|
De
wereld der Indianen |
|
De
eerste kolonies der blanken op Noord-Amerikaanse bodem |
|
Pocahontas |
|
De
Sprinkhanenoorlog |
|
Etiquette
in de tipi |
|
De
legende van de zweethut |
|
Het
cijfer 4 |
|
Algonquin
Indianen |
|
Blackfeet
Indianen |
|
Cherokee
Indianen |
|
Cheyenne
Indianen |
|
Chickasan
Indianen |
|
Apache
Indianen |
|
Commanche
Indianen |
|
Crow
Indianen |
|
Black
Hawk |
|
Crazy
Horse |
|
De wereld der
Indianen. |
|
De Indianen zijn voor ons begrip betrekkelijk laat in Amerika gekomen,
voorzichtige schattingen doen ons aannemen dat ze ongeveer 20.000 à 30.000
jaar geleden over de Bering-zee en Alaska in verscheidene golven
aangekomen zijn. De Indianen zijn van Aziatische, maar niet van
Mongoolse oorsprong, zoals vroeger werd aangenomen. Amerika is dus met
uitzondering van Australie op één na het laatste continent waar mensen
zich van elders gevestigd hebben. En er zijn bewijzen dat er vòòr de
volksverhuizing van de Indianen geen mensen in Amerika woonden.
Hun zeden en gewoonten in de tijd na de ontdekking door Columbus zijn
geheel anders dan wij ons meestal voorstellen, vooral omdat de boeken van
Karl May net als de vele films ons Indianen laat zien die uitsluitend in
tenten, de zogezegde 'teepees' woonden en die allen die prachtige
veren hoofdtooi droegen.
Vastgesteld moet worden dat er geen sprake is of was van een
'typische' Indiaan. De vele stammen hadden elk zeer eigen
kenmerken. Onze ideeën over Indianen zijn namelijk gebaseerd op de
'prairie-Indianen'. Deze stammen woonden inderdaad in tenten van
buffelhuiden met een rookklep bovenin. Maar de Algonkin in het oosten van
de USA woonden in 'wigwams' een soort koepelvormige hut, die ze van
hout maakten en bedekten met boombast. Sommige Irokezen bewoonden een
soort rechthoekige hutten, waarvan de wanden uit bast of geweven matten
bestonden. De Apachen hadden hutten bedekt met een graslaag. In Florida
woonden Siminolen in 'paalwoningen', terwijl de Pueblo-Indianen
zeer fraaie woningen wisten te bouwen. Deze huizen hadden een
terrassenbouw en werden als het ware op elkaar gestapeld. Een ingang was
er niet, men klom met ladders op het dak en bereikten het interieur via
een luik. Bijna geheel onbekend zijn de prachtige houten huizen van de
Indianen in het noordwesten. Hier hadden de kamers zelfs houten vloeren,
terwijl wanden voor de gewenste indeling zorgden. Bij deze huizen stonden
de bekende 'totempalen' met hun kunstig snijwerk.
Waren de indianen nu zo vechtlustig als ons niet alleen in
oppervlakkige maar ook in serieuze boeken wordt voorgehouden? De gevechten
tussen Blanken en Indianen waren bloedig en wreed, maar van
'totale' oorlogen tussen de stammen onderling, zoals wij die kennen
voerden ze niet. Natuurlijk mag men niet generaliseren en de Indianen als
uitsluitend vreedzaam bestempelen. Ook hier waren de verhoudingen van stam
tot stam geheel verschillend. De Irokezen bijvoorbeeld hadden lang voor de
komst van Columbus getracht een groot Indianenrijk te stichten, waarbij ze
bepaald niet vriendelijk met hun 'rasgenoten' omgingen. Toch moet
men vòòr alles in het oog houden dat de Indianen geen
'vernietigingsoorlogen' kenden. Deze soort strijd werd helaas door
de blanken 'ingevoerd'. Wel wilden natuurlijk de jonge mannen van
een stam, zich door dapperheid onderscheiden, maar meestal beperkte de
strijd zich tot het verdrijven van de andere stammen van hun grondgebied.
Men voerde snelle overvallen uit en bracht de gevangene mee naar het eigen
dorp. Niet altijd werden de mannen aan de martelpaal gedood, soms werden
ze in de andere stam opgenomen. Helaas moet men erkennen dat de meeste
gruweldaden de Indianen werden bijgebracht door de blanken, die de
Indianen in wreedheid vaak overtroffen. Men moet nooit vergeten, dat de
Indianen nog in het 'stenen tijdperk' leefden en de wereld van de
'Blanke man' niet begrepen, terwijl die zich niet de minste moeite gaf om
de wereld van de Indiaan te begrijpen.
