord van Idaho kan ik vanuit het raam fotograferen, maar stelt niets voor. Misschien bij andere grensovergangen. Het is 14.00 uur geweest als we lunchen. We hebben lekker versgebakken brood gekocht (weer niet goed gekeken, het is knoflookbrood met meegebakken knoflooktenen) waarmee we sandwiches in elkaar knutselen. We hebben er een flinke schijf watermeloen bij, wat gezien de temperatuur heel lekker is. Het is niet strakblauw zoals gisteren, er zijn wolkenflarden, maar qua temperatuur zal het niet veel schelen.

Langs de oevers van Lake Pend Oreille rijden we naar Sandpoint, dat een druk centrum heeft waar we dwars doorheen moeten. Het ziet er wel leuk uit. Het laatste stuk gaat naar Bonners Ferry, waar we de Kootenai River oversteken. Bij Moyie Springs nemen we de afslag naar Twin Rivers Canyon Resort, waar we willen overnachten. De verharde weg gaat over in een onverharde weg die met een aantal scherpe haarspeld bochten afdaalt in de canyon, waar een prachtig terrein aan de rivier ligt. We kiezen een enorme plek uit en om 17.00 uur staan we in de schaduw van een grote boom. We zetten de picknicktafel in de schaduw en installeren ons erom heen. We zien onze eerste ‘bald eagle’ die door een andere roofvogel wordt aangevallen en verjaagd. Prachtig om te zien. Om 18.30 uur verdwijnt de zon achter de tegenover ons liggende berg en daalt de temperatuur snel tot een aangenaam niveau.

We besluiten de barbecue niet te gebruiken, omdat er allerlei onbekende restanten in de vuurplaats liggen, waardoor het vuur gaat roken en het vlees er niet lekkerder op wordt. Daarom steken we het vuur pas na het eten aan. We hebben onderweg dennenappels geraapt en met wat kleine sprokkelhoutjes erbij brandt ons eerste kampvuur in een mum van tijd.

05 – Maandag 10 juli 2006

Na een flinke bui met wat onweer vertrekken we om 09.00 uur van de camping. Tegen de tijd dat we de steile weg naar boven hebben gehad, zit de modder tot op schouderhoogte op de camper.

We zitten in het smalste gedeelte van Idaho, de Panhandle, en 20 minuten later gaan we de grens met Montana over. We hangen even in de veiligheidsgordels vanwege een noodstop voor een foto, maar ik heb in ieder geval mijn plaatje van het welkomsbord van Montana. We volgen een schitterende route tussen de bergen door met in de diepte de Kootenai River.

Libby verdient geen schoonheidsprijs. Het is een langgerekte stad met, zoals bij iedere Amerikaanse stad, veel bedrijven, fastfood restaurants en benzinestations aan de rand. Aan de oostkant van de stad liggen een paar trailerparken met een ongelooflijke hoeveelheid troep en oude auto’s erom heen. Tussen Happy’s Inn en Kalispell liggen twee grote meren waar langs de oever veel vakantie(?)huizen staan. De streek hier is zoals wij Montana gedacht hadden: bergen, grote vlaktes, afgelegen boerderijen.

Het verbaast ons dat het zo rustig is; we hadden veel meer vrachtverkeer verwacht. De maximale snelheid is 70 mijl per uur, dus we kunnen wel lekker doorrijden. Het is halfbewolkt en lekker van temperatuur. Rond Kalispell wordt het drukker en rijzen de Rocky Mountains indrukwekkend voor ons op. We doen boodschappen bij Albertsons, een grote supermarktketen, en Rob regelt meteen een klantenkaart. We shoppen weer een kar vol zodat we weer een aantal dagen vooruit kunnen. Als we bij de kassa staan valt de regen met bakken uit de lucht en dat houden we de komende uren zo. We tanken ook bij Albertsons, waar we met de klantenkaart nog eens extra korting krijgen en we bovendien de dag van de pompbediende helemaal goed maken, omdat hij uit zijn hoekje moet komen omdat die stomme buitenlanders het instructiebord voor het gebruik van de creditcard niet kunnen lezen.

