|
Het was op 24 juni 1990…..
Ik weet nog precies de eerste keer dat ik hem zag, een mooie statige
Navajo indiaan met lange zwarte haren die in het midden van een
koraal de wild rondrennende paarden voor de volgende rit met een
lasso stond te vangen. Ik voelde direct dat dit een bijzonder moment
was, omdat alle krachten van de kosmos leken te hebben
samengespannen om mij op dat moment op die plek in Monument Valley
te brengen om hem te ontmoeten. Wat voor impact deze ontmoeting
precies had op mijn leven en dit zelfs voor goed zou veranderen, kon
ik toen nog niet overzien.
Zo lang als ik mij kan herinneren, ben ik geïnteresseerd geweest in
de Navajo cultuur. Ik weet niet of het de mooie Turquoise ring was,
die ik van mijn moeder op mijn 12e verjaardag kreeg, of het
verlangen ooit op de prairie in alle vrijheid te kunnen paardrijden,
maar één ding was zeker, ooit zou ik naar Amerika gaan om daar de
Navajo indianen te bezoeken en als het even kon, ook paard te
rijden. Ik reed natuurlijk niet voor niets vanaf mijn 7e al paard,
alles deel uitmakende van het “grotere plan”. Gedurende mijn VWO
opleiding greep ik elke kans aan om over de Navajo indianen te leren
en te schrijven, of dit nu was voor een werkstuk voor
Aardrijkskunde, Geschiedenis of Engels, altijd begon en eindigde het
bij de Navajo indianen in Amerika.
Het was dan ook een kwestie van tijd en gelegenheid voor ik
eindelijk naar Amerika zou gaan en halverwege mijn studie
kunstgeschiedenis diende zich deze mogelijkheid aan. Via, via kon ik
een aantal maanden aan de oostkust werken en toen was een en ander
snel geregeld. Na een goed en tijdelijk onderkomen voor mijn hond en
paard te hebben gezocht en mijn studie stopgezet te hebben, vertrok
ik dan eindelijk naar Amerika voor het grote avontuur. De oostkust
van Amerika is erg mooi, maar zodra ik genoeg geld had gespaard en
tijd had om te reizen, vertrok ik naar Arizona, naar het leefgebied
van de Navajo indianen. Ik had een vliegticket gekocht, een auto
gehuurd en een hoofd vol met plannen. In eerste instantie ging
echter niets volgens plan, tenminste niet volgens mijn vooraf
geplande programma. Ik begreep later pas dat de kosmos een hele
andere agenda hanteerde. Bij elke paardenkoraal waar ik aankwam en
waar ik had gedacht paard te kunnen rijden, ging iets mis, of de
koraal was gesloten, of bestond helemaal niet meer of de mensen
waren net weg op een rit van een paar uur en was er niemand die mij
verder kon helpen. Dit veranderde echter allemaal toen ik in
Monument Valley aankwam. Daar waren ze net alles in gereedheid aan
het brengen om met een groep toeristen te paard de Valley in te gaan
en daar te overnachten, om de volgende dag weer terug te rijden.
“Je kan nog mee”, zei de mooie indiaan met zwarte lange haren, “zeg
maar welk paard je wilt, dan vang ik hem voor je”. Ik was even een
beetje in de war en bedacht me dat ik niet was voorbereid, ik had
geen drinken en eten ingekocht om mee te nemen op de trip. “Dat
geeft niet, dan eet je toch wat met ons mee”, was het antwoord van
de mooie Navajo man. De groep toeristen was als één gezelschap op
reis en was perfect voorbereid op de hele onderneming die zij
natuurlijk al ruim van te voren hadden kunnen plannen..Ik was dat
niet, ik had nog net tijd om me even om te kleden, mijn tent en
slaapzak in één van de pick-up trucks te gooien en op mijn paard te
springen, want ik voelde met alles wat ik in me had dat ik me deze
kans niet moest laten ontglippen.