De wapens van de 'roodhuiden' waren pijl en boog, de blaaspijp,
de speer en later natuurlijk de geweren, die de Blanken aan hun
'verkochten'. Aan de pijlen zaten meestal veren, die in de
verschillende gebieden van kleur en aantal verschilden. Pijl en boog waren
in de handen van de Indiaan een gevreesd wapen, omdat de pijlen verbazend
diep doordrongen. In het oosten en op de prairie werden ook knotsen
gebruikt. Bij het gebruik van speren hoorden ook schilden. de beroemde
tomahawk was geen oorspronkelijk Indiaans wapen. Het waren de blanken die
ze als stalen bijlen 'importeerden' en ze met de
'roodhuiden' ruilden, bijvoorbeeld tegen dierenhuiden.
Bij het vechten waren de Indianen moedig en energiek, ze vielen echter
meestal slechts met kleine groepen aan, met angstaanjagend
'krijgsgeschreew' en in de bekende 'krijgskleuren', waarmee
ze zich zéér artistiek beschilderden. Pas in de tweede helft van de 19de
eeuw brachten het leger van de USA een paar duizend man op de been, maar
ook hier bleek evenals vroeger dat ze geen idee hadden van een massaal
toegepaste tactiek. Afdoende resultaten behaalden ze dan ook nooit, ze
trokken zich meestal plotseling van het strijdtoneel terug. Alleen of in
kleine groepjes toonden ze zich de meerdere van de Blanken omdat ze
uitstekend gebruik maakten van het terrein en de omgeving. Ze waren
daarbij voortreffelijke spoorzoekers en waren meesters in het uitwissen
van eigen sporen. De grootmeesters op dit gebied waren de apachen.
Ons idee dat alle Indianen steeds rondliepen met de prachtige hoofdtooi
van veren is geheel verkeerd. Een hoofddeksel als bescherming tegen de kou
of de warmte kenden de Indianen niet. De adelaarsveren die ze in het haar
staken waren bewijzen van zéér moedige daden. De vedertooi of adelaarstooi
mochten alleen enkele 'oorlogshelden' dragen en dan nog alleen bij
bijzondere gelegenheden. Op het oorlogspad was er vanzelfsprekend geen
sprake van zulke versierselen. Enkele stammen droegen een soort mutsen van
dierenhuid gemaakt. Anderen schoren hun hoofd kaal en bevestigden er dan
een soort kam op, gemaakt van roodgeverfde staartharen van een hert. Maar
dit soort tooisel was geen onderscheiding, het betekende het behoren tot
een genootschap. De Indianen van het noordwesten maakten hun kleren
uitsluitend van de bast van cederbomen, de Pueblo-Indianen droegen geweven
stoffen. De mocassin werd vrij algemeen gedragen. Zachtgemaakt leder werd
om de voet gelegd en dan vastgenaaid. De Indianen van de prairie kenden
schoeisel waarbij het boven- en het onderste deel apart gesneden werden.
Zij waren het ook die de mantels droegen van buffelleer, waarvan de
binnenzijde prachtig versierd werd. Daarbij hoorden de 'leggings'
een beschermende beenbekleding.
Hadden de indianen een religie? Wij kennen het woord 'Manitu' de
Grote Geest. dit begrip mag men niet met 'God' verwarren. Manitu
kon de Indiaan verkrijgen. Het betekende eigenschappen verwerven die in de
natuur leefden. Ieder individu moest dus trachten deze kosmische eenheid
te verwerven. Omdat de 'roodhuid' geen onderscheid maakte tussen droom,
visioen of werkelijkheid waren voor hem droombeelden van grote betekenis
voor de Manitu. En natuurlijk had elke medicijnman een 'Manitu'. Daarmee
kon hij van alles oproepen en bezweren; ziekten en regen, dansen en
maskers behoorden tot de daarmee gepaard gaande rituele handelingen. De
vredespijp 'camulet' had bij de Indianen van het oosten altijd de
vorm van twee staafjes met veren versierd. De ceremonie was een plechtige
handeling om vriendschap te sluiten. De tabakspijp, zoals wij die kennen
werd door de Sioux gebruikt.
Dat de Indiaanse stammen onderling zoveel verschillen vertoonden ziet
men ook aan de taal die zij spraken. Zij konden elkaar niet verstaan en
bedienden zich van de gebarentaal, waarin vooral de prairie-Indianen
uitblonken. Ook de rooksignalen en tekens met vuur hoorden tot de manier
waarop zij zich onderling verstaanbaar konden maken. Hun taal leren was
bijzonder moeilijk, hun grammatica was erg ingewikkeld en de woordenschat
vrij groot.
|
De eerste kolonies der blanken op
Noord-Amerikaanse bodem. |
|
De Engelsen waren niet de eersten die een voet aan wal zetten in het
huidige Noord-Amerika. Dat waren de Spanjaarden, Fransen, Nederlanders en
Zweden. We gaan ons beperken tot het gebied dat later de USA zal heten,
want in dit gebied vond de verovering en de kolonisatie van het Wilde
Westen plaats. Eerst de trek door de oerwouden aan de oostkust tot aan de
Misouri en tenslotte de doorstoot tot aan de Stille Oceaan.
