Amerika, oktober
2005... De weersvoorspellingen waarschuwen voor de orkaan Wilma,
maar zij is nog lang niet in de buurt. Dus rijden wij, vriendin
Gerda, haar zevenjarig zoontje Dakota en ik onbezorgd door Florida.
Muziekje aan, airco aan, en als passagier heb ik voluit de kans de
omgeving in mij op te nemen. Ik wil alles zien, het is heerlijk om
weer in Amerika te zijn. Wilma is dus nog ver weg, het weer is kalm,
maar het is warm. Een beetje te warm, zelfs. Maar dat mag de pret
niet drukken. Op vakantie zijn in Amerika is fun, en we genieten met
volle teugen. Gerda en Dakota wonen nu in Amersfoort, maar Dakota
is in Amerika geboren en zijn moeder is vaak in deze omgeving
geweest. Ze kent het gebied op haar duimpje. Het is heerlijk om door
hen op sleeptouw te worden genomen. Gerda weet de leukste winkels te
vinden. En Dakota wil later ridder worden en brengt het ridderschap
nu al in praktijk. Zijn Engels is namelijk beter dan dat van mij, en
hij springt bij als ik er even niet uitkom.
Amerika… we rijden
over de snelweg naar de stad Orlando. Grote moerasgebieden zijn te zien,
maar hoe we ook hopen een alligator tegen te komen, die blijven vandaag
onzichtbaar. Gerda vertelt over Walt Disney die daar jaren geleden een
groot moerasgebied opkocht. Voor een prikkie, want voor de mensen die er
woonden was er weinig te beginnen met die grond. Maar Disney wist er wel
raad mee en sinds hij DisneyWorld schiep, is de grond in de omgeving
peperduur. Er staan mooie huizen in de buurt van Orlando, maar als je de
stad zelf binnenrijdt zie je eerst de arme wijken. Hier geen grote
huizen, geen dure auto’s, maar armoedige woninkjes en hier zie je ook
bushaltes.
Maar Orlando is een
heerlijke winkelstad. We gaan naar de mall, een groot overdekt
winkelcentrum. De airco staat er op hoog, en dat is het enige nadeel van
de mall, het is er koud. Verder is het er zalig winkelen.
In Gainesville,
niet erg ver van ons motel, is trouwens ook een grote mall. Daar raak ik
in gesprek met een meisje uit Ethiopië. Zodra ze in de gaten heeft dat
ik uit Holland kom, is ze helemaal enthousiast. Ze heeft namelijk
familie wonen in Amsterdam. Ze vraagt hoe ik het in Amerika vind. Zelf
vindt ze het hier niks. Ze barst van de heimwee naar haar familie in
Ethiopië. Want in haar opinie zijn de familiebanden in Ethiopië veel
hechter dan in Amerika. Daarom weet ze niet of ze wel in Amerika wil
blijven wonen. Alles draait hier zo om geld, zegt ze, maar er is zoveel
meer in het leven dan geld. Ze studeert Marketing, en staat straks voor
een moeilijke keus: òf een carrière maken in the USA, òf terug naar haar
vaderland, waar ze helemaal niets aan haar studie heeft. Ze is bijna
ziek van heimwee, het arme kind, maar gelukkig komt haar moeder
binnenkort. Die zal ze dan na vier jaar weer kunnen omhelzen. “Maar wat
moet ik doen, “vraagt ze me,”Wat moet ik toch besluiten? Hier blijven en
leven in een land dat het mijne niet is, dat ik niet begrijp en waarin
ik me niet thuis voel? “ Ik weet het ook niet, en kan haar alleen maar
aanraden goed naar haar innerlijk stemmetje te luisteren, en haar veel
wijsheid toewensen.
Halloween zit er
aan te komen en in de winkels vergapen we ons aan de Halloween
artikelen. Halloween. Wij kennen het niet, maar voor de kinderen in
Amerika is heel normaal om de engste zaken in de winkels te zien liggen.
Van griezelige maskers tot afgehakte “bloederige” plastic benen en
doodshoofden.
Amerika, Amerika…
in Gainsville gaan we naar een park met een groot meer, en daar zien we
dan eindelijk alligators. Onze dag kan niet meer stuk, dit is mooi.
Daarna rijden we over de brede wegen van Gainesville naar een
restaurant. Met drie kinderen op de achterbank, Dakota en de kinderen
van een vriendin van Gerda. De CD speler staat aan: André Hazes’ stem
klinkt door de auto, hij zingt “Met bloed zweet en tranen”. Op de
achterbank joelen de kinderen mee, met zwaaiende armen, hun lichamen
deinen mee op de maat van de muziek. Ik knijp mezelf maar eens in de
arm. Droom ik dit? Het is zo bizar, rijd je door Amerika met Amerikaanse
kinderen die met een prachtig Amerikaans accent zingen: “Met bloed,
zweet en tranen, zei ik vrienden, dag vrienden de koek is op.”.
Buiten schemert
het. André en de kinderen zingen. En langs de kant van de weg loopt de
man met de zeis. In een zwart gewaad en met een doodshoofd. De kinderen
gillen als ze hem zien. Niet uit angst maar van spannende pret. Dit
hoort bij Halloween. Dit hoort bij Amerika en dit is fun.
De orkaan Wilma is
in aantocht, en ze komt in de buurt op de dag dat wij weer naar huis
gaan. Maar op de regen na merken wij niet veel van haar. Ze buigt netjes
af naar het Oosten, terwijl wij naar het Noorden rijden. Het vliegtuig
vertrekt, en we arriveren keurig op tijd in Nederland. Het zit erop, de
vakantie in Amerika. Maar ik weet nu al dat ik weer terug wil gaan. Naar
de winkels en de alligators. Naar de mall, om te kijken of het meisje
uit Ethiopië daar nog werkt.
Wonderful America.
Ik zal het land missen. En de mensen, en natuurlijk ook Gerda en Dakota,
mijn helper, mijn ridder. En misschien zal ik zelfs, heel even, André
Hazes een klein beetje missen. Door zijn “Bloed, zweet en tranen,” voor
eeuwig geassocieerd met de man met de zeis in Gainesville, Florida.
Dini Commandeur