Al met al is het 13.00 uur als we verder gaan richting Glacier NP, waar we omheen moeten rijden omdat we met de camper niet kunnen doorsteken. Bij West Glacier, de westelijke toegang tot het park, buigen wij naar het zuiden af. Het is een schitterende route tussen de bergen door, langs de Flathead River, waar zich ook de spoorlijn langs kronkelt. En stél je nou eens voor dat hierbij de zon geschenen had, dan was het helemaal schitterend geweest. Maar met regen is het ook de moeite waard. Gelukkig zijn het buien, al dan niet vergezeld van onweer. Bij de Waltons Goat Lick is een parkeerplaats waar we lunchen. We waren even vergeten dat we een tijdzone overgegaan zijn en het is in één keer een uur later. We stoppen op Marias Pass, waar een obelisk de Continental Divide markeert. Hij krijgt van ons meteen de naam ‘Nobelisk’ mee, want hij is niet uit een steen gemaakt.

Als je aan de zuidkant van Glacier naar het oosten rijdt, liggen links de ongenaakbare pieken van Glacier en rechts een heuvellandschap. Het blijft wonderlijk hoe abrupt het landschap kan veranderen. Bij East Glacier kunnen we niet richting St. Mary, omdat de weg verboden is voor voertuigen langer dan 21ft. en moeten we via Browning naar St. Mary rijden. Dit betekent veel kilometers extra, maar we zien nu wel een kudde bizons. Tussen East Glacier en Browning gaat het gebied geleidelijk over in vlakke prairies. Bij Browning gaan we weer naar het noordwesten en rijden we recht op de pieken van Glacier af. Prachtig!

Om 17.45 uur komen we op de KOA camping aan, waar we voor drie nachten gereserveerd hebben. We hebben voor deze camping gekozen, omdat hier auto’s verhuurd worden waarmee we de Going-to-the-Sun-Road kunnen rijden. Bijkomend voordeel is dat je de zon steeds in de rug hebt als je vanaf de oostkant begint. De ontvangstop de camping kan vriendelijker, maar de zon schijnt weer. De wind neemt toe, waardoor het frisjes is, nog afgezien van de hoogte waar we nu zitten.

06 – Dinsdag 11 juli 2006

We verwachtten een redelijk koude nacht gezien de hoogte, maar dat viel alleszins mee. In de tijd dat het ontbijt wordt klaargezet, gaat Rob de auto halen en even later rijdt hij voor in een witte Kia Sephia. Luid protest van de jongens (‘Was er niks anders dan een Kía?!’), maar prima geschikt voor het doel waarvoor we hem gehuurd hebben.

Bij het visitor center kijken we rond. We laten ons voorlichten over het hoe en wat en dan gaan we op pad. Bij de toegang laten we onze Golden Eagle parkpas zien in de veronderstelling dat dit genoeg is. Niet dus, ze moeten ook een foto-ID hebben, en die zit in de rugzak achterin. Met een standje van de parkranger en de belofte dat we het een volgende keer beter zullen doen, kunnen we het park in.

In één woord schitterend. Het is stralend weer, dat telt natuurlijk ook mee, en we rijden met de zon in de rug. Prachtige vergezichten, scherpe pieken, groene meren, watervallen, geweldig. We stoppen vaak om te kijken en/of foto’s te maken. De parkeerplaats bij de Logan Pass is vol en we rijden door tot aan Lake McDonald waar we op een picknickplaats lunchen en alle gekregen informatie doorlezen. Op de terugreis stoppen we bij de uitkijkpunten die we nog niet gehad hebben. Bij de Logan Pass maken we een korte wandeling naar de sneeuw. Er ligt niet veel meer, een paar kleine overgebleven restjes, maar genoeg om een paar sneeuwballen te maken. De alpenweiden staan in bloei, een mooi gezicht. Wat opvalt nu we terugrijden, is de kleur van het meer. Kijk je in de richting van de zon dan kleurt het meer groen, en anders is het diepblauw. Grappig om te zien.

Tegen 18:00 uur zijn we terug in en leveren we de auto weer in. Op de camping staat gelukkig een flink windje, want de thermometer wijst 29°C aan. Nu waait het hier denken we altijd erg hard, want het gebruik van luifels en zonneschermen is verboden. We lezen en luieren en rond 19.45 uur ga ik maar eens eten koken. Zo jammer dat er maar 24 uur in een dag zitten…..

