|
…..We waren er helemaal klaar voor. We hadden een tas met spullen
gepakt die we tijdens de trip nodig hadden en waren te paard naar de
afgesproken plek gereden om samen met de medewerkers van Don de eerste
groep gasten op te vangen. Een van de hondjes die rond de trailer
rondhingen was me gevolgd en huppelde vrolijk met ons mee. Ik had het
hondje de naam “blafkont” gegeven, omdat hij altijd ’s nachts heel
waaks was en tegen alles blafte wat bewoog. Iets wat ik later, toen ik
nachten alleen in de trailer doorbracht, omdat Jamison bij ceremonies
aanwezig moest zijn en ik dit nog niet mocht, iets minder prettig
vond. Het gevaar was namelijk altijd aanwezig dat er “skinwalkers”
rond de trailer liepen, maar daarover later meer. Ik was
behoorlijk opgewonden om aan ons nieuwe avontuur te beginnen en vond
het geweldig om al die drukte om me heen te zien en voelen. De paarden
werden uit de grote trailer gehaald en opgezadeld voor de arriverende
dames. Een aantal rangers zou ook meegaan tijdens de trip en Jamison
stelde mij met gepaste trots aan iedereen voor. De kok, die elke dag
geweldige maaltijden zou bereiden op slechts een openvuur, vertelde
mij dat hij alles deed met zijn “Dutch oven” en het ijs was met deze
aardige man direct gebroken. Sommige rangers keken een beetje
achterdochtig naar mij. Het omgaan met paarden wordt daar toch nog
steeds als mannenwerk gezien en ze wisten in het begin ook niet
precies wat ze aan mij hadden. Ik voelde dat ik mijn plek en hun
respect eerst moest verdienen voordat ik “one of the guys” zou zijn.
Gary, de zanger en entertainer kwam wel direct op me af gegaloppeerd
en het was duidelijk dat hij, met zijn joviale en uitbundige
begroeting een gezellig maatje zou worden. De bus met de
eerste gasten arriveerde en de vrouwen stapten allemaal een beetje
onwennig uit de bus. Ik zag op hun gezichten een mix van
nieuwsgierigheid en vrees en het werd mij al snel duidelijk dat zij
net zo verwachtingsvol waren over deze week, als dat ik dat was. Eén
van de rangers en Don zijn rechterhand, Terry vroeg aan iedereen
persoonlijk hoeveel ervaring ze hadden in het berijden van een paard
en tot mijn schrik bleken de meeste vrouwen nog nooit een paard van
heel dichtbij gezien te hebben. Ik vroeg me echt af, of ze het een
hele week vol zouden houden om elke dag toch minstens een uur of 6
paard te rijden. Als je nog nooit paard hebt gereden, voel je na een
uur meer botten en spieren als dat je ooit dacht dat je had. Deze
dames maakten zich op voor een hele week paardrijden en het kamperen
in de woestijn ver weg van de bewoonde wereld (lees ontberingen).
Natuurlijk zou de kok wel een paar keer met de auto nieuwe proviand in
gaan slaan, dus waren ze niet helemaal afgesloten van de buitenwereld,
maar om er even tussenuit te knijpen en een dag iets voor jezelf te
doen, behoorde niet echt tot de mogelijkheid midden in de woestijn.
Gelukkig had Don rekening gehouden met de ervaring van zijn
gasten en de ene na de andere dame kreeg een paard toegewezen, wat
precies bij haar paste. Dat sommige paarden zo sloom waren dat ik er
uiteindelijk extra werk aan zou hebben om ze allemaal bij de groep te
houden, vonden ze op dat moment hun minste probleem. Hoe slomer een
paard was, des te enthousiaster deze werd ontvangen. Nadat
iedereen de beugels op maat had en op de paarden was geholpen, gingen
we op weg naar onze overnachtingsplek. We zouden overnachten, net
achter de rotsen waar Suzie in haar Hogan woont. Verscholen in een
soort inham tussen de rotsen, lag daar onze plek vanwaar we elke dag
een lange rit zouden maken. Deze plek lag bovendien op loopafstand van
de Totem Pole en ik vond het geweldig om zo dichtbij zo’n magische
plek te slapen.
De eerste rit had behoorlijk wat tol geëist van sommige dames.