In de regeringsperiode van koningin Elisabeth 1, zeilde Sir Walter
Raleigh in 1584 naar Noord-Amerika, nam het Roanoke eiland in bezit en
noemde het land ter ere van de koningin 'Virginia'. In het jaar daarop
volgde een tweede reis, wederom naar het Roanoke eiland, waar hij meer dan
100 mannen en vrouwen aan wal zette. Deze éérste kolonie werd al spoedig
weer opgeheven. In 1587 werden nogmaals 100 mensen aan wal gebracht. Maar
drie jaar later vond men geen spoor van deze kolonisten terug.
Vermoedelijk hebben ze zich met de Indianen vermengd.
De eerste echte kolonisatie begon in 1607 toen 3 kleine Engelse schepen
onder leiding van Christopfer Newport de Hampton Roads
binnenzeilden. Ter ere van de koning werd de rivier daar de 'James River'
genoemd. Bovendien stichtte men 'Jamestown', de eerste stad van
Noord-Amerika. De eerste de beste ontmoeting met de Indianen verliep
vijandig. Maar de roodhuiden trokken zich snel weer terug, en binnen een
niet al te lange tijd werd de verhouding tussen de Blanken en de
plaatselijke bevolking beter. Om het avontuur te kunnen overleven moest
men wel op goede voet zien te komen met de Indianen.
John Smith werd de leider van de kolonisten in Virginia, een
groep die de eerste paar jaren onder afschuwelijke ontbering te lijden
had. Bij een tocht in de wouden namen de Indianen hem gevangen en Smith
leerde hun 'keizer' Powhatan bij die gelegenheid kennen. Zij sloten een
verdrag; de Blanken zouden niet lastig gevallen worden. Bovendien zouden
zij nu niet de kans lopen om van honger om te komen. Hun situatie was
namelijk in deze periode uiterst kritiek geworden. Na de komst van John
Rolfe verbeterde de situatie in Virginia. Hij begon net als de
Indianen tabak te planten en dit was het begin van de 'grote' rijkdom die
deze kolonie ten deel zou vallen. Deze Rolfe werd bekend door zijn
huwelijk met 'princes' Pocahontas, de dochter van de 'keizer' Powhatan.
Hierdoor verzekerde de kolonie zich van de 'protectie' en 'vriendschap'
van dit machtige opperhoofd. De rust duurde niet lang. De Indianen
begonnen de pressie die de Blanken uitoefende aan de lijve te ondervinden.
Powhatan stierf in deze kritieke tijd, en de oorzaak van zijn dood kwam
niet vast te staan. Zijn opvolgers vertrouwden de Blanken niet meer en
begonnen de strijd tegen deze indringers. Op 22 maart 1622 werden
gedurende hun 'wilde aanvallen' meer dan 300 blanken gedood,
waaronder John Rolfe zelf. Het merendeel van de tabaksplantages
werd verwoest.
In deze eerste Indianenoorlog maakten de roodhuiden al hun grootste
taktische fout, een fout die ze in de toekomst steeds weer zouden maken.
Deze Algokin-stammen waaronder ook de Powhatan, waren weliswaar dappere
krijgers, maar ze onderschatten van meet af aan de kracht van de
kolonisten. Volgens Indiaanse mentaliteit zouden de verslagen vijanden
zicht terug hebben moeten trekken of op zijn minst vredesonderhandelingen
moeten afsmeken. Daar dachten de Blanken wellicht niet aan. Zij gingen tot
een tegenaanval over, die toen al even wreed en genadeloos werd uitgevoerd
als alle latere vijandelijkheden tot het eind van de 19de eeuw. In 1628
werd eindelijk vrede gesloten met deze stammen. Het rijk van Powhatan was
verwoest, en bij de meeste Blanken overheerste het gevoel dat men de
Indianen waar men ze ook aantrof, verdrijven moest. Deze mening veranderde
in de loop van eeuwen nooit meer en leidde uiteindelijk tot het
terugdringen van de oorspronkelijke inwoners in de reservaten van nu. Men
begon premies uit te loven voor Indianen-scalpen. Maar elke 'druk'
veroorzaakt nu één 'tegendruk'. De Indianen verweerden zich door
nog méér aanvallen te plegen, waarop dan weer een strafexpeditie van de
Blanken volgde. En zo ging het door. Wat bleef er de Indianen nog
uiteindelijk te doen? Ze verlieten geleidelijk hun gronden en trokken naar
het westen. Maar daar troffen ze bij het zoeken naar gronden, de stammen
aan die er al woonden. De traditie van de Indianen begon.
Zoals bekend is hadden ook de Fransen al eerder in delen van
Noord-Amerika kolonies gesticht. In Canada en ten westen van de oostelijke
Engelse nederzettingen, maar voornamelijk in het dal van de Ohio en de
Missisippi. Het kon niet uitblijven dat de belangen van beide landen in
dit nieuwe continent uiteindelijk botsten en dat de oorlogen die ze in
Europa voerden, hier ook herbegonnen. Alweer een tragedie voor de
Indianen, die in deze bloedige strijd werden 'meegesleept'.
