We
hebben vakantie en vieren dat in our second homeland America. Het is
heerlijk om hier weer te zijn. Er is zoveel te zien. Maar vandaag
houden we een rustig dagje. We zitten in de tuin van het motel te
genieten van het mooie weer. Het heeft lang niet geregend en verder
weg woeden bosbranden. Dat merkten we toen we van Atlanta, Georgia,
naar Jacksonville in Florida vlogen. Maar hier in Starke herinneren
alleen de blushelikopters die af en toe overvliegen ons aan het vuur
verderop.
Vandaag houden we
dus een kalme dag. Heerlijk luieren, zwemmen in “the pool” een beetje
lezen en een praatje maken met de eigenaren van het motel, Halina en
Lester. Zij komen uit Polen en zijn twintig jaar geleden met hun zonen
naar Amerika geëmigreerd. En met Halina’s moeder. Halina’s moeder is
aardig, ze glimlacht veel. Ze zit een flink deel van de dag zwijgend op
een stoel voor het motel. Ze kijkt dan naar haar “tuintje” van plastic
potplanten. En naar Coochie, Halina’s teckeltje-dat-denkt-dat-hij-een
herdershond is. In al die jaren in Amerika heeft Halina’s moeder één
zinnetje Engels geleerd: “I don’t speak English.” Wij voeren onze
gesprekken dan ook in gebarentaal. Daar komen we niet zo ver mee, maar
dat hoeft ook niet. We mogen elkaar en begrijpen elkaar. Achter het
motel houdt Lester geiten en kippen. De geiten houden het gras daar
kort, onder het wakend oog van Pa Bok. Af en toe draaft de kudde luid
blatend naar de voorkant van het motel, waar het gras blijkbaar
lekkerder is. Ook nu is het weer zover, en Coochie, die dus denkt dat
hij een herdershond is, jaagt ze met veel kabaal weer terug naar achter.
Daarna is het stil in de tuin, maar niet voor lang. Motels liggen immers
vrijwel altijd langs de snelweg, het verkeer raast constant voorbij. Aan
de overkant zien we in de verte de goederentrein gaan. Het indringende
waarschuwingsgefluit van de trein horen we dag en nacht. De geluiden
zijn dus divers in onze moteltuin, het verkeer, de trein, het gehinnik
van een paard uit een manege in de buurt, zingende vogels, het gekraai
van de haan, blatende geiten, het geblaf van Coochie. Dit is “our second
home”, dit motel in Florida. Halina is blij dat wij weer bij haar te
gast zijn. Toen we hier deze keer arriveerden wachtte Lester ons op, het
was al middernacht, Halina sliep. We waren zo laat omdat we een paar
vluchten later moesten nemen, onze binnenlandse vlucht was “over-booked”.
We mochten in een hotel in Atlanta slapen op kosten van de
vliegtuigmaatschappij, of pas om half negen ’s avonds vertrekken. Wat
dus betekende dat we heel laat in Starke zouden arriveren. Toch kozen we
voor het laatste. Halina was ontroerd toen ze dat hoorde. “Jullie wilden
dus bij ons slapen en niet in een vreemd hotel,” zei ze vertederd. En zo
was het. Wij komen hier graag, we zijn hier zo thuis.
Nu zitten we in de
tuin, luisterend naar alle geluiden, genietend van het groen om ons
heen, en de prachtige wolkenlucht. Boven ons vliegt een adelaar. Ik maak
er gauw een foto van. Adelaars zien we hier veel, en er zal vast nog wel
een in de buurt zijn, adelaars zie je meestal met z’n tweeën. En ja,
vanachter het motel komt nog een adelaar te voorschijn en even zweven ze
samen door het luchtruim, dan verdwijnt de laatste weer achter het
motel. De ander vliegt boven de snelweg. O alsjeblieft, denk ik, laat
dat beest toch niet denken dat daar een prooi is. Op of langs de weg
liggen vaak doodgereden dieren, maar adelaars zijn toch geen aaseters?
Het is even heel
rustig op de weg, er is helemaal geen verkeer. Het is stil, op het
geluid van de zingende vogels in de palmbomen na. De adelaar zweeft
rondjes, zet de landing in en verdwijnt uit zicht. Even later dendert
een vrachtwagen voorbij. En achter de vrachtwagen begint de
verkeersstroom weer. We staren naar de lucht. De adelaar is geland, maar
moet nu toch weer omhoog komen, met of zonder prooi. Maar we zien niets.
Dan komt vanachter het motel de andere adelaar weer tevoorschijn. Het
lijkt alsof hij zijn partner aan het zoeken is. Maar hij duikt niet naar
beneden, en verdwijnt tenslotte weer achter het motel. En wij blijven
maar naar boven staren. Waar is de adelaar, het dier moet nu toch allang
weer te zien zijn. Maar er kwam een vrachtwagen langs…
De mooie ochtend
verliest aan glans. Zou “onze”adelaar gegrepen zijn door de vrachtwagen?
Hoe lang we ook omhoog kijken, er is niets te zien, geen adelaar, geen
andere vogels, zelfs de blushelikopters blijven weg.
We pakken de draad
van de dag maar weer op. We luieren, we lezen, we schrijven een brief,
we zwemmen, we beantwoorden sms-jes. Later gaan we nog een eindje
rijden. We voegen ons in de verkeersstroom, en daar, aan de rechterkant
van de weg, ligt een grote platgereden vogel. Is het een adelaar? Onze
adelaar? We zullen het nooit zeker weten.
‘s Avonds zitten we
weer buiten. De avonden zijn mooi in Starke. Het ruikt zo lekker, en de
krekels geven een gratis tsjilpconcert. De geiten mekkeren, maar Coochie
hoeft nu niet op ze te passen, ze zijn opgesloten voor de nacht.
Halina’s moeder zit ook buiten. Verder weg woeden nog steeds de
bosbranden en we praten over de brandweerman die een babybeer uit de
vlammenzee heeft gered. Hij is de held van de dag.
Het wordt donker.
Halina’s moeder gaat naar binnen, en wij besluiten ook te gaan slapen.
Binnen bekijk ik nog even op mijn digitale cameraatje de foto’s die ik
vandaag heb gemaakt.. Van Coochie, van de geiten plus Pa Bok, de kippen,
van het zwembad en de tuin.
En daar is de
adelaar. Hoog in de lucht vereeuwigd met mijn camera.
Dini Commandeur,
Juni 2007