Tijdens de rit had ik hen geprobeerd een beetje op hun gemak te
stellen en had hen wat aanwijzingen gegeven om het hun iets
comfortabeler te maken op het paard. De vrouwen gingen dapper door op
hun paarden en zogen elke nieuw magnifiek uitzicht met eerbied voor de
omgeving op. Doordat de dames zo verwonderd waren over al het moois
dat zij onderweg zagen, voelde ik me nog dankbaarder dat ik dit
allemaal toch maar mee mocht maken en dat ik deze wonderschone plek op
aarde “mijn thuis” mocht noemen. Toen we aankwamen bij
de plek waar we de hele week zouden bivakkeren, konden een paar
vrouwen, dankzij hun dappere pogingen om op het paard te blijven
zitten, hun gekreun en gegil niet onderdrukken, toen ze weer vaste
grond onder de voeten hadden. De dames waren erg blij dat de tenten al
waren opgezet en dat Don zelfs voor een portabel douche had gezorgd.
Een behoorlijk luxe zo midden in Monument Valley, waar de bewoners het
hun hele leven al zonder stromend water moeten doen. Wat betreft de
toiletten hadden de dames niet zoveel geluk en hiervoor moesten zij,
net als de crew met de welbekende wc rol een plekje tussen de rotsen
en/of achter de heuvels zoeken. De eerste avond was een
feest. Iedereen genoot van de heerlijke maaltijd en liet zich ook het
gitaarspel en gezang van Gary zeer welgevallen. Langzaam droop
iedereen af naar zijn tentje en al snel viel de aardedonkere nacht in
en werd deze gevuld met het gehuil van coyotes. Dit was ook weer het
eerste moment van de dag dat Jamison en ik ons ook terug konden
trekken en dat we weer wat tijd voor elkaar hadden.
De volgende dag hadden vele dames zienderogen iets
meer moeite om te lopen, maar genoten met volle teugen van een
heerlijk ontbijt, met verse muffins uit de Dutch oven. De rangers en
wij waren al voor dag en douw op om alle paarden te verzorgen, op te
zadelen en klaar te maken voor een nieuwe dag en een volgend avontuur.
Al snel werd duidelijk waarom Don zo blij was met mijn komst, want
tijdens de plaspauzes was het erg handig voor de dames dat er iemand
was die óf met hen meeging, de woestijn in om een geschikt plekje te
zoeken, óf hun paard vasthield als ze dit zelf wel konden. Ook het
helpen opstijgen midden in de woestijn, zonder een handig opstapbankje
was soms een behoorlijke onderneming. Vanzelfsprekend dat ze dit soort
intieme en hachelijke momenten liever deelde met een vrouw dan met een
ongeduldige ranger, die in 1 beweging weer op zijn paard zat. Of zoals
Terry, die zo’n waanzinnige band had met zijn paard dat deze door de
knieën ging als Terry wilde opstappen. Het contrast met het gehannes
van de dames stak hierbij wel erg schril af. Elke dag werd er
een nieuwe Trail gereden en iedere Trail voerde langs weer langs een
ander indrukwekkend deel van Monument Valley. Ook ik was op sommige
plaatsen nog niet eerder geweest, omdat je op deze plekken alleen met
een paard kan komen en de afstand vanaf de koraal gewoonweg te ver is
om in 1 dag te rijden. Vanwege de gunstige ligging van de
overnachtingplaats was het mogelijk om elke dag in een andere richting
dieper de Valley in te dringen. Wij reden door vele valleien
en spelonken tussen de mesa’s door en zagen hierdoor ook vele Anasazi
ruines. De bekende “cliffdwelings” zoals de woongebieden van de
Anasazi indianen genoemd worden, zie je op sommige plaatsen in
Monument Valley tegen de rotsen op gebouwd. De Anasazi’s bouwden hun
cliffdwelings zo hoog mogelijk tegen de bergen op, zodat zij veilig
zaten voor roofdieren en/of andere vijandige volken, waaronder de
Navajo’s die pas veel later in dit gebied kwamen. Doordat de
cliffdwellings zo hoog tegen de berg op gebouwd zijn, is het soms
lastig om ze te bereiken. De Anasazi hadden wel een soort voetpad van
kleine uitgeslepen holletjes gemaakt, waar zij hun voeten in konden
zetten en voor de liefhebbers was het dan ook mogelijk om naar zo’n
ruïne toe te klimmen.