De directe aanleiding tot deze oorlog was niet belangrijk: de Huronen,
behorende tot de stam van de Algokin waren de metgezellen van de Fransen,
die de ontdekkingstochten ondernamen. Samuël de Champlain ontdekte op één
van deze tochten op 29 juli 1609 het naar hem genoemde Lake Champlain.
Hier drong hij met zijn metgezellen door het gebied van de Irokezen.
Hierop volgden onderhandelingen, waarbij de Irokezen wensten dat de
Huronen de Blanken zouden uitleveren. Maar de Huronen, veracht door de
Irokezen en altijd de mindere in hun gevechten, benutten de nieuwe
situatie en vroegen de Fransen hun bij te staan met hun geweren. De
volgende dag kwam het tot een schermutseling, die bekend werd als de 'Slag
van Ticonderoga'. De opperhoofden van de Irokezen werden door de Fransen
doodgeschoten, de anderen sloegen op de vlucht. Dit gevecht zou beslissend
zijn voor de invloed van Frankrijk en Noord-Amerika. De Irokezen met hun
bijzondere hecht georganiseerde stammen vergaven de Fransen die nederlaag
nooit en verbonden zich met de Engelsen. In de loop van enkele tientallen
jaren lukte het de Irokezen hun rivalen uit het tegenwoordige gebied van
de USA en Canada te verdrijven. Ticonderoga bewees echter, dat de Blanken
noch toen, noch later een idee hadden van de werkelijke betekenis en macht
van diverse Indiaanse stammen. Toendertijd hadden de Irokezen de grootste
macht in het noordoosten. Hun welbespraakt en heldhaftig opperhoofd
Hiawatha kreeg na lange onderhandelingen gedaan dat 5 stammen : de
Seneca's, Cayuga's, Onondoga's, Mohawks en Oneinda's zich bij de Irokezen
aansloten. Alle stammen hadden een 'soortgelijke taal' op zich een
bijzonderheid als men weet dat bijna alle stammen een geheel verschillende
taal spraken. Deze bleven zelfstandig, maar traden naar buiten in
'gesloten verband' op. De Irokezen waren berucht en beroemd om hun
wreedheden en dapperheid. Zij waren het ook die voor het eerst probeerden
een groot Indianenrijk te stichten. Misschien speelden religieuze
gevoelens hierbij een rol. Het waren de enige Indianenstammen die
'nooit aanvielen zonder een oorlogsverklaring'. Het duurde niet
lang of deze Irokezen bezaten geweren, hun door de Hollanders verschaft.
En dit bezit maakte hen nog gevaarlijker dan ze tevoren waren. zonder
aarzelen namen ze bloedige wraak op de Huronen en de Fransen voor de
aanvankelijk geleden nederlagen. Hoewel het de Fransen eerst nog lukte om
de Irokezen uit Canada te verdrijven, was dit maar tijdelijk. Ze kwamen
met de Engelsen terug en sloten op 25 september 1664 een hecht verbond.
Toen de befaamde 'Pelgrimvaders' op 11 november 1620 met de
'Mayflower' bij de kust van het huidige Massachussetts landden en
de stad Plymouth stichtten begon het geheel nieuw tijdperk in de strijd om
het Westen, het waren harde en onverdraagzame mensen. Niet alleen voor de
'andersdenkenden', maar vooral ten opzicht van de Indianen. Zij
begrepen de wereld van de Indianen totaal niet, en wilden er ook niets van
begrijpen. Voor hen was 'een dode Indiaan pas een goede Indiaan'.
Deze opvatting tekende bijna de gehele geschiedenis van de 'verovering
van het Westen'. Hun puriteinse leefwijze en hun filosofie kan men nu
nog terugvinden in de Amerikaanse 'way of life'. En de opvattingen
van deze puriteinen verbreidden zich meer en meer bij het uitroeien van de
oorspronkelijke bewoners en het bezit van meer en meer land. Toch moet men
ook toegeven dat hun levensbeschouwing van het Wilde Westen van lieverlee
intoomde bij het ontsluiten van het midden-westen en de prairie. Zij
zorgden voor enige orde, het verdwijnen van 'ruwe zeden' en het
handhaven van 'recht en gezag'. Welliswaar met de nodige
huichelarij als nasleep.