De rit door Monument Valley was fantastisch en iets waar ik
natuurlijk altijd al van had gedroomd. Ik bleef zo veel mogelijk in
de buurt van de Navajo gidsen rijden, die mee gingen tijdens de rit
en vroeg hen honderduit. Dit was immers mijn eerste echte kans om
daadwerkelijk met deze mensen te praten en hen al mijn vragen te
stellen. De mooie statige indiaan die eerder met een lasso de
paarden stond te vangen, ging niet mee. Ik hoorde ze wel een paar
keer over Jamison praten en dat hij met de truck naar de
overnachtingplaats zou komen, met hooi en water voor de paarden. Ik
hoopte dat het beeld van de mooie statige Navajo man zou samenvallen
met de naam Jamison, want dat zou betekenen dat ik hem ’s avonds in
de Valley weer terug zou zien.
Na het arriveren op één van de mooiste plekken in Monument Valley en
na het verzorgen en vastzetten van de paarden, was het tijd om de
tent op te gaan zetten en te eten. De samenreizende groep was druk
met hun maaltijd bereiden, de Navajo gidsen zaten bij elkaar in het
Navajo te praten en te lachen en ik wachtte geduldig af, tot ik
uitgenodigd zou worden voor het eten. Lange tijd gebeurde er niets
en had ik tijd om te bedenken dat deze plek en deze situatie toch
eigenlijk precies datgene was, waar ik al die tijd van gedroomd had.
Ik prijsde me gelukkig dat het uiteindelijk allemaal zo was
gelopen….en toen waren daar de lichten van de truck en daar was
Jamison. De mooie statige lassovangende Navajo indiaan bleek
inderdaad Jamison te heten en op dat moment paste opeens alle
puzzelstukjes in elkaar. Jamison kwam naar me toe en gaf me een
Navajo Taco, die zijn familie had gemaakt voor de Navajogidsen die
in de Valley bleven slapen. “alsjeblieft”, zei hij met een beetje
verlegen lach, omdat de andere Navajo jongens zaten te grinniken en
geluidjes zaten te maken. Dit was de eerste keer dat ik met de
“Navajo humor” werd geconfronteerd en het zou zeker niet de laatste
keer zijn. Jamison zijn broer, Edward bleek eigenaar van de paarden
koraal te zijn en Jamison hielp zijn broer met de dagelijkse
werkzaamheden en zorgde dat alles goed geregeld werd. Toen ik dat
hoorde zei ik in een flits,”kunnen jullie geen hulp gebruiken van
een vrouw die diverse talen spreekt, jullie kan helpen met die
“vreemde” blanke toeristen en ook nog eens goed met paarden is”? Ik
stelde snel voor dat zij mij hiervoor natuurlijk niet hoefde te
betalen en dat ik alleen maar een soort kost en inwoning er voor
terug wilde. Ik kon immers bij de koraal mij tentje opzetten en was
zo dagelijks in de buurt van de Navajo indianen, de paarden en
natuurlijk Jamison. De vonk was blijkbaar bij hem ook overgesprongen
en hij zei, zonder na te denken: “Dat is goed, blijf je dan? “Ik
praat wel met mijn broer en zolang ik je onder mijn hoede neem, kan
niemand daar bezwaar tegen hebben”. Dat dit later niet zo
romanistisch uitpakte als dat we allebei op dat moment hadden
gehoopt, wisten wij natuurlijk nog niet, maar zelfs als ik op dat
moment had geweten, dat er ceremonies door zijn familie gehouden
zouden worden om mij weg te drijven, had ik nog steeds de beslissing
genomen om te blijven. De volgende dag reed ik terug naar de koraal
met een heel ander gevoel, als ik was vertrokken en zag de wereld
(en mijn toekomst) er opeens heel anders was. Ik was na al die jaren
eindelijk thuisgekomen!
Ik heb na deze dag Monument Valley nooit echt meer verlaten, omdat
ik in de tijd dat ik bij de Navajo indianen heb gewoond zoveel van
het land, de mensen en de cultuur ben gaan houden, dat ik altijd
verbonden zal blijven met deze magische plek op aarde. Vanaf
volgende maand zal ik in iedere column dieper ingaan over hoe het
was om als blanke vrouw, met lang blond haar en blauwe ogen (ook dat
nog..) bij de Navajo indianen in Monument Valley te wonen en op hun
traditionele manier te leven.
Hágoónee', tot de volgende keer,
Dorothea Born
Alle columns van Dorothea worden bewaard in ons
archief.

 
|