07 – Woensdag 12 juli 2006

We worden vanmorgen wakker van gierende wind door de openstaande ramen en het gefluit tussen de lamellen door. Donkere wolken jagen voorbij en er valt wat regen. Wat hebben wij gisteren geboft met het weer! We draaien ons nog lekker een keer om, want vandaag staat er weinig op het programma. Gelukkig trekken de wolken weg en wordt het zonnig, zodat we rond 10.30 uur in het zonnetje ontbijten, terwijl de wasmachine zijn werk doet. Het is ruim 25°C en door de harde wind die er staat, goed uit te houden. De T-shirts die niet in de droogtrommel kunnen, zie je drogen.

Tegen 13.30 uur rijden we naar Many Glaciers in het noordelijke deel van Glacier NP. We rijden eerst richting Canadese grens en dan gaan we via een lange weg het park weer in. De foto-ID hebben we dit keer bij de hand. We rijden helemaal naar het einde van de weg waar we parkeren. We lopen de Swiftcurrent Nature Trail langs Swiftcurrent Lake, waar ook het befaamde Many Glacier Hotel aan ligt. Een leuke wandeling, niets spectaculairs en we zien welgeteld één eekhoorn.

We nemen een kijkje in het hotel, dat een paar jaar terug helemaal gerenoveerd is. De lobby is opgetrokken uit enorme boomstammen en er staat een mega-openhaard in het midden. Het heeft wel iets. Het waait heel hard en vanachter de hoge pieken komen donkere wolken te voorschijn. Hoewel het lekker blijft van temperatuur, eten we binnen. Vanwege de harde wind kunnen we geen kampvuur bouwen.

08 – Donderdag 13 juli 2006

En een wind vannacht! Niet te geloven. De wind gierde om de camper en we lagen regelmatig te schudden in bed. De gedachte aan veiligheidsgordels in bed kwam zelfs bij me op. Het heeft niet geregend. Als we om 07.00 uur door de gordijnen naar buiten gluren, schijnt de zon en zijn boven Glacier dikke, donkere wolken te zien. Ondanks de harde wind is het lekker van temperatuur.

Om 07.20 uur rijden we van de camping weg. Het eerste deel tot aan Browning hebben we al een keer gehad, vanaf daar gaat het door een wat heuvelachtig gebied naar het zuiden. De weg loopt min of meer parallel aan de Rocky Mountains. Een machtig gezicht, die ongenaakbare bergen.

We ontbijten bij Dupuyer en tanken we in Choteau, een aardig stadje met brede straten met bomen, goed onderhouden huizen en tuinen. Tot hier rijden we volgens onze eerdere gemaakte planning, maar na gisteren de kaart nog een keer bestudeerd te hebben, willen we toch via Helena rijden. We rijden door enorme grasvlaktes met her en der verspreid boerderijen en kuddes voornamelijk zwarte runderen. Het is hooitijd en je ziet veel rollen gemaaid gras. Ook wordt er veel gesproeid met enorme installaties. Tussen Augusta en Helena verandert het landschap, wordt het weer ruiger en komen er weer bomen aan te pas. Bij Wolf Creek gaan we de I-15 op tot Boulder, waar we via een prachtige route doorsteken naar de I-90 richting Bozeman. Hier lunchen we om 14.30 uur voor we verder gaan naar Livingston. We slaan voor de komende dagen proviand in, vullen de benzinetank nog een keer en dan beginnen we aan het laatste traject naar Gardiner.

Dit laatste stuk voert door Paradise Valley, die tussen twee bergketens doorloopt en waar de Yellowstone River doorheen loopt. Mede gezien de naam had ik me hierbij toch iets heel anders voorgesteld dan grasvlaktes met koeien! Vanaf Emigrant zijn we weer zo’n beetje alleen op de wereld; geen andere auto’s te bekennen. Dat zal morgen wel anders zijn! Om 17.30 uur zijn we op de camping. Het zijn smalle plaatsen, zodat we voor de camper in de schaduw een plaatsje zoeken. Het is 26°C in de schaduw met een lekker windje erbij. Even bijkomen en dan gaat de barbecue weer aan: we hebben enorme lappen biefstuk gekocht. Nee, wij genieten wel!

09 – vrijdag 14 juli 2006

Wat een dag vandaag. Met een strakblauwe lucht vertrekken we om 09.30 uur van de camping. Bij de Subway bestellen we alle vier een sandwich voor de lunch en rijden dan naar de stenen toegangspoort bij de noordelijke ingang van Yellowstone National Park. Uiteraard zijn we niet de enigen die het park in willen, maar om 10.00 uur is het zo ver.