Reeds in het zelfde jaar van hun aankomst sloten de pelgrimvaders een
verdrag met de machtige Massasoit, de 'koning' van Massachusetts en
beloofde vriendschap en goede betrekkingen. Hij liet hun het land dat ze
reeds in het bezit genomen hadden behouden. En met behulp van de Indianen
lukte het de Blanken, die geen agrarische kennis bezaten, door de eerste
moeilijke tijd heen te komen. Toen was de jacht op pelsdieren in volle
opkomst. De trappers en de eenzame woudlopers zouden al spoedig beroemd
worden. Het waren ook deze moedige mannen , die de kolonisten enige kennis
bijbrachten van het reusachtige gebied in het Westen. Hun verhalen over de
schoonheid en de uitgestrektheid van die oneindige landstreken wekten
steeds meer mensen op, hun geluk daar te gaan zoeken. Veel kolonisten
trekken van Massachusetts met hun onhandige zwaar beladen wagens in
konvooiverband naar het dal van de Connecticut rivier en stichtten
daar de kolonie van die naam. In dit gebied woonden echter de Pequotes,
met hun 'keizer' Sassacus. Toen de Blanken het land in bezit namen
zonder vragen of onderhandelen, groeven de Pequotes in 1636 de strijdbijl
op. Hun eerste onverwachte aanval had succes, maar geholpen door de
Narragansets, Massachusetts en Unkas, een Mohikaner, lukte het deze
opstand te onderdrukken. Bij deze gevechten kwam het tot de eerste
gruwelijke massamoord op de Indianen. Op 25 mei 1636 had een treffen
tussen de Engelsen en de Pequotes plaats bij de Mystic River,
waarbij bijna alle Indianen gedood werden. Daarna werd nog jacht gemaakt
op de overlevenden. Een zinloze moordpartij, waarvan Sassacus zelf omkwam
door naar de Irokezen te vluchten. Vriendelijk werd hij niet ontvangen, de
martelpaal werd zijn einde.
Tot 1674 verliep de 'trek naar het westen' vrij rustig. Maar
langzamerhand werd de positie voor de Indianen steeds ongunstiger. In de
staten van Niew-Engeland woonden in deze tijd al ongeveer 60.000 blanke
kolonisten tegen 15.000 Indianen. Waarschijnlijk woonden in het gehele
gebied ten oosten van de Missisippi toen al niet meer dan 20.000 Indianen.
Toch voelden de Blanken dit als 'last'. De roodhuiden moesten en zouden
nog verder teruggedrongen worden. Een moedig man van de stam der Massaoit,
Metacomet, die de Engelsen 'King Philip' noemden, ging een verbond aan met
de andere stammen om de blanken een 'halt toe te roepen'. De kolonisten
zochten een voorwendsel om opnieuw de strijd aan te binden en vond er
natuurlijk één. Er was een Indiaan, die hen als spion diende gedood.
Metacomet werd gedwongen zijn zogezegde schanddaden te bekennen en alle
vuurwapens in te leveren. Zijn poging om de hulp van andere stammen te
krijgen had niet veel succes gehad. Toen op 20 juni 1675 de strijd losbrak
moest 'King Philip' zich in de moerassen van Pocasset terugtrekken. De
Blanken achtervolgden hem, maar het lukte de Indianen de 'gehate
langneuzen' een nederlaag te bezorgen. En eindelijk na deze zege waren
de andere stammen tussen Maine in het noorden en Connecticut in het zuiden
bereid met Metacomet mee te doen. Pas tegen september, toen de nachten al
koud waren, brachten de bedreigde kolonisten een flinke strijdmacht op de
been. Onder leiding van Joshua Winslow verwoestten ze de
winterkwartieren van de Narrangansets en begingen afschuwelijke
wreedheden, zodat vanaf dat moment bijna alle stammen aan de strijd tegen
de Blanken meedoen. Wat aan beide zijden aan gruwelen en vernielingen werd
gedaan, valt nauwelijks te beschrijven. Maar juist toen de situatie voor
de Blanken kritiek dreigde te worden grepen de Irokezen als
'bondgenoten' van de Engelsen in en brachten 'King Philip' en zijn
medestanders een vernietigende nederlaag toe. Metacomet verzamelde in de
daarop volgende zomer van het jaar 1676 al zijn bevriende stammen en hield
krijgsraad met de opperhoofden. Maar de nederlaag was onafwendbaar. De
Engelsen lieten weten dat diegene die Metacomet zou doden of gevangen
nemen vrijuit zou gaan. Door verraad kwamen ze de schuilplaats van de nu
van alle kanten opgejaagde Indiaan te weten. Hij werd gegrepen en op 12
augustus 1676 schoot men dit roemruchte opperhoofd van de Pequotes
dood. De eerste grote opstand van de Indianen tegen het opdringen van
de kolonisten naar het Westen was neergeslagen.
|
Pocahontas. |
De Powhatan leefden aan de kust van Virginia, waar de Engelsen hen in
1607 aantroffen. Hun opperhoofd noemde zich ook Powhatan, d.w.z. zo
verstonden de kolonisten het. Pocahontas (een princes) huwde in 1613
met John Rolfe. Drie jaar later ging john naar Engeland terug om haar aan
koningin Anne voor te stellen. In Engeland was deze "princes" een enorme
sensatie. Maar het geluk duurde niet lang. In 1617 stierf zij ten
gevolge van de pokken. In de kerk van Gravesend kan men haar graf
bewonderen.
|
De
sprinkhanenoorlog. |
Er waren eens twee bevriende stammen, die dicht bij elkaar hun kampen
hadden opgeslagen. De kinderen speelden met elkaar, en de vrouwen werkten
samen aan hun vlechtwerken, terwijl de mannen hun buitgemaakte huiden
ruilden. Plotseling werd de rust verstoord. Twee kinderen waren al de
ganse ochtend met elkaar aan het spelen, maar hadden nu ruzie. Ze hadden
een sprinkhaan gevangen en beweerden nu allebei dat zij hem het éérst
hadden gevangen. De moeders werden erbij gehaald, doch ieder nam het op
voor zijn eigen kind. Algauw stond het kamp in rep en roer. De discussie
liep zo hoog op dat de mannen erbij moesten komen. Het resultaat... de
beide stammen verklaarden de oorlog aan elkaar, die tientallen jaren
duurde en ontelbare slachtoffers maakten, alvorens men tot inzicht kwam
waar men eigenlijk mee bezig was.
