Het zal niet gauw weer
gebeuren dat ik een column zit te schrijven in een motelkamer in
Starke, Florida, USA. Voor de tweede keer bezoek ik, nu samen met
mijn jongste zoon, dit land. Dit merkwaardige, boeiende land. Het
deel van Florida waar wij verblijven is niet het mooiste deel. Wij
zijn hier echter niet voor de omgeving, maar om onze penvriend
William te bezoeken, die al ruim zeventien jaar in de dodencel zit.
En daarom nemen we het gebrek aan overweldigende natuur voor lief.
Trouwens, er mogen hier geen hoge bergen en diepe dalen zijn, de
bossen ogen toch ook heel mooi. Ons motel grenst aan zo'n bos, maar
daar zal ik me niet gauw in wagen. Behalve herten, kun je er ook
everzwijnen tegenkomen en zelfs kleine bruine beren. En daar heb ik
geen zin in, "no thanks". Maar ik vind het wel zielig als ik op een
nacht wakker word van een geweerschot: er zijn jagers bezig in het
bos, ach, die arme dieren. De streek is dus niet de mooiste van
Florida en er zijn ook weinig toeristische attracties. Maar de
Indianenwinkel c.q museum, is interessant. De mevrouw achter de
toonbank is zelf van Indiaanse afkomst. Ze praat graag, niet alleen
over het leed dat de Indianen hebben geleden, maar ook over het
huidige Amerika. Vroeger woonde ze in Miami Beach.
Het was daar mooi, en anders dan in dit deel van
Florida kent het zuiden geen seizoenen. Het is er altijd zomer.
Miami veranderde toen eerst de Cubanen kwamen en later de Haïtianen.
Met bootjes ontvluchtten ze de dictators van hun land, en in Miami
probeerden ze een nieuw bestaan op te bouwen. "Ze namen het land
over," zegt de mevrouw van de Indianenwinkel. De autochtone
bevolking begon te vertrekken. En toen de mevrouw bij sollicitaties
werd gevraagd of ze wel Cubaans sprak, vertrok ook zij. Want ze
leefde in Amerika. Ze moest haar eigen taal kunnen spreken in haar
eigen land, vond ze en daarom woont ze nu hier. De rust in de
'country' spreekt haar aan. Ze is hier gelukkig, maar ze zou nog
gelukkiger zijn als de weersomstandigheden beter waren. En dat
zouden wij ook wel willen. De eerste dagen waren verrukkelijk, maar
toen begon het te regenen en na de regen kwam de kou. Nee, we hebben
het weer niet mee, deze dagen. In het restaurant waar we 's avonds
dineren zegt een serveerster tegen een collega dat dit 'Dutch
weather' is, dat alleen Hollanders van dit weer houden. Zo komen de
praatjes dus de wereld in, want wij houden helemaal niet van die
waterkou en die nattigheid, wij willen de zon. Net als de
Amerikanen, veel ouderen, die hier aan het overwinteren zijn. Je
ziet ze bij bosjes in de restaurants, de mannen met honkbalpetjes,
hun vrouwen in een warm jack. En allemaal lopen ze op witte
sportschoenen. Trouwens, ook de andere restaurantbezoekers dragen
graag sportschoenen, zelfs chique geklede dames. Wat ook erg
opvallend is: het grote aantal veel te zware mensen. Het gebeurt
regelmatig dat wij ons hart vasthouden als zo'n meneer of mevrouw
zich op een stoel laat zakken. Maar de stoelen zijn erop gemaakt,
het gaat elke keer goed. En tussen die zware mensen zie je dan de
serveersters bezig, waarvan sommige superslank.
Amerika is een land van uitersten, superzwaar en
superslank, steenrijk en pure armoe. We zien de prachtigste huizen,
en we zien krotten waar je een hond nog niet in zou huisvesten. We
zien senioren compleet met cowboyhoed en sigaar rijden in de duurste
sleeën, en we zien bejaarde mensen aan het werk in de supermarkt.
Sommigen werken omdat ze zich niet uitgerangeerd willen voelen en om
onder de mensen te zijn. Maar schrijnend is het als je
tachtigjarigen bezig ziet omdat ze van hun pensioentje niet rond
kunnen komen. Veel Amerikanen hebben meerdere banen. Ondermeer om de
hoge ziekteverzekeringspremie te kunnen betalen. Trouwens, veel
mensen kunnen dat evengoed niet en hebben geen verzekering. Armoe in
een land dat miljarden spendeert aan de oorlog in Irak, en peperdure
ruimtevaartprogramma's. Met ons Nederlands denken is dit nauwelijks
te bevatten. Maar omgekeerd begrijpen veel Amerikanen ons weer niet.
Homohuwelijken, de coffeeshops, seksuele voorlichting, ze snappen er
niets van. Uitleggen werkt niet, de kloof tussen de conservatieve 'American
way of thinking' en onze progressieve denkwijze is te groot.
Over een paar dagen gaan we naar huis en verlaten we dit land van
uitersten. Het land van de gele schoolbussen en de 'yellow ribbons'
om de bomen. De bomen..."oh, how I love the palmtrees". Amerika,
land van: "How are you today?" en "Have a nice day." En of dat nu
wel of niet gemeend is: ik hou van die beleefdheid, daar kunnen wij
Nederlanders nog veel van leren. Amerika, met op elke hoek wel een
kerk, maar van Christelijke vergeving is geen sprake zolang er nog
doodvonnissen worden uitgevoerd. Amerika, dit verbazingwekkend
land... het roept zoveel tegenstrijdige gevoelens op. Maar ik weet
nu al dat ik dit mooie, dit gekke land, dit land van veel te veel en
veel te weinig, dat ik dit land toch missen zal.
Dini Commandeur