Als eerste rijden we naar Mammoth Hotsprings, waar we parkeren en te voet naar de terrassen gaan. Na de enthousiaste omschrijvingen in de reisgidsen, valt de werkelijkheid nogal tegen omdat veel terrassen droog staan. De schitterende kleuren ontstaan door algen die in het water leven, maar zodra de terrassen droog komen te staan, verandert de kleur langzaam in dof grijs. Er zitten nog wel een paar mooie poelen bij, maar niet zoveel als we verwacht hadden. De eerste kennismaking met de ‘rotte eieren’-geur valt niet tegen. Terug bij de camper genieten we van ‘apple turnovers’ oftewel appelflappen en brengen we onze vochthuishouding weer in orde. Het zal zo’n 25° - 30°C zijn.

Via een prachtige route rijden we verder naar het zuiden naar het Norris Geyser Basin. We rijden door bossen, om dan via een smalle kloof op een grote open vlakte uit te komen, heel groen, waar een riviertje doorheen stroomt. We kunnen gemakkelijk parkeren en zetten pontificaal onze stoeltjes in de schaduw naast de camper om van onze lunch te kunnen genieten.

Door het Norris Geyser Basin lopen twee wandelingen en we maken ze allebei. We kijken onze ogen uit, zoveel stoom, water, geborrel, al die verschillende kleuren. Spectaculaire spuiters hebben we niet gezien, alleen de Steamboat liet wat kleine kunstjes zien. Het is zo bedrieglijk: het water ziet er heel helder en koel uit, maar kookt in feite bijna. De temperatuur bepaalt welke algen erin leven en dus welke kleur de poelen hebben. Soms hoor je een geluid net of olie op een bakplaats spettert en als je dan goed kijkt, zie je van alles bubbelen. Het ene moment voel je een warme stoomwolk, meteen gevolgd door een koel briesje. Heel bizar allemaal.

De volgende tussenstop is bij de Artist Paint Pots met ‘pastelkleurige’ modder. Nou, van dat pastelkleurige weet ik niet, maar het was wel leuk om te zien. Blubblubblub, klodders vliegen omhoog en hoewel ik op enige afstand sta, heb ik ineens een klodder op mijn been zitten. Warm, maar gelukkig niet meer dan dat.

Het is inmiddels 16.30 uur en het is mooi geweest. We rijden naar de camping bij Madison Junction, waar we plaatsje A7 toegewezen krijgen. Er is een halfuur voor wij aankwamen een grizzly gesignaleerd, dus worden we nog eens extra op het hart gedrukt alles op te ruimen, etc., etc. Samen met een biertje, chips en een stapel informatie installeren we ons op ons erf en komen we bij van alles wat we gezien hebben en van de temperatuur. Het is 28°C in de schaduw.

Het duurt even voor het kampvuur brandt; voor die tijd rookte het zo erg dat eventuele beren met een grote boog om ons heen trekken. Maar als het eenmaal brandt, is het heerlijk om erbij te zitten. En dan hebben we het nog niet over de geweldige sterrenlucht erboven.

10 – Zaterdag 15 juli 2006

Alweer een fantastische dag. Omdat ons plekje in de schaduw ligt besluiten we te vertrekken en ergens onderweg te ontbijten. Om 09.00 uur rijden we van de camping weg, rijden de aardige Firehole Canyon Drive en ontbijten op een zonnig plekje aan de Firehole River. De temperatuur begint dan al aardig op te lopen.

Onderweg zie je steeds meer stoompluimen opstijgen; we zijn op weg naar het gebied met de meeste geisers en warmwaterbronnen. Als eerste komt de Firehole Lake Drive, waar langs een paar hele mooie geisers en bronnen liggen. Dan volgt het Midway Geyser Basin, waar slechts vier geisers en bronnen liggen, maar qua grootte en kleur heel indrukwekkend.