Moraal : Spelende kinderen moet
je gerust laten. Terwijl de ouders verder ruzieën, hebben de kinderen al
lang vrede gesloten.
|
Etiquette in de
tipi. |
In vroegere tijden, kenden de "Plain Indians" vrij strikte
beleefdheidsregels. Iedereen paste ze ook spontaan toe wanneer hij
bijvoorbeeld de tipi van een vriend bezocht.
Was de deur open, dan
kon een vriend meteen binnenkomen. Was ze dicht, dan haf hij zijn
aanwezigheid te kennen door aan de deur te krabben, of door met de
deurklopper, een uitgesneden buffelhoef, te schudden. Hij wachtte dan
gewoon tot hij binnen werd geroepen. Een stel gekruiste stokken voor de
deur betekende zoveel als "niet storen". Gekruiste stokken of gesloten
rookflappen, betekenden dat de bewoner niet thuis was. Het was een
doeltreffend beveiligingssysteem, want geen mens zou eraan denken om naar
binnen te gaan.
Als een man de tipi betrad, ging hij meteen naar
rechts, en wachtte daar tot de gastheer hem vroeg om achterin de tipi
links van hem te gaan neerzitten. Een vrouw kwam na de man binnen en ging
meteen links. Over het algemeen zaten de vrouwen aan de zuidkant en de
mannen aan de noordkant van de tipi.
Van de gast die op de maaltijd
was uitgenodigd, werd verwacht dat hij zijn kopjes en lepels zelf zou
meebrengen, en ook dat hij al het voedsel dat hem werd geboden
opat.
Het gold als een gebrek aan beleefdheid tussen het vuur en de
persoon door te lopen. Ze liepen daarom steeds achterom de de anderen, en
wie neerzat leunde zachtjes voorover om plaats te maken. Niemand zou ook
over het altaar in het midden of over het vuur stappen.
De vrouwen
moesten op hun hielen zitten of met beide benen samen aan één kant, zeker
niet in kleermakerszit, zoals de mannen zaten. In een groep moesten jonge
mannen zwijgen tot de oudere hen uitdrukkelijk vroeg om te
spreken.
Als de gastheer zijn pijp uitklopte, was dit voor iedereen
het teken om weg te gaan, wat dan ook zonder enig gemor
gebeurde.
In grote trekken gelden dezelfde regels ook nog
vandaag.
Enkele tips voor mensen die een tipi-kamp
bezoeken:
- Het opzetten en afbreken van een tipi vergt veel systematisch
denkwerk. Een helpende hand bieden word wel geapprecieerd, doch het
onderbreekt het denkwerk.
- Als je wil leren, kijk dan gewoon toe en zeg desnoods "Roep mij als
je mij nodig hebt", het wordt beschouwd als een welgemeend aanbod zonder
verdere verplichtingen.
- Als je foto's wil maken, een tipi betreden of binnengaan, vraag dan
aan de eigenaar of hij dat wel wil. Het is gewoon een elementaire
beleefdheid. Op een Pow-wow is een tipi ook iemands huis en privacy.
- En het weze duidelijk: Kijk, maar raak niets aan.
|
De legende van de
zweethut. |
Een vrouw leefde samen met haar drie zonen. Twee van hen trokken
steeds samen op jacht en de derde bleef thuis om hout te hakken en leer te
looien voor kleding en schoeisel. Op een winterdag ging één van hen alleen
op jacht heel vroeg in de morgen en trok naar het noorden. Toen de anderen
wakker werden, zagen ze wel dat hij weg was, maar omdat hij nooit alleen
vertrok, meenden ze dat hij niet ver weg kon zijn. 's Avonds echter was
hij nog steeds niet terug. De nacht ging voorbij zonder enig teken van
leven. Ook de volgende morgen was hij nog niet terug, en één van zijn
broers besloot hem te gaan zoeken. Een paar kilometers verderop vond hij
sporen die naar het noorden liepen. Hij volgde ze heel de dag en de nacht.