Dit is op
zich al een hele unieke ervaring, omdat dit bijna nergens anders
mogelijk is. De Anasazi indianen zijn een belangrijk volk geweest en
veel van hun overblijfselen zijn dan ook beschermd gebied en/of een
museum geworden, zoals bijvoorbeeld in Mesa Verde het geval is. Daar
mogen toeristen achter een hek, ver weg van de cliffdwelling zich
vergapen aan de veelzeggende overblijfselen van deze interessante
cultuur. In Monument staan dus geen hekken om de dwellings heen,
sterker nog, ik vraag me ten zeerste af, of überhaupt het bestaan van
deze ruines alom bekend is. Ik wilde er natuurlijk ook graag heen,
maar Jamison raadde het mij met een soort verschrikte blik af. Ik wist
niet precies waarom en besloot daarom zijn advies te negeren en het
eigenwijs toch te doen. Dat had ik beter niet kunnen doen…. Ik
klauterde dapper naar boven en was zeer onder de indruk van het weidse
uitzicht dat je had vanuit de dwelling. Het was een wonderbaarlijk
gevoel om rond te lopen in een soort dorp waar meer dan 600 jaar
geleden indianen in toch wel barre omstandigheden hadden gewoond. Op
de muren waren allemaal handjes geverfd en het leek wel een soort
adressering van wie waar gewoond had. In de dwelling stonden nog een
paar muren overeind, zodat je een goed beeld kon krijgen van de
indeling van de “huizen”. Alles leek nog prima in tact, alleen de tand
des tijds had zijn weg gehad met de stenen. Er lagen nog speerpunten
en hier en daar zelfs kleine stukjes aardewerk. Groot was mijn
verbazing toen ik bij het rondkijken in de verschillende vertrekken
een grote ronde aardewerk pot zag staan, waarvan de scherven, die
waren afgebrokkeld, naar binnen toe in de pot waren gevallen. Ik stond
helemaal perplex en realiseerde me dat ik een unieke vondst had
gedaan. Iedereen kwam om me heen staan en bewonderde de nog half in
tact zijnde pot. Aangezien alle scherven naar binnen waren gevallen,
kon ik waarschijnlijk de gehele pot reconstrueren. Ik was heel
enthousiast over mijn vondst en zwaaide vrolijk naar Jamison, maar aan
zijn bezorgde blik kon ik aflezen dat er nu toch echt iets goed mis
was…. Zodra ik met de pot en al naar beneden was
geklauterd, zei Jamison mij op gebiedende toon en vol afgrijzen dat ik
de spullen van de Anasazi indianen nooit had mogen aanraken, laat
staan mee naar beneden had mogen nemen. Hij vertelde me dat de reden,
waarom de Anasazi ruines in Monument Valley nog zo onaangetast zijn,
is dat de Navajo indianen deze dwellings al eeuwen met rust laten. Ze
komen er nooit bij in de buurt, omdat zij geloven dat wanneer zij die
plekken betreden, zij de toorn van de spirits van deze Anasazi
indianen over zich heen afroepen. Iets waar alle Navajo indianen
doodsbang voor zijn. Iets meenemen vanuit een dwelling was dus
eigenlijk het ergste wat je kon doen, omdat je dan de spirits zo erg
had verstoord dat ze zelfs met je gaan om bij je te “spoken”. Ik zou
er dus op kunnen wachten dat er iets vreselijks met mij zou gaan
gebeuren. Wat echter nog erger was, is dat Jamison me vanaf dat moment
ook niet meer aan wilde raken, omdat de vloek dan ook op hem over zou
slaan. Hij bleef ver bij mij uit de buurt, alsof ik een enge ziekte
had. Een erg vervelende bijkomstigheid natuurlijk, ook omdat ik het
hele verhaal van de vloek van de spirits (nog) niet geloofde. Ik
voorzag wel direct grote problemen in ons kleine tentje, de scherven
mochten sowieso niet in de nabijheid van de tent liggen en als het
even tegenzat, ik dus ook niet meer.