Biscuit Basin en Black Sand Basin slaan we over en we rijden door naar de Old Faithful. De toeristenfaciliteiten in dit gebied zijn groots opgezet en op de enorme parkeerplaats kunnen we de camper goed kwijt. Het is inmiddels 12.00 uur en 31°C in de schaduw. We gaan eerst naar het visitor center om te kijken wat de verwachte tijden zijn waarop verschillende geisers uitbarsten. We staan nog te studeren op het bord als een park ranger aankondigt dat Beehive Geyser, die 1 tot 2 keer per dag uitbarst, binnen 20 minuten gaat spuiten. Volgens zeggen is deze uitbarsting veel krachtiger dan van de Old Faithful, wat ook wel blijkt. Wij erop af. We moeten nog even wachten, maar dan gebeurt het. Met een enorm geraas wordt water zo’ n 40 tot 50 meter hoog de lucht in gespoten. GE-WEL-DIG! Op de achtergrond komt op hetzelfde moment de Old Faithful tot uitbarsting. Twee van die grote geisers die gelijktijdig staan te spuiten, heel uniek en bijzonder.

Nu we al een eindje op weg zijn, lopen we door naar de Morning Glory Pool. Onderweg komen we langs een aantal bronnen en geisers, waaronder de Grand Geyser, die gezien het aantal mensen dat er zit, ook op korte termijn zal uitbarsten. We horen dat er mensen al ruim twee uur zitten en dat de park ranger aanraadt om dan nog even langer te wachten. Maar met het prachtige schouwspel van net nog op ons netvlies besluiten wij door te lopen. Het is niet onder woorden te brengen wat we allemaal zien, maar het aantal foto’s spreekt voor zich.

Op de terugweg zien we de Old Faithful nog een keer uitbarsten. We nemen een kijkje in de Old Faithful Inn, net als het Many Glacier Hotel opgetrokken uit hout. Dikke boomstammen in de lobby dienen als steunpilaren, een prachtig stukje vakmanschap. We hebben een verlate lunch in de Old Faithful Lodge en na de uitbarsting van de Old Faithful van 16.14 uur gaan we naar verder naar Fishing Bridge, waar we een plaats op de camping hebben gereserveerd. Maar goed ook want bij het visitor center staat aangegeven dat deze camping vanmorgen om 08.15 uur (!) al vol was. We hebben een plekje op asfalt zonder picknicktafel en zonder vuurplaats, dit allemaal met het oog op beren. Ook tenten zijn hier niet toegestaan. Jammer dat we geen vuurtje kunnen stoken; dat zou de perfecte afsluiting van een geweldige dag zijn geweest.

11 – Zondag 16 juli 2006

Een luie start van de dag. Rond 09.30 uur staan Rob en ik op en gaan we lekker douchen. Daarvoor moeten we ons bij de receptie melden, per persoon USD 3,25 betalen, maar daarvoor mogen we wel tot vanavond onder de douche blijven staan. Ik kom de jongens tegen als ik terugga naar de camper, waar Rob met een beteuterd gezicht meldt dat we geen stroom hebben. En nog geen vijf minuten later zijn de jongens er ook weer omdat er geen stroom was en iedereen naar buiten geloodst werd. Lekkere full hook-up hebben we: de waterdruk is te hoog om de slang te kunnen aansluiten, de afvoer kan niet aangesloten worden omdat we geen plastic ‘elbow’ hebben en nu geen stroom.

Om 14.00 uur gaan we op pad. De eerste stop is een paar honderd meter verderop bij de Fishing Bridge waar de Yellowstone River vanuit Lake Yellowstone naar het noorden stroomt. Bij de LeHardy stroomversnelling proberen we forellen te ontdekken die tegen de stroom in omhoog zwemmen, maar ook de pelikanen hebben weinig geluk. Dan rijden we Hayden Valley in, een hele brede groene vallei, waar de rivier kalm doorheen stroomt. We komen in de eerste echte file terecht veroorzaakt door een grote bizon die ons op zijn gemak over de weg tegemoet loopt met daarachter een hele rits auto’s. Wat een enorm beest. Daar moet je geen ruzie mee krijgen. Verderop in de vallei zijn kuddes bizons te zien. Gaaf.

We nemen de afslag naar de South Rim van de Grand Canyon of the Yellowstone River en rijden tot het eindpunt. Hier ligt het uitkijkpunt Artist Point, dat zeer geliefd is bij fotografen en een geweldig uitzicht op de kloof biedt naar beide zijden. Wit, geel, rood, de rotsen hebben allerlei kleuren en vormen. We hebben zicht op de Lower Falls, die zich met donderend geweld naar beneden stort. Vanaf een ander punt hebben we uitzicht op de Upper Falls voordat de North Rim Drive nemen. Ook die kant van de canyon biedt schitterende uitzichten op de Lower Falls en Upper Falls. Heel indrukwekkend.