Maar ook deze broer kwam niet meer terug. De vrouw sprak tot de laatste
zoon "Nu heb ik nog enkel jou om voor het eten en voor het brandhout te
zorgen. Jij mag je broers niet gaan zoeken, want ook jij komt misschien
niet meer terug". Toen er enkele dagen waren verstreken, besliste de derde
zoon om zijn broers te gaan zoeken, maar hij zei er niets van tegen zijn
moeder. Wanneer deze wakker werd en bemerkte dat ook haar laatste zoon was
verdwenen, kon ze alleen maar homen dat deze zou terugkeren met zijn
broers. Doch de tijd ging voorbij en geen van hen kwam terug. De vrouw
verloor de moed, want nu had ze niemand die haar voedsel kon bezorgen.. Zo
moedeloos was ze dat ze eraan dacht een einde te stellen aan haar leven.
Ze trok de bergen in om zich van de rotsen te storten. Ze naderde een
afgrond en zag een grote steen op de grond liggen. Onbedacht bukte ze zich
om de steen op te rapen en dacht "als ik die steen doorslik zal mijn adem
stokken en zal ik sterven. De dag ging voorbij. Ze had zelfs heerlijk
geslapen. Drie dagen later leefde ze nog en plots voelde ze iets bewegen
in haar buik. Haar buik werd groter en groter. Een maan later
beviel ze van een bevreemdend kind, hij groeide terwijl ze ernaar keek, en
na weer een maan was hij al een puber. En hij bleef maar groeien. Drie
manen later was hij al een volwassen man. Op een dag sprak hij tot zijn
moeder: "Ik moet er vandoor, op zoek naar de drie mannen die hier met jou
hebben geleefd". Zijn moeder was stomverbaasd want zij had hem nog nooit
met hem over de verdwenen broers gesproken. Ze wou niet dat hij vertrok,
nu dat ze weer iemand had om voor haar te zorgen. Doch de jongen legde
haar uit dat hij speciaal voor deze opdracht gekomen was en dat hij wel
moest vertrekken. Ook hij trok naar het noorden. Op zijn weg hoorde hij
iemand zingen. Hij ging op het gezang af en zag een oude grootmoeder
zitten die hem toesprak: "Ik weet waarom je gekomen bent, je komt je
broers zoeken. Ze zijn hier" en ze wees naar drie kleine zakken in haar
hut. Ze nodigde hem uit in de hut om samen met haar een ceremonie uit te
voeren. Toen warmde ze stenen op, legde die in een gat en besprenkelde ze
met water. Het was de "ceremonie van de zweethut" en aan het einde
van de ceremonie waren de drie zakken weer de drie broers geworden. Ze
wilden gauw de hut weer verlaten om weer naar huis te gaan, maar de oude
vrouw hield hen tegen en zei dat ze zich in het vervolg minstens één keer
per jaar moesten zuiveren met deze ceremonie, om zich te herinneren dat ze
geboren waren uit de buik van hun moeder. De hut, zei ze, was de uterus
van Moeder Aarde, en telkens ze de hut opnieuw zouden betreden was dit om
opnieuw de tijd te beleven dat ze nog in de schoot van hun moeder zaten en
om hiervoor respect te blijven hebben voor hun moeder en voor Moeder
Aarde. En ze voegde eraan toe dat alle mannen van de wereld minstens één
keer in hun leven de ceremonie moeten uitvoeren. De vrouwen hoefden dit
niet te doen omdat ze al elke maan worden gezuiverd, ze mogen wel als ze
dat willen, maar dan wel buiten hun periodes. De man die zijn broers was
komen verlossen, bleef bij de grootmoeder om in de geest iedereen te
verwelkomen die aan de "zweethutceremonies" deelneemt.
|
Het cijfer 4. |
Voor de meeste stammen in Noord-Amerika is het cijfer 4 een heilig
getal. Er zijn 4 windstreken:
- het Westen
- het Noorden
- het Oosten
- het Zuiden
Er zijn 4 verdelingen in de tijd:
- de Dag
- de Nacht
- de Maan
- het Jaar
Er zijn 4 verdelingen van alles wat uit de grond
komt:
- de Wortels
- de Stengel
- het Blad
- de Vrucht
Er zijn 4 wezens die ademen:
- zij die kruipen
- zij die vliegen
- de viervoetigen
- de tweevoetigen
Er zijn 4 dingen boven de wereld:
- de Zon
- de Maan
- de Hemel
- de Sterren
Er zijn 4 verschillende goden:
- de helpers van de Grote Goden
- de Goden
- de Goden onder hen
- de Geesten
Er zijn 4 perioden in het leven van de mens:
- de Babytijd
- de Jeugd
- de Volwassenheid
- de Oude dag
En tenslotte: de mens heeft 4 vingers aan iedere
hand, 4 tenen aan iedere voet, en ook de duimen met de grote tenen vormen
samen het getal 4.
|
Algonquin
Indianen. |
De naam refererend naar een grote groep Algonquin sprekende Indianen
waaronder veel verschillende stammen komende uit Canada, verspreid naar
het noordoosten, de Atlantische kust, tot in het Midden-Westen. Ze
waren de bittere vijanden van de Iroquois. Het waren goede boeren en
experts in jagen en visvangen. Tecumseh, Pentiac, Samoset, Massasoit,
Powhatan en King Philip waren enkele voorname chiefs behorend tot deze
groep.
|
Blackfeet
Indianen. |
Een samengesmolten groep van drie Algonquin stammen, met een typische
plains cultuur. Ze verbleven naast de Yellowstone rivier en de
uitgestrekte westelijke zijden van de Rocky Mountains. Ooit waren ze één
van de grote stammen, minder dan de helft leeft nu in een reservaat in
Montana en in Alberta, Canada.
|
Cherokee
Indianen. |
De toen grootste en meest belangrijke stam in het Zuid-Oostelijke deel
van Amerika. Ze vochten geregeld tegen de Iroquois van New York. De
Iroquois waren bondgenoten van de Engelsen, die tegen de Fransen vochten.