Er waren genoeg
liefhebbers uit de groep die de pot van me over wilde nemen, maar ik
sputterde nog een beetje tegen. Ik was zo blij met mijn unieke vondst
dat ik het wel erg zuur vond om de pot direct aan iemand anders te
geven. Er zat echter niets anders op, als ik mijn week nog enigszins
comfortabel en gezellig door wilde komen en gaf met pijn en moeite de
pot aan een vrouw uit de groep. Ik ben ervan overtuigd dat er ergens
in Amerika een dame is die een kostbaar bezit in haar kast heeft
staan. Met het weggeven van de pot
en de scherven, was het probleem helaas nog niet opgelost. Jamison zou
mij blijven mijden tot we terug in het basis kamp waren en ik me eerst
helemaal schoon geschrobd had en ontdaan was van de vloek van de
Anasazi’s. Ik mopperde nog een beetje na, omdat ik vond dat ik als
Beleghana vast niet vatbaar was voor deze toorn en er waarschijnlijk
helemaal niets aan de hand zou zijn…totdat ik nog geen 15 minuten
later, terugrijdend naar de overnachtingsplek opeens vreselijke
krampen in mijn buik kreeg. Deze waren zo heftig dat ik niet meer op
mijn paard kon blijven zitten. Ik moest afstappen en kon niets anders
meer dan ineengekrompen op de grond gaan zitten. Het zweet brak me
uit, ik had hartkloppingen en wist niet wat er met me aan de hand was.
Ik dacht nog even dat het kwam van het water wat ik eerder die dag uit
een bron had gedronken en dat mijn blanke lijf waarschijnlijk niet was
gebouwd om dit bronwater uit Monument Valley te verwerken, maar
Jamison wist wel beter. “Dit krijg je ervan als je de rust van de
Anasazi’s verstoort door in hun dwellings rond te lopen en al helemaal
door dingen van hen mee te nemen”. Ik beaamde kreunend mijn fout aan
Jamison en met een bevend en schokkend lijf van de krampen in mijn
buik, op veilige afstand lopend van Jamison, heb ik het toch nog terug
naar het kamp gered. Ik ben me razendsnel gaan douchen en beloofde
Jamison nooit meer iets tegen zijn advies in te doen..ik realiseerde
me dat ik waarschijnlijk al meer ingeburgerd was in “the Navajo Way”,
als dat ik zelf dacht. Ik nam mezelf dan ook voor me nog beter bewust
te worden van alle spirituele zaken die voor de Navajo’s gewoon aan de
orde van de dag zijn en ervoor te zorgen dat ik voortaan nog meer met
alle taboes rekening zou houden. Was het niet uit respect voor de
Navajo cultuur dan was het in ieder geval voor mijn eigen welzijn.
Als ik alles over de magie van de Navajo’s wilde leren, moest ik
mijn nuchtere Nederlandse geest compleet uitschakelen. Ik merkte,
naarmate de weken verstreken dat het niet mogelijk was om selectief te
zijn in hetgeen ik wel of niet wilde geloven en dat ik moest gaan
“voor alles of niets”. Ook al geloofde ik met mijn toch al niet zo
sceptische geest niet alles wat ik hoorde over de magie bij de
Navajo’s, op de een of andere manier, maakte dat geen verschil. Het
was overal om me heen en of ik het nu wel of niet geloofde, de magie
was zo sterk dat ik er langzaam door meegezogen werd in de spirituele
wereld van de Navajo’s. De week zat er alweer bijna op
en de groep maakte zich op voor de laatste rit. De meeste dames hadden
zich kranig gedragen en wisten de week te volbrengen. Van één van de
dames was de binnenkant van haar bovenbenen zo blauw geworden van het
vele paardrijden dat zij echt niet nog een dag in het zadel kon
zitten. De kok heeft haar naar de Lodge van Gouldings gebracht en daar
heeft zij de laatste nacht in heerlijke luxe kunnen slapen. De rest
van de groep genoot nog van een laatste nacht in de woestijn en viel
in slaap met het gehuil van de coyotes en het geluid van trommels in
de verte. De volgende dag zou de nieuwe groep alweer
arriveren en ik had er heel veel zin in om met mijn opgedane
ervaringen van de eerste week nieuwe vakantiegangers rond te leiden.
Don had ook gezegd dat we deze tweede week Mitchell Mesa op zouden
gaan en dat je bovenop deze Mesa een magnifiek uitzicht had over heel
Monument Valley. Ik kon niet wachten tot de volgende groep aan zou
komen, maar wist toen nog niet dat één iemand in de groep er
eigenhandig voor zou zorgen dat ik opeens door Jamison met hele andere
ogen werd gezien…..
Hágoónee', Volgende maand meer…
Dorothea Born
Alle columns van Dorothea worden bewaard in ons
archief.

 
|