Op de terugweg naar de camping komen we weer langs de kuddes bizons, die nu veel dichter langs de weg grazen. Wat een imposante beesten. Ze zien er zo onschuldig uit, maar we weten dat schijn bedriegt. Op de heenweg zijn we de Mud Volcano Area voorbij gereden en daar nemen we nu nog een kijkje. Je bent de auto nog niet uit of je kan al genieten van de stank die rond deze blubberpotten hangt. Niet te harden. Zo had ik me het hele geisergebied van Yellowstone voorgesteld, maar wat we tot nu toe geroken hebben valt in het niet vergeleken met hier. Waren de bronnen gisteren gevuld met heet maar meestal helder water, en was de Artist Paint Pot dikke plopplopplop blubber, hier is het een mengeling van beide: stinkend, modderig water. Het gebied is in 1978-1979 getroffen door een aantal aardbevingen, waardoor er in het gebied veel veranderd is en bijvoorbeeld de Cooking Hillside van een bosgebied veranderde in een dor, droog gebied. Sour Lake is net zo zuur als accuzuur en wat die bizon daar in het zand te zoeken had, geen idee. Op de parkeerplaats zien we een putdeksel waardoor stoom omhoog komt en die helemaal aangevreten is. Bij ieder bordje dat er staat dat je niet van het pad af mag, hebben wij ook zoiets van ‘wees niet ongerust, geen haar op ons hoofd die daaraan denkt’. Dit gebied is heel anders dan dat van gisteren, maar toch ook weer interessant.

12 – Maandag 17 juli 2006

Om 09.00 uur rijden we bij Fishing Bridge weg en rijden we via het saaie stuk naar het zuiden, naar het Thumb Geyser Basin. Dit ligt aan het Yellowstone Lake en ook in het water liggen zichtbaar een paar geisers. Verder een aantal hele heldere, felgekleurde bronnen en andere die modderig zijn. Sommige pruttelen wat, andere produceren een geluid van een wasmachine op volle toeren. Het blijft fascinerend.

Dan beginnen we aan het laatste stukje Yellowstone. De weg loopt langs Lewis Lake, waar aan het einde Lewis Falls ligt, op de rand van de caldera. Het park gaat geruisloos over in het National Forest dat tussen Yellowstone en Teton ligt. Ik maak een foto van het toegangsbord tot het park, maar een officiële ingang – waar je dus een kaartje en informatie krijgt – is er niet. Het Tetongebergte is imposant. Scherpe pieken rijzen vanuit het niets omhoog, ongenaakbaar, ontoegankelijk. De Black Dike in Mount Moran blijkt tot onze verbazing vertikaal te lopen; om een of andere reden waren wij allemaal in de veronderstelling dat deze donkere streep horizontaal zou lopen. Het is weer heel warm, we hebben weer een blauwe lucht met schapenwolkjes, maar het is wel een beetje heïig. De meren aan de voet van de bergen zijn schitterend.

Het lijkt ons wel wat om te gaan kanoën vandaag; String Lake en Leigh Lake schijnen hier zeer geschikt voor te zijn. Alleen is daar geen kanoverhuur zodat we doorrijden naar Jenny Lake. Bij het visitor center wordt ons verteld dat ook bij Jenny Lake kano’s verhuurd worden en na een boterham naar binnen gewerkt te hebben, stappen we om 14.00 uur in de kano’s. We hebben heerlijk gevaren over het meer, erg veel plezier gehad en gelachen. De jongens presteren het om hun kano zo stilletjes aan die van ons vast te maken dat wij het niet door hebben en hen voorttrekken. Ze rollen bijna uit de kano van het lachen. Om 16.15 uur zijn we terug bij het visitor center, waar we onszelf op een welverdiend ijsje trakteren.

We rijden verder naar het zuiden door de Jackson Hole, een enorm grote en vooral vlakke vallei, naar de Gros Ventre Camping waarvan we weten dat er meestal wel ruimte is. Hier moeten we eerst een plekje uitzoeken voor we kunnen inchecken. Beren zijn hier nog niet gesignaleerd, hoewel ze wel steeds verder naar het zuiden trekken. Wel kunnen we bizons, elanden en coyotes tegenkomen. We moeten in ieder geval vannacht weer alles binnen zetten. Buiten in de schaduw is het in ieder geval om 18.00 uur 31°C. Als de zon achter de bomen verdwijnt en de temperatuur vrij snel daalt, is het heerlijk om buiten te zitten. Het kampvuur wordt aangestoken, de muggenkaars brandt en de sterren zijn ontelbaar.