In 1812 vochten ze samen met U.S. tegen de Creek Indianen. Er werd goud
gevonden op hun land waardoor ze verdrongen werden naar het westen toe. De
Cherokees werden een deel van de vijf gecivilizeerde stammen. Vele zwarte
slaven werden door hen bevrijd. Ze werden staatsburgers en verkochten hun
land (gekend onder de naam "Cherokee Step") in 1892. Het grootste deel van
de stam leeft ten westen van de Mississippi rivier, een stuk van de stam
leeft in een reservaat in Noord-Carolina.
|
Cheyenne
Indianen. |
Een Algonquine sprekende plains stam. Ze leefden in het territorium
gekend als de staat Minnesota, maar zijn nu verspreid in het Westen tot
Oklahoma. Ze waren een oorlogsvoerende stam maar toch vriendschappelijk
met de blanken. In 1864 werden vrouwen en kinderen in Colorado uitgemoord
door Gouvernements troepen en Zuidelijke wraaknemers. Er volgde een
bloedige strijd, maar werd door generaal Custer en zijn troepen beëindigd.
De Indianen die ver noordelijk woonden namen nooit deel aan deze laatste
oorlog. Er zijn nog altijd vriendschappelijke relaties tussen de
verschillende groepen Cheyenne Indianen die nu ook in het Westen leven.
|
Chickasan
Indianen. |
Waren één van de vijf gecivilizeerde stammen van de Muskhogen groep.
Ze leefden in het noordelijke deel van de Mississippi rivier. Ze waren
onafhankelijk en vijandig doch ze waren geïnteresseerd in educatie voor
hun jongelingen velen werden naar een oostelijk gelegen school gestuurd.
In 1832 tekenden ze een contract met de U.S. onder de benaming (Het
Pontotoc verdrag). Ze trokken naar het Westen, waar ze hun territorium
deelden met de Choctaw Indianen. Al was hun cultuur dezelfde, toch waren
ze vijanden van elkaar. Ze wonen nu respectievelijk in Oklahoma.
|
Apache
Indianen. |
Een Nomadische stam, die niet zo'n goede veldbewerkers waren doch
overleefden van het stelen van voedsel van hun vredelievende geburen. Ze
waren uitstekende paardenhoeders en ruiters. Hun leefgebied was van New
Mexico tot Arizona. De meest gekende onder hen is Geronimo en Viktorio. Ze
waren constant in oorlog met de Pueblo Indianen waarvan ze deels kultuur
en religie adopteerden. Nu leven de meeste Apache Indianen in een
reservaat in Arizona.
|
Comanche
Indianen. |
Zijn gekend als de fijnste paarden mensen van Amerikaanse stammen. Ze
leefden op de plains en waren een oorlogvoerend volk. Ze dreven de Apache
Indianen uit het zuidelijke gedeelte van de plains weg en maakten het de
eerste kolonisten (Texas) heel moeilijk. In 1875 werden de Comanches
(Rundhandelaars -> Ranchers) gingen in een reservaat in West-Oklahoma
leven.
|
Crow Indianen. |
Een vriendelijk volk die bij de Big Horn rivier in Wyoming en in
Montana leefden. Ze waren hele goeie jagers en gidsen. Ze waren vijanden
van de Sioux en werkten als scouts voor het U.S. leger in de oorlogen
tegen de vijandige stam.
|
Black Hawk. |
Anno 1767-1838. Was chief van de Sauk en de Fox Indianen. Leider in de
Black Hawk oorlog (1832) die eindigde in glorie voor de U.S. troepen. Hij
probeerde zijn uitgehongerd volk naar diverse territoriums te brengen doch
werd zijn aktie verkeerd begrepen en zijn volk werd door de grenstroepen
beschoten. Vele vrouwen en kinderen werden gedood. De slachterij was
ongegrond. Black Hawk werd gevangen genomen, naar Washington gebracht en
voorgeleid bij President Jackson (1833).
|
Crazy Horse
1849-1877. |
Tashunca-Uitco : Indiaanse Chief van de Oglala stam van de Sioux.
Vocht meerdere malen mee tegen de troepen van de U.S. en tijdens de slag
om Little Big Horn waarin Custer overleed. Stierf in 1877 Nebraska tijdens
zijn verzet.
Bron: The Crosswood Ranch
Met dank aan:
Bronco |

  
|