13 – Dinsdag 18 juli 2006

Na het ontbijt vertrekken we van de camping richting Jackson, een druk toeristenstadje, maar wel op een leuke, verzorgde manier. We gaan ervan uit dat de inwoners van Jackson óók moeten eten en dat er dus wel een supermarkt zal zijn, maar het is even zoeken voordat we die gevonden hebben. Twee karren vol zijn het weer, ook omdat we weer 10 gallons water inslaan. Dat gaat er snel doorheen met temperaturen van ruim 30°C.

Vanuit Jackson gaan we via de Teton Pass (8431 ft = 2.570 meter) het gebergte over, een lange steile klim en afdaling. Zo’n beetje alle versnellingen van de camper worden op deze hellingen gebruikt. Via Teton Valley aan de achterzijde van de Teton Range rijden we naar het noorden. Op een gegeven moment hebben we een prachtig zicht op de drie Teton pieken, maar de relatie met borsten (tetons = (vrouwen)borsten in het Frans) kunnen wij nog steeds niet leggen. De naamgevers moeten destijds wel erg wanhopig zijn geweest!

Als we de Teton Valley uitrijden verandert het landschap in landbouwgebied. Grote ranches, voor zover het oog reikt aardappels (Idaho is tenslotte Potato Country) en/of hooi op uitgestrekte geïrrigeerde vlaktes. Dat moet ook wel, want anders groeit er niets, zo droog is het.

Vanaf Rexburg zijn de wegen naar het westen langs een liniaal uitgetekend. Tot aan de kruising met de I-15 zitten we midden in dor, droog woestijngebied waar alleen sagebrush groeit. Daarna worden het weer aardappels en hooi. Het waait ongelooflijk hard. Op de achtergrond verrijzen verschillende bergketens die van noord naar zuid lopen; je ziet ze mooi achter elkaar verschijnen. Als we het gebied van de Idaho National Engineering and Environmental Laboratory binnenrijden, is het meteen weer woestijngebied. Als we eruit komen, zien we weer hooi. Kortom: irrigatie is van levensbelang hier.

In Arco bestellen we bij de Deli Sandwich Bar allemaal een sandwich, waarna we op weg gaan naar Craters of the Moon National Monument. Al snel voert de weg tussen de lava door. Ter hoogte van Craters of the Moon wordt druk aan de weg gewerkt en de stofwolken zijn al van verre te zien. Op de camping zoeken we een plek uit, registeren ons door een envelop met het verschuldigde bedrag in een bus te stoppen en eten eerst wat. De mannen hebben zulke grote sandwiches uitgekozen, dat ze de helft opeten en de rest voor later bewaren. We gaan eerst naar het visitor center dat om 18.00 uur sluit en rijden daarna de route in het park.

Ongelooflijk. Een heel bizar landschap. Overal waar je kijkt, zie je zwarte lava in allerlei verschillende soorten en vormen. Het is te warm om de trails te lopen, maar vanaf de uitkijkpunten heb je een prachtig uitzicht over het gebied. In één van de sintelkegels waar je naartoe kunt ligt zelfs nog sneeuw onderin! Terug op ons plekje blazen we uit in de schaduw van ‘onze’ boom. Om 19.30 uur is er een korte wandeling onder leiding van een parkranger bij de North Crater Flow. De jongens gaan niet mee, maar Rob en ik vinden het toch wel heel leuk. Tegen 20.30 uur is de zon net achter de bergen verdwenen en begint de temperatuur te dalen. Hoe later het wordt hoe donkerder de hemel en hoe meer sterren er zichtbaar zijn. De temperatuur zakt tot onder de 20°C en tot ongeveer 23.30 uur zitten we buiten. Ik heb me nooit gerealiseerd dat er meerdere keren op een avond vallende sterren te zien zijn. Magisch.
 

 

Deel 1

Naar deel 2?, klik hier.


© USA4ALL & Corine Bouwknegt


Pagina printenHomeVorige pagina

 

Meer over USA4ALL

© 2009 USA4ALL. All rights reserved.